RIB21.067 Herijking gemeentefonds
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 25-03-2021/RIB21.067
Datum
25 maart 2021
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
402318
Uw kenmerk
Herijking gemeentefonds
Behandeld door Portefeuillehouder
Marion Hes Sander Jansen
Geachte leden van de raad, Deze raadsinformatiebrief heeft als doel u te informeren over de laatste stand van zaken omtrent de geplande herijking van het gemeentefonds door de Rijksoverheid. Achtereenvolgend wordt aandacht besteed aan de volgende onderwerpen: 1. De redenen voor een herijking en het uitgangsprincipe van de verdeling a. Waarom een herijking b. Uitgangspunten en principes bij herijking 2. Het landelijk proces van de herijking 3. De voorlopige uitkomst voor Zeist, zoals die 2 februari jl. bekend is gemaakt 4. De reflectie van Zeist op de voorstellen voor herijking. Herijking verdeling gemeentefonds gaat over een andere verdeling van het macrobudget, waarbij de totale omvang gelijk blijft. Of het gemeentefonds toereikend is voor alle gemeenten samen, of individueel per gemeente, is in het onderzoek en in de voorstellen voor de herijking niet meegenomen.
1.a Waarom een herijking? Een nieuwe verdeling is nodig omdat de huidige verdeling niet meer goed aansluit bij de kosten van gemeenten. Dit geldt vooral voor het sociaal domein. Bij de herverdeling van het gemeentefonds wordt een onderverdeling gemaakt in 3 clusters: - Klassiek Domein (Fysiek Domein: infrastructuur, milieu, onderwijs, veiligheid, bestuur, cultuur, recreatie, etc.) - Sociaal Domein (Jeugd, Wmo, Participatie en sociale basisvoorzieningen) - Vereffening algemene eigen middelen (inkomsten, zoals OZB) Bij de herverdeling van het fonds voor de klassieke taken is de focus vooral gericht op een aantal specifieke onderwerpen zoals de vaste bedragen van de G4 en de grote hoeveelheid (vaak ingewikkelde) maatstaven die gebruikt worden om het geld te verdelen. Ook heeft de Tweede Kamer een aantal moties aangenomen waar de fondsbeheerders “iets mee moesten”.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Bij de decentralisaties in het sociaal domein zijn verdeelmodellen ontwikkeld voor de verdeling van de middelen voor de nieuwe taken. Deze waren gebaseerd op ontwikkelingen vóór 2015. De beheerders van het gemeentefonds (Ministerie van BZK) hebben destijds al aangegeven dat deze verdeelmodellen zo snel mogelijk moesten worden geactualiseerd. Ook gemeenten hebben hierom meerdere malen gevraagd. Conform de Financiële-verhoudingswet uit 1997 dient in het gemeentefonds rekening te worden gehouden met algemene eigen middelen (AEM) van gemeenten uit onroerende zaakbelasting (OZB) en overige eigen middelen (OEM). De manier waarop de verdeling van het gemeentefonds rekening houdt met de verschillen in eigen inkomsten tussen gemeenten, de inkomstenverevening, is sinds 1997 niet meer geactualiseerd en inmiddels sterk verouderd. 1.b Uitgangsprincipes bij het verdelen van het gemeentefonds Uit de Financiële-verhoudingswet 1997 volgt dat de gemeentefondsuitkering zodanig over gemeenten moet zijn verdeeld dat zij daarmee in staat zijn om een gelijkwaardig voorzieningenniveau te realiseren. Het doel van de algemene uitkering is om gemeenten – gegeven hun structuurkenmerken – de mogelijkheid te geven gelijkwaardige voorzieningen aan te bieden.
De uitkering uit het gemeentefonds en de AEM van gemeenten kunnen niet los van elkaar worden beschouwd: de gemeentelijke voorzieningen worden uit algemene middelen bekostigd. Dit is de optelsom van de algemene uitkering en de AEM (afgezien van andere geldstromen). Ondanks dat de verhouding tussen de algemene uitkering en de AEM scheef is, blijft de algemene uitkering in wezen een aanvulling op de eigen inkomsten. Eigen inkomsten Om een goed beeld van een constante stroom eigen inkomsten te krijgen, wordt gerekend met een structurele capaciteit aan inkomsten en worden incidentele inkomsten buiten beschouwing gelaten. Tot de eigen inkomsten van de gemeenten wordt de capaciteit van de onroerend zaak belasting (ozb) gerekend en de capaciteit van de overige middelen zoals overige belastingen, deelnemingen etc.. Inkomsten uit grondexploitaties worden buiten beschouwing gelaten omdat deze inkomsten teveel per jaar verschillen. Voor het verevenen van de inkomsten zijn twee argumenten: A. “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten” en B. “het voorkomen van grote verschillen in voorzieningen tussen gemeenten”. De Financiële verhoudingswet gaat uit van een inkomstenverevening van 80% voor woningen en 70% voor niet-woningen. In de praktijk is de huidige verevening van de eigen inkomsten gemiddeld zo’n 60%.
