CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR23.124 Voorstel wijziging GR ODRU

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 31 oktober 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: A-post derden21.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een college kan, indien hij de gevolgen van de uittreding voor zijn rekening neemt, uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Uittreding kan plaatsvinden met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één jaar. Deze opzegtermijn vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin tot uittreden besloten is. 3. Een college zendt, na toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 4. Het algemeen bestuur inventariseert, conform de daartoe door het algemeen bestuur vastgestelde uittredingsregeling, de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. 5. Onder de gevolgen van de uittreding wordt in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 6. In de uittredingsregeling wordt als uitgangspunt genomen dat de Omgevingsdienst alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening brengt bij het uittredende college.

Kosten die het uittredende college maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen eveneens voor rekening van het uittredende college. 7. Voorafgaand aan en ten dienste van het eventueel te nemen besluit bedoeld in het eerste lid kan een college aan het algemeen bestuur verzoeken een voorlopige berekening uit te laten voeren van de kosten die met de uittreding gemoeid zijn. De kosten die voortvloeien uit het verzoek tot een voorlopige berekening komen geheel ten laste van het verzoekende college. De voorlopige berekening is niet bindend. Artikel 4139 De inhoud van de regeling kan worden gewijzigd indien ten minste twee derde van de colleges van burgemeester en wethouders, na een voorafgaande zienswijze-procedure en met toestemming van hun raad, van de gemeenten en het algemeen bestuur daartoe hebben besloten. Artikel 420 1. De Omgevingsdienst kan worden opgeheven indien ten minste twee derde van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten daartoe besluiten. 2. Het algemeen bestuur stelt, gehoord nadat de raden om zienswijze is gevraagd van de gemeenten, een liquidatieplan vast.

3.

4.

Het liquidatieplan als bedoeld in lid 2 voorziet in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van de Omgevingsdienst over de gemeenten te verdelen volgens de verdeelsleutel van artikel 34, derde lid. In het liquidatieplan zal de wijze van verdeling bepaald worden. Het liquidatieplan als bedoeld in lid 2 omvat in ieder geval: a een sociaal plan en voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel dat is aangesteld bij dan wel in dienst is van de Omgevingsdienst; b afspraken over de wijze waarop contracten van de Omgevingsdienst worden beëindigd of worden overgenomen, waarbij de verdeelsleutel bedoeld in het derde lid in acht genomen wordt; c de wijze waarop huisvesting en onroerend goed van de Omgevingsdienst wordt afgestoten of wordt overgenomen, waarbij de verdeelsleutel bedoeld in het derde lid in acht genomen wordt, en d de verdeling van alle goederen, zaken en vermogensrechten.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 431 Indien zich zaken voordoen waarin deze Gemeenschappelijke Regeling regeling of de reglementen van orde niet voorzien, treft het algemeen bestuur de nodige voorzieningen. Het algemeen bestuur doet van deze voorzieningen onverwijld mededeling aan de gemeentencolleges. Een voorziening als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval getroffen met betrekking tot de zorg van het dagelijks bestuur voor de archiefbescheiden, zoals bedoeld in de Archiefwet. Artikel 44 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam/het samenwerkingsverband, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. 2. De zorg voor de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door de deelnemende overheidsorganisaties gemandateerde taken berust bij deze overheden. 3. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.. 4. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 5.

De archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 6. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden die ontstaan uit hoofde van de door een gemeente gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeente. Artikel 452 1. Deze Gemeenschappelijke Regeling regeling is in werking getreden per 24 mei 2012. Een wijziging treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking met inachtneming van het daarover in de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalde. 2. Deze Gemeenschappelijke Rregeling geldt voor onbepaalde tijd. Artikel 46 Het algemeen bestuur draagt ervoor zorg dat deze regeling periodiek, maar in ieder geval éénmaal per zes jaar, wordt geëvalueerd. Artikel 473 Deze gemeenschappelijke regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Rregeling Omgevingsdienst regio Utrecht”.

