RIB22.133 Planvorming Driebergen-Zeist
Tekst van het document
Onvt. Griffie 10-11-2022 RIB|22.133
UTRECHT10 Stationsplein 90, 3511 ED Utrecht T +31 030 345 67 89 E info@utrecht10.nl
Datum Onderwerp Behandeld door
Aan
Utrecht, 20 oktober 2022 Regionale inzet voor BO MIRT 2022 Bastian Jansen Colleges U10 gemeenten
Geachte colleges van B&W, Op 11 november vindt het Bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Ruimte en Infrastructuur (BO MIRT) plaats tussen een bestuurlijke afvaardiging van onze regio en bewindspersonen van de ministeries Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Economische zaken en Klimaat (EZK). Dit bestuurlijk overleg vormt samen met het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) in het voorjaar een cyclus van halfjaarlijkse momenten waarop de Rijk-regio besluitvorming over verstedelijking en mobiliteit plaatsvindt. In deze brief lichten wij onze inzet toe om tijdens het BO MIRT tot concrete financiële afspraken voor de Utrechtse regio te komen. Daarnaast informeren wij u over de voortgang van ontwikkelingen binnen het programma U Ned ten aanzien van drie onderzoeken die worden opgeleverd: een tussenstap in de MIRT Verkenning OV en Wonen, de Mobiliteitsstrategie 2040 en de gebiedsonderzoeken. Wij verzoeken u om deze informatie op de voor u gebruikelijke wijze door te geleiden naar uw raad. Op de U10-raadsledenbijeenkomst van 7 december is er ruim aandacht voor deze onderwerpen en vragen van raadsleden hierover. Eerst schetsen wij in deze brief de context, daarna de afspraken die wij verwachten te gaan maken en ten slotte kijken wij verder in de toekomst richting toekomstige afspraken.
Context Groeien in balans In het Integraal Ruimtelijk Perspectief dat alle raden van de 16 gemeenten het afgelopen jaar vaststelden, kiest de regio ervoor om de groeiopgaven te accommoderen op een manier die recht doet aan de doelstelling om voor alle inwoners een gezonde, groene en goed bereikbare woonomgeving te creëren. Daarbij zetten we in op compacte gemengde stedelijke gebieden nabij de stad Utrecht en bij ov-knooppunten. Naast de grotere woningbouwlocaties hechten we eraan dat ook veel kleinere locaties in de kleine en middelgrote kernen kunnen meegroeien. Voor het realiseren van deze verstedelijkingslocaties hebben we in het IRP de randvoorwaarden benoemd, bijvoorbeeld maatregelen voor mobiliteit of groene en recreatieve investeringen. Samen met Rijk en provincie willen we deze randvoorwaarden bij de verschillende locaties in te vullen. Algemene context BO MIRT 2022 Als overheden staan Rijk, provincie en gemeenten gezamenlijk voor een urgente woningbouwopgave. Er zijn onvoldoende woningen en de vraag stijgt. Het Rijk ambieert daarom landelijk 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030. Het kabinet heeft in haar coalitieakkoord 7,5
miljard euro voor de ontsluiting van de benodigde locaties vrijgemaakt. Deze middelen komen bovenop reguliere middelen voor bereikbaarheid die beschikbaar zijn in het MIRT (‘Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport’). Aanvullend hierop heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) 500 miljoen euro beschikbaar gesteld voor gebiedsinvesteringen. Deze middelen zullen tijdens het BO Leefomgeving in voorjaar 2023 bestemd worden. Van de Rijksmiddelen voor ontsluiting woningbouwgebieden is 1,5 miljard euro gereserveerd voor de versnelling van woningbouw op locaties verspreid door het land. In het BOL voorjaar 2022 zijn reeds afspraken gemaakt voor versnelling van woningbouw met een omvang van 1,2 miljard euro. Dit BO MIRT zal zich met name richten op de verdeling van 6 miljard euro voor de ontsluiting van de meest urgente en omvangrijke woningbouwlocaties in Nederland. Het Rijk heeft hiertoe 17 gebieden aangewezen, de zogeheten NOVEX grootschalige woningbouwlocaties, waaronder Groot Merwede in Utrecht/Nieuwegein, en Spoorzone/A1 in Amersfoort. Ook zullen afspraken gemaakt worden over de resterende 300 miljoen euro voor versnelling woningbouw, en de 500 miljoen euro beschikbaar voor gebiedsinvesteringen.
