CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.107 FACTSHEET Sturingsinformatie Jeugdhulp en Wmo 2018 tm 2020

Overige evenementen 1 juli 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)8.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontvangen griffie 4 juni 2021 RIB21.107

Cijfermatig overzicht Jeugdhulp en Wmo over 8 t/m

Inhoudsopgave

1. Inleiding ............................................................................................................................................... 1 Kosten ontwikkeling Wmo en Jeugd .................................................................................................... 1 Samenhangende aanpak binnen Sociaal domein ............................................................................... 2 2. Periodieke rapportage Jeugdhulp en Wmo ......................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................... 3 Jeugdhulp............................................................................................................................................. 5 Aantallen jeugdhulp .......................................................................................................................... 5 Percentage jeugdigen in zorg .......................................................................................................... 6 Uitgaven jeugdhulp .........................................................................................................................

10 Wmo ................................................................................................................................................... 13 Aantallen Begeleiding en huishoudelijke hulp ................................................................................ 13 Uitgaven begeleiding en huishoudelijke hulp ................................................................................. 16 Aantallen en uitgaven hulpmiddelen en woningaanpassingen ...................................................... 21 Bijlage 1: Kader met de verschillende vormen van Jeugdhulp ............................................................. 23 Bijlage 2: Schematische samenhang .................................................................................................... 24

1. Inleiding Kosten ontwikkeling Wmo en Jeugd Steeds meer mensen maken gebruik van hulp en ondersteuning in het sociaal domein. Hulp is laagdrempelig beschikbaar, er wordt maatwerk geboden, er zijn veel vrijwilligers actief in zorg en welzijn en klanten zijn tevreden over de geleverde zorg. Er is in de eerste jaren na 2015 veel geïnvesteerd op vindbaarheid van CJG en Sociaal Team, zodat kwetsbare inwoners niet onder de transitie zouden leiden. Dit beleid is succesvol gebleken, maar kent nu een financiële keerzijde. Sinds 2018 zien we de kosten binnen de Wmo en Jeugdwet in zo’n mate toenemen dat ze het beschikbare rijksbudget ruimschoots overschrijden. We hebben te maken met een meerjarig stijgende trend in de uitgaven. Ook landelijk zien we deze trend bij gemeenten1. Het Rijk compenseert deze groei niet met extra middelen. Sterker nog het Rijk heeft ons budget verlaagd bij de decentralisatie van deze taken naar gemeenten, vanuit de aanname dat gemeenten efficiënter zouden kunnen werken dan provincies en Rijk. Vooralsnog is deze aanname geen werkelijkheid geworden en hebben we daarbij ook nog te maken, met de context van een open einde regeling.

We staan voor de uitdaging om de kosten voor het sociaal domein en het daarvoor gekregen rijksbudget met elkaar in balans te brengen, zodat inwoners ook in de toekomst kunnen vertrouwen op de beschikbaarheid van kwalitatieve hulp en ondersteuning. De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om het budgettaire vraagstuk van de kosten van sociaal domein onderdeel te laten zijn van de integrale gemeentelijke afweging2. Wij zullen u hierin faciliteren, om zodoende een gefundeerde bestuurlijke afweging te kunnen maken. 1 https://www.divosa.nl/sites/default/files/nieuwsbericht_bestanden/ps2106_-

_rap_de_groeiende_druk_van_het_sociaal_domein_2.pdf

1

Samenhangende aanpak binnen Sociaal domein Het afgelopen half jaar hebben we vanuit de business control binnen het sociaal domein gewerkt aan verder ontwikkeling van het sturen en ontwikkelen en data-gedreven werken. We werken toe naar een voortdurende PDCA-cyclus om inzicht geven in de effectiviteit van ons beleid en de doelmatigheid van de bestede middelen. Dit doen we door het implementeren van het kwaliteitskompas. Op de stamtafel van 26 november bent u hierover geïnformeerd. Het kwaliteitskompas behelst de sturing op het geheel van de bestuurlijke tot operationele processen. Deze notitie maakt onderdeel uit van het kwaliteitskompas, de analyses Wmo en Jeugd zijn opgesteld als nadere onderbouwing bij de jaarrekening. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de overige onderdelen waar we aan werken en de samenhang hiervan met de P&C cyclus. Over de rapportage Twee keer per jaar, in voorbereiding op de jaarrekening en begroting van de gemeente, ontvangt u als raad een cijfermatig overzicht vanuit de business control binnen het sociaal domein. Via deze rapportage wordt u geïnformeerd over de cijfermatige ontwikkelingen binnen de Jeugdhulp en Wmo. Begin juli3 bent u geïnformeerd over de stand t/m 1e helft 2020, nu is daar de 2e helft van 2020 aan toegevoegd. Hiernaast krijgt u twee jaarlijks een overzicht van het verhaal.

Om in beeld te brengen hoe het gaat met onze samenleving en met de inwoners die hulp of ondersteuning hebben ontvangen. Omdat we heel goed weten dat het niet alleen om de cijfers gaat, achter al deze cijfers gaan verhalen schuil. Verhalen van mensen die hulp nodig hebben en die vaak enorm geholpen zijn met de hulp / voorziening die zij krijgen. We hopen voor u steeds het goede verhaal neer te zetten. En samen met u het juiste gesprek te voeren. Waarbij de menselijke kant net zo belangrijk wordt gezien als de financiële kant. Zoals afgesproken is het een groeidocument, we hebben het waar mogelijk aangevuld met extra informatie. De aantallen hier weergegeven zijn op basis van de declaratiemodule van ZorgNed 4, omdat die het meest accuraat zijn. De cijfers over 2e helft 2020 zijn voorlopig. Echter op basis de jaarrekening hebben we informatie toe kunnen voegen over het te verwachten onderhanden werk, daardoor sluit deze rapportage voldoende aan bij de jaarrekening 2020. De komende periode onderzoeken we hoe we op basis van beschikbare gegevens wat meer vooruit kunnen gaan kijken. In dit kader is een prognose ontwikkeld om meer inzicht te krijgen in de betekenis van demografische ontwikkelingen voor het sociaal domein.

We werken aan een steeds completere dataset, voor het straks kunnen beantwoorden van onderzoeksvragen die niet alleen ingegeven zijn door de behoefte om meer zicht te hebben op de uitgaven, maar ook met het oog op mogelijkheden om met preventieve maatregelen kosten voor hulp te voorkomen. Relatie met Samen in Balans Op concernniveau is het project “Samen in Balans” uitgevoerd. De Inwoners Advies Commissie heeft adviezen aan de raad meegegeven als input op de kadernota 2022. In die adviezen zaten diverse visie-voorstellen die betrekking hebben op het Sociaal Domein. De kern kan worden samengevat met de termen Preventie, Verbinding en Monitoring.

