CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB22.076 Beleidsregels handhaving wet Kinderopvang 2022

Overige evenementen 23 juni 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisgeving)8.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

I

NI | |

Publiekshal » Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl » www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 « zeist@zeist.nl

Gemeente Zeist

Ontv. Ghffie

WS w. 076

T.a.v de gemeenteraad

Datum

AD - OS~ 2022

18 mei 2022

Burgerservicenummer

Ons kenmerk

447920

Uw kenmerk

Bijlage(n)

1

Behandeld door

Rex Feenstra

Onderwerp

Beleidsregels handhaving Wet Kinderopvang 2022

Geachte leden van de raad,

De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang. Dit toezicht is belegd bij de GGD, die deze taak voor de gemeente uitvoert. Door de inspectie komt de gemeente tot een oordeel over de mate waarin aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Over het toezicht en de handhaving vindt tussen GGD en gemeente continu en nauw overleg plaats. De GGD adviseert het college naar aanleiding van deze inspecties over de te handhaven voorschriften. De handhaving voert de gemeente zelf uit aan de hand van de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang.

De huidige regeling is gedateerd en sluit niet meer aan bij de juiste wet- en regelgeving. Ook sluit het

afwegingsoverzicht, waarin de boetehoogtes staan die horen bij de verschillende typen overtredingen,

niet aan bij het huidige inspectiekader. In de nieuwe beleidsregels zijn de normbedragen voor boetes bijgesteld en meer in balans gebracht met de ernst van de overtredingen.

Daarnaast sluit de beschreven werkwijze in de huidige beleidsregels niet meer aan bij de visie van de gemeente Zeist. Zo staat bijvoorbeeld vermeld dat de eerste stap die genomen wordt in een herstellend traject een ‘aanwijzing’ is, terwijl er in Zeist de voorkeur aan wordt gegeven om te beginnen met een ‘waarschuwing’. In 2021 heeft de gemeente Zeist in 9 van de 86 inspectierapporten (10%) het advies gekregen van de GGD om te handhaven; dit advies is in alle gevallen opgevolgd. Binnen de gemeente worden over het algemeen minder tekortkomingen geconstateerd dan in vergelijkbare gemeente en ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Ook is het de laatste jaren niet nodig geweest met (een zware vorm van) handhaving op te treden en kon de houder van een kinderopvanglocatie met een met een waarschuwing

(een lichte vorm van handhaving) richting een oplossing worden bewogen. De GDD heeft ook sinds 2018

geen schriftelijk bevel meer opgelegd binnen de gemeente Zeist.

Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide « Zeist

De nieuwe beleidsregels handhaving Wet Kinderopvang 2022 geven de gemeente in zowel beleidsmatig als ook in de uitvoering duidelijkere handvatten met betrekking tot het handhavingsproces en sluiten zij ook weer aan bij de huidige wetgeving. Hierdoor is het voor kinderopvangorganisaties ook helder wat de procedures zijn wanneer zij niet voldoen aan geldende kwaliteitseisen.

Het nieuwe toezicht- en handhavingsbeleid is overzichtelijker en efficiënter en er is meer ruimte voor maatwerk. Met de vaststelling van de nieuwe beleidsregels zorgen we voor een gedegen juridisch kader, datbijdraagt aan veilige en gezonde kinderopvang. De nieuwe beleidsregels zijn opgesteld op basis van een VNG-model.

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

ou

dhr. H.S. Grotens

—

Austerlitz » Bosch en Duin = Den Dolder » Huis ter Heide = Zeist

Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Zeist 2022 Geldend van 1 mei 2022 t/m heden Intitulé Beleidsregels handhaving Wet Kinderopvang gemeente Zeist 2022 Burgemeester en wethouders van Zeist Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op de artikelen 1.61, eerste lid, 1.65, eerste lid, 1.66 en 1.72, eerste lid Wet kinderopvang; besluiten: de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Zeist 2022 vast te stellen. Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Toepassing Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving.

Artikel 2 Vormen van handhaving Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden: a. herstelsanctie; b. bestraffende sanctie.

Artikel 3 Kwaliteitseisen 1. De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving. 2. De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.

deze

3. In deze Beleidsregels Handhaving Wet kinderopvang gemeente Zeist 2022 wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen.

4. In het afwegingsoverzicht worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een prioritering en bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding. Het afwegingsoverzicht is als bijlage aan deze beleidsregels toegevoegd.

Hoofdstuk 2 Herstellend traject Artikel 4 Herstelsancties 1. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). 2. Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen: a. stap 1: waarschuwing b. stap 2: aanwijzing c. stap 3: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang d. stap 4: exploitatieverbod e. stap 5: intrekken van toestemming tot exploitatie en intrekken van de registratie uit het landelijk register kinderopvang 3. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. Hierin wordt rekening gehouden met een eventueel herstelaanbod dat al door de inspecteur tijdens het inspectieproces is toegekend. Indien dit herstelaanbod niet opgevolgd is, kan dit worden aangemerkt als een verzwarende omstandigheid en kan na overweging de waarschuwing worden overgeslagen. 4.

De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. 5. Bij het opleggen van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: a. prioriteit hoog:

maximaal 0-4 weken;

b. prioriteit midden:

maximaal 0-4 maanden;

c. prioriteit laag:

maximaal 0-6 maanden.

Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen wordt om een last onder dwangsom / last onder bestuursdwang in te zetten. Artikel 5 Intrekken toestemming tot exploitatie Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.

Hoofdstuk 3 Bestraffend traject Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen. Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete 1. Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid van de Wet kinderopvang wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd. 2. In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht met 0,5 kan worden vermenigvuldigd. Artikel 8 Recidive Bij de vaststelling van de boete kan het college besluiten om bij recidive het bedrag te verhogen: a. 1,5 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd; b. 2 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd;. Artikel 9 Matiging 1.

Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van - de ernst van de overtreding

- de mate van verwijtbaarheid - de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of - de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze beleidsregels handhaving onevenredig is. 2. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien. Artikel 10 Samenloop De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. Artikel 11 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Zeist 2022”. Artikel 12 Inwerkingtreding De “Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Zeist 2022” treden in werking de dag volgend op de bekendmaking. Tegelijkertijd worden de “Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Zeist” ingetrokken.

Toelichting Algemene toelichting

Hoofdstuk 2 Herstellend traject In een herstellend traject zijn verschillende stappen te onderscheiden. Stap 1: waarschuwing. Stap 2: aanwijzing (artikel 1.65 eerste lid Wko). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau bevindt dat de bij of krachtens artikelen 1.47 lid 1 en 1.48d tot en met 1.59 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen’) niet of in onvoldoende mate naleeft, geeft de houder een schriftelijke aanwijzing. In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder binnen de gestelde termijn genomen dienen te worden. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. In geval van een overtreding met de prioriteit hoog, zal de hersteltermijn maximaal 4 weken bedragen. Is er sprake van een overtreding met een gemiddelde of lage prioriteit dan bedraagt de hersteltermijn maximaal respectievelijk 4 of 6 maanden. Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding duurzaam beëindigd te zijn.

Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel aan de GGD opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan wordt een volgende stap ingezet. Stap 3: last onder dwangsom of last onder bestuursdwang (artikel 125, tweede lid Gemeentewet en artikel 5:32 Awb). De algemene bestuursdwangbevoegdheid is neergelegd in artikel 125 van de Gemeentewet. In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding te beëindigen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom is een van de bestuursdwangbevoegdheid afgeleide bevoegdheid; neergelegd in artikel 5:32 Awb. Een last onder dwangsom wordt opgelegd met als doel herstel van de overtreding en/of voorkoming van herhaling van de overtreding. De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat

heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit. Ook kan besloten worden een volgende stap in het herstellend traject te zetten. De last onder dwangsom kan ook preventief worden opgelegd. Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt, dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen. Stap 4: exploitatieverbod (artikel 1.66 Wko). Het college kan de houder verbieden een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau in exploitatie te nemen danwel de exploitatie voort te zetten. Dit kan het college onder andere in de volgende gevallen: -

zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is (eerste lid). als een kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal niet of niet langer aan de kwaliteitseisen voldoet (tweede lid).

Stap 5: het intrekken van de beschikking met toestemming tot exploitatie en het verwijderen van de registratie uit het landelijk register kinderopvang, artikel 1.46 vijfde en zesde lid van de Wko, artikel 1.47a, tweede lid van de Wko en artikel 8, eerste lid van het Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang. Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie kan intrekken en de registratie van deze voorziening verwijdert uit het register: -

indien is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert;

-

indien uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 Wko gegeven voorschriften;

-

indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de organisatie voor kinderopvang niet daadwerkelijk is aangevangen.

Vanaf het moment dat een voorziening voor kinderopvang de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en de registratie van deze voorziening verwijderd is uit het landelijk register kinderopvang, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van de exploitatie leidt tot niet geregistreerde kinderopvang (illegale kinderopvang) en kan leiden tot een bestuurlijke boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

Hoofdstuk 3 Bestraffend traject

Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete (artikel 1.72, eerste lid van de Wko). In de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2022 is neergelegd op welke wijze het college invulling geeft aan zijn beleidsvrijheid. Het beleid houdt in dat het college in geval van een overtreding met prioriteit hoog, gemiddeld of laag, gebruikt maakt van zijn bevoegdheid en een boete ter hoogte van het in het afwegingsoverzicht genoemde bedrag (met inachtneming van de bepalingen over de boete in deze beleidsregels) kan opleggen. Uitzondering hierop is de voorziening voor gastouderopvang. Hiervoor geldt dat de hoogte van de boete zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht wordt gehalveerd. De achterliggende gedachte hierbij is het bijzondere karakter van deze voorziening. Als er sprake is van een overtreding zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder “overige overtredingen” dan kan het college eveneens een boete opleggen. Bij overtredingen met een prioriteit gemiddeld of laag, kan het college besluiten een boete op te leggen. De hoogte van de boete zal met inachtneming van de algemene bepalingen hieromtrent worden bepaald.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Toepassing Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 2 Vormen van sanctioneren In dit artikel worden de vormen van handhaving benoemd. Een herstelsanctie is gericht op herstel van een overtreding en/of voorkoming van herhaling. Een bestraffende sanctie is gericht op bestraffen van een begane overtreding. In de Algemene wet bestuursrecht wordt ook wel gesproken over leedtoevoeging. Artikel 3 Kwaliteitseisen De kwaliteitseisen waaraan bij of krachtens de Wet kinderopvang voldaan moet worden staan in de wet- en regelgeving. Een volledige opsomming is ook terug te vinden in de door de toezichthouder gebruikte modelrapporten. Artikel 4 Herstelsancties Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de algemene toelichting op hoofdstuk 2 hierboven. Artikel 5 Intrekken toestemming tot exploitatie Indien een geregistreerde voorziening, te weten dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang niet meer voldoet aan de definitie hiervan in de Wet kinderopvang, wordt de gegeven toestemming tot exploitatie

door middel van een beschikking ingetrokken en zal deze uit het landelijk register kinderopvang worden verwijderd. Dit omdat uitsluitend voorzieningen die aan de definitie voldoen dienen te worden geregistreerd en geëxploiteerd mogen worden. Er zal in dit geval geen herstellend handhavingstraject worden ingezet. Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete Het opleggen van een bestuurlijke boete is een bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college een bestuurlijke boete op kan leggen, maar daartoe niet verplicht is. Indien het college daartoe overgaat, is hetgeen in deze beleidsregels is bepaald onverkort van toepassing. Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete Eerste lid In de Wet kinderopvang is het maximaal op te leggen boetebedrag aangegeven. Het college heeft derhalve beleidsvrijheid ten aanzien van de hoogte van het op te leggen boetebedrag naar aanleiding van een specifieke overtreding. Voor overtreding van de kwaliteitseisen geldt dat het college de hoogte van de boetebedragen heeft afgestemd op de prioritering van de overtreding. Een hoge prioritering betekent dat er ook in algemene zin sprake is van een ernstige overtreding, terwijl aan minder ernstige overtredingen een lage(re) prioritering (gemiddeld of laag) is toegekend.

