CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.029 Ledenbrief VNG 21-011, moties en pre adviezen BALV 12 feb

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven11.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INT E RN B E RI CHT

Datum

9 februari 2021 Arno Klarenbeek

Organisatieonderdeel

S&B

Zaaknummer

398535 – RIB21.029

Aan

Gemeenteraad

Van

College van burgemeester en wethouders

Kopie aan

B&W

Onderwerp

Ledenbrief VNG 21/011 moties en pre-adviezen BALV 12 februari 2021

Dames/heren, In onze raadsinformatiebrieven RIB21.007 en RIB21.024 hebben wij u geïnformeerd over de agenda, stukken en ons voorgenomen stemgedrag voor de Algemene ledenvergadering (BALV) van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) op 12 februari. Inmiddels is bij ledenbrief 20/011 d.d. 5 februari door het bestuur van de VNG ook het overzicht moties en zijn pre-adviezen daarover aan ons toegestuurd voor de stemming tijdens de BALV. Het gaat om een 5 tal moties, te weten: 1. Motie “Regie op de Warmtetransitie” van de gemeente Deventer c.s. Preadvies bestuur: overnemen. Strekking: De motie ‘regie op warmtetransitie’ draagt het bestuur op om met het Rijk afspraken te maken om te komen tot een integrale energiewetgeving en de daarbij behorende financiering van dit integrale energiesysteem. Het doel daarvan is om een bijdrage te leveren aan de woonlastenneutraliteit. Daarbij gaat het ook om de regierol van gemeenten te borgen in de wijkaanpak. Aanpak bestuur VNG: In de gesprekken met het Rijk benadrukt de VNG dat de energietransitie en de regievoering vanuit gemeenten gebaat zou zijn met een integraal vormgegeven energiesysteem met daaraan gekoppelde integrale wetgeving en financiering. Deze motie wordt gezien als ondersteunend aan dat traject. Stemadvies/-besluit: voor de motie te stemmen. 2. Motie “Vergroting gemeentefonds” van de gemeente Krimpenerwaard c.s.

Preadvies bestuur: overnemen. Strekking:

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

INT E RN B E RI CHT

Oproep aan VNG bestuur om de positie in te nemen dat in ieder geval: - De opschalingskorting moet worden afgeschaft - Het abonnementstarief moet worden beëindigd of het nadeel gecompenseerd en - De gemeenten worden gecompenseerd voor de tekorten in de jeugdzorg zoals is aangetoond in het AEF-onderzoek. Aanpak bestuur VNG: Het bestuur ziet de motie als een ondersteuning van de resolutie van de VNG inzet Kabinetsformatie. Daarin wordt de VNG inzet als volgt omschreven: “De structurele financiële tekorten die de afgelopen jaren zijn ontstaan in het sociaal domein moeten structureel worden opgelost door een verhoging van het Gemeentefonds. De opschalingskorting moet worden afgeschaft. De balans tussen taken en middelen van gemeenten moet worden hersteld.” Stemadvies/-besluit: voor de motie te stemmen. 3. Motie “Gemeenten-in-nood-fonds” van de gemeente Zoetermeer (Raden in Verzet) Preadvies bestuur: ontraden. Strekking: Verzoekt het VNG bestuur om aan het kabinet over te brengen dat: 1. De gemeenten - in afwachting van de structurele verbeteringen in het gemeentefonds en naast de compensatie voor de coronaproblematiek - een extra bedrag in het gemeentefonds nodig hebben van minimaal 2 miljard euro voor 2021 en minimaal 2 miljard euro voor 2022 2.

De gemeenten, zolang er onvoldoende structurele financiële middelen zijn, geen nieuwe taken, ook niet de taken die nu al onderweg zijn richting de gemeenten, kunnen oppakken 3. Verder overleg met het Rijk – op alle niveaus - over nieuwe taken zal worden opgeschort, als bij de meicirculaire niet blijkt dat gemeenten voldoende middelen krijgen om de huidige taken uit te voeren, waardoor er tussen VNG en Rijk uitsluitend nog gesproken kan worden over de onderwerpen die van belang zijn voor de kabinetsformatie. Constateringen bestuur VNG: De strekking van de motie is grotendeels in lijn met de resolutie VNG inzet voor de kabinetsformatie. Ook daarin staan het oplossen van structurele financiële tekorten en de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering van taken centraal. Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan kunnen gemeenten niet alle overeengekomen ambities waarmaken. Bindende afspraken over de financiën zijn dan ook een harde voorwaarde om met een nieuw kabinet tot inhoudelijke afspraken te kunnen komen. De VNG heeft grote waardering voor de betrokkenheid en inzet van het comité Raadsleden in Verzet en van raadsleden in het hele land. Het bestuur zou de huidige motie graag overnemen, maar kan de motie in de huidige formulering op twee punten niet overnemen.

Ten eerste vraagt de motie, in afwachting van een oplossing voor de structurele financiële tekorten, om compensatie voor de jaren 2021 en 2022. Daarbij worden concrete bedragen van “minimaal 2 miljard euro voor 2021 en minimaal 2 miljard euro voor 2022”. Het bestuur beschouwt het noemen van harde bedragen in dit stadium als voorbarig. Voor de bepaling van concrete (minimale) bedragen zijn, naast de opschalingskorting, met name de gesprekken over de uitkomsten van de recent afgeronde en nu lopende artikel 2-onderzoeken door het Rijk (zoals met betrekking tot het Klimaatakkoord en de Omgevingswet, daarnaast het onderzoek jeugd) leidend. Die gesprekken gaan niet alleen over geld, maar ook over instrumenten en regelgeving om de kosten te beheersen. De VNG houdt de leden over deze onderzoeken op de hoogte.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

INT E RN B E RI CHT

Ten tweede acht het bestuur de oproep om het overleg met het Rijk over nieuwe taken op alle niveaus op te schorten als in de meicirculaire onvoldoende middelen worden vrijgemaakt, niet in het belang van gemeenten. De VNG is dan op belangrijke terreinen niet in staat om op te komen voor de belangen van gemeenten en om te komen tot concrete oplossingen voor urgente vraagstukken. Wat de beoordeling van de meicirculaire betreft merkt het bestuur op dat deze in de regel eind mei of begin juni verschijnt. Dat stelt het bestuur in staat om de leden richting de ALV van 16 juni a.s. te informeren over de inhoud van de meicirculaire en de gevolgen ervan voor de gemeenten. De leden kunnen zich op dat moment zelf uitspreken over de mate waarin de meicirculaire tegemoet komt aan hun verwachtingen en de verdere inzet van de VNG richting Prinsjesdag en in de kabinetsformatie bepalen. Als de indieners bereid zijn om het VNG bestuur op deze twee punten tegemoet te komen, zal het bestuur de motie graag alsnog van harte overnemen. Stemadvies/-besluit: TEGEN de motie te stemmen. 4. Motie “Financiële randvoorwaarden Klimaatakkoord II” van de gemeente Assen Preadvies bestuur: overnemen. Strekking: Gelet op de inzet van gemeenten op het Klimaatakkoord en de bevindingen van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de decentrale uitvoeringslasten, wordt het bestuur opgedragen: o.b.v.

