CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.073 Vastellen reg. Grondstoffenvisie RMN

Overige evenementen 13 april 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)9.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Aan de gemeenteraad Ontv. Griffie 08-04-2021/RIB21.073

Datum

8 april 2021

Burgerservicenummer

Ons kenmerk

400654

Uw kenmerk

Bijlage(n)

2

Behandeld door

Remco van Riezen en Michiel Beek

Onderwerp

Vaststellen regionale Grondstoffenvisie RMN

Portefeuillehouder

Wethouder Catsburg

Geachte leden van de raad, Net als het bestuur van Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) zijn wij blij u de bijgevoegde Regionale Grondstoffenvisie te kunnen aanbieden. De visie is in nauwe samenwerking met de zes RMN-gemeenten tot stand gekomen en eind 2020 door het algemeen bestuur van het RMN vastgesteld. In de bijgevoegde visie en de aanbiedbrief van RMN leest u meer over de aanleidingen voor deze gezamenlijke visie. Op basis van de huidige marktomstandigheden en technische mogelijkheden (op middellange termijn) heeft de RMN een grondstoffenvisie opgesteld die tot doel heeft bij te dragen aan de VANG-doelstellingen van de deelnemende gemeenten. Daarnaast is het doel te komen tot harmonisatie van de in te zetten instrumenten om deze doelen te bereiken. Dit draagt bij aan de effectiviteit van de middelen en de efficiency van de RMN. Een logische stap vooruit! Een gezamenlijk project Om tot een gedeelde toekomstgerichte visie te komen, is gewerkt door een team van beleidsadviseurs van de deelnemende gemeenten en een externe projectleider. Deelnemende gemeenten hebben via verschillende informatieronden inbreng geleverd en feedback gegeven. Het team is gedurende elke fase van het project gevoed met praktijkinformatie vanuit RMN. Ook vond er een informatiebijeenkomst plaats, waarbij wethouders en raadsrapporteurs inbreng leverden.

Inhoud Dit rapport geeft inzicht in de stappen die nodig zijn om de doelstellingen richting een afvalvrije samenleving te behalen. Het worden van een afvalvrije samenleving in 2050 met 0 kilo restafval geldt hierbij als hoofddoelstelling. Deze doelstellingen kunnen worden behaald door te veranderen van lineaire economie, naar circulaire economie: afval wordt opnieuw een grondstof. Naast het Rijk en het bedrijfsleven heeft ook de gemeente hierin een rol. Voor de regionale visie is gebruik gemaakt van ervaringen die andere Nederlandse gemeenten intussen hebben opgedaan. Hieruit blijkt dat de RMN-gemeenten de doelstellingen niet halen zonder ingrijpende aanvullende beleidskeuzes, zoals omgekeerd inzamelen en een vorm van gedifferentieerde tarieven (DIFTAR).

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

Wij hebben ingestemd met de Grondstoffenvisie als onderlegger voor een op een later tijdstip, na invoering van ‘Afval scheiden; de volgende stap’ vast te stellen uitvoeringsprogramma Afval. Door de uitgangspunten van de visie ter harte te nemen, stemmen we in met de volgende punten: - de constatering dat RMN-gemeenten de doelstellingen niet gaan halen zonder ingrijpende aanvullende beleidskeuzes; - we blijven inzetten op motiveren van afval scheiden en ontmoedigen van restafval; - we willen inzetten op producthergebruik (kringloop, reparatie) en preventie; - we zijn bereid om harmonisatie tussen RMN-gemeenten te verbeteren voor een gemeenschappelijke aanpak met lokale accenten. Er blijven veel grote en kleinere keuzes over om gezamenlijk te maken; - elke gemeente werkt vanuit deze visie als vertrekpunt om zelf beleidskeuzes te gaan maken; - De snelheid waarmee gemeenten naar het einddoel toewerken, kan per gemeente verschillen, desondanks blijft het uitgangspunt dat gemeenten waar mogelijk steeds blijven inzetten op afstemming en harmonisatie. Dit maakt de regionale Grondstoffenvisie en soort gereedschapskist die ter beschikking staat van de RMNgemeenten. De visie maakt logische vervolgstappen richting een afvalvrije samenleving inzichtelijk en tracht daarbij harmonisatie te bevorderen.

Onderlegger voor nieuw beleid Deze visie is een regionale denkrichting, waaruit het (door de raad) vast te stellen uitvoeringsplan de kaders vastlegt, die hieruit voortkomen. Het AB heeft gevraagd aan de gemeenten om in te stemmen met de grondstoffenvisie, maar het college kiest ervoor u deze ter kennisname toe te sturen. Hiermee wijken wij af van de eerder beoogde lijn om de visie formeel door de raad te laten vaststellen. Over deze eerdere lijn is actief gecommuniceerd in raadsinformatiebrief 20.079, de Bestuurlijke Planning en in de Programmabegroting RMN 2022. De grondstoffenvisie heeft namelijk geen gevolgen voor ons bestaand beleid en de uitvoering daarvan, waarmee we nu bezig zijn. De grondstoffenvisie sterkt ons wel in de keuze voor omgekeerd inzamelen en de noodzaak om de basis goed op orde te hebben. Voor nu blijft ons oude beleid van toepassing aangezien we nog volop bezig zijn met de uitvoering hiervan. Het nieuw lokaal afvalstoffen beleidsplan stellen wij over twee jaar op, in samenwerking met de samenleving. De grondstoffenvisie van RMN wordt hierbij een belangrijke onderlegger en bron van input. We zullen hiervoor in de besluitvormingsprocedure bij u terugkomen om uw instemming te vragen.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Bijlages - Bijlage 1 oplegnotitie RMN - Bijlage 2 Grondstoffenvisie

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Regionale bestuurlijke visie op grondstoffeninzameling:

‘Meer grip op grondstoffen’

2021 - 2025

Auteur: Datum: Versie:

V. de Bruyn met ambtelijke werkgroep 23 november 2020 Vastgesteld door algemeen bestuur RMN 16 december 2020

Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 3 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2.

Visie en strategie ............................................................................................................................. 5

3.

Instrumenten ................................................................................................................................... 7

4.

Ontwikkelen geharmoniseerd beleid ............................................................................................ 14

Bijlage 1: verwachte verschuiving in afval en grondstofstromen bronscheiding ................................. 18 Bijlage 2: verwachte financiële gevolgen bronscheiding ...................................................................... 21 Bijlage 3: verwachte financiële gevolgen nascheiding .......................................................................... 23 Bijlage 4: toelichting 4 ontwikkelingen ................................................................................................. 25 Bijlage 5: mogelijkheden hergebruik en preventie ............................................................................... 26

2

Samenvatting De zes RMN-gemeenten, Baarn, Bunnik, IJsselstein, Nieuwegein, Soest en Zeist zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht om de huishoudelijke afvalstromen in te zamelen. De uitvoering hiervan ligt in handen van de gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN). De gemeenten stellen elk hun eigen beleid vast en RMN voert dit vervolgens uit. Doelstellingen De zes RMN-gemeenten willen naar een afvalvrije samenleving in 2050. Elke gemeente heeft individueel doelstellingen vastgelegd hoe men restafval wil verminderen. Het gezamenlijke doel is om de restafvalstroom in 2025 te verminderen tot 100 kilo restafval per persoon. Hoewel de trend in het verminderen van restafval de goede kant op gaat, wordt dit doel met gemiddeld 180 kilo ‘fijn’ restafval per persoon in 2020 bij lange na niet gehaald.

Zonder de inzet van stevige beleidsinstrumenten staat vast dat de zes RMN-gemeenten hun doelen niet gaan halen.

Realiteit Uit ervaringen die andere Nederlandse gemeenten intussen hebben opgedaan, blijkt dat de RMN-gemeenten de doelstellingen niet halen zonder ingrijpende aanvullende beleidskeuzes. Hiermee wordt gedoeld op twee bewezen effectieve beleidsmaatregelen: omgekeerd inzamelen en een vorm van gedifferentieerde tarieven (DIFTAR) waardoor inwoners met hun afvalscheidingsgedrag direct invloed hebben op de hoogte van hun afvalstoffenheffing. In Nederland is gebleken dat met name de combinatie van deze twee maatregelen zeer effectief is. Dit zorgt voor een snelle en forse afname van het restafval ten gunste van de hoeveelheid recyclebare grondstoffen. Met deze maatregelen komen de landelijke doelstellingen waaraan de gemeenten zich hebben geconformeerd sneller binnen bereik. Verschillen en uitdagingen Aan de invoer van deze twee beleidsmaatregelen zitten nog wel wat haken en ogen. Zo zijn er tussen de zes RMN-gemeenten verschillen, zoals de stedelijkheidsklasse (mate van verstedelijking), faseverschillen in de uitvoer van het huidige beleid van de zes gemeenten en de veranderende omgevingsfactoren. Meer dan ooit vragen deze bovengenoemde ontwikkelingen om een gemeenschappelijke bestuurlijke visie. Verschillende soorten beleid is niet efficiënt voor de gemeenten, niet werkbaar voor RMN en vooral ook niet voor de inwoners van het RMN-gebied.

