RIB21.209 Nieuwe Wet Inburgering
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 21-12-2021/RIB21.209
21 december 2021
Datum Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
433606
Uw kenmerk
1 Nieuwe Wet Inburgering 1 januari 2022
Behandeld door
Melle Maanen, van Bruggen, van
Geachte leden van de raad, Vanaf 1 januari krijgen gemeente de regie op de inburgering weer terug. Tot op heden zijn er in de regio ZOU ruim 500 inburgeraars bezig hun inburgeringstraject te voltooien. Voor Zeist zijn dit ruim 70 inburgeraars, waarvan een deel einde 2021/ begin 2022 hun inburgeringstraject zullen voltooien. Via deze informatienota willen wij u informeren over de voortgang rond de voorbereiding op de nieuwe Wet Inburgering. Eerder hebben wij u in mei 2021 geïnformeerd over het Implementatieplan Nieuwe Wet Inburgering regio Zuidoost Utrecht (ZOU) en het aangaan van het inkoopconvenant taalonderwijs in U16 verband. Actuele ontwikkelingen die in deze nota worden toegelicht zijn: 1. 2. 3. 4.
de aanbesteding van de inburgeringstrajecten in U16 verband. de voortgang van het Implementatieplan Nieuwe Wet Inburgering de intensieve aanpak nieuwe inwoners onder het oude stelsel en de begeleiding na 1 januari 2022, de begeleiding van de ELIP-groep
In de regio ZOU is de inburgering opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. De Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI) is uitvoeringspartner, daarnaast zijn de lokale vluchtelingenwerk organisaties betrokken en wordt er beroep gedaan op andere maatschappelijke partners. 1. Aanbesteding van de inburgeringstrajecten in U16 verband. Eén van de nieuwe taken van de gemeente in de Wet Inburgering is het aanbieden van taalonderwijs en taalschakeltrajecten aan statushouders. Voor de inkoop van taalonderwijs wordt samengewerkt in U16 verband. Hiervoor is het “Inkoopconvenant Taalonderwijs en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) in de drie leerroutes inburgering U16-gemeenten”vastgesteld. Vijftien gemeenten uit de regio Utrecht kopen dit samen in. Zowel de RDWI als de gemeenten participeren in de totstandkoming van de aanbesteding.
De aanbesteding is verdeeld in drie percelen:
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
1. Het taalonderwijs in de B1-route en Z-route 2. De taalschakeltrajecten naar mbo 3. De taalschakeltrajecten naar hbo en wo Taalonderwijs in de B1-route en Z-route: Sagènn Educatie en TopTaal/ Queridon Het taalonderwijs in de leerroutes naar werk (B1-route) en naar Zelfredzaamheid (Z-route) is gegund aan twee aanbieders: Sagènn Educatie gaat het taalonderwijs bieden in Utrecht Zuid en de subregio’s Lekstroom en Zuid Oost Utrecht. TopTaal en Queridon hebben zich samen ingeschreven en gaan het taalonderwijs in Utrecht Noord en in de subregio West verzorgen. We hebben vertrouwen dat we samen met deze aanbieders kwalitatief en gevarieerd taalonderwijs voor statushouders kunnen organiseren. Een aanbod dat ervoor zorgt dat statushouders zo snel mogelijk een zo hoog mogelijk taalniveau te bereiken. Taalschakeltrajecten mbo, hbo en wo; nog geen aanbod De onderwijsroute is nieuw in de Wet Inburgering. Deze route geeft de inburgeraar de kans om een Nederlands diploma te behalen. Het taalschakeltraject is een belangrijk onderdeel van de onderwijsroute en bestaat uit Nederlandse taal, leervaardigheden, studiekeuze en vakken die nodig zijn voor toelating in de vervolgopleiding. In verschillende gemeenten is in de openbare aanbesteding geen of geen geschikte aanbieder voor de taalschakeltrajecten gevonden omdat het beschikbare budget te laag is.
Ook onze aanbesteding is op dit punt niet geheel naar wens verlopen. Voor de taalschakeltrajecten mbo was één inschrijver die niet aan alle voorwaarden voldeed. De aanbesteding voor de taalschakeltrajecten hbo en wo hebben we gepauzeerd, omdat landelijke ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor dit contract. Landelijke ontwikkelingen Onderwijsroute Diverse partijen, waaronder Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Divosa en G4 ( Samenwerking tussen vier grootste gemeenten van Nederland, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag) hebben er herhaaldelijk bij het Rijk op aangedrongen te komen tot een oplossing voor het dreigend mislukken van de onderwijsroute. Het Rijk heeft vervolgens onderzoek laten doen naar de kosten van de onderwijsroute. Hieruit bleek onder andere dat de kosten veel hoger zijn dan het budget. In de brief aan de Tweede Kamer van 12 november 2021 zijn oplossingen voor de korte termijn bekend gemaakt. De centrumgemeenten (Utrecht is de centrumgemeente voor de ZOU-regio) ontvangen extra middelen voor de instroom in de onderwijsroute in 2022. Het demissionaire kabinet laat het vaststellen van een structurele inbedding en financiering over aan het nieuwe kabinet, waarover we in het voorjaar 2022 duidelijkheid krijgen. Onderwijsroute in 2022 Een snelle start van het inburgeringstraject is zeker voor deze groep van groot belang.