2 De gemeenteraad neemt begin juli een besluit over de kadernota 2022, hierin komen alle sporen bij elkaar richting begroting

2022 (voorstellen uit fase 1 uitbegroting 2021; implementatie uitwerken met aandacht voor maatschappelijk effect, voorstellen inwoner adviescommissie, ambities uit HLA/MvZ, reguliere input kadernota). In vergelijk met fase 1 gaat het hier nu ook om de beleidsinhoudelijke bezuinigingsvoorstellen waar het in fase 1 om meer de financieel technische keuzes ging. 3 Het vorige moment was ten tijde van de jaarrekening, toegezonden in voorbereiding op de Informatiesessies gemeenteraad Jeugdhulp en WMO op 2 en 15 juli 2020. 4 hulp en ondersteuning die is verwezen (door wettelijk verwijzer) of beschikt (door consulent toegangsteam gemeente), gecontroleerd en uitbetaald. We hebben daarbij waar nodig de data over de halve jaren 2018-2019-half 2020 opnieuw uit het systeem gehaald. Dat maakt dat sommige aantallen nog zijn gewijzigd ten opzichte van de cijfers die u een half jaar geleden ontving over de periode t/m 2019. W aar over een bepaalde periode geen verschil was gevonden voor een zorgvorm met de eerdere meting is niet verder terug gezocht. Wijzigingen worden daar niet verwacht (of verwaarloosbare verschillen).

2

In fase 1 van “Samen in Balans” zijn reeds heroverwegingen aan de orde geweest. De teams van het Sociaal Domein zijn daar de afgelopen periode mee aan de slag gegaan en zijn die aan het uitwerken. Doelstelling is om het geheel samen te smeden tot één geïntegreerd geheel. Op deze wijze willen we komen tot programmatische sturing in het Sociaal Domein. Hiernaast loopt ‘Sociaal in balans’ als input op het gemeente brede traject (‘Samen in balans’) richting een sluitende (meerjaren)begroting 2022 en verder. Sociaal in balans’ is onze interne werktittel om het sociaal domein goed in de grip te houden. De wens om nog veel meer duiding en samenhang van de cijfers, ontwikkelen we als uitvloeisel van de analyses jeugdhulp en Wmo in samenhang met het project ‘Sociaal in balans’.

2. Periodieke rapportage Jeugdhulp en Wmo Samenvatting De hulp en ondersteuning aan de Zeister inwoners is ondanks de corona-crisis in 2020 naar tevredenheid gegeven. Er zijn voor zover bekend geen inwoners tussen wal en schip gekomen en er zijn historisch weinig zorg en overlastmeldingen. Wel merken we dat de zorgbehoefte groter is als gevolg van o.a. de corona-crisis en dat het daardoor ook veel drukker is in het CJG en ST. Jeugdhulp De uitgaven over 2020 aan jeugdhulpaanbieders voor de zogenoemde 2e lijns jeugdhulp in de vorm van Zorg in Natura (ZIN) zijn met circa 5% gestegen ten opzichte van 2019. Het gaat in totaal om circa 18,4 miljoen euro in 2020. Dit is inclusief lumpsum financiering voor de zogenoemde essentiële functies, Veilig Thuis, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, continuïteitsregeling i.v.m. coronacrisis en na-declaraties5. Daarnaast nog circa 6,5 ton euro aan PGB’s jeugdhulp. Een deel van deze stijging kan worden verklaard door de jaarlijkse indexatie van de tarieven vanuit de contracten. Een deel komt door extra kosten aan jeugdhulp met verblijf, de kosten hieraan zijn absoluut en verhoudingsgewijs flink gestegen door een verhuizing van jeugdigen in verblijf naar Zeist (Yeph). Door het woonplaatsbeginsel zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor de jongeren met een voogdij maatregel vanaf het moment dat deze jeugdigen hier zijn komen wonen.

Er is een compensatieregeling hiervoor bij het rijk waarbij we verzoek om compensatie achteraf kunnen indienen. We doen deze aanvraag en de verwachting is dat we hiervoor in aanmerking zullen komen. Omdat er binnen de gemeentebegroting op andere jeugdhulpbudgetten ook meevallers zijn hebben we op de jeugdhulp als geheel een tekort van circa 77.000 euro. Op basis van de voorlopige cijfers over de 2e helft van 2020 werden in dat halve jaar in totaal 1792 jeugdigen geholpen met enige vorm van jeugdhulp, via ZIN en/of een PGB en/of hulp door medewerkers van het CJG zelf. Dat aantal is vergelijkbaar met de 1e helft 2020, maar het uiteindelijke aantal kan nog iets oplopen omdat de cijfers over de 2e helft 2020 nog voorlopig zijn. Dat komt overeen met circa 10% procent van het totaal aantal jeugdigen in Zeist van 0-23 jaar6. Binnen de jeugdigen met jeugdhulp zien we een verschuiving naar meer jeugdigen met een traject door het CJG zelf ten opzichte van doorverwijzen naar zorgaanbieders en PGB. Verreweg de meeste jeugdigen met jeugdhulp ontvangen ambulante hulp (met name behandeling of individuele begeleiding). De vraag naar spoedhulp is stabiel laag. Hulp voor ernstige enkelvoudige dyslexie neemt af, deels ten gevolge van Corona doordat scholen later toekomen om het gedeelte dat zij eerst moeten uitvoeren alvorens met een dyslexie behandeling gestart kan worden.

Dat verreweg de meeste hulpvragen ambulant opgelost kunnen worden is de algemeen gewenste ontwikkeling. Hulp zo dichtbij thuis mogelijk is, op een enkele uitzondering na, in het belang van kinderen. Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp met verblijf krijgt, is gelukkig een kleine groep. De meest voorkomende verblijfsvorm hier binnen is een pleeggezin 7. De meeste vormen van verblijf dalen iets8, minder jeugdigen hadden een specialistische vormen van jeugdhulp met verblijf nodig. Dit heeft ook te maken met het dalen van het aantal jeugdigen met een zogenaamde instellingsvoogdij binnen de gemeente. Vanaf de 2e helft 2020 waren er door de eerder genoemde verhuizing wat meer jeugdigen met instellingsvoogdij. 5 Ter vergelijk, in 2019 ging het om circa 17,4 miljoen euro aan hulp via jeugdaanbieders binnen de 2 e lijn. 6 vergeleken met het aantal jeugdigen wonende in Zeist op 1 januari 2020 7 Het aantal jeugdigen in een pleeggezin is wel wat gedaald. 8 Op basis van deze voorlopige cijfers; enkele na-declaraties kunnen het beeld nog beïnvloeden, gezien de lage aantallen.

3

Maatschappelijke ondersteuning We zien een meerjarige kostenstijging binnen de 2e lijn maatschappelijke ondersteuning (Wmo), dit zien we zowel binnen de huishoudelijke hulp, de hulpmiddelen en de begeleiding. Op basis van de 1 e helft 2020 zagen we echter, met een slag om de arm i.v.m. mogelijke corona-effecten en de toen nog voorlopige cijfers, voor de Wmo vergelijkbare uitgaven als in 2019 9. Op basis van het verloop in de uitgaven binnen de 2e helft 2020 hebben we dit beeld helaas moeten bijstellen. Een deel van deze stijgingen kunnen worden verklaard door de jaarlijkse indexatie van de tarieven vanuit de contracten. De uitgaven aan wmo-begeleiding zijn met circa 5% gestegen ten opzichte van vorig jaar. Het gaat in 2020 om circa 6,7 miljoen euro aan begeleiding via zorgaanbieders (ZIN), inclusief, continuïteitsregeling i.v.m. corona-crisis en na-declaraties. Daarnaast nog circa 4 ton aan PGB’s begeleiding. We zien een toename in aantallen cliënten met Wmo-begeleiding. Deze stijging is terug te herleiden naar de gespecialiseerde individuele begeleiding. Daarmee zet de verschuiving naar meer individuele begeleiding ten opzichte van groepsgewijze begeleiding (dagbesteding) door. We zien meer hulpvragen van specifieke doelgroepen, zoals mensen met GGZ problematiek en mensen met dementie.