Er valt veel te winnen bij een gemeenschappelijke aanpak om de ambitieuze landelijke doelstellingen te halen. Tegelijkertijd kan de uitvoering van een gemeenschappelijke visie geen eenheidsworst worden; lokale accenten zijn mogelijk en nodig. Zo koos gemeente Nieuwegein er -als meest verstedelijkte gemeente- recent voor om haar restafval per 2021 te laten nascheiden op PMD. De gemeenten Baarn en Soest hebben vanaf 2018 ‘omgekeerd inzamelen’ ingevoerd met positieve resultaten tot gevolg. Maar er blijven veel grote en kleinere keuzes over om gezamenlijk te maken. Redenen om hierover goed na te denken zijn er genoeg: de kosten voor het verwerken van restafval stijgen al jaren fors, opbrengsten voor grondstoffen liggen lager, en de roep om ‘meer grip op grondstoffen’ is sterker dan ooit. Stappen zetten Deze visie tracht inzicht te geven in welke stappen nodig zijn om de doelstellingen richting een afvalvrije samenleving te behalen. De meest effectieve maatregelen hiervoor zijn omgekeerd inzamelen en DIFTAR. Als de zes RMN-gemeenten er op enig moment voor kiezen om, buiten omgekeerd inzamelen, meerdere maatregelen in te voeren, komen de doelstellingen meer binnen handbereik te liggen. De vraag is opportuun of de tijd daar nu rijp voor is of dat eerst de implementatie van het omgekeerd inzamelen in meerdere gemeenten afgerond moet zijn.

Al met al is de basis op orde binnen alle gemeenten een vereiste. Een logisch beslismoment voor de RMN-gemeenten om een keuze te maken voor DIFTAR zou daarna kunnen volgen.

3

1. Inleiding Binnen de zes RMN-gemeenten zorgen een aantal ontwikkelingen dat een gemeenschappelijke visie op grondstoffen nodig is. De belangrijkste staan op een rij: 1.

Landelijke doelstellingen. Deze zijn opgesteld in het kader van het VANG-programma en het overkoepelende programma Nederland Circulair in 2050. Hierin is omschreven hoeveel kilo’s restafval per persoon per jaar er maximaal vrij mag komen. a. 100 kilo restafval in 2020; b. 30 kilo restafval in 2025; c. Afvalvrij (0 kilo restafval) in 2050. Het draagvlak bij gemeenten om meer te doen op het gebied van verduurzaming is gegroeid. De inzet van de zes RMN- gemeenten is er dan ook nadrukkelijk op gericht om de ambitieuze landelijke doelstellingen te behalen Helaas ontbreekt het aan concrete plannen om dit te bereiken. De 6 RMN gemeenten zoeken expliciet aansluiting bij de bovengenoemde ambitieuze landelijke doelstellingen.

2.

Sterk stijgende kosten maken het doorgaans al gevoelige dossier ‘afval’ nog meer tot ‘heet hangijzer’. Door (grotendeels autonome) ontwikkelingen is afvalscheiding een bittere noodzaak om de kosten beheersbaar te houden. Denk aan de dalende opbrengsten van grondstoffen zoals oud papier en karton, PMD (plastic, blikken drankkartons en textiel. Verder aan de sterk stijgende kosten voor de verwerking van restafval per ’21. Voeg daar nog de verbrandingsbelasting op restafval aan toe, en het is duidelijk dat restafval niet alleen de slechtste maar ook duurste afvalstroom is en recycling -ondanks de gedaalde grondstofprijzen- veel goedkoper is.

3.

Aanbevelingen gezamenlijk onderzoek verschillende lokale rekenkamercommissies. Deze bieden RMN handvatten om (nog) efficiënter en toekomstbestendiger te opereren. Enkele voorbeelden zijn: a. Ontwikkel een gezamenlijke visie op de rol van RMN b. Zorgen voor eenduidige aansturing van RMN c. Een regionale visie op grondstoffenmanagement ontwikkelen d. Afspraken en verwachtingen concreter vastleggen in DVO (dienstverleningsovereenkomst, (DVO), met heldere KPI’s (Kritische Prestatie Indicatoren) e. RMN gaat meer meedenken als ‘sparring partner’ voor gemeenten, waarbij periodieke RMNrapportages over vooraf vastgestelde KPI’s behulpzaam zijn.

4.

Regionaal afvalplan 2014-2018 loopt af: gemeenten staan voor de opgave om nieuwe uitvoeringsplannen te maken en vast te stellen. Een gezamenlijke visie is daar behulpzaam bij. De visie en de doelstellingen vormen het raamwerk. In de lopende periode moeten de ‘bouwstenen’ door de beleidsmakers worden vertaald in concrete plannen met als doel een natuurlijk, gemeenschappelijk beslismoment in 2022 (of ’23) te creëren voor een aantal RMN-gemeenten die een keuze voor DIFTAR wensen te maken. Het grotendeels verminderen van de ‘fase-verschillen’ tussen de verschillende gemeenten is dan hard nodig.

4

2. Visie en strategie Het bestuur van RMN heeft de opdracht om een gezamenlijke visie te ontwikkelen als volgt geformuleerd: 1. Gezamenlijke doelstellingen en strategische doelen als uitgangspunt. 2. Concreet gezamenlijk uitwerken van de bouwstenen die in RMN-verband kunnen worden uitgevoerd. 3. Inzichtelijk maken wat het betekent als je alleen, beperkt samen of met alle deelnemers wilt samenwerken. 4. Uitrekenen wat dit betekent voor kosten, milieu en service. De gezamenlijke visie van de zes RMN-gemeenten luidt: Een afvalvrije samenleving in 2050, 0 kilo restafval Deze visie is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. Overeenkomend met de geformuleerde landelijke ambities zoals vermeld in de inleiding. 2. Gericht op huishoudelijke afval- en grondstoffenstromen. 3. Uitgaand van de gemeenschappelijke mogelijkheden. 4. Overstijgend aan bestuursperiodes en toekomstbestendig. 5. Vastgesteld door elke afzonderlijke gemeente. 2.1 Hoe kan dit bereikt worden? Om een afvalvrije samenleving te bereiken, zetten de zes RMN-gemeenten in op: • Beleidsinstrumenten om afvalscheiding verder te faciliteren en inwoners te stimuleren minder restafval en meer recyclebare stromen te produceren. Dit willen de gemeenten bereiken door het produceren van restafval te ontmoedigen en afvalscheiding makkelijk te maken.

• Kostenbeheersing door de verbeterde afvalscheiding doordat er minder duur restafval ontstaat. Hiervoor is het noodzakelijk dat de zes RMN-gemeenten niet alleen de aanbevelingen van de verschillende rekenkamers overnemen, maar ook werk maken van onderstaande zaken: • Zorgen voor meer eenduidigheid in het beleid zodat de uitvoering van het takenpakket efficiënter wordt. • Eenduidig optreden als gezamenlijke opdrachtgever van RMN, zodat deze blijvend effectief en efficiënt kan opereren. 2.2 Strategie Om de gestelde doelen te behalen stellen we een strategie voor die bestaat uit de volgende punten: 1. Inzetten op de inzameling van grondstoffen en het ontmoedigen van restafval door het principe van motiveren en ontmoedigen consequent toe te passen. 2. Niet alleen inzetten op recycling maar ook op producthergebruik door middel van kringloop en reparatie. 3. Preventie van afval vooropstellen en eenmalig bruikbare producten en verpakkingen ontmoedigen. 4. Waar mogelijk samenwerken met andere gemeenten, verbonden partijen en andere partners om kennis op te doen en de gestelde doelen te behalen. Om dit te bereiken zijn de volgende acties nodig: 1. De huidige stand van zaken op beleidsgebied in de verschillende gemeenten beschrijven en waar mogelijk kiezen voor een uniforme aanpak. 2. Obstakels voor omgekeerd inzamelen en DIFTAR systematisch in kaart brengen en planmatig aanpakken.

