CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.102 PenC stukken ODrU

Overige evenementen 1 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)35.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

90 alinea's met “begrotingswijziging”: 29 32 38 61 62 92 93 96 97 122 126 127 128 130 135 143 153 232 233 234 238 383 384 455 466 487 512 585 706 939 945 1000 1175 1249 1430 1459 1461 1463 1492 1500 …

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Aan de gemeenteraad

Ontv. Griffie 27-05-2021/RIB21.102 Datum

27 mei 2021

Burgerservicenummer Bijlage(n)

Onderwerp

Ons kenmerk

407310

Uw kenmerk

Diversen Jaarstukken 2020, 1e BGW 2021 en ontwerp begroting 2022 van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)

Behandeld door

Arno Klarenbeek

Portefeuillehouder

Wouter Catsburg

Geachte leden van de raad, In april hebben wij van ODRU de reguliere P&C stukken ontvangen en gedeeld en besproken met uw raadrapporteurs Ernst van de Splunter en Gerard van Vliet. De stukken zijn ook geplaatst op de postlijst van uw raad van 18 mei 2021 (poststuknummer PR21.095). Wij hebben de stukken aan de hand van bijgevoegd collegevoorstel/-besluit beoordeeld. Onderstaand gaan wij hier nog nader op in. Jaarrekening 2020: Ondanks de coronacrisis is er, zonder enige vorm van compensatie door het Rijk of de deelnemers, een positief exploitatieresultaat van €125.764, terwijl de bijgestelde begroting een geraamd positief resultaat van €8.000 bevatte. Het resultaat is daarmee €117.764 positiever dan geraamd. Daar zijn wij blij mee. Het resultaat is bereikt door onderschrijdingen op een aantal kostenposten en door hogere baten. De salarislasten, de indirecte personele kosten, de algemene kosten, de huisvestingskosten en de kapitaallasten zijn lager dan begroot. Daarnaast kreeg de ODRU hogere opbrengsten vanuit de uitvoeringsprogramma’s (UVP) en extra aanvullende opdrachten van eigenaar-gemeenten en overige opdrachtgevers. In paragraaf 7.15 is in de jaarrekening ingegaan op de kengetallen/productiecijfers van Zeist en ODRU totaal, kortheidshalve verwijzen wij daar naar.

Voor de specifiek inhoudelijke verslaglegging wordt in onze opdracht door ODRU jaarlijks een afzonderlijk verslag over de uitvoering van de milieu- en duurzaamheidstaken voor Zeist opgesteld. Dat verslag hebben wij eind april ook ontvangen en gedeeld en besproken met uw raadsrapporteurs. Onder het kopje “Jaarverslag Zeist 2020” gaan we hier nog kort op in. Er is een positieve controleverklaring van de accountant. Het beeld van de accountant over ODRU is positief. Dit is op 29 maart met de auditcommissie van ODRU besproken en aan het algemeen bestuur van ODRU gemeld (vergadering Algemeen Bestuur van 8 april). De jaarrekening van de ODRU geeft naar on ze mening een transparante weergave van de activiteiten van de ODRU en de daarbij behorende inkomsten en uitgaven.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

Met het besef dat in het algemeen de kosten voor de baat uitgaan en ODRU in de Kadernota 2022 heeft aangegeven het resultaat 2020 in te willen zetten voor het bereiken van (meer) structurele besparingen vanaf 2022 achten wij de bestemming van het resultaat 2020 reëel en geven in onze zienswijze aan daarmee in te kunnen stemmen. In paragraaf 8.2 is uitvoerig ingegaan op het weerstandsvermogen en de risico’s. Het weerstandsvermogen is voldoende met een classificatie C en ratio van 1,05 (= bedrag van €703.429) De solvabiliteitsratio is uitgekomen op 12,83%. De netto schuldquote is -6,28%. De structurele exploitatie ruimte is uitgekomen op -0,53%. ODRU is gezien deze uitkomst(en) financieel op orde. In het ter informatie bijgevoegde collegevoorstel is zoals te doen gebruikelijk nog op een aantal belangrijke opvallende zaken uit de jaarrekening en het exploitatiejaar ingegaan. Wij verwijzen u daar naar. Wij hebben de jaarrekening 2020 overigens ter informatie ontvangen. Er kunnen formeel geen zienswijze tegen worden ingediend. Wij hebben ingestemd met de jaarrekening 2020 van de ODRU. Inhoudelijke jaarverslag 2020 Zeist: In 2020 werden ruim 20.000 uren afgenomen. Op pagina 3 is te zien hoe deze uren zijn verdeeld over de hoofdtaakvelden. Omvangrijke taken zijn Toezicht en handhaving (24%) en Specialistische dienstverlening (o.a. geluid, lucht, externe veiligheid, 9%).

Een groeiend taakveld is ‘Beleidsadvies en uitvoering projecten’, 29%, waarmee de inzet van de ODRU voor Routekaart Nieuwe Energie en de Brede Milieuvisie wordt gedekt. In het jaarverslag worden op pagina 4 en verder per taakveld de belangrijkste werkzaamheden en projecten vermeld. Enkele noemenswaardige zijn: -

-

-

ODRU is betrokken bij diverse projecten uit de Routekaart Nieuwe Energie, zoals de Regionale Energiestrategie (RES), de gebiedsvisie A12/Spoorzone, de studie naar duurzame opwek langs de A28, diverse buurtpilots ‘aardgasvrij’ en de Transitievisie warmte. Ook helpt de ODRU, samen met Mijn Groene Bedrijf, bedrijven die willen verduurzamen. Ondanks de beperkingen door Covid-19 is ook in 2020 hard gewerkt aan Natuur- en Duurzaamheidscommunicatie en –educatie. Het aantal bezoekers bij de Boswerf was door corona historisch laag (2.500) maar medewerkers en vrijwilligers werkten hard door aan het verbeteren van het bezoekerscentrum. Zo werd een zgn. ‘blotenvoetenpad’ gerealiseerd en goedgekeurd en werd op de Boswerf een wormenhotel gebouwd en geopend. Deze ingenieuze compostinstallatie laat bezoekers zien hoe waardevol groenafval is en wat je er mee kan. Ook de activiteiten voor basisscholen konden grotendeels doorgaan. Zo werden er 64 leskisten en 48 natuur-in-deklaspakketten afgenomen (en circa 20% daarvan geannuleerd wegens covid). ODRU hielp ook bij de jaarlijkse compostactie en bij het project ‘Afvalvrije scholen’.

Vergunningverlening: naast reguliere vergunningtrajecten is in 2020 een start gemaakt met de actualisatie van de IPPC-vergunningen (grotere industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies) en de vergunningen van LAP3-bedrijven (afvalverwerkers). Het jaarverslag besteedt meer aandacht dan voorgaande jaren aan de toezicht- en handhavingsactiviteiten. Hiermee voorziet het in de behoefte van de provincie Utrecht, die erop toeziet dat gemeenten deze taak goed invullen (interbestuurlijk toezicht). Vanaf pagina 8 kunt u uitgebreid lezen hoe deze taak in 2020 is ingevuld en welke resultaten dit opleverde. Aandacht ging in 2020 specifiek uit naar asbestsloop, varkenshouders en luchtwasserijen, ondermijning en lozingen op het riool door horeca (om schade aan het stelsel te voorkomen).

Wij hebben het jaarverslag ODRU Zeist 2020 vastgesteld. Eerste ontwerp-begrotingswijziging 2021: De begrotingswijziging gaat uit van een sluitend resultaat. Het in de oorspronkelijke begroting 2021 geraamde positieve resultaat van €156.500 wordt naar €0 bijgesteld.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

3

De wijziging houdt verband met: 1. De afspraken met gemeenten over de UVP’s 2021 (incidenteel); 2. Verhoging van het DVO door de gemeente Rhenen (structureel); 3. Overige materiële wijzigingen (structureel); 4. Doorschuiven van de budgetten van het programma Omgevingswet en het project PFAS van 2020 naar 2021 (incidenteel) In totaal nemen de baten toe met een bedrag van € 4.011.500 en de lasten met € 4.168.000. Hierdoor komt het geraamde resultaat uit op €0,-. Punt van aandacht m.b.t. het gezamenlijke eigenaarschap binnen en voor ODRU is de naleving van de afgesproken 80/20 regel. Omwille van stabiele en efficiënte bedrijfsvoering is het gewenst dat er een geode balans is tussen gegarandeerde afname van diensten door de deelnemers waarvoor vast personeel kan worden geworven en tussen aanvullende en tijdelijke diensten waarvoor personeel moet worden ingehuurd. Zoals uit bijlage 6 blijkt voldoen niet alle deelnemers hier aan en staat die bij een tweetal deelnemers enigszins en fors uit het lood. Dat past niet bij gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en goed werkgeverschap. Onze vertegenwoordiger zet zich er met ODRU en de andere deelnemers voor in om dit meer in balans te (laten) brengen. In onze zienswijze hebben we dit ook als punt om aan te werken voor 2021 en 2022 opgenomen. Zie voorts ons bijgevoegde collegevoorstel en de begrotingswijziging.

