RIB21.047 Beoordeling interbestuurlijk toezicht Prov. Utrecht
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 05-03-2021/RIB21.047 Datum
5 maart 2021
Burgerservicenummer
Ons kenmerk
398923
Uw kenmerk
Bijlage(n)
1
Behandeld door
Martijn Bosma
Onderwerp
Beoordeling Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de Provincie Utrecht
Portefeuillehouder
Wethouder Jansen
Geachte leden van de raad, De provincie Utrecht houdt toezicht op verschillende taakvelden die door gemeenten worden uitgevoerd. Eén van die taakvelden betreft de werkzaamheden die we als gemeente verrichten binnen het omgevingsrecht. Ieder jaar volgt vanuit de provincie een beoordeling over de uitvoer van die taken. Er zijn drie uitkomsten mogelijk; adequaat, redelijk adequaat en niet adequaat. De provincie komt over 2019/2020 tot het volgende oordeel: - Vakgebied Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH): redelijk adequaat; - Vakgebied Ruimtelijke Ordening (RO): adequaat; - Vakgebied Monumenten/ archeologie: adequaat. De vakgebieden Ruimtelijke Ordening en Monumenten/archeologie worden al jaren als adequaat beoordeeld. Voor de VTH taken is in 2019 een verbeterslag gemaakt. Dat resulteerde in 2020 al tot een beoordeling ‘redelijk adequaat’. Die beoordeling is ook dit jaar ontvangen. De provincie ziet dat er vooruitgang is geboekt. Zo is het milieubeleid geactualiseerd en is een jaarverslag opgesteld voor RO en Bouw. Dit jaarverslag moet nog wel verder ontwikkeld worden. Overige punten waar de provincie aandacht voor vraagt: - Stel het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma voor RO en Bouw tijdig vast - Houd rekening met in het beleid opgenomen doelen.
- Maak voor het gecombineerde jaarverslag/ uitvoeringsprogramma voor de taken die de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) voor u uitvoert gebruik van de in regionaal verband ontwikkelde productbladen. - Besteed in het uitvoeringsprogramma aandacht aan de risicothema's risicovolle inrichtingen en brandveiligheid bij opslag van gevaarlijke stoffen. Met de verbeterpunten werken we verder toe naar een adequate beoordeling op het vakgebied VTH. Ten aanzien van het risicothema's ‘risicovolle inrichtingen en brandveiligheid bij opslag van gevaarlijke stoffen ‘ wordt aangegeven dat dit aandacht moet krijgen in het jaarprogramma. Dit zullen we uiteraard doen. In de praktijk krijgt dit onderdeel al aandacht door de inzet van de Veiligheidsregio Utrecht (VrU) en de Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU) op dit thema. De komende tijd werken we aan een nieuw jaarprogramma voor 2021 en zullen we een evaluatie uitvoeren op het jaarprogramma dat gold voor 2019/2020. Na vaststelling zal u dit ter informatie worden toegezonden.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zeist Postbus 513 3700 AM ZEIST
DATUM NUMMER UW E-MAIL VAN
18 januari 2021 821C700C 15 juli 2020 en 4 september 2020
UW NUMMER BIJLAGE
TEAM REFERENTIE DOORKIESNUMMER E-MAILADRES
Overzicht verbeterpunten
ONDERWERP
BEI/ IBT Omgevingsrecht Marjan Evers 06-25778983 Marjan.evers@provincie-Utrecht.nl Beoordeling Interbestuurlijk Toezicht Omgevingsrecht 2019-2020
Geacht college, In het kader van Interbestuurlijk Toezicht (IBT) heeft u ons informatie over 2019/2020 toegestuurd over de uitvoering van taken op het gebied van het omgevingsrecht. Wij beoordelen de prestaties van gemeenten als ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’. Bij het uitvoeren van ons toezicht hanteren wij de interventieladder die landelijk tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken. Een toelichting op deze ladder is te vinden op onze website www.provincie-utrecht.nl/werkwijze-ibt. Ons oordeel over uw taakuitoefening van de verschillende onderdelen van het omgevingsrecht luidt als volgt: Vakgebied Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH): redelijk adequaat; Vakgebied Ruimtelijke Ordening (RO): adequaat; Vakgebied Monumenten/ archeologie: adequaat. Hieronder leest u per deelterrein een toelichting op deze beoordeling. Bevindingen en beoordeling VTH De beoordeling heeft betrekking op 2019 en deels op 2020 (de uitvoeringsprogramma’s VTH). Bij de beoordeling van uw VTH-taken toetsen wij of u de processen bij deze taken volgens de wettelijke vereisten (BIG-8 cyclus) hebt ingericht. Wij toetsen of wordt voldaan aan de eisen die zijn vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (hoofdstuk 5), het Besluit omgevingsrecht (Bor) (hoofdstuk 7) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) (hoofdstuk 10).