het ROB-rapport met het rijk in gesprek te gaan over reële/volledige compensatie van de uitvoeringslasten; het onderwerp mee te nemen in de kabinetsonderhandelingen; de uitkomsten vast te leggen in een bestuurlijk akkoord; aandacht te behouden voor de kosten van andere partijen en de noodzaak van deugdelijke wet- en regelgeving. Aanpak bestuur VNG: Op de buitengewone ALV van 30 november 2018 hebben de leden drie randvoorwaarden gesteld om het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Kort samengevat: 1. het Klimaatakkoord moet haalbaar/betaalbaar zijn voor de samenleving; 2. gemeenten moeten beschikken over de juiste bevoegdheden; 3. gemeenten moeten een vergoeding krijgen voor de toename in uitvoeringslasten. Het bestuur heeft eerder toegezegd te werken aan de invulling van de randvoorwaarden. Het ROBrapport draagt hieraan bij, omdat het inzichtelijk maakt hoe hoog de gemeentelijke uitvoeringslasten precies zijn. Inzicht in de hoogte van de uitvoeringslasten is een eerste stap, maar daarmee zijn de middelen nog niet geregeld. De VNG zal dan ook in overleg gaan met het kabinet om ervoor te zorgen dat de middelen nu ook daadwerkelijk voor gemeenten beschikbaar komen. Bekostiging van andere partijen krijgen hierbij aandacht, in het bijzonder ondersteuning van de uitvoering via nationale programma’s voor in ieder geval Gebouwde Omgeving en de Regionale Energiestrategieën.

In lijn met het eerdere besluit van de leden blijft bovendien gelden: „Als op termijn onvoldoende aan randvoorwaarden wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren”. Stemadvies/-besluit: voor de motie te stemmen.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

INT E RN B E RI CHT

5. Motie “Verlengde onderwijstijd voor jongeren” van de gemeente Lelystad Preadvies bestuur: overnemen. Strekking: Draagt het VNG bestuur op: - Bij de voorbereiding op de kabinetsformatie financiële ruimte te claimen voor iedere jongere om de verloren onderwijstijd in de coronaperiode in te halen voor de periode september 2021-september 2024 - De hierbij behorende additionele middelen ter beschikking te stellen aan de lokale overheden zodat de lokale overheden in staat worden gesteld regie te voeren en er boven de grenzen van de lokale schoolbesturen invulling kan worden gegeven aan de verlengde onderwijstijd. Aanpak bestuur VNG: Voor de korte en middellange en lange termijn voeren wij overleggen met het ministerie van OCW. Dit moet leiden tot een “Nationaal plan onderwijs na Corona” met als doel dat alle achterstanden als gevolg van Corona uiterlijk in 2028 zijn ingelopen. Inzet van die gesprekken is dat de rol van gemeenten in dat Nationale plan wordt herkend en erkend. Onderdeel daarvan is dat gemeenten voldoende middelen krijgen om hun rol om de lokale samenwerking te versterken en verdiepen kunnen pakken. Voor zover nog in de huidige Kabinetsperiode (financiële) beslissingen voor de langere termijn worden genomen zullen wij de motie uiteraard naar de geest interpreteren en hieraan nu al uitvoering geven.

Voor de inbreng van de VNG voor de kabinetsformatie zijn de eerder vastgestelde vier sporen leidend. De inzet gericht op inhalen van onderwijsachterstanden kan worden ondergebracht in het derde spoor (“aanbod aan het nieuwe kabinet”), gecombineerd met een structureler aanbod betreffende de rol van gemeenten bij het bestrijden van de onderwijsachterstanden (ook die pre,en post corona). Stemadvies/-besluit: voor de motie te stemmen. In onze vergadering van 9 februari hebben wij onze standpunten bepaald en besloten in lijn met de pre adviezen van het VNG bestuur door onze vertegenwoordiger, burgemeester Koos Janssen te laten stemmen. Wij kunnen ons vinden in de argumentatie van het bestuur van de VNG om motie 3 om de genoemde 2 punten te ontraden, en zullen alleen bij bijstelling van de motie die past binnen de gedachten en aanpak van het VNG bestuur voor die motie laten stemmen. Dus: Stem tegen, tenzij! Daarnaast gaat de VNG in de ledenbrief ook nog in op 3 andere onderwerpen, te weten: Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming Het VNG bestuur roept de leden op om: Haar beslaglegging en dwanginvordering te stoppen op de gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire; Haar gemeentelijke vorderingen op de gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire kwijt te schelden;

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

INT E RN B E RI CHT

Dit te doen op het moment dat er duidelijkheid is over de strategie en het kader van álle schulden (welke dan ook) van de gedupeerde ouders. Het VNG bestuur vraagt de leden ermee in te stemmen dat de VNG: Met het Rijk afspraken maakt over de compensatie aan gemeenten en de uitvoeringsvraagstukken (juridisch, operationeel, ICT-technisch, gegevensuitwisseling) die aan de kwijtschelding van de gemeentelijke vorderingen ten grondslag liggen5. Hierover hebben wij in onze vergadering van 2 februari al het besluit genomen om conform het VNG voorstel in te stemmen met de betreffende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en openstaande vorderingen gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire. Vanzelfsprekend stemmen wij ook in met het tweede deel van het voorstel. Wij hebben dit onze vergadering van 9 februari bekrachtigd. De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Initiatiefwet van de VNG: De overheden staan gezamenlijk voor grote maatschappelijke opgaven. In de praktijk kiezen ministeries in hun beleid richting de decentrale overheden vaak voor eigen arrangementen van taken, uitvoering en geld. De overdracht van taken (bijvoorbeeld jeugdzorg) zonder de benodigde middelen heeft ervoor gezorgd dat bij veel gemeenten het water aan de lippen staat. Gemeentelijke voorzieningen verschralen en gemeenten kunnen hun inwoners niet goed meer bedienen.

Om deze problemen aan te pakken en de autonomie van gemeenten te versterken werkt de VNG aan een wet om de interbestuurlijke verhoudingen beter in balans te brengen en te houden. De in ontwikkeling zijnde initiatiefwet is opgebouwd langs 7 bouwstenen: - Versterk het evenwicht tussen bestuurslagen; - Versterk de uitvoeringskracht van decentrale overheden - Versterk de dienstbaarheid aan de burgers - Specificeer beleidscriteria voor de toedeling van taken en bevoegdheden aan decentrale overheden - Laat de verantwoordelijkheid voor de gedecentraliseerde taken bij de direct betrokken overheden - Versterk de positie van de decentrale volksvertegenwoordiging - Moderniseer de interbestuurlijke, regionale samenwerking. Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). De drie koepels werken, net als in 2017, aan een gezamenlijke agenda richting de kabinetsformatie. Deze agenda bevat de thema’s waar gemeenten, provincies en waterschappen gezamenlijk voor aan de lat staan: wonen en leefomgeving, klimaat en energie, regionale economie (sterker de crisis uit) en digitalisering. Uiteraard moet daarbij aan de verschillende randvoorwaarden worden voldaan. In het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ is deze agenda kernachtig verwoord.