Wij hebben ingestemd met de voorgestelde wijziging van de begroting 2021. Het financiële effect voor Zeist ad €413.820 (te weten 4.356 extra uren Uitvoeringsprogramma 2021 x €95 uurtarief) past binnen de financiële budgetten in onze eigen begroting 2021. N.a.v. de inzichten over het eerste kwartaal van 2021 kan worden gemeld dat de exploitatie positief is. Het is nog te vroeg voor een prognose per jaar einde, ook in verband met de zich mogelijk nog voordoende effecten als gevolg van corona, maar de positieve lijn uit de afgelopen jaren lijkt doorgezet te kunnen worden. Dit stelt gerust en stemt tevreden. Een ander belangrijk aspect voor 2021 (en verder) betreft de voorbereiding van de Omgevingswet en specifiek voor ODRU het klaar kunnen zijn voor de naar de gemeenten/deelnemers overkomende bodemtaken. Als gevolg van het feit dat het Rijk nog steeds niet kenbaar heeft gemaakt hoe de verdeling van het beschikbare Rijksbudget voor deze taken er uit gaat zien heeft het algemeen bestuur van ODRU recent besloten (8 april) om een pas op de plaats te maken t.a.v. de voorbereiding. Niet ingestemd is met het door ODRU laten werven van personeel voor de geprognosticeerde taakomvang. ODRU breed gaat het om capaciteit en inzet voor een bedrag van circa €1 mln structureel.

Nu werven zonder zicht op de omvang van de financiële dekking van het Rijk acht een meerderheid van het algemeen bestuur in de context van de financiële malaise bij veel deelnemers te riskant en ongewenst. Onder het motto “geen knaken, geen taken”’ is besloten werving van personeel uit te stellen totdat zicht op dekking aanwezig is. Mede op verzoek van het Algemeen Bestuur heeft ODRU hierover een brief opgesteld. Juist ook om de consequenties hiervan in beeld te brengen voor de deelnemers. Deze brief is op 7 mei jl., aan de ABleden verzonden met het verzoek c.q. advies deze verder te begeleiden naar colleges en raden. De brief is met uw raadsrapporteurs gedeeld en besproken en voor u bij deze stukken gevoegd. De betekenis van het besluit van het AB is dat ODRU niet per 1-1-2022 klaar zal zijn voor de taakuitoefening als de Omgevingswet van start mocht gaan. Deze invoeringsdatum is inmiddels ook weer uiterst onzeker en verder uitstel biedt wellicht soelaas, maar het eventueel niet uit kunnen voeren van wettelijke taken zal maatschappelijke consequenties en mogelijk ook financiële consequenties hebben, zie brief hierover. Afgesproken is dat ODRU bestuurlijk en ambtelijk met provincie en RUD Utrecht in overleg treedt om op korte(re) termijn te bewerkstelligen dat er afspraken worden gemaakt c.q. overeenkomsten worden gesloten voor de inzet van personeel van provincie c.q.

RUD Utrecht voor de bodemtaken van ODRU, met als inzet dat wanneer de financiering vanuit het Rijk helder is/wordt ODRU zich inzet om personeel over te nemen c.q. te werven. Onze lijn is dat we zoveel mogelijk gegarandeerd willen hebben dat ODRU klaar is voor de overkomende taakuitvoering per datum van inwerkingtreding van de wet en wij onze verantwoordelijkheid als bevoegd gezag voor de taakuitoefening hebben genomen. Wij willen maatschappij en bedrijven niet de dupe laten worden van gebrekkig en onzeker handelen van het Rijk in onze richting. Daarnaast hebben wij een beter gevoel bij en over een vooraf ingecalculeerd (beperkt)

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

4

risico dan bij en over een achteraf niet gecalculeerd risico. Wij verzoeken ODRU daarom in beeld te brengen wat de omvang van het risico voor Zeist is als we voor onze taak door ODRU al wel personeel zouden willen laten werven en te sonderen of er meer deelnemers zijn die bereid zijn wel een vooraf ingecalculeerd risico te nemen. Wij houden u van deze ontwikkelingen in de komende maanden op de hoogte. Ontwerp-begroting 2022: Ten aanzien van de ontwerp-begroting 2022 hebben wij vastgesteld dat deze in lijn met de Kadernota 2022 van ODRU is opgesteld (voor Kadernota 2022 zie RIB20.184 op onze website). In ons bijgevoegde collegevoorstel is op een aantal belangrijke gegevens voor het exploitatiejaar 2022 ingegaan. Wij verwijzen u daar naar. De primitieve begroting bedraagt in 2022 circa €15.194000 en kent een geraamd positief saldo van €5.000. Ook meerjarig is er hetzelfde geraamd positief saldo. Daarbij geldt dat dit de basisbegroting is (formatie en e kosten) afgestemd op de zekere = gegarandeerde omzet. In de 1 helft van 2022 volgt een begrotingswijziging op basis van de Uitvoeringsprogramma’s van de deelnemers met mogelijk aanvullende uren. Ook is er, conform de wensen van de deelnemers wegens het ontbreken van zicht op de compensatie van het Rijk, nog geen rekening gehouden met de taakuitoefening a.g.v. de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouwen.

Wel is er door het bestuur een taakstelling opgenomen in de begroting van € 100.000, te besparen op inhuur derden vanaf 2022. Dit werkt door in de meerjarenbegroting 2023-2025. De ODRU blijft zich in 2021 en 2022 inzetten om meer besparingen te realiseren, bijvoorbeeld door de processen te optimaliseren en door in de samenwerking en taakverdeling met gemeenten dingen slimmer te organiseren. Het aandeel van Zeist in de omzet van ODRU in 2021 is begroot op € 1.650.555. Ter vergelijking in de oorspronkelijke begroting 2020 bedroeg dit €1.620.700. We nemen dit op in ons begrotingsvoorstel 2022 waarover u in het najaar een besluit neemt. Wij hebben besloten in te stemmen met de ontwerp begroting 2022.

Tenslotte:

Op grond van het delegatiebesluit zijn wij bevoegd een oordeel te vellen over deze P&C stukken van ODRU. . Wanneer u vragen en of opmerkingen heeft kunt u zich tot uw raadsrapporteurs wenden dan wel tot de opsteller zoals bovenaan deze brief vermeld.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twitter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Bestuur en directie van ODRU Postbus 13101 3507 LC UTRECHT.

Datum

27 mei 2021

Ons kenmerk

407310

Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp

Behandeld door

S&B/B&A

Reactie op P&C stukken

Geachte bestuur en directie, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van uw jaarstukken 2020, de eerste begrotingswijziging 2021, de ontwerp-begroting 2022 en ook uw aan de leden van het algemeen bestuur gerichte brief over de Omgevingswet en de bodemtaak. Wij hebben deze documenten beoordeeld en gaan daar onderstaand op in. Jaarstukken 2020: Met grote tevredenheid hebben wij kennisgenomen van het feit, dat u er in bent geslaagd om ondanks de coronacrisis zonder extra compensatie van het Rijk en/of de deelnemers, een mooi positief resultaat te behalen, dat het ziekteverzuim onder de 5% is gebleven en dat de arbeidsproductiviteit net onder de gestelde norm is uitgekomen. Ook over het voor Zeist verrichtte werk en de samenwerking met uw organisatie zijn wij meer dan tevreden. Wij merken aan het specifieke jaarverslag Zeist 2020 dat er inzet wordt gepleegd op het meer impact gericht en effect gericht verantwoorden. Wij zien dat graag ook in uw komende jaarrekeningen en tussentijdse rapportages nog wat meer terug komen. Wij realiseren ons dat dit al onderdeel uitmaakt van het project Sturing, Monitoring en Verantwoording en verzoeken u dit door middel van een routekaart dan wel op andere wijze voor de besturen van de deelnemers wat meer inzichtelijk te maken.