We willen dat zij zonder vertraging kunnen instromen in het gewenste vervolgonderwijs. De verwachting is dat ongeveer 25% van de inburgeraars voor de onderwijsroute kiezen. Voor deze inburgeraars krijgen we in 2022 extra middelen van het Rijk. We gaan in gesprek met de onderwijsinstellingen en andere regionale partners om te zorgen voor een goede invulling van de onderwijsroute in 2022. 2. Voortgang van het Implementatieplan Nieuwe Wet Inburgering regio Zuidoost Utrecht Het Implementatieplan van de RDWI is een belangrijk “spoorboekje” voor de verdere voorbereidingen op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet. Het implementatietraject is georganiseerd langs vijf sporen. Bij de voorbereiding en uitwerking van het Implementatieplan Nieuwe Wet Inburgering zijn de vijf gemeenten en de vluchtelingenwerkorganisaties betrokken. De voorbereidingen zijn in volle gang.
Hieronder een korte weergave van de ingezette sporen. In de bijlage is een uitgebreide stand van zaken en voortgang opgenomen zoals deze is besproken in het algemeen bestuur van de RDWI van 27 oktober jl.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
Spoor 1: Inburgeringsvoorzieningen regionaal (taalinkoop) Zoals hierboven aangegeven wordt voor de inkoop van de Leerroutes op U16-niveau samen opgetrokken, onder leiding van de gemeente Utrecht. Er is in april 2021 door 15 gemeenten een inkoopconvenant ondertekend, met als doel de gezamenlijke inkoop van taalonderwijs inclusief de module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) voor alle drie de Leerroutes. De RDWI neemt deel aan het inkoopproces en borgt samen met de beleidsambtenaren van de gemeenten dat de taalinkoop aansluit bij de ambities en wensen van de ZOU-regio. De regio ZOU heeft bijvoorbeeld als harde voorwaarde gesteld om voor de B1 en Z-leerroute een centrale leslocatie binnen de regio te openen. Spoor 2: Inburgeringsvoorzieningen lokaal (PVT, MAP, participatiedeel Z-route) Naast de inkoop van de Leerroutes dienen overige inburgeringsvoorzieningen georganiseerd te worden. De RDWI regelt sinds juli, samen met een marktpartij, het Participatieverklaringstraject (PVT) voor de huidige inburgeringsplichtigen. De gemeenten werden namelijk geconfronteerd met een aanbieder die zich terug trok uit de regio. De RDWI ziet uitvoering van de PVT als een manier om ervaring op te doen met een nieuwe inburgeringsvoorziening.
Spoor 3: Ketenafspraken Voor de ontwikkeling van instrumenten (onder andere Brede Intake, warme overdracht en PIP) zijn externe werkgroepen opgericht waarin (op onderdelen) het COA en de vluchtelingenwerkorganisaties deelnemen. De verwachting was dat in het kader van de Doorgaande Lijn op U16 niveau regionale werkgroepen geïnformeerd zouden worden; dit initiatief is echter niet gestart vanuit de regio. In mei is het RSD-voorstel ‘Keten- en regieoverleg’ door de gemeentelijke beleidsambtenaren en de vijf vluchtelingenwerkgroepen akkoord bevonden. Het voorstel gaat over het opzetten van vijf lokale overlegstructuren. Enerzijds zal een dergelijke overlegstructuur benut worden voor informatie- en kennisuitwisseling over de nieuwe Wet Inburgering. Anderzijds zullen met lokale partners afspraken worden gemaakt over samenwerking, om daarmee een sluitende keten te vormen rondom de nieuwkomers. In Gemeente Zeist lopen deze regie overleggen al enige tijd, met goede ervaring van de deelnemende partners. Spoor 4: werkprocessen en informatievoorziening De uitvoering van de Wet inburgering moet ingebed worden in de processen en systemen van de RDWI. De basis daarvoor betreft de ‘Klantreis Wet Inburgering’ die op hoofdlijnen is vastgesteld. Dit proces loopt inmiddels.
