CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.032 Kadernota 2021 RDWI

Overige evenementen 4 maart 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Openbare informatiebijeenkomst over raadsinformatiebrief RIB21.032 Kadernota 2021 RDWI6.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Aan de gemeenteraad

Ontv. Griffie 10-02-2021/RIB21.032

Datum

10 februari 2021

Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp

Ons kenmerk

397359

Uw kenmerk

3 Kadernota 2021 Regionale Dienst Werk& Inkomen (RDWI)

Behandeld door

Arno Klarenbeek

Portefeuillehouder

Marcel Fluitman

Geachte leden van de raad, Begin januari 2021 hebben wij van het bestuur van de Regionale Dienst Werk& Inkomen (RDWI) de kadernota 2022 ontvangen. De kadernota is geplaatst op de postlijst van de raadsvergadering van uw gemeenteraad van 16 februari aanstaande, poststuknummer PR21.031 met als behandel advies afdoening burgemeester en wethouders. In het per 1 april 2019 van kracht zijnde delegatiebesluit (19RAAD012) met delegatie van taken van u aan ons college is t.a.v. het naar voren brengen van zienswijzen op een kadernota als bedoeld in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaald, dat wij u gelegenheid geven wensen en bedenkingen kenbaar te maken over de voorgenomen zienswijze op een kadernota. Hieraan wordt d.m.v. deze brief met bijlagen, bestaande uit de kadernota 2022, ons collegevoorstel/-besluit d.d. 9 februari 2021 en onze –concept- zienswijze aan de RDWI, voldaan. Deze brief met bijlagen is toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken voor uw vergadering van 16 februari. U bent tot en met vrijdag 26 februari in de gelegenheid eventuele wensen of bedenkingen kenbaar te maken. Dit kunt u ook doen tijdens de behandeling van de postlijst van de raad. Wanneer u vragen of opmerkingen over de kadernota en de zienswijze heeft kunt u zich ook in verbinding stellen met uw raadsrapporteurs RDWI, Jos van Loozenoord en/of Jeroen van den Heuvel.

Uiterlijk 10 maart 2021 dienen wij de zienswijze in. Op 25 maart stelt het Algemeen Bestuur van de RDWI de kadernota 2022 definitief vast. De kadernota is de onderlegger voor de ontwerp-begroting 2022. Het opstellen en beoordelen van de Kadernota 2022 vindt onder een zeer onzeker economisch en maatschappelijk gesternte plaats. Wij zijn ons hier met de RDWI terdege van bewust. Wij kunnen ons met die kanttekening ook vinden in de verschillende aannames zoals in de kadernota gedaan. Daarnaast merken wij op dat de kadernota nog gebaseerd is op de bestaande afspraken risicoverdeling BUIG, maar gaan wij er van uit dat de ontwerp-begroting 2022 gebaseerd zal zijn op een evenwichtigere risicoverdeling zoals in een voorliggende wijziging van de afspraken is voorzien (zie 21RV010). Ook werken de deelnemers aan een evenwichtigere verdeling van de kosten van de uitvoering van de reintegratietaak binnen de RDWI. Deze afspraken zijn niet voor het opstellen van de ontwerp-begroting 2022

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

rond, maar dit zal wel voor het exploitatiejaar 2022 zijn beslag gaan krijgen. In de zienswijze hebben wij opgenomen er van uit te gaan dat dit t.z.t. dan tot bijstelling van de begroting 2022 zal leiden. Gezien de verre gaande voorbereiding van de Wet inburgering heeft het ons verbaasd nog geen financiële effecten van die wet in de kadernota 2022 terug te kunnen vinden. Wij gaan er van uit dat dit voor de ontwerpbegroting 2022 wel het geval zal zijn en wij door de RDWI in staat worden gesteld dit aspect in onze eigen voorjaarsnota /kadernota 2022 mee te kunnen nemen. Naast de hiervoor genoemde onderwerpen gaan we in de bijgevoegde zienswijze op een aantal andere onderwerpen in, zoals positie en inzet in de arbeidsmarkt regio, de Biga Groep, de schulddienstverlening en de kinderopvangtoeslag affaire. Daarnaast vragen we aandacht in al het handelen van de RDWI voor de menselijke maat en de klant centraal om te voorkomen dat mensen door systemen in de knel komen. Het is fijn in 2020 te hebben kunnen ervaren dat de basis die er voor de RDWI organisatie is gelegd goed is, ook in tijden van crisis. Neemt niet weg dat wij met het oog op de mogelijk doorschuivende negatieve effecten van de crisis het van belang achten dat de RDWI voor incidentele stijging van de apparaatskosten zelf meer dekkingsmiddelen, via het weerstandsvermogen, ter beschikking heeft.

