Reactie op beantwoording college vragen zorgen buurt- en natuurorganisties
Tekst van het document
Secretariaat: P.C. Hooftlaan 31 3705 AE Zeist T: 030-6960141 KvKnr.: 30250364 ANBI sinds 1-1-2012 NL98 INGB 0005 8035 12 E: beterzeist@gmail.com W: www.beterzeist.nl (oud) W: www.beterzeist.com Aan: de gemeenteraad van Zeist
7 februari 2022
Betreft: Reactie op collegebeantwoording van vragen uit de raad over zorgen van buurt- en natuurorganisaties over participatie bij de Omgevingsvisie. Geachte raadsleden, U hebt het college op 14 oktober 2021 vragen gesteld over de invulling van de participatie over de Omgevingsvisie. De beantwoording van deze vragen, overigens na merkwaardig lang tijdsverloop op 22 januari 2022, heeft onze zorgen eerder vergroot dan verkleind. Naar onze mening is de voorliggende aanpak in strijd met Omgevingswet en ook met eerdere toezeggingen. En wekt het bevreemding dat het college onderwerpen uit de Omgevingsvisie niet geschikt acht voor participatie. Dit in weerwil van de geest van de Omgevingswet, namelijk meer participatie van burgers in het lokale ruimtelijke beleid. Wij herkennen ons niet in de kwalificatie van het college dat dit nostalgisch zou zijn. Onze organisaties zijn actief in grote delen van Zeist en onze opstelling komen voort uit langlopende ervaring met het ruimtelijk beleid in en buiten Zeist. Waarbij opvalt dat in Zeist de bevolking regelmatig via acties te grootschalige projecten moest inkaderen omdat onvoldoende zorg werd gegeven aan de Zeister waarden. Experts maken zich zorgen over de kwaliteit van de burgerparticipatie onder de Omgevingswet.
Zie https://www.bnr.nl/nieuws/binnenland/10466355/minder-inspraak-burgers-bijbelangrijke-besluiten-dreigt-door-nieuwe-wet Naar onze mening is het zaak dat de gemeenteraad de verantwoordelijkheid neemt voor een betere participatie over de voorbereiding van de Omgevingsvisie. Wij doen daarvoor inhakend op de actuele situatie voorstellen. Nu ook constaterend dat hiervoor mogelijk ook meer tijd zal komen gezien de recente uitlating van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. En ook verwijzend naar de door meer dan 2000 verontruste burgers gesteunde petitie “Red Zeist” waarin zorg werd geuit over de groeiambitie van de stadsregio Utrecht die gaat ten koste van groen en ruimte. Wettelijke kaders Omgevingsbesluit: Artikel 10.7 (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvisie) 1. Bij het vaststellen van een omgevingsvisie wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. 2. Als een omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad of provinciale staten, wordt daarbij aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid.
2
De Omgevingsvisie kent wettelijke onderdelen. Omgevingswet Artikel 3.2 (inhoud omgevingsvisie) Een omgevingsvisie bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid: a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Participatie is niet de zienswijzenprocedure. Deze is op een andere plek wettelijk geregeld1 en betreft bovendien geen dialoog. Wij maken ons zorgen omdat het college de participatie vooral heeft gericht op onderdeel a. en van de onderdelen b. en c. lijkt te vinden dat participatie daarover niet mogelijk is. Overigens missen wij ook nog het duidelijke decentrale participatiebeleid waarover het Omgevingsbesluit spreekt als het gaat over het vaststellen van de Omgevingsvisie. Het college stelt dat sommige onderwerpen uit de inhoud van de Omgevingsvisie niet voor de participatie in aanmerking komen wegens vereist expertise dan wel regionale bestuurlijke samenhangen: Tegelijkertijd moeten we onszelf ook niet verliezen in deze zoektocht, want we moeten wel realistisch blijven.
Wanneer heeft de samenleving écht invloed op de inhoud? En wanneer ligt deze invloed bij de gemeenteraad en/of in de regio? Wat vraagt de inhoud aan kennis en kunde? En wat kunnen we verwachten van de samenleving om dit te begrijpen én er een mening of advies over te vormen? Ieder project kent bepaalde fasen en het is geen gegeven dat iedere fase gepaard gaat met het middel participatie. Soms is enkel de gemeenteraad aan zet (het opstellen van kaders bijvoorbeeld) en soms betreft het inhoud die dusdanig complex is dat hier onmogelijk een brede uitvraag aan de samenleving op kan worden gedaan, anders dan aan een specifieke doelgroep. De Omgevingswet gaat echter uit van participatie over een complete Omgevingsvisie. Het ophalen van waarden is niet voldoende: • Mogen burgers niet meepraten over regionale ontwikkelingen die hun lokale leefklimaat beïnvloeden? • Welke onderwerpen strategische kaders betreffende zijn specifiek geschikt zijn burgerparticipatie? Hoe verhoudt zich tot de wettelijke plicht tot participatie? • Via allerlei projecten zou informatie bij de burgers zijn opgehaald. Dat is echter niet gebeurd in het voorbereidingsproces van de Omgevingsvisie. Dus ook in relatie tot ontwikkelingen en ambities.