Reactie college: Deze twee punten zijn ter informatie en inspiratie zo u wilt. Wij hebben besloten de informatie tot ons te nemen en met de organisatie de betekenis van deze stukken voor ons beleidsmatig- en uitvoerend

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

INT E RN B E RI CHT

handelen te verkennen en waar nodig en mogelijk bij deze lopende processen aan te sluiten dan wel deze een plek te geven in ons handelen binnen onze organisatie. Afrondend: Het kan zijn dat er nog nieuwe moties volgen of aan de orde gesteld worden tijdens de BALV. Waar mogelijk stellen we dit vooraf nog digitaal af met ons college, wanner dit gezien de tijd niet meer lukt handelt onze vertegenwoordiger in dat geval naar bevind van zaken, waarbij het pre-advies van het VNG bestuur een belangrijk wegingscriterium vormt. Zo snel mogelijk na de vergadering zullen wij de uitkomst van de stemming tijdens de BALV aan u kenbaar maken.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad

Datum

5 februari 2021 Kenmerk

COS/U202100085 Lbr. 21/011 Telefoon

070 3738393 Bijlage(n)

8

Onderwerp

Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Samenvatting Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: - Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) - Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) - De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) - Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.

Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100085

PROD

Aan de leden

Datum

5 februari 2021 Kenmerk

COS/U202100085 Lbr. 21/011 Telefoonnummer

070 3738393 Bijlage(n)

8

Onderwerp

Nazending voor Buitengewone ALV 12 februari 2021

Geacht college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de volgende nagekomen stukken voor de Buitengewone ALV van 12 februari: - Ingediende moties en preadviezen daarbij van het VNG bestuur (ter besluitvorming) - Het voorstel van het VNG bestuur “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire” (ter besluitvorming) - De concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) - Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ met de gezamenlijke agenda van de koepels IPO, UvW en VNG richting de kabinetsformatie (ter informatie). Aan het proces rond de herijking van het gemeentefonds zullen wij aandacht besteden bij het agendapunt “Verantwoording bestuur over uitvoering moties”, waaronder ook de verantwoording over een aantal moties uit de ALV van 25 september jl. over de herijking van het gemeentefonds. Voor de goede orde wijzen wij erop dat alle gemeentesecretarissen inmiddels een code hebben ontvangen, waarmee de vertegenwoordiger van de gemeente de stemmen uit kan brengen en gebruik kan maken van de chatfunctie. Wij hebben de gemeentesecretarissen gevraagd om deze code door te sturen aan de beoogde vertegenwoordiger van de gemeente.

Mocht u hierover vragen hebben dan kunt u die stellen via vngconnectcongressen@vng.nl Indien nodig zullen wij nagekomen moties of andere actuele zaken die van belang zijn voor de Buitengewone ALV volgende week nog aan u toezenden. In deze ledenbrief geven wij een korte toelichting op de verschillende nagekomen stukken. Deze stukken vindt u op: https://vng.nl/artikelen/agenda-en-stukken-alv-2021

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100085

PROD

Ingediende moties en preadviezen VNG bestuur (ter besluitvorming) De volgende moties zijn ingediend en het VNG bestuur heeft hierbij een preadvies vastgesteld: 1. Motie “Regie op de Warmtetransitie” van de gemeente Deventer c.s. Preadvies bestuur: overnemen. 2. Motie “Vergroting gemeentefonds” van de gemeente Krimpenerwaard c.s. Preadvies bestuur: overnemen. 3. Motie “Gemeenten-in-nood-fonds” van de gemeente Zoetermeer (Raden in Verzet) Preadvies bestuur: ontraden. 4. Motie “Financiële randvoorwaarden Klimaatakkoord II” van de gemeente Assen Preadvies bestuur: overnemen. 5. Motie “Verlengde onderwijstijd voor jongeren” van de gemeente Lelystad Preadvies bestuur: overnemen. Bestuursvoorstel “Kwijtschelding gemeentelijke vorderingen gedupeerde ouders toeslagenaffaire” (ter besluitvorming) De VNG heeft eerder aangekondigd om met een voorstel aan de leden te komen voor kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen aan gedupeerden in de toeslagenaffaire. Hiervoor ontvangt u bijgaand een voorstel voor de wijze van kwijtschelding en financiële compensatie van gemeenten. Concepttekst voor een Wet op het Decentraal Bestuur (WDB) (ter informatie) Waarom deze nieuwe wet? De overheden staan gezamenlijk voor grote maatschappelijke opgaven. In de praktijk kiezen ministeries in hun beleid richting de decentrale overheden vaak voor eigen arrangementen van taken, uitvoering en geld.

De overdracht van taken (bijvoorbeeld jeugdzorg) zonder de benodigde middelen heeft ervoor gezorgd dat bij veel gemeenten het water aan de lippen staat. Gemeentelijke voorzieningen verschralen en gemeenten kunnen hun inwoners niet goed meer bedienen. Om deze problemen aan te pakken en de autonomie van gemeenten te versterken werkt de VNG aan een wet om de interbestuurlijke verhoudingen beter in balans te brengen en te houden. Wat is er nodig? Om medebewindstaken in balans te laten zijn met de uitvoering en de beschikbare financiële middelen is een wettelijke rol voor de minister van BZK nodig: • De minister van BZK krijgt een Rijksbrede verantwoordelijkheid voor de inrichting van het openbaar bestuur; • De minister van BZK toetst nieuwe voorstellen van vakministers op evenwicht tussen taken, financiering en uitvoerbaarheid; • Bij verschil van inzicht komt er een vorm van onafhankelijk advies. Hoe nu verder? Met het wetsvoorstel willen we komen tot een sterkere autonomie voor decentrale overheden in combinatie met een betere financiële positie en een betere uitvoerbaarheid bij medebewindstaken. Op die manier kunnen decentrale overheden evenwichtige voorzieningen voor inwoners, bedrijven en instellingen creëren zonder dat opnieuw financiële tekorten gaan ontstaan. Inmiddels hebben

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/4

VNG-commissies en veel partijen buiten de VNG hun bijdrage aan dit wetsvoorstel geleverd. Dit laat zien dat veel anderen zich verantwoordelijk voelen voor een nog beter openbaar bestuur. Na de ALV van 12 februari blijft het wetsvoorstel richting de kabinetsformatie een dynamisch document. Het vraagstuk van de regionalisering wordt binnen de VNG nog verder uitgewerkt. Gezamenlijk pamflet Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) en VNG De drie koepels werken, net als in 2017, aan een gezamenlijke agenda richting de kabinetsformatie. Deze agenda bevat de thema’s waar gemeenten, provincies en waterschappen gezamenlijk voor aan de lat staan: wonen en leefomgeving, klimaat en energie, regionale economie (sterker de crisis uit) en digitalisering. Uiteraard moet daarbij aan de verschillende randvoorwaarden worden voldaan. Hierbij ontvangt u het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ waarin deze agenda kernachtig is verwoord. Tot slot Wij beseffen dat deze voorstellen u pas kort voor de Buitengewone ALV bereiken en zijn u bij voorbaat dankbaar voor uw inspanningen om de standpuntenbepaling in uw gemeente voor te bereiden. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/4

