RIB21.109 Zienswijze begroting VRU 2022
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 11-06-2021/RIB21.109
Datum
11 juni 2021
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
408426
Uw kenmerk
Div. Zienswijze Begroting VRU 2022
Behandeld door
M. van der Burgt
Portefeuillehouder
Burgemeester Janssen
Geachte leden van de raad, Als onderdeel van de P&C-cyclus heeft de Veiligheidsregio Utrecht, kortweg de VRU, de voorlopige jaarrekening 2020, het bestemmingsvoorstel van het rekeningresultaat 2020 en de programmabegroting 2022, tevens 1e wijziging programmabegroting 2021 aan Zeist voorgelegd met de uitnodiging daarop een zienswijze te geven. Jaarstukken 2020 Het jaar 2020 stond voor de VRU nadrukkelijk in het teken van de coronacrisis. De VRU vormde voor de regio, samen met de GGD, de spil in de ondersteuning van de crisis. De coronamaatregelen hebben ook tot gevolg gehad dat een aantal van de gestelde doelen niet gehaald zijn. Voorbeelden hiervan zijn het toezicht en het oefenen van de brandweer. Bestemming resultaat 2020 Resultaat De VRU sluit het jaar 2020 af met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen. Het positieve resultaat bestaat uit lagere personele lasten (€ 0,8 miljoen) en materiële lasten (€ 0,85 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,5 miljoen) anderzijds. De lagere personele lasten worden onder andere veroorzaakt door tijdelijk vacatureruimte. De afwijking op de materiële lasten betreft voornamelijk voertuigen en operationele middelen, kantoor- en ICT-kosten en een voordeel op de rentekosten.
De hogere opbrengsten bestaan uit een verhoging van de reguliere rijksbijdrage, een hogere opbrengst uit de liquidatie van de Gemeenschappelijke Meldkamer Utrecht (GMU) en overige incidentele baten, zoals detacheringsopbrengsten. De grote rol die de VRU heeft in de coördinatie van de aanpak van de coronacrisis heeft vanzelfsprekend tot kosten geleid. Deze worden echter door het Rijk vergoed en zijn dus niet van invloed geweest op het resultaat. De VRU stelt voor om het rekeningresultaat vrijwel geheel (€ 2,1 miljoen) te storten in een OMS-fonds (Openbaar Meldsysteem). Daarnaast wordt er € 25.000 gestort in de ontwikkel- en egalisatiereserve. Het OMS-fonds is een fonds waarmee de komende jaren het wegvallen van de inkomsten uit OMS kunnen worden gedekt.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Openbaar Meldsysteem Het instellen van een OMS-fonds vraagt een toelichting over het OMS en de wijziging van het systeem met betrekking tot OMS. Het Openbaar Meldsysteem (OMS) verbindt de brandmeldinstallatie van aangewezen instellingen en bedrijven met de meldkamer van de brandweer. Zo komt een melding automatisch bij de brandweer binnen en kan er sneller geacteerd worden bij een brand. De veiligheidsregio’s gaven hiervoor concessies uit aan een beperkt aantal OMS-aanbieders. De aanbieders betaalden hiervoor. In 2021 gaat het om ongeveer 1,1 miljoen euro. Er werden al langer vraagtekens gezet bij de houdbaarheid van het huidige regionale OMS-stelsel . Uit een landelijk onderzoek kwam naar voren dat er geen wettelijke basis is voor voortzetting van het huidige OMS-stelsel. De consequentie van deze ontwikkeling is dat de concessievergoeding van € 1,1 miljoen op termijn volledig vervalt. Op dit moment is nog niet bekend op welke termijn en in welk tempo dit gebeurt. De VRU gaat er van uit dat de huidige op het OMS aangesloten instellingen en bedrijven in de loop van 2021 over gaan naar de landelijke voorziening, waardoor de inkomsten uit concessievergoeding OMS met ingang van 2022 geheel wegvallen. Het is ook mogelijk dat de overgang meer geleidelijk naar het eind van de concessieperiode zal plaatsvinden.
Aan de OMS-opbrengsten zijn slechts in zeer beperkte mate kosten (€ 27k) verbonden. De OMS-opbrengsten zijn dan ook als algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt. Tegenover het wegvallen van de opbrengsten staat dus voor het grootste deel geen directe besparing op de kosten, waarmee deze exogene ontwikkeling niet structureel neutraal verwerkt kan worden. Om te voorkomen dat dit de komende jaren doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage wordt voorgesteld om een OMS-fonds te vormen uit het resultaat 2020, waarmee het wegvallen van de opbrengsten tijdelijk kan worden gedekt. Dit fonds vormt tevens de buffer om de onzekerheid over de termijn en het tempo van het wegvallen van de OMSopbrengsten op te vangen zonder dat de weerstandscapaciteit wordt aangetast. De bestaande weerstandscapaciteit is met € 1,4 miljoen namelijk relatief beperkt (1,4% van de begroting) en bovendien ontoereikend om deze opbrengstendaling over een langere periode te kunnen opvangen. Er is in het Algemeen Bestuur gesproken over het al dan niet laten terugvloeien van het positieve resultaat aan de deelnemende gemeenten.
In het vragenuur bij de lijst ingekomen stukken op 11 mei 2021 heeft raadslid Bredius (NDZ) hier ook een vraag over gesteld: zou dit geld niet terug moeten vloeien naar de deelnemende gemeenten gezien de financiële positie waarin deze verkeren? Dat zou echter betekenen dat de VRU nu geld teruggeeft aan de gemeenten, in de wetenschap dat dat geld dan in de vorm van een extra bijdrage weer aan de VRU betaald moet worden. De voorkeur van het Algemeen Bestuur gaat daarom uit naar het vormen van een reserve hiervoor. Geactualiseerde begroting 2021/ontwerpbegroting 2022 De geactualiseerde begroting 2021 is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2021. Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing) en er is een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen verwerkt. Verder heeft een aantal (incidentele) technische wijzigingen plaatsgevonden voor het lopende boekjaar zonder effect op de gemeentelijke bijdrage. De VRU heeft de financiële positie van de gemeenten betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2022 en zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden om de gemeentelijke bijdrage voor 2021 en 2022 verder te beperken, bijvoorbeeld door de hierboven al genoemde inzet van het verwachte positieve rekeningresultaat van 2020 om het wegvallen van de OMS-opbrengsten op te vangen.