Juist voor deze doelgroepen is gespecialiseerde begeleiding, waarbij gerichte expertise kan worden ingezet, veelal een passende voorziening om ze zelfstandig te kunnen laten wonen. De uitgaven aan huishoudelijke ondersteuning zijn met circa 12% gestegen ten opzichte van 2019. In 2020 gaat het om circa 3,3 miljoen euro aan huishoudelijke hulp via aanbieders (ZIN), inclusief continuïteitsregeling i.v.m. corona-crisis en na-declaraties. Daarnaast circa 2 ton aan PGB’s huishoudelijke hulp. We zien dat een oplopend aantal inwoners gebruik maakt van huishoudelijke ondersteuning. De invloed van het abonnementstarief is nog steeds aanwezig. In 2019 hadden we via de monitor van het CAK inzicht in de toename per inkomensgroep. Daaruit bleek dat we vooral binnen de hogere en in mindere mate midden inkomens een stijging zagen10. Voor 2020 is die informatie niet beschikbaar, vanwege een wijziging in het systeem van het CAK. Aannemelijk is dat dit effect nog steeds van invloed is op het gebruik van huishoudelijke hulp. Ook de vergrijzing en het langer zelfstandig blijven wonen, speelt een rol. Steeds meer oudere inwoners wonen alleen en kunnen het huishouden niet goed meer aan. Zij hebben een beperkt sociaal netwerk. Het aantal nieuw beschikte hulpmiddelen is toe genomen. Dit geldt ook voor het aantal verstrekte rolstoelen ende til- en trapliften.

Prognose als verklaring voor trends in de uitgaven 2020 Naast dit document is er ook een prognose opgesteld voor de komende vijf jaar. Belangrijkste demografische ontwikkelingen vanuit de prognose voor jeugdhulp en wmo: - We hebben te maken met vergrijzing onder de bevolkingssamenstelling. De komende vijf jaar verwachten we een groei van het inwonertal met ca. 2.500 personen naar een totaal van 67.000 inwoners. De opvallendste ontwikkeling daarbij is een te verwachten stijging (1.700, 12% in vijf jaar) en procentueel van het aantal ouderen (> 65 jaar) op het totaal. We zien in relatie tot de Wmo een groot aantal autonome factoren waar we niet echt grip op hebben met een opdrijvend effect op de kosten: 1. Gevolgen invoering abonnementstarief 2. Stijging aantal ouderen 3. Stijging levensverwachting 4. Stijging GGZ in de wijk (gevolg nieuwe wet) 5. Jurisprudentie (Tarieven en toekenning van de hulp) 6. Vergrijzing kan voor de toekomst ook invloed hebben op het aantal mantelzorgverleners - Zeist heeft te maken met een groei in het aandeel jeugdigen binnen de gemeente. Vanaf 2015 is het aantal jongeren gestegen met ca. 500-600 jongeren (< 18 jaar). Ook voor de nabije toekomst verwachten we een stijgende lijn van jeugdigen binnen de gemeente. Als deze trend doorzet, zal het aantal jongeren elk jaar met ca. 100 toenemen.

Deze “areaaluitbreiding” zal de neiging hebben tot meer gebruik van de voorzieningen (en dus meer uitgaven). Net als de afgelopen jaren. 9 Op basis van voorlopige cijfers 1e helft 2020, inclusief coronaregeling en na-declaraties. 10 In 2019 ten opzichte van 2018

4

Jeugdhulp Aantallen jeugdhulp In totaal waren er in de 2e helft 2020 1792 jeugdigen met enige vorm van jeugdhulp. Totaal 1e helft 2020 2e helft 2020

1788 1792

Totaal Zorg in Natura (ZIN) 1749 1762

jeugdhulptraject door aanbieder (ZIN) 1547 1513

Jeugdhulptraject door CJG (ZIN) 316 368

PGB 69 63

ZIN/PGB en CJG 114 119

PGB en ZIN 30 33

Tabel 1: totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp over een periode11.

Er waren jeugdigen die jeugdhulptrajecten in natura (ZIN) ontvingen via 2e lijn zorgaanbieders of het CJG en jeugdigen met een persoonsgebonden budget (PGB). Er waren ook jeugdigen met combinaties van ZIN, hulp via CJG en/of 2e lijn zorgaanbieder en/of PGB. Het totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp is in de 2e helft 2020 vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van de 1e helft 2020. Het grootste deel van de jeugdigen komt via de huisarts binnen (41%), daarna via ouder/verzorger (21%), en daarna Save/Veilig Thuis/Gecertificeerde Instelling (9%). Binnen de jeugdigen met jeugdhulp zien we een verschuiving naar meer jeugdigen met een traject door het CJG zelf ten opzichte van doorverwijzen naar zorgaanbieders en PGB. Deze verschuiving komt overeen met ons beleid. De komende tijd gaan we dat beleid nog versterken. Kort gezegd komt het er op neer dat scherp afgewogen gaat worden of hulp echt nodig is, of het noodzakelijk is dat deze hulp gegeven moet worden door een professional en zo ja of deze professional een professional moet zijn die gefinancierd wordt uit de Jeugdwet. Soms kan hulp ook gerealiseerd worden met inzet van het eigen netwerk, een vrijwilliger, een professional werkzaam bij een voorliggende voorziening of door een professional die gefinancierd wordt vanuit een ander wet zoals de Zorgverzekeringswet.

Op die manier wordt onnodige instroom naar hulp door een tweedelijns jeugdhulpaanbieder voorkomen. Unieke jeugdigen met jeugdhulp (ZIN)

Figuur 1: Aantal jeugdigen met jeugdhulp door zorgaanbieders (ZIN).

11 Over 2e helft 2020 in totaal 1792 jeugdigen met enige vorm van jeugdhulp, waarvan 1762 jeugdigen met Zorg in Natura (ZIN)

en 63 jeugdigen met PGB. 33 jeugdigen met zowel PGB als ZIN. 368 jeugdigen met een jeugdhulptraject door het CJG zelf, waarvan 119 met zowel jeugdhulp via ZIN/ PGB als via het CJG.

5

In bovenstaande figuur is te zien dat het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt via een zorgaanbieder (zorg in natura (ZIN)) sinds 2019 afneemt. De aantallen over 2 e helft 2020 zijn nog voorlopig. De ambulante hulpverlening door het CJG zelf aan jeugdigen uit Zeist is juist gestegen, over 2 e helft 2020 ging het om 368 jeugdigen met een traject door het CJG zelf. Dat is 52 meer dan over de 1 e helft 2020. Het totaal aan hulpverleningstrajecten door het CJG zelf stijgt meerjarig 12. Bijvoorbeeld is er binnen het CJG een echtscheidingsteam opgericht om bij complexe echtscheidingen zelf gericht passende jeugdhulp te kunnen bieden als alternatief op dure 2 e lijns jeugdhulp. Unieke jeugdigen met een PGB

Figuur 2: aantallen jeugdigen met jeugdhulp via een PGB.

Het aantal jeugdigen met een PGB is afgenomen zoals in bovenstaande grafiek te zien is. In 2020 ging dat om 71 jeugdigen13, het jaar er voor waren het er nog 103. Afgelopen jaar is er extra ingezet op de kwaliteit van de PGB’s. Er wordt kritisch gecontroleerd of inwoners voldoende PGB-vaardig zijn om zelf een PGB te kunnen voeren. Percentage jeugdigen in zorg In 2020 ontving per half jaar 10% van het totaal aantal jeugdigen (0-23) woonachtig in Zeist enige vorm van jeugdhulp.