De uitkomsten van het BO MIRT gaan onderdeel uitmaken van een breder pakket aan afspraken over woningbouw in de regionale woondeals, af te sluiten eind 2022/begin 2023. Het gaat hierbij om afspraken over de aantallen en kwaliteiten van te realiseren woningen tot en met 2030 en de daarvoor benodigde condities zoals investeren in bereikbaarheid, ondersteunen bij financiële tekorten (onrendabele top en inzet rijkssubsidies), investeren in groen en maatschappelijke voorzieningen, versnellen van procedures, sturingsmogelijkheden op grondposities en realiseren van stikstofruimte.
Verwachte afspraken op het BO MIRT Hieronder volgen de meest relevante agendapunten inclusief een omschrijving van onze regionale inzet. Versnellingsafspraken woningbouw Tijdens het BO Leefomgeving zijn dit voorjaar al afspraken gemaakt over 1,2 miljard euro van de 1,5 miljard euro die bestemd is voor versnelling van woningbouw tot en met 2030 op diverse locaties in Nederland. Wij zijn blij met de toekenning van ruim 100 miljoen euro aan rijkbijdragen voor vier woningbouwlocaties binnen onze U10-regio: Utrecht Zuidwest en Noordwest, Woerden Stationsgebied en Nieuwegein City/Rijnhuizen. Deze uitkomsten meldden wij u in onze brief Uitkomsten Bestuurlijk Overleg Leefomgeving juni 2022. Dankzij deze bijdragen kunnen we versneld binnen 3 tot 5 jaar zo’n 17.000 woningen realiseren door randvoorwaardelijke mobiliteitsmaatregelen te financieren. De financiering brengt de realisering van onze gezamenlijke koers uit het IRP weer een stap dichterbij. Hiermee bieden wij zichtbaar perspectief aan mensen die graag willen wonen, werken en recreëren in onze populaire regio. In dit BO MIRT worden afspraken over de resterende 300 miljoen euro gemaakt. Inzet voor de laatste tranche versnellingsafspraken is om een versnelling van nog ca 7.500 woningen af te spreken met een rijksbijdrage voor bereikbaarheidsmaatregelen van ca 40 miljoen euro.
Voor de U10-regio gaat het nog om aangescherpte voorstellen van de gemeenten Bunnik (Odijk), Houten en Stichtse Vecht (Maarssen). Voorstellen vanuit onder andere Vijfheerenlanden (Vianen), Wijk bij Duurstede en De Ronde Venen (Wilnis) zijn in overleg met het ministerie van BZK niet opnieuw ingediend omdat het
Rijk in onze regio alleen versnellingsafspraken wil maken die liggen rond de prioritaire ovknooppunten, in het IRP en U Ned Regiopoorten genoemd. Afspraken over maatregelen voor mobiliteitsmaatregelen rond andere verstedelijkingslocaties, waaronder de hierboven genoemde, schuiven door naar de Aanpak 2030 van U Ned waarover Rijk en regio nog financiële afspraken moeten maken. Grootschalige woningbouwlocaties De Metropoolregio Utrecht (MRU), bestaande uit de regio’s Utrecht en Amersfoort, is aangemerkt als één van de zeven NOVEX-verstedelijkingsgebieden van Nederland. Dat is niet voor niets. De regio behoort landelijk tot de meest gewilde woningmarktregio’s van Nederland, wat urgentie van bouwen hoog maakt. De MRU is na de Metropoolregio Amsterdam in omvang nu al de tweede arbeidsmarktregio van Nederland. Bovendien is de MRU het centrale vervoersknooppunt van het land. Woningbouw in de MRU heeft een direct effect op de bereikbaarheid van Nederland. Andersom zorgt woningbouw in de rest van het land zorgt voor groeiende vervoerstromen door de Utrechtse regio. Daarom zijn verbeteringen in de bereikbaarheid MRU ook belangrijk voor verstedelijking op andere plekken in het land. Binnen de MRU zijn door het Rijk twee grootschalige woningbouwlocaties aangemerkt, te weten Groot Merwede (Utrecht Zuidwest en Nieuwegein, inclusief de A12 zone) en Spoorzone/A1 in Amersfoort.