COLLEGEVOORSTEL

Portefeuillehouder Burgemeester Janssen Secretaris

Burgemeester

Datum B&W-vergadering 9 februari 2021 Wethouder

Wethouder

Wethouder

Wethouder

Akkoord Bespreken Afd./Team Opsteller Telefoon Datum Stuknummer Uiterste datum

AKKOORD

S&B A. Klarenbeek +31652405850 6 februari 2021 398535

paraaf

ONDERWERP

Moties en nagekomen stukken Ledenvergadering VNG 12 februari 2021

datum

BESLUIT

Raad Deponeren archief

DATUM

par

Datum Datum

INHOUD (bij beknopte toelichting de volledige tekst, anders publieksgerichte samenvatting) In 2 eerdere collegevoorstellen zijn wij ingegaan op de agenda en stukken voor de Buitengewone algemene ledenvergadering van de VNG op 12 februari aanstaande. Bij ledenbrief 20/011 d.d. 5 februari is door het bestuur van de VNG ook het overzicht moties en zijn preadviezen daarover aan ons toegestuurd voor de stemming tijdens de BALV. Dit voorstel gaat hierover en strekt tot advies en besluitvorming over die 5 moties en 1 onderwerp. Hiervoor is een intern bericht opgesteld waarin ingegaan wordt op de strekking van de moties, het pre-advies van het bestuur van de VNG en een stemadvies wordt gegeven. Dat bericht is tevens bedoeld ter informatie van de raad. E.e.a. vindt plaats conform het door het college vastgestelde proces. VOORGESTELD WORDT 1. Het bijgevoegde interne bericht vast te stellen en daarmee in te stemmen met het stemgedrag over de moties en het toegevoegde onderwerp op de agenda van de BALV VNG van 12 februari 2021. 2. Het interne bericht na vaststelling met ledenbrief VNG en de daarbij behorende stukken onverwijld toe te sturen aan de gemeenteraad en daarvan melding te maken tijdens het informele overleg collegeraad van 9 februari aan staande.

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 2

ONDERWERP Moties en nagekomen stukken Ledenvergadering VNG 12 februari 2021 VOORSTEL 1. Het bijgevoegde interne bericht vast te stellen en daarmee in te stemmen met het stemgedrag over de moties en het toegevoegde onderwerp op de agenda van de BALV VNG van 12 februari 2021. 2. Het interne bericht na vaststelling met ledenbrief VNG en de daarbij behorende stukken onverwijld toe te sturen aan de gemeenteraad en daarvan melding te maken tijdens het informele overleg college-raad van 9 februari aan staande.

INLEIDING In 2 eerdere collegevoorstellen zijn wij ingegaan op de agenda en stukken voor de Buitengewone algemene ledenvergadering van de VNG op 12 februari aanstaande. Bij ledenbrief 20/011 d.d. 5 februari is door het bestuur van de VNG ook het overzicht moties en zijn pre-adviezen daarover aan ons toegestuurd voor de stemming tijdens de BALV. Dit voorstel gaat hierover en strekt tot advies en besluitvorming over die 5 moties en 1 onderwerp. Hiervoor is een intern bericht opgesteld waarin ingegaan wordt op de strekking van de moties, het pre-advies van het bestuur van de VNG en een stemadvies wordt gegeven. Dat bericht is tevens bedoeld ter informatie van de raad. E.e.a. vindt plaats conform het door het college vastgestelde proces.

Doel van het voorstel (SMART) Voorbereiding van de bestuurlijke standpunten en het stemgedrag van Zeist tijdens de algemene ledenvergadering van de vereniging.

ARGUMENTEN De bestuurlijke lijn van de VNG is realistisch, daadkrachtig en constructief. Bestendiging van de ingezette lijn tot aan de vorming van het nieuwe Kabinet verdient ondersteuning. KANTTEKENINGEN De motie Zoetermeer en anderen, motie 3, vertolkt de emotie, het ongeduld en ongeloof van veel gemeenten t.o.v. het Rijk voor wat betreft de scheve financiële verhoudingen en de toenemende gemeentelijke taken. Het nieuwe Kabinet zal structureel met voldoende boter bij de vis moeten komen om niet met rebellerende gemeenten te maken te krijgen. Dit is ook het besef en de inzet van de VNG, maar vooralsnog op een constructievere wijze. PARTICIPATIE N.v.t. FINANCIËLE TOELICHTING N.v.t. JURIDISCHE ASPECTEN

COLLEGEVOORSTEL

BLZ: 3

De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buitenrechte en derhalve ook tijdens de ALV van de VNG. DUURZAME ASPECTEN De moties 1 en 4 hebben betrekking op de transitievisie Warmte en het Klimaatakkoord en het onderwerp Het pamflet ‘Krachtig groen herstel van Nederland’ geeft de ambities en inzet weer van de 3 koepels van decentrale overheden voor het nieuwe Kabinet om samen gebiedsgericht aan de slag te gaan met de opgaven klimaat, economisch herstel en het woningtekort. UITVOERING

Planning

Communicatie en Informatie en Automatisering

Bijlagen  

VNG Ledenbrief 21/011 d.d. 5 februari 2021 en bijbehorende stukken Concept intern bericht

Evaluatie/controle door de raad Wordt geïnformeerd via bijgevoegd RIB en tijdens het informeel overleg op 9 februari aanstaande. De stukken zijn gekoppeld aan de postlijst raad van 16 februari aanstaande, na de BALV van 12 februari.

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERL AND GEMEENTEN, PROVINCIES EN WATERSCHAPPEN GAAN SAMEN GEBIEDSGERICHT MET HET RIJK AAN DE SLAG MET DE OPGAVEN KLIMAAT, ECONOMISCH HERSTEL EN HET WONINGTEKORT.

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERL AND

Jan van Zanen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Rogier van der Sande Unie van Waterschappen

Theo Bovens

Interprovinciaal Overleg

INTRODUCTIE We leven in een land met complexe opgaven, zoals het herstellen van de economie na corona, de enorme vraag naar woningen en de energietransitie en klimaatadaptatie. De decentrale overheden werken als één overheid voor onze inwoners. Voor hun welvaart, hun welzijn en hun gezondheid. We doen dat met de samenleving, zodat we de kracht van de regio, van wijken en dorpen benutten.

Samenhang van de opgaven De grote maatschappelijke opgaven landen in de gebieden, steden en dorpen. Daar komen wonen, economie en energie samen. De energieopgave legt met zonneparken en windmolens een claim op dezelfde schaarse ruimte als de woningbouwopgave en klimaatadaptatie. Slim binnenstedelijk bouwen gaat hand in hand met het versterken van de lokale economie en het aanpassen aan klimaatverandering. Met het verduurzamen van woningen en gebouwen stimuleren we de economie. De leefomgeving is voor inwoners één geheel: fysiek, economisch én sociaal. De grote opgaven zijn niet aan te pakken als losstaande thema’s. Opgaven van wonen, economie en klimaat zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar en met de opgaven rond digitalisering, bereikbaarheid,

01

energie, water, stikstof, natuur, landbouw, leefbaarheid, cultuur, participatie. Uiteindelijk gaat het om brede welvaart. Gemeenten, provincies en waterschappen willen de uitdagingen daarom in samenhang aanpakken. Dat kan alleen door een gebiedsgerichte vertaling naar de concrete omstandigheden in regio’s, steden en dorpen. De komende vier jaar willen wij onze aanpak verder versterken. Alleen zo kunnen we concrete resultaten boeken. Dat is wat wij goed doen en waar we verder in willen investeren. We zien graag dat de rijksoverheid daarin meegaat. Dat vraagt van het rijk meer samenhang en regie tussen de departementen, participeren in gebiedsgerichte oplossingen én volwassen interbestuurlijke verhoudingen. Hierbij horen ook betere financiële spelregels. Adequate financiering voor bestaande en nieuwe taken en respect voor de eigen belastinggebieden van de decentrale overheden. Dit zijn voor ons diamantharde voorwaarden. Zonder afdoende financiële afspraken kunnen de decentrale overheden niet bijdragen aan de ambities van het volgende kabinet. Als decentrale overheden staan we voor uitvoeringskracht. Niet gescheiden, maar integraal. Niet alleen, maar samen. Ook met de rijksoverheid en met het nieuwe kabinet!

