CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 25.027 Bijlage 2 Kadernota 2026 versie 1.0

Raad 11 maart 2025, gemeente ZeistBij agendapunt: Lijst Ingekomen stukken raad maart9.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADERNOTA RDWI 2026 Versie 1.0

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 1

Voorwoord Inwoners een stap verder helpen! Dat is waar de Regionale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI) voor staat. We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom is uitgangspunt om de inwoner centraal te stellen in zijn/haar ondersteuningsvraag. We werken vanuit vertrouwen in de inwoner, met een juiste balans tussen ‘rechtmatigheid’ en ‘doelmatigheid’ en passen waar nodig maatwerk toe. Deze kernwaarden zijn het vertrekpunt voor de dienstverlening aan de inwoners van onze regio. We blijven ons inzetten om onze kernwaarden in onze dienstverlening toe te passen. Deze kernwaarden passen bij de huidige ontwikkelingen binnen de Participatiewet in balans, het wetsvoorstel proactieve dienstverlening en de landelijke ontwikkelingen binnen het schuldendomein. We voorzien dat deze ontwikkelingen van invloed zullen zijn op onze dienstverlening in de toekomst, waarbij momenteel nog niet duidelijk is wat en hoe groot deze invloed zal zijn. Daarbij komt dat de miljoenennota van het huidige kabinet op veel onderwerpen slechts een stip op de horizon zet en dat hiervan de gevolgen en implicaties voor de gemeenten (nog) niet duidelijk zijn. Dit alles geschiedt in de context van de (financiële) vraagstukken bij de gemeenten. Daarnaast volgen in 2026 de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de lokale koers voor de jaren erna bepaald zal gaan worden.

Al deze ontwikkelingen maken dat deze Kadernota en de bijbehorende prognoses opnieuw met enig voorbehoud geschreven zijn. Waar mogelijk, wordt de actuele stand van zaken verwerkt in de begroting 2026. We blijven in het licht van deze ontwikkelingen in gesprek met de gemeenten. In deze kadernota gaan we uit van ontwikkelingen die we op Rijks- en organisatieniveau verwachten in 2026, voor zover we die op dit moment kunnen overzien. De uitwerking en de vertaling naar doelen vindt plaats in de begroting 2026 en meerjarenraming 20272029, nadat gemeenten de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze in te dienen op deze kadernota. In hoofdstuk 1 gaan we verder in op de algemene ontwikkelingen en in hoofdstuk 2 gaan we in op ontwikkelingen per thema. De financiële kaders zijn per onderdeel verwerkt in hoofdstuk 2 (op thema), hoofdstuk 3 (Wet sociale werkvoorziening) en in hoofdstuk 4 (bedrijfsvoering). In de financiële kaders zijn de bijgestelde verwachtingen van de omvang van het klantenbestand verwerkt, volgens de informatie zoals deze op het moment van schrijven bekend is. Deze kadernota wordt via de gebruikelijke wijze aangeboden aan de gemeenteraden. Zienswijzen op de kadernota worden meegenomen in de ontwerp begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 die na de vaststelling van de kadernota aan de gemeenten wordt aangeboden. Zeist, 15 januari 2025 W.J.

(Walter) van Dijk Voorzitter bestuur RDWI

B. (Bernice) Ruiter Directeur RDWI

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 2

Inhoudsopgave 1

HOOFDLIJNEN KADERNOTA ............................................................................................. 4

1.1.

ONTWIKKELINGEN IN VOGELVLUCHT .............................................................................. 4

1.2.

WAAR HOUDEN WE FINANCIEEL GEZIEN REKENING MEE ............................................... 5

1.3.

SAMENVATTING FINANCIËN ............................................................................................ 6

2

THEMA’S 2026 ................................................................................................................. 9

2.1.

ONTWIKKELING VAN HET BESTAND BIJSTAND ................................................................ 9

2.2.

RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS ................... 11

2.3.

INKOMENSVOORZIENINGEN.......................................................................................... 13

2.4.

DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS ...................................................................... 15

2.5.

HULP BIJ SCHULDEN ...................................................................................................... 16

3

UITVOERING WSW DOOR BIGA GROEP ......................................................................... 18

4

BEDRIJFSVOERING ......................................................................................................... 19

4.1.

ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ........................................................................... 19

4.2.

RISICOMANAGEMENT.................................................................................................... 21

BIJLAGE 1 MEERJARENRAMING

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 3

1 Hoofdlijnen kadernota De kadernota geeft de financiële kaders die nodig zijn om de beleidsdoelen te realiseren. In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven van de ontwikkelingen waar we rekening mee houden en de financiële uitgangspunten. De manier waarop we daar invulling aan geven en de doelstellingen die we daaraan verbinden, worden verwerkt in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Daarin worden ook de zienswijzen verwerkt die door gemeenten op deze kadernota worden meegegeven.

1.1. Ontwikkelingen in vogelvlucht Hieronder beschrijven we een aantal algemene ontwikkelingen voor 2026 die van invloed zijn op de volle breedte van ons werk. In hoofdstuk 2 wordt per thema ingegaan op de specifieke ontwikkelingen. De menselijke maat wordt in diverse landelijke regelgeving steeds belangrijker, onze kernwaarden sluiten hier goed op aan De ontwikkelingen rondom de Participatiewet in balans en het wetsvoorstel proactieve dienstverlening benadrukken het belang van werken vanuit vertrouwen en de ondersteuningsbehoefte van de inwoner centraal stellen. Er komt nog duidelijker de nadruk te liggen op het maken van een integrale afweging in de individuele situatie van onze inwoners. Ook de ontwikkelingen binnen het schulddomein sluiten hierop aan. Vanuit onze kernwaarden bewegen we als organisatie al in de richting van deze komende wet- en regelgeving. Deze transitie blijft ook de komende jaren onze aandacht houden. Het Rijksbeleid blijft een onzekere factor in de nabije toekomst In de miljoenennota van het huidige kabinet wordt op meerdere punten een algemeen beeld zichtbaar wat de plannen van het kabinet zijn, zonder dat de impact en de gevolgen voor de lokale uitwerking helder zijn. We voorzien dat er meer van gemeenten en van ons zal worden gevraagd.

We zien daarbij dat het Rijk (nog) geen extra financiële middelen heeft vrijgemaakt voor nieuwe, uitbreidende of aangepaste taken. De geplande gemeenteraadsverkiezingen in 2026 zullen daarnaast de lokale koers voor de jaren erna gaan bepalen. We proberen zo goed mogelijk met gemeenten mee te bewegen in deze tijd van (grote) financiële vraagstukken De (grote) financiële vraagstukken bij gemeenten zullen de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen. De financiële positie van gemeenten, op de korte en langere termijn, is een onzekerheid die door kan werken op onze dienstverlening. We zijn met de gemeenten in gesprek over kostenbeheersing. Deze ontwikkelingen maken dat deze Kadernota en de bijbehorende prognoses opnieuw met enig voorbehoud geschreven zijn. Waar mogelijk, wordt de actuele stand van zaken verwerkt in de begroting 2026.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 4

1.2. Waar houden we financieel gezien rekening mee Algemene uitgangspunten - Er is rekening gehouden met een reële begroting 2026 en meerjarenkader; - Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Budgetten Sociaal Domein Voor de berekening van het benodigde BUIG budget is gebruik gemaakt van ramingen van het CPB in de Macro Economische Verkenning.1 De hoogte van de Rijksbijdrage BUIG is gebaseerd op het macrobudget, zoals opgenomen in de begroting 2025 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het budget re-integratie is geactualiseerd op basis van de afspraken in de strategische kaders. Zoals gebruikelijk voor de indexatie van de instrumenten re-integratie is de prijsindex overheidsconsumptie/beloning werknemers gebruikt, aangezien deze van toepassing is op subsidierelaties. De bijdrage Wsw is gebaseerd op raming in de septembercirculaire 2024. De mutatie bij de inkomensvoorzieningen is berekend op basis van de prognose 2024 en het verwachte effect van beleidswijziging. Ook wordt de studietoeslag als aparte inkomensvoorziening gepresenteerd. Deze post maakte deel uit van het budget bijzondere bijstand, maar valt daar niet meer onder. Het maakt nu onderdeel uit van de participatiewet 2. Budget voorzieningen Wet Inburgering Het budget voor de voorzieningen Wet Inburgering is nog niet geactualiseerd.

