PR24.078 Bijlage 1 Verhalen van Nieuwkomers - Zeist
Tekst van het document
April 2024
VERHALEN VAN NIEUWKOMERS In opdracht van de Rekenkamer Zeist heeft RadarAdvies onderzoek gedaan naar de integratie van nieuwkomers in Zeist. De ervaringen van nieuwkomers zelf zijn hierin onmisbaar. We vroegen veertien mensen met diverse achtergronden naar hun verhaal. Deze verhalen bieden een persoonlijk inkijkje in wat het betekent om als nieuwkomer de weg te vinden in de (Zeister) samenleving. Hiermee slaat voorliggende verhalenbundel een mooie brug tussen het onderzoeksrapport en de Zeister samenleving. Het onderzoeksrapport vindt u op de website van de Rekenkamer Zeist: https://www.zeist.nl/gemeente-bestuur-en-organisatie/rekenkamer
AZC KAMP VAN ZEIST
ERVARINGEN VAN NIEUWKOMERS MET ASIELSTATUS EN VERBLIJFSSTATUS
Het verhaal van: Karim* Land van herkomst: Syrië Status: in asielprocedure – verblijft op het azc Kamp van Zeist * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
Via Ter Apel en Budel kwam Karim een jaar geleden in Zeist aan. Wat hij daar aantrof verraste hem: de opvang was geen gebouw met kamers en muren, maar een noodtent met veel lawaai en weinig privacy. Alhoewel hij het vreselijk vond daar te wonen, lukte het hem om de situatie te relativeren. Na een tijd wende het verblijf, en bovendien zaten anderen er al veel langer dan hij. Om afleiding te zoeken ging hij naar het taalcafé, en deed hij vrijwilligerswerk als tolk bij het COA. Inmiddels woont hij in het nieuwe azc gebouw en zet hij zijn vrijwilligerswerk als tolk voort bij de Meedoenbalie. Ook hielp hij een tijd in een verzorgingstehuis en bij zomeractiviteiten voor kinderen. Karim is nog jong, en wil geen tijd verspillen. Zijn drive om Nederlands te leren is groot; hij komt graag onder de Nederlanders en pakt elke kans om de taal te oefenen aan. Dit kan wel alleen via de informele taallessen, want zonder verblijfsvergunning komt hij niet in aanmerking voor de officiële lessen. Op eigen houtje leert hij de taal met YouTube filmpjes en een B1-boek dat hij bij wijze van uitzondering kreeg van een vrijwilligerscoördinator. Hij wil namelijk als tandarts werken, zoals hij in Syrië al deed, en daarvoor heeft hij naast aanvullende universitaire opleidingen een hoog taalniveau nodig.
Karims motivatie wordt opgemerkt in het azc, en het lukte om een keer een dag mee te lopen bij een tandartspraktijk in Zeist. Hij zou daar als tandartsassistent kunnen werken, maar heeft geen geldig identiteitsbewijs. Dat is nodig voor een tewerkstellingsvergunning. Maanden geleden vroeg hij een identiteitsbewijs aan bij IND, maar heeft daar nog niks van gehoord. Om niet stil te zitten probeert hij zo veel mogelijk contact te leggen met Nederlanders zodat hij de taal kan oefenen. Daarin mist hij wel wat mogelijkheden: het liefst zou hij meer activiteiten hebben waarbij hij Nederlanders kan ontmoeten. Hij heeft het idee dat Nederlanders in de omgeving een verkeerd beeld hebben over de bewoners van het azc. Meer contact of open dagen op het azc zouden wel helpen denkt Karim, voor meer begrip van beide kanten.
“Ik voel me verbonden met Zeist. Gister was ik in Amsterdam en toen ik in Zeist kwam voelde ik rust, het voelde als thuiskomen. ” “Het zou leuk zijn om meer open dagen van het azc te hebben, zodat we meer contact hebben met mensen in de omgeving.”
Wat wil Karim beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Hij zou graag meer activiteiten op het azc hebben waarbij contact met Nederlanders mogelijk is. De sfeer op het azc is best goed, vooral als je bedenkt dat er 400 mensen met allerlei verschillende achtergronden wonen. Verbeteringen ziet hij in dat de wc’s vaak erg vies zijn, en de kamers klein voor drie personen. Ook duurt het lang voordat kapotte dingen worden gerepareerd, zoals de wifi.
