CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.208 Koersprogr. SVMV en inspectierapp doorbraakaanpak

Overige evenementen 18 januari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)6.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Ontv. Griffie 21-12-2021/RIB21.208 Aan de gemeenteraad

Datum

21 december 2021

Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp

Ons kenmerk

431640

Uw kenmerk

Div. Koersprogramma SVMN en Inspectierapporten doorbraakaanpak

Behandeld door

Mirjam Keuvelaar-Vaartjes

Portefeuillehouder

Laura Hoogstraten

Geachte leden van de raad, Op 30 oktober 2020 informeerden wij u met een raadsinformatiebrief over de ontwikkelingen in de Jeugdbeschermingsketen en bij Samen Veilig Midden Nederland (SVMN). Wij zegden u daarbij toe u in de eerste helft van 2021 opnieuw te informeren. Aanleiding voor ons om u in juni ook schriftelijk te willen informeren over de voortgang. Per abuis hebben wij de raadsbrief toen echter niet aan u verstuurd. Onze excuses daarvoor. Volledigheidshalve voegen wij daarom deze raadsinformatiebrief als bijlage toe. De afgelopen periode hebben een aantal belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden in de jeugdbeschermingsketen. Hieronder leest u de meest recente tussenstand (eind september 2021) over: 1. Koersprogramma SVMN 2. Doorbraakaanpak en het inspectierapport 3. Intrekking certificaat Briedis jeugdbescherming en gevolgen 4. Organiseren Passende Zorg meest kwetsbare kinderen In de bijlage vindt u een uitgebreidere toelichting op onderstaande ontwikkelingen. Ook is er een kort overzicht toegevoegd met aantallen jeugdigen met jeugdbescherming en Jeugdzorg met verblijf om een beeld te schetsen om hoeveel jeugdigen/gezinnen het ongeveer gaat die hiermee te maken hebben binnen Zeist en Zuidoost Utrecht. 1. Koersprogramma SVMN Op 1 juli lanceerde SVMN het nieuwe Koersprogramma “Samen doen wat helpt”.

Met als hoofddoel om de jeugdige en het gezin meer centraal te stellen, om op deze manier de veiligheid te herstellen, te borgen en te volgen. Het Koersprogramma bouwt verder op de veranderagenda van SVMN. Aanleiding voor het Koersprogramma was de onafhankelijke aanbeveling van het Verwey-Jonker Instituut om een veranderstrategie vast te leggen in een meerjarenplanning. Concreet betekent het Koersprogramma bijvoorbeeld dat SVMN knelpunten inventariseert die medewerkers veel tijd kosten ten koste van tijd voor cliëntcontact en dienstverlening. En vervolgens per regio een onderwerp aanpakt zodat de knelpunten een voor een opgelost kunnen worden. SVMN verwacht meerdere jaren nodig te hebben om het Koersprogramma duurzaam te verankeren. In het najaar volgt de bovenregionale evaluatie van het programma, hierover informeren wij u in het eerste kwartaal 2022. 2. Doorbraakaanpak en het inspectierapport

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

Op 8 juli hebben de inspecties 1 rapportages gepubliceerd over de voortgang van de doorbraakaanpak. De doorbraakaanpak is in oktober 2020 van start gegaan en kent twee hoofdsporen. • Tijdige beschikbaarheid van jeugdbeschermers, tijdige inschatting van de veiligheid en het opstellen van een plan door Gecertificeerde Instellingen (GI’s, in onze regio SVMN). • Tijdige inzet van passende hulp in het kader van een jeugdbeschermingsmaatregel. Over de doorbraakaanpak en de voortgang bent u per brief geïnformeerd op 30 oktober 2020 en kunt u kennis nemen in bijgevoegde brief van juni 2021. Uitkomst verdiepende praktijktoets doorbraakaanpak De inspecties stellen vast dat de jeugdzorgregio Utrecht-Flevoland met de doorbraakaanpak een flinke verbeterslag hebben gemaakt in tijdig passende hulp inzetten en ondersteuning voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties vervolgen het toezicht op de Utrechtse regio’s en Flevoland op een reguliere manier. We zijn blij met de resultaten, maar zien met de inspecties, dat er meer nodig is. Daarom monitoren we als Zuidoost Utrecht jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdigen die langer dan drie maanden op de wachtlijst staan voor passende zorg. Waar nodig worden oplossingen gezocht om de juiste zorg in te zetten.

Daarnaast hebben wij de doorbraakaanpak vervlochten met de ontwikkeling van de expertise netwerken en het verbeteren van de samenwerking van de (hoog) specialistische en soms bovenregionaal georganiseerde jeugdhulp met SVMN en de lokale teams. Het betreft hier een structurele aanpak om de uitvoering van hulp aan- en bescherming van de kinderen en gezinnen die dat nodig hebben te verbeteren. Ook werken wij op bovenregionaal niveau nauw samen met de andere gemeenten uit de provincie Utrecht zodat we beter en sneller van elkaar kunnen leren hoe we de jeugdbescherming eenvoudiger en transparanter kunnen organiseren. Opdat kinderen en gezinnen sneller de ondersteuning krijgen die nodig is. Wij hebben de inspecties uitgenodigd om hier met ons in op te trekken om tot een nieuwe, betere uitvoering van de jeugdbescherming te komen. 3. Intrekking certificaat Briedis jeugdbescherming en gevolgen De Minister voor Rechtsbescherming heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de intrekking van het certificaat voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering door Briedis. Het betreft geen gezinnen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Zeist. 4. Organiseren Passende Zorg meest kwetsbare kinderen Ieder kind groeit zo gezond en veilig mogelijk op en kan zijn of haar talenten ontwikkelen.