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERLAND

02

WONEN LEEFOMGEVING

KLIMAAT ENERGIE

Wij zetten ons in om 1.000.000 woningen te

aanpak voor de transitie van de landbouw, het

Wij zetten ons in voor de uitvoering van de

aardgasvrije wijken. We gaan door met het

bouwen voor 2030. Naast aandacht voor de

terugdringen van de stikstofdepositie en het

gemaakte afspraken uit het Klimaatakkoord.

uitvoeren van de gemaakte afspraken uit het

leefomgeving is leefbaarheid belangrijk in de

herstel van natuur.

En

Klimaatakkoord.

aanbouw en verbouw van wijken. Waarbij water en

willen

die

verbinden

met

de

opgaven

waaraan Nederland zich kan committeren voor

gebiedsontwikkeling weg te nemen. Door het

demografische ontwikkelingen en veranderende

investeringsvermogen

wooneisen en -behoeften. We

stimuleren een

te

versterken

vlotte doorstroming in de huur- en koopsector.

in

infrastructuur

is

te geven voor een goed werkende regionale

Woningen

gelijktijdig en

de duur van de transitie, langer dan de duur van

woningmarkt

Het kabinet kan helpen door een nationaal kader

te

te bieden en ondersteuning en bevoegdheden

investeren

bereikbaarheid.

Het

belangrijk dat de woningbouwimpuls en het

uitvoering. Door in lijn met het ROB-onderzoek

mensen er hun hele leven kunnen blijven wonen.

Volkshuisvestingsfonds

worden

naar de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord

Nieuwe wijken zijn bereikbaar en beschikken

gemaakt en de verhuurdersverheffing wordt

voor decentrale overheden voldoende financieel

over

afgeschaft.

te ondersteunen bij de RES en de aanpak van

zijn

moderne

toekomstbestendig,

voorzieningen.

De

zodat

decentrale

structureel

stabiliteit

efficiënter en beter betaalbaar.

voor een woningaanbod dat meebeweegt met

en

wel

en continuïteit van het rijksbeleid. Een koers

Het kabinet kan helpen door barrières bij de

vraagt

van klimaatadaptatie. Zo wordt de oplossing

bodem leidend zijn voor de inrichting. We zorgen

van

Dat

één regeerperiode.

overheden zijn aan zet voor een gebiedsgerichte

03

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERLAND

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERLAND

04

GEDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID

ECONOMISCH HERSTEL Wij zetten ons in om de regionale investeringen

Het kabinet kan helpen door de economische

Het oplossen van de maatschappelijke opgaven

De afgelopen jaren leerden ons dat de grote

naar voren te halen en de transitieopgaven

opgaven te verbinden met de opgaven van

van nu vormt de motivatie voor het werk van

maatschappelijke opgaven alleen samen met

te versnellen. Om zo het economisch herstel

klimaat en wonen, zodat de arbeidsmarkt als

gemeenten, provincies en waterschappen in

de samenleving kunnen worden opgelost. Dat

aan te jagen. De economische impact van de

economische motor kan draaien. De sociale en

de komende kabinetsperiode. Als we goede

we het als overheid niet alleen kunnen en dat

coronapandemie is fors. Het herstel biedt kansen

economische doelen moeten worden gekoppeld

afspraken kunnen maken over ieders rol en

alle overheidslagen vanuit hun eigen taken en

om de ambities op het gebied van duurzaamheid

om perspectief te bieden voor stad en platteland.

bijdrage willen wij verantwoordelijkheid nemen

bevoegdheden moeten bijdragen. Omdat ieder

en de circulaire economie te realiseren.

Haagse

dit

voor concrete resultaten in de opgaven. We willen

gebied verschillend is hebben we een decentrale

ondersteunen als ze hiermee verbonden worden.

met het kabinet kijken hoe we ter ondersteuning

aanpak

van die opgavegerichte aanpak onze digitale

gebieden en op nationale schaal te kijken hoe

agenda kunnen versnellen.

we de kracht van iedere regio kunnen inzetten.

en

Europese

fondsen

kunnen

nodig.

Door

in

gebieden,

tussen

Zo kan elk gebied groeien in brede welvaart en tegelijkertijd bijdragen aan de oplossing van de opgaven op nationaal niveau.

05

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERLAND

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERLAND

06

NIEUWE AFSPRAKEN We willen met het nieuwe kabinet concrete en

Daarom stellen we als gezamenlijke decentrale

verbindende afspraken maken.

overheden drie diamantharde voorwaarden aan afspraken voor de nieuwe kabinetsperiode:

We zetten ons in voor een interbestuurlijke aanpak met resultaat. We willen dat doen

•

financiële

middelen

en

een

toereikend eigen belastinggebied,

als

één overheid: gebiedsgericht en samen met de

voldoende

•

gelijkwaardigheid

in

interbestuurlijke

verhoudingen,

inwoners van Nederland. • Daar is wel iets voor nodig. De afgelopen

aandacht voor de uitvoerbaarheid van nieuwe taken en afspraken.

jaren hebben ons geleerd dat een gezamenlijke aanpak niet vanzelf tot succes leidt. We hebben

We wensen dat de rijksoverheid meebeweegt

in

in het verbinden van opgaven door een meer

interbestuurlijke

samenwerking

scherpe

kaders nodig, een helder mandaat, een goede

ontkokerde werkwijze.

democratische borging en voldoende financiële Gemeenten, provincies en waterschappen willen

middelen.

met het rijk en het nieuwe kabinet met en midden Deze

succesvoorwaarden

zijn

de

afgelopen

periode onder druk komen te staan, onder meer door de financiële problemen in het sociaal domein en door de uitholling van de motorrijtuigenbelasting.

07

KRACHTIG GROEN HERSTEL VAN NEDERLAND

in de samenleving, als één overheid bouwen aan een sterker Nederland!

Wet op het decentraal bestuur ter aanvulling, schrapping of wijziging van de Provinciewet, de Gemeentewet en de Waterschapswet.

(Dit is de publieksversie. De versie met uitgebreide artikelsgewijze toelichting is te vinden op https://vng.nl/ artikelen/spoor-2-wet-decentraal-bestuur) Wet van (…), houdende regels inzake toedeling van taken aan decentrale bestuurslichamen (Wet op het decentraal bestuur) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is te komen tot algemene beginselen van toedeling van taken aan decentrale bestuurslichamen, mede ter uitvoering van de artikelen 124, 133 tot en met 135 van de Grondwet; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 0 In deze wet wordt verstaan onder: a Onze Minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b Decentrale bestuurslichamen: de gemeenten, de provincies, de waterschappen en de bij gemeenschappelijke regeling ingestelde openbare lichamen, bedrijfsvoeringsorganisaties en gemeenschappelijke organen voor zover zij bij of krachtens de wet verplicht zijn ingesteld; en overige bestuurslichamen die zijn belast met decentrale taakstellingen en bevoegdheden.