Sommige gemeenten zijn er bijvoorbeeld nog niet klaar voor om voor nieuwe grote beleidskeuzes te kiezen. Zo wordt er soms nog gewerkt met niet afsluitbare restafvalbakken waarbij de

5

inwoners van die wijken soms maar weinig voorzieningen hebben om hun afval te scheiden. Het kan voorkomen dat als een buurgemeente voor DIFTAR kiest, nadat eerder al het omgekeerd inzamelen was ingevoerd, het afvaltoerisme naar de naastgelegen buurgemeente waar de containers niet zijn afgesloten, verplaatst.

6

3. Instrumenten Om afvalvrij te worden, zal elke gemeente extra inspanningen moeten leveren. Onderstaand overzicht geeft een beeld van instrumenten die koploper-gemeenten hebben ingezet om afvalvrij te worden en welke resultaten zij hiermee gemiddeld behaalden. Het overzicht is gebaseerd op de landelijke benchmark afvalinzameling en de ervaringen die in het kader van VANG zijn opgedaan bij een groot aantal gemeenten.

Inzet instrumentarium koplopers bij bronscheiding PMD1

Inzet instrumentarium koplopers bij nascheiding PMD2

Toelichting figuren: 1. De hierboven weergegeven resultaten zijn op basis van de best presterende gemeenten in Nederland. Dit betekent niet dat elke gemeente gegarandeerd hetzelfde resultaat bereikt bij toepassing van het betreffende instrument. 2. De koplopers ondersteunen het toegepaste instrumentarium steeds met uitgebreide communicatie en bij het ingezette instrumentarium passend flankerend beleid. Alleen Heerenveen en Ooststellingwerf behaalden vooralsnog het resultaat van 100 kilo restafval bij nascheiding van PMD. Dit zijn de enige gemeenten die DIFTAR op gewicht hebben ingevoerd in combinatie met de nascheiding van PMD.

1

Bron: presentatie NVRD over landelijke ervaringen met de inzet van instrumentarium afvalscheiding (juli 2020). 2 Idem.

7

4.1 Huidige stand van zaken van invoering instrumenten bij RMN gemeenten Soest heeft vanaf 2018 omgekeerd inzamelen ingevoerd (met een vierde minicontainer aan huis voor grotere percelen) bij laagbouw. De minicontainer restafval wordt eens per vier weken geleegd. In vergelijking tot 2017 is er op dit moment een vermindering bereikt van 25 kilo restafval per inwoner. Baarn heeft omgekeerd inzamelen met frequentieverlaging voor het inzamelen van restafval bij laagbouw (ook met een vierde minicontainer voor grote percelen) vanaf 2018 ingevoerd en dit jaar afgerond. Kleinere percelen maken sinds een paar maanden gebruik van verzamelcontainers voor restafval op afstand en een minicontainer aan huis voor PMD. Uit de eerste inzamelresultaten blijkt dat er in 2020 per inwoner 23 kilo minder restafval wordt ingezameld dan in 2018. In IJsselstein en Zeist wordt omgekeerd inzamelen in 2020 en 2021 ingevoerd. Bunnik heeft nog geen instrumenten toegepast. Nieuwegein gaat per 2021 over op nascheiding van PMD. Daarnaast heeft Nieuwegein nog plannen om de inzamelstructuur planmatig per wijk te verbeteren om afvalscheiding zo gemakkelijker te maken.

Overzicht per gemeente Onderstaand schema geeft inzicht in de huidige stand van zaken, de mate van verstedelijking van elke van de gemeenten en de verschillen die er nog zijn om over te gaan tot DIFTAR en/of omgekeerd inzamelen. Het is het opmerken waard dat invoering van omgekeerd inzamelen en DIFTAR per gemeente op elkaar afgestemd worden. Dit om ervoor te zorgen dat de uitvoering door RMN behapbaar blijft, maar ook aan verwachtingen wordt voldaan. In de praktijk kan dit betekenen dat er een volgorde wordt aangebracht in de invoering van nieuwe systemen en maatregelen. Dit wordt tussen de gemeenten en RMN afgestemd.

8

RMN gemeente (met stedelijkheidsklasse)

Huidige doelstelling

Omgekeerd inzamelen i.c.m. DIFTAR?

Fase besluitvorming & uitvoer?

Baarn

In 2020 75% van het huishoudelijk afval gescheiden inzamelen. Voor 2025 streven naar minder dan 100 kilogram restafval per inwoner per jaar. Wacht de regionale visievorming af

Omgekeerd inzamelen aan het invoeren in combinatie met serviceprikkel

Evaluatie in 2020 en 2021

Relatief makkelijk in te voeren; kan snel klaar zijn. Omgekeerd inzamelen invoeren (besluit 2019) hoge service op grondstoffen, lagere service voor restafval

’21 of ’22 besluiten over vervolg?

Keuze voor DIFTAR in 2022/’23?

Uitvoering omgekeerd inzamelen in 2020/21

Keuze voor DIFTAR in 2022/’23?

Nascheiden van PMD per ’21; dus geen omgekeerd inzamelen; modernisering inzamelstructuur dringend nodig. Omgekeerd inzamelen reeds ingevoerd, hoge service op grondstoffen, lage op restafval Omgekeerd inzamelen invoeren (besluit 2019). inclusief lagere service voor restafval

Eerst ‘basis op orde’ maken met flankerend beleid, achterstanden wegwerken.

Planmatige aanpak van wijken om afvalscheiding te verbeteren, gereed 2022/’23 en dan klaar voor vervolgbesluit.

(Sthkl. 4)

Bunnik (Sthkl. 4)

IJsselstein (Sthkl. 2)

In 2025 een scheidingspercentage van 70% . Komende jaren wordt toegewerkt naar een recyclingpercentage van 75%.

Nieuwegein 75% bronscheiding in (Sthkl. 1)

2020. Maximaal 121 kg restafval in 2020

Soest

135 kg per inwoner per jaar in 2020

(Sthkl. 3)

Zeist (Sthkl. 3)

75% afvalscheiding in 2020. Van 250 kilo naar 100 kilo restafval per inwoner per jaar in 2020

Startnotitie grondstoffen vastgelegd met scenario’s Lopende beleid uitvoeren.

Toekomstig Natuurlijk Keuzemoment: Keuze voor DIFTAR in 2022/’23?

Keuze voor DIFTAR in 2022/’23? Keuze voor DIFTAR in 2022/’23?

3.2 Omgekeerd inzamelen Er zijn verschillende manieren om de hoeveelheid restafval verder terug te dringen en het rendement van de koplopers (gemiddeld 50 kilo afname door omgekeerd inzamelen) te behalen. Dit kan bijvoorbeeld door binnen het systeem van omgekeerd inzamelen (aanvullende) prikkels in te bouwen. Voor het inzamelen van restafval is gekozen voor een vierde minicontainer aan huis bij grotere percelen bij laagbouw. Voor hoogbouw worden voorzieningen voor grondstoffen nabij geplaatst en restafval op afstand. De koplopers behaalden de resultaten voor de vermindering van restafval door alle huishoudens aan te sluiten op een verzamelcontainer voor restafval op afstand. Onderstaande tabel laat zien wat het verwachte effect is op de hoeveelheid restafval in de RMN-gemeenten bij de volledige invoering van omgekeerd, bron gescheiden, inzamelen met de mincontainer en hoogbouw uitrusting.

9

Gemeente

huidig scenario 1 standaard omgekeerd inzamelen gemiddeld gemiddeld 168 -26 198 -55 229 -58 238 -13 170 -27 214 -45

Baarn Bunnik Ijsselstein Nieuwegein Soest Zeist

Verwacht Resultaat

142 143 171 225 143 169

(bron NVRD, scenarioberekening) Zowel de financiële als de milieueffecten lijken in Baarn en Soest aanzienlijk lager. Dat heeft als oorzaak dat in deze gemeenten de invoering omgekeerd inzamelen bij de laagbouw al is uitgevoerd. Voor deze gemeenten is scenario 1 alleen nog invoeren van bronscheiding bij hoogbouw. De resultaten voor Nieuwegein zijn ook lager omdat hier scenario 1 alleen bronscheiding GFT bij hoogbouw betekent. Voor de effecten op de grondstofstromen, zie bijlage 1.