Op deze locaties zijn op termijn 60.000 à 70.000 woningen voor Groot Merwede (inclusief doorkijk Rijnenburg) en 14.000 in Amersfoort te realiseren. Bereikbaarheid is één van de belangrijkste in te vullen randvoorwaarden/condities voor de realisatie van woningen. In de zuidwesthoek van Utrecht is een grootschalige ingreep in het ov-systeem cruciaal voor de doorgroei van Merwedekanaalzone, binnenstedelijke bouwlocaties in Nieuwegein en Kanaleneiland, de A12 zone en op termijn Rijnenburg. Ook voor bestaande stedelijke gebieden aan de Zuidkant van de regio is een verbetering van de OV-kwaliteit dringend gewenst. Voor deze opgaven is de aanleg van een snelle tramlijn tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein Centrum noodzakelijk: de Merwedelijn. Deze brengt inwoners van Nieuwegein binnen 15 minuten naar het centrum van Utrecht. Door de hoge frequentie verwachten we dat mensen in de regio vaker anders gaan reizen: vooral lopend, met de fiets en met het ov. Uit onderzoek in de MIRT verkenning blijkt dat functionele invulling hiervan bestaat uit een (deels) ondergrondse Merwedelijn, een ontsluitende tramverbinding naar Kanaleneiland en eventueel Papendorp via de bestaande SUNIJ infrastructuur, een Waterlinielijn (als hoogwaardige busverbinding) en een versterkte Tramlijn 22. Deze investering wordt geraamd op 1,8 miljard euro.
Binnen dit pakket is een (deels) ondergrondse Merwedelijn met een reizigersprognose van circa 50.000 reizigers per dag in 2030 nodig. Dit zijn per richting ongeveer 24 trams per uur die een goede verbinding van Utrecht CS via Westraven naar de hele Zuidkant van de regio mogelijk maken. Met deze ov-lijn renderen ook andere maatregelen zoals fiets, hubs en gedragsmaatregelen beter, wat lucht geeft voor woningbouw in de gehele regio. Ook maakt deze lijn de versnelde aanleg van een aantal woningbouwlocaties mogelijk voor 2030. Wij zetten daarom in op afspraken op dit BO MIRT afspraken over deze bereikbaarheidsmaatregelen, zodat we de genoemde woningbouwaantallen mogelijk maken. In de Metropoolregio Utrecht stellen provincie Utrecht, gemeente Utrecht en gemeente Nieuwegein een cofinanciering van respectievelijk 200, 200 en 15 miljoen euro beschikbaar voor de eerste stap van de schaalsprong ov zoals we die de afgelopen jaren gezamenlijk hebben uitgewerkt. Naast mobiliteitsingrepen zetten we in op andere randvoorwaardelijke maatregelen. Deze zijn nodig om evenwichtige groei te realiseren met voldoende betaalbare woningen, groen, voorzieningen, energiehuishouding, en werklocaties.
Voor zowel Groot Merwede als Spoorzone/A1 ligt een voorstel voor additionele investeringen in met name groen, sport en onrendabele top betaalbare woningbouw, mede te financieren uit de beschikbare rijksmiddelen voor gebiedsontwikkeling van
500 miljoen euro. Hierover verwachten wij op het BO Leefomgeving in juni 2023 tot afspraken te komen. Wij beseffen dat met name de bereikbaarheidsmaatregelen dusdanig omvangrijk zijn, dat het risico op eventuele kostenoverschrijding in een latere fase een groot beslag op de provinciale en gemeentelijke begrotingen kunnen gaan leggen. Wij zijn dan ook met het Rijk in gesprek hoe we deze risico’s zo goed mogelijk in beeld krijgen en hoe deze risico’s op een zo verantwoord mogelijke manier samen te dragen zijn.