De ontwikkelingen rond COVID-19 hebben ook voor de begroting 2021 consequenties voor de VRU, omdat de veiligheidsregio’s ook in 2021 een centrale rol vervullen bij de coördinatie van crisis. De extra kosten die de VRU voor 2021 verwacht zijn geraamd op € 0,5 miljoen. Deze meerkosten kan de VRU declareren bij het rijk en staan dus als opbrengst geraamd. Omdat de vergoeding van de meerkosten pas definitief wordt na controle en vaststelling op deze declaratie heeft de VRU deze opbrengst als stelpost in de begroting 2021 opgenomen en vermeld in de risicoparagraaf. Per saldo heeft COVID-19 daarmee geen gevolgen voor de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage voor het basistakenpakket zoals opgenomen in voorliggende begroting.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
De VRU heeft eerder als ambitie gesteld om in de beleidsperiode 2020-2023 geen aanvullende structurele bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Zoals hierboven al aangegeven is de VRU zich bewust van de huidige financiële positie van de deelnemende gemeenten. In het Algemeen Bestuur is vastgesteld dat het terugdringen van de kosten alleen kan plaatsvinden door het maken van inhoudelijke, beleidsmatige keuzes. Hierover zal in aanloop naar het nieuwe beleidsplan (2024) het gesprek gevoerd worden. Mutaties financieel kader De VRU voert een aantal wijzigingen door in de financiële kaders: Bedragen x € 1.000 Mutaties Financieel Kader Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding Totaal
Actualisatie 2021
Begroting 2022
-
-
65 148 Pm
859 413 Pm
-208
2
5
1.274
Lasten FLO-overgangsrecht (functioneel leeftijdsontslag) Na vaststelling van de kadernota 2022 heeft zich een aantal ontwikkelingen op het gebied van het FLOovergangsrecht voorgedaan. De financiële effecten van deze ontwikkelingen worden momenteel doorgerekend en zijn dus niet in de voorliggende geactualiseerde begroting 2021 en ontwerpbegroting 2022 verwerkt. Wel is duidelijk dat er sprake is van een kostenstijging van het FLO-overgangsrecht ten opzichte van de meerjarenraming in de begroting 2021 en de kadernota 2022. De geactualiseerde meerjarenraming zal worden verwerkt in de eerste bestuurlijke rapportage van 2021. Op basis hiervan zal worden bezien of een tussentijdse begrotingswijziging voor 2021 en 2022 noodzakelijk is, of dat de geactualiseerde meerjarenraming van de lasten voor het FLO-overgangsrecht later kan worden verwerkt als onderdeel van de reguliere herijking van het financiële kader in de kadernota voor 2023 (najaar 2021) en de actualisatie van de begroting 2022 (voorjaar 2022). Conform eerdere toezeggingen zal de VRU bekijken welke mogelijkheden er binnen de begroting zijn om het effect op de gemeentelijke bijdrage zo veel mogelijk te beperken.
Mutaties bestaand beleid De VRU voert ook een aantal wijzigingen door in het bestaande beleid:: Bedragen x € 1.000 Mutaties Bestaand Beleid Hervorming OMS-stelsel Regionale uitwerking landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen Heroriëntatie AB-werkplaatsen Overdracht beheer meldkamer Licentiekosten LCMS GZ Totaal
Actualisatie 2021 -
Mutatie 2022 -
Begroting 2022 -
-50
-
-50
-12 -62
123 -193 -70
123 -193 -12 -132
Hervorming OMS-stelsel De hervorming van het OMS-stelsel is hierboven al uitgebreid toegelicht. De lasten van deze hervorming bedragen in 2022 € 1.052.000. Deze worden in de begroting 2022 gedekt door een onttrekking uit het OMSfonds, dat is ingesteld uit het resultaat 2020. Effecten voor Zeist Onderstaande tabel geeft een gecombineerd overzicht van de bijdrage Gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) en de vergoeding Individueel Gemeentelijk Pluspakket (IGPP).
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
Bedragen x € 1.000 Bijdrage GBTP Vergoeding IGPP Totaal
Begroting 2021 4.051 896 4.947
Actualisatie 2021 4.044 897 4.941
Begroting 2022 4.100 909 5.009
Zienswijze Zeist Het College is tevreden met de jaarstukken 2020 en snapt dat een aantal van de doelen niet of anders gehaald is vanwege de coronacrisis. De VRU sluit 2020 af met een positief resultaat van ruim € 2 miljoen. Hoewel de coronacrisis hierin over 2020 mogelijk een rol heeft gespeeld, houdt de VRU afgelopen jaren vaker incidenteel geld over. In de zienswijzebrief vragen wij de VRU aandacht om scherp te blijven begroten, zeker in het licht van de huidige financiële noden van de gemeenten. De wijziging van het OMS-stelsel vormt een forse terugloop in inkomsten voor de VRU. Het is echter een effect dat onafwendbaar is. Het is daarom goed om het positieve resultaat 2020 te reserveren om deze terugloop in inkomsten de komende jaren mee te dekken en zo een stijging van de gemeentelijke bijdrage te voorkomen. De stijging in de begroting 2022 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt exogene factoren, namelijk de loon- en prijsaanpassing. Het is goed dat de VRU aangeeft oog te hebben voor de financiële positie van gemeenten. Het College begrijpt het standpunt van de VRU dat substantiële kostenreductie niet los gezien kan worden van beleidsmatige keuzes en hecht er aan hierover in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode in VRU-verband het gesprek te voeren.
Met inachtneming van bovenstaande komt het College tot een ondersteunende zienswijze vanuit Zeist, zoals is verwoord in bijgaande zienswijzebrief. Het College zal deze zienswijze kenbaar maken aan de VRU onder voorbehoud van aanvullende opmerkingen of bezwaren vanuit de raad. Het Algemeen Bestuur van de VRU zal de definitieve jaarstukken 2020 en begroting 2022/geactualiseerde begroting 2021 op 5 juli 2021 vaststellen. Het College ontvangt eventuele opmerkingen of bezwaren graag uiterlijk 25 juni 2021. Wij vertrouwen erop dat we u hiermee voldoende hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Bijlagen:
1. Aanbiedingsbrief VRU 2. Voorlopige jaarstukken 2020 3. Ontwerpbegroting 2022 tevens actualisatie 2021 4. Infographic 2020 VRU 5. Notitie zienswijzen kadernota 2022 6. Zienswijzebrief gemeente Zeist
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twitter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Veiligheidsregio Utrecht Tav de concerncontroller, De heer Van ‘t Hoog
Datum
11 juni 2021
Ons kenmerk
Burgerservicenummer
Uw kenmerk
Bijlage(n)
Behandeld door
Onderwerp
408426 S&B/B&A
Reactie diverse financiële stukken VRU
Geachte heer Van ‘t Hoog,
In uw brief van 15 april verzoekt u ons om onze zienswijze kenbaar te maken op de voorlopige jaarrekening 2020, het voorstel voor de resultaatbestemming 2020 en de ontwerpbegroting 2022, tevens geactualiseerde begroting 2021. Bij deze ontvangt u de zienswijze vanuit Zeist onder voorbehoud van eventuele opmerkingen of bezwaren vanuit de raad van Zeist. Zeist heeft met genoegen kennisgenomen van de heldere stukken die u ons gezonden heeft. De VRU sluit 2020 af met een positief resultaat van ruim € 2 miljoen. De gemeente Zeist vindt het, zeker gezien de huidige financiële positie van gemeenten, van belang dat begroting steeds zo scherp mogelijk plaatsvindt, zodat ruime over- of onderschrijdingen zoveel mogelijk voorkomen worden. Wij roepen u op hier, ook de komende jaren, scherp op te blijven. De wijziging van het OMS-stelsel vormt een forse terugloop in inkomsten voor de VRU. Het is echter een effect dat onafwendbaar is. De gemeente Zeist vindt het daarom goed om het positieve resultaat 2020 te reserveren om deze terugloop in inkomsten de komende jaren mee te dekken en zo een stijging van de gemeentelijke bijdrage in die periode te voorkomen. Het is goed dat de VRU aangeeft oog te hebben voor de financiële positie van gemeenten.