Om deze ambitie ook voor kinderen met langlopende en complexe problemen te realiseren, werken gemeenten in de provincies Flevoland en Utrecht samen. Belangrijke thema’s waar op wordt ingezet: Extra inzet voor kinderen met ernstige eetproblemen en andere acute jeugd-GGZ-vragen, opdat; − sneller hulp beschikbaar komt bij ernstige eetproblemen − er meer capaciteit beschikbaar is voor suïcidepreventie − de zorg voor crisisbehandelingen geïntensiveerd wordt − en er meer beschikbaarheid is van bedden voor klinische opnamecapaciteit. In augustus besluit VWS over de toekenning van onze gezamenlijke financieringsaanvraag voor extra inzet. In de tussentijd wordt er in Zeist al nauw samen gewerkt met het Rintveld zodat jeugdigen en gezinnen vroegtijdig zo goed mogelijk worden ondersteund als zijn wachten op specialistische hulp. De gevraagde uitbreiding van de capaciteit is echter zeer welkom. Minder kinderen binnen de essentiële functies en meer passend verblijf De specialistische zorg ‘essentiële functies’ is belangrijk voor een kleine groep kinderen en gezinnen waarbij de veiligheid en/of de ontwikkeling in gevaar is. De U162 hebben met de gunning van deze zorg per 1 april 2020 gezorgd dat de ambitie om de zorg te verplaatsen in plaats van kinderen, beter ingevuld kan worden.

Nu wij ruim een jaar verder zijn, zien wij dat het samenwerkingsverband dat deze zorg biedt en de U16 lukt om de inzet van de verblijfszorg af te bouwen. Voor de kinderen voor wie deze verblijfszorg nodig blijft, is meer

1

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

2

de gemeenten in de jeugdregio’s Lekstroom, Utrecht stad, Utrecht West en Zuidoost Utrecht

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

3

maatwerk en kleinschalige zorg geboden om verplaatsingen en afzonderen te voorkomen. De noodzaak hiervoor is door een grotere complexiteit van vragen ook toegenomen. We blijven intensief met de betrokkenen3 in gesprek hoe nog beter preventief en ‘zo thuis als mogelijk’ gewerkt kan worden. Vastgoedtransitie om kleinschaligheid gesloten jeugdhulp mogelijk te maken De ambitie om de verblijfszorg die nodig blijft kleinschaliger te maken heeft een extra impuls gekregen met de extra Rijksmiddelen voor de vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp. Op basis van deze regeling zijn de inhoudelijke ambities vertaald naar de betekenis voor het vastgoed. Dit heeft geleid tot een plan voor nieuwbouw waarin de omvang van de groepen (meer dan) gehalveerd wordt: vanaf medio 2023 zijn deze niet groter dan vijf. Ook komen er op de nieuwe locatie geen separeerruimtes meer. Tot slot is het nieuwe vastgoed meer flexibel zodat bij verdere afbouw van de gesloten jeugdhulp zoals beoogd, de voorzieningen op een andere wijze benut kunnen worden. Vanaf het najaar 2021 zal een vergelijkbaar proces gaan lopen voor de vastgoedtransitie van de driemilieuvoorzieningen. Het Rijk heeft ook voor dit doel recent middelen beschikbaar gesteld. In beide ontwikkelingen is Utrecht coördinerend regio.

We blijven u over de voortgang informeren in samenhang met de voortgang op de doorbraakaanpak, het vervolgtoezicht van de inspecties hierop en de ontwikkeling van de expertisenetwerken. De verwachting is dat wij u hierover in het eerste kwartaal 2022 verder kunnen informeren. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

dr. H.S. Grotens

3

de burgemeester,

drs. J.J.L.M. Janssen

de lokale teams, SAVE, het samenwerkingsverband en overige aanbieders van aanvullende zorg

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Regionaal memo Sociaal Domein regio Zuidoost Utrecht Onderwerp: Koersprogramma SVMN en publicatie inspectierapporten naar aanleiding van doorbraakaanpak Geachte leden van de raad, Graag informeren wij u over het volgende. Op 30 oktober 2020 informeerden wij u met een raadsinformatiebrief over de ontwikkelingen in de Jeugdbeschermingsketen en bij Samen Veilig Midden Nederland (SVMN). Wij zegden u daarbij toe u in de eerste helft van 2021 opnieuw te informeren. Aanleiding voor ons om u in juni ook schriftelijk te willen informeren over de voortgang. Per abuis hebben wij de raadsbrief toen echter niet aan u verstuurd. Onze excuses daarvoor. Volledigheidshalve voegen wij daarom deze raadsinformatiebrief als bijlage toe. Hieronder leest u de laatste stand van zaken over de volgende ontwikkelingen: 1. Koersprogramma SVMN 2. Doorbraakaanpak en het inspectierapport 3. Intrekking certificaat Briedis jeugdbescherming en gevolgen 4. Organiseren Passende Zorg meest kwetsbare kinderen

1. Koersprogramma SVMN Op 1 juli lanceerde SVMN het nieuwe Koersprogramma Samen doen wat helpt met een inspiratiesessie en publiceerde dit op hun website. Het Koersprogramma vindt u hier. Inhoud Koersprogramma In het Koersprogramma beschrijft SVMN de visie, de veranderstrategie en het proces om dit te realiseren. De belangrijkste doelstelling uit het Koersprogramma van SVMN is om de jeugdige en het gezin meer centraal te stellen in zowel de dagelijkse werkwijze van de professionals als in het functioneren van de organisatie. Om op deze manier - gelijkwaardig en gezamenlijk met cliënten en hun omgeving - de veiligheid te herstellen, te borgen en te volgen. De visie op verandering en werkwijze is verwoord in de bedoeling het waarom en de leidende principes het hoe : De bedoeling is het samenwerken aan een blijvend veilig thuis voor kinderen en volwassenen, de leidende principes zijn: cliënt centraal, partnerschap, deskundig, transparant en lerend. Het Koersprogramma bouwt verder op de veranderagenda van SVMN waarin vanaf medio 2019 het vergroten van openheid en transparantie centraal stond. SVMN heeft de aanbevelingen uit de onafhankelijke reflectie van het Verwey-Jonker Instituut overgenomen, kern hiervan was de aanbeveling om tot een onderliggende verandertheorie te komen en deze vast te leggen in een meerjarenplanning.