Wij zetten ons er daarom voor in bij de bestemming van het positieve resultaat apparaatskosten 2020 een deel daarvan toe te laten vloeien naar het weerstandsvermogen van de RDWI. Zie onze zienswijze. Zoals gesteld is de Kadernota 2022 een opmaat naar de ontwerp-begroting 2022 die we voor 15 april van de RDWI ontvangen, maar is deze onder een onzeker gesternte en wat betreft de risicodeling Buig nog op oude afspraken gebaseerd. Over die ontwerp-begroting worden we wederom in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. We zijn dan weer wat verder in de tijd en hebben dan waarschijnlijk meer inzichten in de effecten en voortgang van de coronacrisis en de Rijksmaatregelen. Er is dan ook zicht op de uitwerking van de hernieuwde afspraken met Biga Groep, op de omvang van het Zeister bestand gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire en kunnen wij u informeren over onze aanpak van dit dossier. Ook is de per 1 februari jl. gestarte nieuwe directeur RDWI dan een paar maanden op weg en ligt de jaarrekening 2020 met de resultaten 2020 er. Een mooi moment om samen met de RDWI en elkaar terug- en vooruit te blikken op al het werk rond en met de RDWI. Wij laten hiervoor in de periode midden april – midden mei door uw griffie een themabijeenkomst Samenleving “voortgang werkzaamheden RDWI” in uw agenda reserveren. Op de voorbereiding betrekken wij uw raadsrapporteurs.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Zonder tegenbericht zenden wij de zienswijze mede namens uw raad naar de besturen van de RDWI.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twitter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Algemeen en Dagelijks Bestuur RDWI Postbus 13 3700 AA ZEIST.

Datum

11 februari 2021

Ons kenmerk

397359 - 460375

Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp

Behandeld door

S&B/B&A

Kadernota 2022

Geacht bestuur,

Wij danken u voor de toezending van de concept Kadernota RDWI 2022. Met deze brief maken wij de zienswijze, namens onze gemeenteraad, aan u kenbaar. Wij beseffen ons dat de gevolgen van de corona uitbraak een na-ijleffect hebben in 2022 en een vooruitblik onzeker en complex maken. Daarmee houden wij rekening in onze zienswijze. Wij spreken onze waardering uit voor de snelle en accurate wijze van handel tijdens de coronacrisis. Het is fijn te ervaren dat het uitgevoerde verbeterplan ‘ De RSD maakt stappen’ een steviger basis biedt, ook in tijden van crisis. Algemeen: In de Kadernota’s van 2017 tot en met 2022 is voortgeborduurd op de strategische kaders Participatiewet van de KRH-regio gemeenten. Op dit moment is de nadere uitwerking van de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023 ter besluitvorming voorgelegd aan de raden van de gemeenten. Dit leidt tot herziening van de afspraken regionale risicoverdeling BUIG. Wij gaan er van uit dat de ontwerp-begroting 2022 hierop gebaseerd zal zijn. Indicatoren: In uw kadernota geeft u aan dat de financiële kaders en de beleidsdoelen in concrete en meetbare doelstellingen worden verwerkt. Graag worden wij als gemeente(n) hierbij aan de voorkant betrokken, zodat er een gezamenlijke set van afspraken komt in de begroting 2022.

Onze wens is ook dat deze voor wat betreft de apparaatskosten per product en per deelnemer inzichtelijk worden gemaakt. Financiële onzekerheden: Gezien de economisch onzekere- en onvoorspelbare tijd begrijpen we de complexiteit van het maken van prognoses. De verwachte kosten zijn relatief laag geprognosticeerd. Wij vertrouwen erop dat u ons tijdig en goed zult informeren over de voortgang via de reguliere P&C-cyclus en de going concern rapportages en we waar nodig met elkaar het gesprek zullen hebben over voorstellen tot bijsturing.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

Benchmark: De huidige situatie van de coronacrisis geeft aanleiding tot veel onzekerheid over de raming van de financiële kaders voor 2022 en de Meerjarenraming 2023-2025. De verwachting is dat de economie krimpt en slechts deels zal herstellen in 2021. Hierdoor kan de werkloosheid oplopen in 2022 en in de jaren erna. Dat veroorzaakt een somber beeld voor de raming BUIG. Als de steunmaatregelen vanuit het Rijk stoppen is het te verwachten, dat er een negatieve ontwikkeling zal plaatsvinden op het aantal bijstandspartijen en daarmee op het BUIG budget. Ondanks de onzekere situatie verwacht u dat de groei gelijke tred blijft houden met het landelijk gemiddelde, waardoor de deelnemers RDWI volledig door het Rijk voor de ontwikkelingen op het BUIG-budget worden gecompenseerd. Graag zien wij deze aannames afgezet tegen de aannames die vergelijkbare uitvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke regelingen hanteren. Moeten we niet voorzichtiger acteren en niet al vast meer voorsorteren op een negatiever scenario? In dat licht melden wij al vast dat wij graag zien dat bij de bestemming van het overschot apparaatskosten bij de jaarrekening 2020 geld toegevoegd wordt aan het weerstandsvermogen RDWI.

Dit om zo nodig in 2022 voor incidentele stijging van de apparaatskosten Inkomen, Schuldhulpverlening en Re-integratie binnen de RDWI zelf voldoende financiële middelen achter de hand te hebben. Wij creëren daarmee dan ook financieel de ruimte om in overleg met de deelnemers tijdig op te kunnen schalen in het belang van de dienstverlening voor onze cliënten en inwoners. Daarbij gaan wij uit van tijdige verwerking en besluitvorming via de P&C documenten en het voorkomen van extra bureaucratie voor financiële ondersteuning door de deelnemers. BBZ: Wij begrijpen dat een inschatting op de omvang van de vraag naar middelen BBZ lastig te maken is, maar worden wel graag op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in 2021 en 2022 en zo nodig betrokken bij bijsturing op dit thema omdat de risico’s hiervan ons direct raken. Ondersteuning zelfstandigen: Onder het kopje passende ondersteuning meldt u o.a. een ondernemersteam te hebben ingericht om de vanaf medio 2021 te verwachten instroom van (ex)zelfstandigen adequaat te kunnen begeleiden. Met u zien wij deze in omvang toenemende (nieuwe) doelgroep waarvoor een passend en op maat gesneden inzet meer dan gerechtvaardigd is. Lokale verbintenis- samenwerking: Met interesse lezen wij uw doelstelling tot meer integraal werken.