Spoor 5: Beleids-, sturings- en bedrijfsvoering De activiteiten binnen dit spoor zijn divers, gericht op het opstellen en uitvoeren van het personeelsplan, opstellen van beleid, uitvoering van een communicatieplan, en opleveren van sturings- en managementinformatie. De nieuwe Wet Inburgering moet uitgevoerd worden binnen de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen. De Begroting 2022 van de RDWI vormt het vertrekpunt bij de verdere uitwerking van de aanpak Inburgering 3. De intensieve aanpak nieuwe inwoners onder het oude stelsel en de begeleiding na 1 januari 2022. De intensieve aanpak nieuwkomers is gestart op 8 mei 2018 en had aanvankelijk een looptijd tot 1 mei 2020. In verband met het uitstel van de nieuwe Wet inburgering is na verloop van tijd besloten om de intensieve aanpak te continueren tot aan de invoering van de nieuwe wet (AB-RDWI besluit 26 februari 2020). In het Algemeen bestuur RDWI van 30 juni 2021 is besloten om de inburgeraars die nog onder het oude stelsel vallen (de ‘en ondertussengroep’), nog drie jaar lang te blijven begeleiden conform de intensieve aanpak nieuwkomers, waarmee we al vooruitlopen op de bedoeling van de nieuwe Wet inburgering. De groep zal gedurende de drie jaar stapsgewijs afnemen in omvang.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
Tot op heden bleven klanten die ingeburgerd waren door Team nieuwe inwoners begeleid, in totaal ruim 650 klanten. Inmiddels worden klanten die zijn ingeburgerd overgedragen aan de andere units (werk of activering, afhankelijk van hun mogelijkheden). Nu de klanten zijn ingeburgerd, worden zij gezien als ‘reguliere’ klanten, en zullen ze dus onder de reguliere dienstverlening van de RDWI gaan vallen. Per 1 oktober 2021 is een groep van circa 300 klanten van TNI overgaan naar de andere units. Hierna worden klanten na hun inburgering geleidelijk overgedragen. Omdat een groot deel van deze doelgroep extra begeleiding nodig heeft ten opzichte van ‘reguliere’ klanten (met name door taalproblemen), draagt de RDWI er zorg voor dat de klanten de begeleiding krijgen die ze nodig hebben. Dit doen zij bijvoorbeeld door specialistische klantregisseurs en consulenten aan te stellen en de hoogte van de caseloads naar beneden bij te stellen. Naar verwachting zijn op 1 januari 2022, als de nieuwe Wet inburgering in werking treedt, nog 466 nieuwkomers die nu via de intensieve aanpak nieuwkomers worden begeleid inburgeringsplichtig. De begeleiding van deze groep vindt plaats op basis van de nieuwe klantreis nieuwkomers die geldt voor de inburgeraars die onder de nieuwe wet vallen.
Daarmee wordt ook het nieuwe instrumentarium toe gepast en kunnen zij meeliften op de mogelijkheden die ook nieuwe inburgeraars straks hebben. 4. De begeleiding van de ELIP-groep Een deel van de inburgeraars behoort tot de zogenaamde ELIP groep (ELIP staat voor: Einde Lening nog Inburgeringsplichtig). De ELIP-groep bestaat uit inburgeraars die vallen onder de huidige Wet inburgering, maar die tegen het einde van hun lening aanlopen. De ELIP-groep bestaat uit inburgeringsplichtige asielmigranten en gezinsmigranten. Een inburgeraar is een ELIP-inburgeraar als: • hij in het laatste jaar van zijn inburgeringstermijn zit én • hij tenminste € 7.500 van zijn maximale lening heeft verbruikt, óf • hij tenminste € 9.500 euro heeft verbruikt, ongeacht de termijn die nog open staat. De ELIP-inburgeraars maken deel uit van de zogenaamde ‘en ondertussen’ groep en de dienstverlening aan hen is onderdeel van de intensieve aanpak zoals hierboven beschreven. De ELIP groep wordt als kwetsbaar gezien, omdat het deze inburgeraars mogelijk niet op eigen kracht lukt om hun inburgering succesvol af te ronden. Via diverse brieven heeft de minister aan gemeenten gevraagd extra aandacht te besteden aan deze groep. Omdat de omvang en benodigde inspanningen onduidelijk waren, is afgesproken dat in afwachting van dit voorstel voorkomende gevallen gemeld konden worden bij het Team Nieuwe Inwoners (TNI).
Naar aanleiding daarvan zijn sinds het laatste kwartaal van 2020 in toenemende mate vragen om ondersteuning vanuit de ELIP groep bij de RDWI binnengekomen. Voor hen is een oplossing op maat gevonden, bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van een budget aan een taalschool. Deze vorm van (tijdelijke) dienstverlening is behoorlijk intensief gebleken. Iedere ELIP-vraag vraagt personele inzet om onderzoek te doen, een afweging te maken en afspraken vast te leggen. Daarnaast is voor de meeste vragen een budget nodig. In het Algemeen bestuur van de RDWI van 30 juni is voorgesteld om deze groep proactief te gaan benaderen en een aanpak te ontwikkelen om deze kwetsbare groep structureel te begeleiden. Hier is een plan voor opgesteld en het proces loopt inmiddels. Financieel kader Voor de financiering worden de middelen aangewend die beschikbaar zijn vanuit onderbesteding 2020 bij de RDWI. Vanwege de coronacrisis was sprake van onderbesteding in de programmakosten voor nieuwkomers. Hierdoor vallen middelen vrij die ingezet kunnen worden voor ELIP-klanten die in de problemen komen. De kosten voor 2023 en 2024 worden ten laste van het programmabudget nieuwkomers gebracht. Voor de
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
5
gemeenten zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Als gemeenten blijven we scherp op de financiële consequenties van de onderwijsroute. Hierover komt het rijk in het voorjaar 2022 met meer duidelijkheid. We hopen u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Bijlagen: - Stand van zaken nieuwe Wet inburgering (AB RDWI 27 oktober 2021)
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Bijlage 3a
Stand van zaken nieuwe Wet inburgering
Inleiding In maart 2021 is het Implementatieplan voor de voorbereiding van de nieuwe Wet Inburgering vastgesteld. Daarbij heeft het Algemeen bestuur een aantal aandachtspunten1 meegegeven. Deze aandachtspunten hadden enerzijds betrekking op de vormgeving van de nieuwe dienstverlening, namelijk de vertaling van de succesfactoren van TNI in de toekomstige Klantreis, en een in samenwerking met de vluchtelingenwerkgroepen vorm te geven programma voor ‘financieel ontzorgen’. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur gevraagd om inzage in de planning van het implementatietraject, een gedegen financiële monitoring, en vaste evaluatiemomenten tijdens de uitvoeringsfase van de nieuwe wet inburgering. Deze notitie geeft achtereenvolgens een overzicht van de vormgeving van de nieuwe klantreis inburgering (1), het implementatietraject tot nu toe, met de voortgang binnen de vijf implementatiesporen (2) en de financiële kaders (3). De aandachtspunten van het Algemeen Bestuur worden meegenomen in de verschillende onderdelen.