Concreet betekent het Koersprogramma bijvoorbeeld dat SVMN onder alle medewerkers aan het inventariseren is welke knelpunten er zijn die dusdanig tijd kosten, wat ten koste gaat van het cliëntcontact en de dienstverlening. Nadat dit geïnventariseerd is, wordt per regio een onderwerp aangepakt zodat knelpunt voor knelpunt opgelost kan worden.

Het Koersprogramma geeft specifiek aandacht aan de rol van de cliënt en die van de medewerker. SVMN wil actiever aansluiten bij de leefwereld en de behoefte van kinderen en volwassen cliënten. Op deze manier kunnen professionals samen met hen ervoor zorgen dat hulp helpt en bijdraagt aan herstel van een veilige thuissituatie. Waardoor gezinnen op eigen kracht verder kunnen en bemoeienis niet langer duurt dan nodig is. SVMN wil medewerkers optimaal in staat stellen om gezinnen goed te ondersteunen. Dat vraagt de komende periode de nodige aandacht voor deskundigheidsontwikkeling en groei van vakmanschap, een belangrijk element voor effectieve jeugdbescherming en jeugdreclassering. Wij vinden dit meer dan ooit relevant om het vak aantrekkelijk te maken en te houden gezien de hoge werkdruk in de jeugdbescherming, de complexiteit van de problematiek en het hoge personeelsverloop. SVMN schetst dat de verandering vanuit het Koersprogramma aansluit op de bredere beweging om te komen tot vereenvoudiging en verbeteringen in de jeugdbeschermingsketen zoals beschreven in het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming1. Die is gericht op veiligheid en tijdige inzet van passende hulp voor de kinderen èn volwassenen in het gezin.

Het toekomstscenario is in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer, en op dit moment in consultatie. Bij de totstandkoming van dit scenario is gebruik gemaakt van ervaringen van gemeenten, waaronder Utrecht. Totstandkoming en vervolg SVMN verwacht meerdere jaren nodig te hebben om de veranderingen duurzaam te verankeren in de cultuur van de organisatie. SVMN realiseert zich dat het programma alleen tot resultaat leidt als zij deze beweging samen maken met de cliënten, samenwerkingspartners, medewerkers en de gemeenten. Bij de totstandkoming van het Koersprogramma zijn deze stakeholders betrokken geweest en ook in de verdere uitwerking blijft dit erg belangrijk. De 26 samenwerkende gemeenten hebben vanuit de opdracht gevende rol gereflecteerd op het Koersprogramma en zien dat de feedback is meegenomen. We zien een doordacht Koersprogramma. We verwachten dat het richting geeft aan de cultuurverandering van SVMN. Wij ondersteunen de inzet op versterking van vertrouwen van kinderen en volwassen cliënten, op transparantie, op ontwikkeling van het vakmanschap van medewerkers en versteviging van de samenwerking met partners en opdrachtgevers.

Belangrijke en noodzakelijke elementen om aan te bouwen met het oog op het toekomstscenario voor de jeugd- en gezinsbescherming waarmee kwalitatief goede jeugdbescherming wordt geboden. De urgentie zien we in het vaart maken met uitvoeren en het lerend ontwikkelen. Als opdrachtgever van SVMN zullen we blijven monitoren of het Koersprogramma leidt tot de gewenste verandering. Dit wordt een belangrijk onderdeel van de kwartaalrapportages en de kwartaalgesprekken in bovenregionaal en regionaal verband. Elementen hierin zijn bijvoorbeeld de klachtenanalyse en het leren van klachten, de mate waarin samenwerking wordt gezocht met partners in de lerende praktijk met bijvoorbeeld participerende consulten en procesevaluaties en de voortgang op werving en behoud van personeel. In het najaar zullen we met SVMN in bovenregionaal verband evalueren of er voldoende voortgang is. 1

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming | Tweede Kamer der Staten-Generaal

2. Rapportage Inspecties voortgang doorbraak aanpak De doorbraakaanpak is in oktober 2020 van start gegaan en heeft in feite 2 hoofdsporen. Het ene spoor richt zich op de Gecertificeerde Instellingen GI s die de jeugdbeschermingstaken mogen uitvoeren, en heeft een focus op tijdige beschikbaarheid van jeugdbeschermers, een tijdige inschatting van de veiligheid en het tijdig opstellen van een plan. Het andere spoor betreft de tijdige inzet van passende hulp in het kader van een jeugdbeschermingsmaatregel. Na afronding van de landelijk ingezette doorbraakaanpak in februari 2021, hebben de inspecties een verdiepende praktijktoets uitgevoerd om te toetsen of alle inspanning tot het gewenste resultaat hebben geleid. Daarvoor hebben zij gesproken met kinderen, ouders, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. Tevens hebben zij een aantal dossiers onderzocht. Vervolgens hebben zij hun rapportages opgesteld en gepubliceerd. Duiding van de rapportages Het vervolgtoezicht op de Utrechtse regio s en Flevoland zal op een reguliere manier plaatsvinden schrijven de inspecties. In andere delen van Nederland sluiten zij het toezicht af, of voeren de inspecties een soortgelijk of intensiever vervolg toezicht uit. Met de doorbraak aanpak hebben wij een flinke verbeterslag gemaakt met het tijdig inzetten van passende hulp en ondersteuning voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.

Dat is te danken aan de extra inzet van de professionals bij de GI s, zorgaanbieders en gemeenten die hiervoor de handen ineen hebben geslagen. We zijn blij met de resultaten, maar zien met de inspecties dat er meer nodig is. Met de bijgevoegde brief van juni 2021 informeren we u over het resultaat van de doorbraakaanpak. De rapportages van de inspecties bevestigen ons beeld dat er veel werk is verzet, maar dat er blijvende aandacht nodig is voor verdere verbeteringen. We zijn er nog niet daarom blijven wij, in Zuidoost Utrecht, in samenwerking met SVMN en de lokale teams werken aan het monitoren van jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdigen die langer dan drie maanden op de wachtlijst staan voor passende zorg. Deze casussen worden gemonitord en waar nodig oplossingen gezocht om de juiste zorg in te zetten. En werken wij verder aan de betere beschikbaarheid van schaarse zorg en werken toe naar de vernieuwing van de jeugdbescherming conform het landelijk scenario. Hiervoor werken we bovenregionaal nauwer samen zodat we beter en sneller van elkaar kunnen leren over hoe we de jeugdbescherming eenvoudiger en transparanter kunnen organiseren, zodat de kinderen en gezinnen sneller de ondersteuning krijgen die nodig is.