Het verhaal van: Osman* en Riak Tutnyang Gai* Land van herkomst: Sierra Leone en Zuid-Sudan Status: in asielprocedure - verblijven op azc Kamp van Zeist * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
Sinds de zomer van 2023 verblijven Osman en Riak Tutnyang Gai in azc Kamp van Zeist. Het valt hen op dat het COA in Zeist zijn best doet om mensen zo goed mogelijk op te vangen en geven aan dat dit niet makkelijk is gezien het aantal mensen dat komt. Specifiek noemen ze de faciliteiten rondom gezondheidszorg en voeding. Ze vinden het fijn dat er een dokter aanwezig is op het terrein waar ze terecht kunnen als ze zich niet lekker voelen en zijn blij met de mogelijkheid zelf te kunnen koken. Van het leefgeld dat ze iedere week ontvangen betalen ze de boodschappen waarmee ze in de gemeenschappelijke keuken een maaltijd kunnen klaarmaken.
Gedurende de week doen Riak Tutnyang Gai en Osman mee aan verschillende activiteiten. Zo gaan ze op woensdag naar het taalcafé dat vrijwilligers op het azc organiseren om Nederlands te leren en gaan beide mannen naar de sportschool via het sportschoolabonnement dat ze via het COA hebben gekregen. Dat abonnement is eigenlijk alleen voor bewoners tot 30 jaar. Riak Tutnyang Gai is ouder dan 30 en mocht hier in eerste instantie geen gebruik van maken. Vanwege gezondheidsredenen heeft hij toch een abonnement kunnen regelen. Osman bezoekt naast de sportschool het zwembad op maandagen. Ook aan deze activiteit zit een leeftijdslimiet, namelijk 35 jaar. Naast deze activiteiten doet Riak Tutnyang Gai vrijwilligerswerk op het azc, dit heeft hij geregeld via de Meedoenbalie. Hij maakt het buitengebied van het azc en de toiletten schoon voor een klein bedrag per week. Osman zou ook graag vrijwilligerswerk willen doen. Hij doet nu vaak hele dagen niks en vindt dit niet fijn. Hij geeft aan niet in de gelegenheid te zijn om te kiezen wat hij wil doen, dus wat voor werk het is maakt niet uit - als er iets mogelijk is dan wil hij het doen. Ondanks dat Riak Tutnyang Gai vrijwilligerswerk heeft mist hij het ook om iets te doen te hebben, maar omdat hij hier in veiligheid is vraagt hij hier niet om. Hij vraagt alleen de dingen die hij direct nodig heeft: voedsel en een plek om te slapen.
“Ik ben nu veilig en dat is het belangrijkste.”
Wat willen Osman en Riak Tutnyang Gai beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Het is belangrijk voor de bewoners van het azc om te kunnen sporten, ook als je boven de 30 bent. Het is goed voor de gezondheid, maar het biedt ook dagbesteding. Hele dagen niks doen is niet fijn, het is goed om activiteiten of (vrijwilligers)werk aan te bieden. Het is positief dat de bewoners op azc Kamp van Zeist zelf mogen koken.
Het verhaal van: Abdulhalim & Farhan Land van herkomst: Syrië & Iran Status: statushouders (Wi2021) - verblijven op azc Kamp van Zeist Farhan en Abdulhalim zijn beiden ruim twee jaar geleden naar Nederland gekomen. Allebei hebben ze na lang wachten vorig jaar een verblijfsstatus gekregen. Ondertussen verblijven ze nog steeds in het azc Kamp van Zeist en hopen ze allebei snel een huis toegewezen te krijgen in Soest en Overbetuwe; de gemeenten waaraan ze zijn gekoppeld. Farhan komt uit Iran, waar zijn vrouw en twee dochters nog wonen. Over een paar maanden zullen zij als alles goed gaat ook naar Nederland komen, en zijn ze na vijf jaar weer herenigd. Abdulhalim komt uit Syrië, waar veel van zijn familieleden nog wonen. Beide mannen zijn nu hard aan de slag om Nederlands te leren. Nadat ze hun verblijfsvergunning kregen konden ze taallessen volgen in het azc. Het liefst waren ze nog eerder gestart met taallessen, maar tot die tijd moesten ze het doen met YouTube filmpjes. Er waren namelijk geen lesboeken beschikbaar. Nu de cursus is afgerond zijn ze weer aangewezen op taalcafés en vrijwilligerswerk. Abdulhalim helpt in de taallessen op A1 niveau, en Farhan heeft een tijd geholpen bij verzorgingstehuis Drie Eiken in Soesterberg. Daar oefenen ze verder met hun Nederlands.