• Over ingrijpende zaken als HOV Zeist-Noord en bouwprojecten is helemaal geen informatie opgehaald bij burgers van Zeist?? In de Propositie wordt uitdrukkelijk geconstateerd dat de Propositie een tijdelijk status heeft. En verder “Participatie is het ophalen van meningen uit de buurt en het toetsen van integrale visie anderzijds” (laatste zin pagina 75). 1
Artikel 16.26 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsvisie.
3 Een omgevingsvisie behoort het integrale beleid te formuleren. Dus, wat zijn de keuzen op hoofdlijnen? De Ontwerp-Visie noemt als keuze, als ruimtelijke kaderstelling “het gesprek” aan de hand van de Waardenmeter. Het college belijdt het belang van waarden maar geeft in de ontwerp-omgevingsvisie de waarden geen duidelijk gewicht. Burgers geven echter aan de bescherming van de waarden in Zeist belangrijk te vinden. Niet het voeren van gesprekken daarover als communicatiewaarde maar de waarden zelf. Kaders over bescherming van waarden hebben wij niet kunnen ontdekken in het Ontwerp. Daarom vinden wij dialoog en gesprek over het Ontwerp belangrijk. Kan de Ontwerp-Omgevingsvisie op het punt kaderstelling voor meer balans in de bescherming van waarden verbeterd worden? Het college schermt ook met de onzekerheid van de tijden. Dat is ook een visie op de ruimtelijke ontwikkelingen, maar die is veronderstellen wij, niet bij de burgers opgehaald. Door burgers tot en met de Jongerenraad is gevraagd om bescherming van groene waarden. Dit is ook bovenaan gezet blijkt uit allerlei raadplegingen. De wet noemt bescherming van waarden ook uitdrukkelijk als onderwerp van een Omgevingsvisie zie lid b. Dit te omschrijven als “nostalgisch” zoals het College doet, begrijpen wij niet.
Wij constateren dat: • De aanpak van de participatie bij de Omgevingsvisie op gespannen voet staat met de Omgevingswet, in elk geval met bedoeling ervan als het gaat om betrokkenheid bij de hele inhoud. • Beloofde participatie over projecten uit de Propositie ontbreekt. • Participatie over het toetsen van de integrale visie ontbreekt. • Een voldoende uitgewerkte strategische visie op het beschermen van waarden aangedragen door de burgers in de Omgevingsvisie ontbreekt. Het is aan de gemeenteraad om zijn verantwoordelijk te nemen. Allereerst nu voor goed uitvoeren van de wettelijk verplichte participatie. Dit door het college nadere kaders te geven voor deze participatie. Maar vervolgens ook, als dat opnieuw uit de participatie en zienswijzen blijkt, voor een betere inhoud van de Ontwerp-Visie waar het gaat een duidelijker plek te geven aan de weging van waarden van cultuurhistorie, groen, natuur, leefklimaat. In onderstaand memo doen wij uw raad voorstellen voor het invullen van de participatie op basis van het voorliggende ontwerp voor de omgevingsvisie en de uitkomsten van de zienswijzenprocedure. Daarmee haken wij pragmatisch in op de huidige stand van zaken waarin een ontwerp voor zienswijzen ter visie is gelegd. Met vriendelijke groet,
Egbert Visscher, voorzitter Stichting Beter Zeist mede namens organisaties van de brieven van 10 mei 2021 over participatie bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie Zeist
4
BIJLAGE: Memo voor aanvullende participatie over de ontwerp-Omgevingsvisie Zeist Maatschappelijke organisaties uit het netwerk van Stichting Beter Zeist Zeist, 7 februari 2022 Inleiding In dit voorstel worden informatieve en dialoogstappen voorgesteld om de participatie over de Ontwerp-Omgevingsvisie van december 2021 op het niveau te brengen dat bij de ambities op het gebied van participatie past. Zoals ook in de bijeenkomst van 14 oktober jl. naar voren is gebracht hadden wij graag gezien dat voordat de formeel verplichte zienswijzenprocedure zou starten, er nog dialoogbijeenkomsten met de samenleving zouden worden georganiseerd. Hier is helaas niet voor gekozen door het college. Dit voorstel is voortgekomen uit het openhartige overleg met de raad op 14 oktober 2021 en de Ronde Tafel op 31 januari 2022 over het Handvat Participatie. En speelt in op de beantwoording van vragen uit de raad door het college. Het college reikt de hand aan de samenleving. Het is bereid om: “Individuen en groepen uit de samenleving mee te nemen in de zogenaamde ‘samenhang der dingen’. Wat speelt er op dit moment op lokaal en regionaal niveau?” Wij stellen ons voor dat dat mede gebeurt aan de hand van thema’s uit de ontwerp-Omgevingsvisie.