Wij kijken positief aan tegen deze doelstelling en rekenen op een intensievere, gelijkwaardige samenwerking met onze lokale partners . Het aankomende wetsvoorstel ‘Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ waarbij meer mogelijk wordt rondom gegevensuitwisseling zien wij als een helpende factor. In datzelfde licht zien wij de mogelijkheden om de lokale en regionale samenwerking voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (groep 3) te verbeteren en te versterken. Dit is ook onderdeel van de uitwerking van de Strategische Kaders. Wij worden graag op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Wij zien deze integrale samenwerking ook graag voor wat betreft het verhelpen van de gevolgen en effecten voor onze inwoners die de dupe zijn geworden van de kinderopvangtoeslag affaire waarover de VNG met de belastingdienst afspraken aan het maken zijn voor de betekenis en taak van gemeenten op dit dossier. Via onze ambtenaren komen we daarover bij u op terug. Wij verwachten dat dit dossier in 2021 en 2022 de nodige inzet van onze organisaties en het netwerk zal gaan vergen en rekenen op een goede samenwerking op dit vlak. Steunmaatregelen Rijk en arbeidsmarktregio: In uw kadernota gaat u hier kort op in. Wij zien hier een belangrijke uitdaging en kans in het belang van onze cliënten, inwoners bedrijven en instellingen.

U geeft aan dat ingezet wordt op (om)scholing naar kansrijke beroepen/sectoren (zorg en logistiek). Wij ondersteunen dit. U meldt de inrichting van regionale mobiliteitsteams en extra financieringsstromen. Wij gaan er van uit dat u zich in 2021 een goede positie verwerft binnen de arbeidsmarktregio, zodat onze klanten en werkzoekenden daarvan de vruchten kunnen plukken.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

3

Focus hoort daarbij wat ons betreft te liggen op het zoveel mogelijk benutten van de extra Rijksmiddelen voor de doelgroepen en het zo min mogelijk opgaan van die middelen aan proces, structuur en/of bureaucratie. U geeft aan oog te zullen moeten blijven houden voor balans tussen bovenregionale inzet voor grotere werkgevers en de aansluiting bij het lokale MKB. Wij ondersteunen u hier in en gaan er van uit in 2021 door u goed op de hoogte te worden gehouden van uw inzet, de ontwikkelingen en de bereikte resultaten en zo nodig daar over met elkaar het gesprek te kunnen voeren. Re-integratiemiddelen: Ook hier gaat u terecht nog uit van de bestaande afspraken. Door de deelnemers RDWI wordt gewerkt aan een evenwichtiger verdeling van de kosten en nieuwe afspraken. Door het verkrijgen van meer inzicht in de kostenstructuur van re-integratie en van de apparaatskosten, wordt het te verkrijgen draagvlak in de gezamenlijke opgave versterkt. Van uw waarschuwing dat een wijziging van de afspraken leidt tot minder effectiviteit vanwege budgettaire redenen, nemen wij kennis. Dit is naar onze mening ook afhankelijk van de keuze(s), die lokale besturen maken over de omvang van de re-integratie dienstverlening voor de inwoners en welke financieel budget de gemeente daarvoor wenst te bestemmen.

Wij verwachten overigens geen duidelijkheid hierover voor de ontwerp-begroting 2022, maar gaan er wel vanuit dat de effecten daarna tussentijds via een begrotingswijziging voor 2022 worden verwerkt in

BIGA als partner in de regio: Wij hechten zeer veel belang aan goede en gelijkwaardige samenwerking met deze partner en gaan er van uit dat de mogelijkheden en expertise die de BIGA groep biedt voor onze inwoners en cliënten zoveel mogelijk worden benut, ook ter vermindering van de effecten van de corona crisis. Uw constatering dat de Biga Groep een belangrijke werkgever is voor mensen met een arbeidsbeperking en een partner in re-integratie ondersteunen wij dus van harte. Wij zijn benieuwd naar de voortgang op de uitwerking van de samenwerking.

Wet inburgering: De wet Inburgering is wederom uitgesteld. Dit heeft tot gevolg dat u in uw Kadernota niet heeft opgenomen wat de benodigde middelen hiervoor zijn. Op grond van de vergevorderde voorbereiding heeft ons dit oprecht verbaasd. Wij gaan er van uit dat de ontwerp-begroting 2022 ons het inzicht biedt dat we nodig hebben voor onze eigen kadernota’s en begrotingen 2022 voor deze taak. Daarvoor geven wij u mee dat het budget dat de deelnemers via het Gemeentefonds voor deze taak van het Rijk ontvangen naast de kosten voor uw organisatie ook bestemd is voor de kosten van de andere betrokken uitvoerende partijen zoals Vluchtelingenwerk, de lokale sociale teams en de gemeente(n) zelf. Het budget valt daarmee dus niet 1 op 1 voor de RDWI te alloceren. Wij verwachten dan ook een transparante begroting voor deze activiteit, gebaseerd op te verwachten kosten. Wij verzoeken u dit zo snel als mogelijk ambtelijk kort te sluiten, zodat de deelnemers dit nog tijdig in hun eigen kadernota’s kunnen verwerken.