Hiervoor is informatie nodig vanuit het ministerie over de taakstelling huisvesting en de voorlopige beschikkingen voor 2025. Deze stukken waren bij de voorbereiding van deze kadernota nog niet beschikbaar. Tevens is het nog onduidelijk wat precies het effect is van het kabinetsbeleid voor asiel en re-integratie. Omvang formatie Er wordt uitgegaan van een formatie-omvang van 159,1 fte. Lonen en salarissen Wet sociale werkvoorziening De salariskosten SW van de medewerkers die via Biga Groep werken, zijn niet aangepast. Ze zijn nog gebaseerd op de bedragen zoals opgenomen in een conceptmeerjarenraming 2024 en verder. Voor de actualisatie is de begroting 2025 met de doorkijk naar 2026 van de Biga Groep nodig. Deze is in december ’24 in de aandeelhoudersvergadering besproken en dat was te laat om de mutatie voor deze kadernota 2026. De mutatie wordt in de begroting 2026 verwerkt. Prijscompensatie Een prijsindexatie op de apparaatskosten (exclusief lonen en salarissen) van 2,2% voor 2026 is opgenomen in de kadernota, mutatie € 94.200. Het percentage is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024.

1

Macro Economische Verkenning (MEV) – september 2024

2

De wijziging is in 2022 doorgevoerd als onderdeel van de verzamelwet SZW 2022. De rijksbijdrage voor deze regeling is niet gewijzigd. In 2025 heeft het Rijk voor de studietoeslag € 35 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 5

Looncompensatie De loonontwikkeling is gebaseerd op de geraamde loonontwikkeling in 2026 van 3,8% zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB (mutatie + € 528.000). Indien uit de nieuwe CAO 2025 een structurele effect voortvloeit, dan wordt verwerkt in de kadernota 2027. Taakstelling - besluit algemeen bestuur over kostenbeheersing Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur op 18 december 2024 over kostenbeheersing zijn in deze kadernota taakstellingen opgenomen in de bijdragen voor de CAZ en voor de apparaatsbegroting. Het besluit van het algemeen bestuur vloeit voort uit het verzoek van gemeenten om op dienstverlening besparingen te realiseren ter ondersteuning van de bezuinigingsopgave van de gemeenten. Na een verkenning van de mogelijkheden heeft het algemeen bestuur een positief besluit genomen over 5 voorstellen. De specifieke uitwerking van het effect van de voorstellen op de organisatie en, voor zover mogelijk, op de programmamiddelen die in de voorstellen geraakt worden, vindt de komende maanden plaats. In de begroting 2026 wordt het nader effect van deze uitwerking verwerkt.

1.3. Samenvatting financiën De raming in de 2e nota begrotingswijziging 2024 vormt de basis voor de actualisatie budgetten voor de kadernota 2026. We voorzagen voor 2024 net als in 2023 een stijging van de lasten. Deze stijging heeft verschillende oorzaken en een grote gemene deler, namelijk het effect van de inflatie van de afgelopen jaren. Deze inflatie werkt structureel door in de lasten en het benodigde budget voor 2026 en verder. De belangrijkste financiële ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2026 zijn: 1. Ten opzichte van de kadernota 2025 verwachten we dat de lasten BUIG zullen stijgen. We verwachten dat het aantal uitkeringsgerechtigden de komende jaren vrij constant blijft en voor 2026 zelfs iets daalt ten opzichte van de vorige meerjarenraming. De stijging van de lasten BUIG is terug te voeren op prijseffect, de gemiddelde uitkering stijgt. Voor de loonkostensubsidie gaan we uit van een stijging van ongeveer 7%. De verwachting is dat de ontwikkeling in onze regio gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, worden de lasten gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. 2. Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur in verband met een kostenbesparingsopdracht is op de bijdrage voor het apparaatsbudget een taakstelling opgenomen.

De komende maanden wordt deze taakstelling nader ingevuld en verwerkt in de begroting 2026. De taakstelling wordt ingevuld op specifieke dienstverlening. De verandering in de dienstverlening kan ook impact hebben op BUIG-lasten. Dit effect kan echter alleen achteraf met terugwerkende kracht worden vastgesteld. 3. Het benodigd budget voor kredietverlening BBZ en de bijbehorende onderzoekskosten levensvatbaarheid is verlaagd op basis van de ervaringscijfers over 2022 tot en met 2024. In verband onvoorspelbaarheid van het aantal aanvragen en vooral de hoogte van de aanvragen blijft de passage in de risicoparagraaf gehandhaafd.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 6

4.

In de actualisatie van het re-integratie programmabudget is rekening gehouden met een stijging van de begeleiding voor beschut werk voor 2026 3. Omdat er met gemeenten nog geen afspraken zijn gemaakt over 2026 over de inzet van de andere instrumenten, is voor de andere drie componenten de prognose voor 2024 als uitgangspunt genomen. Alle componenten re-integratie zijn geïndexeerd. 5. De bijdrage kinderopvang is ook geactualiseerd op basis van de verwachte realisatie 2024. Aangezien de inzet van dit instrument de afgelopen jaren moeilijk te voorspellen is gebleken, is ervoor gekozen om een stijging van 10% door te voeren. 6. De gemeentelijke bijdrage voor Wsw is verhoogd op basis van de actualisatie van de lasten zoals verwerkt in de septembercirculaire 2024. 7. Op basis van de verwachte realisatie 2024 zijn de gemeentelijke bijdragen voor de inkomensvoorzieningen verhoogd. Naast de prijsstijgingen als gevolg van de inflatie zien we dat het beroep op de bijzondere bijstand toeneemt. Dat zelfde geldt voor de studietoeslag. In de stijging van de individuele inkomenstoeslag is ook het effect verwerkt van de ambtshalve toekenning aan mensen in de bijstand. Voor het minimabeleid voorzien we een kleine daling. 8. Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur in verband met een kostenbesparingsopdracht is op de collectieve ziektekostenverzekering een taakstelling opgenomen.

De komende maanden wordt deze taakstelling nader ingevuld en verwerkt in de begroting 2026. 9. Het budget voorzieningen inburgering is niet geactualiseerd in verband met de grote onzekerheden op dit beleidsterrein. De risico’s die deze onzekerheden met zich mee brengen zijn opgenomen in de risicoparagraaf. 10. De formatie voor de uitvoering van de Participatiewet en schulddienstverlening is in deze kadernota 2026 gelijk gehouden aan de systematiek zoals afgesproken in 2020. Wel is de formatie voor de basisdienstverlening re-integratie verhoogd met 4 fte inclusief overhead, waarmee de formatie op 159,1 fte komt. Dit is nog een uitvloeisel van de afspraak van de strategische kaders om de bijdrage voor de basisdienstverlening re-integratie, dat wil zeggen de wettelijke dienstverlening voor re-integratie, rechtstreeks toe te rekenen aan de apparaatskostenbegroting. Bij de begroting 2025 is deze wijziging financieel doorgevoerd. Het effect op de formatie dat met het budget samenhangt is toen nog niet verwerkt. 11. De mutatie van de formatie voor de dienstverlening in het kader van de Wet Inburgering 2021 blijft in deze kadernota op PM. Op basis van de instroom de afgelopen jaren merken we dat de dienstverlening onder druk blijft. Echter, omdat het effect van het voorgestelde kabinetsbeleid nog onduidelijk is, is besloten om deze PM te laten staan.