1e helft 2018 2e helft 2018 1e helft 2019 2e helft 2019 1e helft 2020 2e helft 202014

Percentage jeugdigen in Zeist met enige vorm van jeugdhulp ZIN door aanbieder Inclusief CJG-hulp Inclusief PGB 7,7% 7,9% 8,6% 8,9% 8,7% 9,8% 10% 8,5% 9,9% 10%

Tabel 2: percentage jeugdigen met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in Zeist (0-23 jaar) op peildatum 1 januari van het betreffende jaar.

We hebben in Zeist in tegenstelling tot de landelijke trend te maken met meerjarige groei van het aantal jeugdigen woonachtig binnen de gemeente. Dit aantal is met bijna 2% gestegen ten opzichte van een jaar eerder15. 121e helft 2020 verleende het CJG zelf 334 jeugdhulptrajecten, dit waren er 1e helft 2019 284 en 1e helft 2018 240

jeugdhulptrajecten. De stijging kan (deels) ook door steeds betere registratie komen. 13 1e helft 2020 69 unieke jeugdigen met een PGB en 2e helft 63 unieke jeugdigen met PGB. In 2020 gaat het om 0,4% van de

jeugdigen in Zeist met een PGB. 14 Voorlopige cijfer, nog niet alles is gedeclareerd (onderhanden werk) aantallen kunnen dan nog enigszins oplopen.

6

Informatie over de ontvangen jeugdhulp (ZIN)

Figuur 3: Unieke jeugdigen met Jeugdhulp via 2e lijn zorgaanbieders (ZIN).

De tweedelijns hulp is verdeeld in 3 categorieën: Ambulant: ambulant individueel, jGGZ behandeling, ambulant groep, dyslexie, curatieve GGZ (kindergeneeskunde), Spoedhulp. Residentieel: verblijf inclusief behandeling, gesloten plaatsing +3 milieu (cluster 1), pleegzorg, verblijf zonder behandeling en specialistische GGZ (residentieel) Landelijk transitiearrangement (LTA)16: jeugdhulp met verblijf, ambulante jeugdhulp Verreweg de meeste jeugdigen ontvangen ambulante jeugdhulp zo is te zien in figuur 3, ten opzichte van jeugdhulp met verblijf (residentieel) en jeugdhulp via het Landelijk transitie arrangement (LTA). We verwachten dat voorlopige cijfers voor 2e helft 2020 nog iets verder zullen doorstijgen, maar dat is nog even wachten er kan ook sprake zijn van een corona-effect. Het heeft de voorkeur om jeugdigen en gezinnen zoveel mogelijk in de thuissituatie (en als dit niet kan binnen lichtere vormen van verblijf) te ondersteunen. In onderstaand figuur zoomen we verder in om te kijken of we die beweging al zien.

15 Jeugdigen in de leeftijd 0-23 jaar in Zeist:

1 januari 2018 17.279 jeugdigen 1 januari 2019 17.526 jeugdigen 1 januari 2020 17.835 jeugdigen 16 Bij de invoering van de Jeugdwet is het besluit genomen dat enkele zeer specialistische voorzieningen landelijk beschikbaar moet blijven. De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) sluit deze contracten af met aanbieders waarbinnen gemeenten naar gebruik afrekenen.

7

Figuur 4: aantallen jeugdigen per zorgcluster in staafdiagram. Van links naar rechts Ambulant groep t/m Gesloten plaatsing +3 milieu voorz. (cluster 1).

Met figuur 4 krijgt u een beeld van de aantallen per zorgcluster17 over de betreffende periodes. In dit figuur zijn de jeugdigen met ambulante hulp via het Landelijk transitiearrangement apart weergegeven. Een kader met de zorgclusters binnen de jeugdhulp vindt u terug in de bijlage. Gezien de hoeveelheid aan zorgclusters zoomen we in onderstaande figuren verder in (figuur 5 alle ambulante jeugdhulp en in figuur 6 alle jeugdhulp met verblijf). Om de cijfers verder toe te lichten.

17 Een aantal vergelijkbare zorgvormen zijn samengevoegd om een overzichtelijk beeld te kunnen laten zien.

8

Figuur 5: aantallen jeugdigen met ambulante hulp (selectie uit figuur 4)

Zoals u eerder zag in figuur 3 is het aantal jeugdigen met enige vorm van ambulante hulp is het hoogst. In figuur 5 ziet u de zorgclusters met ambulante jeugdhulp. Verreweg de meeste jeugdigen met jeugdhulp krijgen ambulante behandeling binnen de J-GGZ en daarna is individuele ambulante ondersteuning (ambulant individueel) de grootste groep. Deze aantallen namen fors toe t.o.v. 2018, sinds de 2e helft 2019 lijken de aantallen zich te stabiliseren. Opvallend is de dip in behandelingen binnen de jeugd-GGZ in de 1e helft 2020 en de hogere aantallen in de 2e helft 2020. De aanname is dat de corona-crisis hier een belangrijke factor in is geweest. We zagen dat gezinnen zich in eerste instantie een stuk beter zelfstandig konden redden. Op een geven moment was er toch (meer) hulp nodig. Door o.a. meer jeugdigen met suïcidale gedachtes en depressies. Dit zien we ook bij volwassenen. Specifiek bij groepsaanbod (ambulant groep) zagen we, i.v.m. de maatregelen tegen de corona-crisis, dat het ambulant groepsaanbod tijdelijk stil kwam te liggen en uiteraard ook het vervoer naar de dagbesteding. Ook kwam bijvoorbeeld het preventief aanbod als een Rots en Water training stil te liggen. Daarnaast hebben minder jeugdigen in die weken een verwijzing gehad naar bijvoorbeeld dyslexiezorg i.v.m. de tijdelijke sluiting van de scholen.

De reden daarvoor is dat conform het dyslexie protocol de leerkracht eerst zelf bepaalde zorg verleend moet hebben en getoetst moet hebben om een concrete aanleiding te hebben voor onderzoek naar een eventuele behandeling voor dyslexie. De curatieve GGZ laat vooralsnog lagere cijfers zien in de 2e helft 2020. De verwachting is dat die cijfers nog zullen stijgen door na declaraties. De vraag naar spoedhulp is stabiel laag. Dit is een indicatie dat we hulp op tijd inzetten en problemen worden opgepakt voordat deze kunnen escaleren zodat spoedhulp minder nodig is.

9

Figuur 6: aantallen jeugdigen met jeugdhulp met verblijf (selectie uit figuur 4)

Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp met verblijf krijgt is maar een kleine groep. De meest voorkomende verblijfsvorm is een pleeggezin. Het aantal jeugdigen in pleegzorg neemt iets af ten opzichte van voor 2e helft 2019. Voor verblijf is dit evenals een gezinshuis de meest gewenste vorm van verblijf omdat we willen dat jeugdigen zo normaal mogelijk opgroeien, wanneer opgroeien bij de eigen ouders niet mogelijk is. In totaal is het aantal jeugdigen met verblijf in de 2e helft 2020 met enkele jeugdigen toegenomen ten opzichte van de 1e helft 2020, maar het aantal blijft onder de aantallen over de beide halve jaren in 201918. Verblijf met behandeling neemt in aantallen jeugdigen iets af t.o.v. 2019. Verblijf in een zgn. 3 milieu voorziening19, waar de jeugdigen wonen, jeugdhulp behandeling krijgen en naar school gaan, is in Zeist in de loop van 2020 met enkele jeugdigen toegenomen. Dit heeft te maken met een verhuizing van een verblijfslocatie van Utrechtse Heuvelrug naar Zeist. Uitgaven jeugdhulp De kosten aan jeugdhulp zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. In 2020 is er een kleine overschrijding op de budgetten van € 77.000. De uitgaven over 2020 aan jeugdhulpaanbieders voor de zogenoemde 2e lijns jeugdhulp in de vorm van Zorg in Natura (ZIN) zijn gestegen.