Mede gelet op het in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang neergelegde boetemaximum heeft dit geleid tot de volgende verdeling. Prioritering

Boetebedrag

Hoog

€ 1.000,- tot € 8.000,-

Gemiddeld

€ 750,- tot € 3.000,-

Laag

Maximaal € 1500,-

Uitzonderingen hierop zijn: ·

In geval van overtreding van de artikelen 1.66 en 1.45 is sprake van economische delicten, gesanctioneerd in de Wet op de Economische Delicten. In artikel 1 en 6 van deze wet is bepaald dat deze overtredingen beboet worden met een boete van de vierde categorie. De boetebedragen in onderhavig beleid komen hiermee overeen.

·

Overtreding van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht is een strafbaar feit; strafbaar gesteld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht: “Hij die

opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.” Het boetebedrag voor deze overtreding, komt overeen met het in het Wetboek van Strafrecht genoemde bedrag voor overtredingen van de tweede categorie. Tweede lid Gezien het bijzondere karakter van de voorziening voor gastouderopvang is ervoor gekozen de hoogte van de op te leggen boete met de helft te verlagen. Dit geldt niet wanneer het een kwaliteitseis is die specifiek alleen aan de gastouder wordt gesteld. In dat geval is de boete al op deze situatie afgestemd. Het voorgaande laat onverlet dat het college op grond van artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht gehouden is de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het college zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

Het college heeft door middel van de prioritering en de aansluiting op de betreffende strafrechtelijke overtredingen de ernst van de overtredingen geobjectiveerd. Artikel 8 Recidive Bij recidive treedt strafverzwaring op. Dit artikel bepaalt de hoogte van de strafverzwaring. In het geval de overtreder de afgelopen twee jaar al eerder is beboet voor eenzelfde overtreding verhoogt het college de boete met 50%. Daarbij is irrelevant of de in het verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau, peuterspeelzaal of gastouderopvang waarvoor de nieuwe boete wordt opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een boete is opgelegd. Iedere volgende overtreding binnen de periode van twee jaar wordt bestraft met een boete van 2 maal het in het afwegingsoverzicht opgenomen boetebedrag. Artikel 9 Matiging Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 10 Samenloop Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 11 Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.

Bijlage: Afwegingsoverzicht Begripsomschrijvingen In dit afwegingsmodel wordt verstaan onder: Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

Besluit go:

Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Besluit ko:

Besluit kwaliteit kinderopvang;

Besluit registers:

Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang;

Besluit ve:

Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

bso:

kindercentrum voor buitenschoolse opvang;

dag:

kindercentrum voor dagopvang;

gob:

gastouderbureau;

lrk:

landelijk register kinderopvang;

onverwijld:

maximaal 4 weken bij een wijziging als bedoeld in artikel 1.47, lid 1, Wko;

prk:

personenregister kinderopvang;

Regeling ehbo:

Regeling aanwijzing geregistreerde certificaten voor kinderopvang inzake met goed […] afgesloten onderricht verlenen van eerste hulp aan kinderen;

Regeling go:

Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;

Regeling Wko:

Regeling Wet kinderopvang;

ve:

voorschoolse educatie;

vgo:

voorziening voor gastouderopvang;

vog:

verklaring omtrent het gedrag;

Wko:

Wet kinderopvang.

HOOFDSTUK 1. KINDERCENTRA VOOR DAG- EN BUITENSCHOOLSE OPVANG Registratie, wijzigingen en administratie 1.1.1 Registratie Overtreding 

a. Een kindercentrum is in exploitatie zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen.

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.45, lid 3 (dag, bso)

Hoog

€ 20.750

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.47, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 1.000

1.1.2 Wijzigingen Overtreding 

a. De houder doet van een wijziging in aangewezen gegevens niet onverwijld mededeling aan het college.

1.1.3 Administratie

Besluit lrk 7, lid 2 en 5, lid 1 en 2 (dag, bso)

Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. Kinderopvang geschiedt niet op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.

Wko 1.52, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 500

b. De administratie is niet zodanig ingericht dat op verzoek tijdig gegevens kunnen worden verstrekt.

Regeling Wko 11, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 8.000

c. De administratie is niet compleet.

Regeling Wko 11, lid 2 (dag, bso)

Hoog

€ 500

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. Het kindercentrum beschikt niet over een pedagogisch beleidsplan.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

De houder draagt er geen zorg voor dat conform het plan wordt gehandeld.

Besluit ko 3, lid 1 (dag), 12, lid 1 (bso)

Hoog

€ 2.000

De houder geeft geen uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat ve betreft.

Besluit ve 4a, lid 2 (ve)

b. Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 500

per overeenkomst

per onderdeel

1.2 Pedagogisch klimaat 1.2.1 Pedagogisch beleid Overtreding 

Besluit ko 3, lid 2 en 3 (dag), 12, lid 2 en 3 (bso)

per onderdeel

Besluit ve 4a, lid 1 (ve) 

c. De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan niet jaarlijks en stelt deze niet zo nodig bij.