Afbeelding: Gemeenten die eerder kozen voor omgekeerd inzamelen (2018)

10

3.3 Differentiatie van het tarief Een ander effectief instrument is het zogenaamde Differentiatie van het Tarief (DIFTAR). Bij de toepassing van DIFTAR registreert de gemeente per huishouden hoeveel ‘duur ongewenst restafval’ inwoners aanbieden. Hoe meer restafval een inwoner aanbiedt, hoe hoger de afvalstoffenheffing. Het idee hierachter is dat de productie van (ongewenst) restafval eerlijk wordt afgerekend, in plaats van de kosten van duur restafval over alle inwoners te verdelen. Huishoudens die hun afval goed scheiden, betalen bij dit systeem een lagere heffing dan huishoudens die dit niet doen. De heffing bestaat uit een vast (basis) deel dat iedereen betaalt, en een variabel deel. De hoogte van het variabele wordt bepaald door de hoeveelheid restafval die inwoners in de restafvalcontainer of ondergrondse container gooien. Dit stimuleert bewoners om zo min mogelijk restafval weg te gooien, en recyclebare grondstoffen zo veel mogelijk gescheiden aan te bieden. Bij het invoeren van deze financiële prikkel is het uiteraard van belang om aanvullend beleid te ontwikkelen voor bepaalde doelgroepen, zodat deze niet worden benadeeld door dit systeem. Denk daarbij aan minima en bewoners met een medische indicatie. Om de invoering van DIFTAR te laten slagen moeten de faciliteiten voor afvalscheiding wel op orde zijn.

Ook is het van belang om voldoende maatwerk op wijk- en straatniveau te kunnen leveren.

(Overzicht DIFTAR-gemeenten 2018)

Onderstaande tabel laat het verwachte effect op de hoeveelheid restafval in de RMN gemeenten bij volledige invoering van DIFTAR vermeld (bron NVRD, scenarioberekening). Uitgangspunt is de veel toegepaste methode ‘tarief op basis van volume/ frequentie’. DIFTAR is ook toepasbaar in gemeenten die PMD nascheiden. Het variabele tarief wordt dan gecorrigeerd voor de hoeveelheid PMD die in de restafvalcontainer hoort. Hoewel DIFTAR op gewicht voor nascheidende gemeenten beter is, is de methode volume/frequentie aan te raden in regionaal verband.

Gemeente

Baarn Bunnik Ijsselstein Nieuwegein Soest Zeist

Na Scenario 1 bereikt standaard

Scenario 2

142 143 171 225 143 169

-63 -98 -107 -80 -66 -92

Diftar

Verwacht Resultaat 79 45 64 145 77 77

3.4 Nascheiding Gemeente Nieuwegein heeft, als enige RMN gemeente, haar beleid voor PMD geënt op nascheiding. Inwoners van deze gemeente hoeven PMD niet apart in te zamelen, maar doen dit bij het restafval. PMD wordt vervolgens machinaal achteraf uit het restafval gescheiden. Nascheiding is een methode die vaak in wordt gezet bij (veel) hoogbouw. Voor deze inwoners is het moeilijker om afval te scheiden en kan nascheiding goede resultaten bieden. De resultaten tonen aan dat er gemiddeld 11 kilo PMD nagescheiden wordt. In de tabel hieronder zijn de resultaten van nascheiding weergegeven en afgezet tegen bronscheiding.

11

Toelichting: In deze tabel is een vergelijking gemaakt tussen PMD dat brongescheiden en nagescheiden wordt ingezameld. Bronscheiding levert zowel in kilo’s als in opbrengsten het meeste aan PMD op. In bijlage 3 is een en ander verder uitgewerkt, inclusief logistieke gevolgen.

Op dit moment is er niet voldoende capaciteit aan nascheiding op de markt. Ondanks de ontwikkelingen op dit gebied, zal er (pas) over 8 tot 10 jaar meer ruimte zijn om na te kunnen scheiden voor meerdere gemeenten in Nederland. Voor gemeenten die inzetten op bronscheiding kan dit een extra mogelijkheid bieden. Na de invoering van omgekeerd inzamelen, diftar en uitgebreid flankerend beleid blijft er alleen nog ‘echt’ restafval over. Dit ‘echte’ restafval is dan nog maar zo weinig dat dit bij het PMD aangeboden kan worden. Er wordt voorspeld dat de technieken van nascheiding dan dusdanig zijn ontwikkeld dat de nascheidingsinstallaties het restafval uit het PMD kunnen halen. Restafval kan dan dus meeliften in de inzamelronde van het PMD. Dit is wel afhankelijk van de ontwikkelingen in de markt en techniek. Om een goede kwaliteit te waarborgen zal papier en karton en gft wel blijvend brongescheiden ingezameld moeten worden. 3.5 Flankerend beleid binnen RMN verband Voor de effectiviteit van DIFTAR en omgekeerd inzamelen is een goed flankerend beleid onmisbaar. Dit betekent dat maatregelen nodig zijn om optimale resultaten te behalen met omgekeerd inzamelen en DIFTAR. In regionaal verband wordt gedacht aan de volgende maatregelen: • Optimaliseren van voorzieningen in de openbare ruimte voor textiel, glas.

• Eenduidige, heldere communicatie op wijkniveau (toegespitst op geconstateerde aandachtsgebieden). • Recyclingcoaches inzetten om inwoners te ondersteunen bij afvalscheiding. • Inzamelmiddelen bij inwoners thuis beschikbaar stellen. Denk bijvoorbeeld aan het verstrekken van GFT-bakjes voor in de keuken. 3.6 Service De meeste inwoners vinden het belangrijk om afval te scheiden, maar denken wel verschillend over de manier waarop. De een vindt het geen probleem om afval weg te brengen naar een ondergrondse container, of vindt het zelfs erg handig om geen restafvalcontainer meer aan huis te hebben staan. De ander ervaart dit juist als een enorme drempel om mee te doen. Inwoners beoordelen aanvullende maatregelen om hen te stimuleren om afval te scheiden vaak positief. Dat geldt bijvoorbeeld voor de inzet van inzet van o.a. recyclingcoaches. Juist de persoonlijke aandacht die zij geven stimuleert inwoners om (nog beter) afval te scheiden. 3.7 Effect op de afvalstoffenheffing Zowel de invoering van omgekeerd inzamelen als DIFTAR brengen eenmalige invoeringskosten en structurele kosten met zich mee. Dergelijke instrumenten hebben met name invloed op de directe kosten van het afvalbeheer zoals inzamelkosten en verwerkingskosten. De uitwerking van deze instrumenten op de heffing is afhankelijk van veel factoren, zoals de wijze van invoering en het flankerend beleid.

Ook de mate van samenwerking, de kostenverdeling en kostendekkendheid is van invloed. Gemeenten die deze instrumenten succesvol hebben ingevoerd, blijken gemiddeld een lagere afvalstoffenheffing in rekening te brengen dan gemeenten met nog veel restafval. Toch is het lastig om de afvalstoffenheffing van deze succesvolle gemeenten als richtpunt te nemen voor de eigen kostenprognose.

12

Figuur 4: Resultaten per inzamelstrategie (koplopers) (bron: Benchmark afvalinzameling NVRD/RWS, 2017) omg: Omgekeerd Inzamelen nasch pmd: Nascheiding plastic, metalen en drankenkartons freq verl: Frequentie verlaging freq: Frequentie

Bovenstaande afbeelding uit de landelijke benchmark afvalinzameling laat zien dat gemeenten met weinig restafval over het algemeen lagere kosten hebben (bolletjes linksonder) dan gemeenten met veel restafval (rechtsboven). Deze afbeelding laat verder zien dat een combinatie van DIFTAR en omgekeerd inzamelen (lichtgroene bolletje links onderin) de beste resultaten geeft op zowel milieu als kosten. Kosten bij toepassing instrumenten Hieronder is een tabel opgenomen waarin een algemene kostenberekening is gemaakt voor de RMNgemeenten.

Gemeente

Baarn Bunnik Ijsselstein Nieuwegein Soest Zeist

Financiele gevolgen per huishouden per jaar Scenario 1 Diftar in Saldo RMN verband € € € € € €

44 € 0 € 36 € 9 € 24 € 17 €

-14 € -34 € -38 € -14 € -15 € -28 €

30 -33 -2 -5 8 -11

(scenario 1: omgekeerd inzamelen) 1.

2.

3.