Wij hebben instemmend kennisgenomen van uw jaarrekening en kunnen ons ook vinden in de aan uw algemeen bestuur voorgestelde bestemming van het resultaat. Eerste ontwerp-begrotingswijziging 2021: Wij hebben instemmend kennisgenomen van de incidentele en structurele ontwikkelingen in deze begrotingswijziging. Voor zover er voor ons financiële consequenties uit voortvloeien zijn deze voorzien in onze gemeentelijke begroting. Punt van aandacht vinden wij wel het gezamenlijke eigenaarschap en de naleving van de afgesproken 80/20 regel. Zoals uit bijlage 6 blijkt voldoen niet alle deelnemers hier aan en staat die bij een tweetal deelnemers enigszins en fors uit het lood. Dat past niet bij gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en goed werkgeverschap vanuit de deelnemers. Graag zien wij hier in de komende jaren meer balans in komen. .

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

Wij hebben ingestemd met de voorgestelde wijziging van de begroting 2021. Een ander belangrijk aspect voor 2021 (en verder) betreft de voorbereiding van de Omgevingswet en specifiek voor uw organisatie het klaar kunnen zijn voor de naar de gemeenten/deelnemers overkomende bodemtaken. Wij hebben met interesse en zorgen kennisgenomen van uw brief hierover aan de leden van het algemeen bestuur n.a.v. het besluit van 8 april om een pas op de plaats te maken t.a.v. de voorbereiding. Wij ondersteunen van harte de bestuurlijke en ambtelijke inzet van uit ODRU om in overleg met provincie en RUD Utrecht te komen tot afspraken c.q. overeenkomsten waarin wordt geborgd dat bodemkundig personeel van de provincie c.q.de RUD Utrecht voor de bodemtaken van ODRU (tijdelijk) beschikbaar is. Wij achten het echter van groot belang en onze verantwoordelijkheid dat gegarandeerd is dat ODRU klaar is voor de overkomende taakuitvoering per datum van inwerkingtreding van de wet met het oog op onze Zeister verantwoordelijkheid voor de taakuitoefening voor onze bedrijven en inwoners. Wij willen maatschappij en bedrijven niet de dupe laten worden van gebrekkig en onzeker handelen van het Rijk in onze richting. Daarnaast hebben wij een beter gevoel bij en over een vooraf ingecalculeerd (beperkt) risico dan bij een achteraf niet gecalculeerd risico.

Wij verzoeken u daarom in beeld te brengen hoe groot het mogelijke financiële risico voor Zeist is en welke formatie omvang bij onze taakuitoefening hoort, als we voor die taak door ODRU toch al wel personeel willen laten werven. Ook verzoeken wij te sonderen of er meer deelnemers zijn die bereid zijn wel enig vooraf ingecalculeerd risico te willen nemen. Ambtelijk zal dit van uit Zeist zelf ook worden opgepakt. . Ontwerp-begroting 2022: Ten aanzien van de ontwerp-begroting 2022 hebben wij vastgesteld dat deze in lijn met de Kadernota 2022 van ODRU is opgesteld. Wij hebben kennisgenomen van de stijging van het uurtarief en het aandeel van Zeist in de gegarandeerde omzet/begroting 2022 van ODRU. Wij houden hiermee rekening in de voor Zeist vast te stellen begroting 2022. Wij stemmen in met uw ontwerp-begroting 2022. Tenslotte: Wij gaan er van uit dat wij elkaar na het zomerreces weer makkelijker kunnen ontmoeten. De raad van Zeist kijkt er naar uit om in het najaar met een vertegenwoordiging van uw bestuur en/of directie in gesprek te kunnen gaan over de lopende exploitatie, de voorbereiding en impact van de Omgevingswet, de financieringssystematiek (invoering randvoorwaardelijke taken) en andere trends en ontwikkelingen, zoals programmatisch toezicht en samenwerking met RUD Utrecht.

Ook vinden wij het nuttig dat als de gelegenheid er weer is, er een gezamenlijke radenbijeenkomst wordt georganiseerd. Wij werken daar graag aan mee.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

3

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 1

Portefeuillehouder Wethouder Catsburg Secretaris

Burgemeester

Datum B&W-vergadering 25 mei 2021 Wethouder

Wethouder

Wethouder

Wethouder

Akkoord Bespreken Afd./Team Opsteller Telefoon Datum Stuknummer Uiterste datum

AKKOORD

BOR, Fin, S&B ONDERWERP M.Beek, E.Kramer, A. Klarenbeek e +31652405850 Jaarstukken 2020, Jaarverslag Zeist 2020, 1 BGW 2021 en ontwerp begroting 2022 van de Omgevingsdienst Regio 18 mei 2021 Utrecht (ODRU) 25 mei 2021 paraaf

datum

BESLUIT

Raad Deponeren archief

DATUM

par

Datum Datum

INHOUD (bij beknopte toelichting de volledige tekst, anders publieksgerichte samenvatting) Als deelnemer/eigenaar van de gemeenschappelijke regeling ODRU hebben wij P&C stukken ontvangen. De jaarstukken 2020 ter informatie en de eerste BGW 2021 en ontwerp-begroting 2022 met de gelegenheid om daar een zienswijze over in te dienen. Op grond van het delegatiebesluit is de beoordeling van deze P&C stukken een aangelegenheid voor het college van B&W en wordt voor wat betreft de beoordeling en het inzenden van een reactie over begrotingswijziging en ontwerp-begroting d.m.v. het verzenden van een raadsinformatiebrief aan de raad de mogelijkheid geboden wensen of bedenkingen kenbaar te maken. Dit collegevoorstel voorziet in de beoordeling en afhandeling van de ontvangen P&C stukken. Daarnaast ontvingen wij het jaarverslag inzake de taken die ODRU in 2020 voor Zeist uitvoerde. Voorgesteld wordt dit jaarverslag vast te stellen. Tenslotte heeft ODRU op 7 mei in een brief haar leden van het algemeen bestuur geattendeerd op de consequenties van een besluit van dat bestuur om ter vermijding van financieel risico voor de deelnemers nu nog niet over te gaan tot werving van personeel voor de uitvoering van de nieuwe bodemtaken onder de Omgevingswet per 1-1-2022. Ook die brief wordt in dit voorstel beoordeeld. VOORGESTELD WORDT 1.

In te stemmen met de jaarrekening 2020 van ODRU en de bestemming van het positieve exploitatie-resultaat ad €125.764 voor de uitvoering van interne projecten die gericht zijn op realisatie van voorgenomen structurele kostenbesparingen. 2. Het jaarverslag 2020 Zeist van de ODRU vast te stellen. 3. Te constateren dat door de accountant van ODRU een goedkeurende controleverklaring is afgegeven en accountant, audit commissie en controller eensgezind zijn in hun bevindingen over het in control zijn van ODRU en over de voorgestelde bestemming van het resultaat. 4. In te stemmen met de eerste begrotingswijziging 2021 en de ontwerp begroting 2022. 5. Het bestuur van ODRU n.a.v. de ontvangen P&C stukken bijgevoegde brief te zenden. 6. ODRU n.a.v. de op 7 mei ontvangen brief over de implicaties van het nog niet werven van personeel voor bodemtaken te bedanken voor het geboden inzicht en het delen van de zorgen, daarbij op te roepen haast te maken met de actie om samen met provincie en RUD Utrecht te komen tot een voor alle partijen werkbaar tijdelijk overgangsscenario van inhuur bodempersoneel provincie / RUD voor ODRU. 7. De gemeenteraad over de ontvangen P&C stukken en de brief bodemtaken en uw genomen besluiten daarover conform bijgevoegde brief te berichten.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 2

ONDERWERP Jaarstukken 2020, Jaarverslag Zeist 2020, 1e BGW 2021 en ontwerp begroting 2022 van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) VOORSTEL 1. In te stemmen met de jaarrekening 2020 van ODRU en de bestemming van het positieve exploitatie-resultaat ad €125.764 voor de uitvoering van interne projecten die gericht zijn op realisatie van voorgenomen structurele kostenbesparingen. 2. Het jaarverslag 2020 Zeist van de ODRU vast te stellen. 3. Te constateren dat door de accountant van ODRU een goedkeurende controleverklaring is afgegeven en accountant, audit commissie en controller eensgezind zijn in hun bevindingen over het in control zijn van ODRU en over de voorgestelde bestemming van het resultaat. 4. In te stemmen met de eerste begrotingswijziging 2021 en de ontwerp begroting 2022. 5. Het bestuur van ODRU n.a.v. de ontvangen P&C stukken bijgevoegde brief te zenden. 6. ODRU n.a.v. de op 7 mei ontvangen brief over de implicaties van het nog niet werven van personeel voor bodemtaken te bedanken voor het geboden inzicht en het delen van de zorgen, daarbij op te roepen haast te maken met de actie om samen met provincie en RUD Utrecht te komen tot een voor alle partijen werkbaar tijdelijk overgangsscenario van inhuur bodempersoneel provincie / RUD voor ODRU. 7.