Wij hebben de inspecties uitgenodigd om hier met ons in op te trekken, zodat we de kwaliteit van de zorg hoog houden, bijsturen waar nodig en om tegelijk professionals de ruimte en ondersteuning te bieden om tot een nieuwe, betere uitvoering van de jeugdbescherming te komen. Daarnaast hebben wij de doorbraakaanpak vervlochten met de ontwikkeling van de expertise netwerken en het verbeteren van de samenwerking van de (hoog) specialistische en soms bovenregionaal georganiseerde jeugdhulp met SVMN en de lokale teams (hierover verderop in deze brief meer informatie). Dit zijn geen eenmalige acties, maar een structurele aanpak ter verbetering van de uitvoering van de hulp aan- en bescherming van de kinderen en gezinnen die dat nodig hebben. Maar met alleen een korte termijn aanpak met een focus op de uitvoering van de jeugdbescherming door de GI s, zorgaanbieders en gemeenten, doen we geen recht aan de complexiteit van de problemen die er zijn en de context waarin die zich voordoen. Daarom zetten wij ons tot het uiterste in om te zorgen voor tijdige en passende jeugdhulp voor onze jeugdigen.

Het landelijk scenario voor de kind en gezinsbescherming (informatie kunt u hier vinden) adresseert naar ons idee de complexiteit en context goed en kan leiden tot een duurzame verbetering van de jeugdbescherming. De Utrechtse pilot in Overvecht was een belangrijke pijler voor de totstandkoming van het landelijk scenario. De stip op de horizon waar wij naar toewerken is de doorontwikkeling van het landelijk scenario in de hele provincie Utrecht. Een radicale vereenvoudiging en verbetering die zich richt op het hele gezin en rechtsbescherming biedt aan de gezinnen is volgens ons de belangrijkste stap die we in Nederland en in de provincie Utrecht kunnen zetten met elkaar. Onlangs hebben wij met de wethouders uit de Utrechtse gemeenten de ambitie uitgesproken om samen op te trekken in de ontwikkeling en de uitvoering van de taken door de lokale teams en deze in ontwikkeling zijnde veiligheidsteams. Voor het eind van dit jaar maken we hier afspraken over met elkaar. We blijven zoals gezegd de doorbraakaanpak en de geleerde lessen daaruit voor de korte termijn inzetten, alleen doen wij dat ook vanuit een bredere scope en met een structurele aanpak, namelijk inzetten op de vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen en daar versneld uitvoering aan geven.

Wij hebben de inspecties uitgenodigd om juist ook vanuit déze scope een bijdrage leveren aan de huidige uitdagingen en de benodigde ontwikkelingen.

Intrekking certificaat Briedis Jeugdbescherming en consequentie voor Utrecht De Minister voor Rechtsbescherming heeft de Tweede Kamer 2 geïnformeerd over de intrekking van het certificaat voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering door Briedis. Mede ten gevolge van bovengenoemde situatie kampt Briedis ook met financiële problemen. Briedis begeleidt met name kinderen en gezinnen in de regio s Zeeland, Haaglanden, ”rabant en Gooi- en Vechtstreek. In de regio Zuidoost Utrecht is Briedis betrokken bij één gezin, het gaat hierbij niet om een gezin onder verantwoordelijkheid van de gemeente Zeist. In VNG verband worden afspraken gemaakt voor de overdracht van de gezinnen. SVMN of één van haar onderaannemers zal de begeleiding van het gezin in Utrecht overnemen. Dinsdag 1 juni is faillissement uitgesproken voor Briedis. Dit heeft geen gevolgen voor het overdrachtsproces van de jeugdigen dat al in gang is gezet. Ondanks het uitgesproken faillissement kunnen de werkzaamheden van Briedis doorgang vinden en kunnen zij de kinderen blijven beschermen in het kader van de kinderbescherming. Organiseren passende zorg voor meest kwetsbare kinderen Ieder kind groeit zo gezond en veilig mogelijk op. En kan zijn of haar talenten ontwikkelen.

Om deze ambitie ook voor kinderen met langlopende en complexe problemen te realiseren, werken gemeenten in de provincies Flevoland en Utrecht samen. Graag informeren wij u over de volgende ontwikkelingen hierin. Extra inzet voor kinderen met ernstige eetproblemen en andere acute jeugd-GGZ vragen Landelijk is 50 miljoen euro beschikbaar gesteld om extra in te kunnen zetten, gezien de door de coronacrisis toegenomen en ernstiger geworden acute vragen van kinderen 3. Op basis van deze op 30 juni jl. gepubliceerde regeling4 is Utrecht coördinerend gemeente voor de aanvraag van middelen voor extra inzet van Altrecht, GGz Centraal en het UMC Utrecht. Samen met gemeenten in de provincies Flevoland en Utrecht en de aanbieders, is als eerste kwalitatief en kwantitatief verdiept op de vraagstukken. Hierin kwam naar voren dat in alle betrokken jeugdregio s een toename van vragen te 2

Faillissement coöperatie Briedis Jeugdbeschermers | Tweede Kamer der Staten-Generaal

3

Overal waar kinderen staat, kan kinderen en jongeren worden gelezen.