Let op: deze kostenberekening is van algemene aard en gebaseerd op landelijke NVRD tabellen. Het geeft een indicatie wat de kosten zouden kunnen zijn bij toepassing binnen de gemeenten. De daadwerkelijke kosten kunnen hier in de praktijk van afwijken. Voor de gemeenten Baarn en Soest is er een kostenstijging zichtbaar, omdat de voordelen van het invoeren van omgekeerd inzamelen bij de laagbouw al in de bestaande begrotingen zijn verwerkt. Voor Soest zijn ook de kosten voor bronscheiding GFT bij hoogbouw al in de bestaande begrotingen verwerkt. De daadwerkelijke kosten voor de RMN-gemeenten kunnen pas berekend worden wanneer gemeenten keuzes hebben gemaakt over welk instrumentarium ze wanneer en in welke vorm willen toepassen.

13

4.

Als gemeenten gezamenlijk optrekken bij de keuze voor instrumentarium, is er naar verwachting schaalvoordeel binnen de bedrijfsvoering te behalen. Bovendien zal een forse vermindering van het restafval in ieder geval leiden tot lagere kosten. Doen de gemeenten niets, dan zullen de kosten (door autonome effecten) alleen maar verder oplopen.

Schaalvoordeel bij afstemming beleidsinstrumenten Wanneer meerdere gemeenten tegelijk één instrument invoeren, geeft dat een kostenbesparing. Dit komt doordat de volgende effecten optreden: 5. De organisatie kan haar bezetting optimaal inplannen. Het toepassen van een instrument kan leiden tot een andere inzet van personeel en materieel. Investeringen in materieel zoals projectleiding en aanpassingen van software worden (lang) van te voren ingekocht en gepland. Daardoor hoeft de organisatie minder ad hoc te opereren. Ook externe inhuur is beter te reguleren. 6. De besluitvorming over nieuw beleid voor de inzet van instrumenten kan veel tijd in beslag nemen. Als de gemeenten echter gezamenlijk overeenstemming hebben over de instrumenten die ze willen inzetten, dan kan RMN effectiever en sneller inkopen. 7. Er is minder versnippering in de taken die RMN uitvoert. Wanneer de ene gemeente volop flankerend beleid en DIFTAR voert en de andere gemeente niet, dan zijn de kosten in verhouding hoger dan wanneer er gezamenlijk wordt opgetrokken. Opstartkosten, aanschaf middelen, inzet software, materieel ed. worden volledig benut door alle gemeenten, in plaats van 1 of 2. Het daadwerkelijke schaalvoordeel is nog niet te benoemen.

Maar wanneer alle RMN-gemeenten zich optimaal gaan inzetten om binnen 5 jaar overeenstemming te bereiken over het toe te passen instrumentarium, dan verwacht RMN de nieuwe middelen optimaal toe te kunnen passen. 3.8 Verdere stappen naar afvalvrij Verdere stappen naar afvalvrij vragen om meer dan alleen de succesvolle invoering van de instrumenten met flankerend beleid. Enkele gemeenten in Nederland laten zien dat dit alleen mogelijk is door de inzet van zeer intensieve serviceconcepten waarbij burgers actief worden betrokken bij afval scheiden en gemeenten hierover helder en toegankelijk communiceren. Deze concepten zijn echter nog vrij nieuw en resultaten laten (deels) nog op zich wachten. De verkenning van de mogelijkheden van de inzet van dit soort concepten kan het beste na 2025 plaatsvinden. Dan is er meer landelijke ervaring beschikbaar en hebben de RMN-gemeenten naar verwachting de 100 kilo restafval bereikt. Meerdere knoppen: preventie en hergebruik Naast de inzet van omgekeerd inzamelen en DIFTAR zijn er meer mogelijkheden om afvalvrij te worden. Denk aan beleid om te voorkomen dat er afval ontstaat en aan hergebruik van producten (door middel van kringloop en reparatie) of de invoer van de Ja-Ja-sticker tegen ongeadresseerd reclamedrukwerk. Ook hierbij geldt dat samenwerking tussen gemeenten essentieel is.

Hoe beter de samenwerking en afstemming, hoe groter het schaalvoordeel.

4. Ontwikkelen geharmoniseerd beleid Het vorige hoofdstuk ging over welke resultaten behaald kunnen worden met de inzet van verschillende instrumenten. In deze paragraaf is nader ingegaan op een stappenplan voor RMN-gemeenten voor het ontwikkelen van een gezamenlijke visie en uitvoeringsplan. Dit zijn de stappen die moeten worden gezet: 1. Gezamenlijk door ontwikkelen: van visie naar uitvoeringsplan De ‘stip op de horizon’ is gezamenlijk geformuleerd en dient steeds als uitgangspunt voor het op te stellen beleid. De snelheid waarmee de gemeenten naar het einddoel’ toewerken, kan per gemeente verschillen, bijvoorbeeld door de politieke realiteit . Desondanks blijft het uitgangspunt dat gemeenten waar mogelijk steeds blijven inzetten op afstemming en synchronisatie. 2.

Gezamenlijk inventariseren van mogelijke beleidsinstrumenten Door de kennis, ervaringen en netwerken van de zes gemeenten te bundelen, kunnen alle mogelijk denkbare beleidsingrepen worden toegepast. Gemeenten kunnen de effecten van verschillende beleidsingrepen inclusief de voor- en nadelen gezamenlijk inventariseren en evalueren, alvorens zij voor bepaalde ingrepen kiezen. In onderstaande tabel een overzicht van relevante bouwstenen.

14

Trede op ladder van Lansink Preventie

Hergebruik

Recycling

Verbranden

Bouwstenen

• • • • • • • • • • • • • • • • • •

Leasen / lenen producten stimuleren Afvalarme producten stimuleren Campagne tegen voedselverspilling Ja-ja sticker tegen ongeadresseerd reclamedrukwerk Duurzame inkoop 2e mini-container voor restafval duurder maken Scholen afvalvrij project starten voor educatie Gebruik wasbare luiers stimuleren bij jonge ouders met cheques

Kringloop op recyclestation Grofvuil inzamelen aan huis door kringloop Repaircafé’s en kringloopwinkels Communicatiecampagne bewustwording Regionale samenwerking Duurzame inkoop Basis op orde; voldoende inzamelmiddelen om afval te scheiden Luierinzameling Recyclestation gratis maken voor alle afvalstromen; maximaal gebruik van recyclestations stimuleren • Ruimere openingstijden recyclestations • Omgekeerd inzamelen • DIFTAR per kilo of per lediging • Nascheiding PMD voor zeer verstedelijkte gebieden • Kwaliteitsverbetering door regionale communicatiecampagne • Verstrekken van inzamelmiddelen voor bijv, GFT inzameling in de keuken • Toegangscontrole op recyclingsstations (pasjessysteem) GFT verwerken middels compostering middels voorvergisting Stadsverwarming warmte van AVI ingezet in R’dam; warmte rotonde Stadsverwarming warmte van AVI ingezet in R’dam; warmte rotonde

Storten

Zo veel mogelijk beperken(asbesthoudend)

Beoogd effect

Preventie van ontstaan van afval

Meer hergebruik

Meer recycling

Energetische waarde benutten reductie fossiel berging

In dit document staan stap 1 en 2 van het stappenplan centraal. In de volgende stap (3) stellen de diverse bestuurlijke gremia zoals college en gemeenteraden de regionale visie vast. 3.

Gezamenlijk vaststellen van de regionale grondstoffenvisie en mogelijke beleidsinstrumenten Elke gemeente werkt vanuit deze visie als basis voor de beleidskeuzes die zij gaan maken.

Doorkijk naar stap 4: het maken van beleids- en instrumentkeuzes Wanneer de regionale visie is vastgesteld, volgt stap vier: gemeenten maken beleidskeuzes. 4.

Individuele beleidskeuze in uitvoeringsplan Elke gemeente maakt individueel de keuze voor de specifieke inzet van beleidsinstrumenten. Daarbij streeft elke gemeente naar: harmonisatie van beleid; heldere communicatie vooraf over de voor- en nadelen van individuele en gezamenlijke beleidsinzet. Zowel op het vlak van milieu als kostenefficiëntie;

15

-

ontwikkeling van een regionale en individuele business case voor de verwachte kosten, afvalscheiding en het serviceniveau.