Besluit ve 4a, lid 2 (ve)

Gemiddeld

€ 2.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.49, lid 1 en 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 10.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

1.2.2 Pedagogische praktijk Overtreding 

a. De houder draagt geen zorg voor verantwoorde kinderopvang. De houder houdt geen rekening met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden.

Besluit ko 2 (dag), 11 (bso)

1.2.3 Voorschoolse educatie Overtreding 

a. Voorschoolse educatie omvat minder dan 10 uur per week.

Besluit ve 2 (ve)

Hoog

€ 2.000

b. Voor de voorschoolse educatie wordt geen programma gebruikt.

Besluit ve 5 (ve)

Hoog

€ 3.000

1.3 Personeel en groepen 1.3.1 Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. Een vog-plichtige: - is niet in het bezit van een geldige vog; of

Wko 1.50, lid 3 en 4 en 1.48d, lid 2 en 3 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000 per persoon

voor zover het natuurlijke personen betreft - is niet ingeschreven in het prk; of - is niet gekoppeld aan de houder in het prk. Een persoon die niet voldoet aan de vog/prkeisen heeft zijn werkzaamheden aangevangen. 

b. De houder overlegt niet (tijdig) opnieuw zijn geldige vog, op verzoek van de toezichthouder.

Wko 1.50, lid 6 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

c. De houder verlangt niet dat een vog-plichtige (tijdig) opnieuw zijn geldige vog overlegt.

Wko 1.50, lid 7 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

d. De houder overlegt niet (tijdig) de geldige vog van een persoon van 12 jaar of ouder, op verzoek van de toezichthouder.

Wko 1.50, lid 8 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

1.3.2 Opleidingseisen en eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleidingen stagiairs Overtreding 

a. Een beroepskracht of een pedagogisch

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

beleidsmedewerker beschikt niet over een passende opleiding.

Besluit ko 6, lid 1 en 3 (dag), 15, lid 1 en 3 (bso) Regeling Wko 7, lid 1 en 2 (dag), 9a, lid 1 en 3 (bso)

b. Een beroepskracht meertalige bso beschikt niet over: - een passende opleiding; of - beheerst niet aantoonbaar ten minste niveau B2 voor gesprekken voeren, lezen, luisteren en spreken van de Duitse, Engelse of Franse taal.

c. Een beroepskracht ve: - beschikt niet over een passende opleiding; of

Wko 1.50, lid 1 (bso)

Hoog

€ 3.000

Hoog

€ 3.000

Hoog

€ 1.000

Hoog

€3.000

Besluit ko 15, lid 1 (bso) Regeling Wko 9a, lid 1 en 2 (bso)

Besluit ve 4, lid 1, 2, 3 en 3a (ve) Regeling Wko 10c (ve)

- beheerst niet aantoonbaar ten minste niveau 3F voor mondelinge taalvaardigheid en lezen. 

d. De inzet van een beroepskracht in opleiding of stagiair geschiedt niet overeenkomstig de cao. Meer dan 1/3 van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op het kindercentrum bestaat

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Regeling Wko 9 (dag) 9c (bso)

uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. 

e. Bij de inzet van een beroepskracht in opleiding of stagiair is geen rekening gehouden met de opleidingsfase.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

f. De houder stelt niet jaarlijks voor elke locatie een opleidingsplan vast.

Besluit ve 4, lid 4 (ve)

Hoog

€ 3.000

Gemiddeld

€ 1.000

Gemiddeld

€ 500

Besluit ko 7, lid 8 (dag), 16, lid 7 (bso)

De houder geeft geen uitvoering aan het plan.

per onderdeel

Het plan is niet compleet. De houder evalueert het plan niet jaarlijks en stelt deze niet zo nodig bij. 1.3.3 Aantal beroepskrachten Overtreding 

a. De beroepskrachtkindratio wordt niet nageleefd.

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 5.000 (dag) € 2.500 (bso)

Besluit ko 7, lid 1, 2, 4 en 7 (dag), 16, lid 1, 2 en 4 (bso) Besluit ve 3, lid 1 (ve)

b. De houder informeert ouders niet over de tijden waarop wel en niet wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso) Besluit ko 3, lid 4 (dag), 12, lid 4 (bso)

Gemiddeld

€ 500

Hoog

€ 2.000

Hoog

€ 2.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder heeft het minimaal aantal uren waarvoor hij jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers inzet, niet afgestemd op het aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal kindercentra dat hij exploiteert.

Wko 1.50, lid 1

Hoog

€ 2.000

b. De houder bepaalt de wijze waarop hij de uren (waarvoor hij pedagogisch beleidsmedewerkers inzet) verdeelt over zijn kindercentra, niet jaarlijks.

Wko 1.50, lid 1

Hoog

€ 1.000

Hoog

€ 2.000

c. Er is geen volwassene beschikbaar in geval van een calamiteit. De houder informeert zijn personeel niet over de naam en het telefoonnummer van deze persoon.

d. Er is ter ondersteuning van de beroepskracht niet ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso) Besluit ko 7, lid 5 (dag), 16, lid 5 (bso)

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso) Besluit ko 7, lid 6 (dag), 16, lid 6 (bso)

1.3.4 Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers Overtreding 

De houder legt de verdeling niet schriftelijk vast. De verdeling van de uren is niet zodanig dat iedere

Besluit ko 8, lid 1 en 2 (dag), 17, lid 1 en 2 (bso)

Besluit ko 8, lid 3 (dag), 17, lid 3 (bso)

beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt. 1.3.5 Stabiliteit van de opvang voor kinderen Overtreding 

a. De opvang vindt niet plaats in stam- of basisgroepen. Een kind wordt opgevangen in meer dan één stamgroep.