Artikel 1 Lid 1: De regering voert een algemeen rijksbeleid met betrekking tot de decentrale bestuurslichamen. Dit beleid wordt vastgelegd in een Beleidskader decentraal bestuur. Onze Minister stelt − in afstemming met de instanties die de afzonderlijke bestuurslichamen representeren − een ontwerp daarvoor vast. Lid 2: Onze Minister is belast met de coördinatie van het rijksbeleid dat de decentrale bestuurslichamen raakt en met de zorg voor de toepassing en naleving van het door de regering vastgestelde Beleidskader decentraal bestuur Lid 3: Over maatregelen en voornemens die van betekenis zijn voor het rijksbeleid inzake de decentrale bestuurslichamen treden Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen en voornemens tot stand komen in een vroegtijdig stadium in overleg met Onze Minister. Lid 4: Onze Minister maakt bedenkingen kenbaar tegen een maatregel of een voornemen voor zover hem die maatregel of dat voornemen met het oog op het door de regering vastgestelde Beleidskader decentraal bestuur niet toelaatbaar voorkomt. Lid 5: Voorstellen voor maatregelen die van betekenis zijn voor het rijksbeleid inzake de decentrale bestuurslichamen vanwege Onze Ministers worden medeondertekend door Onze Minister.

Artikel 2 Lid 1: Onze Minister wie het aangaat, onderscheidenlijk het provinciebestuur, stelt de betrokken colleges of een instantie die voor deze representatief kan worden geacht, zo nodig binnen een te stellen termijn, in de gelegenheid hun oordeel te geven omtrent voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur, ontwerpen van ministeriële regeling, of ontwerpen van provinciale verordening waarbij: a van de gemeentebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd, of

2

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

b. in betekenende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van de gemeentebesturen. Lid 2: Voorstellen als bedoeld in het eerste lid bevatten in de bijbehorende toelichting een weergave van de gevolgen voor de inrichting en werking van de gemeenten en een weergave van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de betrokken colleges of representatieve instantie. Lid 3: Onze Minister wie het aangaat, onderscheidenlijk het provinciebestuur, is niet verplicht vooraf het in het eerste lid bedoelde oordeel in te winnen indien zulks ten gevolge van dringende omstandigheden niet mogelijk is. In dat geval wordt het oordeel zo spoedig mogelijk ingewonnen en openbaar gemaakt. Lid 4: Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de algemene besturen van de waterschappen.

Artikel 3 Lid 1: Onze Minister wie het aangaat stelt de betrokken gedeputeerde staten of een instantie die voor hen representatief kan worden geacht, zo nodig binnen een te stellen termijn, in de gelegenheid hun oordeel te geven omtrent voorstellen van wet, ontwerpen van algemene maatregel van bestuur, of ontwerpen van ministeriële regeling waarbij: a. van de provinciebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd, b. in betekenende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van de provinciale besturen, of c. de financiën van de provincies in betekenende mate zijn betrokken. Lid 2: Voorstellen als bedoeld in het eerste lid bevatten in de bijbehorende toelichting een weergave van de gevolgen voor de inrichting en werking van de provincies en een weergave van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de betrokken gedeputeerde staten of representatieve instantie. Lid 3: Onze Minister wie het aangaat is niet verplicht vooraf het in het eerste lid bedoelde oordeel in te winnen indien zulks ten gevolge van dringende omstandigheden niet mogelijk is. In dat geval wordt het oordeel zo spoedig mogelijk ingewonnen en openbaar gemaakt.

Artikel 4 Lid 1: Onze Minister bevordert de decentralisatie naar provincies en gemeenten en de daarbij horende beleidsvrijheid. Lid 2: Bij maatregelen en voornemens die de provincies en gemeenten raken hebben Onze Ministers wie het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister op welke wijze aan deze beleidsvrijheid inhoud en vorm zal worden gegeven. Lid 3: Bij maatregelen en voornemens die de provincies en gemeenten raken en waarbij in een geringe beleidsvrijheid is voorzien, hebben Onze Ministers een motiveringsplicht op welke gronden is gekozen voor taaktoedeling aan provincie of gemeente en niet aan andere decentrale bestuurslichamen of voor een vorm van deconcentratie. Lid 4: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen van Onze Ministers strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 5 Lid 1: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister de in art. 124 lid 1 Grondwet gevestigde autonomie van provincie en gemeente. Onder autonomie wordt verstaan dat voor provincies en gemeenten de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen wordt overgelaten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

Lid 2: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister dat er voor de uitoefening van de autonome taakstelling, zoals omschreven in lid 1, voldoende financiële middelen ter beschikking staan voor provincie en gemeente. Lid 3: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot een beperking van de autonomie van provincies en gemeenten, zoals omschreven in lid 1, hebben Onze Ministers een motiveringsplicht. Lid 4: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen van Onze Ministers strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 6 Lid 1: Door middel van het Beleidskader decentraal bestuur waarborgt Onze minister dat er voor de uitvoering van taken in medebewind voldoende financiële middelen ter beschikking staan voor provincies, gemeenten, waterschappen en regionale bestuursvormen. Onder medebewind wordt verstaan dat regeling en bestuur van de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden gevorderd bij of krachtens de wet. Lid 2: Bij toepassing van artikel 2, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet kan Onze Minister bedenkingen kenbaar maken indien de voorgeschreven toelichtingen van Onze Ministers strijdig zijn met het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 2 Financiële-verhoudingswet Lid 1: Indien beleidsvoornemens vanwege het Rijk of vanwege Europese regelgeving leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies, gemeenten of waterschappen, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies, gemeenten of waterschappen zijn. De financiële gevolgen worden onderbouwd door een onafhankelijke partij. Bij het betreffende onderzoek wordt de opzet van dit onderzoek afgestemd met de instanties die de afzonderlijke bestuurslichamen representeren. Na de effectuering van de beleidsvoornemens wordt getoetst of de financiële gevolgen bij aanvang voldoende in kaart zijn gebracht. Via een Transitiefonds kunnen bij taaktoedelingen financiële fricties worden voorkomen. Lid 2: Onverminderd het bepaalde in de artikelen 110, vijfde lid, 119, vierde lid en 120, tweede lid, worden de kosten, verbonden aan de uitvoering van het eerste lid, voor zover zij ten laste van de betrokken gemeenten blijven, door het Rijk aan hen vergoed. Onze Ministers dragen via de fondsbegroting zorg voor het opvangen van de financiële gevolgen, tenzij kan worden aangetoond dat een andere bekostigingswijze beter past.

Bij een andere bekostigingswijze geeft men nauwkeurig onderbouwd aan waarom deze bekostigingswijze reëel is om de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. Voor waterschappen wordt, indien hier aanleiding toe bestaat, op andere wijze in een vergoeding voorzien.