Bij de 1e Nota begrotingswijziging 2026 wordt op basis van de werkelijke instroom tot eind 2025, het incidenteel effect voor 2026 vastgesteld en verwerkt. Het structureel effect wordt dan verwerkt in de kadernota en begroting 2027. In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van wijzigingen in de bijdragen gemeenten op de verschillende activiteiten van RDWI. Tabel 1.1 Mutatie bijdrage gemeenten Begroting 2025

2025

2026

2027

2028

2029

90.454.000

91.080.700

91.801.100

91.198.900

91.198.900

Mutaties kadernota 2026: 3

Actualisatie heeft plaats gevonden op basis van de raming opgenomen in de integratie-uitkering particpatie gemeentefonds mei 2024.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 7

Gebundeld BUIG / BBZ Levensonderhoud BBZ/2004 kredietverlening en onderzoekskosten Re-integratie & participatie Kinderopvang WSW Inkomensvoorzieningen Taakstelling CAZ i.v.m. kostenbeheersing AB besluit Voorzieningen Wet Inburgering Taakstelling bedrijfsvoering RSD i.v.m. kostenbeheersing AB besluit Bedrijfsvoering RSD algemeen en basisdienstverlening re-integratie L&P indexatie

0

1.363.000

56.000

218.000

218.000

0 0 0 0 0

4.000 584.900 146.000 583.000 612.000

4.000 584.900 146.000 570.000 612.000

4.000 584.900 146.000 534.000 612.000

4.000 584.900 146.000 534.000 612.000

0 0

-640.000 PM

-640.000 PM

-640.000 PM

-640.000 PM

0

-205.750

-336.250

-466.750

-466.750

596.200

596.200

596.200

596.200

Bedrijfsvoering WI L&P indexatie Bedrijfsvoering Schulddienstverlening Bedrijfsvoering RSD tbv Wet Inburgering

0 0 0 0 0

25.900 PM PM

25.900 PM PM

25.900 PM PM

25.900 PM PM

Subtotaal mutaties kadernota 2026

0

3.069.250

1.618.750

1.614.250

1.614.250

90.454.000 94.149.950 93.419.850 92.813.150

92.813.150

Bijdragen gemeenten kadernota 2026

De gemeentelijke bijdragen per programmaonderdeel zien er als volgt uit. Tabel 1.2 Bijdragen gemeenten Gebundeld BUIG / BBZ Levensonderhoud BBZ/2004 kredietverlening en onderzoekskosten Re-integratie & participatie Kinderopvang WSW Inkomensvoorzieningen Taakstelling CAZ Voorzieningen Wet Inburgering Bedrijfsvoering RSD

2025

2026

2027

2028

2028

52.075.500

54.374.600

53.994.000

54.155.800

54.155.800

158.400 1.598.100 480.000 8.625.000 6.672.000 1.981.000 17.831.000

162.400 2.183.000 626.000 8.899.000 7.284.000 -640.000 1.981.000 18.426.800

162.400 2.183.000 626.000 8.680.000 7.284.000 -640.000 1.981.000 18.426.800

162.400 2.183.000 626.000 8.042.000 7.284.000 -640.000 1.981.000 18.426.800

162.400 2.183.000 626.000 8.042.000 7.284.000 -640.000 1.981.000 18.426.800

Taakstelling bedrijfsvoering RSD Bedrijfsvoering RDWI Schulddienstverlening Bedrijfsvoering WI Bedrijfsvoering RSD tbv WI

0

-205.750

-336.250

-466.750

-466.750

0 1.033.000 0

PM 1.058.900 PM

PM 1.058.900 PM

PM 1.058.900 PM

PM 1.058.900 PM

Totaal bijdragen gemeenten

90.454.000

94.149.950

93.419.850

92.813.150

92.813.150

De verschillende onderdelen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 tot en met 4.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 8

2 Thema’s 2026 In dit hoofdstuk schetsen we welke ontwikkelingen wij verwachten die van invloed kunnen zijn op onze dienstverlening aan de inwoners. Deze ontwikkelingen worden vertaald naar financiële kaders en worden verder uitgewerkt in de begroting 2026. In de begroting 2026 worden ook de te bereiken doelen geformuleerd. De financiële tabellen betreffen de programmakosten; de apparaatskosten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

2.1. Ontwikkeling van het bestand We houden rekening met een daling in 2026 Voor de ramingen van het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering, volgen we de ramingen van het CPB. Het CPB verwacht een daling van de werkloosheid in 2025 en 2026. Daardoor daalt vanaf 2026 ook het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering. Tabel 2.1 Jaar

Groei/daling t.o.v. het vorige jaar

Stand huishoudens ultimo jaar

2023

+0,8%

2.720

Prognose

Stand per 31 december 2023

2024

+1,2%

2.753

Schatting

Stand per 1 oktober 2024

2025

0%

2.753

Schatting

MEV, september 2024

2026

-1,4%

2.715

Schatting

MEV, september 2024

2027

0%

2.715

Schatting

MEV, september 2024

2028

0%

2.715

Schatting

MEV, september 2024

Bron

* De prognose 2024 is gebaseerd op de stand van zaken najaar 2024. De schattingen 2025 en verder zijn gebaseerd op cijfers en beschrijvingen van het CPB. In de begroting 2026 worden de cijfers aangepast aan de hand van de werkelijke eindstand 2024.

Financieel kader Tabel 2.2 Meerjarenkader 2026-2029

2025

2026

2027

2028

2029

Gebundelde uitkeringen BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud

47.765.400

48.415.700

49.057.400

49.057.400

49.057.400

4.310.100 58.400

4.595.900 58.400

4.881.200 58.400

4.881.200 58.400

4.881.200 58.400

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Loonkostensubsidie (LKS) BBZ Kredietverlening BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid Totaal BUIG/BBZ 2025 Mutaties kadernota 2026: Gebundelde uitkering/ BBZ uitkering levensonderhoud Gebundelde uitkering aandeel loonkostensubsidie BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid BBZ Kredietverlening Totaal BUIG / BBZ kadernota 2026

Kadernota 2026 – versie 1.0

52.233.900 53.170.000 54.097.000 54.097.000 54.097.000 0

891.000

-455.000

-625.000

-625.000

0

472.000

511.000

843.000

843.000

0

15.000

15.000

15.000

15.000

0

-11.000

-11.000

-11.000

-11.000

52.233.900 54.537.000 54.157.000 54.319.000 54.319.000

pag. 9

Het verwachte aantal uitkeringen blijft vrij constant, terwijl de gemiddelde uitkering stijgt We verwachten dat de lasten BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud in 2026 stijgen ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt vooral veroorzaakt door de stijging van de gemiddelde uitkering, wat nog een na-ijleffect is van de inflatie in 2022/2023. Het vertrekpunt qua aantal uitkeringsgerechtigden is op het moment van schrijven (november 2024) wel iets beter dan de verwachting eind 2023 was. Voor de doorkijk naar 2027 en verder voorzien we een beperkte daling van het aantal aanvragen en van de lasten. De component loonkostensubsidie blijft gestaag stijgen De lasten loonkostensubsidie blijven stijgen, alleen minder hard dan bij de vorige kadernota werd geraamd. Voor 2026 en verder houden we rekening met ongeveer 7% stijging. Het aantal banen/werkplekken voor mensen met een beperking neemt gestaag toe. Daardoor maakt de loonkostensubsidie een steeds groter deel uit van de totale BUIG-lasten. Het aantal inwoners met een arbeidsbeperking (zowel met als zonder uitkering) groeit. BBZ onderzoekskosten levensvatbaarheid en kredietverlening BBZ Hoewel het aantal hulpvragen van zelfstandigen ook in 2024 is toegenomen, zien we geen stijging in de kredietverlening en blijven de onderzoekskosten voor levensvatbaarheid redelijk stabiel.