4

Staatscourant 2021, 34093 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

zien is van kinderen met eetproblemen en dat de ernst hiervan in vergelijking met vorig jaar is toegenomen. Ook wordt breed gesignaleerd dat het aantal crisissituaties/spoedvragen met heftige problematiek toeneemt, waarbij het beeld is dat vaker dan voorheen depressies, suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag spelen. Hierbij is het goed aan te geven dat deze situaties uiteraard altijd prioriteit krijgen. Het effect ervan is echter dat hiermee extra druk ontstaat op de beschikbare capaciteit voor de ondersteuning van kinderen met minder acute vragen. Tot slot is zichtbaar dat de crisisopnames in de jeugd-GGZ langer duren, wat een grote impact heeft op kinderen en gezinnen. Samen met de aanbieders is een aanvraag uitgewerkt om een beroep te doen op deze middelen. Hierin is extra inzet opgenomen om te bereiken dat: sneller hulp beschikbaar komt bij ernstige eetproblemen, er meer capaciteit beschikbaar is voor suïcidepreventie, de zorg voor crisisbehandelingen geïntensiveerd wordt, er meer beschikbaarheid is van bedden voor klinische opnamecapaciteit, er meer mogelijkheden komen voor intensieve ambulante inzet thuis bij ernstige eetproblemen en de randvoorwaarden voor systemische, herstelgerichte zorg bij deze problemen versterkt wordt.

Vertrekpunt bij de planvorming is geweest het bereiken van zo duurzaam mogelijke effecten ondanks dat het gaat om incidentele middelen die tot eind 2022 benut kunnen worden. Om deze reden is ook scholing, toerusting en ondersteuning van professionals in de basis- en aanvullende zorg onderdeel van de plannen. VWS besluit binnenkort over de toekenning van deze middelen. Gezien de urgentie zijn de aanbieders al gestart met de werving zodat zo snel mogelijk na toekenning extra ingezet kan worden. Minder kinderen binnen de essentiële functies en meer passend verblijf De specialistische zorg essentiële functies is voor een kleine groep kinderen en gezinnen waarbij de veiligheid en/of de ontwikkeling in gevaar is 5. De zogenaamde U16, de gemeenten in de jeugdregio s Lekstroom, Utrecht stad, Utrecht West en Zuidoost Utrecht, hebben met de gunning van deze zorg per 1 april 2020 gezorgd dat de ambitie om de zorg te verplaatsen in plaats van kinderen, beter ingevuld kan worden. Nu wij ruim een jaar verder zijn, zien wij dat het Yeph, het samenwerkingsverband dat deze zorg biedt, en de U16 lukt om de inzet van de verblijfszorg af te bouwen in lijn met de van te voren uitgewerkte businesscase . Voor de kinderen voor wie deze verblijfszorg nodig blijft, is meer maatwerk en kleinschalige zorg geboden om verplaatsingen en afzonderen te voorkomen.

De noodzaak hiervoor is door een grotere complexiteit van vragen ook toegenomen. Met de lokale teams, SAVE, Yeph en overige aanbieders van aanvullende zorg blijven wij intensief in gesprek hoe nog beter preventief en zo thuis als mogelijk gewerkt kan worden. Vastgoedtransitie maakt kleinschaligheid gesloten jeugdhulp mogelijk De ambitie om de verblijfszorg die nodig blijft kleinschaliger te maken, heeft met de beschikbaar gestelde 33,5 miljoen euro aan Rijksmiddelen voor de vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp een extra impuls gekregen. Op basis van deze regeling hebben de jeugdregio s in Flevoland en Utrecht samen met Pluryn, de aanbieder van gesloten jeugdhulp voor het midden van het land, een bovenregionaal plan uitgewerkt. In dit plan wordt een verplaatsing van Jeugdzorg Plus capaciteit van de gemeente Zeist (De Lindenhorst) naar de gemeente Utrechtse Heuvelrug (Valkenheide) voorzien. De locatie in Zeist is namelijk per medio 2023 niet meer beschikbaar. In het plan zijn ook de inhoudelijke ambities vertaald naar de betekenis voor het vastgoed. Dit heeft geleid tot een plan voor nieuwbouw waarin de

5

Bij deze zorg gaat het zowel om expertise die ingezet kan worden waar het kind woont als om zorg op een

behandelgroep, verblijf in een gesloten jeugdhulpinstelling of klinische opnames voor kinderen met psychiatrische problemen.

omvang van de groepen (meer dan) gehalveerd wordt: vanaf medio 2023 zijn deze niet groter dan vijf. Ook komen er op de nieuwe locatie geen separeerruimtes meer. Tot slot is het nieuwe vastgoed meer flexibel zodat bij verdere afbouw van de gesloten jeugdhulp zoals beoogd, de voorzieningen op een andere wijze benut kunnen worden. Vanaf het najaar 2021 zal een vergelijkbaar proces gaan lopen voor de vastgoedtransitie van de driemilieu voorzieningen. Het Rijk heeft recentelijk 50 miljoen euro voor dit doel beschikbaar gesteld. In beide ontwikkelingen is Utrecht coördinerend regio. Met deze brief hebben wij u op de hoogte gebracht van de meest recente ontwikkelingen. Omdat de ontwikkelingen snel verlopen, ontvangt u van ons in het vierde kwartaal van dit jaar een volgende brief met een update over de ontwikkelingen. We zullen u over de voortgang blijven informeren. Dat doen we in samenhang met de voortgang op de doorbraakaanpak, het vervolgtoezicht van de inspecties hierop en de ontwikkeling van de expertisenetwerken.

Regionaal memo Sociaal Domein regio Zuidoost Utrecht Onderwerp: ontwikkelingen jeugdbeschermingsketen en Samen Veilig Midden Nederland (SVMN)

In dit memo staan de ontwikkelingen beschreven geldend voor de hele Utrechtse Jeugdzorgregio. Waar dit van toepassing is zijn de specifieke ontwikkelingen voor de regio Zuid-Oost Utrecht (ZOU) vermeld. In dit memo wordt ingegaan in op de volgende thema s: 1. 2. 3. 4. 5.

Voortgang doorbraakaanpak na tussentijdse rapportage inspecties Voortgang van het veranderprogramma van SVMN Update expertisenetwerken Vereenvoudiging jeugdbeschermingsketen in Utrecht Intrekken aanwijzing WSS door inspectie

1.