Farhan vindt het belangrijk om contact te hebben met Nederlanders: “tot zes maanden geleden praatte ik nauwelijks Nederlands. Nu praat ik meer met Nederlanders en leer ik nieuwe woorden.” De behoefte aan contact met Nederlanders is er ook bij Abdulhalim, maar dit blijkt niet altijd makkelijk. Meer activiteiten waarin je in contact kan komen met Nederlanders zouden wel fijn zijn. Uiteindelijk heb je dat ook nodig om je thuis te voelen. De twee zijn niet ontevreden over Zeist en de azc locatie. Een tijdje geleden kwam de burgemeester langs en hij vertelde toen dat hij z’n best deed voor de bewoners. Farhan en Abdulhalim merken dat ook. Vergeleken met de noodopvang is de azc locatie een enorme vooruitgang. Wel zouden ze graag meer sportfaciliteiten hebben, want sporten is een goede uitlaatklep voor mensen die verder niet veel om handen hebben. Daarnaast missen ze een plek om in rust te studeren. Er is nu maar 1 kleine ruimte voor 400 mensen. Het zou al helemaal mooi zijn als de kleine bibliotheek waar het COA het al een tijdje over heeft er zou komen.
“Voor de toekomst heb je motivatie nodig. We moeten het zelf doen, we moeten ons best blijven doen. Om over Nederland en de taal te leren, zodat we contact kunnen maken met Nederlanders en een goede baan vinden.”
Wat willen Farhan en Abdulhalim beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Verbeterpunten op het azc: meer activiteiten en dan het liefst meer sportmogelijkheden, een studeerplek en een kleine bibliotheek. Bied mogelijkheden om de taal te leren, al voordat je een status krijgt. Contact met Nederlanders is belangrijk voor het oefenen van de taal en om je thuis voelen in een land.
VERHALEN VAN NIEUWKOMERS
ERVARINGEN VAN OEKRAÏENSE ONTHEEMDEN & AFGHAANSE EVACUEES
Het verhaal van: Kateryna* Land van herkomst: Oekraïne Status: Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraine * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
In april 2022 kwam Kateryna in Nederland aan. Ze woonde in Charkiv en ontvluchtte het gebied samen met haar man, zoontje, schoonzus en haar kind per auto richting het westen. Waar ze precies heen gingen wisten ze nog niet, als het maar zo ver mogelijk van Oekraïne was. Uiteindelijk belandden ze in Nederland. Daar zouden veel mensen Engels spreken en was goede opvang voor Oekraïners geregeld hadden ze gehoord. Zo kwam Kateryna in Zeist terecht, op vakantiepark de Krakeling. Het eerste halfjaar bracht ze op die locatie door. Ze kregen snel een BSN nummer, waardoor haar zoontje van 7 meteen naar school kon. Alles was nieuw en overweldigend in die periode. Waar kon je goedkope kleding vinden, of hygiënische producten? En wat moet je doen als de fiets die je net hebt gekregen een lekke band krijgt? Voor die praktische zaken kon ze gelukkig terecht in WhatsAppgroepen met Oekraïners en vrijwilligers. Voor andere praktische zaken hielp de locatiemanager. Toch was ze niet altijd goed op de hoogte van bepaalde zaken (zoals het bestaan van de 9292 app of bepaalde gratis voorzieningen), waardoor ze veel zelf moest uitzoeken.
In die eerste periode voelde ze grote betrokkenheid vanuit Vluchtelingenwerk en vrijwilligers om Oekraïners te helpen. Er waren veel activiteiten, concerten en taallessen waar ze zich op stortte. Via Stichting Eet Mee kwam ze in contact met Nederlanders en regelde ze na twee maanden dat ze daar als vrijwilliger aan de slag kon als matchmaker tussen Oekraïense en Nederlandse gezinnen. Na een halfjaar vertrok ze naar de Dreef, waar meer Oekraïners woonden. Daar kwam ook elke week een jobcoach om te helpen met het vinden van werk. Via zijn netwerk vond ze haar huidige baan bij een bank, waar ze vier dagen per week werkt. Ze is blij dat ze zo snel kon werken en dat ze nu meer onafhankelijk is. Maar toch is het lastig om als enige Oekraïense echt aansluiting te vinden bij haar collega’s. Voor hen betekenen de binnenkomende nieuwsberichten over de oorlog uit Oekraine toch wat anders dan voor Kateryna. Tevens blijft de onduidelijkheid rondom de afloop van de tijdelijke bescherming een grote bron van onzekerheid.