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 4.000 (dag) € 2.000 (bso)

Besluit ko 9, lid 1 (dag), 18, lid 1 (bso)

€ 3.000

Besluit ve 3, lid 2 (ve)

De maximale (ve) groepsgrootte wordt overschreden. 

b. De houder informeert de ouders en het kind niet over de stamgroep en de toegewezen beroepskrachten.

Wko 1.50, lid 1 (dag)

c. Aan een kind zijn teveel vaste beroepskrachten toegewezen.

Wko 1.50, lid 1 (dag)

Gemiddeld

€ 1.000

Hoog

€ 3.000

Gemiddeld

€ 2.000

Gemiddeld

€ 1.000

Besluit ko 9, lid 3 (dag)

Besluit ko 9, lid 4 (dag)

Van een kind is geen vaste beroepskracht werkzaam op de stamgroep. 

d. Een kind maakt gedurende de week gebruik van meer dan twee verschillende stamgroepruimtes.

Wko 1.50, lid 1 (dag)

e.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Besluit ko 9, lid 6 (dag)

Aan een kind is geen mentor toegewezen.

Besluit ko 9, lid 11 (dag), 18, lid 5 (bso)

Gemiddeld

€ 500

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

De mentor is geen beroepskracht van het kind. De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind niet periodiek met de ouders. De mentor is voor de ouders geen aanspreekpunt bij vragen over het kind. 1.3.6 Gebruik van de voorgeschreven voertaal Overtreding 

a. De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt.

Wko 1.55, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

b. De houder heeft geen gedragscode vastgesteld of hier wordt niet naar gehandeld.

Wko 1.55, lid 2 (dag, bso)

Hoog

€ 2.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

Hoog

€ 2.000

1.4 Veiligheid en gezondheid 1.4.1 Veiligheids- en gezondheidsbeleid Overtreding 

a. De houder heeft geen veiligheids- en gezondheidsbeleid. De houder draagt er geen zorg voor dat conform het beleid wordt gehandeld.

Besluit ko 4, lid 1 (dag), 13, lid 1 (bso)

b. De houder heeft het beleid niet schriftelijk vastgelegd. De houder houdt het beleid niet actueel.

c. Het beleid is niet compleet.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

Hoog

€2.000

Gemiddeld

€ 500

Besluit ko 4, lid 2 (dag), 13, lid 2 (bso) Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

per onderdeel

Besluit ko 4, lid 3, 4 (dag), 13, lid 3 (bso) 

d. Er is niet te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

Besluit ko 4, lid 5 (dag), 13, lid 4 (bso) Regeling Wko 8 (dag), 9b (bso) Regeling ehbo 1 (dag, bso)

1.4.2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Overtreding 

a. De houder heeft voor het personeel geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp.

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.51a, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

b. De meldcode is niet compleet.

Wko 1.51a, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 500 per onderdeel

Besluit ko 5, lid 1 en 2 (dag), 14, lid 1 en 2 (bso) 

c. De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode niet.

Wko 1.51a, lid 4 (dag, bso)

Hoog

€ 2.000

d. De houder treedt niet, nadat hem bekend is geworden dat een personeelslid zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige.

Wko 1.51b, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

e. De houder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling.

Wko 1.51b, lid 2 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

Wko 1.51b, lid 5 en1.51c, lid 3 (dag, bso)

Hoog

€ 2.000

De houder stelt de deskundige niet onverwijld in kennis van de aangifte. 

f. De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze met

betrekking tot misdrijven niet. 1.5 Accommodatie Overtreding 

a. De binnen- of buitenruimtes zijn niet: - veilig; - toegankelijk;

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

Hoog

€ 3.000

Hoog

€ 2.000

Hoog

per groep

Besluit ko 10, lid 1 (dag), 19, lid 1 (bso)

- passend ingericht. 

b. Een stamgroep beschikt niet over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Per aanwezig kind is niet ten minste 3,5 m2 binnenspeelruimte beschikbaar.

c. Per aanwezig kind is niet ten minste 3m2 vaste buitenspeelruimte beschikbaar. De buitenspeelruimte is niet aangrenzend (dag).

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso) Besluit ko 10, lid 2 (dag), 19, lid 2 (bso)

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso)

€ 3.000

Hoog

€ 2.000

Gemiddeld

€ 1.000

Hoog

€ 3.000

Besluit ko 10, lid 3 (dag), 19, lid 3 (bso)

De buitenspeelruimte is niet in de directe nabijheid van het kindercentrum en veilig bereikbaar (bso). 

d. Het kindercentrum beschikt niet over een afzonderlijke slaapruimte.

1.6 Ouderrecht

Wko 1.50, lid 1 (dag, bso) Besluit ko 10, lid 4 (dag)

1.6.1 Informatie Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder informeert de ouders en een ieder die daar om verzoekt niet over het te voeren beleid als bedoeld in paragraaf 2 ‘Eisen’ van de Wko.

Wko 1.54, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

b. De houder informeert ouders en personeel niet (juist) over het inspectierapport.

Wko 1.54, lid 2 en 3 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.58, lid 1 en 2 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

Wko 1.58, lid 3 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

Wko 1.58, lid 4, 5 en 6 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

1.6.2 Oudercommissie Overtreding 

a. Er is geen oudercommissie ingesteld. De houder spant zich niet voldoende in om een oudercommissie in te stellen.

b. De houder betrekt ouders niet voldoende. De houder biedt ouders niet de gelegenheid om deel te nemen aan een oudercommissie.

c. De oudercommissie voldoet niet aan de eisen.

d. De houder heeft geen reglement oudercommissie vastgesteld.