Artikel 7 Lid 1: Onze Minister die het aangaat en het provinciebestuur doen het college onderscheidenlijk het waterschapsbestuur desgevraagd mededeling van hun standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de gemeente onderscheidenlijk het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Lid 2: Onze Minister die het aangaat doet gedeputeerde staten desgevraagd mededeling van zijn standpunten en voornemens met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.

4

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Artikel 8 Lid 1: Onze Minister die het aangaat en het provinciebestuur bieden het college en het waterschapsbestuur desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de gemeente onderscheidenlijk het waterschap van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet. Lid 2: Onze Minister die het aangaat biedt gedeputeerde staten desgevraagd de gelegenheid tot het plegen van overleg met betrekking tot aangelegenheden die voor de provincie van belang zijn, tenzij het openbaar belang zich daartegen verzet.

Artikel 9 Lid 1: Over al hetgeen de provincie betreft dienen gedeputeerde staten Onze Ministers desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de commissaris van de Koning wordt verlangd. Lid 2: Over al hetgeen de gemeente betreft dient het college Onze Ministers en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad, tenzij dit uitdrukkelijk van de burgemeester wordt verlangd. Lid 3: Over al hetgeen het waterschap betreft dient het dagelijks bestuur Onze Ministers en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad, tenzij zij dit uitdrukkelijk van het algemeen bestuur wordt verlangd. Het verzoek om bericht en raad door een van Onze Ministers geschiedt, evenals in dat geval het dienen van bericht en raad, door tussenkomst van gedeputeerde staten, tenzij het enkel het verschaffen van feitelijke informatie betreft.

Artikel 10 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur worden de gevallen geregeld waarin gedeputeerde staten verplicht zijn tot het verstrekken van systematische informatie aan Onze Minister wie het aangaat. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet of de algemene maatregel van bestuur. Lid 2: Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, na overleg met Onze Minister, kan worden bepaald dat in die maatregel te omschrijven gegevens ten behoeve van statistische doeleinden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verstrekt. Lid 3: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan worden bij algemene maatregel van bestuur nadere algemene regels gesteld. Lid 4: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan, alsmede omtrent de verstrekking en inwinning van incidentele informatie, wordt, voor zover dat niet bij wet geschiedt, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoe de financiële gevolgen van de verplichting tot informatieverstrekking worden gecompenseerd. Lid 5: De voordrachten voor de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in het derde en het vierde lid, worden gedaan door Onze Minister.

Artikel 11 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur worden de gevallen geregeld waarin het college verplicht is tot het verstrekken van systematische informatie aan Onze Ministers wie het aangaat. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet of de algemene maatregel van bestuur. Lid 2: Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, na overleg met Onze Minister, kan worden bepaald dat in die maatregel te omschrijven gegevens ten

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5

behoeve van statistische doeleinden aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verstrekt. Lid 3: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan worden bij algemene maatregel van bestuur nadere algemene regels gesteld. Lid 4: Omtrent de in het eerste en tweede lid bedoelde verstrekking van informatie en de inwinning daarvan, alsmede omtrent de verstrekking en inwinning van incidentele informatie, wordt, voor zover dat niet bij wet geschiedt, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven hoe de financiële gevolgen van de verplichting tot informatieverstrekking worden gecompenseerd. Lid 5: De voordrachten voor de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in het derde en het vierde lid, worden gedaan door Onze Minister.

Artikel 12 Lid 1: Bij de wet of krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of bij provinciale verordening worden de gevallen geregeld waarin het college verplicht is tot het verstrekken van systematische informatie aan het provinciaal bestuur. Daarbij kan worden bepaald dat bij ministeriële regeling of bij besluit van gedeputeerde staten nadere voorschriften worden gegeven ten behoeve van de toepassing van de wet, de algemene maatregel van bestuur of de provinciale verordening. Lid 2: In de regelingen, bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid, wordt tevens aangegeven hoe de financiële gevolgen van de informatieverstrekking voor de gemeente worden gecompenseerd. Lid 3: Het provinciebestuur doet mededeling aan Onze Minister van de inwinning van systematische informatie ingevolge een provinciale verordening. Lid 4: Het bepaalde in de artikelen 10 tot en met 12 is van overeenkomstige toepassing op de waterschapsbesturen.

Artikel 13 Lid 1: Een wet waarbij van provinciebesturen, gemeentebesturen en waterschapsbesturen regeling of bestuur wordt gevorderd of waarbij in betekenende mate wijziging wordt gebracht in hun taken en bevoegdheden, wijkt van het bepaalde in de Provinciewet, de Gemeentewet, de Waterschapswet en de Wet op het decentraal bestuur niet af dan wanneer dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Lid 2: Het voorstel voor een wet als bedoeld in het eerste lid bevat in de bijbehorende toelichting de gronden voor de voorgestelde afwijking. Lid 3: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 14 Lid 1: Een wet waarbij van provinciebesturen, gemeentebesturen regeling of bestuur wordt gevorderd of waarbij in betekenende mate wijziging wordt gebracht in hun taken en bevoegdheden houdt rekening met het hoofdschap van de vertegenwoordigende organen in provincie en gemeente, zoals gevestigd in artikel 125 Grondwet. Lid 2: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur. Artikel 15 Lid 1: Bij of krachtens de wet kan onderscheid worden gemaakt tussen provincies onderscheidenlijk gemeenten.

6

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Lid 2: Dit onderscheid tussen provincies en gemeenten beperkt zich tot de taken en bevoegdheden die in medebewind worden opgedragen. Lid 3: Bij of krachtens de wet kunnen gemeentelijke taken aan provincies worden overgedragen. Lid 4: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot een onderscheid tussen provincies en gemeenten of waarbij gemeentelijke taken aan provincies worden overdragen, heeft Onze Minister die het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister. Lid 5: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur.

Artikel 16 Lid 1: Vormen van regionaal bestuur die door Onze Minister die het aangaat verplicht aan provincies en gemeenten worden opgelegd, vereisen een specifieke wettelijke grondslag. Lid 2: Bij toepassing van deze verplichte vormen van regionaal bestuur wordt van rijkswege in de financiering voorzien en wordt een financiële aansprakelijkheid van de Staat aangehouden. Deze financiering gaat van het Rijk naar de gemeenten en van de gemeenten vervolgens naar de betreffende regio.

Artikel 17 Lid 1: Onze Minister bevordert de ordening van het regionaal bestuur. Lid 2: Bij maatregelen en voornemens die leiden tot regiovorming en die provincies en gemeenten raken, heeft Onze Minister die het aangaat een motiveringsplicht jegens Onze Minister. Lid 3: Onze Minister kan bedenkingen kenbaar maken indien de voorgenomen maatregelen strijdig zijn met het in artikel 1, eerste lid voorgeschreven Beleidskader decentraal bestuur. Lid 4: Ten behoeve van het regionaal bestuur wordt bij de wet voorzien in adequate verantwoordings- en controlefora via de gemeenteraden of anderszins. Bij territoriale samenval van regionaal en provinciaal bestuur kunnen provinciale staten worden ingeschakeld.