De gemeenteraad over de ontvangen P&C stukken en de brief bodemtaken en uw genomen besluiten daarover conform bijgevoegde brief te berichten. INLEIDING Als deelnemer/eigenaar van de gemeenschappelijke regeling ODRU hebben wij P&C stukken ontvangen. De jaarstukken 2020 ter informatie en de 1e BGW 2020 en ontwerp-begroting 2022 met de gelegenheid om daar een zienswijze over in te dienen. De stukken zijn verspreid aan en besproken met de raadsrapporteurs Ernst van de Splunter en Gerard van Vliet, alsmede verspreid aan de raad en opgenomen op de lijst van ingekomen stukken van de raad van 18 mei PR21.095. Op grond van het delegatiebesluit is de beoordeling van deze P&C stukken een aangelegenheid voor het college van B&W en wordt voor wat betreft de beoordeling en het inzenden van een reactie over begrotingswijziging en ontwerp-begroting d.m.v. het verzenden van een raadsinformatiebrief aan de raad de mogelijkheid geboden wensen of bedenkingen kenbaar te maken. De zienswijze kan tot 7 juni worden ingediend. Doel van het voorstel (SMART) Bestuurlijke standpuntbepaling als deelnemer over de P&C stukken van deze verbonden partij

BIJZONDERHEDEN Jaarrekening 2020: Er een positief exploitatieresultaat van €125.764, terwijl de bijgestelde begroting een geraamd positief resultaat van €8000 bevatte. Het resultaat is daarmee €117.764 positiever dan geraamd. Het resultaat is bereikt door onderschrijdingen bij een aantal kostenposten en door hogere baten. De salarislasten, de indirecte personele kosten, de algemene kosten, de huisvestingskosten en de kapitaallasten zijn lager dan begroot. Daarnaast kreeg de ODRU hogere opbrengsten vanuit de uitvoeringsprogramma’s (UVP) en extra aanvullende opdrachten van eigenaar-gemeenten en overige opdrachtgevers.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 3

In paragraaf 7.15 is in de jaarrekening ingegaan op de kengetallen/productiecijfers van Zeist en ODRU totaal. Voor de echte specifieke inhoudelijke verslaglegging wordt in onze opdracht door ODRU een afzonderlijk verslag over de uitvoering van de milieu- en duurzaamheidstaken voor Zeist opgesteld. Dat verslag hebben wij inmiddels ook ontvangen en gaan we onder het kopje “Jaarverslag Zeist 2020” in dit voorstel kort op in. Onderstaand gaan wij zoals gebruikelijk op een aantal opvallende zaken uit de jaarrekening in: 

De gerealiseerde productiviteit per fte is net onder de norm van 1360 uur per (productieve) fte gebleven. Deze is uitgekomen op 1294, uur per fte. Iets lager dan in 2019 met 1349 per fte. Dit komt door vooral door de coronacrisis en de inzet voor de Omgevingswet.

Het ziekteverzuim is 4,58% en daarmee onder de norm van 5% uitgekomen. Dat is fijn en knap ondanks coronacrisis en de hoge werkdruk mede door de voorbereiding op de Omgevingswet met al zijn onzekerheden. Kortdurend en middellang 1,7% en langdurend 2,86%. Het beeld t.o.v. voorgaande jaren is de volgende: 2019 6,14% 2018 4,77% 2017 5,27% Het langere verzuim betreft steeds wisselende personen en wordt nagenoeg hoofdzakelijk veroorzaakt door niet werk gerelateerde (medische) oorzaken mede verband houdend met een grote populatie 50/60 plussers. Voor het (langdurend) ziekteverzuim is van het management en ARBOdienst veel aandacht.

De overhead is ook in 2020 ruim binnen de norm van 25% gebleven, te weten 21,47%. De ontwikkeling van de overhead in de achterliggende jaren geeft het volgende beeld: 2019 21,5% 2018 21,8% 2017 21,9%

Het aandeel van Zeist in de totale ODRU exploitatie 2020 van €18.691.834 bedraagt € 1.934.166 (10,3%). Dit is gedekt uit onze begroting. De ontwikkeling van ons aandeel in de omzet in de achterliggende jaren geeft het volgende beeld: 2019 €1.864.822 2018 €1.738.155 2017 €1.655.927 De verschillen kunnen worden verklaard door de kostprijsstijgingen en door de wisselende aanvullende uren voor duurzaamheids- en leefomgevingswerkzaamheden (geluid, bodem, lucht e.d) i.v.m. nieuwe initiatieven en als gevolg van ons beleid Brede Milieuvisie (klimaat, energie, duurzaamheid) en onze natuur- en duurzaamheidscommunicatie taken.

In paragraaf 8.2 is uitvoerig ingegaan op het weerstandsvermogen en de risico’s. Het weerstandsvermogen is voldoende met een classificatie C en ratio van 1,05 (= bedrag van €703.429) De solvabiliteits-ratio is uitgekomen op 12,83%. De netto schuldquote is -6,28%. De structurele exploitatie ruimte is uitgekomen op -0,53%. ODRU is gezien deze uitkomst(en) financieel op orde.

Er is een positieve controleverklaring van de accountant d.d. 8 april 2021. Op 29 maart heeft de accountant zijn bevindingen met de auditcommissie ODRU digitaal besproken. Het verslag van de betreffende vergadering is ter informatie bij de stukken gevoegd.

Voor de overige informatie en toelichtingen verwijzen wij u naar de uitgebreide jaarstukken van ODRU die u bijgevoegd aantreft.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 4

Wij stellen u voor in te stemmen met de jaarrekening 2020 en de aan het algemeen bestuur voorgestelde bestemming van het positieve exploitatieresultaat ad €125.764 voor de uitvoering van interne projecten die gericht zijn op realisatie van voorgenomen structurele kostenbesparingen.

Jaarverslag Zeist 2020: De Omgevingsdienst Regio Utrecht voert voor Zeist de milieutaken en enkele omgevingstaken uit. Ter verantwoording ontvangen we jaarlijks van de ODRU een jaarverslag. Bijgevoegd het jaarverslag over 2020, waarin wordt teruggeblikt op de werkzaamheden die de Omgevingsdienst in 2020 voor Zeist uitvoerde en de resultaten die daarmee zijn gehaald. In 2020 werden ruim 20.000 uren afgenomen. Op pagina 3 is te zien hoe deze uren zijn verdeeld over de hoofdtaakvelden. Omvangrijke taken zijn Toezicht en handhaving (24%) en Specialistische dienstverlening (o.a. geluid, lucht, externe veiligheid, 9%). Een groeiend taakveld is ‘Beleidsadvies en uitvoering projecten’, 29%, waarmee de inzet van de ODRU voor Routekaart Nieuwe Energie en de Brede Milieuvisie wordt gedekt. In het jaarverslag worden op pagina 4 en verder per taakveld de belangrijkste werkzaamheden en projecten vermeld. Enkele noemenswaardige zijn: -

-

-

ODRU is betrokken bij diverse projecten uit de Routekaart Nieuwe Energie, zoals de Regionale Energiestrategie (RES), de gebiedsvisie A12/Spoorzone, de studie naar duurzame opwek langs de A28, diverse buurtpilots ‘aardgasvrij’ en de Transitievisie warmte. Ook helpt de ODRU, samen met Mijn Groene Bedrijf, bedrijven die willen verduurzamen. Ondanks de beperkingen door Covid-19 is ook in 2020 hard gewerkt aan Natuur- en Duurzaamheidscommunicatie en –educatie. Het aantal bezoekers bij de Boswerf was door corona historisch laag (2.500) maar medewerkers en vrijwilligers werkten hard door aan het verbeteren van het bezoekerscentrum. Zo werd een zgn. ‘blotenvoetenpad’ gerealiseerd en goedgekeurd en werd op de Boswerf een wormenhotel gebouwd en geopend. Deze ingenieuze compostinstallatie laat bezoekers zien hoe waardevol groenafval is en wat je er mee kan. Ook de activiteiten voor basisscholen konden grotendeels doorgaan. Zo werden er 64 leskisten en 48 natuur-in-de-klaspakketten afgenomen (en circa 20% daarvan geannuleerd wegens covid). ODRU hielp ook bij de jaarlijkse compostactie en bij het project ‘Afvalvrije scholen’.