Het gaat in totaal om circa 18,4 miljoen euro in 202020, inclusief lumpsum financiering essentiële functies, Veilig Thuis, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, continuïteitsregeling i.v.m. corona-crisis en na-declaraties. Dat is een stijging van circa 5% t.o.v. 2019 aan 2e lijn jeugdhulp. Daarnaast nog circa 6,5 ton euro aan PGB’s jeugdhulp.

18 Enkele na-declaraties kunnen het beeld nog beïnvloeden, gezien de lage aantallen. 19 Een zeer specialistische vorm van verblijf, ook wel essentiële functies genoemd (cluster 1). De specialistische zorg bij de

Essentiële functies is bedoeld voor kinderen en jongeren in een zeer kwetsbare positie. Met 24-uurs behandeling moet de stabiliteit, veiligheid en positieve interactie tussen het kind en zijn of haar omgeving herstellen om zo ‘het normale leven’ weer op te pakken. 20 Totaal uitgaven over 2020 aan jeugdhulpaanbieders binnen de 2e lijn (ZIN) gaat om circa 18.4 miljoen euro: waarvan circa 1,8 miljoen onderhanden werk, Dit is jeugdhulp die is geleverd in 2020 en achteraf gedeclareerd wordt, hiervoor is in de jaarrekening een stelpost nog te betalen aangemaakt. In deze factsheet is circa 0,8 miljoen euro hiervan verwerkt in de cirkeldiagrammen. Jeugdhulp ter waarde van 4,3 miljoen is rechtstreeks vanuit Financials gefinancierd (zoals SVMN en Yeph en aantal incidentiele contracten). De essentiële functies (cluster 1) zijn vanaf april 2020 op een andere wijze zijn ingekocht. De kosten en aantallen aan Yeph hebben we in deze factsheet verwerkt. - Daarnaast was er een continuïteitsregeling voor zorgaanbieders. Voor de jeugdhulp is circa € 270.000 toegekend over geheel 2020 (verwachting dat het daarbij vooral gaat om ambulante jeugdhulp). In 2019 ging het om circa 17,4 miljoen euro aan hulp via jeugdaanbieders binnen de 2e lijn.

10

Omdat er binnen de gemeentebegroting op andere jeugdhulpbudgetten ook meevallers zijn hebben we op de jeugdhulp als geheel een tekort van circa 77.000 euro. Een deel van deze stijging kan worden verklaard door de jaarlijkse indexatie van de tarieven vanuit de contracten. Een deel komt door extra kosten aan jeugdhulp met verblijf, de kosten hieraan zijn absoluut en verhoudingsgewijs flink gestegen door de eerder benoemde verhuizing van jeugdigen in verblijf naar Zeist (Yeph). Door het woonplaatsbeginsel zijn wij als gemeente verantwoordelijk vanaf het moment dat kinderen met een voogdij maatregel hier zijn komen wonen. Er is een compensatieregeling hiervoor van het rijk waarbij we een verzoek om compensatie achteraf kunnen indienen. In 2021 doen we deze aanvraag en de verwachting is dat we hiervoor in aanmerking zullen komen. De verwachte compensatie is niet verwerkt in de cijfers van de jaarrekening. Uitgaven PGB jeugdhulp

De uitgaven aan jeugdhulp via een PGB zijn gedaald ten opzichte van 2019. De gemiddelde uitgaven per cliënt zijn met 32% gestegen, één specifieke cliëntsituatie met een omvangrijke indicatie was hier een belangrijke factor in. Uitgaven jeugdhulp via zorgaanbieders (ZIN)

11

Figuur 7: Kostenverdeling binnen de jeugdhulp. Jeugdhulp geleverd via gecontracteerde jeugdhulpaanbieders21.

In figuur 7 is de kostenverdeling binnen de jeugdhulp visueel gemaakt aan de hand van 3 categorieën: Ambulant: ambulant individueel, jGGZ behandeling, ambulant groep, dyslexie, curatieve GGZ (kindergeneeskunde), Spoedhulp. Residentieel: verblijf inclusief behandeling, gesloten plaatsing +3 milieu (cluster 1), pleegzorg, verblijf zonder behandeling en specialistische GGZ (residentieel) Landelijk jeugdhulp met verblijf, ambulante jeugdhulp22 transitiearrangement: Deze cijfers zijn nog voorlopig, ze zijn exclusief circa 1 miljoen euro aan onderhanden werk (stelpost in de jaarrekening 2020 voor na-declaraties over uitvoeringsjaar 2020). De uitgaven aan ambulante jeugdhulp over 2020 zijn ten opzichte van 2019 circa gelijk gebleven. Het meest wordt uitgegeven aan ambulante jeugdhulp (individuele ambulante ondersteuning en behandeling binnen de JGGZ). Dat is een logische als we zien dat binnen deze zorgclusters ook de meeste cliënten worden geholpen. Daarna volgen een aantal duurdere verblijfsvormen zoals Gesloten plaatsing + 3 milieu voorzieningen (cluster 1) en verblijf inclusief behandeling. De uitgaven aan jeugdhulp met verblijf zijn in de 2e helft 2020 flink gestegen. Dit is toe te schrijven aan een verhuizing van jeugdigen binnen 3 milieu voorzieningen (cluster 1) in 2020. We verwachten hiervoor vanuit het Rijk extra compensatie voor te ontvangen.

Exclusief deze 3 milieu voorzieningen (cluster 1) zijn de uitgaven aan residentiële jeugdhulp gedaald in 2020 ten opzichte van 2019. In de jeugdhulp via het LTA zien we op basis van deze voorlopige cijfers ten opzichte van 2019 een daling.

21 Deze bedragen zijn exclusief circa 1 miljoen euro aan onderhanden werk over 2020. 22 In de toekomst willen we deze in de rapportage het LTA gaan opsplitsen tussen ambulant en met verblijf.

12

Wmo Aantallen Begeleiding en huishoudelijke hulp via zorgaanbieders (ZIN)

Figuur 8: aantallen cliënten met Wmo-begeleiding en/of huishoudelijke hulp

We zien over de periode 2018 t/m 2020 een toename van het aantal inwoners dat Wmo-begeleiding of huishoudelijke hulp krijgt. In onderstaande grafiek is dit uitgesplitst naar de verschillende soorten hulp.

13

Figuur 9: aantallen cliënten per zorgvorm binnen de Wmo-begeleiding en huishoudelijke hulp (ZIN)23.