Voortgang doorbraakaanpak na tussentijdse rapportage inspecties

Aanleiding doorbraakaanpak Eind 2019 deden de inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid (hierna; de inspecties) onderzoek naar de vraag of de gecertificeerde instellingen (GI s1) voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering in Nederland erin slaagden hun wettelijke taken te vervullen. Naar aanleiding van dit rapport stelden de Utrechtse regio s en Flevoland - met SVMN - het Versterkplan op. De inspecties brachten in oktober 2020 een tussentijdse rapportage uit, waarin ze rapporteerden over de voortgang van de ingezette verbeteracties. Vervolgens is met de lokale teams en partners de doorbraakaanpak ingezet, waarover op 29 oktober 2020 gerapporteerd is. Doelen en resultaten doorbraakaanpak De ministeries, de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) en Jeugdzorg Nederland en de VNG stelden vier normen vast waaraan de GI s moeten voldoen. Dit zijn: 1) Voor alle kinderen is binnen 5 dagen een veiligheidstaxatie opgesteld, op basis van contact met het kind, de ouders en/of het sociale netwerk rond het gezin. In de ZOU regio werd een gemiddelde van 86% in de maanden oktober 2020 tot en met februari 2021 behaald. 2) Voor 90% van de kinderen is binnen 5 dagen een vaste jeugdbeschermer/jeugdreclasseerder beschikbaar. Hierbij is een gemiddelde van 100 procent behaald van oktober 2020 tot en met februari 2021 in de ZOU regio.

3) Voor 90% van de kinderen is binnen 6 weken een veiligheidsplan opgesteld. In de ZOU regio is een gemiddelde van ruim 71% in de maanden oktober 2020 tot en met februari 2021 behaald.

1

In onze regio Samen Veilig Midden Nederland met Save en de onderaannemers LJ&R en WSSJBenJR

Dit zijn gemiddelden die er op duiden dat in de Utrechtse jeugdzorgregio de normen zoals gesteld door de BGZJ, Jeugdzorg Nederland en de VNG worden behaald. Er zijn meerdere oorzaken waardoor de normen niet altijd gehaald worden. Dit zijn: -

Medewerkers zijn druk zijn met complexe problematiek en dit beïnvloedt de termijnen. Wij zijn hierover in gesprek met SVMN, zie ook kopje Doorbraakaanpak in de ZOU regio . Beperkingen die er waren (en deels nog zijn) in het contact met kinderen en ouders ten gevolge van corona. Ondanks dat een deel van het contact digitaal kon plaatsvinden, heeft de combinatie van thuiswerken, thuisonderwijs, testen en (zelf)quarantaine voor zowel ouders als uitvoerende professionals een flinke impact op het behalen van de termijnen.

-

Daarnaast leidt de vertraagde administratieve afhandeling van rechtbanken bij jeugdreclasseringsmaatregelen ertoe dat soms pas weken na een vonnis kan worden begonnen met opstellen van een gedegen plan. Hierdoor wordt de 6-wekentermijn niet gehaald.

4) Voor 75% van de kinderen is binnen 3 maanden een hulpaanbod gestart dat bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ernstige ontwikkelingsbedreiging en/of het verminderen van het recidiverisico. Voor deze norm is specifiek gekeken naar de situatie in de ZOU regio. Dit wordt hier onder toegelicht. Doorbraakaanpak in de ZOU regio In de ZOU regio betrof het 35 kinderen die langer dan 3 maanden op de juiste zorg moesten wachten. Om tot een oplossing te komen zijn deze casussen in gezamenlijkheid besproken met alle coördinatoren van de lokale teams en SAVE medewerkers. Er is in kaart gebracht wat de redenen waren waardoor deze kinderen niet de zorg kregen en er is gezocht naar oplossingen. Zo stond een deel van deze jongeren op de wachtlijst voor ondersteuning bij echtscheiding. Met deze aanbieder zijn afspraken gemaakt om de ondersteuning z.s.m. in te zetten. Bij een aantal jeugdigen is een doorbraaktafel georganiseerd en is zo een passende oplossing gevonden. Een aantal casussen betroffen het jeugdigen die meerderjarig werden en die zorg nodig hadden vanuit een ander wettelijk kader. Dankzij de gezamenlijke inzet van SVMN en de lokale teams was half februari de lijst opgelost. Op dit moment werken wij met een structurele aanpak om zicht te houden op kwetsbare kinderen die langer dan drie maanden moeten wachten op jeugdzorg.

Een andere opbrengst van de doorbraakaanpak is dat inzichtelijk werd welke vormen van hulp en ondersteuning soms lastig tijdig te organiseren zijn. Denk hierbij aan hulp of ondersteuning bij complexe echtscheidingsproblematiek of een passende match bij pleegzorg of een gezinshuis. Vervolg doorbraakaanpak Om inzicht in het effect van de aanpak te krijgen gaan de inspecties een verdiepende toets uitvoeren. De inspecties doen in elk geval dossieronderzoeken en zij voeren gesprekken met kinderen en ouders en met jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders om te beoordelen of tijdige en passende hulp is ingezet. Daarna zullen zij hun bevindingen delen.. Daarover volgt nadere informatie. Vanuit de rol van opdrachtgever blijven de regio vertegenwoordigers ook in gesprek met SVMN over de genoemde normen.

2. Expertisenetwerken Het beter doen met en voor kinderen, jongeren en gezinnen met meerdere, langlopende en complexe vragen. Dit is de ambitie van de expertisenetwerken Flevoland - Utrecht. Samen vormen deze provincies één van de acht gebieden die een landelijke opdracht hebben om te zorgen dat er ook in zeer complexe situaties tijdig zorg op maat is. Samen met ervaringsdeskundige, jongeren, ouders en professionals is uitgewerkt hoe de huidige inzet verder versterkt kan worden. De inzichten uit de doorbraakaanpak zijn hierbij benut. Op basis hiervan wordt dit jaar ingezet op:: 

Een stimuleringsimpuls maatwerk: het bereiken van duurzame, thuisgerichte en vernieuwende (maatwerk)oplossingen door noodzakelijke investeringen (deels) te bekostigen.

Het samen dragen netwerken: het stimuleren van samenwerking en uitwisseling van ervaringsdeskundigen en professionals over grenzen van specialismes, domeinen en organisaties heen.

De Ervaringsacademie: professionals een beter beeld geven van welke kennis, vaardigheden en samenwerking belangrijk zijn wanneer je als jongere of gezin langdurig complexe problemen hebt.