Vergunningverlening: naast reguliere vergunningtrajecten is in 2020 een start gemaakt met de actualisatie van de IPPC-vergunningen (grotere industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies) en de vergunningen van LAP3-bedrijven (afvalverwerkers). Het jaarverslag besteedt meer aandacht dan voorgaande jaren aan de toezicht- en handhavingsactiviteiten. Hiermee voorziet het in de behoefte van de provincie Utrecht, die erop toeziet dat gemeenten deze taak goed invullen (interbestuurlijk toezicht). Vanaf pagina8 kunt u uitgebreid lezen hoe deze taak in 2020 is ingevuld en welke resultaten dit opleverde. Aandacht ging in 2020 specifiek uit naar asbestsloop, varkenshouders en luchtwasserijen, ondermijning en lozingen op het riool door horeca (om schade aan het stelsel te voorkomen).

In de bespreking met de raadsrapporteurs is gezamenlijk geconstateerd dat ODRU stap je voor stap je op weg is van output verantwoording naar een meer op impact c.q. effect gerichte verantwoording. Binnen het project Monitoring, Sturing en Verantwoording krijgt dit verder zijn beslag. Met het oog op toekomstige verantwoordingen nemen wij in onze zienswijze op de begrotingswijziging 2021 en ontwerp-begroting 2022 het verzoek aan ODRU op om hiervoor een routekaart te ontwikkelen. Ook is afgesproken om directie/bestuurlijke vertegenwoordiging van ODRU voor het najaar 2021 uit te nodigen voor een gesprek met de raad over de lopende exploitatie, de voorbereiding en impact van de Omgevingswet, de financieringssystematiek (invoering randvoorwaardelijke taken) en andere trends en ontwikkelingen, zoals programmatisch toezicht en samenwerking met RUD Utrecht. Het programma wordt met ODRU, uw portefeuillehouder, de raadsgriffie en de raadsrapporteurs afgestemd.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 5

Wij stellen u voor het jaarverslag Zeist 2020 van ODRU vast te stellen.

Eerste begrotingswijziging 2021:

Het betreft wijzigingen in de begroting van 2021, die het gevolg zijn van: 1. De afspraken met gemeenten over de UVP’s 2021 (incidenteel); 2. Verhoging van het DVO door de gemeente Rhenen (structureel); 3. Overige materiële wijzigingen (structureel); 4. Doorschuiven van de budgetten van het programma Omgevingswet en het project PFAS van 2020 naar 2021 (incidenteel).. In totaal nemen de baten toe met een bedrag van € 4.011.500 en de lasten met € 4.168.000. Doordat de oorspronkelijke begroting 2021 sloot met een positief resultaat van €156.500 komt het geraamde resultaat in de begrotingswijziging nu uit op € 0. Daarmee is de bijgestelde begroting budgettair neutraal. De wijzigingen in de begrotingswijziging zijn deels structureel en deels incidenteel van aard. Dit is toegelicht in de begrotingswijziging en onder andere in bijlage 2 in een tabel inzichtelijk gemaakt conform het BBV. Voor Zeist is het financiële effect €413.820 (te weten 4.356 extra uren Uitvoeringsprogramma 2021 x €95 uurtarief). Onze totale omzet binnen ODRU komt hiermee uit op €2.034.520,-. Dit past binnen de financiële budgetten in onze eigen begroting 2021. Als gevolg van de structurele taken wijzigt de van 147,68 fte naar 148,95 fte. De wijziging komt voort uit de DVO-uitbreiding door de gemeente Rhenen en de verschuiving van het Geoloket van uitvoering naar overhead.

De kosten van deze formatie worden structureel gedekt door de gegarandeerde uren van de deelnemers. Dit heeft voor Zeist geen financiële consequenties. Met de wijziging komt de solvabiliteitsratio uit op7.9% (realisatie 2020 12,83%). De netto schuldquote is –1,9% (realisatie 2020 -6,28%). De structurele exploitatie ruimte komt uit op 0,37% (realisatie 2020 0,53%). ODRU blijft gezien deze uitkomst(en) een organisatie die financieel op orde is. Voor het overige verwijzen wij u naar de bijgevoegde begrotingswijziging. Wij stellen u voor in te stemmen met deze eerste begrotingswijziging.

Ontwerp begroting 2022:

De begroting is in lijn opgesteld met de door het Algemeen Bestuur van ODRU vastgestelde Kadernota 2022. Over die kadernota heeft u in uw vergadering van 3 november een besluit genomen en onze gemeenteraad geïnformeerd via RIB20.184 geplaatst op de postlijst raad van 10 november 2020. Voor de goede orde onderstaand een aantal belangrijke gegevens en uitgangspunten uit de begroting 2020 op een rijtje:  De primitieve begroting bedraagt in 2022 circa €15.194000 en kent een geraamd positief saldo van €5.000. Ook meerjarig is er een geraamd positief saldo. Daarbij geldt dat dit de basisbegroting is (formatie en kosten) afgestemd op de zekere = gegarandeerde omzet. (In de e 1 helft van 2022 volgt een begrotingswijziging op basis van de Uitvoeringsprogramma’s van de deelnemers met mogelijk aanvullende uren.) Ook is er nog geen rekening gehouden met de taakuitoefening a.g.v. de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouwen.  Er is door het bestuur een taakstelling opgenomen in de begroting van € 100.000, te besparen op inhuur derden vanaf 2022. Dit werkt door in de meerjarenbegroting 2023-2025. De ODRU blijft zich hiernaast inzetten om meer besparingen te realiseren, bijvoorbeeld door de processen te optimaliseren en door in de samenwerking en taakverdeling met gemeenten dingen slimmer te organiseren.

 Het uurtarief en stijgt van €95 naar €97,25 (verloop uurtarief: (2018: €85,50; 2019:€89,75). Hierin is rekening gehouden met een gewogen loon- en prijscompensatie van 1,92%.  De formatie daalt van 148,95 fte naar 146,55 fte a.g.v. aflopen en stoppen zetten langjarig handhavingscontract met gemeente De Bilt

COLLEGEVOORSTEL    

BLZ: 6

De overhead komt op 22 % in fte (blz.22) en 23% financieel (blz. 25) en blijft daarmee binnen de norm van maximaal 25%. 1360 uren per productieve fte. Arbeidsverzuim/ziekteverzuim maximaal 5%. Er zijn in het kader van het risicomanagement voor een bedrag van €672.000,- risico’s gekwantificeerd. Inmiddels wordt, net zoals wij in Zeist hebben gedaan, aangesloten bij de methode van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) en wordt het waarderingscijfer C = voldoende gehanteerd. Dit waarderingscijfer kent een bandbreedte voor de weerstandsratio van 1,0 tot 1,4. Het huidige oorspronkelijke weerstandsvermogen bedraagt €703.000. Dit is een ratio van 1.05.

De solvabiliteitsratio bedraagt 8,14%. De netto schuldquote is –1,08%. De structurele exploitatie ruimte komt uit op 0,49%. Helaas is nog steeds niet duidelijk wat de bijdrage van het Rijk wordt ter compensatie van de taakuitvoering van de Omgevingswet. Het bestuur van ODRU heeft er in een brief aan VNG en Ministerie van BZK op aan gedrongen om in ieder geval voor de uitvoering van de nieuwe bodemtaken snel met duidelijkheid te komen, omdat het uitblijven van het inzicht in de financiële compensatie het voorbereiden en klaar zijn op de nieuwe taakuitoefening bemoeilijkt zo niet feitelijk onmogelijk maakt voor ODRU en de risicodragende gemeenten. Inmiddels staat echter ook de invoeringsdatum van de Omgevingswet weer op de helling en ziet het er naar uit dat wederom zal worden uitgesteld ( 1 april 2022, 1 juli 2022, 1 januari 2023?). In het licht van het uitblijven van financiële duidelijkheid wat ons betreft overigens geen verkeerd scenario voor ODRU en de deelnemers.. ODRU en de deelnemers hanteren vanuit governance en goed eigenaarschap al jaren een stelregel van 80/20 in de verhouding gegarandeerde DVO uren versus de tijdelijke en aanvullende UVP uren. Uit bijlage 6 van de eerste begrotingswijziging blijkt dat 8 deelnemers aan deze stelregel voldoen en 7 niet. Inmiddels voldoen wij exact aan deze 80/20 regel.