Zeist begrijpt het standpunt van de VRU dat substantiële kostenreductie niet los gezien kan worden van beleidsmatige keuzes en hecht er aan hierover in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode in VRUverband het gesprek te voeren. Met inachtneming van bovenstaande vaststellingen komen wij tot een ondersteunende zienswijze vanuit Zeist. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist,
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Voorlopige jaarstukken 2020 Verslag & rekening Versie gemeente 15 april 2021
Pagina
1
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: Vastgesteld op: Door:
[corsa nummer] 5 juli 2021 Algemeen bestuur VRU
Pagina
2
Voorwoord Graag bied ik u hierbij de jaarstukken 2020 van Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan. De VRU sluit het jaar met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen. Wij kijken terug op een bewogen en bijzonder jaar. Een jaar waarin de VRU, net als andere organisaties, gedwongen was veel werk online te organiseren. In bepaalde gevallen moest een stapje extra worden gezet, om het werk op te vangen voor collega’s die langdurig in de Covidcrisisorganisatie moesten worden ingezet. En we moesten creatief te werk gaan. Het vergroten van risicobewustzijn is een belangrijk speerpunt voor ons. In plaats van roadshows en voorlichtingen, hebben we digitale middelen ontwikkeld. Online huisbezoeken via whatsapp, webinars via facebook en digitale leermiddelen voor het onderwijs. Het thuiswerken heeft veel gevraagd van onze mensen, maar onderzoeken tonen aan dat het in het algemeen goed heeft gefunctioneerd, niet in de laatste plaats omdat we beschikken over verantwoordelijke en zelfstandige en collegiale professionals. Niet iedereen kon of mocht thuis werken. Dat gold natuurlijk voor de mensen in de Covidcrisisorganisatie en voor iedereen die op een VRU-locatie moest zijn om de vitale processen gaande te houden. Maar de VRU is ook een organisatie die mensen op straat moet brengen om het werk te kunnen doen.
Dat zijn onze brandweercollega’s, beroeps en vrijwillig, en onze toezichthouders, controleurs en piketfunctionarissen. Het ter plaatse moeten gaan in de wetenschap dat het besmettingsrisico hoog kan zijn, vraagt om respect. Laten we ook de mensen van de meldkamer niet vergeten. Onze meldkamer ontving ruim 20.000 meldingen, waarvan er ruim 8.500 leidden tot een uitruk. Maar er gebeurt veel achter de ‘kale’ meldingscijfers. Wij kunnen dat niet genoeg benadrukken. En in de fysieke beslotenheid van hun werkruimte, waar het virus evengoed zijn werk deed, was afmelden geen optie. Hulde voor onze centralisten en hun leidinggevenden. We hebben in 2020 niet alles kunnen realiseren van wat door ons gepland was. Maar veel ook wel. We zijn ook streng geweest, bijvoorbeeld wat betreft het oefenen van de brandweer. Dat stond noodgedwongen op een laag pitje, met als negatieve bijkomstigheid het gemis aan sociaal contact en binding op de posten. Het elkaar even ontmoeten werd gemist. Het past, al onze medewerkers de bedanken voor hun niet aflatende inzet, soms onder in potentie onveilige omstandigheden. 2020 was ook een jaar waarin we als veiligheidsregio’s een belangrijke bijdrage aan het Covidcrisismanagement mochten leveren, samen met gemeenten en collega-organisaties.
Aanvankelijk door de verplichte noodverordeningen die vanuit de voorzitter van de veiligheidsregio van kracht waren en later in een aangepaste rol onder de tijdelijke wet. We vonden het zaak de crisisondersteuning dedicated te organiseren, om zodoende ook voor niet-Covid-crises en andersoortige incidenten slagvaardig te kunnen zijn. Ook namen we samen met het IFV het voortouw bij het organiseren van de landelijke verbinding tussen regio’s en rijk: het LOT-C. We hebben als veiligheidsregio steeds geprobeerd een steunende, verbindende en welbegrepen bescheiden rol te nemen, in de wetenschap dat de veiligheidsregio van alle gemeenten is, ongeacht hun omvang. Voor het ons gegeven vertrouwen zijn wij dankbaar. Onze verslagenheid was groot toen onze collega Pim van der Bruggen bij een uitruk het leven liet. Een noodlottig ongeval, als gevolg waarvan Pim een jong gezin achterliet. Ons verdriet is groot en het verlies wordt overal gevoeld. Hoe goed was het te zien dat de VRU-mensen Pim’s gezin steunden, elkaar opvingen en ondertussen doorgingen met het werk dat gedaan moest worden.
Pagina
3
In de verantwoording op ons begrotingsprogramma laten we zien wat de VRU in 2020 met haar diversiteit aan prestaties en productie in samenwerking met de gemeenten heeft bereikt. Ik nodig u graag uit daarvan kennis te nemen. We kijken terug op een succesvolle inzet en zijn graag bereid over onze productie en prestaties verantwoording af te leggen.
Namens het bestuur,
Dr. Peter L.J. Bos Algemeen directeur
Pagina
4
Inhoudsopgave
Voorwoord
3
Inhoudsopgave
5
1 1.1 1.2 1.3
9 9 10 10
Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Voorstel bestemming rekeningresultaat Ontwikkelingen COVID-19
Jaarverslag 2020
11
Programmaverantwoording
12
2 2.1 2.2 2.3
Risicobeheersing Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
13 13 16 17
3 3.1 3.2 3.3
Crisisbeheersing Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
18 18 20 22
4 4.1 4.2 4.3
GHOR Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
23 23 24 26
5 5.1 5.2 5.3
Brandweer Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
27 28 30 31
6 6.1 6.2
Meldkamer Productie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
32 33 35
7 7.1 7.2 7.3 7.4
Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Gerealiseerde baten en lasten
36 36 36 37 37
8
Paragrafen
38
9 9.1 9.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit
39 39 39
Pagina
5
9.2.1 9.2.2 9.2.3 9.2.4 9.2.5
Verzekeringen Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
41 41 41 41 41
10 10.1
Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven 10.1.1 Investeringen in gebouwen 10.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen 10.1.3 Onderhoud gebouwen en installaties 10.1.4 Onderhoud materieel
42 42 42 42 42 42
11 11.1 11.2
Financiering Financieringsportefeuille Risicobeheer 11.2.1 Kasgeldlimiet 11.2.2 Renterisiconorm
43 43 43 43 44
12 12.1
12.2 12.3 12.4 12.5 12.6
Bedrijfsvoering Personeel 12.1.1 Formatie en bezetting 12.1.2 Wet banenafspraak 12.1.3 Diversiteit 12.1.4 Verzuim 2020 12.1.5 Vrijwilligers Inhuur Beleidsindicatoren Vennootschapsbelasting Duurzaamheid Privacy
45 45 45 45 45 46 46 47 47 47 48 49
13
Verbonden partijen
50
14
Declaratie COVID-19
51
Jaarrekening 2020
53
1
Balans per 31 december
54
2 2.1 2.2
Rekeningresultaat Overzicht van baten en lasten naar rubriek Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar rubriek 2.2.1 Rubriek A – Personele kosten reguliere werkzaamheden 2.2.2 Rubriek B – Ondersteunende personele kosten 2.2.3 Rubriek C – Personele kosten additionele werkzaamheden 2.2.4 Rubriek D – Gebouwkosten 2.2.5 Rubriek E – Operationele middelen 2.2.6 Rubriek F - Kantoorkosten 2.2.7 Rubriek G – Financiële rekeningen 2.2.8 Rubriek H – Overige kosten 2.2.9 Rubriek K – Gemeentelijke bijdrage en vergoeding 2.2.10 Rubriek L - Rijksbijdrage 2.2.11 Rubriek M – OMS
55 55 56 56 57 58 58 59 59 60 60 61 61 61
Pagina
6
2.2.12 Rubriek N – Overige baten 2.2.13 Rubriek O – Storting reserves 2.2.14 Rubriek P – Onttrekking reserves Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2020
61 62 62 63
3 3.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 3.1.1 Vaste activa 3.1.2 Vlottende activa 3.1.3 Vaste passiva 3.1.4 Vlottende passiva 3.1.5 Resultaatbepaling
64 64 64 65 65 65 65
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Toelichting op de balans Vaste activa Vlottende activa Vaste passiva Vlottende passiva Waarborg en garanties Niet in de balans opgenomen verplichtingen Gebeurtenissen na balansdatum
67 67 68 69 71 72 72 73
5 5.1 5.2
Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldiging topfunctionarissen 2020 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
74 74 75
6
Single information Single Audit
76
7
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
77
2.3
Bijlage 1 Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen 2020
82 82
Bijlage 2 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld
83 83
Bijlage 3 Overzicht berekening overhead
84 84
Bijlage 4 7.1 Materiële vaste activa staat nieuwe categorie indeling
85 85
Bijlage 5 Begrippen en afkortingen
86 86
Pagina
7
1 Financiële samenvatting Op 6 juli 2020 heeft het Algemeen Bestuur de wijzigingen op de geactualiseerde begroting 2020 vastgesteld. De realisatie cijfers uit deze jaarstukken worden vergeleken met deze geactualiseerde begroting 2020.