Op 9 december 2020 hebben onze toezichthouders – aan de hand van een op 3 december 2020 per mail toegezonden conceptbeoordeling – op ambtelijk niveau een verificatiegesprek gevoerd met uw coördinator VTH/ handhavingsjurist. Onderstaande beoordeling komt grotendeels overeen met de toegezonden concept beoordeling. Wij beoordelen uw taakuitvoering van de wettelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor VTH omgevingsrecht als redelijk adequaat. Dit betekent dat u deels voldoet aan de wettelijke vereisten. Uw gemeente heeft in vergelijking met de vorige beoordeling vooruitgang geboekt; een aantal van de in de vorige toezichtbrief vermelde
College van Gedeputeerde Staten Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111
verbeterpunten is opgepakt. Zo is het milieubeleid geactualiseerd en is een jaarverslag opgesteld voor RO en Bouw. Dit jaarverslag moet nog wel verder ontwikkeld worden. Het bevat nu een beperkte evaluatie van het uitvoeringsprogramma, onder meer veroorzaakt door het ontbreken van een betrouwbaar overzicht van de relevante sturingsdata. Tijdens het verificatiegesprek is door uw gemeente meegedeeld dat begin 2021 voor VTH wordt overgegaan op nieuwe software, zodat betrouwbare monitoringsgegevens kunnen worden opgehaald. De geconstateerde verbeterpunten zijn vermeld in de bij deze brief gevoegde bijlage. Voor de komende periode is vooral van belang dat het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma voor RO en Bouw tijdig worden vastgesteld en dat in deze documenten rekening wordt gehouden met in het beleid opgenomen doelen. Maak voor het gecombineerde jaarverslag/ uitvoeringsprogramma voor de taken die de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) voor u uitvoert gebruik van de in regionaal verband ontwikkelde productbladen.
Wabo risicothema’s Met betrekking tot de uitvoering van toezicht en handhaving op de risicothema's (asbest, bodem (Besluit bodemkwaliteit), brandveiligheid bij de opslag van gevaarlijke stoffen, risicovolle inrichtingen, constructieve veiligheid, brandveiligheid BWT en handhaving bestemmingsplannen) hebben wij getoetst of de risicothema’s voldoende zijn behandeld in de risicoanalyses en de uitvoeringsprogramma’s 2020. Wij hebben het volgende verbeterpunt geconstateerd: besteed in het uitvoeringsprogramma aandacht aan de risicothema's risicovolle inrichtingen en brandveiligheid bij opslag van gevaarlijke stoffen. Bevindingen en beoordeling Ruimtelijke Ordening De beoordeling van de taakuitvoering Ruimtelijke Ordening is voornamelijk gericht op de actualiteit en gebiedsdekkendheid van bestemmingsplannen en het voldoende verwerken in deze plannen van wettelijke normen en eisen. Wij beoordelen de uitvoering van het taakveld Ruimtelijk Ordening als adequaat. Uw gemeente heeft een duidelijke en complete lijst van de in 2019 genomen ruimtelijke besluiten en de aspecten en overwegingen die daarbij een rol hebben gespeeld verstrekt. Er zijn geen achterstanden ten aanzien van de actualiteit van bestemmingsplannen en uw gemeente geeft aan zich actief voor te bereiden op de Omgevingswet.
Bevindingen en beoordeling Monumenten en Archeologie De beoordeling van de taakuitvoering Monumenten en Archeologie is voornamelijk gericht op adequate vergunningverlening en handhaving, de behartiging van het erfgoedbelang in bestemmingsplannen, het goed functioneren van monumentencommissies en de advisering in het kader van de archeologische monumentenzorg. Wij hebben bij deze beoordeling voor het onderdeel archeologie – met name omdat dit onderdeel bij vrijwel alle gemeenten als adequaat is beoordeeld- een quickscan toegepast. Wij beoordelen de uitvoering van het taakveld Monumenten en Archeologie over 2019 als adequaat. Wij baseren dit oordeel op toezichtinformatie die op 9 juli 2020 is ingediend en op de voorgaande beoordelingen over 2017 en 2018. Uit de door u ingediende toezichtinformatie blijkt dat bij planologische besluiten rekening is gehouden met archeologische waarden. Archeologie maakt structureel deel uit van de vergunningsprocedure. Bij omgevingsvergunningen voor Rijksmonumenten is advies gevraagd aan de Monumentencommissie. Tot slot Hiermee is deze toetsingsronde afgerond. We vertrouwen erop dat u de verbeterpunten doorvoert. In de tweede helft van 2021 beoordelen wij de uitvoering van de taken op het gebied van het omgevingsrecht opnieuw. De volledige toezichtinformatie over de periode 2020/2021 ontvangen wij graag uiterlijk 15 juli 2021 van u.