Artikel 4844 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist draagt zorg voor de in artikel 26 van de Wwet gemeenschappelijke regelingen voorgeschreven bekendmaking in het gemeenteblad. 1.2. Het dagelijks bestuur voegt de gegevens, bedoeld in artikel 136, lid 2 van de wet, toe in het daarvoor bedoelde register. toezending van de regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Utrecht.

Bijlage B Model voorstel aan colleges van burgemeester en wethouders die deelnemen in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht, ten behoeve van het principebesluit tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht.

Onderwerp: wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU Gevraagde besluiten: Het college besluit: 1. In principe te besluiten in te stemmen met het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht overeenkomstig bijgevoegde concept-wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht. 2. De raad op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen om toestemming te vragen om als college te mogen overgaan tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht, welke wijziging van de gemeenschappelijke regeling uiteindelijk door de colleges van de deelnemende gemeenten definitief zal worden vastgesteld. Voorgeschiedenis/proces Op 6 april 2023 heeft het algemeen bestuur van de ODRU de ontwerp-wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU vastgesteld. Het dagelijks bestuur heeft dit ontwerp op 11 april 2023 aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. Conform het nieuwe vereiste in de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) hebben de colleges hun gemeenteraden om zienswijzen op dit ontwerp gevraagd. Inmiddels hebben alle raden zienswijzen gegeven, en zijn deze beoordeeld door het bestuur van de ODRU. Het algemeen bestuur van de ODRU heeft in zijn vergadering van 28 september 2023 een aangepast voorstel aan de colleges vastgesteld, teneinde de GR-ODRU te wijzigen.

Bij brief d.d. 23 oktober 2023 heeft het dagelijks bestuur van de ODRU de colleges een voorstel gezonden tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling ODRU (verder: GR-ODRU). Die brief met als bijlage de concept-wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU (bijlage A), bevat ook een toelichting en argumentatie voor de wijzigingen. Inhoudelijke toelichting Uit de zienswijzen blijkt dat er brede steun is voor de voorgestelde wijzigingen. Alleen voor artikel 34 lid 2 nieuw heeft heroverweging plaatsgevonden. Daarop gaan wij hieronder verder in. De conceptwijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU is op dat punt aangepast. Zienswijzen Van alle gemeenten is schriftelijk bericht ontvangen. Alle gemeenten kunnen zich vinden in het voorstel. De gemeenten Rhenen, Renswoude en Bunnik hebben aangegeven dat de gemeenteraad geen zienswijze wenst in te dienen. De ontvangen zienswijzen geven blijk van brede steun voor de ontwerp-wijziging van de gemeenschappelijke regeling ODRU. Meerdere zienswijzen besteden aandacht aan de (bovenwettelijke) gebleven mogelijkheid een reactie op de kadernota te geven. De gemeenten

Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede hebben een voorstel voor aanpassing van artikel 34 lid 2 gedaan. De gemeenten Woerden en Oudewater hebben opgemerkt het van belang te vinden dat hun gemeente op een vergelijkbare wijze omgaat met de verschillende gemeenschappelijke regelingen en verzoekt de ODRU om bij het vervolg de afstemming die nu reeds plaatsvindt met andere gemeenschappelijke regelingen voort te zetten. Reactie op zienswijzen Brede steun Het bestuur van de ODRU is blij met de brede steun van de gemeenten, alsmede de getoonde betrokkenheid. Oproep afstemming De ODRU zet de afstemming met andere gemeenschappelijke regelingen (VRU, GGD, AVU, RUDU) bij het vervolg voort. Voorstel aanpassing artikel 34 lid 2 (nieuw) De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft sedert 1 juli 2022 een gewijzigde procedure rondom de vaststelling van de begroting (en bijgestelde begrotingen) voor. Het dagelijks bestuur (DB) dient voor vaststelling van de begroting (door het algemeen bestuur) aan de raad zijn oordeel over de zienswijze van de raad en de eventuele conclusie die het DB daaraan verbindt, te sturen. Het voorstel in de zienswijzen van de gemeenten Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug tot wijziging van artikel 34 lid 2 nieuw sluit aan bij de nieuwe rol van het dagelijks bestuur.