Terecht merkt ODRU op dat een disbalans DVO/UVP ten kosten gaat van efficiency en kwaliteit en een risico met zich brengt in de inhuurmarkt met hogere inhuurkosten. Daarnaast investeert ODRU in ervaring, opleiding e.d. van tijdelijk personeel en gaan jaarlijks veel inwerkuren verloren. Een gemiste kans feitelijk om onze eigen Omgevingsdienst verder te professionaliseren en body te geven in het belang van alle deelnemers. Vooral de gemeenten De Bilt met een 35/65! balans en Bunnik met een 68/32 balans schieten t.o.v. de gemaakte afspraken en goed eigenaarschap op basis van de 80/20 regel fors tekort. Inmiddels wordt hier in het DB en AB van ODRU het gesprek over gevoerd en achterblijvers aangespoord werk te maken van het voldoen aan de regel.

Brief ODRU bodemtaken en nog niet werven van personeel voor deze nieuwe taken:

In de brief geeft ODRU de consequenties weer van het besluit van het algemeen bestuur van 8 april om op basis van het uitgangspunt “geen knaken, geen taken” geen toestemming te geven voor het starten van de werving van personeel voor de uitvoering van de bodemtaken per 1-1-2022. Een meerderheid van de ABleden wil ieder extra financieel risico voor de gemeente(n) aan de voorkant vermijden. Maar dat betekent helaas wel zoals uit de brief blijkt dat er maatschappelijke én ook financiële risico’s aan de achterkant ontstaan bij het niet klaar zijn voor de taak als de Omgevingswet in werking treedt. Het weer verwachte uitstel van de uitvoering van de wet biedt wellicht enig soelaas, maar wij zien graag dat het aangekondigde overleg ODRU, provincie Utrecht, RUD Utrecht voor het maken van afspraken over de inzet van de bestaande en aanwezige bodemcapaciteit bij de provincie/RUD met spoed wordt opgestart en uitgewerkt. In het besef dat we in omvang gezien als deelnemer “slechts” beperkt risico lopen, kan er wat ons betreft ook gekeken worden of er niet op voorhand een coalitie met de positief gestemden, waaronder Zeist, geformeerd kan worden om voor die deelnemers tenminste alvast de benodigde capaciteit te werven, om uitvoeringsproblemen en maatschappelijke onrust aan de achterkant te voorkomen. Dit nemen we mee in onze zienswijze.

Wij stellen u voor in de zienswijze 2020 op deze brief en de maatschappelijke risico’s in te gaan

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 7

ARGUMENTEN 1.1 De jaarrekening van de ODRU geeft een transparante weergave van de activiteiten van de ODRU en de daarbij behorende inkomsten en uitgaven. Er is ondanks de coronacrisis sprake van een beter resultaat dan geraamd. Met het besef dat in het algemeen de kosten voor de baat uitgaan en ODRU in de Kadernota 2022 heeft aangegeven het resultaat 2020 in te willen zetten voor het bereiken van (meer) structurele besparingen achten wij de bestemming van het resultaat 2020 reëel. 1.2 De jaarrekening 2020 laat zien dat de ODRU de bedrijfsvoering op orde heeft. Uit de op grond van het BBV verplicht op te nemen financiële kengetallen in de jaarrekening blijkt dat de ODRU voldoende financiële ruimte heeft om de structurele en incidentele lasten te dekken. 2.1 Conform de Wet milieubeheer doen B&W jaarlijks verslag over de uitvoering van de milieutaken. Op grond van art. 21.1 van de Wet milieubeheer zijn burgemeester en wethouders verplicht jaarlijks verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad over hun beleid met betrekking tot de uitvoering van de hoofdstukken Procedures en Controles en handhaving van deze wet. 2.2 Het jaarverslag geeft duidelijkheid over de uitgevoerde milieutaken en de besteding van de milieubudgetten. Een vastgesteld jaarverslag geeft duidelijkheid welke activiteiten zijn uitgevoerd.

Voor de uitvoering van milieutaken waren structurele budgetten beschikbaar. Een groot deel van deze budgetten is besteed aan wettelijke taken. De overige budgetten zijn vooral ingezet om de ambities uit Brede Milieuvisie te helpen verwezenlijken. Het Odru jaarverslag Zeist 2020 geeft inzicht in de concrete uitvoering van de geplande werkzaamheden die zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma 2020 3.1 Er is een goedkeurende accountsverklaring. 4.1 De eerste begrotingswijziging 2021 is in lijn met de bestuursbesluiten ODRU en afspraken met de deelnemers en brengt de begroting ODRU in overeenstemming met de actuele stand van zaken. 4.2. De ontwerp-begroting 2022 is in lijn met de uitgangspunten van de Kadernota 2022, er wordt alleen rekening gehouden met de zekere omzet en de begroting past binnen de financiële kaders waarmee wij voor onze eigen begroting 2022 rekening houden. KANTTEKENINGEN 4.1 Mogelijk zal de coronacrisis voor de exploitatie 2021 nog effecten kunnen hebben. Dat is in deze eerste begrotingswijziging 2021 nog niet geheel voorzien. De gevolgen van de coronacrisis worden door de ODRU vanaf het begin van de crisis gemonitord en geregistreerd als improductieve uren. Deze bedragen t.e.m. maart 2021 938 uur. Met de deelnemers heeft ODRU goed en veelvuldig contact over de ontwikkeling van de workload en de consequenties van de coronacrisis.

4.2 De begroting bevat een taakstelling van 100k op inhuur personeel en met de consequenties van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen is nog geen rekening gehouden. FINANCIËLE TOELICHTING Het aandeel van Zeist volgens onze dienstverleningsovereenkomst in de omzet van ODRU is als volgt opgebouwd: Jaarrekening 2020 € 1.934.166 Begroting 2021 basis € 1.620.700 Begroting 2022 basis € 1.650.555 Het aantal uren wat is afgesproken op basis van de dienstverleningsovereenkomst is 17060.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 8

Hiernaast worden in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma nog projecturen en aanvullende uren afgesproken. Dit is verantwoord in bijlage 1 bij de jaarrekening. De eerste wijziging van de begroting 2021 en de ontwerp-begroting 2022 passen binnen de financiële kaders voor onze (meerjaren)begrotingen in Zeist.

JURIDISCHE ASPECTEN Conform de tekst van de gemeenschappelijke regeling maken wij gebruik van de gelegenheid om een reactie op de P&C stukken in te dienen. De raad wordt gelegenheid geboden wensen of bedenkingen kenbaar te maken. Met de raadsrapporteurs ODRU, Gerard van Vliet en Ernst van de Splunter, zijn de P&C stukken en de brief van ODRU van 7 mei in een afstemmingsoverleg met de portefeuillehouder op constructieve wijze besproken. De in dit collegevoorstel genoemde financiële consequenties voor Zeist worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2022 waar de raad uiteindelijk in het najaar 2021 over besluit. DUURZAME ASPECTEN Met de samenwerking en uitvoering van de milieu-, omgevingsrecht- en duurzaamheidstaken via ODRU geven we uitvoering aan ons milieu- en duurzaamheidsbeleid en -programma.

UITVOERING

Planning

Communicatie en Informatie en Automatisering

Bijlagen       

Brief ODRU d.d. 12 april 2021 met eerste begrotingswijziging 2021 en ontwerp begroting 2022 Brief ODRU d.d. 13 april 2021 met jaarrekening 2020 en accountantsverklaring Jaarverslag 2020 Zeist Omgevingsdienst Regio Utrecht Verslag auditcommissie bespreking met accountant ODRU d.d. 29 maart 2021 Brief ODRU d.d. 7 mei 2021 aan AB leden over personeel bodemtaken Concept brief aan bestuur en directie ODRU Concept brief aan raad Evaluatie/controle door de raad

De raad wordt d.m.v. bijgevoegde raadsinformatiebrief geïnformeerd.