Op basis hiervan zijn voor de komende jaren beperkte aanpassingen doorgevoerd voor zowel de kredietverlening als de onderzoekskosten. In verband met de onvoorspelbaarheid van de kredietverlening blijft deze post ook in de risicoparagraaf opgenomen. Taakstelling dienstverlening Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur in verband met een kostenbesparingsopdracht is op de bijdrage voor het apparaatsbudget een taakstelling opgenomen. De taakstelling wordt onder meer ingevuld op specifieke dienstverlening in het kader van de BUIG. De verandering in de dienstverlening kan ook impact hebben op BUIG-lasten. Dit effect kan echter alleen achteraf met terugwerkende kracht worden vastgesteld. Resultaat BUIG/ BBZ uitkeringen levensonderhoud starters en gevestigden in 2025 In tabel 2.3 is voor de gemeenten extracomptabel het resultaat op het BUIG budget 2025 gepresenteerd. Tabel 2.3

Raming resultaat BUIG 2026

A. Raming rijksbudgetten BUIG

B. Raming lasten BUIG/LKS

C. Raming baten T&V

D. Resultaat voor ontschotting na Vangnetuitkering A-(B-C) = D

E. Raming resultaat na vangnetuitkering na ontschotting

Bunnik

2.803.000

2.983.100

-21.000

-159.100

-26.100

De Bilt

11.661.000

11.615.900

-163.000

208.100

101.800

Utrechtse Heuvelrug

11.444.000

11.903.100

-189.000

-270.100

-104.000

Wijk bij Duurstede

4.801.000

5.045.000

-175.000

-69.000

-43.600

Zeist

24.171.000

23.776.900

-402.000

796.100

577.700

Totaal budget

54.880.000

55.324.000 -950.000

506.000

505.800

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 10

Bij de raming in deze kadernota is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van het klantenbestand van onze gemeenten gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Op basis van de uitgangspunten die in deze kadernota gehanteerd zijn, verwachten we dat in 2026 het resultaat voor gemeente Zeist en De Bilt positief zal zijn. De gemeenten Bunnik, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede eindigen met een negatief resultaat. In kolom E is het resultaat opgenomen na toepassing van de solidariteitsafspraak dat eventuele tekorten over de vijf gemeenten tezamen verdeeld worden.

2.2. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Focus op doelmatigheid en samenwerking door impact wetswijzigingen In het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ (datum inwerkingtreding is nog onduidelijk) is er meer oog voor maatschappelijke participatie voor de groep inwoners die (nog) niet in staat is om te re-integreren. Ook vanuit de Strategische Kaders 2024-2027 is er voor dezelfde doelgroep de wens om te komen tot een lokale aanpak maatschappelijke participatie. Daarnaast komt er meer aandacht voor doelmatigheid, doen wat nodig is, meer maatwerk te bieden en integraal meer samen te werken. Deze ontwikkelingen vragen voor deze doelgroep lokaal en/of regionaal meer inzet. In het wetvoorstel ‘Van School naar Duurzaam Werk’ (voorlopige datum inwerkingtreding is 1 januari 2026) is er meer oog voor samenwerking tussen doorstroompunten, werk en inkomen en onderwijs als het gaat om jongeren. Uitkomsten deelprojecten strategische kaders: visietraject Biga Groep en de Innovatietafel In 2026 zullen de uitkomsten van deze deelprojecten geborgd en/of doorgevoerd worden. Dit betreft enerzijds de uitkomsten van deelproject innovatietafels (looptijd 2025/2026) gericht op de effectiviteit en innovatiekracht van re-integratie. En anderzijds het visietraject Biga Groep/RDWI, waarin de toekomstige samenwerking tussen beide partijen verder wordt doorontwikkeld.

Groei van en meer inzet op arbeidsbeperkten De doelgroep met een indicatie Banenafspraak en Beschut werk blijft toenemen. Als gevolg van het Breed Offensief kan een bredere doelgroep zonder indicatie aanspraak maken op loonkostensubsidie, werkbegeleiding en jobcoaching. Ook vanuit de arbeidsmarktregio ligt de focus op deze kwetsbare doelgroep. We verwachten meer inzet lokaal en bovenregionaal op deze doelgroep. Door deze ontwikkelingen nemen de kosten toe van (forfaitaire) loonkostensubsidie, jobcoaching, werkbegeleiding en beschut werk. Hier tegenover staat meer kansen op uitstroom van deze doelgroep naar werk. De hervorming van de arbeidsmarktregio infrastructuur heeft implicaties De (boven)regionale dienstverlening in de regio Midden-Utrecht wordt belangrijker door de wetswijzigingen gerelateerd aan de Hervorming Arbeidsmarkt Infrastructuur die naar verwachting per 2026 ingaan, maar ook door de start van het Werkcentrum in 2025 en de start van het Regionaal Beraad eind 2024. Er volgen maatregelen ter verbetering van de gezamenlijke publieke en private dienstverlening voor werk en scholing aan werkzoekenden, werkenden en werkgevers. Beschikbaarheid specialistische trajecten psychisch kwetsbaren naar werk De landelijke subsidieregeling voor Individuele Plaatsing en Steun trajecten (IPS) stopt naar verwachting eind 2025.

Ook loopt de regionale financiering af van Sterk met Werk (SMW) trajecten vanaf 2025. In 2025 zal er gekeken worden of deze trajecten geborgd

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 11

kunnen worden zodat deze specialistische trajecten voor de doelgroep beschikbaar blijven. Focus op begeleiding anderstaligen De verwachting is dat de dienstverlening aan anderstaligen in 2026 substantieel blijft. Dit vergt (meer) blijvende inzet van doelgroep specifieke (taal)trajecten en instrumenten. Financieel kader In tabel 2.4 zijn de mutaties op de budgetten die ingezet worden voor de ondersteuning van inwoners inzichtelijk gemaakt, exclusief de subsidie Wet sociale werkvoorziening. De stijging van de bijdragen re-integratie & participatie voor gemeenten wordt (deels) door het Rijk gecompenseerd via een hogere bijdrage in het gemeentefonds voor het cluster sociaal domein. Tabel 2.4 Meerjarenkader 20262029

2025

2026

2027

2028

2029

Re-integratie & Participatie, programma jeugdwerkloosheid begroting 2025

1.598.100

1.598.100

1.598.100

1.598.100

1.598.100

Volumestijging beschut werk

385.600

385.600

385.600

385.600

Indexatie

199.300

199.300

199.300

199.300

1.598.100

2.183.000

2.183.000

2.183.000

2.183.000

480.000

480.000

480.000

480.000

480.000

Mutaties kadernota 2026

0

146.000

146.000

146.000

146.000

Subtotaal kinderopvang

480.000

626.000

626.000

626.000

626.000

Mutaties kadernota 2026

0

730.900

730.900

730.900

730.900

2.078.100

2.809.000

2.809.000

2.809.000

2.809.000

Mutaties kadernota 2026:

Subtotaal programmabudget reintegratie & Participatie Kinderopvang begroting 2025