1. Klantreis nieuwe Wet Inburgering De afgelopen maanden is door interne en externe werkgroepen gewerkt om de toekomstige dienstverlening, de zogenaamde ‘Klantreis Nieuwe Wet Inburgering’, verder uit te denken. Hierbij zijn organisaties zoals het COA en de lokale vluchtelingenwerkorganisaties betrokken. Hieronder worden de keuzes tot nu toe geschetst. Introductie ‘Team Nieuwkomers’ In het kader van de toekomstige dienstverlening van de nieuwe Wet Inburgering is ervoor gekozen de uitvoering te beleggen bij specialistische medewerkers. In de huidige intensieve aanpak is dit een succesfactor gebleken, namelijk specialistische medewerkers met kennis van de doelgroep, cultuur sensitieve vaardigheden, en korte lijnen met betrokken netwerkpartners. De specialistenrol zal daarmee voor uitvoering van de nieuwe wet behouden blijven, en zowel betrekking hebben op regisseursfunctie, en indien sprake is van een bijstandsuitkering, het inkomens- en budgetbeheer. De regisseur met als specialisme ‘inburgering’ zal uitvoering geven aan de nieuwe Inburgeringswet, in combinatie met de Participatiewet. Daarmee wordt een zo integraal mogelijke dienstverlening geboden waarbij de re-integratie en inburgering gezamenlijk worden opgepakt. De klant heeft dus één contactpersoon op het gebied van re-integratie en inburgering.
Er zal daarnaast een regisseur inkomen aangewezen worden, die zich voor de beoordeling en beheer van de bijstandsuitkering specifiek richt op klanten die inburgeringsplichtig zijn. Dit geldt ook voor een budgetbeheerder met als specialisme ‘ontzorgen’ die de doorbetaling van de vaste lasten, in het kader van het wettelijk financieel ontzorgen, gaat faciliteren. De nieuwe Route Inburgering De nieuwe Wet Inburgering heeft tot doel dat de inburgeringsplichtigen sneller en beter integreren in onze samenleving. De wet geldt voor asielmigranten, gezinsmigranten en overige migranten. Bij de integratie zijn veel partijen betrokken. Het is enerzijds belangrijk dat alle partijen goed van elkaar weten wie wat doet. En anderzijds is het voor de interne werkinstructies binnen de RSD noodzakelijk te weten welke stappen er in een inburgeringstraject moeten worden doorlopen. Daarom is deze zomer samen met het
1
Bron: concept verslag Algemeen bestuur d.d. 30 juni 2021
1
COA en de Vluchtelingenwerkorganisaties de ‘Klantreis Inburgering’ vormgeven. Een visualisatie van de klantreis is opgenomen in bijlage 3b 2.
2. Voortgang per implementatiespoor Het implementatietraject is georganiseerd langs vijf sporen. De vijf sporen hebben grote onderlinge samenhang en afhankelijkheid. In onderstaande is per spoor uitgewerkt wat de huidige ontwikkelingen en planning behelzen3. Spoor 1: Inburgeringsvoorzieningen regionaal (taalinkoop) Voor de inkoop van de Leerroutes wordt op U16-niveau samen opgetrokken, onder leiding van de gemeente Utrecht. Er is in april 2021 door 15 gemeenten een inkoopconvenant ondertekend, met als doel de gezamenlijke inkoop van taalonderwijs inclusief de module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) voor alle drie de Leerroutes. De RSD neemt deel aan het inkoopproces en borgt samen met de beleidsambtenaren van de gemeenten dat de taalinkoop aansluit bij de ambities en wensen van de ZOU-regio. De regio ZOU heeft bijvoorbeeld als harde voorwaarde gesteld om voor de B1 en Zleerroute een centrale leslocatie binnen de regio te openen. In aanloop naar de publicatie zijn het regionale inkoopteam4 samen met de regionale Werkgroep Taal5 tot de conclusie gekomen dat het Inkoopconvenant op onderdelen aangepast diende te worden, omdat er keuzes gemaakt zijn die niet overeenkomen met de ‘letter’ van het Inkoopconvenant, maar wel met de ‘bedoeling’. Op vijf onderdelen zal het convenant aangepast worden, waarbij met name de ‘normbedragen’ voor de Leerroutes het meeste impact hebben.