Wko 1.59, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 500

e. Het reglement voldoet niet aan de eisen.

Wko 1.59, lid 2, 3, 4 en 5 (dag, bso)

Laag

€ 500

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

1.6.3 Klachten en geschillen Overtreding 

a. De houder treft voor bepaalde zaken geen klachtenregeling voor ouders.

Wko 1.57b, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

b. De klachtenregeling is niet schriftelijk vastgelegd.

Wko 1.57b, lid 2 (dag, bso)

Gemiddeld

€1.000

Gemiddeld

€ 500 per onderdeel

De klachtenregeling is niet compleet. 

c. De houder brengt de klachtenregeling of wijzigingen hiervan niet onder de aandacht van ouders.

Wko 1.57b, lid 3 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

Wko 1.57b, lid 4 (dag, bso)

Laag

€ 500

De houder handelt niet overeenkomstig de klachtenregeling. 

d. De houder draagt geen zorg voor een jaarlijks klachtenverslag. Het klachtenverslag is niet compleet.

Regeling Wko 11h (dag, bso)

e. Het klachtenverslag voldoet niet aan de eisen.

Wko 1.57b, lid 5 en 6 (dag, bso)

Laag

€ 500

f. De houder zendt het klachtenverslag niet tijdig aan de toezichthouder en brengt het niet gelijktijdig (juist) onder de aandacht van de ouders.

Wko 1.57b, lid 8 (gob)

Laag

€ 500

g. De houder is niet aangesloten bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van geschillen.

Wko 1.57c, lid 1 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

h. De houder brengt de geschillencommissie niet (juist) onder de aandacht van ouders.

Wko 1.57c, lid 2 (dag, bso)

Gemiddeld

€ 1.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder komt een:

Wko 1.65, lid 5 (dag, bso)

Hoog

€ 4.150

- aanwijzing;

Awb 5:20 (dag, bso)

Hoog

€ 20.750

1.7 Overig Overtreding 

- bevel; - vordering tot medewerking; niet na. 

b. De houder exploiteert een kindercentrum, ondanks een verbod hiertoe.

Wko 1.66 (dag, bso)

HOOFDSTUK 2. GASTOUDERBUREAUS EN VOORZIENINGEN VOOR GASTOUDEROPVANG 2.1 Registratie, wijzigingen en administratie 2.1.1 Registratie Overtreding 

a. Een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang is in exploitatie zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen.

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.45, lid 3 (gob, vgo)

Hoog

€ 20.750

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.47, lid 1 (gob)

Hoog

€ 1.000

Gemiddeld

€ 500

2.1.2 Wijzigingen Overtreding 

a. De houder doet van een wijziging in aangewezen gegevens niet onverwijld mededeling aan het college.

Besluit lrk 7, lid 2 en 5, lid 1 en 2 (gob)

2.1.3 Administratie 

a. Gastouderopvang geschiedt niet op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.

Wko 1.56, lid 4 (gob)

per overeenkomst

Regeling Wko 11b en 11e (gob)

De overeenkomst voldoet niet aan de eisen. 

b. De administratie is niet zodanig ingericht dat op

Regeling Wko 11, lid 1 (gob)

Hoog

€ 8.000

verzoek tijdig gegevens kunnen worden verstrekt. 

c. De administratie is niet compleet.

Regeling Wko 11, lid 2 en 3 (gob)

Hoog

€ 500 per onderdeel

Besluit go 7, lid 4 (gob) 2.2 Pedagogisch klimaat 2.2.1 Pedagogisch beleid Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder stelt geen pedagogisch beleidsplan vast.

Wko 1.56, lid 1 (gob)

Hoog

€ 3.000

b. Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet.

Wko 1.56, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 500

c. De houder informeert de vraagouder niet over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan.

Regeling go 12a, lid 2 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

d. De gastouder handelt niet overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 200

2.2.2 Pedagogische praktijk

Besluit go 11, lid 1 (gob)

per onderdeel

Regeling go 12a, lid 1 (gob)

Besluit go 16 (vgo)

Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder draagt geen zorg voor het tot stand brengen en begeleiden van verantwoorde gastouderopvang.

Wko 1.49, lid 4 onder a en 1.56, lid 1 (gob)

Hoog

€ 10.000

b. De gastouder biedt geen verantwoorde gastouderopvang.

Wko 1.49, lid 3 en 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 1.000

2.3 Personeel en eisen aan gastouder 2.3.1 Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang Overtreding 

a. Een vog-plichtige: - is niet in het bezit van een geldige vog; of voor zover het natuurlijke personen betreft

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.56, lid 3 en 1,50, lid 3 en 4 (gob), 1.56b, lid 3 (vgo) en 1.48d, lid 2 (gob, vgo) en 3 (gob)

Hoog

€ 3.000

Wko 1.56, lid 3 en1.50, lid 6 (gob)

Hoog

per persoon

- is niet ingeschreven in het prk; of - is niet gekoppeld aan de houder in het prk. Een persoon die niet voldoet aan de vog/prkeisen heeft zijn werkzaamheden aangevangen. 

b. De houder overlegt niet (tijdig) opnieuw zijn geldige vog, op verzoek van de toezichthouder.

€ 3.000

c. De houder verlangt niet dat een vog-plichtige (tijdig) opnieuw zijn geldige vog overlegt.

Wko 1.56, lid 3 en 1.50, lid 7 en 1.56b, lid 5 (gob)

Hoog

€ 3.000

d. De houder of gastouder overlegt niet (tijdig) de geldige vog van een persoon van 12 jaar of ouder, op verzoek van de toezichthouder.