Totaal bijdragen gemeenten

In de strategische kaders 2024-2027 is afgesproken dat de meerjarenraming van de programmamiddelen voor re-integratie geleidelijk gebaseerd moet worden op een combinatie van regie-afspraken met de gemeenten over de inzet van de instrumenten en realistisch begroten. De accountgesprekken over 2026 vinden in 2025 plaats. Bij deze kadernota is het daarom alleen mogelijk om de autonome ontwikkelingen op te nemen. Voor de begeleiding beschut werk is wel een mutatie opgenomen in verband met de stijging van de wettelijke taakstelling. Bij de overige componenten is de raming bij 2e nota als uitgangspunt genomen. Vervolgens zijn alle componenten geïndexeerd voor de prijsontwikkeling. In deze kadernota is nog geen rekening gehouden met de mogelijke financiële effecten van de re-integratie ontwikkelingen. Deze zien op onder meer een verbreding van de doelgroepen voor wie de re-integratieactiviteiten ingezet worden. Dit kan extra inzet

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 12

vragen van zowel de bedrijfsvoering als van de programmamiddelen. Dit vraagstuk zal ook onderdeel zijn van de accountgesprekken over 2026. Indien deze gesprekken leiden tot een aanpassing van de (basis)dienstverlening en/of de inzet van de programmamiddelen re-integratie, dan wordt dit in de nota’s begrotingswijziging 2026 verwerkt. Eventuele structurele effecten worden in de eerstvolgende kadernota daarna meegenomen. Naast de programmakosten re-integratie maakt het budget kinderopvang deel uit van deze paragraaf. De mutatie bij deze post is gebaseerd op de realisatie en prognose in 2024. In verband met de onvoorspelbaarheid van het gebruik van deze regeling is voor de zekerheid besloten het budget te verhogen met 10% als veiligheidsmarge.

Wet sociale werkvoorziening De lasten voor Wet sociale werkvoorziening, zoals hieronder gepresenteerd, zijn overgenomen uit de septembercirculaire 2024. De lasten Wsw dalen sinds de instroom is afgesloten in 2015. Omdat de daling minder groot is dan toen werd verwacht, worden de lasten elk jaar iets hoger bijgesteld. Gemeenten worden volledig gecompenseerd door het Rijk voor de stijging van de subsidie Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening in 2026 ev. Tabel 2.5 Meerjarenkader 20262029 Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening begroting 2025

2025

2026

2027

2028

2029

8.625.000

8.316.000

8.110.000

7.508.000

7.508.000

0

583.000

570.000

534.000

534.000

8.625.000

8.899.000

8.680.000

8.042.000

8.042.000

Mutatie kadernota 2026 Totaal bijdragen gemeenten

2.3. Inkomensvoorzieningen Landelijke ontwikkelingen rondom proactieve dienstverlening Momenteel ligt er een wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW in ontwerp bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het wetsvoorstel heeft, in verband met de kabinetswisseling, nog geen voortgang gehad. Het is nog niet duidelijk wanneer dit wetsvoorstel wordt vastgesteld. Het doel van proactieve dienstverlening is dat elke inwoner de inkomensondersteuning krijgt waar diegene recht op heeft, om zo het risico op geldzorgen, armoede en schulden te verkleinen en daarmee bestaanszekerheid te vergroten. Met het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening wordt beoogd om dit niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen te verminderen. Het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening legt in de Wet SUWI de bevoegdheid vast dat UWV, de SVB en gemeenten proactieve dienstverlening kunnen toepassen bij de uitvoering van hun wettelijke taken. De komende jaren zal meer en meer worden ingezet op proactieve dienstverlening Proactieve dienstverlening zal extra werk opleveren voorafgaand aan de huidige reguliere dienstverlening, namelijk het proactief toetsen en proactief informeren van huishoudens,

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 13

waarbij we de inwoners centraal stellen en daar waar mogelijk maatwerk toepassen. We kijken daarbij nog meer naar het verhaal achter de aanvraag. Proactieve dienstverlening leidt naar verwachting ook tot meer aanvragen voor inkomensondersteuning. Dit zal meer vragen meer van de reguliere dienstverlening: de extra aanvragen dienen nader getoetst te worden om te bepalen of deze huishoudens daadwerkelijk aanspraak kunnen maken op de uitkering of voorziening. Proactieve dienstverlening leidt naar verwachting wel tot een lichtere toets en snellere afhandeling. De stijging van de bijdragen inkomensvoorzieningen (bijzondere bijstand, minimabeleid en aanverwante regelingen ) voor gemeenten wordt (deels) door het Rijk gecompenseerd via een hogere bijdrage in het gemeentefonds voor het cluster sociaal domein.

Financieel kader Tabel 2.6 Kadernota 2026, meerjarenbegroting 20262029 Bijzondere bijstand begroting 2025

2025

2026

2027

2028

2029

3.169.000

3.169.000

3.169.000

3.169.000

3.169.000

Ontvlechting Studietoeslag

-469.000

-469.000

-469.000

-469.000

-469.000

Stand Bijzondere bijstand ex. studietoeslag

2.700.000

2.700.000

2.700.000

2.700.000

2.700.000

0

353.000

353.000

353.000

353.000

Subtotaal bijzondere bijstand

2.700.000

3.053.000

3.053.000

3.053.000

3.053.000

Studietoeslag na ontvlechting begroting 2025

469.000

469.000

469.000

469.000

469.000

Mutaties kadernota 2026

0

144.000

144.000

144.000

144.000

Subtotaal Studietoeslag Collectieve Ziektekostenverzekering begroting 2025

469.000

613.000

613.000

613.000

613.000

1.385.000

1.385.000

1.385.000

1.385.000

1.385.000

Mutaties kadernota 2026

0

0

0

0

0

Subtotaal Collectieve Ziektekostenverzekering

1.385.000

1.385.000

1.385.000

1.385.000

1.385.000

Individuele Inkomenstoeslagen begroting 2025

1.343.000

1.343.000

1.343.000

1.343.000

1.343.000

0

165.000

165.000

165.000

165.000

1.343.000

1.508.000

1.508.000

1.508.000

1.508.000

775.000

775.000

775.000

775.000

775.000

0

-50.000

-50.000

-50.000

-50.000

775.000

725.000

725.000

725.000

725.000

Mutaties kadernota 2026

Mutaties kadernota 2026 Subtotaal Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid begroting 2025 Mutaties kadernota 2026 Subtotaal Minimabeleid Mutaties kadernota 2026 Subtotaal bijdragen gemeenten

0

612.000

612.000

612.000

612.000

6.672.000

7.284.000

7.284.000

7.284.000

7.284.000

Taakstelling CAZ i.v.m. Kostenbeheersing AB 18 december 2024

0

-640.000

-640.000

-640.000

-640.000

6.672.000

6.644.000

6.644.000

6.644.000

6.644.000

Totaal bijdragen gemeenten - incl taakstelling CAZ

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 14

Het benodigd budget voor de inkomensvoorzieningen is geactualiseerd op basis van de verwachte kostenontwikkeling in 2024. In verband met de wijziging in de regelgeving rond studietoeslag, wordt dit budget vanaf nu opgenomen als aparte regeling. Voor bijzondere bijstand is meer budget nodig, deels omdat het gebruik van de bijzondere bijstand toe neemt, maar vooral als gevolg van de inflatie in voorgaande jaren. Dat zien we onder meer terug ik een stijging van de kosten voor bewindsvoering. Ook neemt het aantal aanvragen verbonden aan woonkosten toe (zowel bijdragen in verband huur als inrichting en duurzame gebruiksgoederen). Ook bij de studietoeslag verwachten we een stijging die vooral samenhangt met de toegenomen bekendheid en gebruik van de regeling. De studietoeslag is in de verzamelwet SZW 2022 overgeheveld van bijzondere bijstand naar de participatiewet. De toeslag blijft een inkomensvoorziening die geen deel uitmaakt van de BUIG. De wijziging brengt voor gemeenten geen extra middelen met zich mee. Het Rijk heeft in 2015 voor studietoeslag € 35 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds (ongeoormerkt budget). In de praktijk bleek dit budget niet goed benut te worden. Doel van de wijziging is om landelijk het gebruik van de regeling te verbeteren en de uitvoering van de regeling eenduidiger te maken.