Zie hiervoor het kopje ‘financiën’. In de zomer is bestuurlijk overeengekomen dat de feitelijke ondertekening van het tweede addendum (waar de wijzigingen in opgenomen zijn) pas na de publicatie zal plaatsvinden. Dit vanwege het zomerreces en de planning rondom de aanbesteding. Planning spoor 1: De oorspronkelijke planning van publicatie voor de zomer heeft de gemeente Utrecht niet gehaald. Onder andere doordat het opstellen van de aanbestedingsdocumenten meer tijd en afstemming vroeg. Zo is er in juni een tweede marktconsultatie georganiseerd, die waardevolle informatie heeft opgeleverd. Eind augustus zal het aanbestedingsdocument gepubliceerd worden; in december wordt bekend welke taalbieder gecontracteerd is. De inburgeringstermijnen van nieuwe inburgeringsplichtigen zullen pas na 1 januari gaan lopen, waarbij de opzet van een PIP wettelijk gezien tien weken in beslag mag nemen. Dit geeft de U16-regio voldoende tijd om in december en het eerste kwartaal van 2022 de verdere implementatie te organiseren. Spoor 2: Inburgeringsvoorzieningen lokaal (PVT, MAP, participatiedeel Z-route) Naast de inkoop van de Leerroutes dienen overige inburgeringsvoorzieningen georganiseerd te worden. De RSD regelt sinds juli, samen met een marktpartij, het Participatieverklaringstraject (PVT) voor de huidige inburgeringsplichtigen.
De gemeenten werden namelijk geconfronteerd met een aanbieder die zich terug trok uit de regio. De RSD ziet uitvoering van de PVT als een manier om ervaring op te doen met een nieuwe inburgeringsvoorziening.
2
Dit betreft de Klantreis voor asielmigranten. Gezinsmigranten volgen een andere route. Deze Klantreis voor asielmigranten is op detail niveau uitgewerkt, samen met het COA en de vluchtelingenwerkgroepen. 3 Ambtelijk is ter inzage een detailplanning gedeeld voor alle vijf de sporen 4 Bestaande uit inkoop- en beleidsadviseurs van de gemeente Utrecht en beleidsafvaardiging uit drie regiogemeenten (waaronder de RSD) 5 In de Werkgroep Taal zijn alle deelnemende gemeenten vertegenwoordigd
2
Planning spoor 2: Na de zomer zullen per inburgeringsvoorziening de kaders en uitgangspunten verder geformuleerd zijn. Het is nog de vraag of voor alle voorzieningen een inkooptraject opgestart moet worden. We onderzoeken of er onderdelen zijn die binnen de organisatie belegd kunnen worden, en zoeken dwarsverbanden met het re-integratie aanbod dat in het kader van de Participatiewet wordt georganiseerd. Daarnaast zoekt de RSD ook aansluiting met andere activiteiten en budgetten die gemeenten al uitvoeren. Dit is in lijn met het uitgangspunt van de nieuwe de wet om integraal te werken. Spoor 3: Ketenafspraken Voor de ontwikkeling van instrumenten (onder andere Brede Intake, warme overdracht en PIP) zijn externe werkgroepen opgericht waarin (op onderdelen) het COA, en de vluchtelingenwerkorganisaties deelnemen. De verwachting was dat in het kader van de Doorgaande Lijn op U16 niveau regionale werkgroepen geformeerd zouden worden; dit initiatief is echter niet gestart vanuit de regio. In mei is het RSD-voorstel ‘Keten- en regieoverleg’ door de gemeentelijke beleidsambtenaren en de vijf vluchtelingenwerkgroepen akkoord bevonden. Het voorstel gaat over het opzetten van vijf lokale overlegstructuren. Enerzijds zal een dergelijke overlegstructuur benut worden voor informatie- en kennisuitwisseling over de nieuwe Wet Inburgering.
Anderzijds zullen met lokale partners afspraken worden gemaakt over samenwerking, om daarmee een sluitende keten te vormen rondom de nieuwkomers. Onderdeel ‘financieel ontzorgen’ Het Algemeen Bestuur heeft expliciet gevraagd naar de rol- en taakverdeling tussen vluchtelingwerkorganisaties en de RSD rondom het inburgeringsvoorziening ‘financiële ontzorging’. Het traject bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds betreft het de doorbetaling van de vaste lasten voor de minimale duur van zes maanden. Dit wordt belegd binnen de RSD, bij de budgetbeheer met als specialisme ‘ontzorgen’. De opzet voor het tweede onderdeel, het bevorderen van de ‘financiële zelfredzaamheid’, wordt op dit moment door de Werkgroep Ontzorgen (deelnemers RSD en Vluchtelingenwerkgroepen) uitgewerkt. Uitgangspunt is ‘maatwerk’, in combinatie met individuele begeleiding en groepstrainingen. Maatwerk omdat de doelgroep divers is; het kennisniveau en de leerbaarheid variëren. Onderdelen en rolverdeling zijn als volgt: 1. Individuele begeleiding wordt geboden door de maatschappelijk begeleider van de vluchtelingenwerkorganisaties. Zij bieden praktische ondersteuning bij de aanvraag van inkomensregelingen en maken de inburgeraar wegwijs in de Nederlandse maatschappij; 2.