Wij verzoeken u om in deze informatie ook te vermelden welke acties u heeft ondernomen naar aanleiding van de genoemde verbeterpunten. Naast de toezichtinformatie over de uitvoering van het omgevingsrecht, toetsen wij ook uw taakuitvoering op de terreinen informatiebeheer, huisvesting vergunninghouders en financiën. Vanwege een ander beoordelingsritme door wettelijke bepalingen, ontvangt u hiervan op een ander tijdstip onze toezichtbrieven.
2
Een afschrift van deze brief sturen wij ter kennisgeving aan uw gemeenteraad. Wij publiceren de resultaten van ons toezicht op de interactieve IBT-kaart. Zie daarvoor www.provincieutrecht.nl/interbestuurlijktoezicht. Deze brief wordt via deze kaart ook toegankelijk. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen,
A.J. Schaddelee Gedeputeerde Mobiliteit, Recreatie en Toerisme, Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, Communicatie en Participatie
3
Overzicht verbeterpunten Rapportage en evaluatie: 1. Stel het jaarverslag voor RO en Bouw tijdig vast en evalueer hierin in hoeverre de uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de in het beleid gestelde doelen. 2. Voer periodiek een rapportage uit ten aanzien van het toezicht- en handhavingsbeleid over RO, Bouw en Milieu, laat dit vaststellen door uw college en stuur dit ter informatie aan de gemeenteraad. Toelichting: In het nieuwe Milieubeleid ontbreekt een op Zeist toegespitste evaluatie van het voorgaande Milieubeleid. Voor RO en BWT is dit aandachtspunt voor de nabije toekomst, omdat u nieuw beleid hebt vastgesteld in juni 2019, waarin slechts een summiere terugblik op de voorgaande beleidsperiode is opgenomen. Een periodieke evaluatie van het beleid kan ook jaarlijks als paragraaf worden opgenomen in het jaarverslag. Op deze wijze ontsnapt de beleidsevaluatie niet aan de aandacht. Strategisch Beleid 3. Stel uniform VTH-beleid vast voor de basistaken (inclusief een analyse van problemen en een prioritering) op minimaal het schaalniveau van de ODRU. Toelichting: in regionaal verband wordt gewerkt aan de totstandkoming van het uniforme beleid voor de basistaken. Dit blijft een punt van aandacht in 2021. 4. Werk de in het beleid voor RO, Milieu en Bouw opgenomen doelen zodanig uit dat deze meetbaar zijn.
Toelichting: De in het beleid opgenomen doelen zijn onvoldoende meetbaar. Op bijvoorbeeld pagina 6 van het beleid zijn als doelen vermeld het op niveau blijven of verbetering van de kwaliteit van de (fysieke) leefomgeving en het op niveau blijven of verbetering van het naleefgedrag van inwoners/ ondernemers. Een nulmeting is echter niet vermeld. 5. Maak in het beleid inzichtelijk op welke wijze uw college het beleid heeft afgestemd met de andere betrokken bestuursorganen en de organen van strafrechtelijke handhaving. Toelichting: dit is niet inzichtelijk in het nieuwe beleid voor RO, Bouw en Milieu. Programma en organisatie 6. Stel de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s voor RO en Bouw tijdig (voor het begin van het nieuwe jaar of uiterlijk in januari/ februari van het nieuwe jaar) vast en maak deze bekend aan de gemeenteraad. Stel de uitvoeringsprogramma’s telkens voor de duur van één jaar vast, zoals wettelijk is voorgeschreven; 7. Maak voor het uitvoeringsprogramma voor de taken die door de ODRU worden uitgevoerd gebruik van de in regionaal verband ontwikkelde productbladen; 8. Maak de personele en financiële middelen die nodig zijn voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten inzichtelijk en waarborg deze in de begroting.
Toelichting: Het alleen inzicht geven in de beschikbare personele en financiële middelen is onvoldoende, er moet ook inzicht worden gegeven in de benodigde middelen. 9. Stem het uitvoeringsprogramma af met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met strafrechtelijke handhaving. Voorbereiding, Uitvoering en Monitoring 10. Zorg dat de resultaten en voortgang van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en het bereiken van de gestelde doelen wordt gemonitord. Toelichting: richt het zaaksysteem zodanig in dat daaruit de voor de evaluatie benodigde monitoringsgegevens kunnen worden opgehaald.
4