Huishoudelijke hulp Te zien is dat het aantal cliënten met huishoudelijke hulp (ZIN) stijgt. We weten over de periode t/m 2019 vanuit de Wmo-monitor van het CAK24 dat de stijging van aantallen vooral plaats vindt binnen de hogere en in mindere mate de middeninkomens. We zien de stijging van het aantal cliënten dat een beroep deed en in aanmerking kwam voor huishoudelijke hulp ook in 2020 doorzetten. De aanvragen van Zeister inwoners voor huishoudelijke hulp zijn fors toegenomen. De gemiddelde procentuele stijging van de aantallen cliënten die huishoudelijke hulp krijgen, was de afgelopen jaren 12%. Vanuit het ST wordt aangegeven dat de aanvragen toenemen doordat mensen langer thuis wonen en door de toenemende vergrijzing. Naast het stijgen van het aantal ouderen is ook de invoering van het abonnementstarief een oorzaak van de stijging. We zien in de cijfers dat de WMO voorzieningen (huishoudelijke hulp) vooral worden beschikt aan personen boven de 65 jaar. Circa 2/3 van de beschikkingen huishoudelijke hulp heeft betrekking op deze leeftijdscategorie. We zien dat het aandeel van de Zeister bevolking dat gebruikt maakt van een WMO voorziening procentueel stijgt met het klimmen der jaren. Zo heeft ca. 58 % procent van de ouderen boven de 90 jaar een WMO voorziening, 86-90 jaar ca. 40%, 81-85 jaar ca. 28%.

Net als afgelopen jaren is er sprake van een forse groei van het aantal cliënten met HO. Wel is het effect van beleid op korter beschikken duidelijk zichtbaar, in zowel een grotere stijging van de aantallen uitstroom, als een grotere stijging in aantallen verlengingen. Huishoudelijke hulp is vaak een langdurige vorm van hulp. Het gaat vaak om oudere inwoners met chronische beperkingen die een beroep doen op huishoudelijke hulp. Daardoor is de groep cliënten die gebruik maakt van huishoudelijke hulp redelijk vast en is er meer instroom dan uitstroom. Indicaties worden vaak

23 Er waren hiernaast ook inwoners met een PGB, of een combinatie van beiden. Inwoners met begeleiding waren er in 2020

69, in 2019 78 cliënten en in 2018 83. Inwoners met een PGB huishoudelijke hulp waren er in 2020 112, in 2019 114 en in 2018 115. 24 over de periode t/m 2019, de monitor van het CAK geeft geen sturingsinformatie over de periode na 2019.

14

verlengd vanwege de chronische hulpvraag. Wel zagen we in 2020 de instroom van nieuwe cliënten minder hard stijgen. Begeleiding We zien daar een stijging van het aantal mensen dat te maken krijgt met verplichte zorg vanwege een psychische aandoening. Deze trend wordt mogelijk nog versterkt door corona-maatregelen. In onze interne data zien we vooral een stijging van de verlengingen WMO individuele specialistische begeleiding. Het afgelopen jaar is het aantal cliënten met specialistische begeleiding ca. 17% ten opzichte van vorig jaar gestegen. De reguliere dagbesteding is in 2020 niet door gestegen, we zien hier minder instroom 25. Ook de gespecialiseerde dagbesteding ligt lager dan in 2019, daar zien we meer uitstroom. Zowel bij de reguliere als bij de gespecialiseerde dagbesteding was er in 2020 sprake van een beperkte toename van het aantal cliënten. De toename was minder dan in de afgelopen 2 jaar. Bij de reguliere dagbesteding was er vooral minder instroom van nieuwe cliënten. Bij de gespecialiseerde dagbesteding was er vooral meer uitstroom dan in het voorgaande jaar. Aannemelijk is de coronacrisis daar een reden van. Daarnaast speelt hier ook een rol dat de generatie die nu 75 en ouder is, minder behoefte heeft aan groepsaanbod en liever via individuele begeleiding ondersteund wordt. Ook gespecialiseerde begeleiding stijgt door in 2020.

We zien een toename van de inzet van gespecialiseerde begeleiding. We zien dat cliënten langer individuele gespecialiseerde begeleiding ontvangen. De instroom was vrijwel gelijk, daarnaast zagen we in 2020 meer verlenging en uitstroom. Om cliëntsituaties stabiel te houden, wordt deze vorm van begeleiding vaak langdurig ingezet. De reguliere individuele begeleiding neemt zeer geleidelijk iets af. De instroom van nieuwe cliënten neemt af en er is meer sprake van uitstroom. Het aantal verlengingen daalt iets. Er zijn diverse oorzaken voor de stijging binnen de begeleiding, waaronder beduidend meer aanvragen en meer maatwerk. Daarnaast komen er meer hulpvragen van specifieke doelgroepen, zoals mensen met GGZ problematiek en mensen met dementie. Juist voor deze doelgroepen is gespecialiseerde individuele begeleiding, waarbij gerichte expertise kan worden ingezet, veelal een passende voorziening. Opvallend is bijvoorbeeld dat we door het sluiten van GGZ-instellingen geen toename zien van het aantal meldingen in het kader van de wet verplichte GGZ. Veel wordt door de wijkteams opgepakt in samenwerking met andere partijen. Voor steeds meer mensen is het leven ingewikkelder geworden, waardoor ondersteuning nodig is om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Daarvoor kan ook inzet van (specialistische) begeleiding nodig zijn.

De gevolgen van de Corona-crisis voor de vraag naar individuele begeleiding zijn nog niet goed te duiden. Mogelijk speelt de tijdelijke sluiting van dagbestedingslocaties een rol bij de toename van de vraag naar individuele begeleiding. De zorgzwaarte lijkt niet te zijn toegenomen. Er is een klein deel cliënten dat vanuit dagbesteding is doorgestroomd naar begeleiding, ±30 naar gespecialiseerde begeleiding en ±15 naar reguliere begeleiding. In totaal is dit ongeveer 15% van de cliënten die in 2019 dagbesteding had. Deze cliënten zijn doorgestroomd naar individuele begeleiding in 2020. Enkele opvallende ontwikkelingen binnen Wmo begeleiding Binnen de Wmo begeleiding zien we in 2020 een toename van jongeren tussen 23-29 jaar met diverse psychische problematiek, waarbij behandeling niet voldoende effect heeft. Tijdens de coronaperiode is problematiek in een stroomversnelling gekomen en of naar buiten gekomen en dus verergerd. Toename van begeleiding lijkt ook te herleiden naar falende GGZ in de afgelopen jaren. Veel mensen hebben eerder behandeling vanuit de GGZ gehad, maar zijn daar uitgevallen. Zij komen terecht bij het Sociaal Team omdat ze vastlopen in het dagelijkse leven. Begeleiding vanuit de Wmo is dan laagdrempelig en kan in bepaalde gevallen alsnog zorgen voor toeleiding naar GGZ.

Er is meer behoefte aan begeleiding van (dementerende) ouderen bij het organiseren en plannen van afspraken. Vooral bij ouderen zonder kinderen. Begeleiding biedt een overbruggingsperiode naar de WLZ. Angststoornissen zijn het afgelopen jaar meer toegenomen. De inzet van begeleiding is erop gericht om structuur in het dagelijkse leven te krijgen en daginvulling te zoeken/krijgen. Begeleiding helpt om weer naar buiten te durven komen. 25 Totaal aantal nam in eerste helft 2020 met 3 af en in 2e helft 2020 weer met 6 toe.