Beleidskeuzes zijn van belang voor de mate waarin de gemeenten uiteindelijk in de praktijk één gezamenlijk beleid kunnen voeren en RMN eenduidig opdrachtgeverschap krijgt. Hieronder een korte opsomming van keuzes, afwegingen en aanbevelingen (niet limitatief) die hierbij van belang zijn. • Omgekeerd inzamelen: wel of geen verzamelcontainers voor restafval Vier gemeenten hebben gekozen voor omgekeerd inzamelen met een minicontainer voor restafval gecombineerd met verzamelcontainers op afstand bij de laagbouw en voeren daarin gezamenlijk beleid. Voor een volledige harmonisatie zouden ook Nieuwegein en Bunnik daartoe moeten overgaan. Verzamelcontainers op afstand geven de beste resultaten voor vermindering van restafval. Bunnik kan de keuze nog maken om gelijk over te gaan op ondergrondse containers in plaats van de minicontainer voor restafval bij laagbouw. • Wanneer is de vervolgstap naar een ander instrument? Gemiddeld gezien is het effect van een instrument na ongeveer twee jaar. Daarna is de invoering van een nieuw instrument een goede optie, bijvoorbeeld om te kiezen voor DIFTAR. Voorwaarde hiervoor is wel dat alle inzamelfaciliteiten in orde zijn en dat alle inwoners de mogelijkheid hebben om grondstoffen (dicht)bij huis te scheiden, ook bij hoogbouw. Het verder op orde brengen van de voorzieningen is voor elke gemeente een aanrader.

• Volgorde DIFTAR en omgekeerd inzamelen Landelijke resultaten wijzen uit dat DIFTAR het beste resultaat geeft vergeleken met omgekeerd inzamelen. DIFTAR geeft tot 80 kilo reductie van restafval, omgekeerd inzamelen tot 50 kilo. Uit ervaringen in andere gemeenten blijkt ook dat inwoners omgekeerd inzamelen makkelijker accepteren als de hoeveelheid restafval al sterk is verminderd door het invoeren van DIFTAR. Voor Bunnik is het daarom het overwegen waard om eerst DIFTAR in te voeren en daarna omgekeerd inzamelen. Aan de andere kant is DIFTAR niet een keuze die op korte termijn bijdraagt aan harmonisatie omdat de andere gemeenten al andere keuzes hebben gemaakt. Omdat DIFTAR voor de andere gemeenten wel een logische vervolgstap is, zou DIFTAR op het gezamenlijke afwegingspunt in 2022/2023 weer een optie kunnen zijn. • Nascheiding en afvalscheiding Met nascheiding kan alleen het PMD uit het restafval gehaald worden. De andere huishoudelijke stromen kunnen met minicontainers of verzamelcontainers worden ingezameld. Voor Nieuwegein liggen er kansen om haar faciliteiten voor de andere stromen verder op orde brengen. Bij laagbouw werkt een minicontainer aan huis goed. Maar bij hoogbouw zijn verzamelcontainers het meest passend. Met deze differentiatie kan Nieuwegein de basis leggen voor de stap naar DIFTAR.

• DIFTAR: op basis van volume/ frequentie of op gewicht? Het meest gehanteerde DIFTAR-systeem is op basis van volume/frequentie. Het aantal keren dat er een hoeveelheid restafval wordt ingezameld, bepaalt de hoogte van de totale kosten. Bij de koplopers zijn de beste resultaten behaald bij DIFTAR op basis van volume/frequentie. In het kader van de harmonisatie zou DIFTAR op basis van volume/frequentie het meest van toepassing zijn. Nieuwegein moet dan een correctie op het variabele tarief toepassen voor de hoeveelheid PMD die in de restafvalcontainer wordt ingezameld. • Flankerend beleid Het is een uitgelezen kans om zowel bij de invoering van omgekeerd inzamelen als DIFTAR flankerend beleid regionaal af te stemmen en uit te voeren. Dit geldt niet alleen voor een gezamenlijke communicatiecampagne en inzet van recyclingcoaches, maar ook voor zorgroutes aan huis (incontinentie e.d.) en de inzameling van grof vuil aan huis en bij de milieustraten. Gezamenlijk evalueren en innoveren (stappen 5 en 6) Het ligt voor de hand om al bij stap vier keuzes te maken over gezamenlijk evalueren en innoveren. Uitkomsten van evaluaties en innovaties en ontwikkelingen kunnen tenslotte van invloed zijn op het maken van (nieuwe) beleidskeuzes.

16

5.

Gezamenlijk evalueren Op basis van een gezamenlijke evaluatie van doelen en ingezette middelen/instrumenten kan snel worden gezien waar samenwerking mogelijk is om doelen dichterbij te brengen. Soest en Baarn hebben reeds omgekeerd inzamelen ingevoerd met een 4e minicontainer. De effecten die hiermee bereikt zijn kunnen van invloed zijn op de wijze waarop omgekeerd inzamelen in de andere gemeenten wordt ingevoerd.

6.

Gezamenlijk innoveren Waar het, op basis van bovenstaande uitgangspunten mogelijk is, gezamenlijk investeren in innovatie in inzameling. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de schaalvoordelen van de samenwerking in RMN.

17

Bijlage 1: verwachte verschuiving in afval en grondstofstromen bronscheiding Let op: onderstaande cijfers zijn algemene inschattingen die gebaseerd zijn op landelijke NVRD tabellen. Ze zijn bedoeld ter indicatie en de daadwerkelijke resultaten en kosten kunnen in de praktijk dan ook hiervan afwijken. Het zijn cijfers gebaseerd op theoretische modellen, waarbij prijsstijgingen van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke kosten.

Afvalhoeveelheden Baarn kg/inw/jaar Huidig type scenario: Omgekeerd inzamelen bandbreedte: Laagbouw rest gft papier glas p/m/d** textiel/overig Grof HA gescheiden Grof HA niet gescheiden Totaal LAP doel: minder dan 100 kg LAP doel: meer dan 75%

Afvalhoeveelheden Bunnik kg/inw/jaar Huidig type scenario: bandbreedte: rest gft papier glas p/m/d** textiel/overig Grof HA gescheiden Grof HA niet gescheiden Totaal LAP doel: minder dan 100 kg LAP doel: meer dan 75%

Verwachte verschuiving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Bron Diftar Bron Diftar scheiding scheiding Hoogbouw Gemiddeld Hoogbouw Gemiddeld 143 -22 -59 121 62 116 11 11 127 138 49 7 17 56 73 28 0 2 28 30 31 3 8 34 42 11 0 0 11 11 165 2 2 167 169 25 -4 -4 21 17 568 -3 -23 565 542 168 142 79 70% 75% 85%

Verwachte verschuiving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Omgekeerd Diftar Omgekeerd Diftar inzamelen inzamelen Volledig Gemiddeld Volledig Gemiddeld 169 -49 -92 120 28 132 21 17 153 170 60 21 24 81 105 27 0 1 27 28 18 10 17 28 45 9 0 0 9 9 160 2 9 162 171 29 -6 -6 23 17 604 -1 -30 603 573 198 143 45 67% 76% 92%

18

Afvalhoeveelheden Ijssselstein kg/inw/jaar Huidig type scenario: bandbreedte: rest gft papier glas p/m/d** textiel/overig Grof HA gescheiden Grof HA niet gescheiden Totaal LAP doel: minder dan 100 kg LAP doel: meer dan 75%

Afvalhoeveelheden Nieuwegein kg/inw/jaar Huidig type scenario: bandbreedte: rest gft papier glas p/m/d** textiel/overig Grof HA gescheiden Grof HA niet gescheiden Totaal LAP doel: minder dan 100 kg LAP doel: meer dan 75%

Verwachte verschuiving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Omgekeerd Diftar Omgekeerd Diftar inzamelen inzamelen Volledig Gemiddeld Volledig Gemiddeld 207 -55 -104 152 48 67 22 20 89 109 49 21 31 70 101 18 0 2 18 20 15 11 17 26 43 0 0 1 0 1 141 2 3 143 146 22 -3 -3 19 16 519 -2 -33 517 484 229 171 64 56% 67% 87% Verwachte verschuiving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Bron( GFT) Diftar Bron( GFT) Diftar scheiding scheiding Hoogbouw Gemiddeld Hoogbouw Gemiddeld 215 -13 -76 202 126 67 14 20 81 101 42 0 20 42 62 19 0 2 19 21 12 -1 0 11 11 6 0 1 6 7 81 0 4 81 85 23 0 -4 23 19 465 0 -33 465 432 238 225 145 49% 52% 66%

Afvalhoeveelheden Soest kg/inw/jaar Huidig type scenario: Omgekeerd inzamelen bandbreedte: Laagbouw rest gft papier glas p/m/d** textiel/overig Grof HA gescheiden Grof HA niet gescheiden Totaal LAP doel: minder dan 100 kg LAP doel: meer dan 75%