Het werken met de verklarende analyse: passend maatwerk bieden door eerder en beter samen met jongeren en ouders het ontstaan, voortbestaan en samenhang van problemen in beeld te hebben.

Het leren van complexe casuïstiek versterken: de praktijk, inkoop en het beleid verbeteren door bovenregionaal ketenbreed te leren van complexe situaties.

De kenniswerkplaatsen uit de verschillende jeugdzorgregio s zorgen hierbij voor de monitoring en het actie-onderzoek. Zo kunnen we de leerervaringen breed in de praktijk benutten en de inzet van de expertisenetwerken waar nodig bijstellen. 3. Voortgang van het koersprogramma van SVMN SVMN heeft sinds halverwege 2019 gewerkt met een veranderagenda, waarin het vergroten van openheid en transparantie centraal stond. SVMN wil dit bestendigen in een koersprogramma; een meerjarenplan voor ontwikkeling van de organisatie. De belangrijkste doelstelling van het koersprogramma is om de jeugdige en het gezin nog centraler in de organisatie te zetten, in het dagelijks werk zichtbaar te maken en regie te geven over zijn of haar eigen proces. Daarbij besteedt SVMN aandacht aan de aanbevelingen uit de onafhankelijke reflectie van het Verwey-Jonker Instituut om tot een onderliggende verandertheorie te komen en deze vast te leggen in een meerjarenplanning. Wij sturen erop dat SVMN dit doet in nauw contact met cliënten, samenwerkingspartners en ons als opdrachtgever. Het plan moet nog verder worden afgestemd, ook met de overige bovenregionaal samenwerkende gemeenten. Wij verwachten het plan in het tweede kwartaal met u te delen. 4.

Vereenvoudiging jeugdbeschermingsketen als pilot in Utrecht stad

Bij situaties waarbij de veiligheid in het geding is, is de wens meer samenhangende en transparante hulp aan jeugdigen en gezinnen bieden. De jeugdbeschermingsketen is landelijk ingewikkeld georganiseerd, daarom wordt nu ook landelijk een toekomstscenario uitgewerkt. De Utrechtse jeugdzorgregio loopt hierin vooruit en is één van de pilotregio s waaruit geleerd wordt voor landelijke ontwikkeling.

In 2016/2017 begon een pilotteam in Overvecht, een wijk in Utrecht-stad, met medewerkers uit de buurtteams van Lokalis, de gecertificeerde instelling SVMN, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Hier wordt gewerkt aan een beweging om van een estafettemodel naar een teammodel van samenwerking te gaan in situaties waarbij de veiligheid in het geding is en waarin partnerschap en gedeelde verantwoordelijkheid centraal staan. Deze beweging maken we ten dienste van de gezinnen, aansluitend op de buurtteams en met oog voor de onderliggende oorzaken van problematiek. De gezinnen die door dit pilotteam worden geholpen geven aan de werkwijze als positief te ervaren. Landelijke ontwikkelingen De pilot in Utrechts-stad heeft belangrijke inhoudelijke inzichten opgeleverd die meegenomen zijn in het landelijke Toekomstscenario Jeugdbescherming 2021. Het Toekomstscenario is op hoofdlijnen met de VNG, brancheorganisaties, ministeries en cliëntbetrokkenheid opgesteld is eind maart naar de Tweede Kamer gestuurd. In het Algemeen Overleg van op 18 februari 2021 gaf minister Dekker aan dat hij breed wil consulteren bij alle stakeholders maar ook bijvoorbeeld wetenschappers, andere experts, de betrokken organisaties en professionals in het veld. Op hoofdlijn gaat het uit van het gezin als vertrekpunt, met een lokaal team professional die naast het gezin staat.

De expertise van veiligheidspartners is versterkend aan de inzet van een lokaal team professional. Minister Dekker: De grootste innovatie in het toekomstscenario is gericht op het simpeler maken en het samenbrengen van expertise op het gebied van veiligheid.2 5.

Aanwijzing WSS door inspectie ingetrokken

Op 12 februari 2020 gaf de Inspectie Gezondheid en Jeugdzorg een aanwijzing aan de William Schrikker Stichting (WSS) een aanwijzing omdat de kwaliteit van de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen onvoldoende was. Hierover bent u met een Raadsmededeling geïnformeerd. Op 25 november is bekend gemaakt dat dit toezichttraject op de WSS is beëindigd, omdat de stichting weer aan alle gestelde eisen voldoet.

In het volgende kwartaal ontvangt u van ons een volgende brief met nieuwe informatie over de ontwikkelingen bij SVMN. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

2

Wetgevingsoverleg 23 november Tweede Kamer der Staten Generaal.

Aantallen en trends In Zeist woonden 17.557 jeugdigen in de leeftijd 0-23 jaar1, ongeveer 10,5% van hen ontving over de 1e helft van 2021 enige vorm van jeugdhulp. Dat aantal is vergelijkbaar met 2e helft 2020 en komt overeen met 1837 jeugdigen2. Jeugdzorg met verblijf neemt af in regio ZOU3: 445 cliënten in 2017 naar 430 cliënten in 2020. Ook het aandeel jeugdzorg met verblijf van de totale jeugdzorg neemt af in de regio ZOU: van 10,4% in 2017 naar 9,5% in 2020. Deze trends zijn ook landelijk zichtbaar. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp met verblijf in Zeist is een kleine groep en in aantallen vrij stabiel4. De 1e helft 2021 ging het om ongeveer 150 jeugdigen in Zeist met jeugdhulp met verblijf. De meest voorkomende verblijfsvorm hierbinnen is een pleeggezin. Vanaf de 2e helft 2020 waren er meer jeugdigen met instellingsvoogdij5. Essentiele functies (cluster 1) maakt een groter deel uit van het aantal jeugdigen in verblijf, er wordt gestuurd op tijdige uitstroom. Hiervan zien we een positief effect in de maandcijfers. De instroom van cliënten per jaar in jeugdbescherming fluctueert in regio ZOU: tussen 2016 en 2018 nam deze toe, en in 2019 en 2020 nam deze af. Ook landelijk fluctueert de instroom. Over 2020 in Zeist ontvingen in totaal 145 jeugdigen jeugdbescherming, waarvan 90 OTS en 55 voogdij 6.