De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) adviseert een verevening van 100% voor woningen en niet-woningen. In de huidige voorstellen van de herijking wordt in plaats van 100%, 90% voorgesteld zodat er in de algemene uitkering een soort buffer zit om kleine oneffenheden in het verdeelmodel op te kunnen vangen. Algemene uitkering gemeentefonds Basisvoorzieningen die niet uit de eigen inkomsten kunnen worden bekostigd, worden aangevuld vanuit het gemeentefonds. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met een aantal specifieke kenmerken van een gemeente, zoals het aantal inwoners, sociale structuur, centrumfunctie, aantal kernen etc. Voor het klassieke en sociale domein is men er in geslaagd het aantal maatstaven terug te brengen en te harmoniseren. Daarbij is goed gelet op de uitlegbaarheid, de stabiliteit, objectiviteit en vooral natuurlijk op het gewenste resultaat; een verevening die aansluit op het gelijkwaardigheidsprincipe dat elke gemeente in staat moet zijn om een bepaald niveau aan voorzieningen te kunnen realiseren. 2. Landelijk proces van de herijking De afgelopen twee jaar hebben de fondsbeheerders samen met de VNG gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Het ministerie van BZK heeft op 2 februari jl. de ROB gevraagd om advies te geven over het voorstel van de fondsbeheerders voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
Met het indienen van deze adviesaanvraag, zijn ook de voorlopige uitkomsten van de verdeling voor individuele gemeenten bekend gemaakt. Na weging van het advies van de ROB zullen de fondsbeheerders ook de VNG consulteren. Het besluit tot invoering van de nieuwe verdeling wordt door het huidige demissionaire kabinet, net als andere besluiten met betrekking tot de inrichting van de financiële verhouding, aan het nieuwe kabinet gelaten. Terwijl de ROB haar advies voorbereidt, organiseert de VNG diverse informatieve bijeenkomsten waarin BZK uitleg geeft over het verdeelvoorstel. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld voor gemeenteambtenaren en vinden online plaats. Vervolgens, wanneer de adviesaanvraag aan de ROB is afgerond, en ook de VNG om advies wordt gevraagd, zal de VNG via online bijeenkomsten gemeentebestuurders consulteren. Daarover worden gemeenten geïnformeerd in een volgende ledenbrief van de VNG. Samenvattend ziet het proces van de herijking er momenteel als volgt uit:
2 februari 2021: BZK vraagt ROB om advies: individuele gegevens gemeenten bekend maart: informatiesessies over uitkomsten herijking voor ambtenaren april: technische informatiesessies voor bestuurders eind april: advies van de ROB mei: bestuurlijke consultatie VNG juni (?): VNG advies herijking gemeentefonds ?? besluit nieuw kabinet meicirculaire 2022: bekendmaking uitkomst nieuwe verdeling 1 januari 2023 ingang nieuwe verdeling
3. De voorlopige uitkomst voor Zeist Het gepubliceerde herverdeeleffect, ten opzichte van de huidige verdeling, is onderverdeeld in herverdeeleffecten voor het klassiek domein, het sociaal domein en de herverdeeleffecten als gevolg van de verevening van AEM. Voorlopig effect voor Zeist: Effect klassiek domein Effect sociaal domein Effect verevening eigen middelen
€ 8.891.000 voordeel € 6.360.000 nadeel € 6.620.000 nadeel
Totaal effect
€ 4.089.000 nadeel
Kanttekeningen
Het onderzoek en de berekeningen zijn gebaseerd op gegevens uit 2017. Voor de VNG consultatie zullen de gegevens geactualiseerd worden. Dat heeft, in beperkte mate, invloed op het totale effect. De berekening is gebaseerd op het huidige voorstel. Naar aanleiding van de adviezen van het ROB en de VNG kunnen er nog wijzigingen plaatsvinden in het verdeelmodel.