Artikel 18 Bij de toepassing van artikel 1, vierde lid; artikel 4, vierde lid; artikel 5, vierde lid; artikel 6, tweede lid; artikel 13, derde lid; artikel 14, derde lid; artikel 15, vijfde lid; artikel 17, derde lid kan Onze Minister − bij gebrek aan overeenstemming − advies vragen aan de Afdeling Bestuursgeschillen van de Raad van State.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7

Algemene toelichting Aanleiding Van oudsher kent Nederland een inrichting van het openbaar bestuur waarbij de rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en allerlei interbestuurlijke samenwerkingsverbanden intensief samenwerken. Dit wordt wel kortweg aangeduid als het Nederlandse organische bestuursstelsel. Als één of meer onderdelen van dit bestuur in zwaar weer verkeren, heeft het hele stelsel daar last van. Dat is momenteel het geval. Daarvan ondervinden niet alleen de betrokken overheden nadelen, ook de dienstverlening aan de inwoners raakt meer en meer belast. Sinds het einde van de 20ste eeuw worden soms grote taken en verantwoordelijkheden van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten, provincies en waterschappen. Door taken op een specifieker bestuursniveau te beleggen, zijn de betrokken overheden- zo is de verwachting − beter in staat tot efficiënt en effectief bestuur dat goed aansluit bij de behoeften van de betrokken inwoners. Echter, deze uitbreiding van de verantwoordelijkheden van decentrale besturen heeft niet altijd gestructureerd plaatsgevonden. Zo zijn verschillende decentralisaties ingegeven door de behoefte om ervaren uitvoeringsproblemen op rijksniveau te willen oplossen. Van een weloverwogen analyse hoe deze taken op een lager niveau beter tot hun recht zouden komen, was weinig sprake.

Bij sommige decentralisaties waren verschillende departementen betrokken, terwijl de mogelijke gevolgen van de taakuitbreidingen niet in samenhang zijn beschouwd. De volksvertegenwoordigingen van deze bestuurslagen hebben zelden tot nooit invloed kunnen uitoefenen op de voorwaarden waaronder taken zijn overgedragen. Wel dragen zij daar uiteindelijk de verantwoordelijkheid voor, een verantwoordelijkheid die ze bij gebrek aan voldoende ondersteuning zeker niet altijd waar kunnen maken. De taakuitbreiding gaat bovendien lang niet altijd gepaard met het ter beschikking stellen van voldoende middelen. Hierdoor zien deze decentrale overheden zich vandaag aan de dag genoodzaakt om ofwel fors te bezuinigen en hun aanbod aan diensten ten behoeve van de burgers sterk te verschralen, dan wel de belastingen te verhogen, (hetgeen onwenselijk is gezien het hier geen eigen beleidskeuze van de gemeente betreft en er dus geen verband tussen bepalen en betalen is)”. Bezuinigingen belasten momenteel in sterke mate de uitvoeringskracht van het lokaal bestuur. Uiteindelijk ondervinden de inwoners daar eveneens de negatieve gevolgen van. Decentrale overheden staan voor grote maatschappelijke uitdagingen die om de nodige slagkracht vragen. Zij willen dicht bij hun burgers het goede goed doen.

Onsamenhangende en slecht uitvoerbare wet- en regelgeving, de uitholling van hun verantwoordelijkheden en de druk op de beschikbare middelen leiden ertoe dat zij daar momenteel onvoldoende toe in staat zijn. Om hun mogelijkheden te vergroten kiezen decentrale overheden geregeld, al dan niet al opgelegd door de wetgever, voor interbestuurlijke samenwerking. Hoewel dergelijke samenwerking meestal wel de uitvoeringskracht versterkt, kent samenwerking ook de nodige nadelen, zoals minder mogelijkheden voor maatwerk en een belasting van de democratische aansturing en verantwoording. Er is daarmee dringend behoefte aan een algehele versterking van het huidige bestuursstelsel. De door de VNG voorbereide wet op de decentrale overheden is hiervoor bedoeld. Deze wet kent verschillende bouwstenen, die elk voor zich bijdragen aan het verminderen van de genoemde knelpunten in het huidige openbaar bestuur. Uiteindelijk zullen de inwoners daarvan profiteren. De bouwstenen die het fundament van de voorgestelde wet vormen, worden hieronder geïntroduceerd.

Versterk het evenwicht tussen bestuurslagen De autonomie van gemeenten en provincies is vastgelegd in de Grondwet, respectievelijk in de Gemeentewet en de Provinciewet. Dat maakt Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Het is daarmee niet alleen aan de rijksoverheid om bepaalde taken op te pakken, provincies en gemeenten kunnen dat, op

8

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

eigen initiatief, evenzeer. De rijksoverheid beschikt over de mogelijkheid om bepaalde taken expliciet op te dragen aan andere overheden. Dit wordt aangeduid met het begrip medebewind. Naarmate de overheidsbemoeienis op allerlei maatschappelijke terreinen is toegenomen, heeft het onderscheid tussen autonomie en medebewind enigszins aan belang ingeboet, omdat ook via dit medebewind kan worden voorzien in vormen van beleidsvrijheid. Het is echter van cruciaal belang om het domein van de decentrale autonomie te blijven onderscheiden van de beleidsvrijheid in de sfeer van het medebewind. In de eerste plaats omdat provincies en gemeenten het initiatief kunnen nemen om nieuwe problemen op te pakken, maar in de tweede plaats vooral omdat deze decentrale overheden met vrije financiële middelen voorzieningen creëren (theaters, zwembaden bibliotheken etc.), maatschappelijke initiatieven en bedrijvigheid stimuleren, talrijke subsidies verstrekken en cofinanciering organiseren en de veiligheid en het welzijn van burgers waarborgen. In een politiek stelsel dat is gefundeerd op rechtstreekse verkiezingen zijn deze aspecten van autonomie van cruciaal belang. Zij vormen een kernbestanddeel van de provinciale en lokale democratie, althans zo zou het moeten zijn.

In de huidige bestuurspraktijk staat deze autonome taakuitoefening echter onder zware druk vanwege de aanzienlijke financiële tekorten die voortvloeien uit recente decentralisatie-operaties. Onder verwijzing naar de autonomie van gemeenten en provincies is de afgelopen decennia geregeld gesteld dat er sprake is van gelijkwaardigheid tussen de verschillende overheden, of zelfs dat de gemeenten gezien kunnen worden als ‘eerste overheid’. Van gelijkwaardigheid is in de praktijk echter geen sprake, niet in het minst omdat de bevoegdheid om wetten te maken uitsluitend bij de centrale overheid berust. Dat geldt evenzeer het primaat om tot overdracht van taken of bevoegdheden over te gaan. In plaats van het benadrukken van gelijkwaardigheid tussen bestuurslagen dient veeleer het evenwicht in de bestuurlijke verhoudingen te worden benadrukt. Daarmee wordt bedoeld dat elke bestuurslaag de ruimte moet krijgen om zijn eigen rol te vervullen. De verschillende bestuurslagen dienen elkaar hierin aan te vullen en te versterken. Bij de Minister van Binnenlandse Zaken berust als eerste de verantwoordelijkheid om dit evenwicht te bewaken en te bewaren. Binnen de Rijksoverheid impliceert dit dat deze minister ook aandacht heeft voor het optreden van diverse vakdepartementen, die geregeld op eigen initiatief voor allerlei taken specifieke afspraken maken met decentrale overheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9735936/1