Vervolg na het BO MIRT Vervolgonderzoeken en programmatische aanpak U Ned De U Ned programmalijnen vormen een belangrijke onderlegger onder de MIRT besluiten. Op dit moment bevinden twee van deze programmalijnen in de afrondingsfase: de gebiedsonderzoeken en de mobiliteitsstrategie. De MIRT verkenning ov en wonen levert een tussenproduct waarmee besluitvorming verder getrechterd wordt. De uitwerking van de Regiopoorten krijgt een vervolg in 2023 en daarna. Op het BO MIRT vormen deze producten de inhoudelijke basis van bestuurlijke besluitvorming. Wij zullen u deze toezenden of daar gericht naar verwijzen samen met de brief uitkomsten BO MIRT. De (tussen)producten van U Ned zijn in lijn met deal vastgestelde kaders, zoals IRP, provinciale omgevingsvisie en ov-netwerkperspectief. U vindt in de bijlage een korte beschrijving van de U Ned onderzoeken MIRT verkenning OV en wonen, mobiliteitsstrategie en gebiedsonderzoeken. Op basis van inzichten uit de lopende U Ned programmalijnen verwachten we op dit BO MIRT een aantal vervolgstudies te starten. • Voor de middellange termijn voorzien we op het BO MIRT 2023 financiële afspraken te maken volgend uit de programmalijn “Aanpak 2030”. Dit betreft kleinschalige maatregelen in heel de regio om het functioneren van het netwerk tot 2030 te garanderen.
• Het programma regiopoorten zal verder doorstuderen op de groeipotenties van knooppunten in Bunnik, Houten, Woerden, Stichtse Vecht, De Bilt, Vijfheerenlanden en Zeist in de verwachting hier op het BO MIRT in 2023 en daarna concrete afspraken over te maken. • Een logische vervolgstap in de regio Utrecht is een onderzoek te starten naar de integrale gebiedsontwikkeling van de A12-zone en de doorontwikkeling naar Rijnenburg, inclusief de mogelijkheden voor multimodale ontsluiting. Hierin zal aandacht worden besteed aan benodigde bedrijfsverplaatsingen, de groenstructuur, de relatie met bodem- en watersysteem, gezonde leefomgeving, klimaatadaptieve maatregelen en energienetwerken. • Een andere vervolgstap betreft een studie naar de ontwikkeling van station LunettenKoningsweg inclusief hoogwaardig ov naar USP en A12-zone (de Waterlinielijn), in relatie met mogelijke doorontwikkeling van de Binnenstadsas en de gevolgen die dit met zich meebrengt voor gebiedsontwikkeling aan de oost- en zuidzijde van de stad waaronder de aangrenzende regiopoorten. Daarnaast werken Rijk en regio aan een programmatische aanpak waarin zowel ruimtelijke als mobiliteitsmaatregelen in de tijd neer worden gezet.
Onderdelen waar we als regio in ieder geval met dit kabinet een begin mee willen maken zijn een verkenning naar de benodigde verzwaring van het energienetwerk (elektra, warmte, waterstof en energiehubs) en een verkenning van de groenopgave behorende bij nieuwe woningen en banen (Groen Groeit Mee), te starten met Krommerijn Linie Landschap en gekanaliseerde Hollandse IJssel (rondom Utrecht).
De volgorde en de mate waarin we de knopen in de grote U, de regiopoorten en Rijnenburg tot ontwikkeling kunnen brengen zal beïnvloed worden door uitkomsten van de genoemde vervolgstudies en prioriteiten van Rijk en Provincie. Een belangrijke afhankelijkheid is de beschikbaarheid van middelen. Een andere afhankelijkheid is of er bereidheid is om op de spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens een IC-station toe te voegen. Rijk en regio hebben hierover nog geen gezamenlijke conclusies getrokken. Het is onze inzet om een station met IC-status in Lunetten te realiseren. Wij zetten in op het verkrijgen van meer inzicht in de loop van 2023 zodat we hier in het volgend BO MIRT richtinggevende afspraken over kunnen maken. Fiets In het Nationaal Toekomstbeeld Fiets brengen Rijk en decentrale overheden gezamenlijk de potentie voor zowel de korte als de langere termijn van de fiets in beeld. Het gaat zowel om fietsinfrastructuur (doorfietsroutes en fietsenstallingen) als om fietsstimulering. Fiets is een gezonde, duurzame en goedkope oplossing voor bereikbaarheidsopgave. In deze kabinetsperiode heeft het Rijk in haar huidige begroting echter geen substantiële fietsbudgetten gereserveerd om serieus invulling aan te geven aan het Nationaal Toekomstbeeld Fiets.