1.1
Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat
Het jaar 2020 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen (circa 2,2% van de begroting). Tabel 1 Samenvatting financiële afwijkingen
Een deel van de afwijkingen op de verschillende rubrieken is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Deze saldo-neutrale afwijkingen zijn in de bovenstaande tabel apart inzichtelijk gemaakt om vervolgens inzicht te geven in de gecorrigeerde afwijkingen die leiden tot het gerealiseerde rekeningresultaat. De gedeclareerde meerkosten voor COVID-19 zijn een voorbeeld van saldo-neutrale afwijkingen. Tegenover het saldo van de niet begrote meer- en minderkosten staat een vergoeding van het rijk voor hetzelfde bedrag. Uit de gecorrigeerde afwijkingen blijkt dat het resultaat van ruim € 2,1 miljoen op hoofdlijnen bestaat uit lagere personele lasten (€ 0,8 miljoen) en materiële lasten (€ 0,85 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,5 miljoen) anderzijds. De lagere personele lasten worden onder andere veroorzaakt door tijdelijk vacatureruimte. De afwijking op de materiële lasten betreft voornamelijk voertuigen en operationele middelen (€ 0,35 miljoen), kantoor- en ICT-kosten (€ 0,23 miljoen) en een voordeel op de rentekosten (€ 0,27 miljoen).
De hogere opbrengsten bestaan voor € 0,1 miljoen uit een verhoging van de reguliere rijksbijdrage, voor € 0,1 miljoen uit een hogere opbrengst uit de liquidatie van de Gemeenschappelijke Meldkamer Utrecht (GMU) en voor € 0,2 miljoen overige incidentele baten, zoals detacheringsopbrengsten.
Pagina
9
In paragraaf 2.2 van de jaarrekening is een meer uitgebreide toelichting opgenomen, inclusief de saldo-neutrale afwijkingen. Hierbij wordt ook toegelicht of sprake is van een incidentele of structurele afwijking.
1.2
Voorstel bestemming rekeningresultaat
Onderstaand hebben wij het voorstel opgenomen voor de bestemming van het rekeningresultaat over 2020. Tabel 2 Resultaatbestemming
Van het rekeningresultaat wordt het gehele bedrag toegevoegd aan de bestemmingsreserve OMS (OMS-fonds). Met dit bedrag kan het wegvallen van de OMS-opbrengsten worden gedekt in 2022 en 2023.
1.3
Ontwikkelingen COVID-19
In het eerste kwartaal van 2020 heeft de verspreiding van COVID-19 zich in Nederland gemanifesteerd. De veiligheidsregio’s vervullen een centrale rol bij de coördinatie van crisisbeheersing. Voor de VRU hebben de ontwikkelingen rond COVID-19 organisatorische consequenties. Op aanwijzing van de accountant brengen we deze te verwachten consequenties globaal in beeld. Voor de VRU hebben de ontwikkelingen rond COVID-19 organisatorische consequenties, zoals het: treffen van een tijdelijke voorziening in de vorm van een dedicated operationeel team COVID-19; organiseren en faciliteren van bestuurlijke overleggen, mede in verband met de opschaling naar GRIP 4; treffen van maatregelen om te zorgen voor de veiligheid van onze medewerkers (beschermingsmiddelen en handelingsprotocollen) en het borgen van de continuïteit van de hulpverlening; bijdragen aan Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C), waaronder het verzorgen van de tijdelijke huisvesting in de kazerne van Zeist bij de start; beperken van de beschikbare personele capaciteit als gevolg van een hoger ziekteverzuim, verschuiving van verlofopname, langer openstaan van vacatures. tijdelijk afschalen van opleiding, training en oefening en andere bijeenkomsten.
Pagina
10
Jaarverslag 2020
Pagina
11
Programmaverantwoording De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht. Hierin de volgende programmaonderdelen:
Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Brandweer Meldkamer Algemeen
In de hoofdstukken hierna de verantwoording per programmaonderdeel.
Pagina
12
2 Risicobeheersing Met Risicobeheersing leveren we een bijdrage aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Voor veel van onze activiteiten moest in 2020 gezocht worden naar nieuwe manieren om het doel (een brandveilige samenleving) zo goed mogelijk te realiseren. Hiervoor zijn nieuwe interventies ontwikkeld, zoals (voor een beperkte doelgroep) toezicht via beeldbellen, voorlichting via Webinars en digitale leermiddelen voor het basisonderwijs. Naast de reguliere risicobeheersing processen zijn er zijn verschillende COVID-gerelateerde activiteiten geweest. Medewerkers Risicobeheersing zijn betrokken geweest in het ROT en actiecentra (GHOR), het VIC en het CWC. Ook voor het maken van analyses, trendontwikkelingen en dashboards voor de crisisorganisatie is een beroep gedaan op de beschikbare kennis en kwaliteiten (actueel risicobeeld) binnen de directie Risicobeheersing. Deze activiteiten zullen nog langere tijd doorlopen. We adviseren het bevoegd gezag in het voorkomen en beperken van (brand)onveilige situaties. We zijn actief op zoek naar de samenwerking met gemeenten voor de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen maar ook voor andere ontwikkelingen die raken aan veiligheid, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie.
Door de COVID-19 crisis bleef het aantal (fysieke) toezicht bezoeken ruim achter bij de planning. Desondanks hebben we, soms na klachten van burgers, de nodige (bijzondere) handhavingsacties opgezet samen met de gemeenten. Ook zijn er specifieke advies- en toezichtsactiviteiten geweest voor noodopvanglocaties voor COVID-19-verpleging of specifieke COVID-19-gerelateerde activiteiten, zoals aangepaste Kinderdagverblijven, daklozenopvang, testlocaties en toedienlocaties. Ingegeven door de COVID-19 crisis, hebben we volop ingezet op de ontwikkeling van digitale middelen om (brand)veiligheid te bevorderen. Denk aan online huisbezoeken via WhatsApp en Webinars via Facebook.