Voor de CAZ is nu geen mutatie opgenomen in verband met de opdracht voor deze voorziening in het kader van de kostenbeheersing. Indien mogelijk wordt het effect hiervan verwerkt in de begroting 2026. De stijging bij de Individuele inkomenstoeslag is geheel terug te voeren op het besluit om vanaf 2025 de toeslag ambtshalve toe te kennen aan huishoudens in de bijstand die recht hebben op deze toeslag, maar deze nog niet hebben aangevraagd. Tot slot voorzien we een daling van het gebruik van de minimaregelingen die we voor twee gemeenten uitvoeren. Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur in verband met een kostenbesparingsopdracht op 18 december 2024 is op de collectieve ziektekostenverzekering een taakstelling opgenomen. De komende maanden wordt deze taakstelling nader ingevuld en verwerkt in de begroting 2026.

2.4. Dienstverlening aan inburgeraars De instroom van inburgeraars is afhankelijk van landelijke (politieke) ontwikkelingen Voor inburgering is het vrijwel onmogelijk om betrouwbare prognoses of ramingen te maken voor de instroom van het aantal inburgeraars, omdat dit in hoge mate afhankelijk is van landelijke en politieke ontwikkelingen. We volgen deze ontwikkelingen op de voet. We verwachten dat de eerste effecten van eventuele landelijke beleidswijzigingen in de asielketen pas medio 2026 zichtbaar worden. Mogelijke wijzigingen in de Wet inburgering 2021 In 2025 voert het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een tussentijdse wetsevaluatie uit, waaruit mogelijke wetswijzigingen naar voren kunnen komen die in 2026 zullen worden geïmplementeerd. We houden er rekening mee dat deze wijzigingen

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 15

effect kunnen hebben op onze dienstverlening. Wanneer van toepassing, zullen we voorstellen doen aan het Algemeen bestuur met betrekking tot beleidswijzigingen of financiële kaders. Financieel kader In deze paragraaf zijn de voorzieningen (programmakosten) opgenomen die voortvloeien uit de Wet inburgering. Het gaat om de kosten voor taalonderwijs, de participatieverklaring (PVT), de module arbeidsmarkt en participatie (MAP) en tolkkosten. Gemeenten voeren zelf de regie over de maatschappelijke begeleiding van inburgeraars. Het budget dat hiermee gemoeid is, maakt deel uit van de gemeentelijke begroting.

Voorzieningen inburgering Stand begroting 2025 Subtotaal bijdragen gemeenten begroting 2025 Mutatie kadernota 2026 Totaal bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering

2025

2026

2027

2028

Tabel 2.7 2029

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

1.981.000

PM

PM

PM

PM

1.981.000 1.981.000 1.981.000 1.981.000 1.981.000

Voor deze kadernota is afgezien van een actualisatie van het benodigde budget, omdat de uitvoering van de regeling omgeven is met teveel onzekerheid. Zo is het onduidelijk wat precies het effect zal zijn van het stoppen met de spreidingswet en wat dat zal betekenen voor de huisvestingstaakstelling van gemeenten. Eind november 2024 is wel bekend geworden dat de taakstelling voor de eerste helft van 2025 gelijk is aan de taakstelling in de tweede helft 2024. Verder is het nog onzeker wat precies het effect is van het afschaffen van de specifieke uitkering (SPUK). Het kabinet heeft afgesproken dat het aantal SPUK’s zal worden verminderd en heeft een kostenbesparing van 10% ingeboekt. Indien bij de voorbereiding van de begroting 2026 meer gegevens beschikbaar zijn om een redelijke doorkijk op te stellen voor 2026 (en verder), zullen deze alsnog worden verwerkt.

2.5. Hulp bij schulden Schuldendomein blijft volop in ontwikkeling, o.a. door ontwikkeling van basisdienstverlening voor schuldhulpverlening en de verwachte komst van het Nationaal Programma Armoede en Schulden De reeds ingezette ontwikkelingen rondom de basisdienstverlening voor schuldhulpverlening volgen we op de voet. De werkwijze en uitgangspunten van de branchevereniging NVVK zijn hierbij het uitgangspunt. Daarnaast verwachten we in 2026 dat het Nationaal Programma Armoede en Schulden van start is gegaan, in navolging van het regeerakkoord van het kabinet. In dit nationaal programma zal aandacht zijn voor een integraal pakket om problematische schulden aan te pakken, met het basispakket van het IBO problematische schulden als uitgangspunt. Samen met gemeenten werkt het Rijk aan het op buurtniveau mensen helpen met geldzorgen. Ook het verder aanscherpen (wettelijke) kwaliteitseisen voor schuldhulpverlening zal onderdeel zijn van dit nationaal programma, zodat verschillen in aanbod en bereik tussen gemeenten worden verkleind.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 16

De ontwikkelingen in het schuldendomein, naast een stijgend aantal inwoners met geldzorgen en/of schulden dat zich bij ons meldt, leiden tot druk op de dienstverlening De laatste jaren zien we een stijging van het aantal inwoners en ondernemers met geldzorgen en/of schulden die zich bij ons melden of vanuit vroegsignalering bij ons bekend worden. Dit vraagt onze onverminderde inzet en begeleiding voor deze inwoners. Het algemeen bestuur heeft 18 december 2024 een besluit genomen over het verhogen van de beschikbare formatie voor dienstverlening aan ondernemers, jongeren en vroegsignalering. Mogelijk financieel effect van dit besluit wordt verwerkt in de begroting 2026 en verder. Financieel kader Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering van de taken van de RSD is opgenomen in de apparaatskosten. Een verdere toelichting op druk op de dienstverlening door de ontwikkelingen in het schuldendomein en het stijgend aantal inwoners dat zich meldt met geldzorgen en/of schulden is ook opgenomen in hoofdstuk 4.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 17

3 Uitvoering Wsw door Biga Groep De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt onder verantwoordelijkheid van de RDWI gedaan door Biga Groep. Financieel kader Tabel 3.1 Meerjarenkader 20262029 WSW Lasten: Loonkosten SW kadernota 2025 Mutaties kadernota/begroting 2026 Totaal loonkosten SW

2025

2026

2027

2028

2029

8.564.300

8.108.000

8.108.000

8.108.000

8.108.000

PM

PM

PM

PM

8.564.300

8.108.000

8.108.000

8.108.000

8.108.000

8.564.300

8.108.000

8.108.000

8.108.000

8.108.000

8.564.300

8.108.000

8.108.000

8.108.000

8.108.000

Baten: Totaal bijdrage van Biga Groep Totaal Bijdragen Biga Groep

De raming is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2025 omdat er nog geen (concept)begroting 2025-2026 beschikbaar is van Biga Groep. De lasten dalen door de jaren heen, omdat er geen instroom meer in de Wsw mogelijk is. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. De gemeenten verstrekken via de begroting van de RDWI een extra bijdrage aan Biga Groep. Het gaat om: Tabel 3.2 Meerjarenkader 2026-2029 bijdrage aan Biga Groep

2025

2026

2027

2028

2029

Lasten: extra Bijdrage gemeenten aan Biga Groep

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Totaal bijdrage aan Biga Groep

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Baten: extra bijdrage van gemeenten aan Biga Groep

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Totaal bijdragen gemeenten

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

De Rijksbijdragen die gemeenten ontvangen voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening zijn opgenomen in paragraaf 2.2.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 18

4 Bedrijfsvoering 4.1. Organisatie en apparaatskosten Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. Voor 2026 wordt uitgegaan van een formatieomvang van 159,1 fte.4