Wko 1.56, lid 3 en1.50, lid 8 (gob) en 1.56b, lid 7 (vgo)

Hoog

€ 3.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.56, lid 1 (gob) en 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 3.000

Hoog

€ 300

2.3.2 Deskundigheid gastouder Overtreding 

a. De gastouder beschikt niet over een passende beroepskwalificatie.

Besluit go 13, lid 1 onder a en 2 (vgo) Regeling Wko 10, lid 1 en 2, 10a, lid 1 en 2, 10b, lid 1 en 2 (vgo) 

b. De gastouder is niet in het bezit van een geldige kwalificatie voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo) Besluit go 13, lid 1 onder b en 3 (vgo) Regeling Wko 10d (vgo) Regeling ehbo 1 (vgo)

2.3.3 Gebruik van de voorgeschreven voertaal Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt.

Wko 1.55, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 300

b. De houder heeft geen gedragscode vastgesteld of hier wordt niet naar gehandeld.

Wko 1.55, lid 2 (gob, vgo)

Hoog

€ 2.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 300

Hoog

€ 200

Hoog

€ 300

2.4 Accommodatie 2.4.1 Eisen aan ruimtes Overtreding 

a. Het opvangadres beschikt niet over voldoende speelruimte.

Besluit go 15, lid 1 (vgo) Regeling go 14, lid 1 onder a (vgo)

b. De voorziening voor gastouderopvang beschikt niet over voldoende buitenspeelmogelijkheden.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo) Besluit go 15, lid 1 (vgo) Regeling go 14, lid 1 onder b (vgo)

c. De binnen- of buitenruimtes zijn niet:

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

- veilig; - toegankelijk;

Besluit go 15, lid 1 (vgo)

- passend ingericht. 

d. De voorziening voor gastouderopvang is niet voorzien van rookmelders die voldoen aan de eisen.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

e. De voorziening voor gastouderopvang is niet altijd rookvrij.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

f. Het opvangadres beschikt niet over voldoende (afzonderlijke) slaapruimte.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 200

Hoog

€ 200

Hoog

€ 300

Gemiddeld

€ 1.000

Regeling go 14, lid 1 onder c (vgo)

Regeling go 14, lid 1 onder d (vgo)

Besluit go 15, lid 1 (vgo) Regeling go 14, lid 1 onder a (vgo)

g. De eisen aan ruimtes waar gastouderopvang plaatsvindt, worden niet jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek aan de voorziening voor gastouderopvang.

Wko 1.56, lid 1 (gob)

per vgo Regeling go 14, lid 2 (gob)

2.4.2 Groepssamenstelling Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De maximale groepsgrootte wordt niet afgestemd op de leeftijd van de opvangkinderen. Bij een gastouder worden meer dan 6 kinderen gelijktijdig opgevangen.

b. De houder draagt er geen zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep opvangkinderen verantwoord is.

Hoog

€ 300

Hoog

€ 3.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.51 (gob)

Hoog

€ 3.000

Hoog

€ 2.000

Wko 1.56b, lid 1 (vgo) Besluit go 14, lid 1 (vgo) Regeling go 13, lid 1 (vgo) Wko 1.56, lid 1 (gob) Regeling go 11b, lid 1 (gob)

2.5 Veiligheid en gezondheid 2.5.1 Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid Overtreding 

a. De houder voert geen beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de door de gastouder op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Besluit go 7, lid 1 (gob)

De houder legt niet in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico’s de opvang van kinderen met zich brengt. 

b. De houder inventariseert niet samen met de gastouder jaarlijks de veiligheids- en gezondheidsrisico’s die de

Wko 1.51 (gob) Besluit go 7, lid 2 (gob)

opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes met zich brengt. De houder draagt er geen zorg voor dat daartoe elk opvangadres ten minste een keer per jaar wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau. 

c. De risico-inventarisatie is niet compleet.

Wko 1.51 (gob)

Gemiddeld

€ 500 per onderdeel

Besluit go 7, lid 3 en 5 (gob) Regeling go 11, lid 1, 3 en 4 (gob, vgo) 

d. De gastouder neemt de risico-inventarisatie niet in acht.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 200

Besluit go 12, lid 1 (vgo) Regeling go 11, lid 2 (vgo)

e. De risico-inventarisatie is niet inzichtelijk voor vraagouders.

Besluit go 7, lid 3 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

f. Er is geen ondertekend origineel van de risicoinventarisatie bij de voorziening voor gastouderopvang aanwezig.

Besluit go 12, lid 1 (vgo)

Gemiddeld

€ 100

Regeling go 11, lid 1 (vgo)

2.5.2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Overtreding 

a. De houder heeft voor de gastouders geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld.

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.51a, lid 1 (gob)

Hoog

€ 3.000

Wko 1.51a, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 500

In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp. 

b. De meldcode is niet compleet.

per onderdeel

Besluit go 8, lid 1 en 2(gob) 

c. De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode niet.

Wko 1.51a, lid 4 (gob)

Hoog

€ 2.000

d. De houder treedt niet, nadat hem bekend is geworden dat:

Wko 1.51b, lid 1 (gob)

Hoog

€ 3.000

- een personeelslid; of - een gastouder; of - een meerderjarige als bedoeld in artikel 1.56b, lid 3, Wko zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of

mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige. 

e. De houder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling.

Wko 1.51b, lid 2 (gob)

Hoog

€ 3.000

De houder stelt de deskundige niet onverwijld in kennis van de aangifte. 

f. De gastouder treedt niet, nadat hem bekend is geworden dat de houder (een natuurlijk persoon) zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige.

Wko 1.51c, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 300

g. De gastouder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een vermoeden dat de houder zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling.

Wko 1.51c, lid 2 (vgo)

Hoog

€ 300

h. De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze met betrekking tot misdrijven niet.