Verwachte verschuiving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Bron Diftar Bron Diftar scheiding scheiding Hoogbouw Gemiddeld Hoogbouw Gemiddeld 151 -24 -63 127 64 138 10 10 148 158 57 6 16 63 79 29 0 1 29 30 34 2 8 36 44 8 0 1 8 9 132 2 3 134 137 19 -3 -3 16 13 568 -7 -27 561 534 170 143 77 70% 75% 86%

19

Afvalhoeveelheden Zeist kg/inw/jaar Huidig type scenario: bandbreedte: rest gft papier glas p/m/d** textiel/overig Grof HA gescheiden Grof HA niet gescheiden Totaal LAP doel: minder dan 100 kg LAP doel: meer dan 75%

Verwachte verschuiving Scenario 1 Scenario 2 Scenario 1 Scenario 2 Omgekeerd Diftar Omgekeerd Diftar inzamelen inzamelen Volledig Gemiddeld Volledig Gemiddeld 194 -42 -89 152 63 103 17 16 120 136 49 10 20 59 79 26 0 2 26 28 15 11 17 26 43 6 0 1 6 7 105 3 4 108 112 20 -3 -3 17 14 518 -4 -32 514 482 214 169 77 59% 67% 84%

20

Bijlage 2: verwachte financiële gevolgen bronscheiding Let op: onderstaande cijfers zijn algemene inschattingen die gebaseerd zijn op landelijke NVRD tabellen. Ze zijn bedoeld ter indicatie en de daadwerkelijke resultaten en kosten kunnen in de praktijk dan ook hiervan afwijken. Het zijn cijfers gebaseerd op theoretische modellen, waarbij prijsstijgingen van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke kosten.

Financiele gevolgen Baarn scenario 1 type scenario: Bron Scheiding bandbreedte: Hoogbouw Investeringslasten 259.000 Logistieke gevolgen 357.500 Verwerkingskosten -105.350 Totaal 511.150

scenario 2 diftar

-300.225 -125.525

-300.225 -148.825

-300.225 -160.475

44

-11

-13

-14

scenario 1 type scenario: Omgekeerd inzamelen bandbreedte: Volledig Investeringslasten 138.000 Logistieke gevolgen 24.750 Verwerkingskosten -159.850 Totaal 2.900

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

-297.050 -195.550

-297.050 -209.050

-297.050 -215.850

0

-31

-33

-34

scenario 1 type scenario: Omgekeerd inzamelen bandbreedte: Volledig Investeringslasten 333.500 Logistieke gevolgen 560.700 Verwerkingskosten -381.650 Totaal 512.550

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

-731.375 -502.525

-731.375 -533.025

-731.375 -548.275

36

-35

-37

-38

Per huishouden / per jaar

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

Alleen 3 gemeenten RMN breed 174.700 151.400 139.750

Financiele gevolgen Bunnik

Per huishouden / per jaar

Alleen 3 gemeenten RMN breed 101.500 88.000 81.200

Financiele gevolgen IJsselstein

Per huishouden / per jaar

Alleen 3 gemeenten RMN breed 228.850 198.350 183.100

21

Financiele gevolgen Nieuwegein scenario 1 type scenario: omgekeerd inzamelen bandbreedte: gemiddeld Investeringslasten 95.650 Logistieke gevolgen 238.000 Verwerkingskosten -63.000 Totaal 270.650

scenario 2 diftar

-766.200 -309.200

-766.200 -370.125

-766.200 -400.600

9

-11

-13

-14

scenario 1 type scenario: Bron Scheiding bandbreedte: Hoogbouw Investeringslasten 271.350 Logistieke gevolgen 386.000 Verwerkingskosten -161.400 Totaal 495.950

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

-582.000 -258.600

-582.000 -298.250

-582.000 -320.100

24

-12

-14

-15

scenario 1 type scenario: Omgekeerd inzamelen bandbreedte: Volledig Investeringslasten 594.000 Logistieke gevolgen 477.100 Verwerkingskosten -569.950 Totaal 501.150

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

-1.197.400 -739.300

-1.197.400 -800.400

-1.197.400 -830.925

17

-25

-27

-28

Per huishouden / per jaar

scenario 2 diftar

scenario 2 diftar

Alleen 3 gemeenten RMN breed 457.000 396.075 365.600

Financiele gevolgen Soest

Per huishouden / per jaar

Alleen 3 gemeenten RMN breed 323.400 283.750 261.900

Financiele gevolgen Zeist

Per huishouden / per jaar

Alleen 3 gemeenten RMN breed 458.100 397.000 366.475

22

Bijlage 3: verwachte financiële gevolgen nascheiding Let op: onderstaande cijfers zijn algemene inschattingen die gebaseerd zijn op landelijke NVRD tabellen. Ze zijn bedoeld ter indicatie en de daadwerkelijke resultaten en kosten kunnen in de praktijk dan ook hiervan afwijken. Het zijn cijfers gebaseerd op theoretische modellen, waarbij prijsstijgingen van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke kosten.

Uitgangspunten berekening: In onderstaande tabellen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Gemeenten Baarn, IJsselstein, Soest en Zeist, het terugdraaien van de reeds in de begrotingen opgenomen maatregelen omgekeerd inzamelen , gemeenten Bunnik en Nieuwegein het stopzetten van de aparte inzameling van PMD met zakken. • Voor de verwerkingskosten is uitgegaan van het verschil tussen de voor de ingezamelde tonnen PMD ontvangen vergoeding van € 231,-- per ton, ten opzichte van de ter nascheiding aangeboden hoeveelheid restafval van € 8,90 per ton. • Voor de verwerkingskosten is tevens rekening gehouden met de extra verwerkingskosten voor de verhoogde hoeveelheid restafval. • Voor de logistiek is berekend de vrijval van de logistieke kosten voor de aparte inzameling van PMD, deze is gecorrigeerd met de extra inzet voor de inzameling van restafval. • In RMN verband bedraagt het nadeel op verwerkingskosten € 1.751.000,-- als er gekozen wordt voor nascheiding, daar tegenover staat een besparing van € 1.036.000,-- op de logistiek.

Financiële gevolgen invoeren nascheiding voor de RMN gemeenten:

Gemeente Baarn Bunnik Ijsselstein Nieuwegein Soest Zeist

Gemeente Baarn Bunnik Ijsselstein Nieuwegein Soest Zeist

Financiele gevolgen per jaar Verwerking Logistiek Saldo € -291.000 € 175.000 € -116.000 € -98.000 € 96.000 € -2.000 € -227.000 € 164.000 € -63.000 € -173.000 € 155.000 € -18.000 € -502.000 € 114.000 € -388.000 € -460.000 € 332.000 € -128.000

Financiele gevolgen per huishouden per jaar Verwerking Logistiek Saldo € -25 € 15 € -10 € -15 € 15 € € -16 € 11 € -5 € -6 € 5 € -1 € -24 € 5 € -19 € -16 € 11 € -5

23

Er van uitgaande dat met de huidige technieken 11 kilo PMD wordt nagescheiden heeft nascheiding ook nog een nadelig effect op de milieuresultaten. In onderstaande tabel is te zien wat dit per gemeenten betekent, uitgaande van dezelfde basis; • •

Gemeenten Baarn, IJsselstein, Soest en Zeist, het terugdraaien van de reeds in de begrotingen opgenomen maatregelen omgekeerd inzamelen; Gemeenten Bunnik en Nieuwegein het stopzetten van de aparte inzameling van PMD met zakken.

Milieuresultaten bij nascheiding

Na Baarn Bunnik IJsselstein Nieuwegein Soest Zeist

24

PMD in kilo per inwoner Bron Verschil 11 35 -24 11 21 -10 11 22 -11 11 12 -1 11 33 -22 11 23 -12

Bijlage 4: toelichting 4 ontwikkelingen Sinds een paar jaar wordt veel aandacht besteed aan het verminderen van restafval en het scheiden van grondstoffen bij inwoners. De Rijksoverheid heeft met het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) een belangrijke stap gezet naar de circulaire economie. Het programma bevat stevige ambities. Zo wordt van gemeenten gevraagd in 2020 nog slechts 100 kilo restafval per persoon per jaar te produceren en 75% afvalscheiding te realiseren. De doelstelling voor 2025 is om nog maar 30 kilo restafval per inwoner over te houden en 95% afvalscheiding te behalen. Het streven is in 2050 geen restafval meer te hebben. De RMN-gemeenten (Baarn, Bunnik, IJsselstein, Nieuwegein, Soest en Zeist) streven naar 75% afvalscheiding. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de doelstellingen en resultaten per gemeente. Er is een onderscheid tussen gemeenten die 75% per 2020 willen behalen en gemeenten die dat in de komende jaren willen bereiken. Met het regionale afvalplan zijn diverse mogelijkheden geboden om afvalscheiding te bevorderen. De gemeenten verschillen in volgorde en snelheid bij de uitvoering van het regionale afvalplan. Hierdoor zijn verschillen ontstaan waardoor de inzameling en aansturing van RMN niet altijd even efficiënt is.