Wij zetten daarom in om tot een meerjarige uitvoeringsagenda te komen om de potentie van de fiets voor de versnelling van de woningbouwopgave en andere majeure maatschappelijke opgaven (zoals klimaat en energie) ten volle te benutten en om het rijk blijvend financieel te laten committeren aan de fietsopgave. In deze uitvoeringsagenda kunnen we dan ook cruciale fietsverbindingen voor de lange termijn agenderen, zoals enkele ontbrekende schakels in de regionale doorfietsroutes (bijvoorbeeld fietsbruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal bij tussen Houten en Vianen en bij de Demkaspoorbrug), het verder verbeteren van capaciteit en kwaliteit van fietsroutes en de ontwikkeling van nieuwe fietsenstallingen bij stations en OV-knooppunten. Daarnaast zetten wij voor dit BO MIRT vanuit de regio Utrecht in op een aantal specifieke afspraken over financiering van fietsprojecten in de regio. Dit gaat bijvoorbeeld om de Dom-tot-Dam route en een fietsbrug over de A12 bij Bunnik. Vervolgprocedure Deze brief bevat de inzet van de regio. Op 11 november maken we afspraken in het BO MIRT. Dan zal duidelijk zijn hoeveel van onze inzet zal worden gehonoreerd. De uitkomsten delen we graag met u in een volgende brief. Wij verwachten deze brief rond 20 november aan u te kunnen sturen wanneer ook de Tweede Kamer geïnformeerd wordt.
Op de U10-raadsledenbijeenkomst van 7 december is er ruim aandacht voor deze onderwerpen en vragen van raadsleden hierover. Hoogachtend,
Ellie Eggengoor Voorzitter U10 Bestuurstafel Duurzame Bereikbaarheid Dolf Smolenaers Voorzitter U10 Bestuurstafel Gezonde Woon- en Leefomgeving
Bijlage beschrijving van bevindingen U Ned onderzoeken Het Rijk-regio samenwerkingsprogramma U Ned vormt een belangrijke basis voor de te nemen MIRT besluiten. De vijf U Ned programmalijnen voor de middellange en lange termijn worden hieronder kort toegelicht. Aanpak 2030 De Aanpak 2030 heeft een plan van aanpak opgesteld voor het ontwikkelen van een aanvullend pakket aan mobiliteitsmaatregelen, gericht op het bereikbaar houden van de regio Utrecht in 2030. Een aantal van deze maatregelen hebben we reeds in de versnellingsafspraken woningbouw van financiering kunnen voorzien. In 2023 zal de maatregelenlijst verder inhoudelijk worden uitgewerkt en vervolgens worden voorgedragen voor cofinanciering op het BO MIRT najaar 2023. Dit maatregelenpakket is randvoorwaardelijk om de regio bereikbaar te houden en aanvullend op de versnellingsafspraken (woningbouw) en de afspraken in de NOVEX-gebieden (o.a. Groot Merwede). Regiopoorten Voor het accommoderen van een deel van de groei in de regio Utrecht bieden de Regiopoorten Woerden, Bunnik, Breukelen, Vianen, Houten, Driebergen-Zeist, Bilthoven, en Zeist Noord potentie. Het doel is om banen, voorzieningen en woningen rond de OVknooppunten te concentreren en deze knooppunten onderdeel te laten zijn van een multimodaal mobiliteitssysteem. Deze locaties liggen niet direct naast een Regiopoort, maar nog steeds op fietsafstand.