Kinderopvang: Er blijft een toenemende vraag c.q. gebruik en daarmee stijging van het budget, ook in 2022, maar deze vlakt nu wat af t.o.v.de achterliggende jaren is de verwachting. Conform onze eerder uitgesproken wens wordt er nu realistisch begroot. Het budget stijgt naar €316K. Bekendheid van de regeling en gebruik door de doelgroep zijn fors gestegen. In die zin is de maatregel een succes. Door middel van sturen op de duur van indicaties en omvang van het aantal uren wordt er op ingezet binnen het financiële kader te blijven. Wat ons betreft geldt ook hier dat het belang van de inwoner/cliënt daarbij voorop hoort te blijven staan.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

4

Risico’s: U benoemt de economische onzekerheid na de COVID 19 crisis, de kredietverlening BBZ (moeilijkheden terugbetaling verleende kredieten), de terugvordering Tozo regelingen, de onzekere omvang toename inwoners met schulden en de wijziging verdeling financiën strategische kaders. Voor deze Kadernota zijn wij tevreden met het geboden inzicht op de ontwikkelingen voor 2022 in het besef dat de risico’s in de ontwerp-begroting 2022 verder worden geactualiseerd en toegelicht. Zoals hiervoor aangegeven zijn wij met het oog op deze risico’s voorstander van verhoging van het weerstandsvermogen voor mogelijke incidentele stijging van de apparaatskosten in 2022.Wij geven u in overweging bij de bestemming van het resultaat jaarrekening 2020 daar een voorstel voor te doen. Ten slotte: Het is een turbulente, onzekere tijd als gevolg van de coronacrisis. Deze raakt ook de verhouding overheid – maatschappij. De ontwikkelingen en uitkomsten in de kinderopvangtoeslagaffaire heeft dit nog versterkt. Dit maakt dat het werk van een uitvoeringsorganisatie als de uwe onder een maatschappelijk en politiek vergroot glas ligt (zie ook Wijdemeren). Wij hechten in de uitvoering belang aan begrippen als “de klant centraal” en “de menselijke maat”. Gun daarom bij twijfel in de uitvoering of onduidelijkheid in de regels het voordeel aan de klant/inwoner.

Durf in het belang van hen pro actief te zijn en maatwerk oplossingen te bieden. Uw signaal en afstemming over invordering belastingen ten lasten van Tozo uitkeringen hebben wij gewaardeerd. Op die manier voorkomen we gezamenlijk dat inwoners bekneld raken door automatismen in systemen zonder dat we ons daar bewust van zijn. Door elkaar op te blijven zoeken in het hele netwerk rond de klanten en vanuit de menselijke maat elkaar positief kritisch te bejegenen bereiken we het beste voor onze inwoners en doen we samen het goede voor de maatschappij.

Uw reactie naar aanleiding van deze zienswijze en de verwerking ervan in uw ontwerp-begroting 2022 zien wij met interesse tegemoet.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

Dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

COLLEGEVOORSTEL

Portefeuillehouder Wethouder Fluitman Secretaris

Burgemeester

Datum B&W-vergadering 9 februari 2021 Wethouder

Wethouder

Wethouder

Wethouder

Akkoord Bespreken Afd./Team Opsteller Telefoon Datum Stuknummer Uiterste datum

Financien, Samen Leven, S&B ONDERWERP E. Kramer, J.S. Eilander, A. Klarenbeek +31652405850 Kadernota 2022 Regionale Dienst Werk & Inkomen (RDWI) 26 januari 2021 397359 9 februari 2021

AKKOORD

paraaf

datum

BESLUIT

Raad Deponeren archief

DATUM

par

Datum Datum

INHOUD (bij beknopte toelichting de volledige tekst, anders publieksgerichte samenvatting) Begin januari hebben wij de kadernota 2022 van de RDWI ontvangen. In de nota gaat het bestuur van de RDWI in op de ontwikkelingen voor de komende jaren, de impact voor de organisatie RDWI en de daarmee samenhangende financiële kaders. Deze bepalen de richting voor de nog op te stellen ontwerp-begroting 2022 die voor 15 april aan de deelnemers om een reactie moet worden toegestuurd. Terecht signaleert de RDWI in de inleiding dat als gevolg van het COVI-19 virus er veel onzekerheid is rond omvang van de taken en de effecten van de Rijksmaatregelen. Uitgangspunt is een consistente lijn voor de dienstverlening. RDWI verwacht een geleidelijke stijging van het aantal klanten in de bijstand, instroom vanuit (voormalige) ondernemers, nieuwe taken op het terrein van inburgering en toename van schuldenproblematiek. De organisatie verwacht wel e.e.a. binnen de kaders van de kadernota op te kunnen vangen. De RDWI heeft ons in de gelegenheid gesteld om voor 11 maart aanstaande een zienswijze bij het Algemeen Bestuur van de RDWI in te dienen. Het Algemeen Bestuur zal de kadernota op 25 maart 2021 ter vaststelling behandelen. VOORGESTELD WORDT 1. De bijgevoegde zienswijze als reactie op de kadernota 2022 van de RDWI in concept vast te stellen. 2.