Bezoekadres: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht

Aan: leden algemeen bestuur ODRU Cc: Regievoerders

Postadres: Postb 13101 3507 LC Utrecht 088 – 0225000 info@odru.nl www.odru.nl kvk 55523544 btw NL85 1750 126 B01 iban NL35 BNGH 0285 1555 71

Utrecht, 7 mei 2021 Uw kenmerk: Ons kenmerk: Behandeld door: Onderwerp:

DIGITAAL VERZONDEN 7 mei 2021 INT20.1011/3934 Informatiebrief AB besluit over tijdelijke opdracht

Beste leden van het algemeen bestuur,

U heeft op 8 april 2021 gekozen voor financiële zekerheid, waarbij u pas bij het sluiten van het uitvoeringsprogramma (UVP) 2022 een besluit neemt over de benodigde uren voor nieuwe en gewijzigde taken als gevolg van de Omgevingswet. Dit betekent dat de ODRU op 1 januari 2022 onvoldoende geschikte capaciteit heeft om deze taken uit te voeren en in het bijzonder nog geen dienstverlening kan bieden op de nieuwe bodemtaken. De belangrijkste risico’s hiervan zijn: bouwen en werken op vervuilde grond, geen (tijdige) beoordeling van en toezicht op saneringen en het mogelijk stil komen te liggen dan wel vertragen van ruimtelijke projecten zoals woningbouw. In deze brief leggen we uit wat de risico’s zijn van het niet kunnen uitvoeren van de nieuwe bodemtaken per 1 januari 2022 en wat onze aanpak is in de tweede helft van 2021. Inleiding Wij bereiden ons voor op het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2022. Binnen het programma Omgevingswet is het takenpakket van de ODRU onder de Omgevingswet vastgelegd en zijn de verwachte structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet in beeld gebracht. De taakverdeling en de bijbehorende opdrachtverlening per gemeente moeten dit jaar goed worden vastgelegd. In de ABvergadering van 8 april 2021 bespraken we het dilemma financiële zekerheid versus zekerheid juiste taakuitvoering vanaf het invoeringsmoment van de wet.

We schetsten toen drie mogelijke paden (zie bijlage 1) en in hoofdlijnen de gevolgen van deze paden. Het AB heeft gekozen voor pad 3 (financiële zekerheid), wat betekent dat de ODRU op 1 januari 2022 nog onvoldoende geschikte capaciteit heeft om de taken onder de Omgevingswet uit te voeren. U vroeg de ODRU om de maatschappelijke en financiële risico’s van dit gekozen pad scherp in beeld te brengen. We vragen u om deze brief aan uw colleges van burgemeester en wethouders, en gemeenteraden voor te leggen, zodat zij op de hoogte zijn van de financiële en maatschappelijke risico’s van uw besluit van 8 april 2021.

1 van 10

Structurele financiële gevolgen Omgevingswet Ter voorbereiding van de begroting van de ODRU en de kadernota van de ODRU-gemeenten brachten we in beeld wat er verandert aan de structurele bijdrage 1. We verwachten dat de structurele bijdrage (voor het aantal te maken uren en/of producten door de ODRU) gemiddeld over de ODRU-gemeenten in 2022 stijgt met ongeveer 13%. Een belangrijk deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de uitvoering van nieuwe taken (vooral op het gebied van bodem), het andere deel door de uitvoering van gewijzigde taken. Dit laatste zijn taken die vragen om een andere manier van werken en daardoor wijzigen. In bepaalde gevallen is een uitbreiding in uren nodig. Deze financiële gegevens zijn informatief opgenomen in paragraaf 6 van de ontwerp-begroting 2022 die tot 7 juni 2021 voor zienswijzen bij de deelnemers ligt. Besluit algemeen bestuur ODRU op 8 april 2021 voor pad 3 financiële zekerheid Pad 3 houdt in dat de ODRU-gemeenten ervoor kiezen om nu nog geen financieel risico te nemen en pas aan het einde van dit jaar, bij het sluiten van het UVP 2022, een besluit te nemen over de benodigde uren voor nieuwe en gewijzigde taken. De ODRU moet daardoor wachten op de ondertekening van de UVP’s 2022 om nieuwe medewerkers te kunnen werven.

Gevolg daarvan is dat de ODRU op 1 januari 2022 onvoldoende geschikte capaciteit heeft om de taken onder de Omgevingswet uit te voeren. De ODRU heeft het eerste halfjaar van 2022 nodig om nieuwe medewerkers (tijdelijk) aan te nemen en in te werken, waardoor de ODRU in deze periode onvoldoende dienstverlening kan bieden op gewijzigde taken en nog geen dienstverlening kan bieden op nieuwe taken. Het gevolg is het grootste voor de nieuwe bodemtaken, die van de provincie overkomen, omdat de ODRU hiervoor onvoldoende geschikt personeel in dienst heeft. Voor de andere taken is wel geschikt personeel in dienst. Wel kan de ODRU voor deze taken overvraagd worden. In deze brief richten we ons op de gevolgen van dat de ODRU niet op tijd nieuw personeel kan aannemen en daardoor niet de nieuwe bodemtaken al kan uitvoeren per 1 januari 2022. Nieuwe bodemtaken De nieuwe taken bestaan hoofdzakelijk uit de bodemtaken waarvoor de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de vaste bodem van de provincie verschuift naar de gemeente. De gemeenten beleggen een deel van hun nieuwe taken op het gebied van bodem bij de ODRU2. Voor de uitvoering van nieuwe bodemtaken krijgen de gemeenten een bijdrage van het Rijk. Waarschijnlijk is de exacte verdeling van deze bijdrage over de gemeenten niet voor de zomer bekend. In de brief (d.d.

8 februari 2021, kenmerk INT20.1011/3885) die we namens het DB van de ODRU naar de VNG stuurden, vragen we om spoedig meer duidelijkheid te krijgen over de financiering van de bodemtaken na invoering van de Omgevingswet. Er is nog geen formele reactie op deze brief ontvangen. Financiële en maatschappelijke risico’s nieuwe bodemtaken Hieronder beschrijven we de belangrijkste financiële en maatschappelijke risico’s van het niet kunnen uitvoeren van de nieuwe bodemtaken per 1 januari 2022 (afgezien van de mogelijke maar nog onzekere tijdelijke oplossing die de provincie zou kunnen bieden). In bijlage 2 is dit voor de nieuwe bodemtaken verder uitgewerkt. Financieel risico dat gemeenten NIET nemen met keuze voor pad 3 Voor de uitvoering van de nieuwe bodemtaken heeft de ODRU ca. 8 fte nodig, waarvoor grofweg een bedrag van 1 miljoen euro nodig is. Dit bedrag moet worden gedekt vanuit de bijdrage die de 15 gemeenten van het Rijk krijgen voor hun nieuwe bodemtaken. Er komt een bijdrage vanuit het Rijk. Het Rijk is nog met de koepels in gesprek over het verdelen van deze jaarlijkse bijdrage van circa 100 miljoen euro voor apparaats- en uitvoeringskosten. De 1 miljoen euro is dus het maximale directe risico.

1 Notitie ‘3e raming structurele bijdrage onder Omgevingswet’ d.d. 22 maart 2021, per mail verspreid naar de

gemeentelijke regievoerders op 25 maart 2021. 2 Conform AB notitie ‘Uitvoering nieuwe bodemtaken’ d.d. oktober 2020.

2 van 10

Hieronder zijn de maatschappelijke risico’s van de keuze voor pad 3 beschreven, waar ook financiële risico’s aan gekoppeld zijn. (Woningbouw)projecten stagneren of vertragen Projecten, zoals woningbouw op een oud industrieterrein, kunnen stagneren dan wel vertragen. Als de gemeente niet de juiste bodeminformatie aan initiatiefnemers kan verstrekken, kunnen de benodigde bodemonderzoeken niet goed worden uitgevoerd en zal vaker vervolgonderzoek moeten plaatsvinden. Dit kost tijd en extra geld. Ook kunnen bij de uitvoering “verrassingen” (bijvoorbeeld een verontreiniging die bij bodemspecialisten al bekend was) worden gevonden. Door niet aan de voorkant gebruik te maken van de kennis van bodemspecialisten kan de uitvoering stil komen te liggen en moet er ad-hoc een oplossing gevonden worden. Kennis en kunde loopt weg De ODRU wil graag samenwerken met de RUD Utrecht. Bij de RUD is sprake van een afname van bodemwerkzaamheden en daardoor overcapaciteit. De RUD-medewerkers hebben de benodigde kennis en ervaring, ook in uw gemeente. Als de RUD-medewerkers niet op tijd duidelijkheid krijgen over uit te voeren werkzaamheden na 1 januari 2022, dan maken zij hun eigen keuzes en vertrekken of worden omgeschoold. In een later stadium nieuwe bodemmedewerkers werven en in te werken, is in de huidige krappe arbeidsmarkt voor deze specialistische taak een hele lastige opgave.