Zo ontstaat een eerste beeld welke ruimtelijke condities en procedurele randvoorwaarden bepalend zijn voor die varianten per knoop. Er ligt een belangrijke functie in het bijdragen aan de reductie van regionaal autoverkeer van en naar de stad Utrecht. Zo komt men tot een gedragen vervolgaanpak per Regiopoort op sprintcorridors. Verdieping is nodig op de exacte rol en functie van de Regiopoorten in het regionale mobiliteitssysteem. Daarbij is maatwerk per Regiopoort nodig. Functies variëren van het bieden van een multimodale hub voor bovenregionaal autoverkeer, flankerend beleid op de knoop zelf, kwalitatief hoogwaardig fiets- en ov-netwerk tussen de Regiopoorten onderling en de stad en de hubfunctie van Regiopoorten naar omliggende vitale kernen. Hierbij wordt in samenhang met de uitkomsten van de Mobiliteitsstrategie en Aanpak 2030, Goedopweg en de uitkomsten Gebiedsonderzoeken samenhangende mobiliteitspakketten uitgewerkt. MIRT verkenning OV en wonen Medio 2020 is een startbeslissing genomen voor de MIRT Verkenning OV en Wonen. Hierin staat de eerste stap van een OV schaalsprong centraal en worden maatregelen verkend die moeten bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van USP, het ontlasten van Utrecht Centraal, en verbeteren van de bereikbaarheid van de woninglocaties die in beeld zijn voor 2030. Bij de selectie van de maatregelen vormt de toekomstvastheid van
maatregelen in combinatie met de bredere verstedelijkingsopgave na 2030 ook een belangrijk criterium. Op dit moment is het financiële plafond van de verkenning € 500 miljoen, waarvan 75% (€ 380 miljoen) gereserveerd is door Rijk en regio. De MIRT Verkenning is nu halverwege en benoemt kansrijke oplossingsrichtingen die komend jaar verder uitgewerkt moeten worden en beoordeeld, met als doel om eind 2023 te komen tot een voorkeursbesluit in het BO MIRT. Rijk en regio hebben in de verkenning samen geconcludeerd dat een forse investeringsimpuls nodig is om de groei van de regio op een gezonde en leefbare manier mogelijk te maken. Zonder deze maatregelen is het niet mogelijk om de gehele woningbouwopgave in dit gebied te accommoderen voor 2030 en daarna. De totale investeringskosten worden nu geraamd op 1.8 miljard euro. Dat betekent ook dat er een groot gat is tussen de bestaande reserveringen en het nu geraamde investeringsbedrag. Het verder verkennen van deze kansrijke maatregelen is alleen opportuun als er zicht is op voldoende budget om realisatie mogelijk te maken. Op dit BO MIRT zetten we in op de Merwedelijn en om daarvoor een concrete financiële reservering te maken, gezien het feit dat met name deze maatregel de bouw van een groot aantal woningen mogelijk maakt.
De additionele financiële reservering voor de MIRT verkenning is dan ook een belangrijk onderwerp waarover het gesprek zal gaan in het aanstaande BO MIRT. Mobiliteitsstrategie 2040 In de Metropoolregio Utrecht is een grote toename van de mobiliteit te verwachten door onder andere de toename van de verstedelijking in de regio. Vanwege de centrale ligging van de metropoolregio vindt de groei van de mobiliteit haar oorsprong ook door nationale groei die veroorzaakt wordt door de verplaatsingen tussen andere regio’s. De regionale en nationale verplaatsingen maken voor een groot deel gebruik van hetzelfde netwerk wat de opgaven groot maakt en de oplossingsrichtingen complex. De opgaven rond verstedelijking, bereikbaarheid en leefkwaliteit vragen daarom om een fundamentele mobiliteitstransitie met zowel fysieke als nietfysieke maatregelen. De Mobiliteitsstrategie richt zich op het opzetten van een robuust, duurzaam en samenhangend regionaal en multimodaal mobiliteitssysteem. Met de Mobiliteitsstrategie worden richtinggevende principes vastgelegd op basis waarvan integrale vervolgstappen kunnen worden gezet. De Mobiliteitsstrategie legt hiermee de inhoudelijke koers vast, voor nader onderzoek en uitwerking naar concrete en integrale (gebiedsgerichte) maatregelenpakketten.