“Als je weet dat je teruggaat, dan blijf je investeren door bijvoorbeeld het Oekraïens van mijn zoon bij te houden. Maar die duidelijkheid is er niet. We zetten nu steeds meer stappen richting Nederland. We werken hier, leren de taal, mijn kind gaat hier naar school. Dus we hebben besloten hier te willen blijven.” Wat wil Kateryna beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Ze kijkt uit naar de nieuwe locatie op Dijnselburg, met voorzieningen voor haarzelf. Het meest waardevol zijn mensen met een open hart die hulp aanbieden. Vluchtelingenwerk, vrijwilligers en andere behulpzame mensen zijn “little miracles” die het verschil maken. In het begin was ze niet goed op de hoogte van bepaalde zaken, waardoor ze veel zelf moest uitzoeken. Contact met Nederlanders opbouwen is nog lastig. Ze zou graag laagdrempelig met iemand uit Zeist Nederlands willen oefenen, tijd spenderen en tips ontvangen. Praktische tips, maar ook tips over hoe je bijvoorbeeld omgaat met situaties op werk, zodat ze de mentaliteit van Nederlanders beter leert begrijpen.
Het verhaal van: Abdul* Land van herkomst: Afghanistan Status: aan het inburgeren onder de Wet inburgering 2021 * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
Begin 2022 kwam Abdul met het vliegtuig aan in Nederland. Na de machtsovername van de Taliban verliet hij samen met zijn vrouw en vier kinderen zijn woonplaats Herat in Afghanistan. Eenmaal aangekomen in Nederland ging Abdul samen met zijn gezin direct naar het Wallaardt Sacré Kamp in Huis ter Heide. Een opvang speciaal voor Afghaanse evacueés. Het leven in de opvang was ondanks de goede faciliteiten stressvol; Abdul en zijn familie wisten niet voor hoelang ze daar moesten blijven en wanneer (en waar) ze een woning toegewezen zouden krijgen. Inmiddels woont Abdul al meer dan een jaar met zijn familie in een appartement in Zeist, de plek waarop hij en zijn familie hadden gehoopt. Hij vindt het fijn in Zeist, de mensen zijn aardig en alle faciliteiten zijn er. Toch voelt alles nog steeds heel nieuw en mist hij zijn familie en vrienden die hij achter heeft moeten laten.
In Afghanistan werkte Abdul voor een in Nederland gevestigde organisatie. Hij was projectmanager voor een programma voor levensonderhoud voor herders. Het is zijn droom om in Nederland ook weer een goede baan te krijgen. Hij is in april 2023 gestart met inburgeren en volgt Nederlands lessen bij Sagènn. Verder bespreekt hij eens in de drie à vier maanden het verloop van zijn inburgeringstraject met zijn contactpersoon bij de Regionale Sociale Dienst (RSD). Om een baan te vinden heeft Abdul een jobcoach die hem helpt met de opmaak van zijn cv en het verbreden van zijn persoonlijke netwerk. Echter, voor het vinden van een passende baan blijkt het beheersen van de Nederlandse taal toch het belangrijkst. In de tussentijd doet Abdul vrijwilligerswerk bij een verzorgingshuis. Daar helpt hij elke donderdag met het serveren van de lunch, ondersteunt hij de bewoners en kan hij zijn Nederlands oefenen.
“Voor de toekomst heb ik goede hoop. Er zijn veel obstakels, maar desondanks wil ik mijn doelen bereiken. Ik wil een goede baan, goed onderwijs voor mijn kinderen en financieel onafhankelijk worden van de overheid.”
Wat wil Abdul beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Inburgeraars sneller en gelijktijdig laten starten met taallessen. Niet steeds nieuwe mensen in de les toelaten die niet op hetzelfde niveau zitten als de personen die al eerder zijn gestart. Meer ondersteuning vanuit de RSD op het gebied van financiën en administratie. Omdat de vrijwilliger van Vluchtelingenwerk maximaal één keer per week een paar uur bereikbaar is, moet hij vaak lang wachten op hulp terwijl aan sommige administratieve taken deadlines verbonden zijn. Meer mogelijkheden tot werk voor hoogopgeleiden. Abdul is gemotiveerd en heeft veel vaardigheden (o.a. goed niveau Engels, een bachelordiploma en computervaardigheden), maar zit desondanks toch zonder betaald werk.