Er is met waardering kennisgenomen van de verlengde inzagetermijn voor de Omgevingsvisie, - zeer welkom! - en van de mogelijkheid tot een gesprek met het college over onderwerpen uit Omgevingsvisie. Er is ook met waardering kennisgenomen van opzet van de Ontwerp-Omgevingsvisie 2022-2025. De centrale plaats die de omgevingswaarden hebben gekregen spreekt ons bijzonder aan. Ook de nadruk op kwaliteit (voortkomend uit het centrale thema van de Structuurvisie: ‘Zeist schrijf je met een Q’) is een goede zaak: “Ondanks een flinke opgave voor de hoeveelheid woningen, blijft de nadruk liggen op ‘kwaliteit’ en niet op ‘kwantiteit. Met ‘kwaliteit’ wordt bedoeld dat er in harmonie wordt gebouwd met de identiteit van een buurt/wijk, denk aan de aanwezige cultuurhistorie. Bouwen is geen doel op zich. Het betaalbaar, prettig en gezond wonen wél.” Het Visie roept ook vragen op. Want het is voor burgers en organisaties de allereerste verwerking van ingebrachte waarden, ontwikkelingen en ambities in een integraal kader van de nieuwe Omgevingsvisie. Er is daarom veel behoefte aan nadere toelichting en dialoog over wat er staat en op de kaarten is verbeeld. In de gesprekken van 30 minuten die het college houdt, kan het geven van een nadere toelichting maar beperkt tot zijn recht komen. Ook een zienswijzenprocedure en Ronde Tafel van de raad is daarvoor niet geëigend.
Er is ook landelijk zorg over de kwaliteit van de participatie bij Omgevingsvisies. Zie o.a.: https://www.bnr.nl/nieuws/binnenland/10466355/minder-inspraak-burgers-bijbelangrijke-besluiten-dreigt-door-nieuwe-wet. Vandaar dat wij het volgende voorstel voor meer informatie en dialoog over onderwerpen uit de Omgevingsvisie op tafel leggen. Na het voorstel volgt nog een nadere toelichting op de inhoud ervan.
5
Voorstel voor aanvullende participatie over de ontwerp-omgevingsvisie Wij willen aanbevelen dat voordat de Omgevingsvisie door de raad wordt vastgesteld de volgende stappen worden doorlopen. 1. Eén of meer dialoogbijeenkomsten houden over het toepassen van de Waardenmeter. Dit in relatie tot het gegeven dat Zeist kwaliteit boven kwantiteit stelt. Het centrale dilemma in het ruimtelijk beleid is namelijk de uitdaging om verantwoord en zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte. Dit is het centrale thema uit Zeist schrijf je met een Q. Organiseer bijvoorbeeld ‘laboratoria’ met denkbeeldige praktijkvoorbeelden om zichtbaar te maken hoe de Waardenmeter wordt gebruikt. Ook kan informatie worden gegeven over de invulling van de zogenaamde Omgevingstafel. Deze dialoog kan ingeleid worden met informatie aan geïnteresseerde inwoners en organisaties over de Omgevingswet en de veranderingen in het ruimtelijk beleid. 2. Eén of meer dialoogavonden houden over het passende woningaanbod uit de Omgevingsvisie. Het gaat om een eventueel verschil in woningbouwambitie tussen de Woonvisie en Omgevingsvisie (aangegeven in teksten en op de kaart). Wat is gegeven de schaarse ruimte in Zeist een voor Zeist noodzakelijk aanbod? En wat is het surplus wat uit de Ontwerp-Omgevingsvisie zou kunnen voortkomen.
En is er de noodzaak of de ambitie om daarvoor schaarse ruimte op te offeren? Dialoog is ook op buurtniveau mogelijk en wenselijk waarbij ook gekeken kan worden hoe bijvoorbeeld op buurtniveau doorstroming kan worden bevorderd zonder groenkwaliteiten aan te tasten. 3. Een of meerdere dialoogbijeenkomsten houden over onderwerpen met grote gevolgen zoals deze in de ‘Ontwerp-omgevingsvisie’ n.a.v. de Propositie staan aangegeven en ingetekend zoals de toekomstige woningbouw rondom het Station Driebergen-Zeist, de aanleg van een nieuw HOV USP-Amersfoort langs De Dreef inclusief mogelijke bouw van 0 - 5.000 woningen in Zeist-Noord. 4. Een dialoogbijeenkomst houden over de kaarten in de Omgevingsvisie. Onder andere de wijkindeling roept vragen op. Maar ook aanduidingen als “(nieuwe) ontwikkeling”. Wat is bestaand, wat is nieuw? Dat loopt door elkaar heen. Of mobiliteit (hoog, laag frequent) dat niet begrijpelijk is en ook nergens wordt uitgelegd. Bedrijfsterreinen zijn ruim gedimensioneerd, soms ten koste van groen, soms zelfs ten koste van hoogwaardig cultuurhistorisch groen zoals bij Sparrenheuvel. Zonder toelichting niet begrijpelijk. Een dialoog is geschikter om over dit onderwerp te communiceren dan een zienswijzenprocedure. 5.
Een dialoogbijeenkomst hoe we in Zeist meer doelgericht een kwaliteitsimpuls geven aan leefomgevingskwaliteiten in het algemeen (zie ook centrale thema Omgevingswet) en dan aan klimaatdoelen en waarden van natuur (ook in relatie de biodiversiteit), landschap en cultuurhistorie in het bijzonder. En, of en hoe dit kan worden opgenomen in een Omgevingsvisie. 6. Na de dialoogbijeenkomsten de voorgenomen beantwoording van de zienswijzen te bespreken in een dialoogbijeenkomst zodat er dialoog en feed back is of zienswijze en beantwoording ervan door het college goed begrepen zijn. Dit zorgt ervoor dat eventuele inbreng in de Ronde Tafel niet meer hoeft te gaan over vergissingen en misverstanden maar gaat over de hoofdpunten van het omgevingsbeleid. Zie ook de toelichting op dit punt verderop in dit memo.
6 Wij zijn desgewenst bereid om mee te denken en te helpen bij de organisatie van de bijeenkomsten. Met als inzet een open dialoog en een zo groot en breed mogelijke betrokkenheid uit de Zeister samenleving. Het organiseren van participatie in de vorm van een dialoog over de kernpunten van het ruimtelijk beleid waaronder hoe om te gaan met dilemma’s leidt in onze optiek tot het: - verkleinen van de afstand tussen burger en bestuur; - gemeente, burgers en organisaties dichter bij elkaar brengen; - versterken van de verantwoordelijke samenleving. Dat is ook het Zeist waar wij graag willen leven, wonen en werken. Wij hopen dat de handschoen wordt opgepakt om een meer actieve participatie bij de dilemma’s aangegeven in de Omgevingsvisie vorm te geven. Nadere toelichting Vragen en zorgen over bouwambitie en groei van bedrijvigheid Nieuwe en bestaande woningen komen vanzelf vol: Zeist is mooi groen en centraal gelegen in Nederland met een divers woningaanbod. De vraag naar woningen in Zeist is hierdoor groot. Voor wat het wonen betreft is de grote uitdaging voldoende betaalbare woningen voor degenen die aan Zeist zijn gebonden. De natuurlijke bevolkingsomvang kent geen groei meer. De woningvraag is vooral binnen- en buitenlandse migratie en voor een klein deel gezinsverdunning en het inlopen van een achterstand.
De Woonvisie Zeist 2021-2025 spreekt op basis van het woningmarktonderzoek van een behoefte tot 2030 van 300 extra sociale woningen waardoor het totaal aantal sociale woningen in Zeist toeneemt tot 8900 (pagina’s 20 en 21). Er lijkt geen noodzaak voor grote woningbouwprogramma’s anders dan de groeiambitie van de Metropoolregio U16. De bedrijvigheid moet volgens de Ontwerp-Omgevingsvisie meer ruimte krijgen. Zeist heeft 35.000 arbeidsplaatsen bij een beroepsbevolking van 28.000 werkenden en 2000 werkzoekenden in 2010. Er is dus een inkomende pendel. Er lijkt geen noodzaak het aantal arbeidsplaatsen te vergroten. Meer woningen en meer bedrijvigheid heeft een nadeel. De Omgevingsvisie schetst voor de mobiliteit op pagina 42: “Niet alleen in Zeist zelf, maar ook de regio Utrecht wordt steeds drukker door het toenemende aantal woningen en arbeidsplaatsen”. De Omgevingsvisie benoemt dit dilemma terecht. Of het nu is voor bedrijvigheid, wonen, duurzaamheid of recreatie, bouwen kost groen. Genoemd wordt onder andere: “Daar komt bij dat het groen in Zeist tot op zekere hoogte onder druk staat door ambities op het gebied van bijvoorbeeld recreatie en het voorzien in passend woningaanbod”. De vraag die de Omgevingsvisie niet beantwoord is, wat een passend woningaanbod en een passende bedrijvigheid is.
Dit vraagt naar onze mening om een informatieve en verdiepende dialoog tussen inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers en het gemeentebestuur. Door een dergelijke dialoog wordt ook de manier van afwegen tussen rood en groen duidelijker. De weging zou moeten plaats vinden met een Waardenmeter, een nog onbekend instrument. Maar wat stop je erin voor het passend woningaanbod of bedrijvigheid? En hoe weeg je woningbouw af tegen de schaarse ruimte en tegen
7 andere thema’s zoals biodiversiteit, klimaatverandering, leefomgevingskwaliteiten, etc.? Wat is passend voor het woningaanbod en de bedrijvigheid? Deze vraag beantwoordt de Omgevingsvisie onvoldoende duidelijk. Zorgen over een goede verwerking en begrip van de ingebrachte waarden en wijkvisies De beschrijving van de waarden in de Omgevingsvisie is uitgebreid. Maar de vertaling ervan naar de inhoud van de Omgevingsvisie is niet of onvoldoende teruggekoppeld aan de inbrengers. Ook staan er in de uitgebreide waardenbeschrijvingen begrijpelijkerwijs kleinere onvolkomenheden. In de zienswijzenprocedure komen hierover vast nog veel opmerkingen. De kwaliteit van de definitieve Omgevingsvisie groeit als over de wijze van werken in de Omgevingsvisie nog als in een dialoog nog feedback op waardenbeschrijvingen aan het college kan worden gegeven. Vragen en zorgen over de weging van waarden en ambities Grote ambities zijn verwoord in het IRP en de Propositie. Over deze onderwerpen zijn de burgers niet actief geraadpleegd. Over de Propositie als zodanig is geen inspraak geweest. In bijlage B. van de Omgevingsvisie schrijft het college: ”Want normaal gesproken zijn we gewend als gemeente om wél met inwoners te praten over inhoudelijke ambities en opgaven.
Dat doen we dus nu bewust niet, omdat die gesprekken ófwel al gevoerd zijn samen met inwoners, ófwel gevoerd worden op andere tafels (denk aan een gebiedsvisie Dijnselburg of een Transitievisie Warmte).” In deze redenering herkennen wij ons niet voor wat betreft de participatie van inwoners. De Omgevingsvisie vertaalt sectoraal beleid naar integraal beleid. Juist de vertaling van sectoraal naar de Omgevingsvisie is van belang. Vragen zijn: - Hoe verhoudt het sectorale beleid zich tot de waarden? - Hoe worden waarden en ambities vertaalt in strategische kaders die het DNA van Zeist beschermen en ontwikkelen? De Omgevingsvisie zegt: “De eerste Zeister Omgevingsvisie geeft aan wat voor een gemeente we willen zijn. De visie geeft aan welke strategische kaders er gelden om aan te houden bij (nieuwe) plannen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Het is een visie die gaat over alles wat je praktisch hoort, ruikt, ziet en voelt in de leefomgeving. Het gaat hierbij niet alleen om de ‘harde’ (materiële) kant van onze leefomgeving, zoals gebouwen, natuur of andere ruimtelijke ordeningsaspecten.” Uw college doet de samenleving tekort als deze in een dialoogproces niet mag meedenken over de strategische kaders. De samenleving mag kennelijk wel ruiken en voelen, maar niet nadenken over hoe nieuwe plannen het denken en ruiken gaan beïnvloeden.
Burgers willen best tijdig meedenken over dilemma’s die hen aangaan en zoeken graag mee naar gedragen oplossingen in de dilemma’s. Dan groeit ook het draagvlak en begrip voor besluiten.