Dat blijkt ook uit een van de conclusies uit het rekenkameronderzoek: RMN heeft hierdoor minder efficiënt, effectief en uniform kunnen opereren. Het verdient daarom aanbeveling het beleid zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Rekenkameronderzoek In september 2019 hebben de rekenkamercommissies van de gemeenten Soest, Nieuwegein, IJsselstein, Baarn en Bunnik gezamenlijk het rapport ’Functioneren en presteren van Reinigingsdienst Midden Nederland’ aan de betreffende gemeenteraden aangeboden. De hoofdconclusie is dat RMN in principe goed presteert, maar dat met name de gemeenten naar het RMN een eenduidiger beleid kunnen voeren. Dit komt het rendement van RMN en dus de gemeenten ten goede. In het Rekenkamerrapport zijn acht aanbevelingen geformuleerd. Een van de aanbevelingen uit het onderzoek heeft betrekking op de ontwikkeling van nieuw beleid voor grondstoffenmanagement ( Aanbeveling 4: nieuw regionaal afvalplan met KPI’s). Het gaat om een nieuw plan dat door alle gemeenten wordt overgenomen en waarin zoveel mogelijk harmonisatie wordt nagestreefd. Niet alle gemeenten zijn echter toe aan een nieuw plan; sommigen zijn net begonnen met omgekeerd inzamelen en willen hiermee doorgaan voordat ze een nieuw afvalplan opstellen. Andere gemeenten hebben deze vorm van inzamelen al ingevoerd en willen wél volgende stappen zetten om de hoeveelheid restafval verder te verminderen.

Een en ander maakt duidelijk dat er een gezamenlijke visie nodig is op basis waarvan RMN een meer eenduidige aansturing krijgt en daarmee efficiënter kan opereren.

25

Bijlage 5: mogelijkheden hergebruik en preventie Preventie Er zijn verschillende mogelijkheden om afval te voorkomen. Onderstaand drie voorbeelden op een rij: Deeleconomie. In een deeleconomie staat gebruik boven bezit. Bij vormen van delen zijn producten, niet in eigendom maar wel beschikbaar wanneer je ze nodig hebt. Denk aan auto delen, een gezamenlijk lidmaatschap van de bibliotheek of leasen van kleding en apparatuur. Afvalvrij. Consumenten kunnen bepaalde stromen huishoudelijk afval verminderen door voor afvalvrije varianten te kiezen. Een eigen tas meenemen naar de supermarkt bijvoorbeeld. Of kiezen voor minder verpakte producten. Op maat kopen en gebruiken. Dit betekent dat je producten koopt op basis van wat je nodig hebt. Reclames (2=1, hamsterweken, oplopende korting bij aanschaf van meerdere items) verleiden mensen vaak om meer te kopen dan eigenlijk nodig is. De vraag is met name afgestemd op een financiële prikkel (het lijkt goedkoper). Wanneer de vraag afneemt of verandert, wijzigt ook het aanbod. Uiteindelijk leidt dit tot minder en/of een bewustere consumptie. Overige Bouwstenen Stimuleren van afvalvrije artikelen en producten. Dit door aandacht te besteden aan het delen, leasen, huren van vervoersmiddelen, kleding van winkels (met een abonnement), via bv een communicatiecampagne.

Naast het stimuleren van afvalvrije varianten, kan de keuze voor afvalrijke varianten gedemotiveerd worden. Afvalvrije (zonder verpakking)/-vrije producten meer in het zicht zetten, vintage kleding stimuleren (pop-up store) en tweedehands elektronica/ vervoersmiddelen promoten. Dit in samenwerking met winkeliers en MKB. Door middel van een communicatiecampagne en/of een campagne tegen voedselverspilling worden inwoners bewust van het eigen consumentengedrag. Bekende voorbeelden hiervan zijn 100-100-100, de foodbattle en ‘Samen tegen voedselverspilling’. Invoering ja/ja sticker voor huishoudens. Gemeentelijk inkoopbeleid toetsen op duurzaamheid en waar nodig aanpassen. Bv. inkoop van minicontainers van gerecycled plastic.

Deze middelen worden overal in Nederland ingezet. De regio kan echter meer gestimuleerd worden om afval te voorkomen. Bijvoorbeeld door samen te werken met winkeliers, aan te sluiten bij (landelijke) initiatieven en hierover te communiceren. Zo creëer je meer bewustwording en kennis bij inwoners. De inzet van gemeenten op het gebied van preventie is niet vastgelegd in de zorgplicht3 en/of wet- en regelgeving. Maar de regio ziet wel dat de totale hoeveelheid afval afneemt als je inwoners stimuleert om afval te voorkomen. Vanuit dit (maatschappelijke) belang kunnen gemeenten invloed uitoefenen op het gedrag van inwoners en het voor hen makkelijker te maken om minder afval te produceren. Een formele rol in deze heeft de gemeente echter niet. Hergebruik Er zijn verschillende voorbeelden van hergebruik: • Hervullen: een lege verpakking weer vullen met het oorspronkelijke product. Voorbeelden zijn tonerhergebruik en de statiegeldfles. • Hergebruik van het gehele voorwerp: bijvoorbeeld door tweedehands verkoop in een kringloopwinkel of door het weg te geven in een weggeefwinkel. • Reconditionering: het oorspronkelijke product wordt schoongemaakt en gerepareerd waarna het weer bruikbaar is. • Retrofit: het oorspronkelijke product krijgt een update waardoor het weer bruikbaar is.

• Hergebruik van een onderdeel van een voorwerp voor een vergelijkbare toepassing in een ander apparaat of constructie. 3

Elke gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen gescheiden in te zamelen en daartoe gelegenheid te bieden aan inwoners, zie Wet Milieubeheer.

26

• •

Hergebruik van een onderdeel van een voorwerp voor een heel ander doel zonder dat het materiaal hoeft te worden omgesmolten. Herbestemming, een nieuwe functie voor een bestaand gebouw.

Aanvullende Bouwstenen Positioneren van een afgiftepunt Kringloop voor herbruikbare goederen op afvalbrengstations Bij de inzameling van grof vuil aan huis, eerst de kringloopwinkel laten inzamelen en daarna het ‘echte’ grof vuil door RMN. Het aantrekken en faciliteren van een repaircafé en kringloopwinkels/ platforms. Stimuleren van refurbished producten in plaats van nieuwe. Communicatiecampagne voor bewustwording en stimulans tweedehands producten (vintage bv). Via gremia (VNG, Rijkswaterstaat, Ministerie) invloed uitoefenen op ontwikkeling naar duurzaamheid. Stimuleren van samenwerking tussen winkeliers, bedrijven en regionale initiatieven. Aanpassen van eigen inkoopbeleid gemeente: Bij inkoop bv bij bouwprojecten en aanbestedingen eisen opnemen over hergebruikte en het oogsten van materialen (materialenpaspoort) en duurzaamheid.

Het kiezen voor de herbruikbare variant leidt tot het minste afval en is meestal de duurzaamste optie (naast afzien van de aanschaf, zie volgende paragraaf). Hergebruik levert ook een zekere milieudruk op, bijvoorbeeld doordat de herbruikbare variant regelmatig moet worden (af)gewassen. Meestal vraagt de keuze voor de herbruikbare variant een eenmalige uitgave voor de aanschaf ervan. Maar op termijn is dit goedkoper. Het hergebruiken van producten en het stimuleren van kringloop is sinds de jaren ’80 in ontwikkeling. Sinds mensen tegenwoordig meer gemotiveerd zijn om verspilling tegen te gaan, hebben kringloopwinkels en producten een hipper imago. Ook hier heeft de gemeente geen formele rol, maar hergebruik ligt wel in het verlengde van de zorgplicht.

27

College van burgemeester en wethouders en gemeenteraad Deelnemende gemeenten

Ons kenmerk: Betreft: Bijlage: Datum:

U21-029/LO regionale bestuurlijke visie op grondstoffeninzameling 1 (regionale bestuurlijke visie op grondstoffeninzameling) 4 februari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9988960/1