VERHALEN VAN NIEUWKOMERS
ERVARINGEN VAN STATUSHOUDERS ONDER DE OUDE EN NIEUWE INBURGERINGSWET
Het verhaal van: Sahar & Hafedh Land van herkomst: Jemen Status: statushouders (Wi2013)
Hafedh moest uit Jemen vluchten vanwege de oorlog. In 2017 vroeg hij asiel aan in Nederland. Later volgden ook zijn vrouw Sahar en hun kinderen. Hafedh verbleef op dat moment in Kamp Zeist, terwijl Sahar zich moest melden in Ter Apel. Dat was in het begin niet makkelijk maar het was erg fijn dat ze na al die tijd als gezin weer herenigd konden worden. Het contact met de IND, COA en Vluchtelingenwerk verliep goed. Na het verblijf van Sahar met de kinderen in het azc in Harderwijk kregen ze een appartement in de wijk Vollenhove. Hun ervaringen in de wijk roepen dubbele gevoelens op. Enerzijds was het prettig dat er huisvesting was geregeld. Anderzijds bood de wijk weinig uitdaging om snel de taal te leren of te integreren, omdat veel wijkbewoners een migratieachtergrond hebben en werkloos zijn. Om goed te kunnen integreren hebben ze daarom heel bewust voor hun kinderen een school buiten de wijk Vollenhove gezocht en gevonden.
Hafedh nam zelf veel stappen om in contact te komen met Nederlanders en de taal te leren. Ook heeft de taalcoach hem en Sahar erg geholpen en vonden zij de bibliotheken in Zeist en Utrecht waardevolle plekken om te ontmoeten en te leren. Hafedh regelde zonder ondersteuning van de RSD een stage bij Arcadis. Hij kreeg wel functies aangeboden om te solliciteren maar die sloten niet aan bij zijn kwalificatieniveau. Graag zou hij meer maatwerk in de dienstverlening zien voor hoogopgeleide vluchtelingen. Nu werkt Hafedh bij ProRail als assistent van de bouwmanagers. Ook Sahar wilde snel aan de slag. De RSD bemiddelde haar naar vrijwilligerswerk bij de Kringloopwinkel in Zeist. Maar het werk sloot niet direct aan bij haar interesses. Ze wilde graag in de ouderenzorg werken. De taalcoach van Hafedh heeft Sahar geholpen een baan in de zorg te vinden. Sahar werkt nu sinds mei bij de Warrande, waar ze ouderen verzorgt. Ze vindt het een fijne baan waarbij ze veel contact heeft met collega’s en oudere mensen uit Zeist. Inmiddels wonen Sahar en Hafedh in Breukelen in een wijk met meer diversiteit. Ze zouden graag terugkeren naar Zeist maar de wachttijd voor een woning is erg lang. Voor de toekomst willen ze de taal beter leren en vooral meedoen in de Nederlandse samenleving. Hoewel hun kinderen Zeist missen doen ze het goed op school.
Ze zien een goede toekomst in Nederland, maar zien ook de uitdagingen. Het is nu niet altijd makkelijk in Nederland, steeds vaker zijn er discussies over migratie en nieuwkomers.
“Werk is erg belangrijk om te kunnen integreren. Belangrijk is dat maatwerk wordt geboden aan vluchtelingen bij het vinden van werk.”
Wat willen Hafedh en Sahar beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Verdiep je goed in nieuwkomers en zorg voor maatwerk en variatie in het aanbod. Begin eerder met de integratie door al snel taalcursussen aan te bieden.
Het verhaal van: Mousa* Land van herkomst: Syrië Status: statushouder (Wi2013) * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
Mousa vluchtte bijna vier jaar geleden uit Syrië. Via azc’s in Budel, Zutphen en Zeist kreeg hij twee jaar geleden een woning toegewezen in Zeist, waar hij nu woont met zijn gezin. Vluchtelingenwerk hielp hem met praktische zaken, zoals het ondertekenen van het huurcontract, energiecontract en het aanvragen van een uitkering. Doordat hij in de azc’s – via zelfstudie en wat er op het azc werd aangeboden – was begonnen met het leren van de Nederlandse taal, begon hij zijn taalcursus meteen op B1-niveau bij Lest Best in Utrecht. Verder had hij een taalcoach via SamenSpraak (Gilde Zeist) en was hij via Samen Oplopen gekoppeld aan een Nederlands gezin; dit laatste heeft hem erg geholpen bij het opbouwen van een leven in Zeist. Toen Mousa zijn contactpersoon bij de RSD leerde kennen, vroeg die hem om meteen aan het werk te gaan. Mousa heeft aangegeven dat niet te willen, omdat hij eerst beter Nederlands wilde leren en dat belangrijk vond om goed te kunnen integreren in Nederland. Hierover zegt hij ook: “als mijn kinderen straks Nederlands kunnen dan willen mijn vrouw en ik ook goed Nederlands met ze kunnen spreken”. Zijn contactpersoon bij de RSD vond dit goed, maar Mousa kent ook voorbeelden waarin dit niet zo was.