Groepstrainingen met verdiepende thema’s, in combinatie met individuele begeleiding worden groepstrainingen georganiseerd die inburgeraars basiskennis bieden. Voorbeelden van onderwerpen zijn het bijhouden van de administratie, budgetteren en verantwoord financiële keuzes maken; 3. Training van maatschappelijk begeleiders, de vrijwilligers van de vluchtelingenwerkgroepen hebben reeds ervaring met begeleiding bij financiële zelfredzaamheid. In het kader van een regionale, uniforme aanpak, wordt een training georganiseerd om kennis en kunde rondom financiële zelfredzaamheid uit te wisselen. 4. Adviesgesprekken Budgetbeheer Ontzorgen, de afdeling budgetbeheer kunnen proactief advies geven bij ‘life events’ die een impact hebben op de financiële situatie van een inburgeraar. Voorbeelden zijn de overgang van bijstand naar werk, gezinshereniging of echtscheiding. Planning spoor 3: De externe werkgroepen voor ontwikkeling van instrumenten lopen door totdat de instrumenten voldoende zijn uitgewerkt, naar verwachting tot en met oktober 2021. De inkoop van trajecten zal in het vierde kwartaal van 2021 afgerond worden. De RSD is voornemens het lokale ‘keten- en regieoverleg’ te starten na de zomer.
3
Spoor 4: werkprocessen en informatievoorziening De uitvoering van de Wet inburgering moet ingebed worden in de processen en systemen van de RSD. De basis daarvoor betreft de ‘Klantreis Wet Inburgering’ die inmiddels op hoofdlijnen is vastgesteld. In september zal een externe partij de voorbereiding starten voor het bouwen van de werkprocessen in het klantvolgsysteem (hetzelfde systeem als voor de Participatiewet), daarbij ondersteunt door onder andere een projectmedewerker en kwaliteitsmedewerker Inburgering. Het kunnen registreren, verwerken en beschikbaar stellen van (persoons)gegevens is een belangrijke randvoorwaarde om het nieuwe inburgeringsstelsel goed te laten werken. Door het Rijk wordt nog steeds gewerkt aan een goede infrastructuur; de VNG heeft een realisatietoets gedaan en er zijn door de VNG diverse handreikingen gepubliceerd die we gebruiken om ons zo goed mogelijk voor te bereiden. Het is dus deels afwachten waar het Rijk mee komt. Planning spoor 4: Het zwaartepunt voor de uitvoering van dit spoor liggen in de het derde en voornamelijk vierde kwartaal van 2021. In september wordt er gestart met de bouw van interne werkprocessen in de systemen. Naar verwachting volgt in de het derde kwartaal meer informatie over landelijke maatregelen.
Spoor 5: Beleids-, sturings- en bedrijfsvoering De activiteiten binnen dit spoor zijn divers, en gericht op het opstellen en uitvoeren van het personeelsplan, opstellen van beleid, uitvoering van een communicatieplan, en opleveren van sturings- en managementinformatie. Personeelsplan In augustus starten we met het formuleren van de rol- en taakverdeling ten aanzien van de dienstverlening Inburgering. Dit leidt tot een Personeelsplan waarin deze rollen en taken staan beschreven, evenals de werving en opleiding van de nieuwe medewerkers. De formatie zal vervolgens worden aangepast met uitvoering van deze extra taak, en toedeling naar afdelingsbudgetten zal plaatsvinden. Opstellen verordening, beleidsregels of -kaders? In het implementatieplan is geschetst dat de RSD toewerkt naar het opstellen van een verordening Inburgering, dit mede ingegeven door het advies van Divosa om aan de hand van een modelverordening daar invulling aan te geven. De RSD adviseert het bestuur van een verordening Inburgering af te zien. Enerzijds is gebleken dat een verordening niet passend is, omdat veel onderwerpen bij het nieuwe inburgeringsstelstel goeddeels al door de nieuwe wet zelf (en de daarop gebaseerde Besluit en Regeling) geregeld worden. Daarnaast is voor de meeste onderwerpen de (uitvoerings-)bevoegdheid bij het Dagelijks Bestuur neergelegd6.
Om die reden is de mogelijkheid om bij verordening regels te maken beperkt. In plaats daarvan stellen we voor om de reeds vastgestelde beleidskaders van het hoofdlijnen- en implementatieplan verder uit te werken, en te publiceren op overheid.nl 7. Beleidskaders geven meer ruimte voor maatwerk, maken ons en de gemeenten wendbaarder, en biedt gelegenheid voor het lerend stelsel aanpassingen te doen. Bovendien verwachten we dat het Rijk in het nieuwe jaar nog met aanvullende maatregelen komt. Het onderwerp samenloop van boeten en maatregelen (Inburgerings- versus Participatiewet) is wel geschikt voor een verordening. Dit wordt verwerkt in de integrale verordening die voor 2022 op de rol staat in het project ‘Goed geregeld?!’.