Het algemeen bestuur heeft de suggestie uit de zienswijzen ten aanzien van artikel 34 lid 2 (nieuw) onverkort overgenomen. Artikel 34, tweede lid (nieuw) van de ontwerp-wijziging gemeenschappelijke regeling ODRU luidt in de concept-wijziging als volgt: Artikel 32 lid 2 oud Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo, het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen.

Artikel 34 lid 2 nieuw Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het dagelijks bestuur een plan op dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo, en bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder door het algemeen bestuur vastgesteld dan nadat de raden gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen.

Daarmee komt het artikel in lijn met de nieuwe verdeling van bevoegdheden tussen het algemeen en dagelijks bestuur. Het in artikel 34 lid 2 genoemde plan kan ook onderdeel zijn van een begrotingsstuk en dan gaat het integraal in die procedure voor zienswijzen mee.

Benodigde besluitvorming Het college is volgens de GR-ODRU en de Wgr bevoegd een besluit te nemen over wijziging van de regeling. Het college heeft hiervoor op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wgr de voorgaande toestemming nodig van de raad nodig. Volgens de Wgr kan de raad deze toestemming overigens slechts weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Indien u instemt met bijgevoegd wijzigingsvoorstel, neemt u als college voorliggend principebesluit dat u de regeling wijzigt conform de bijgevoegde concept-wijziging GR-ODRU. U stelt de raad voor om toestemming te geven voor deze wijziging. Na de toestemming besluit u nogmaals om definitief in te stemmen met de wijziging van de GR-ODRU. Deze wijziging vindt plaats door middel van een besluit waarmee de tekst van de GR-ODRU wordt gewijzigd. Deze wijziging komt tot stand indien tenminste twee-derde van de in de gemeenschappelijke regeling ODRU deelnemende colleges en het algemeen bestuur hebben ingestemd (ieder college na toestemming van zijn raad). Na het tot stand komen van deze wijziging ontstaat een nieuwe geconsolideerde tekst van de GR-ODRU. De gewijzigde tekst wordt op grond van artikel 26 Wgr bekendgemaakt in het Gemeenteblad van Zeist. Tevens draagt ODRU zorg dat de gewijzigde tekst wordt gepubliceerd bij de decentrale regelgeving op overheid.nl. Bijlage 1: Bijlage 2:

concept-wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU Raadsvoorstel

Bijlage C Modelraadsvoorstel aan de raden die deelnemen in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht ten behoeve van de toestemming voor de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht.

Onderwerp: wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU Gevraagde besluiten: De raad besluit: 1. Het college toestemming te verlenen, bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen, voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht door middel van bijgevoegde concept-wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht. Voorgeschiedenis/proces Op 6 april 2023 heeft het algemeen bestuur van de ODRU de ontwerp-wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht (verder ook te noemen: Gemeenschappelijke regeling ODRU) vastgesteld. Het dagelijks bestuur heeft dit ontwerp op 11 april 2023 aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. Conform het nieuwe vereiste in de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) hebben de colleges hun gemeenteraden om zienswijzen op dit ontwerp gevraagd. Inmiddels hebben alle raden zienswijzen gegeven, en zijn deze beoordeeld door het bestuur van de ODRU. Het algemeen bestuur van de ODRU heeft in zijn vergadering van 28 september 2023 een aangepast voorstel aan de colleges vastgesteld, teneinde de Gemeenschappelijke regeling ODRU te wijzigen. Bij brief d.d. 23 oktober 2023 heeft het dagelijks bestuur van de ODRU de colleges een voorstel gezonden tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling ODRU.