2.1
Productie-indicatoren
Tabel 3 Productie-indicatoren Risicobeheersing
Pagina
13
Toelichting Advisering door de VRU is vraag-gestuurd. Met de gemeenten maken we in jaarplangesprekken een prognose van de verwachte adviesaanvragen. Alle adviesaanvragen zijn in behandeling genomen en binnen de gestelde termijnen afgerond. COVID-19 heeft alleen gezorgd voor lagere aantallen evenementadvies.
1
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijk Ordening (RO): Er wordt bij steeds meer bouwplannen getoetst of het plan gevolgen heeft voor de Omgevingsveiligheid (integraal advies). Deze deeladviezen worden nu meegeteld als ROadvies. Dit betreft 303 adviezen bestemmingsplan incl. externe veiligheid. Daarnaast hebben we geadviseerd op 10 omgevingsvisies.
2
Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw: Het aantal adviezen WABO-bouw is uitgekomen op bijna 3.200, dit is 121% hoger dan de begroting (2.640).
3
Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu: De advisering milieuvergunningen (milieu-(72) en vuurwerkvergunningen (62)) zit boven de planning (113%).
4
Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik: We zijn uiteindelijk iets hoger uitgekomen dan de begroting (820 adviezen). Over het hele jaar komen we uit op ruim 112% van de planning.
5
Het aantal verstrekte adviezen Evenementen (integraal): Als gevolg van COVID-19 is het aantal adviezen Evenementen in het aantal adviezen sterk achtergebleven op de begroting (41%). Capaciteit is ingezet t.b.v. het COVID-19-multiteam Evenementen. Daarnaast zijn medewerkers ingezet bij de overige adviestaken.
6
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken realisatie Bouw: Het aantal controles Bouw is achtergebleven bij de begroting (80%). Het lijkt er op dat in sommige gemeenten minder bouwactiviteiten zijn uitgevoerd. Daarnaast speelt mee dat in een aantal gemeenten minder toezichtcapaciteit bij de gemeente beschikbaar was door COVID-19 en het aantal toezichtmomenten beperkt is tot de hoogst noodzakelijke controles.
7
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu: Na onderlinge afstemming met RUD en ODRU zijn de integrale controles in de loop van Q1 opgestart en in maart weer stil komen te liggen t.g.v. de beperkende maatregelen. De integrale controles zijn vanaf medio juni weer opgestart, maar door de 2e lockdown in het najaar zijn uiteindelijk slechts 37 inspecties bij milieu-instellingen uitgevoerd (49%).
8
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw: Ten gevolgde van de beperkende maatregelen zijn in de periode half maart tot half juni vrijwel geen controles in de bestaande bouw uitgevoerd. De toezichtactiviteiten zijn vanaf medio juni weer opgestart. In de tweede lockdown zijn opnieuw de bestaande bouw controles stilgelegd. Omdat we na de eerste lockdown inspecties alleen konden uitvoeren na vooraf gemaakte afspraken/toestemming van de gebouweigenaar, beheerder of uitvoerder, konden m.n. bij zorginstellingen inspecties niet altijd doorgaan. Uiteindelijk is 80% van het aantal controles uitgevoerd. Hieronder valt wel een groter aandeel hercontroles dan gepland, slechts 72% van de initiële controles zijn uitgevoerd.
Pagina
14
8a
Het percentage hercontroles Bestaande bouw: Het percentage hercontroles is hoger dan verwacht (28%). Dit wordt deels veroorzaakt door een rekenkundig punt, omdat de initiële controles werden stilgelegd in de lockdownperiodes t.g.v. de beperkende maatregelen, terwijl een deel van de hercontroles wel is uitgevoerd. Kleine overtredingen zijn middels een (administratieve) hercontrole afgehandeld.
9
Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen: De meeste evenementencontroles zijn afgelast (188) in het afgelopen jaar. De uitgevoerde toezichtcontroles (68) betreffen kleinere evenementen, op verzoek van de gemeenten uitgevoerd, die al dan niet daadwerkelijk zijn doorgegaan. In heel 2020 is nog de nodige toezichtcapaciteit ingezet (31%) voor evenementen die in ongeveer driekwart van de gevallen uiteindelijk niet zijn doorgegaan.
10
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO: In 2020 zijn alle 10 BRZO-bedrijven in onze regio geïnspecteerd, in een iets aangepaste (digitale) vorm. In de begroting werd uitgegaan van 11 BRZO-bedrijven. De BRZO-status van de bedrijven is in 2020 nog niet aangepast (1 bedrijf moet nog (her)beoordeeld worden of het valt onder de BRZO-regelgeving).
11
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk: Na afstemming met RUD en ODRU zijn alle vuurwerkverkooppunten integraal door RUD/ODRU en VRU geïnspecteerd. In 2020 mocht het vuurwerk, anders dan fop- en schertsvuurwerk, niet verkocht worden, maar kon wel in opslag aanwezig zijn. In de begroting werd uitgegaan van 105 verkooppunten.
12
Vergroten veiligheidsbewustzijn Het aantal gegeven voorlichtingen: Voorlichting is deels ‘vraaggestuurd’. Het gaat hierbij om algemene publiekscommunicatie (5 voorlichtingsbijeenkomsten), voorlichting aan kwetsbare burgers (1 bijeenkomst), toolbox trainingen aan zorgteams (9 trainingen) en gericht op ondernemers (50). Hiernaast hebben we 2 webinars georganiseerd over de thema’s rookmelders en CO. Vanwege COVID-maatregelen zijn er veel minder bijeenkomsten georganiseerd dan begroot. We doen niet alleen aan voorlichting op locatie (voorlichtingsbijeenkomsten); in 2020 hebben we 161 sociale-mediaberichten verspreid. De mediaberichten zijn gericht op algemene brandveiligheidsaspecten en Voorlichting Na Brand.
13
Het aantal inzetten Roadshow: Door de COVID-19 maatregelen die evenementen/bijeenkomsten voor grotere groepen niet mogelijk maken, hebben we maar 1 roadshow kunnen draaien.
14
Het aantal behandelde burgervragen: mail, telefoon en WhatsApp, etc.: De burgervragenservice heeft 603 contacten gehad Het aantal is volledig vraaggestuurd.
15
Het aantal zorginstellingen dat actief de Toolbox gebruikt op de werkvloer: 28 instellingen zijn nog steeds actief bezig met de implementatie van de toolbox of hebben het al helemaal geïmplementeerd. Met alle zorginstellingen van wie het hoofdkantoor in regio Utrecht is gevestigd is (minimaal telefonisch of per mail) contact geweest over de inzet van de toolbox en/of voorlichting. Met 41 instellingen zijn hierover een of meerdere uitgebreide overleggen geweest. De animo voor deze gesprekken vanuit de instellingen is op dit moment laag. Dit is verklaarbaar door de extra
Pagina
15
druk die het COVID-19virus op de zorg geeft.