Bij de kadernota 2025 is aangekondigd dat we in gesprek zouden gaan met gemeenten over de systematiek. Afgelopen jaar heeft de RDWI hiervoor een voorbereidend onderzoek laten uitvoeren. Op 6 november 2024 heeft het algemeen bestuur besloten de discussie over de systematiek voorlopig uit te stellen, omdat de uitwerking opgaven in het kader van kostenbeheersing mogelijk gevolgen zal hebben voor de hoogte van de formatie en de bedrijfsvoering van de RDWI. Financieel kader Tabel 4.1 Meerjarenraming bedrijfsvoering 2026 tm 2029

2025

2026

2027

2028

2029

Bijdragen gemeenten cf begroting 2025 inclusief extra bijdrage Biga

18.863.600 18.863.600 18.863.600 18.863.600 18.863.600

Vertrekpunt Begroting 2025 Bijdragen gemeenten apparaat RDWI

18.863.600 18.863.600 18.863.600 18.863.600 18.863.600

Mutaties kadernota 2026 Loon en prijsindexatie algemene bedrijfsvoering en basisdienstverlening re-integratie 2026

0

596.200

596.200

596.200

596.200

Loon en prijsindexatie 2026 WI

0

25.900

25.900

25.900

25.900

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Bedrijfsvoering Schulddienstverlening Dienstverlening WI - effect landelijk beleid Totaal bijdragen gemeenten 2026 inclusief bijdrage Biga Kostenbesparing - taakstelling RSD besluit AB Totaal bijdragen gemeenten 2026 na taakstelling RSD

18.863.600 19.485.700 19.485.700 19.485.700 19.485.700 -205.750

-336.250

-466.750

-466.750

18.863.600 19.279.950 19.149.450 19.018.950 19.018.950

4

Vertrekpunt begroting 2025 155,1 ft, verhoogd met 4 fte inclusief overhead voor basisdienstverlening re-integratie i.v.m. de omrekening van het budget basisdienstverlening re-integratie dat in 2025 toegevoegd is aan de begroting apparaatskosten. Toen is de omrekening van budget naar formatie achterwege gebleven. Dat is voor deze kadernota alsnog gedaan. Dit levert een stijging op van 4 fte. De middelen zelf zijn na vaststelling van de strategische kaders verwerkt in de begroting 2025.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 19

De volgende mutatie is opgenomen: - In verband met de moeilijke financiële situatie waarin de gemeenten verkeren door veranderingen in de financiering vanuit het Rijk is RDWI gevraagd om mogelijkheden voor kostenbeheersing te onderzoeken. Op het moment van schrijven van deze kadernota worden meerdere opties nader uitgewerkt. Het algemeen bestuur heeft 18 december 2024 een besluit genomen over de maatregelen die nader uitgewerkt moeten worden in 2025. Indien mogelijk wordt het effect van dit besluit verwerkt in de begroting 2026 en anders in de kadernota 2027 en verder. - Indexatie van de lasten voor loon- en prijsstijgingen. Het betreft indexatie van de algemene bedrijfsvoering, uitvoering re-integratie en uitvoering Wet inburgering. Voor 2026 zijn de percentages in de septembercirculaire 2024 leidend. - In verband met de ontwikkelingen bij schulddienstverlening heeft het algemeen bestuur op 18 december 2024 aan de organisatie opdracht gegeven om de komende maanden het effect van de ontwikkelingen op de dienstverlening nader uit te werken en voor 2026 waar nodig incidentele dekking te vinden binnen de begroting van RDWI. De verwachting is dat het algemeen bestuur in het 2e kwartaal van 2025 een besluit kan nemen over mogelijke aanpassing van de dienstverlening voor schulddienstverlening. Eventueel financieel effect van dit besluit wordt verwerkt in de kadernota 2027 en verder.

- Voor mutaties in de dienstverlening in het kader van de Wet Inburgering is een PM post opgenomen. In de evaluatie en impactanalyse die op 12 april 2023 in het Algemeen bestuur is vastgesteld, is vermeld dat we door de instroom in 2025 en verder meer formatie nodig is om de dienstverlening op peil te houden. Omdat het effect van de beleidswijziging van dit kabinet onduidelijk is en het kabinet voor 2026 en verder nog geen aanvullende middelen beschikbaar heeft gesteld, blijft in deze kadernota deze post op PM staan. Bij de 1e Nota begrotingswijziging 2026 wordt op basis van de werkelijke instroom het incidenteel effect vastgesteld en verwerkt. Het structureel effect wordt indien mogelijk verwerkt in de kadernota en begroting 2027. - Naar aanleiding van het besluit van het algemeen bestuur in verband met een kostenbesparingsopdracht is op de bijdrage voor het apparaatsbudget een taakstelling opgenomen. De komende maanden wordt deze taakstelling nader ingevuld en verwerkt in de begroting 2026. De taakstelling wordt ingevuld op specifieke dienstverlening. Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij behorende duurzame en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering op te bouwen. Dit komt onder andere tot uiting in ons inkoopbeleid, waarbij aandacht is voor milieuaspecten.

In de programma’s van eisen bij aanbestedingen worden duurzaamheidscriteria opgenomen en duurzaamheid wordt waar mogelijk expliciet meegenomen bij de beoordeling van leveranciers en aanbiedingen. Steeds meer informatie digitaal vraagt meer cybersecurity en samenwerking De dienstverlening van RDWI vindt vrijwel volledig digitaal plaats. Ook maakt de organisatie de komende jaren een beweging naar de cloud. Deze ontwikkelingen vragen de komende jaren extra inspanning van de organisatie op het gebied van cybersecurity, informatievoorziening en privacy. Het gaat voor een belangrijk deel om investeringen die onvermijdelijk zijn, aan de ene kant omdat het gaat omdat de gegevens waar we mee werken van burgers zijn, aan de andere kant ook om toegenomen wettelijke vereisten.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 20

De komende maanden wordt de aard en omvang van het investeringsplan uitgewerkt. Voor zover nodig is, wordt het financieel effect voor de opgave in 2026 verwerkt in de begroting 2026.

4.2.Risicomanagement De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control Cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - 1e en 2e nota begrotingswijziging: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Alleen de open einde risico’s worden in deze kadernota expliciet benoemd. De verdere uitwerking en actualisatie van de risico’s vindt plaats in de begroting. Actualisatie open einde risico’s Ten opzichte van het laatste P&C-document (bij schrijven de 2e nota begrotingswijziging 2024) zijn de wijzigingen van de financiële risico’s voor de open-einde regelingen beperkt. Bij de jaarrekening 2024 en de begroting 2026 worden de risico’s integraal gepresenteerd. Bij de open-einde regelingen voorzien we voor de specifieke uitkering voor de Wet inburgering een nieuw risico.

Het kabinet wil het aantal specifieke uitkeringen terugbrengen en heeft vooruitlopend hierop ook een bezuiniging van 10% op een deel van deze budgetten doorgevoerd. Uitzondering is onder meer het Buig budget. Het is nog onduidelijk op welke wijze deze bezuiniging doorwerkt. In geval de bezuiniging ook doorwerkt in het budget voor inburgering is het risico op basis van de raming in deze kadernota maximaal 10% van de beschikking die gemeenten van het rijk ontvangen. Bedrijfsvoering en doelgroepen We zien al langere tijd kosten stijgingen op vrijwel alle programmabudgetten. De werkzaamheden in het kader van de dienstverlening nemen ook toe. We zien dat binnen de organisatie de bezetting stijgt en dat de algemene dienstverlening op onderdelen onder druk staat. De ondersteuningsvraag van de inwoner wordt steeds complexer en vraagt om een intensievere begeleiding Dit komt allereerst door de toenemende complexiteit van de problematiek van inwoners die onze ondersteuning nodig hebben. Daarnaast was er de afgelopen jaren sprake van een hoge instroom van nieuwe inwoners met een inburgeringsplicht die wij de komende jaren zullen begeleiden. Ook zien we een stijging van het aantal inwoners en ondernemers dat zich bij ons meldt met geldzorgen en/of schulden.