Wko 1.51b, lid 5 en1.51c, lid 3 (gob)

Hoog

€ 2.000

i. De gastouder leeft de meldcode niet na.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 200

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De gastouder is telefonisch niet goed bereikbaar.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Gemiddeld

€ 100

b. De gastouder zorgt niet voor een adequate vervanging bij calamiteiten.

Wko 1.56b, lid 1 (vgo)

Hoog

€ 200

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.54a, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

2.5.3 Bereikbaarheid gastouder en achterwacht Overtreding 

Besluit go 12, lid 2 (vgo)

Besluit go 12, lid 2 (vgo) Regeling go 12 (vgo)

2.6 Ouderrecht 2.6.1 Informatie Overtreding 

a. De houder informeert de ouders en een ieder die daar om verzoekt niet over het te voeren beleid als bedoeld in paragraaf 2 ‘Eisen’ van de Wko.

b. De houder informeert ouders, personeel en gastouders niet (juist) over het inspectierapport inzake zijn gastouderbureau of een aangesloten voorziening voor gastouderopvang.

Wko 1.54a, lid 2 en 3 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.58, lid 1 en 2 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

Wko 1.58, lid 3 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

2.6.2 Oudercommissie Overtreding 

a. Er is geen oudercommissie ingesteld. De houder spant zich niet voldoende in om een oudercommissie in te stellen.

b. De houder betrekt ouders niet voldoende. De houder biedt ouders niet de gelegenheid om deel te nemen aan een oudercommissie.

c. De oudercommissie voldoet niet aan de eisen.

Wko 1.58, lid 4, 5 en 6 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

d. De houder heeft geen reglement oudercommissie vastgesteld.

Wko 1.59, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 500

e. Het reglement voldoet niet aan de eisen.

Wko 1.59, lid 2, 3, 4 en 5 (gob)

Laag

€ 500

2.6.3 Klachten en geschillen Overtreding

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder treft voor bepaalde zaken geen klachtenregeling voor ouders.

Wko 1.57b, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

b. De klachtenregeling is niet schriftelijk vastgelegd.

Wko 1.57b, lid 2 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

Gemiddeld

€ 500 per onderdeel

De klachtenregeling is niet compleet. 

c. De houder brengt de klachtenregeling of wijzigingen hiervan niet onder de aandacht van ouders.

Wko 1.57b, lid 3 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

Wko 1.57b, lid 4 (gob)

Laag

€ 500

De houder handelt niet overeenkomstig de klachtenregeling. 

d. De houder draagt geen zorg voor een jaarlijks klachtenverslag. Het klachtenverslag is niet compleet.

Regeling Wko 11h (gob)

e. Het klachtenverslag voldoet niet aan de eisen.

Wko 1.57b, lid 5 en 6 (gob)

Laag

€ 500

f. De houder zendt het klachtenverslag niet tijdig aan de toezichthouder en brengt het niet gelijktijdig (juist) onder de aandacht van de ouders.

Wko 1.57b, lid 8 (gob)

Laag

€ 500

g. De houder is niet aangesloten bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van geschillen.

Wko 1.57c, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

h. De houder brengt de geschillencommissie niet (juist) onder de aandacht van ouders.

Wko 1.57c, lid 2 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

a. De houder draagt geen zorg voor het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders.

Wko 1.49, lid 4 onder b (gob)

Hoog

€ 1.000

b. De houder draagt er geen zorg voor dat de volgende gesprekken plaatsvinden:

Wko 1.56, lid 1 (gob)

Hoog

2.7 Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht Overtreding 

- intakegesprek met de gast- en vraagouder;

per vgo

€ 1.000 per gesprek

Regeling go 11a, lid 1 onder a, b, c, d en lid 2 (gob)

- koppelingsgesprek met gast- en vraagouder; - voortgangsgesprek met de gastouder. De gesprekken vinden niet plaats bij de voorziening voor gastouderopvang. De gesprekken worden niet gevoerd door een bemiddelingsmedewerker. 

c. De houder draagt er geen zorg voor dat de gastouderopvang jaarlijks

Wko 1.56, lid 1 (gob)

Gemiddeld

€ 1.000 per vgo

mondeling met de vraagouders wordt geëvalueerd.

Regeling go 11a, lid 1 onder e (gob)

De evaluatie wordt niet schriftelijk vastgelegd. 

d. De houder draagt er geen zorg voor dat een bemiddelingsmedewerker in ieder geval twee maal per jaar de adressen bezoekt waar opvang door de gastouder plaatsvindt.

Wko 1.56, lid 1 (gob)

e. De houder maakt geen gebruik van het burgerservicenummer van de ouder.

Wko 1.56a (gob)

f. De houder draagt er geen zorg voor dat per gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling.

Wko 1.56, lid 1 (gob)

g. De houder draagt er geen zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraagouder en de gastouder en verstrekt hen hierover geen informatie.

Wko 1.56, lid 1 (gob)

Hoog

€ 1.000 per vgo

Regeling go 11a, lid 1 onder f (gob)

Laag

€ 500 per ouder

Hoog

€ 3.000 per vgo

Regeling go 11b, lid 2 (gob) Gemiddeld

€ 1.000

Artikel

Prioriteit

Boetebedrag

Wko 1.65, lid 5 (gob, vgo)

Hoog

€ 4.150

Regeling go 11b, lid 3 (gob)

Overig Overtreding 

a. De houder of gastouder komt een: - aanwijzing;

- bevel;

Awb 5:20 (gob, vgo)

- vordering tot medewerking; niet na. 

b. De houder of gastouder exploiteert een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang, ondanks een verbod hiertoe.

Wko 1.66 (gob, vgo)

Hoog

€ 20.750

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11525612/1