15

Aantallen Begeleiding en huishoudelijke hulp PGB

Figuur 10: aantal personen met een PGB begeleiding en huishoudelijke ondersteuning

Het aantal personen met een PGB daalt. We zien geen specifieke verklaring voor deze daling. Behalve dat een toenemende complexiteit van de zorgvraag (bij begeleiding) niet altijd samen gaat met het kunnen beheren van een PGB. Uitgaven begeleiding en huishoudelijke hulp De uitgaven aan begeleiding en huishoudelijke hulp zijn de afgelopen jaren fors toegenomen. Het gaat in 2020 om circa 6,7 miljoen euro aan begeleiding26 via zorgaanbieders (ZIN), inclusief, continuïteitsregeling i.v.m. corona-crisis en na-declaraties. Dat is een stijging van circa 5% t.o.v. 2019 aan Wmo-begeleiding. Deze uitgaven zijn dus met het zelfde percentage toegenomen als bij jeugdhulp. Daarnaast nog circa 4 ton aan PGB’s begeleiding. Een deel (1,61%) van deze stijgingen kunnen worden verklaard door de jaarlijkse indexatie van de tarieven vanuit de contracten. We zien een toename van het aantal inwoners dat gespecialiseerde individuele begeleiding krijgt. De inzet van reguliere individuele begeleiding en dagbesteding is in 2020 redelijk stabiel. De kostenstijging is dus vooral toe te schrijven aan de toegenomen inzet van gespecialiseerde begeleiding. Een trend die zich al langer voordoet. En over 2020 gaat het om circa 3,3 miljoen euro aan huishoudelijke hulp27 via aanbieders (ZIN), inclusief continuïteitsregeling i.v.m. corona-crisis en na-declaraties.

Daarnaast nog circa 2 ton aan PGB’s huishoudelijke hulp. Dat is een stijging van circa 12% ten opzichte van 2019. Een deel van deze stijgingen (2,52%) kunnen worden verklaard door de jaarlijkse indexatie van de tarieven vanuit de contracten. Dit komt daarnaast door een oplopend aantal inwoners dat gebruik maakt van huishoudelijke ondersteuning. De invloed van het abonnementstarief is nog steeds aanwezig. Ook de vergrijzing en het langer zelfstandig blijven wonen, speelt een rol. Steeds meer oudere inwoners wonen alleen en kunnen het huishouden niet goed meer aan.

26 Totaal aan Wmo-begeleiding circa 6,7 miljoen, waarvan; ZorgNed 5,9 miljoen, transitorisch circa 6 ton, rechtstreeks uit

financials circa 50.000, continuïteitsregeling circa 1 ton. 27 Totaal uitgaven Huishoudelijke hulp over 2020 3,3 miljoen, waarvan; ZorgNed circa 3 miljoen, transitorisch circa 3 ton, continuïteitsregeling circa 15.000.

16

Uitgaven PGB begeleiding en huishoudelijke hulp

Daarnaast waren er uitgaven aan PGB’s. De uitgaven aan PGB’s voor begeleiding is gedaald in 2020 ten opzichte van 2019. De gemiddelde uitgaven per cliënt zijn ten opzichte van 2019 in 2020 met 7% gestegen.

De uitgaven aan PGB’s huishoudelijke hulp zijn gestegen ten opzichte van 2019 met circa 8%. De gemiddelde uitgaven per cliënt zijn in 2020 ten opzichte van 2019 met circa 10% gestegen. Zowel bij de PGB’s voor begeleiding als bij de PGB’s voor huishoudelijke hulp is de stijging van de gemiddelde kosten per cliënt toe te schrijven aan enkele specifieke cliëntsituaties met een omvangrijke indicatie.

17

Uitgaven begeleiding en huishoudelijke hulp via zorgaanbieders (ZIN)

Figuur 11: kostenverdeling binnen de Wmo begeleiding en huishoudelijke hulp. En het totaal aan kosten over deze perioden.

In bovenstaand figuur ziet u de verdeling in uitgaven binnen de Wmo-begeleiding en huishoudelijke hulp aan begeleiding in huishoudelijke hulp in natura (ZIN). De uitgaven in 2019 lijken vergelijkbaar met die in 2020 echter het gaat hier om tijdelijke cijfers en exclusief continuïteitsregeling. De totaal uitgaven aan begeleiding en huishoudelijke hulp via zorgaanbieders zijn in werkelijkheid hoger i.v.m. 18

te verwachten na-declaratie over uitvoeringsjaar 202028. Met de definitieve cijfers kunnen de verhoudingen tussen de verschillende zorgvormen nog enigszins verschuiven. De grootste stijgers binnen deze uitgaven zijn de gespecialiseerde begeleiding en de huishoudelijke hulp. Met name door het stijgende aantal cliënten. De eerste is gelijkmatiger verdeeld over alle leeftijdsgroepen. De laatste is vooral beschikt aan de ouderen. Het aandeel van deze beide zorgvormen binnen het totaal zijn dan ook gestegen ten opzichte van de dagbesteding en de reguliere begeleiding.

Wmo per voorziening € 500.000,00 € 400.000,00

01HO1

€ 300.000,00

01HO2

€ 200.000,00

02GB1

€ 100.000,00

02RB1

€ 0,00

07GD1 jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

07RD1

2020 Figuur 12: Declaraties per maand in 2020.

In bovenstaand figuur zijn de uitgaven per maand zichtbaar over de ondersteuning die in die maand is geleverd binnen 1e helft 2020. Er zit een piek in de uitgaven Huishoudelijke hulp in november, omdat we werken met 13 declaratieperioden per jaar. Naar alle waarschijnlijkheid zijn er twee perioden gedeclareerd in november, vandaar de piek. De uitgaven aan gespecialiseerde individuele begeleiding per maand (groen) zijn maandelijks gestegen, ook in deze corona tijd. In de uitgaven aan gespecialiseerde dagbesteding en reguliere dagbesteding is juist dip zichtbaar ten tijde van de coronacrisis, met een dieptepunt in april. In figuur 12 is dit nog beter zichtbaar.

Figuur 13: veranderde uitgaven per maand in 2020. Januari 2020 is op 100% gezet en de overige maanden zijn hier tegen afgezet. Er is een duidelijk effect zichtbaar vanaf beging corona-crisis.

Ook de gemiddelde uitgaven per klant over 6 maanden, weergegeven op de volgende pagina, waren in de 1e helft 2020 duidelijk lager dan in de overige perioden. 28 Werkelijke bedrag huishoudelijke hulp (eindstand jaarrekening) is inclusief nabetalingen voor geheel 2020 nog circa 4 ton

(411.513) hoger. Werkelijke bedrag begeleiding (eindstand jaarrekening) is inclusief onderhanden werk over 2020 nog circa 6 ton hoger (637.072)

19

20

Aantallen en uitgaven hulpmiddelen en woningaanpassingen Onderstaande grafieken geven het aantal unieke cliënten weer die, binnen de betreffende periode, een nieuwe voorziening beschikt hebben gekregen (voor het eerst of als vervanging van hun voorziening). Het totaal aantal cliënten met een voorziening thuis ligt dus een stuk hoger. Vervoermiddelen en rolstoelen

Figuur 14: aantallen cliënten met nieuw beschikte scootmobiel of rolstoel.

Rolstoelen Vervoermiddelen (scootmobielen, driewielerfietsen, etc.)