6 7
Zie ook: https://www.schulinck.nl/opinie/de-nieuwe-wet-inburgering-2021 Dit is ook gedaan met de beleidskader schulddienstverlening
4
Communicatieplan Nieuwe Wet Inburgering In september wordt vanuit de RSD gestart met een communicatietraject rondom de Nieuwe Wet Inburgering. We richten ons zowel op de nieuwe inburgeraars, betrokken netwerkorganisaties, ZOU-gemeenten, als de eigen interne organisatie. Het betreft onder andere de aanpassing van de websiteteksten, ontwikkeling voorlichtingsmateriaal, en een nieuwsbrief waarin belangrijke mijlpalen worden gepresenteerd (onder andere bekendmaking taalinkoop, presentatie Team Nieuwkomers). Het idee is ook om samen met de Vluchtelingenwerkorganisaties een Klankbordgroep met ervaringsdeskundigen te formeren aan wie advies wordt gevraagd over de opzet van brieven, websiteteksten, en overig communicatiemateriaal. Financiële monitoring en evaluatie In het eerder vastgestelde implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe wet na een jaar geëvalueerd wordt. Tussentijds rapporteert de RSD via de going concern rapportages en de P&C-documenten. Aan de oproep van het Algemeen Bestuur om de financiën van de Participatiewet en de Wet Inburgering gescheiden te monitoren geeft de RSD gehoor. Planning spoor 5: Voor dit spoor geldt dat de meeste resultaten eveneens in het derde en vierde kwartaal van 2021 opgeleverd worden.
3. Enkele ontwikkelingen met financiële impact De nieuwe Wet Inburgering moet uitgevoerd worden binnen de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen. De Begroting 2022 vormt het vertrekpunt bij de verdere uitwerking van de aanpak Inburgering. Er zijn op dit moment enkele financiële ontwikkelingen die van invloed zijn op de (rijks)budgetten. Hieronder staan ze weergegeven. Aangepaste taakstelling De uitvoering van de nieuwe Wet inburgering vindt plaats binnen de financiële kaders zoals geschetst in de Begroting 2022 waarin het volgende is opgenomen: Tabel: Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering Lasten
Realisatie 2020
Voorzieningen Nieuwe Wet Inburgering (Wi) Totaal lasten
0
Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
0
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
0
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
Baten Bijdragen gemeenten Totaal baten
0
0
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
Gerealiseerd / begroot totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
Tabel: uitvoeringskosten wet inburgering Bijdragen gemeenten Uitvoeringskosten Totaal bijdragen gemeenten
2022 510.400 1.174.700
2023 627.100 1.703.400
2024 688.800 1.868.200
2025 688.800 1.868.200
Bovenstaande is gebaseerd op het implementatieplan nieuwe Wet Inburgering. In dat plan zijn de kosten voor de voorzieningen uitgewerkt en toegelicht. Het gaat onder meer
5
om kosten voor taallessen (gemiddelde duur drie jaar), het Participatieverklaringstraject, en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Voor de raming is het Rijk, en daarmee de RSD, uitgegaan van de taakstelling huisvesting statushouders 2020, namelijk 103 asielmigranten in 2022 in de ZOU-regio. Recent heeft de U16 regio een berekening gemaakt van de nieuwe (potentiële) taakstelling voor 2022, en daaruit is de prognose gekomen van 155 asielmigranten. Dit betekent dat, als deze aantallen realiteit worden, dat de rijksbudgetten voor de voorzieningen omhoog zullen gaan. De verwachting is dat de SPUK (specifieke uitkering inburgeringsvoorzieningen) in september bekend wordt gemaakt8, en de gemeenten voor 1 oktober een beschikking ontvangen. Een stijging van de taakstelling van de asielmigranten met 34% betekent overigens niet dat de uitvoeringsmiddelen mee zullen stijgen. Dit blijft gelijk, en vraagt van de RSD om de dienstverlening zo effectief en doelmatig mogelijk in te richten. Wijziging normbedragen Inkoopconvenant De gemeenten ontvangen van het Rijk per inburgeraar een bedrag van 10.000 euro voor inkoop van een Leerroute. De drie Leerroutes zijn voor verschillende bedragen in de markt gezet, met een gemiddelde van die 10.000 euro. Dit is ingegeven door consultatie van de markt, en ervaringen bij andere gemeenten met (uitkomsten van) aanbestedingen.
Uitgangspunt daarbij is het door het Rijk geraamde verdeling van de inburgeraars over de routes (15% Z-route, 60% B1 route, 25% Onderwijsroute). Door te gaan middelen met bedragen kan er een financieel tekort of overschot ontstaan als het aantal inburgeraars in de routes in werkelijkheid structureel en substantieel lager of hoger is dan onze raming. Aan deze wijziging zit enig financieel risico omdat, als het aantal instromers in de B1-route lager is dan de geraamde verdeling door het Rijk, er een overschrijding in het budget kan plaatsvinden. Echter als de instroom hoger is kan er ook een onderschrijding op dit budget zijn. Het financieel risico ligt uiteindelijk bij de ZOU-gemeenten. De RSD heeft een eerste inschatting gemaakt van het risico. Een reëel negatief scenario (er zijn gemeenten in de lande die hiermee rekening houden) kan ontstaan bij verdubbeling van de Z-route naar 30% ten nadele van de B1 Route (bij gelijkblijvende instroom in de Onderwijsroute); het tekort voor de ZOU-gemeenten is dan € 51.600 in 2025. Indien de instroom in de onderwijsroute lager uitvalt dan verwacht (nu 25% van de instroom) kan het nadeel lager worden. De gemeente Utrecht en de RSD hebben een aantal beheersmaatregelen aangedragen: 1. Op Rijksniveau aandacht blijven vragen voor de beperkte budgetten en zorgen we dat we aangesloten blijven bij de landelijke lobby; 2.