Gebiedsonderzoeken De gebiedsonderzoeken zijn een uitwerking van het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij, vastgesteld tijdens het BO MIRT van 2020. Hierin wordt geschetst hoe Rijk en regio de
komende twee decennia ruimte willen maken voor 104.000 tot 125.000 nieuwe woningen en ruim 80.000 arbeidsplaatsen en tegelijkertijd de bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil willen houden. Voor een groot deel van de groei (75.000 woningen) zijn al plannen en afspraken gemaakt of in wording. In Utrecht Nabij hebben Rijk en regio afgesproken dat een aanzienlijk deel van de resterende verstedelijkingsopgave (50.000 woningen voor de hele metropoolregio Utrecht) kan landen in de drie metropoolpoorten A12-zone, USPLunetten/Koningsweg en Leidsche Rijn/Zuilen. De gebiedsonderzoeken geven op hoofdlijnen inzicht in de mogelijkheden, randvoorwaarden, globale kosten en baten van gezonde verstedelijking in de verschillende (deel)gebieden van de drie metropoolpoorten.
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist Postbus 513, 3700 AM, Zeist Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl www.zeist.nl www.twittter.com/gemeentezeist www.facebook.com/gemeentezeist
Kerkplein 2 Postbus 200 3940 AE Doorn T (0343) 56 56 00 F (0343) 41 57 60 E info@heuvelrug.nl
Aan de bewoners / gebruikers van dit adres
Datum
9 november 2022
Onderwerp
Planvorming Driebergen- Zeist
Beste inwoner, De afgelopen jaren is er veel gebeurd in uw woonomgeving met de vernieuwing van het station DriebergenZeist. Het is nu een compacte duurzame OV-knoop. De gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist zien kansen voor het gebied rondom het station. Met deze brief willen de gemeenten u informeren over het opstellen van een -plan van aanpak om te komen tot een gebiedsvisie. Onderdeel van dat plan van aanpak is ook de wijze waarop we u als omwonende(n) en andere belangstellenden betrekken bij het maken van de gebiedsvisie. Behoefte aan woningen en kantoorruimte In Zeist en Utrechtse Heuvelrug is – net als in de gehele regio Utrecht - een grote behoefte aan woningen, kantoorlocaties en werkruimtes die goed bereikbaar zijn via het openbaar vervoer. Het stationsgebied Driebergen-Zeist biedt hier ruimte voor, zeker omdat het station net geheel vernieuwd is. Bovendien biedt de ontwikkeling van dit gebied kansen om het gebruik van duurzame mobiliteitsvormen te vergroten. Onderzoek stationsgebied Driebergen-Zeist De gezamenlijke opgave van beide gemeenten en van de regio is om de ontwikkelkansen in het stationsgebied Driebergen-Zeist te onderzoeken. Een ontwikkeling die een bijdrage levert aan het goede leven in Utrechtse Heuvelrug en Zeist en aan de opgaven van de regio.
In de toekomstvisie Utrechtse Heuvelrug en in de propositie van Zeist kunt u meer lezen over hoe beide gemeenten omgaan met de opgaven die er zijn, zoals de behoefte aan woningen (www.zeist.nl/propositie en www.heuvelrug.nl/toekomstvisie). Het gebied waarvoor de visie wordt opgesteld ligt nog niet vast. Procedure Op dit moment loopt het proces om te komen tot een gebiedsvisie, een eerste inzicht in hoe het gebied ontwikkeld kan worden. De gemeenten stellen eerst een plan van aanpak op dat beide gemeenteraden begin 2023 behandelen. Na besluitvorming start het opstellen van de gebiedsvisie met oog voor wonen, werken, groene kwaliteiten en voorzieningen rondom het station Driebergen-Zeist. Participatie Onderdeel van het opstellen van de gebiedsvisie is ook het betrekken van inwoners en andere belangstellenden. Meer informatie hierover volgt in 2023 na besluitvorming over het plan van aanpak door beide gemeenteraden.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet,
K.I. Kersten Manager thema Omgeving Gemeente Utrechtse Heuvelrug
C. Jurgens Concernmanager Gemeente Zeist