Op grond van het delegatiebesluit de in concept vastgestelde zienswijze met toepassing van de voorhangprocedure Gemeentewet door middel van bijgevoegde concept raadsinformatiebrief toe te sturen aan de gemeenteraad en deze gedurende twee weken gelegenheid te bieden om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 3. De zienswijze onder voorbehoud van eventuele wensen en bedenkingen gemeenteraad uiterlijk 1 maart 2021 toe te sturen aan de RDWI.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 2

ONDERWERP Kadernota 2022 Regionale Dienst Werk & Inkomen (RDWI) VOORSTEL 1. De bijgevoegde zienswijze als reactie op de kadernota 2022 van de RDWI in concept vast te stellen. 2. Op grond van het delegatiebesluit de in concept vastgestelde zienswijze met toepassing van de voorhangprocedure Gemeentewet door middel van bijgevoegde concept raadsinformatiebrief toe te sturen aan de gemeenteraad en deze gedurende twee weken gelegenheid te bieden om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. 3. De zienswijze onder voorbehoud van eventuele wensen en bedenkingen gemeenteraad uiterlijk 1 maart 2021 toe te sturen aan de RDWI.

INLEIDING De vooruitzichten voor 2022 zijn onzeker. Hoe lang gaat de Corona pandemie nog duren en wordt de pandemie halverwege dan wel eind 2021 daadwerkelijk een halt toegeroepen? Hoe gaat het met het herstel van de economie en de daar aan gerelateerde arbeidsmarkt? Hoeveel mensen komen er extra in de bijstand en bij de schuldhulpverlening? Allemaal vragen waarop het geven van een antwoord met grote onzekerheden gepaard gaat. Daarnaast zal ook de kinderopvangtoeslag affaire waarschijnlijk ook in 2022 nog impact hebben op het werk van de RDWI en staan 2021 en 2022 in het teken van invoering van nieuwe wetgeving op het vlak van Schuldhulpverlening en Inburgering. Het is op dit moment dus best nog koffiedik kijken wat dit betekent voor het werk en de daarmee samenhangende kosten voor de RDWI. . Fijn om te zien dat de RDWI optimistisch is en het vertrouwen heeft dat de neergezette organisatorische basis het werk in 2022 binnen de kaders uit zal kunnen voeren. Dat stemt op zich hoopvol, maar we zijn ons er terdege van bewust dat de onzekere impact en gevolgen ook groter kunnen zijn dan waarmee nu is gerekend. Om die reden zullen wij met de RDWI de ontwikkelingen bij de reguliere rapportages monitoren en zo nodig aandringen op maatregelen en bijstelling van de kaders c.q. uitgangspunten en begrotingen bij de diverse P&C momenten in 2021 en 2022.

Daarbij staat voor ons voorop dat in de uitvoering de positie en het belang van de klanten, of het nu op het dossiers van Inkomen, Werk/Re-integratie, Schulden of Inburgering is, centraal hoort te blijven staan en niet de budgettaire kaders. Wij zullen u en de raad hier periodiek op aangesloten houden. De kadernota is een helder stuk, goed ingedeeld en goed leesbaar. Het is compact en bevat een goede verbinding naar andere beleidsstukken op het terrein van Werk & Inkomen en eerdere P&C stukken en de risico’s worden goed benoemd. In de inleiding zijn de belangrijkste financiële ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2022 benoemd, te weten: 

 

De toename van het klantenbestand (gebaseerd op aannames CPB) leidt tot een stijging op de kosten voor de uitkeringen BUIG. Maar verwachting is dat de toename binnen de RDWI gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, wordt de stijging van de lasten gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. Het kabinet heeft daarnaast voor de komende jaren dit budget verhoogd. Daarom gaat de RDWI er vanuit dat het resultaat op de BUIG voor gemeenten neutraal zal zijn. Ook bij de inkomensvoorzieningen, zoals de individuele inkomenstoeslagen, is rekening gehouden met een lichte stijging. Het financieel effect van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering in 2022, is nog niet verwerkt. Het is nog niet duidelijk wat het effect is voor de financiering. Omdat de voortzetting van de intensieve aanpak van nieuwkomers samenhangt met de invoering van de nieuwe wet is voor deze dienstverlening ook geen mutatie doorgevoerd.

COLLEGEVOORSTEL 

BLZ: 3

De verwachte stijging van het klantenbestand blijft binnen de afgesproken bandbreedte, waardoor de formatie ongewijzigd blijft. Voor de apparaatskosten is daarom alleen rekening gehouden met de gebruikelijke indexaties.