16
Het aantal scholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt: Op 137 scholen zijn vanuit de leerlijn ‘brandweer op school’ de schatkistlessen gegeven voor groep 4. Met scholen waarbij in het voorjaar een afspraak stond gepland, zijn in het nieuwe schooljaar afspraken gemaakt. Daar geven we indien gewenst de lessen aan groep 5. Ook zijn er inmiddels bij andere scholen afspraken voor de nieuwe groepen 4 gemaakt. Helaas hebben we half oktober met verzwaring van de maatregelen het geven van de lessen weer tot nader orde stil moeten leggen.
2.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 4 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing
Toelichting Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel: Het Regionaal Risicoprofiel is vastgesteld, incl. een protocol om te komen tot een dynamisch beeld.
1
2
Tweemaal per jaar wordt met de gemeente het risicobeeld en de uitvoering van het jaarplan en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken: Vanwege de COVID-19crisis zijn er vanaf medio maart geen bezoeken meer aan gemeenten (hoofden VTH) gebracht en zijn de gesprekken in de zomer komen te vervallen. Voor het najaar zijn afspraken met alle gemeenten weer ingepland. De gemeenten hebben als bijlage bij de informatiebrief van 12 augustus een tussentijdse rapportage (periode jan tot juli) op de uitvoering van de jaarplan-afspraken ontvangen. Om de gemeenten te informeren over ontwikkelingen die het VTH-domein raken, hebben we korte berichten verstuurd. Daarin is gesproken over de volgende onderwerpen: Evenementen (in COVID-omstandigheden) – mail d.d. 10 juli 2020 Brandveiligheid gevels hoge gebouwen (brief d.d. 24 juni 2020) Lithium-ion energiedragers en brandveiligheid elektrische voertuigen (brief d.d. 15 juli 2020) Informatiebrief met diverse onderwerpen (brief d.d. 12 augustus 2020)
3
Vergroten veiligheidsbewustzijn In acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met bevoegd gezag): In 42 situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met bevoegd gezag). Er zijn daarnaast 161 meldingen van mogelijk brandonveilige situaties onderzocht en daar zijn acties op ondernomen.
Pagina
16
4
Samen met gemeenten zijn enkele bijzondere handhavingsacties uitgevoerd, waarvoor extra personele capaciteit is ingezet. Over heel 2020 zijn minder bijzondere handhavingsacties uitgevoerd dan in voorgaande jaren ten gevolge van de beperkende maatregelen. Het jaarplan (Brand)veilig leven is uitgevoerd: De maatregelen vanwege het COVID-19virus hebben nog altijd grote impact op de activiteiten van (Brand)Veilig Leven. Veel van de fysieke bijeenkomsten zijn vanaf half maart tot begin september stopgezet en hebben we wederom moeten staken vanaf half oktober. We zijn blijven zoeken naar creatieve oplossingen om toch met verschillende partijen in contact te komen en blijven. Zo zijn er in de COVID-19 periode online huisbezoeken gedaan via Whatsapp, heeft er 2 maal een webinar op Facebook plaatsgevonden en is er een pop-up-tentoonstelling in ontwikkeling, die ingezet kan worden op locaties zoals bibliotheken om op interactieve wijze informatie te geven over brandveiligheid.
2.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 5 Baten en lasten Risicobeheersing
Pagina
17
3 Crisisbeheersing Crisisbeheersing heeft in 2020 natuurlijk vooral gestaan in het licht van de COVID19-crisis. Het ROT-COVID19 en het VIC zijn vanaf begin maart 2020 doorlopend in touw geweest. Uit tussentijdse evaluaties hebben we lessen getrokken voor de doorontwikkeling naar een robuuste crisisorganisatie die meer is toegerust op sluimerende crises en langdurige crises. Daarbij gaat het VIC door ontwikkelen naar een volwaardig onderdeel van de crisisorganisatie, en zal blijven functioneren als backoffice voor de IM-functie in het ROT.
3.1
Productie-indicatoren
Tabel 6 Prestatie-indicatoren Crisisbeheersing
Toelichting
1a
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen (inclusief loco’s): Het OTO-programma is vanaf 11 maart stil gelegd. Vanaf eind september is het programma in minimale vorm hervat. Noodzakelijke opleidingen hebben wel doorgang gevonden in het kader van de continuïteit van de crisisorganisatie.
1b
Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen: Zie toelichting bij 1a.
1c
Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen: Zie toelichting bij 1a.
Pagina
18
2a
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen): Het OTO-programma is vanaf 11 maart stil gelegd. Vanaf eind september is het programma in minimale vorm hervat. Noodzakelijke trainingen hebben prioriteit gekregen boven andere activiteiten. De looptijd van OTO-programma jaarplan 2020 is rekening houdend met nog een langere tijd coronacrisis verlengd t/m eind 2021. Hiermee kunnen we rekening houden met enerzijds beperkte capaciteit bij de OTO-specialisten en piketfunctionarissen als gevolg van de inzet op de coronacrisis. Anderzijds biedt dit in het programma ook ruimte om nieuwe inzichten en behoeften nav de afgelopen periode vorm te geven.
2b
Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen: Dit OTO-programma is nog niet hervat in 2020. Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen.
2c
Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen: Dit OTO-programma is nog niet hervat in 2020. Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen.
3
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (CoPI, ROT, GBT, RBT): Het programma op teamniveau is uitgesteld tot 2021. In januari wordt gestart met ROTtrainingen.
3c
Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen strategisch crisismanagement (tactisch en strategisch niveau): Het programma SCM is in maart net als de rest van het OTO-programma stilgelegd. Wel hebben er in het kader van de crisisorganisatie COVID-19 enkele bijeenkomsten met gemeentesecretarissen over dit onderwerp plaats gevonden. In 2021 wordt dit programma als onderdeel van de ROT-trainingen weer opgestart.
4
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners): Programma is stil gelegd in verband van COVID-19.
5
Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem (totale crisisbeheersingsorganisatie: De minister van Justitie en Veiligheid heeft laten weten dat de verplichting tot een systeemtest in 2020 vervalt. In de plaats daarvan komt een integrale evaluatie over het functioneren van de crisisorganisatie COVID-19 zowel operationeel als bestuurlijk. In maart ’21 wordt de rapportage opgeleverd en gedeeld met het bestuur.
6
Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van het VIC: Conform planning.
7
Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses: Er zijn 77 extra VIC-berichten verstuurd door het VIC en er zijn daarnaast meerdere analyses uitgevoerd voor het COVID 19 team, de jaarwisseling en naar aanleiding van ad hoc situaties. Tevens zijn er in samenwerking met de directie risicobeheersing geografische analyses gemaakt voor paasdrukte, slachthuizen, studentenkampen, migranten woonplaatsen, rituele slachthuizen enz. In samenwerking met de directie brandweer zorg is er met het OPC brandweer extra VIC berichten opgesteld voor de jaarwisseling.
8
Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen: Bij één incident is aan de hand van het afwegingskader besloten geen evaluatie te starten.
Pagina
19
9
Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen: Een deel van de planning is gerealiseerd: Aandachtskaart ontruimen, evacueren en opvang tijdens een infectieziektecrisis vastgesteld. Twee IBP’s gereed voor vaststelling, overige zijn nog in ontwikkeling en worden opgenomen in een aangepaste planning.
10
Het aantal GRIP incidenten: Het aantal GRIP-incidenten ligt op dit moment lager dan we de afgelopen jaren gezien hebben. De crisisorganisatie COVID-19 heeft een voorbereidende en monitorende rol gehad bij de boerenprotesten en maatschappelijke onrust in Kanaleneiland. De taakverdeling tussen de reguliere en COVID-19 crisisorganisatie wordt meegenomen in de integrale evaluatie COVID-19.