Uithuisplaatsingen binnen OTS of Voogdij neemt af (in absolute aantallen) in de regio ZOU: van 135 cliënten in 2017 naar 120 cliënten in 2020. Dit is een trend die ook landelijk zichtbaar is. Uithuisplaatsingen binnen OTS neemt af (in relatieve aantallen) in de regio ZOU: van 31% in 2017 naar 27% in 2020. Een zeer vergelijkbare trend is landelijk zichtbaar.

1

Op peildatum 1 januari 2021. Een stijging van 0,5% ten opzichte van de 2e helft 2020. Bron sturingsinformatie jeugdhulp en wmo 2018 tm 1e helft 2021. Regionale en landelijke trends zijn afkomstig uit het dashboard Zorg voor de Jeugd (landelijke actielijnen). 4 Bron sturingsinformatie jeugdhulp en wmo 2018 tm 1e helft 2021 5 Het aantal jeugdigen in zorg bij (zeer specialistische jeugdzorg, ook wel essentiële functies Jeugd genoemd) onder Zeister verantwoordelijkheid is gestegen (o.a. door een verhuizing van een groep van elders naar Zeist). Door het woonplaatsbeginsel zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor de jongeren met een voogdij maatregel vanaf het moment dat deze jeugdigen hier zijn komen wonen. 6 Bron cbs: Link 2

3

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Aan de gemeenteraad

Datum

25 juni 2021

Ons kenmerk

405293

Burgerservicenummer

Uw kenmerk

Bijlage(n)

Behandeld door

Juul Polders

Portefeuillehouder

d6a600a3-4664-e811-942402bfac152cae

Onderwerp

Ontwikkelingen Jeugdbeschermingskete n en Samen Veilig Midden Nederland 2021

Geachte leden van de raad,

Op 29 oktober 2020 informeerden wij u met een raadsinformatiebrief over de ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen en bij Samen Veilig Midden Nederland (SVMN). Wij zegden u daarbij toe u in het eerste of tweede kwartaal van 2021 opnieuw te informeren. Met deze brief komen wij deze toezegging na. In de bijlage bij deze brief kunt nu nog uitgebreidere informatie lezen. 1. De doorbraakaanpak Naar aa leidi g a de oortga gsrapportage K ets are ki dere o oldoe de es her d a okto er 2020 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid opgeroepen tot het realiseren van een doorbraakaanpak voor de kinderen die op dat moment op een wachtlijst voor jeugdzorg stonden. Voor de regio Zuid Oost Utrecht (ZOU) betrof het 35 kinderen die langer dan 3 maanden op de juiste zorg wachtten. Half februari 2021 stonden er geen kinderen meer op de wachtlijst waardoor ook voor alle kinderen uit Zeist de hulp gestart was. De kinderen die wachtten bleken voornamelijk kinderen te zijn die hulp nodig hadden als gevolg van een complexe echtscheiding van hun ouders. De oplossing bleek het aantrekken van een extra medewerker bij een jeugdhulpaanbieder en het meer zelf hulp bieden door het CJG voor dit type problematiek.

Op dit moment werken wij samen met Samen Veilig Midden Nederland en de andere gemeenten in de regio ZOU aan een structurele aanpak om beter zicht te hebben op kinderen met een jeugdbescherming maatregel om te voorkomen dat deze kinderen langer dan drie maanden moeten wachten op jeugdzorg. 2. De expertisenetwerken Het beter doen met en voor kinderen, jongeren en gezinnen met meerdere, langlopende en complexe hulpvragen. Dit is de ambitie van de expertisenetwerken Flevoland - Utrecht. De afgelopen maanden is samen met ervaringsdeskundige, jongeren, ouders en professionals uitgewerkt hoe de huidige inzet op het helpen van kinderen en gezinnen met complexe hulpvragen verder versterkt kan worden.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

3. Koersprogramma SVMN SVMN werkt sinds halverwege 2019 met een veranderagenda, waarin het vergroten van openheid en transparantie centraal staat. SVMN wil dit bestendigen in een koersprogramma; een meerjarenplan voor de verdere ontwikkeling van de eigen organisatie. Dit plan wordt in het tweede kwartaal 2021 verwacht. 4. Vereenvoudiging jeugdbeschermingsketen als pilot in Utrecht stad Bij situaties waarbij de veiligheid in het geding is, is het streven een meer samenhangende en transparante hulp aan jeugdigen en gezinnen te bieden. In 2016/2017 is in Utrecht-stad een pilot begonnen om het werken met het huidige estafettemodel (het als organisaties Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde instellingen na elkaar werken) te veranderen in het werken met een teammodel (het als organisaties werken in één team) voor die situaties waarbij de veiligheid in het geding is. Een teammodel waar partnerschap en gedeelde verantwoordelijkheid centraal staan. Deze pilot heeft belangrijke inhoudelijke inzichten opgeleverd die meegenomen zijn in het landelijke Toekomstscenario Jeugdbescherming 2021. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is eind maart naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is een scenario op hoofdlijnen dat is opgesteld met de VNG, brancheorganisaties, ministeries en cliënten.

Dit toekomst scenario gaat op landelijk niveau nog verder besproken en, zoals de verwachting nu is, daarna uitgewerkt worden. Wij zullen deze ontwikkelingen nauwgezet volgen en in de toekomst met u bespreken, bijvoorbeeld tijdens een stamtafel. 5. Aanwijzing WSS door inspectie ingetrokken Het toezichttraject van de Inspecties resulteerde in het voorjaar van 2020 in een aanwijzing van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGj) voor de William Schrikker Stichting (WSS). De reden daarvoor was dat de kwaliteit van de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen onvoldoende was. Deze aanwijzing is beëindigd. Op 25 november werd bekend gemaakt dat het toezichttraject op de WSS was beëindigd omdat WSS op dat moment weer aan alle gestelde eisen voldeed.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10961790/1