Ingroeipad Om het verschil tussen huidig en nieuw model te overbruggen is er een ingroeipad afgesproken van 4 jaar en max € 15 per inwoner per jaar, zowel bij voordeel- als nadeelgemeenten. Voor Zeist betekent dit ongeveer € 1 mln. per jaar.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
4. Reflectie op herijking gemeentefonds vanuit Zeist Voor Zeist pakt de beoogde herijking van het gemeentefonds negatief uit. We begrijpen dat het aanpassen van de verdeling van het gemeentefonds leidt tot winnaars en verliezers. Ook erkennen we dat de beoogde herijking via en zorgvuldig proces tot stand is gekomen. We zijn het oneens met een aantal gemaakte keuzes en nemen hierover de volgende standpunten in: - Ons grootste bezwaar is in lijn met het standpunt van de VNG: “de koek moet groter”. Veel Nederlandse gemeenten zitten in financieel zwaar weer. Dit kan je alleen oplossen door meer middelen beschikbaar te stellen. We staan pas open voor een herijking van het gemeentefonds, nadat het gemeentefonds in de totale omvang wordt vergroot. Wij pleiten voor een groei van tenminste € 4 miljard. - Natuurlijk moeten gemeenten trachten om hun basisvoorzieningen op orde te krijgen, maar dit mag niet ten koste gaan van de autonomie die gemeenten als democratische entiteit genieten. Het kabinet keert geld uit aan gemeenten via het gemeentefonds, aanvullend op de maximale inkomsten die de gemeente kan genereren. Het niet maximaal benutten van mogelijke inkomsten, leidt dus tot financiële tekorten. Het kabinet ontneemt de lokale politiek een belangrijk sturingsinstrument en dat tast de eigen autonomie aan.
Deze aantasting van de bestuurlijke verhoudingen raakt zowel voor-, als nadeelgemeenten. - De beoogde herijking perkt onze autonomie behoorlijk in, doordat in de verdeelsleutel de verevening op inkomsten uit woningen flink zwaarder is gaan tellen. Wij vinden de stap om het Effect verevening eigen middelen te vergroten van (in de praktijk) 60% naar 90% veel te groot. Dit dwingt ons impliciet om onze eigen inkomstenbronnen uit te melken, wat ten koste gaat van onze lokale autonomie. Wij nemen het standpunt in dat een kleine stap van 60% naar 70% passender is. - De getrapte invoering van de herverdelingseffecten vanaf 2023 met een looptijd van 4 jaar is veel te snel. Goed voor voordeelgemeenten die snel extra middelen ontvangen, maar desastreus voor nadeelgemeenten, die moeten anticiperen. Gun ons extra tijd, zodat dit niet de verkiezingsprogramma’s voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen beïnvloedt. Bovendien, geef ons ruimte, zodat wij tijdig kunnen voorsorteren in onze meerjarenbegroting. Door rekening te houden met deze factoren, lijkt het passend om een herijking getrapt te gaan invoeren vanaf 2025. Alles overziend, kunnen wij niet instemmen met de beoogde herijking van het gemeentefonds. De inbreuk op onze autonomie is vergaand en raakt onze autonomie als democratisch verkozen bestuurslaag.
Onze standpunten zijn grotendeels in lijn met de VNG; “de koek moet eerst groter”. Wij steunen de VNG in hun keuze om arbitrage in te roepen om te komen tot een structurele oplossing voor de tekorten Jeugdzorg. Een noodgreep die nodig is, omdat het kabinet de financiële problematiek van gemeenten voor zich uit blijft schuiven. Wij trekken op met andere middelgrote gemeenten in M50-verband en zorgen dat ons geluid in Den Haag gehoord wordt. We zien dat de herijking grote nadelige gevolgen heeft voor middelgrote gemeenten in de regio. Een stevige concurrentiepositie is namelijk de kracht van middelgroot en die wordt ons ontnomen. Juist de grote stedelijke gemeenten gaan erop vooruit. Terwijl wij de regio zien we als de motor voor de grote stad en het platteland. Krachtige middelgrote gemeenten kunnen juist bijdragen aan de versterking van strategische voornemens.
Wij hopen u met bovenstaande informatie voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist