PR24.084 Bijlage 2. Visiedocument Beste plan voor de Natuur van GoedVolk stationsgebied - 10 maart 2024
Tekst van het document
Het mooiste plan voor de natuur
Stem van de natuur
Projectontwikkelaars zien een te ontwikkelen gebied vaak als een blanco, leeg gebied dat ingevuld dient te worden, al dan niet met aandacht voor de natuur (“natuur inclusief”). Echter, het gaat vaak niet om een leeg gebied. Er woont al een gemeenschap: een levensgemeenschap van planten en dieren. Een levensgemeenschap zonder stem. Het staDonsgebied op de grens van Driebergen en Zeist staat aan de vooravond van verdere uitbreiding met woningbouw en bijbehorende infrastructuur. Het is een gebied dat omsloten ligt door NNN (NatuurNetwerk Nederland), dat vervolgens weer doorkruist wordt door (snel)wegeni en natuurlijk een spoorlijn. Binnen zo’n vergaande ontwikkeling van het gebied is het ontzeJend belangrijk, dat de stem van de natuur een prominente plek krijgt binnen het proces én het eindresultaat. Natuur heeL immers geen stem en kan zich niet eigenhandig verweren.
Natuurwaarde overs0jgt grenzen
De natuurwaarde binnen het oriëntaDegebied is alleen al reden genoeg om alles op alles te zeJen om zoveel mogelijk hiervan te behouden. Binnen het oriëntaDegebied bevinden zich vele beschermde soorten vleermuizen, dassen, amfibieën, repDelen en vogels. Maar natuur kent geen grenzen en verstoring van natuur beperkt zich niet tot een afgekaderd gebied. Juist dit gebied kenmerkt zich door de ligging op een overgang van hoog naar laag, van droog naar nat en van voedselarm naar voedselrijk. Dassen hebben burchten op de hogere zandgronden, maar zijn aQankelijk van het voedselaanbod in het voedselrijkere lagergelegen gebied. Amfibieën overwinteren in de hoger gelegen gebieden om zich te kunnen voortplanten in de lagergelegen watersystemen. Reeën schuilen overdag in het struikgewas maar foerageren in de schemering op de graslanden. Ook veel vogelsoorten hebben behoeLe aan een ononderbroken natuurlijk gebied om zich veilig tussen nestelen voedselgebieden te kunnen bewegen. De ontwikkeling van het staDonsgebied beperkt zich dus niet tot de grenzen van het plan- of oriëntaDegebied. Daarom kijken wij op een veel grotere schaal en breder naar de ontwikkelingen die in het oriëntaDegebied gaan plaatsvinden.
Infrastructuur voor plant en dier
Het staDonsgebied bevindt zich niet alleen op een knooppunt van migraDeroutes van dassen, reeën, vogels en amfibieën, deze “robuuste verbindingen” zijn ook van belang om geïsoleerde populaDes met elkaar te verbinden en zo inteelt te voorkomen. Dit draagt ook bij aan veerkrachDge populaDes op een grotere ruimtelijke schaal door uitwisseling tussen deelgebieden, en het mogelijk maken van verspreiding van soorten binnen Nederland. Vanwege de huidige klimaatverandering zijn veel soorten 1
hun areaal naar het noorden aan het opschuiven, daarvoor zijn ecologische verbindingen nodig. Daarnaast zorgen weersextremen en andere drukfactoren voor lokaal uitsterven van soorten, de plekken kunnen via de ecologische verbindingen worden geherkoloniseerd.
Kun je natuur wel compenseren?
Bij dit soort projecten wordt al snel gebruik gemaakt van natuurcompensaDe, maar is dit effecDef? Dat weten we pas over 100 jaar. Het gaat namelijk niet alleen om kwanDteit, maar ook om kwaliteit. Een 100 jaar oude (bos)bodem bestaat leJerlijk uit decimeters langzaam opgebouwde humus bestaande uit organische stof en een complex ecosysteem van planten, schimmels, bacteriën en dieren. Bodems die ook nog eens grote hoeveelheden CO2 opslaan. De grond alleen al is een ontzeJend waardevolle bron van biodiversiteit. Dat is niet in een paar jaar gecompenseerd. Oude bomen bieden ruimte aan vogels, marters en vleermuizen (nestholten). Het duurt decennia voordat een jonge boom geschikt is voor een buizerd om een nest in te bouwen of een specht om een nesthol te hakken.
Op0maliseren in plaats van compenseren!
Om de stem van de natuur te laten gelden blijven er eigenlijk maar twee opDes over: niet bouwen en geen nieuwe acDviteiten òf opDmaliseren. OpDmaliseren gebruiken we in dit verband als de realisaDe van het best mogelijke resultaat voor de natuur, waarbij er uiteraard alléén binnen de rode contouren woningbouw plaatsvindt. Dit houdt niet in dat er elders gecompenseerd wordt, maar dat er binnen het gebied zelf natuurontwikkeling tot stand komt die de huidige status van het gebied ruim oversDjgt. De ontwikkeling grijpen we dus aan als een kans om de natuurwaarde van het gebied nog veel groter te maken dan het nu al is. De ontwikkeling van het staDonsgebied wordt in dit licht bezien dus geen aanslag op de natuur, maar een lichtpunt voor de natuur. Een lichtpunt dat de natuur in de huidige biodiversiteitscrisis heel hard nodig heeL.
Het mooiste plan voor de natuur gaat dan over de volgende elementen: Natuurkwan0teit
Het oriëntaDegebied voor de natuur wordt hierin een stuk groter dan in de huidige plannen. Denk aan de driehoek Bunnik, Zeist Driebergen uitwaaierend naar De Woerd in het zuiden van het gebied.
Natuurkwaliteit
In de nieuw te ontwikkelen natuur opDmaliseren we ook de natuurwaarde (dus ook biodiversiteit). Een goede monitoring van het gebied is hiervoor nodig: wat zijn de huidige natuurwaarden en welke potenDe heeL het gebied? Wat is nodig voor een opDmale natuurkwaliteit? Waar zijn absolute rustplekken nodig en waar laten we recreaDe toe? Hoe opDmaliseren we de hydrologische kwaliteit van het gebied?
Ecologische verbindingen
We opDmaliseren het bestaande ecologische netwerk, waarin we huidige knelpunten opheffen en ook nieuwe verbindingszones realiseren. Hoe robuuster hoe beter.
Con0nuïteit van natuurwaarden
In een dichtbevolkt en snel ontwikkelend land als Nederland is het van belang dat natuur de Djd en rust krijgt zich te ontwikkelen en aan te passen aan problemen als klimaatverandering en verstoring door bouwacDviteiten. ConDnuïteit van het gebied is daarom essenDeel. De te ontwikkelen natuurgebieden zullen daarom in beheer komen van één of meerdere terreinbeherende organisaDes. Zij hebben de juiste moDeven, kennis en kunde om de conDnuïteit van het gebied te waarborgen. 2
Natuurinclusieve woningbouw Nieuwe woningen zijn CO2-neutraal. Nestkasten en vleermuiskasten maken deel uit van het bouwontwerp. Zoveel mogelijk bomen blijven behouden. Voor de aanleg van tuinen gelden bepaalde eisen zoals een maximum percentage verharding en een minimum percentage inheems plantgoed. Omheiningen moeten voldoende passages hebben voor amfibieën en egels.
Stem van het Landschap
Het is duidelijk dat de stem van de natuur hier de boventoon voert. Toch gaat het om meer dan natuur. Het gaat ook om het landschap, om het DNA van het gebied dat deel uitmaakt van de landgoederenzone van de SDchtse Lustwarande. Ieder weekend komen veel mensen naar de Utrechtse Heuvelrug om te recreëren. Zij komen bijvoorbeeld uit Utrecht of de Randstad en niet voor niets. Zij gaan uitgerekend naar dit gebied vanwege de natuurwaarden, de rust, het erfgoed en het landschap. Dat is iets wat wij in stand moeten houden. Weg is weg. Het staDonsgebied kan hierin een grote rol spelen als een ‘hub’ voor de rest van de Utrechtse Heuvelrug. En als voorbeeldstaDon voor hoe het ook kan. Het gebied maken we toekomstbestendig, zonder het DNA van het gebied te verliezen en zeker zonder verlies van natuurwaarden. Geen compromis dus, maar streven naar het mooiste resultaat voor de natuur en voor het landschap.
i
Er zijn diverse tunnels, faunapassages en andere voorzieningen om de barrièrewerking van (snel)wegen te verminderen
3