In hoofdstuk 2 van de kadernota zijn de relevante ontwikkelingen, thema’s voor 2022 beschreven. Daaruit onderstaand een paar highlights: Klantenbestand: Voor het klantenbestand voorziet de RDWI op basis van landelijke prognoses (CPB)in 2021 en 2022 een stijging van het volume aan bijstandsklanten in 2021 5% en 2022 5,95%. De ontwikkeling per jaareinde ziet er dan als volgt uit: Jaar 2020: 2021: 2022:

aantal bijstandsklanten 2.900 3.045 3.226

Verwachting is dat deze groei gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling en de deelnemers voor BUIG voor de groei dekkend worden gecompenseerd door het Rijk. Overigens ziet de RDWI binnen de groei van het bestand een toename van zelfstandigen en ondernemers (sinds 2020 in het gebundeld budget)en ook een groei van het aantal klanten met een arbeidsbeperking van 600 in 2020 tot 750 in 2021 en 800 tot 900 in 2022. Wij ondersteunen de RDWI in deze aannames/prognoses in het bewustzijn dat de realisatie mede bepaald blijft worden door de onzekere lengte van de corona pandemie, de duur van de compensatie maatregelen van het Rijk en de snelheid van het herstel van de economie. Steunmaatregelen Rijk en arbeidsmarktregio: In de kadernota wordt hier via de zijlijn kort op ingegaan. Ingezet wordt op (om)scholing naar kansrijke beroepen/sectoren (zorg en logistiek). Wij ondersteunen dit. Daarnaast wordt melding gemaakt van inrichting van regionale mobiliteitsteams en extra financieringsstromen. Wij gaan er van uit dat de RDWI zich in 2021 een goede positie verwerft binnen de arbeidsmarktregio, zodat onze klanten en werkzoekenden daarvan in 2022 de vruchten kunnen plukken. Bijvoorbeeld in de vorm van (om)scholing, leer-/werkplekken of baan.

Focus daarbij op het zoveel mogelijk benutten van de extra Rijksmiddelen voor de doelgroepen en zo min mogelijk opgaan van die middelen aan proces, structuur en/of bureaucratie. Ambtelijk zullen we deze ontwikkelingen in 2021 op de voet blijven volgen. RDWI geeft aan oog te zullen moeten blijven houden voor balans tussen bovenregionale inzet voor grotere werkgevers en de aansluiting bij het lokale MKB. Wij delen dit. Ook de constatering dat de Biga Groep een belangrijke werkgever is voor mensen met een arbeidsbeperking en een partner in re-integratie ondersteunen wij van harte. Wij zijn benieuwd naar de voortgang op de uitwerking van de samenwerking. BBZ: Gaat sinds 2020 nog alleen om bedrijfskapitaal. Gezien de lopende Tozo regelingen en de hier voor genoemde onzekerheden kan de RDWI geen onderbouwde verhoging van het budget voor 2022 geven. Om die reden is het zelfde bedrag als in 2021 (€293K) gehandhaafd. Wij staan achter deze redeneerlijn en zullen met de RDWI de ontwikkelingen volgen om zo nodig bij te kunnen sturen. Ondersteuning zelfstandigen: Onder het kopje passende ondersteuning meldt de RDWI o.a. een ondernemersteam te hebben ingericht om de vanaf medio 2021 te verwachten instroom van (ex)zelfstandigen adequaat te kunnen begeleiden. Wij zijn verheugd over deze pro actieve houding. Met de RDWI zien wij deze in omvang toenemende doelgroep voor de RDWI.

Verdeling BUIG: Op pagina 10 en in tabel 2.3 gaat de RDWI in het BUIG overzicht –terecht- nog uit van de oude/bestaande afspraken Participatiekaders. Op het niveau van de colleges van de deelnemers is recent een wijziging van de afspraken tot stand gekomen die in de raden van februari/maart tot gewijzigde raadsbesluitvorming moet leiden.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 4

De uitkomst voor Zeist in de huidige tabel is dat we €42K zouden overhouden van de €682K voordeel. Met de nieuwe afspraken is dat echter €224K. Gemeenten met een nadeel worden niet meer naar een plus gecompenseerd. Hiermee ontstaat er een evenwichtigere invulling van de solidariteit. In onze zienswijze is opgenomen dat we voor de ontwerp-begroting 2022 verwachten dat de RDWI uitgaat van die gewijzigde besluitvorming en afspraken. Re-integratiemiddelen: Ook hier gaat de RDWI –terecht- nog uit van de bestaande afspraken, maar wordt middels bestuursopdracht gewerkt aan een evenwichtiger verdeling van de kosten en nieuwe afspraken. Ons uitgangspunt is dat de bekostiging van de re-integratie taak plaatsvindt op een wijze dat deze taak voor de vijf deelnemers per klant hetzelfde zijn. Dit laat onverlet dat de RDWI met een gemeente voor eigen rekening en risico voor specifieke projecten en trajecten nog aanvullende afspraken kan maken. Overigens willen wij meer transparantie op het vlak van de apparaatskosten voor deze taak en inzicht daarin per deelnemer. Dat dit kostenverhogend werkt zij dan zo. De waarschuwing dat wijziging van de afspraken leidt tot minder effectiviteit vanwege budgettaire redenen nemen wij kennis van. Dit hangt naar onze mening dan vooral samen met de keuze(s) van de lokale besturen.

Het is de keuze van ieder gemeentebestuur zelf om te bepalen voor welke omvang men de re-integratie dienstverlening voor zijn inwoners wenst te faciliteren en daar de financiële consequenties voor wenst te dragen. Wij verwachten geen duidelijkheid hierover voor de ontwerp-begroting 2022 maar gaan er wel vanuit dat de effecten daarna tussentijds via een begrotingswijziging voor 2022 worden verwerkt in de P&C stukken 2022. Wet Inburgering: Gezien het voorbereidingsproces heeft het ons verbaasd in de Kadernota te moeten lezen dat er nog niet ingegaan kon worden op het financieel effect van deze wet. Wij gaan er van uit dat dit in de ontwerp-begroting 2022 wel het geval zal zijn. Daarbij tekenen wij in onze zienswijze aan dat het budget wat de deelnemers via het Gemeentefonds voor deze taak van het rijk ontvangen naast de kosten voor de RDWI tevens bestemd is voor de kosten van de andere betrokken uitvoerende partijen zoals Vluchtelingenwerk, de lokale sociale teams en de gemeenten zelf. Het budget valt dus niet 1 op 1 te alloceren voor de RDWI. RDWI wordt verzocht om in verband met de voorbereiding van onze eigen kadernota dit financiële inzicht zo snel mogelijk ambtelijk als nog te verschaffen.