2018 € 247.000 € 377.000

2019 € 433.000 € 421.000

2020 € 463.400 € 677.200

€ 624.000

€…854.000

€1.140.600

Na de piek van nieuw beschikte rolstoelen 29, is het aantal nieuw beschikte voorzieningen in de 1e helft 2020 weer iets afgenomen en daarna weer gestegen. In totaal zien we wel een dalende trend in het aantal verstrekte rolstoelen (te weten 171 (2018), 160 (2019), 146 (2020)). 1e helft 2020 is wel het aantal nieuw beschikte scootmobielen flink gestegen, ook in de 2e helft 2020 waren het er relatief veel. Dit laatste is te verklaren door dat er veel scootmobielen zijn vervangen en er een wachtlijst van aanvragen is weggewerkt. Deze dalende trend in aantallen rolstoelen zien we niet in terug in de uitgaven voor rolstoelen. We hebben sinds 1 mei 2019 te maken met de hogere prijzen en onderhoudskosten die in de overeenkomst met leveranciers van rolstoelen en scootmobielen zijn afgesproken. Daarnaast hebben we sinds januari 2019 te maken met een btw-tarief van 9%, voorheen was dat 6%.

29 2e helft 2018 en 1e helft 2019

21

Woonvoorzieningen

Figuur 153: aantallen cliënten met een nieuw beschikte voorziening Wonen

Woningaanpassingen (inclusief trapliften)

2018 € 242.000

2019 € 608.000

2020 € 563.500

Bij de trapliften heeft de stijgende trend in de aantallen vanaf 2018 zich ook in 2020 doorgezet. We verwachten hierin een invloed vanuit de lagere eigen bijdrage die sinds januari geldt. Inwoners maken bij deze voorziening nu eerder de afweging om deze via de gemeente aan te vragen, omdat dit financieel aantrekkelijker is. In de 2e helft 2020 zijn de woningaanpassingen flink toegenomen. Er was een opvallende stijging in aantallen nieuwe tilliften in de 1e helft 2020. Dit blijkt om enkele specifieke cliëntsituaties te gaan. De tilliften worden vooral geplaatst bij mensen met een Wlz-indicatie die zelfstandig wonen. De woningaanpassingen moeten dan vanuit de Wmo vergoed worden. We zien een toename van dit soort woningaanpassingen. Aangezien het aantal til- en trapliften sinds januari 2019 is toegenomen zien we dit beeld ook terug in hogere uitgaven.

22

Bijlage 1: Kader met de verschillende vormen van Jeugdhulp Ambulante jeugdhulp Ambulant individueel J-GGZ behandeling Ambulant groep Dyslexie Curatieve GGZ (kindergeneeskunde) Dagbehandeling Spoedhulp Residentiele jeugdhulp Verblijf inclusief behandeling Gesloten plaatsing +3 milieu (cluster 1) Pleegzorg Verblijf zonder behandeling Specialistische GGZ (residentieel) Landelijk Transitie Arrangement

Individuele ambulante hulp in het netwerk, individuele ambulante hulp op locatie instelling (basis, zwaar, specialistisch) Generalistische basis J-GGZ en specialistische J-GGZ door vrijgevestigde en door instelling. Groepsgewijze ambulante hulp (basis, intensief, specialistisch) Diagnose, behandeling Kindergeneeskunde, psychosociaal en pediatrie Dagbehandeling regulier en specialistisch Ambulante spoedhulp, crisisbed Verblijf inclusief behandeling voor VG en LVG doelgroep BOPZ, jeugdzorg plus, driemilieuvoorziening Reguliere pleegzorg, deeltijdpleegzorg en crisispleegzorg Verblijf, Verblijf met begeleiding (j&O en Awbz, gezinshuis licht, verblijf met dagbesteding Specialistische J-GGZ met verblijf Specialistische jeugdzorg, met en zonder verblijf, met landelijke inkoopafspraken

23

Bijlage 2: Schematische samenhang Het kwaliteitskompas behelst de sturing op het geheel van de bestuurlijke tot operationele processen. In deze bijlage is de samenhang weergeven tussen de veranderingen en acties (en de relatie met de P&C cyclus) die we willen gaan aanvullen. Met als doel de monitoring van diverse variabelen beter in de organisatie in te bedden. Jaar (t-1)

Jaar (t)

Jaar (t+1)

Meerjarenprognose

Meerjarenbegrot ing (t+1)

Feedbackloop > Voorjaarsnota >

Risico's Jaarrekening

Analyse Jeugd

Begroting (t)

Analyse WMO

1. Acties ind e bedrijfsvoering : Ontwikkelagenda 2. Sociaal in balans a. Jeugd b. WMO c. Sociale basis d. Wijkteams CJG/ST e. Data en resultaatgericht sturen

Prognose in het jaar

Berap 1 & 2

Daarvan zijn een aantal onderdelen nu gereed en sluit vanzelfsprekend aan op de P&C cyclus. De onderdelen die gereed zijn (naast de documenten van de P&C cyclus), zijn: 1. Analyse WMO (deze rapportage) 2. Analyse Jeugd (deze rapportage) 3. Project Sociaal in balans (onze versie van Samen in balans binnen Sociaal Domein) a. Project Jeugd (in control komen uitgaven Jeugdzorg) b. Project WMO (in control komen uitgaven WMO) c. Project Subsidies (Uitwerking opgave fase 1) d. Project Voorliggende voorzieningen, Vrijwilligers en Mantelzorgers e. Data- en resultaatgericht sturen (Kwaliteitskompas) a. Project doorontwikkeling, implementatie kwaliteitskompas b. Project Monitoring Sociaal Domein (ligt bij GMT, 10 mei) 4. Meerjaren Prognose Sociaal Domein 5. Ontwikkelagenda (acties in de bedrijfsvoering, grosso modo) Meerjarenprognose Met behulp van de meerjarenprognose willen we meer inzicht krijgen in de ontwikkelingen van de demografische factoren. Op basis daarvan kan de bestuurlijke dialoog over de voorzieningen beter worden gevoerd. Het gaat over de wat vraag op middellange termijn. Het betreffende document is in concept gereed. Analyse jeugd en WMO De analyses Jeugd en WMO zijn een nadere toelichting op de resultaten in de jaarrekening voor betreffende collegeproducten. Prognose in het jaar van de budgetten Dit is een onderdeel van Data- en resultaatgericht sturen (Monitoring).

Dit onderdeel is regionaal nog in ontwikkeling en ook lokaal zijn we opzoek naar een goede invulling hiervan. Diverse acties zijn al wel gedefinieerd en opgenomen op de ontwikkelagenda. Echter de uitvoering moet worden uitgelijnd en opgepakt. Knelpunt is hier vooral ook de formatie. De ontwikkelagenda 24

De ontwikkelagenda is door het management opgesteld om te voldoen aan de aan hun gegeven opdracht. De invulling is vooral gericht op het verdere uitvoering geven aan de transformatie en de diverse collegebesluiten ten aanzien van het tekort in het Sociaal domein. Sociaal in balans Sociaal in balans is de verdere uitvoering van het college en raadsbesluit ten aanzien de tekorten in het Sociaal Domein (de zgn. fase 1). Voor de titel is gekozen om de samenhang met het concernprogramma aan te geven (IAC) 30 Dit zijn onder andere de stelposten (Jeugd, WMO en de subsidies). Van de genoemde onderdelen zijn projectbrieven gemaakt en deze zullen nog worden besproken met de wethouders. Vanuit deze projectbrieven zullen ook de fundamentele vragen naar voren komen over de verdere richting en keuzes binnen de betreffende werkvelden (Jeugd, WMO en Sociale basis). De wat vraag.

30 Sociaal in balans’ is onze interne werktittel om het sociaal domein goed in de grip te houden. Een samenhangende aanpak

om substantieel bij te dragen aan een sluitend meerjarenperspectief voor de gemeente.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10233828/1