Nadat Mousa klaar was met zijn taalcursus, is hij op zoek gegaan naar een baan. Hierbij is hij geholpen door UAF, onder andere bij het maken van een CV, motivatiebrief en het oefenen van sollicitatiegesprekken. Hij heeft geen contact meer gehad met de RSD; idealiter was hij door hen meer begeleid bij het zoeken naar werk. Uiteindelijk heeft hij via LinkedIn een baan gevonden. Hij gaat meer verdienen dan toen hij een uitkering had, maar heeft ook minder toeslagen en moet het inrichtingskrediet blijven aflossen. Hierdoor is het verschil tussen wat hij nu verdient en wat zijn inkomen was met een uitkering klein. Toch vindt hij het heel belangrijk dat hij nu een baan heeft, zelf zijn geld gaat verdienen en dan niet meer afhankelijk is van de gemeente. Hij voelt zich thuis in Zeist en ziet zijn toekomst hier.
“We leven zonder familie, in een ander land, dat geeft stress. Het helpt dan niet als de gemeente ook nog stress geeft (…) Geef mij de ruimte om Nederlands te leren en de kans om rustig een baan te vinden, zonder stress.”
Wat wil Mousa beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Laat statushouders die gekoppeld zijn aan Zeist, maar nu nog in een ander azc op een woning wachten alvast naar het azc in Zeist komen. Zo kunnen ze alvast starten met taalonderwijs hier en de gemeente leren kennen. Vergoed de reiskosten naar de taalschool, ook als iemand (nèt) binnen een straal van 10 km woont. Dit werkt drempelverlagend voor het volgen van onderwijs en zorgt voor minder geldstress. In Zeist wordt de lening voor inrichtingskosten (inrichtingskrediet) niet kwijtgescholden als iemand gaat werken; in sommige andere gemeenten is dit wel het geval. Dat voelt niet eerlijk.
Het verhaal van: Abdo* Land van herkomst: Jemen Status: statushouder (Wi2013) * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
In 2018 kwam Abdo met zijn vrouw en meerdere kinderen aan in Nederland. Voordat Abdo en zijn gezin een woning kregen in Zeist hebben ze in verschillende opvanglocaties gezeten. Het vele verplaatsen tussen alle kampen zorgde voor angst en stress. Vluchtelingenwerk hielp Abdo goed gedurende de eerste maanden in Zeist (regelen uitkering, huur, administratie, etc.) en later ook bij het gewaardeerd kregen van zijn diploma. In de beginperiode in Zeist waren er veel lockdowns vanwege de coronapandemie, waardoor hij veel thuis was en online taalles moest volgen. De lockdowns vielen hem en zijn gezin zwaar en het online leren vond hij lastig. Hij was blij toen hij in september 2021 fysiek naar school kon. Hij heeft zijn inburgering op A2 niveau afgerond.
Abdo deed al wat vrijwilligerswerk voor Vluchtelingenwerk. Daarnaast is hij op zoek naar werk, maar vooralsnog zonder resultaat. Hij heeft bij de gemeente het voorstel gedaan om daar (voor de hoogte van zijn uitkering) te gaan werken (vertaalwerk bijvoorbeeld), maar dat wilden ze niet. Zijn - nu derde - contactpersoon bij de RSD wil dat Abdo gewoon zo snel mogelijk aan het werk gaat en zoekt naar (laaggeschoold) werk bij de de kringloopwinkel. Als theoretisch opgeleide voelt Abdo zich ‘gevangen’ tussen enerzijds de opties voor vrijwilligers- of laaggeschoold werk (waarvoor hij te hoog is opgeleid) en anderzijds een betaalde baan (waarvoor zijn Nederlands niet goed genoeg is). Verder helpt het hem niet dat hij al wat ouder wordt, waardoor bedrijven minder geneigd zijn in hem te investeren met scholing of opleiding dan bij jongeren. Abdo mist goede ondersteuning vanuit de RSD bij het zoeken naar werk. Hij denkt aan mogelijkheden waarbij de RSD medewerker diens netwerk veel meer inzet om een baan te vinden en met Abdo zoekt naar stagemogelijkheden in een sector waar hij later kan gaan werken. Op die manier leert hij het jargon en gewoonten op de werkvloer. Daarnaast wil Abdo actief worden nagebeld om te horen waarom hij is afgewezen, zodat hij weet wat hij nog moet ontwikkelen. Abdo kan moeilijk rondkomen met zijn financiën.