Maandelijkse monitoring van de instroom in de Leerroutes en daarop anticiperen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat instroom naar de (duurdere) Onderwijsroute wordt beperkt; 3. Omdat het risico op overschrijding samenhangt met de wens om een deel van het budget voor de Z-route beschikbaar te houden ter dekking van de verplichte participatie activiteiten (totaal 800 uur), zou in het uiterste geval een deel van het participatiebudget gereserveerd kunnen worden, met een nader te bepalen plafond. Financiële kaders Rijk en dilemma’s Er zijn in het kader van de nieuwe wet twee openstaande financiële vraagstukken waar het Rijk nog nadere mededelingen over doet de komende maanden: 1. Ten eerste zullen de Rijksbudgetten voor de implementatie van de informatievoorziening in de decembercirculaire bekend worden gemaakt. 2. Ten tweede wordt op dit moment verkend of gemeenten (lees: RSD) een rol krijgen bij de begeleiding van de Leerbaarheidstoets. De eerste berichten zijn dat DUO verantwoordelijk wordt voor de Leerbaarheidstoets, en dat gemeenten een rol krijgen bij de begeleiding bij de afname. Na de zomer wordt landelijk een impactanalyse afgerond en ook bekend gemaakt welke financiële afspraken hierover worden gemaakt.
Zie voor het overzicht van de financiële ontwikkelingen in de aanloop naar deze wet: https://vng.nl/sites/default/files/2021-07/infographic-financien-nieuwe-wet-inburgering.pdf 8
6
Daarnaast zijn er een tweetal dilemma’s die de RSD de komende periode op U16-niveau en met de ZOU-gemeenten op de agenda wil plaatsen: 1. In de nieuwe Route Inburgering (zie bijlage 3b) is ervoor gekozen het contact reeds in het AZC te leggen, en de Inburgering te starten zodra de nieuwkomer zich in de gemeente vestigt. Het COA en de vluchtelingenwerkgroepen achten het wenselijk dat de inburgering bij een kleine, selecte groep (met name jongeren en hoger opgeleiden) reeds start in het AZC. Dit is ook de intentie van de wet om zo snel mogelijk te starten met de Inburgering. Er bestaat dan echter de kans op ‘ontkoppeling van de gemeente’ (en vervolgens huisvesting elders), waardoor er reeds kosten zijn gemaakt die uiteindelijk niet vergoed worden door het Rijk. Daarnaast zullen er ook reiskosten worden gemaakt, die het COA hoogstwaarschijnlijk9 niet gaat vergoeden. De RSD wil met de gemeenten verkennen welke keuzes hier voorliggen en welke consequenties dit heeft. 2. Uit recent onderzoek van het CPB is gebleken dat de financieringssystematiek rondom inburgering en participatie een aandachtspunt is als het gaat om verhuizingen van inburgeraars10.
De ZOU-gemeenten krijgen geen geld voor de inburgering van statushouders die aan het einde van het jaar naar een andere gemeente vertrokken zijn, aangezien het budget gebaseerd is op het aantal statushouders dat op 31 december in de gemeente woont. Aangezien de ZOUregio vaak een ‘negatief’ verhuissaldo heeft (er vertrekken meer bijstandsgerechtigden, dan er zich huisvesten), kan dit betekenen dat er een tekort kan ontstaan. Dit dilemma zal de komende tijd in U16 verband door de RSD worden geagendeerd, om te kijken hoe andere gemeenten hiermee omgaan. Tot slot De implementatie van de nieuwe wet zal eind 2021 grotendeels afgerond zijn. De verwachting is dat enkele onderdelen van de implementatie nog door zullen lopen in 2022. Het gaat bijvoorbeeld om de voorbereidingen van de Leerroutes, de voorbereidingen voor de trainingen (stimuleren zelfredzaamheid, het opzetten van groepstrainingen, maar ook de training van onze medewerkers), en het finetunen van de inrichting van de ICT en werkprocessen. De ervaring leert dat bij de inrichting van de bedrijfsvoering op nieuwe regelgeving er een periode van bijsturing nodig is.
Het COA is nog in beraad met het Rijk welke vergoedingsmogelijkheden blijven bestaan. Naar alle waarschijnlijkheid zal het COA geen kosten meer vergoeden vanaf 1 januari die betrekking hebben op gemeentelijke inburgeringstrajecten. 10 Zie: https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Policy-Brief-Investeren-in-dearbeidsmarktintegratie-van-statushouders.pdf 9
7