11
Het aantal platformoverleggen met crisispartners: In de eerste helft van het jaar hebben overleggen stil gelegen. Online vinden deze overleggen nu weer doorgang in aangepaste vorm.
3.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 7 Productie-Indicatoren Crisisbeheersing
Toelichting
1
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden: Ja. Verplichtte planvorming is actueel en bekend. Afgesproken planvorming heeft vertraging op gelopen. Vertraging heeft met name betrekking op nieuwe te vormen planvorming. Voor 2021 is een (capaciteits)planning opgesteld om een inhaalslag te maken.
2
De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken: Ja. Er is een dialoog gevoerd is met de COFU, individuele gemeentesecretarissen, AGV en BAC CB/G over de noodzaak tot het herijken van de gemeentelijke crisisbeheersing. De planning voor dit proces wordt begin 2021 gedeeld met het bestuur.
3
De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken: Ja. Continue proces binnen overleggen gemeentelijke crisisbeheersing. Feedback op verzonden berichten in het kader van (dreigende) incidenten is verwerkt in de werkwijze en vormgeving van de berichten.
4
De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken:
Pagina
20
Ja. De processen worden na ieder GRIP-incident geëvalueerd. De evaluatierapporten worden beschikbaar gesteld aan gemeenten en de crisisorganisatie. Jaarlijks worden deze processen op GRIP 3 of 4 getoetst door de systeemtest. Dit jaar zijn de processen, met instemming van de Inspectie, getoetst aan de hand van de coronacrisis. 5
De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel: Nee. Het vakbekwaamheidsprogramma heeft vanwege COVID-19 verschillende perioden stil gelegen. Noodzakelijke opleidingen voor de continuïteit van de crisisorganisatie hebben doorgang gevonden (vakbekwaam worden). In de omschakeling naar digitale activiteiten zijn de meest noodzakelijke trainingen (vakbekwaam blijven) opgestart. Het OTO-jaarplan is daarmee niet in volle breedte gerealiseerd als wordt uitgegaan van de standaard normen. Dit zal niet direct leiden tot vakbekwaamheidsissues. Uiteraard is het wel van belang in 2021 zorg te dragen voor het zoveel mogelijk continueren van de vakbekwaamheidsprogramma’s en vinger aan de pols te houden voor wat betreft behoeftes van piketfunctionarissen.
6
Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s: Doorontwikkeling crisisorganisatie: Op basis van de leerpunten uit de coronacrisis en andere incidenten is eerste schets gemaakt van de richting waarin de crisisorganisatie zich zou moeten door ontwikkelen. De crisisorganisatie moet beter toegerust worden voor sluimerende/dreigende crises en ook langdurige crises vormen een aandachtspunt. In 2021 wordt dit traject voorgezet. Hierin worden ook de uitkomsten evaluatie Wvr meegenomen als mede producten die in het kader van het Programma Drieslag voor de crisisbeheersing zijn opgeleverd. Doorontwikkeling VIC: De doelstelling was het VIC verder te bestendigen. Door inspanning in het kader van de coronacrisis is vooral geïnvesteerd in het verbeteren van de tooling en informatiestructuur van het VIC. En is het daarnaast weer 24/7 inzet in plaats van alleen tijdens kantoortijd. Het VIC moet zich gaan ontwikkelen tot een voorwaardig onderdeel van de (crisis)organisatie. Het zal de backoffice gaan vormen voor de IM-functie van de crisisorganisatie en een rol van betekenis kunnen spelen in de informatievoorziening van de crisisorganisatie voorafgaand of bij de start van een crisis. Doorontwikkeling gemeentelijke crisisbeheersing: Dit onderwerp heeft afgelopen jaar minder prioriteit gekregen vanwege de coronacrisis.
De opdracht voor het traject en vaststelling van de nul-situatie is vastgelegd. Voor 2021 zijn de processtappen uitgezet. Doorontwikkeling samenwerking partners: Dit onderwerp heeft beperkt aandacht gekregen in 2020. De samenwerking met partners heeft zich vooral geconcentreerd op samenwerking in het kader van de coronacrisis.
Pagina
21
3.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 8 Baten en lasten Crisisbeheersing
Pagina
22
4 GHOR De crisisorganisatie van de GHOR was vanaf medio februari volop in bedrijf om de COVID-19 crisis te managen vanuit de primaire taakstelling. De operationele leiding komt van de DPG. We bleken goed geprepareerd te zijn op onze taak. Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne en externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak is van de GHOR. In de COVID19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar.
4.1
Productie-indicatoren
Tabel 9 Productie-indicatoren GHOR
Toelichting
1
2
Toezicht rol zorgcontinuïteit Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen: Door inzet op de COVID-19 is de OTO planning ‘on hold’ gezet. Dit verklaard de lage aantallen uren. Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in versterking van de GHOR piketstructuur en in laten stromen van nieuwe piketfunctionarissen (7x). Lid Back Office GHOR: er is besloten door de DPG om deze functie uit te faseren in 2020, deze functie wordt niet benoemt in besluit personeel VR en als VRU willen we de werkzaamheden op een andere wijze verdelen binnen de Sectie GHOR. Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR: Door de COVID crisis is er binnen de gegeven richtlijnen en kaders minimale aandacht besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie. Tot op heden is het ROT en Sectie GHOR deel operationeel.
Pagina
23
3
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1 (waaronder ziekenhuizen en traumacentrum): Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de COVID-19 crisis.
4
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen): Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de COVID-19 crisis.
5
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU en GGDrU): Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de COVID-19 crisis.
6
Regiepositie presterend vermogen spoedzorg Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden: Geen bijzonderheden.
7
Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr: Realisatie conform planning.
8
Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet-succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2: Realisatie conform planning.
9
Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen: Reguliere planning is vervallen ivm COVID. De ruimte is benut door in samenwerking met de GGDrU 7 webinars te organiseren over de stand van zaken van de coronabestrijding voor verschillende doelgroepen (schoolbesturen, zorginstellingen, raadsleden en burgemeesters).
4.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 10 Prestatie-indicatoren GHOR
Pagina
24
Toelichting Toezichtsrol zorgcontinuïteit 1
Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen: Bestuursrapportage preparatie zorginstellingen is behandeld in het bestuur. Hierin wordt geconcludeerd dat enkele instellingen niet alles op orde hebben. In 2020 zou de rapportage besproken worden met zorgbestuurders. Dit is door de crisis helaas nog niet volledige uitgevoerd. Het gesprek met het Meander Medisch Centrum en het St Antonius Ziekenhuis is in november / december gevoerd. De andere partijen zullen in januari/ februari ev aan de beurt komen.
2
Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie: GHOR4ALL is de applicatie die (landelijk) gebruikt wordt om relevante objecten (o.a. zorgvoorzieningen en instellingen) in relatie tot het incident in beeld te brengen.
3
De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken: Jaarlijks worden middels de systeemtest de processen getoetst. In 2020 is getoetst aan de hand van de coronacrisis.
4
De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam: Vanaf maart heeft het OTO-programma stil gelegen en is in beperkte mate herstart in september. De piketgroep Lid BO is uit gefaseerd.
5
De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken: De GHOR-adviezen zijn integraal onderdeel van het proces vergunningverlening voor evenementen en worden niet individueel besproken.