Vooral vanaf 2022 merkt hij dat alles duurder is geworden. In het begin heeft hij erover nagedacht om terug te gaan naar Jemen, maar dat is onmogelijk: zijn leven loopt daar serieus gevaar.
“Ik heb een kruiwagen nodig. Iemands netwerk kunnen gebruiken. Een jobcoach die met mij vacatures nabelt, mij aanbeveelt of de reden van afwijzing opvraagt.”
Wat wil Abdo beleidsmakers en uitvoerders meegeven: De taal leren, integreren en werken is nu apart van elkaar georganiseerd. Bied dat op een meer integrale manier aan. Zo kun je tijdens het werken de taal, het jargon en de gebruiken op de werkvloer leren. Zorg voor passende ondersteuning voor hoog-/theoretisch opgeleide statushouders. Het steeds moeten verplaatsen tussen opvanglocaties levert veel stress op voor het hele gezin; probeer het aantal verplaatsingen - zeker met (jonge) kinderen - te beperken.
Het verhaal van: Nasir* en Zerdali* Land van herkomst: Turkije Status: statushouders (Wi2021) - bezig met inburgeringsproces * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
Nasir is 2,5 jaar geleden naar Nederland gevlucht en kwam aan in Ter Apel. Toen hij zijn verblijfsvergunning kreeg, gaf hij zijn voorkeur voor een woning Zeist aan, omdat een van zijn kinderen een studie aan de Universiteit Utrecht wilde volgen. Nasir woonde in vijf verschillende azc's, waaronder de tent op het azc Kamp van Zeist. In de zomer van 2022 kreeg hij de sleutel van zijn huis. Zijn vrouw Zerdali en kinderen zijn hem toen achterna gereisd en wonen hier nu 1,5 jaar. Toen ze een huis kregen heeft Vluchtelingenwerk ze goed geholpen met alle administratie. Het waarderen van het diploma van Zerdali was veel werk en hiervoor moest ze naar DUO (Groningen) reizen. Haar diploma is inmiddels gelukkig gewaardeerd. In de eerste zes maanden werden ze financieel ontzorgd, maar ze hadden hun financiën liever gelijk zelf geregeld. In die tijd hielden ze ook zo weinig over dat ze naar de Voedselbank moesten, terwijl er geld overbleef dat de RSD opspaarde. Na die zes maanden hoefde dat niet meer. Nasir en Zerdali doen er veel aan om Nederlands te leren. Ze volgen twee dagen in de week taallessen bij Sagènn. Vanwege het tekort aan docenten zitten veel verschillende niveaus bij elkaar, waardoor de docent diens aandacht steeds moet verdelen. Ook zijn er vanwege het docententekort wachttijden voordat je kunt starten en minder lesdagen dan eerst.
Verder bezoeken Nasir en Zerdali wekelijks Taalcafé het Taalhuis, hebben ze een taalcoach en doen ze vrijwilligerswerk. Zerdali werkt op een school. Ze vindt dit leuk werk omdat het binnen haar vakgebied valt en ze zo relevante woorden leert. Nasir helpt in de keuken in een zorginstelling. Ze willen allebei graag een baan, maar daarvoor moet hun Nederlands nog beter worden. De taal heeft dus prioriteit. Elke vier maanden hebben Nasir en Zerdali een gesprek met de consulent van de RSD over hoe het gaat; dat vinden ze fijn. Ook met tussentijdse vragen kunnen ze bij hun contactpersoon terecht. De toekomst van Nasir, Zerdali en hun kinderen is hier in Zeist. Ze hebben inmiddels goed contact met de buren en hebben hier leren fietsen. Ze doen nu bijna alles op de fiets. Ook de kinderen hebben het hier naar hun zin. De jongste zat eerst in een nieuwkomersgroep maar is sinds kort ingestroomd in de gewone klas; de oudste volgt taallessen en doet een schakeljaar VWO om daarna met een vervolgopleiding te kunnen starten.