In hoofdstuk 4 van de kadernota wordt ingegaan op de organisatie en de apparaatskosten alsmede het risicomanagement. Daarover merken wij het volgende op. Apparaatskosten: Uitgangspunt is de vastgestelde formatie-omvang van 149,4 fte. Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. De verwachte ontwikkeling van het klantbestand in 2022 geeft geen aanleiding om de formatie aan te passen. Zoals hier voor aangegeven staat het belang van de klant voor ons centraal. Als de ontwikkelingen toch negatiever uitpakken dan geraamd gaan wij uit van tijdig opschalen zodat de dienstverlening op peil blijft. We verwachten dat hier voor dan tijdig via de P&C documenten dekking voor de financiële consequenties wordt gevraagd. Voor de loon- en prijsindexatie houdt de RDWI voor 2022 in beide gevallen 1,5% aan. Dit betekent dat de apparaatskosten met €226.000,- toenemen. Dit achten wij een reële prognose. Kinderopvang: Er blijft een toenemende vraag c.q. gebruik en daarmee stijging van het budget, ook in 2022, maar deze vlakt nu wat af t.o.v.de achterliggende jaren is de verwachting. Conform onze eerder uitgesproken wens wordt er nu realistisch begroot. Het budget stijgt naar €316K (van €80K in 2018 en €200K in 2020).

Bekendheid en gebruik door de doelgroep zijn fors gestegen. In die zin is de maatregel een succes Door middel van sturen op de duur van indicaties en omvang van het aantal uren wordt er op ingezet binnen het financiële kader te blijven, maar er is sprake van een open einde regeling, waarbij ook hier geldt dat het belang van de inwoner/cliënt voorop staat.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 5

Risico’s: In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van de risico’s voor 2022. Door de RDWI benoemde onzekere thema’s zijn: onzekerheid economie na COVID 19 crisis, kredietverlening BBZ (moeilijkheden terugbetaling verleende kredieten) en terugvordering Tozo regelingen, onzekere omvang toename inwoners met schulden. In de ontwerp-begroting 2022 wordt een actualisatie van financiële risico’s inclusief beheersmaatregelen opgenomen. Voor deze Kadernota zijn wij tevreden met het inzicht op de ontwikkelingen voor 2022. Wel zijn we er voorstander van om gezien de onzekere ontwikkelingen klantenbestanden voor 2022 en mogelijk daarmee gepaard gaande –incidentele- stijging van de apparaatskosten tenminste een deel van het overschot apparaatskosten 2020 bij de jaarrekening 2020 te bestemmen voor toevoeging aan het weerstandsvermogen apparaatskosten. Dit is opgenomen in onze zienswijze. Overigens is het –beperkte- weerstandsvermogen ook een gesprekspunt waar onze raadsrapporteurs in onze reguliere gesprekken voortgang RDWI aandacht voor –blijven- vragen (zie hieronder). Afstemming zienswijze met de regio: De zienswijze is vooraf op ambtelijk niveau kortgesloten tussen de deelnemers. Een gezamenlijk opgesteld voorbeeld heeft als basis voor de reactie gediend.

Raadsrapporteurs: Zoals ten tijde van het verbeterplan afgesproken is er daarnaast periodiek overleg met de raadsrapporteurs RDWI, Jos van Loozenoord en Jeroen van den Heuvel. Er vindt overleg plaats over de bevindingen en duiding van het college en de eigen bevindingen en waarnemingen van de raadsrapporteurs. Wij bespreken in hoeverre deze matchen dan wel afwijken en of aanvullende informatie van de RDWI nodig is. De raadsrapporteurs krijgen graag meer gevoel bij de volgende onderwerpen:      

automatisering (is de RDWI nu wel tevreden over de hard- en software en de samenwerking met de RID, is de kwetsbaarheid er uit, lopen de processen goed en hoe staat het met de informatieveiligheid?); schuldhulpverlening (komt de RDWI met de partners aan de voorkant-preventie-, kan de RDWI substantiële groei aan zonder dat de dienstverlening terugloopt, is de aanpak effectief en zijn de klanten tevreden is daar een beeld over?); re-integratie/Biga: hoe gaat het verder met de samenwerking? Los praktisch op en waak voor gejuridificeerde verhoudingen. Als inbesteden niet rechtstreeks via RDWI kan dan geen gesprek voeren over het beleggen van de re-integratie?; Weerstandsvermogen: i.v.m. mogelijke toename werk met risico van incidentele stijging apparaatskosten in 2022 en voorziene overschot apparaatskosten 2020 kan weerstandsvermogen RDWI bij jaarrekening 2020 niet worden verhoogd?; Menselijke maat terugvordering: hoe geeft de RDWI invulling aan de menselijke maat? Is daar een hanteerbaar kader gewenst, of is dat er al? Graag wat meer zicht op de ervaringen in de praktijk en zicht op het begrip/onbegrip bij de klant en zijn/haar omgeving; Nieuwe directie: kan voor het zomerreces een kennismaking voor de raad worden georganiseerd met de eerste bevindingen uit de overdracht en scoop voor 2022 en verder?