6
Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s: Zorg continuïteit: In de COVID-19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar. De gezamenlijke aanpak met Bevolkingszorg moet nog opgestart worden. Crisisorganisatie GHOR: Is vanaf medio februari volop in bedrijf om de COVID-19 crisis te managen vanuit de primaire taakstelling. De operationele leiding in de geneeskundige kolom door de DPG. De preparatie de afgelopen jaren werpt haar vruchten nu af! Zichtbaarheid GHOR: Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne als externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak is van de GHOR. Het versneld realiseren van website voorzieningen heeft hier aan bijgedragen. Analyse GHOR-organisatie in relatie tot doelstellingen beleidsplan: Door de COIVID-19 crisis is de scope van activiteiten vrijwel geheel opgegaan aan het ondersteunen van de zorginstellingen bij de uitvoering van hun vaak complexe zorgtaak. Binnen de eigen begroting zijn de mogelijkheden tot versterking ingezet tbv de bestuurlijke advisering van het ROAZ en andere netwerkpartners. In het traject is ook functieonderhoud
Pagina
25
uitgevoerd, wijzigingen naar aanleiding hiervan moeten nog worden vastgesteld. In maart ’21 ontvangt het bestuur een rapportage over de bereikte resultaten.
4.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 11 Baten en lasten GHOR
Pagina
26
5 Brandweer Onze belangrijkste activiteit is het bestrijden van incidenten. De COVID19-crisis laat zich ook zien in de brandweer activiteiten. Zo zien we een toename van buitenbranden door vermoedelijk baldadigheid/verveling. Het aantal alarmeringen van brandweereenheden voor onechte of onterechte OMS-meldingen is toegenomen. Dit komt vermoedelijk doordat de bezetting in deze objecten als gevolg van COVID-19 lager is, waardoor alarmopvolging door de gebruikers langer duurt dan normaal en de brandweer dus moeten uitrukken. Het aantal hulpverleningen was weer lager dan normale, waarschijnlijk doordat er een gedeelte van het jaar ook minder verkeersbewegingen zijn geweest. Evenals bij de crisisorganisatie, zien we ook hier dat het aantal uren dat ingezet is op vakbekwaamheid aanzienlijk minder is dan normaal. De dienstverlening van de brandweer is ondanks COVID-19 op peil gebleven. Om besmettingen in het brandweerkorps zoveel mogelijk te voorkomen, vonden in 2020 gedurende een groot deel van het jaar op posten alleen activiteiten plaats die noodzakelijk waren voor de paraatheid. De paraatheid wordt regiobreed gemonitord, waarbij ook vooruit wordt gekeken, zodat problemen in de paraatheid tijdig kunnen worden opgemerkt en we indien nodig maatregelen kunnen treffen. Daarbij zijn er ter ondersteuning van de paraatheid enkele gerichte experimenten (proeftuinen) gestart.
Aan de hand van een continuïteitsplan Brandweerrepressie hebben we in beeld gebracht welke maatregelen we moeten nemen om het vitale proces van aannemen, alarmeren en uitrukken te borgen, ook als een (groot) deel van het personeel uitvalt door besmetting met het coronavirus. Vakbekwaamheid Door de coronamaatregelen waren activiteiten op het gebied van opleiden, trainen en oefenen in mindere mate mogelijk. Daardoor kon bijvoorbeeld slechts iets meer dan de helft van het begrote aantal manschappen de opleiding afronden. Ook zijn veel nieuwe opleidingen noodgedwongen uitgesteld. Om ervoor te zorgen dat er voldoende nieuwe brandweermensen instromen, zal het aantal opleidingen de komende jaren moeten worden geïntensiveerd. Wij zijn het gebruik van de elektronische leeromgeving (ELO) nog meer gaan stimuleren, zodat ondanks de beperkingen alle beschikbare middelen gebruikt zijn om de kennis op peil te houden. MPBSP Het materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP) is op 10 februari door het algemeen bestuur bekrachtigd. Aanvullend heeft het algemeen bestuur in juli besloten tot het tijdelijk behouden van het redvoertuig in Vianen. De implementatie van het materieel en personeelsbeheer- en spreidingsplan is in volle gang. Voor ruim de helft van de posten geldt dat de implementatie volledig is afgerond.
Voor de rest van de posten is een plan opgesteld of in afronding waarin staat hoe en wanneer te komen van de huidige tot de gewenste situatie. Adembeschermingswerkplaats Met betrekking tot de adembeschermingswerkplaatsen is helaas duidelijk geworden dat de geplande inpassing in de kazernes in Woerden en Veenendaal niet mogelijk is. De zoektocht naar een nieuwe locatie om de werkzaamheden uit te kunnen voeren is in volle gang. In eerste instantie zal het gaan om een tijdelijke locatie. Taakdifferentiatie brandweer De landelijke denktank in het kader van taakdifferentiatie bij de brandweer heeft een denkrichting opgeleverd. De VRU heeft de consequenties van de denkrichting op de
Pagina
27
brandweerorganisatie van de VRU beoordeeld en in beeld gebracht. Daarbij is een brede vertegenwoordiging uit de organisatie betrokken geweest.
5.1
Productie-indicatoren
Tabel 12 Productie-indicatoren Brandweer
Toelichting
1
Incidenten bestrijden Het aantal uitrukken voor brandbestrijding en redding: Het aantal uitrukken voor brandbestrijding ligt hoger dan in 2019. Deze stijging is terug te vinden in het aantal overige branden en OMS-meldingen. Sinds de uitbraak van COVID-19 constateren we een toename van buitenbranden door vermoedelijk baldadigheid/verveling. Door het droge voorjaar is het aantal natuurbranden hoger geweest. Ook wordt door de duiding van incidenten in eerste instantie als gebouwbrand gemelde branden in een aantal gevallen omgezet naar de categorie “overige branden”. Het aantal alarmeringen van brandweereenheden voor onechte of onterechte OMS-meldingen is toegenomen. Dit komt vermoedelijk doordat de bezetting in deze objecten als gevolg van COVID19 lager is, waardoor alarmopvolging door de gebruikers langer duurt dan normaal en de brandweer dus moeten uitrukken.
2
Het aantal uitrukken voor hulpverlening: Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren blijft constant t.o.v. 2019. Bij het aantal uitrukken voor technische hulpverlening is sprake van een afname. Er vindt een betere duiding plaats in deze categorie. Meldingen van gaslekkages en CO worden voortaan bij “Het aantal uitrukken voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen” geregistreerd. Daarnaast is er een langere periode geweest dat er, door COVID-19 minder verkeersbewegingen waren op het wegennet, waardoor ook minder (ernstige) verkeersongevallen plaats hebben gevonden.
Pagina
28
De daling van het aantal incidenten “overige hulpverlening” komt verder doordat er in 2020 slechts een beperkt aantal “stormdagen” zijn geweest. Daarnaast waren deze zeer plaatselijk (twee keer “alleen” de Heuvelrug). 3
Het aantal uitrukken voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen: Hoewel door de categoriewissel van CO- en gasmeldingen dit aantal is toegenomen (zie ad. 2) zijn er ook meer gas-gerelateerde incidenten geweest door klussen in en om het huis. Met name in de beginperiode toen door COVID-19 door de regering op is geroepen zo veel mogelijk thuis te werken.