Tot slot verwachten we dat nieuwe wet- en regelgeving op re-integratie en inkomensondersteuning (zoals Participatiewet in balans en het wetsvoorstel proactieve dienstverlening) ook gevolgen zal hebben voor onze dienstverlening.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 21

Kostenbeheersing In verband met de moeilijke financiële situatie die gemeenten voorzien voor de komende jaren, heeft RDWI mogelijkheden onderzocht voor kostenbeheersing. Op 18 december jongstleden heeft het Algemeen Bestuur besloten welke opties verder uitgewerkt moeten worden. Die uitwerking en implementatie kan de komende jaren van invloed zijn op de dienstverlening aan de inwoner en op de interne bedrijfsvoering. Samenwerking sociaal domein en dienstverlening De professionals van de RDWI zijn de afgelopen jaren steeds actiever binnen de sociale en arbeidsmatige lokale en bovenregionale infrastructuur. Er wordt in de werkpraktijk steeds nauwer samengewerkt vanuit de ondersteuningsvraag van de inwoner. Zo zijn onze professionals regelmatig te vinden bij de sociale wijkteams en bij andere casusbesprekingen. Tevens is RDWI actief in verschillende overlegstructuren (het gaat bijvoorbeeld om de Utrechtse Werktafel, en verschillende overleggen in verband met inburgering) De behoefte aan kostenbeheersing maakt dat gemeenten proberen om de samenwerking tussen de gemeenten en in regio nog meer te stimuleren. RDWI ontvangt steeds vaker verzoeken om de samenwerking te intensiveren. Het gaat dan om deelname aan nieuwe overlegstructuren, om het leveren van een financiële bijdrage en de inzet van medewerkers.

De RDWI zoekt graag de samenwerking op met lokale en regionale partijen, maar we voorzien dat mede hierdoor de dienstverlening op onze kerntaken onder druk kan komen te staan. Dit kan er toe leiden dat onze dienstverlening op kerntaken onbedoeld minder efficiënt en effectief wordt. De RDWI zoekt graag de samenwerking op, maar we zien dat mede door hierdoor de dienstverlening op de kerntaken onder druk komt te staan. Nieuwe activiteiten kunnen er onbedoeld ook toe leiden dat de dienstverlening op de kerntaken minder efficiënt en effectief wordt. We blijven hierin zoeken naar een juiste balans, waarbij de ondersteuningsbehoefte van onze inwoners voor ons het belangrijkste uitgangspunt blijft.

Kadernota 2026 – versie 1.0

pag. 22

Bijlage 1 Meerjarenraming Onderstaande tabel is op basis van de vastgestelde begroting 2025 en de verwerking van de financiële kaders van hoofdstuk 2. Dat leidt tot onderstaande meerjarenraming 2026 2029.

Meerjarenbegroting 2026-2029 Lasten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ Uitkering levensonderhoud starter en gevestigden BUIG deel loonkostensubsidie BBZ kredietverstrekking en onderzoekskosten levensvatbaarheid Bijzondere bijstand Studietoeslag Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering Effect taakstelling CAZ Besluit AB Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie incl actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening Kinderopvang Subtotaal Sociaal Domein Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten re-integratie) Effect taakstelling RSD Besluit AB Apparaatskosten afwikkeling Tozo (onttrekking reserve) Uitvoeringskosten Wet Inburgering Bijdrage Exploitatie BIGA Loonkosten SW Subtotaal Bedrijfsvoering Totaal lasten Baten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ Ontvangsten kredietverstrekking BBZ Bijzondere bijstand Subtotaal Sociaal Domein Bedrijfsvoering Overige baten Bijdrage Exploitatie BIGA loonkosten SW Subtotaal Bedrijfsvoering

Kadernota 2026 – versie 1.0

2025

2026

2027

2028

2029

48.715.400 4.310.100

50.256.800 5.067.900

49.552.100 5.392.200

49.382.100 5.724.200

49.382.100 5.724.200

246.000 2.825.000 469.000 1.343.000 1.385.000 775.000

236.000 3.178.000 613.000 1.508.000 1.385.000 -640.000 725.000

236.000 3.178.000 613.000 1.508.000 1.385.000 -640.000 725.000

236.000 3.178.000 613.000 1.508.000 1.385.000 -640.000 725.000

236.000 3.178.000 613.000 1.508.000 1.385.000 -640.000 725.000

1.598.100 0 1.981.000

2.183.000 0 1.981.000

2.183.000 0 1.981.000

2.183.000 0 1.981.000

2.183.000 0 1.981.000

8.625.400 480.000 72.753.000

8.898.900 626.000 76.018.600

8.679.700 626.000 75.419.000

8.041.500 626.000 74.942.800

8.041.500 626.000 74.942.800

17.825.100

18.421.300 -205.750

18.421.300 -336.260

18.421.300 -466.760

18.421.300 -466.760

150.000 52.000 50.000 0 0 1.033.000 1.058.900 1.058.900 1.058.900 1.058.900 600.000 600.000 600.000 600.000 600.000 8.564.300 8.108.000 8.108.000 8.108.000 8.108.000 28.172.400 28.034.450 27.901.940 27.721.440 27.721.440 100.925.400 104.053.050 103.320.940 102.664.240 102.664.240

950.000 87.600 125.000 1.162.600 0 594.500

950.000 73.600 125.000 1.148.600 0 594.500

950.000 73.600 125.000 1.148.600 0 594.500

950.000 73.600 125.000 1.148.600 0 594.500

950.000 73.600 125.000 1.148.600 0 594.500

8.564.300 9.158.800

8.108.000 8.702.500

8.108.000 8.702.500

8.108.000 8.702.500

8.108.000 8.702.500

pag. 23

Totaal baten Mutaties reserves Tozo reserve Subtotaal mutaties reserve Saldo van baten en lasten (=bijdragen van gemeenten), na reserves

Bijdrage gemeenten

10.321.400

9.851.100

9.851.100

9.851.100

9.851.100

150.000 150.000

52.000 52.000

50.000 50.000

0 0

0 0

90.454.000

94.149.950

93.419.840

92.813.140

92.813.140

2027

2028

2029

2025

2026

Bunnik

4.771.071

5.173.795

5.295.183

5.266.221

5.266.221

De Bilt

17.764.036

18.723.160

18.533.348

18.597.596

18.597.596

Utrechtse Heuvelrug

18.952.513

19.640.961

19.730.309

19.691.820

19.691.820

Wijk bij Duurstede

7.987.461

8.689.890

8.588.339

8.432.589

8.432.589

Zeist

40.978.919

42.767.894

42.248.932

41.931.674

41.931.674

Totaal bijdragen gemeenten

90.454.000

94.995.699

94.396.110

93.919.900

93.919.900

Effect taakstelling RDWI

2026

2027

2028

2029

Bunnik

2025

-59.690

-65.200

-70.710

-70.710

De Bilt

-124.970

-150.330

-175.680

-175.680

Utrechtse Heuvelrug

-141.750

-168.870

-195.990

-195.990

Wijk bij Duurstede

-63.210

-74.760

-86.310

-86.310

Zeist

-456.130

-517.100

-578.070

-578.070

Totaal effect taakstelling RDWI Totaal bijdragen gemeenten

Kadernota 2026 – versie 1.0

90.454.000

-845.750

-976.260

-1.106.760

-1.106.760

94.149.949

93.419.850

92.813.140

92.813.140

pag. 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15231633/1