Geen beoordeling van saneringsvoornemen Het niet uitvoeren van de nieuwe bodemtaken betekent dat de gemeente de ingediende verzoeken voor uitvoeren saneringen niet kan toetsen. Als de gemeente niet binnen vier weken op een ingediende melding reageert, kan een initiatiefnemer starten met de uitvoering. Controle of een melding volledig en juist is ingediend, vindt dan niet plaats. Verder kan niet worden beoordeeld of een bodemgevoelige locatie in gebruik kan worden genomen na het nemen van sanerende of beschermende maatregelen. Geen toezicht op saneringen Met de Omgevingswet wordt toezicht bij bodemsaneringen belangrijker, omdat het saneringsresultaat na afloop niet meer verantwoord hoeft te worden door de initiatiefnemer. Als geen toezicht wordt uitgevoerd heeft de gemeente er geen zicht op of de saneringen adequaat worden uitgevoerd. Dit kan ertoe leiden dat er gebouwd en gewerkt wordt op vervuilde grond met de nodige milieu- (bijvoorbeeld verontreiniging van het grondwater) en gezondheidsrisico’s. Als na realisatie blijkt dat de sanering niet goed is uitgevoerd, kan dit leiden tot noodzaak van herstel. Dit herstel is moeilijk uit te voeren en waarschijnlijk kostbaar als het plan eenmaal is gerealiseerd. Het uitblijven van toezicht nodigt op termijn bovendien uit tot het maken van overtredingen, zeker als dit financieel voordeel oplevert voor de saneerder.

Aangezien de gemeente heeft nagelaten om toezicht te houden, kan de gemeente hierop worden aangesproken door de Inspectie Leefomgeving en transport (ILT). De gemeente kan verweten worden nalatig te zijn. Daarmee krijgt zij de verantwoordelijkheid voor herstel, waarbij juridische procedures nodig kunnen zijn. Ook levert het mogelijk imagoschade en wantrouwen op bij burgers en bedrijven. Geen afhandeling van zorgplichtsituaties en toevalsvondsten Als de gemeente niet optreedt bij een zorgplichtsituatie, dan ontstaat de situatie dat een veroorzaker niet aangesproken wordt op een nieuwe verontreiniging. De verontreiniging wordt daardoor niet opgeruimd, kan omvangrijker worden en uiteindelijk resulteren in hogere opruimkosten. Ook wordt de kans groter dat de gemeente zelf voor de kosten opdraait, omdat het niet meer lukt de veroorzaker aan te spreken. Bij toevalsvondsten kan sprake zijn van gezondheidsrisico’s voor mensen. De gemeente moet dan aangeven welke maatregelen nodig zijn om deze risico’s weg te nemen. Bij het uitblijven van een beoordeling worden risico’s niet onderkend en blijven maatregelen uit of worden verkeerde maatregelen genomen. Later optreden of corrigeren kan juridisch en/of financieel gevolgen hebben.

3 van 10

Het behoeft geen verdere uitleg dat het bovenstaande tot maatschappelijke en politiek bestuurlijke onrust kan gaan leiden in ons verzorgingsgebied. Aanpak 2e helft 2021 Tijdens de AB-vergadering van 8 april 2021 is uitgebreid gesproken over de keuze voor pad 3 en de mogelijke gevolgen. Er is ook gesproken over oplossingsrichtingen. U moedigt aan om het lobbyen richting het Rijk voort te zetten en om in gesprek te gaan met de provincie. De eerste gesprekken met de provincie zijn gepland om te praten over een mogelijke tussenoplossing, totdat de gemeenten weten hoeveel geld ze beschikbaar krijgen van het Rijk. Uiteraard houden we u op de hoogte van de uitkomsten van deze gesprekken en laten we u weten of er bestuurlijk overleg nodig is. Zodra er een besluit is genomen over de verdeling van de bijdrage van het Rijk, dan gaan we met u in gesprek over het beschikbaar maken van mensen voor de uitvoering van nieuwe bodemtaken per 1 januari 2022. Daarbij merken wij op dat zolang het kabinet 1 januari 2022 als beoogde datum heeft, wij daar ook vanuit gaan. Wij passen dit alleen aan wanneer er door het kabinet een ander besluit wordt genomen. Daarvan is – ondanks allerlei vragen die er in de Eerste Kamer leven over de invoeringsdatum – op dit moment geen sprake.

Tot slot Mocht u naar inleiding van deze brief vragen hebben of in gesprek willen, dan kunt u via ons bestuurssecretariaat contact opnemen met ondergetekende of via uw Regievoerder met uw relatiemanager van de ODRU. Met vriendelijke groet,

A.E. van Vuuren directeur Omgevingsdienst regio Utrecht

Bijlagen: • Bijlage 1: AB notitie 8 april 2021 Opdracht uitvoering taken onder Omgevingswet • Bijlage 2: Gevolgen taakuitvoering vn bodemtaken vanaf 1 januari 2022

4 van 10

Bijlage 1 AB notitie Opdracht uitvoering taken onder Omgevingswet

NOTITIE algemeen bestuur (agendapunt 5c2 – ter bespreking) aan

de leden van het algemeen bestuur

van

Arnold van Vuuren

opsteller

Annemieke Vrij

DB portefeuillehouder

Ivo ten Hagen

telefoon

088 – 022 50 00

datum

24 maart 2021

kenmerk onderwerp

Opdracht uitvoering taken onder Omgevingswet

t.b.v.

Vergadering d.d. 8 april 2021

aantal pag.

4

bijlagen

-

voorstel Voorgesteld wordt om: - Kennis te nemen van het dilemma: financiële zekerheid versus zekerheid juiste taakuitvoering - De ODRU-gemeenten in meerderheid te laten kiezen om via een Collegebesluit dit voorjaar gegarandeerde uren ter beschikking te laten stellen voor in elk geval de uitvoering per 1-1-2022 van de nieuwe taken (pad 2*). Samenvatting Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Binnen het project Helderheid en afspraken over taken en rollen is het takenpakket van de ODRU onder de Omgevingswet vastgelegd en zijn de verwachte structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet in beeld gebracht. De taakverdeling en de bijbehorende opdrachtverlening per gemeente moeten komend jaar goed worden vastgelegd. Eerder is in het AB besloten dat dit vastleggen van nieuwe taken en eventuele uitbreiding voor bestaande taken, die gewijzigd worden, eerst in tijdelijke uren en niet in DVO-uren zou gebeuren. Dit vanwege de flexibiliteit die gewenst is om eerst ervaring op te doen. Het nadeel is dat de ODRU dan geen vast personeel kan werven 5 van 10

en niet in staat is om de taken (in elk geval de nieuwe) tijdig en goed uit te voeren. Vooral voor de nieuwe (bodem-) taken geldt dat een keuze voor geen financieel risico in zal houden dat daarmee tevens de keuze wordt gemaakt van géén tijdige uitvoering van wettelijke publieke (bodem-) taken vanaf 1 januari 2022. Anderzijds betekent een keuze voor wél tijdige uitvoering van deze taken dat gemeenten enig financieel risico nemen, omdat nog niet duidelijk is welke bijdrage van het rijk zij hiervoor krijgen. En het AB heeft meermaals gezegd: “geen knaken, geen taken”. In deze notitie vragen we het algemeen bestuur een keuze te maken en – ondanks het uitgangspunt van de knaken en de taken - toch te kiezen om gegarandeerde uren ter beschikking te stellen voor in elk geval de uitvoering per 1 januari 2022 van de nieuwe taken. In de aanloop naar deze vergadering is een ambtelijke werkgroep gestart om na te denken over alternatieven. Over de uitkomsten daarvan wordt ter vergadering verslag gedaan. toelichting Vraagstuk Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Binnen het project Helderheid en afspraken over taken en rollen is het takenpakket onder de Omgevingswet in december 2020 vastgelegd. Uit het overzicht takenpakket blijkt dat 96 van de 318 taken wijzigen en dat er 31 nieuwe taken bij komen, met name als gevolg van een bevoegdheidswijziging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10185944/1