Doel van het voorstel (SMART) Sturing geven aan de ontwikkeling en werkzaamheden van de RDWI door actieve betrokkenheid als deelnemer bij de vaststelling van de kadernota 2022 van deze verbonden partij.

ARGUMENTEN Met de Kadernota wordt gegeven de onzekere omstandigheden zo goed en onderbouwd mogelijk inzicht gegeven in en voorgesorteerd op de ontwikkelingen 2022. Daar waar een onderbouwing niet mogelijk is wordt uitgegaan van bestendiging van de ingezette koers en verwezen naar de

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 6

risicoparagraaf. Onze zienswijze doet recht aan de bereikte resultaten en aan de rollen en verhoudingen (besturen) gemeenschappelijke regeling en deelnemers/eigenaren. De financiële consequenties passen met in achtneming van de verwachte Rijksmiddelen binnen ons budgettair kader 2022 en het meerjarig perspectief in onze begroting. Conform het delegatiebesluit 19RV012 wordt toepassing gegeven aan de voorhangprocedure Gemeentewet. De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen over de Kadernota 2022 en de in concept vastgestelde zienswijze kenbaar te maken.

KANTTEKENINGEN Zoals in de zienswijze aangegeven gaan we er van uit dat de ontwerp-begroting 2022 gebaseerd zal zijn op de nieuwe afspraken risicodeling Buig die via de te wijzigen kaders Participatiewet worden vastgelegd. Ook voor de verdeling van de kosten re-integratie gaan we voor het exploitatiejaar 2022 uit van bijgestelde afspraken die in de loop van 2021 dan wel begin 2022 via begrotingswijziging 2022 door de RDWI worden verwerkt. Voor de onzekere ontwikkelingen 2022 zien we graag dat het weerstandsvermogen voor de apparaatskosten vanuit het overschot 2020 wordt opgehoogd om zo nodig incidentele verhoging van de apparaatskosten in 2022 binnen de RDWI zelf op te kunnen vangen. De financiële consequenties van de Wet inburgering zijn nog niet verwerkt in de Kadernota, wij gaan er van uit dat dit in de ontwerp-begroting 2022 wel het geval zal zijn. PARTICIPATIE N.v.t. is “interne” aangelegenheid GR – deelnemer(s). FINANCIËLE TOELICHTING De kadernota laat ten opzichte van de begroting 2021 een stijging zien van €75.673.787 naar €83.170.085. Een stijging met €7.496.296,-. Dit met inbegrip van een beperkte stijging van de apparaatskosten ad €226.000,- als gevolg van 1,5% loonindexatie en 1,5% prijsindexatie.

Voor het overige heeft het te maken met de geprognosticeerde groei van de klantenbestanden, waarvoor de verwachting is dat we daarvoor geheel door het Rijk worden gecompenseerd. Ons financieel aandeel in de bijdrage wijzigt t.o.v. de begroting 2021 van €34.778.891 naar €38.403.650,-. Een stijging met €3.624.759,-. Maar zoals gesteld zullen we dit op kunnen vangen met de hiervoor van het Rijk te ontvangen middelen. JURIDISCHE ASPECTEN In het per 1 april 2019 van kracht zijnde delegatiebesluit van de raad (19RAAD012) met delegatie van taken van de raad naar het college is t.a.v. het naar voren brengen van zienswijzen op een kadernota als bedoeld in artikel 34b van de Wgr bepaald, dat het college de raad gelegenheid geeft wensen en bedenkingen kenbaar te maken op de voorgenomen zienswijze op een kadernota. Hieraan wordt d.m.v. de voorgestelde besluitpunten 2 en 3 voldaan.

DUURZAME ASPECTEN N.v.t. UITVOERING

Planning

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 7

9/2

Behandelen Kadernota 2022 en in concept vaststellen zienswijze aan RDWI in B&W. Melding RIB en zienswijze in het informeel overleg 9 februari en aan raadsrapporteurs RDWI Jos van Loozenoord en Jeroen van den Heuvel.

10/2

Toesturen van de zienswijze inclusief bijlagen kadernota 2022, dit collegevoorstel/-besluit d.d. aan de gemeenteraad van Zeist start indienen wensen en bedenkingen tot en met vrijdag 26 februari.

10/2

Plaatsing van de brief aan de gemeenteraad met zienswijze en bijlagen op de lijst van ingekomen stukken van de raadsvergadering van 16 februari

16/2

Bespreking postlijst raad in de raadsvergadering.

26/2

Deadline wensen en bedenkingen gemeenteraad

10/3

Deadline indienen zienswijze bij de RDWI

25/3

Vaststellen Kadernota 2022 door AB-RD

Communicatie en Informatie en Automatisering

Bijlagen   

Kadernota 2022 v0.5 ontvangen griffie 13-01-2021 (PR21.031) Concept brief aan de gemeenteraad Zeist Concept zienswijze Zeist

Evaluatie/controle door de raad Zie planning, de raad wordt geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9809470/1