“In Turkije had ik veel stress en angst om aangehouden te worden. Hier is dat niet zo. We zijn blij om in Nederland te wonen (…), maar soms schrik ik nog steeds als ik een politieauto zie. Het doet me denken aan Turkije en hoe onveilig het was.” Wat willen Nasir en Zerdali beleidsmakers en uitvoerders meegeven:
Laat mensen sneller starten met Nederlandse les, meer lesdagen en minder verschillende niveaus in één klas. En zorg – als mensen moeten wachten – dat ze in de tussentijd alvast kunnen oefenen met bijvoorbeeld een taalmaatje. Voor Zerdali duurde de aanvraag van het BSN-nummer lang; zolang je geen BSN hebt kan de RSD niks voor je doen. Ze zijn blij met hun contactpersonen bij Vluchtelingenwerk en de RSD; ze helpen je goed en snel.
Het verhaal van: Fayez* Land van herkomst: Jemen Status: verblijfsvergunning toegekend - aan het wachten op een woning in Zeist * Pseudoniem, echte naam is bij RadarAdvies bekend
Fayez weet nog goed dat hij op Valentijnsdag 2022 aankwam in Amsterdam, de stad was versierd met hartjes. Hij kwam op dat moment uit Hongarije, waar hij vanuit Jemen naartoe was verhuisd om engineering te studeren. Na afloop van zijn studie moest Fayez Hongarije verlaten. Teruggaan naar Jemen was geen optie wegens de oorlogssituatie, dus ging hij op zoek naar andere mogelijkheden. In Hongarije ontmoette Fayez veel Nederlanders. Vanwege de goede indruk die hij van hen kreeg en enkele Jemenitische vrienden die in Nederland verbleven heeft hij gekozen voor een asielaanvraag in Nederland. Fayez heeft in verschillende azc’s gewoond. Over het laatste azc waar hij verbleef zegt hij dat dat geen fijne periode in zijn leven was. Hij sliep in een hal met 600 andere mensen waar de slaapplekken alleen met kartonnen wandjes van elkaar werden gescheiden. Als gevolg was er altijd veel geluid, ging om 22.00 uur voor iedereen tegelijkertijd het licht uit en waren er veel regels. Hij probeerde afleiding te zoeken door met vrienden dingen te ondernemen. Uiteindelijk heeft Fayez een overplaatsing kunnen regelen naar een azc in Utrecht, doordat hij zich inschreef voor een master engineering aan de Hogeschool Utrecht. Hij heeft de studie niet kunnen starten vanwege zijn situatie, maar kan hier in de toekomst wel aan beginnen.
Inmiddels heeft Fayez een verblijfsvergunning gekregen en is hij gekoppeld aan de gemeente Zeist. Hij woont nog niet in Zeist omdat hij moet wachten totdat er een woning voor hem beschikbaar komt. In de tussentijd heeft hij geregeld dat hij bij een gastgezin kan wonen dat hij kent via een vriend. Hij vindt het heel bijzonder dat deze mensen hem in huis hebben genomen. Verder geeft Fayez aan dat het wachten, niet alleen op een woning maar ook op een verblijfsvergunning, mensen opbreekt. Het zorgt ervoor dat de dromen van mensen vervliegen en dat mensen moeilijk gemotiveerd raken na een lange tijd van niks (mogen) doen. Fayez wil graag werken als software engineer of test engineer, maar het is lastig om een baan te vinden zolang hij de Nederlandse taal nog niet goed beheerst. Nederlands leren vindt hij dus heel belangrijk. Bovendien is hem opgevallen dat het spreken van de taal belangrijk is om een verbinding aan te gaan met Nederlanders. Als je dezelfde taal spreekt kan je meer met gevoel praten, en deze verbinding zoekt hij.
“Toen ik mijn verblijfsvergunning kreeg had ik veel energie om stappen te zetten. Door de lange wachttijden en zijn mijn dromen opgedroogd en droom ik alleen nog maar van het krijgen van een huis.”
Wat wil Fayez beleidsmakers en uitvoerders meegeven: Het is belangrijk om te zorgen voor activiteiten en Nederlandse les tijdens het wachten op een woning: het niets doen breekt mensen op en demotiveert.