Die brief met als bijlage de concept-wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU (bijlage A), bevat ook een toelichting en argumentatie voor de wijzigingen. Wij kunnen ons vinden in de aangepaste concept-wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU en stellen uw raad voor toestemming te verlenen voor de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht, conform dat tekstvoorstel. Inhoudelijke toelichting Uit de zienswijzen blijkt dat er brede steun is voor de voorgestelde wijzigingen. Alleen voor artikel 34 lid 2 nieuw heeft heroverweging plaatsgevonden. Daarop gaan wij hieronder verder in. De conceptwijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht is op dat punt aangepast. Zienswijzen Van alle gemeenten is schriftelijk bericht ontvangen. Alle gemeenten kunnen zich vinden in het voorstel. De gemeenten Rhenen, Renswoude en Bunnik hebben aangegeven dat de gemeenteraad geen zienswijze wenst in te dienen. De ontvangen zienswijzen geven blijk van brede steun voor de ontwerp-wijziging van de Gemeenschappelijke regeling ODRU. Meerdere zienswijzen besteden aandacht aan de

(bovenwettelijke) gebleven mogelijkheid een reactie op de kadernota te geven. De gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede hebben een voorstel voor aanpassing van artikel 34 lid 2 gedaan. De gemeenten Woerden en Oudewater hebben opgemerkt het van belang te vinden dat hun gemeente op een vergelijkbare wijze omgaat met de verschillende gemeenschappelijke regelingen en verzoekt de ODRU om bij het vervolg de afstemming die nu reeds plaatsvindt met andere gemeenschappelijke regelingen voort te zetten. Reactie op zienswijzen Brede steun Het bestuur van de ODRU is blij met de brede steun van de gemeenten, alsmede de getoonde betrokkenheid. Oproep afstemming De ODRU zet de afstemming met andere gemeenschappelijke regelingen (VRU, GGD, AVU, RUDU) bij het vervolg voort. Voorstel aanpassing artikel 34 lid 2 (nieuw) De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft sedert 1 juli 2022 een gewijzigde procedure rondom de vaststelling van de begroting (en bijgestelde begrotingen) voor. Het dagelijks bestuur (DB) dient voor vaststelling van de begroting (door het algemeen bestuur) aan de raad zijn oordeel over de zienswijze van de raad en de eventuele conclusie die het DB daaraan verbindt, te sturen. Het voorstel in de zienswijzen van de gemeenten Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug tot wijziging van artikel 34 lid 2 nieuw sluit aan bij de nieuwe rol van het dagelijks bestuur.

Het algemeen bestuur heeft de suggestie uit de zienswijzen ten aanzien van artikel 34 lid 2 (nieuw) onverkort overgenomen. Artikel 34, tweede lid (nieuw) van de ontwerp-wijziging gemeenschappelijke regeling ODRU luidt in de concept-wijziging als volgt: Artikel 32 lid 2 oud Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het algemeen bestuur een plan vast dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo, het algemeen bestuur bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen.

Artikel 34 lid 2 nieuw Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het dagelijks bestuur een plan op dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo, en bepaalt tevens of en zo ja, tot welk bedrag de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder door het algemeen bestuur vastgesteld dan nadat de raden gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening ten aanzien van het plan naar voren te brengen.

Daarmee komt het artikel in lijn met de nieuwe verdeling van bevoegdheden tussen het algemeen en dagelijks bestuur. Het in artikel 34 lid 2 genoemde plan kan ook onderdeel zijn van een begrotingsstuk en dan gaat het integraal in die procedure voor zienswijzen mee.

Benodigde besluitvorming Het college is volgens de GR-ODRU en de Wgr bevoegd een besluit te nemen over wijziging van de regeling. Het college heeft hiervoor op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wgr de voorgaande toestemming nodig van uw raad nodig. Volgens de Wgr kan de raad deze toestemming overigens slechts weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Bijlage 1:

concept-wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht

Bijlage D Model voorstel aan colleges van burgemeester en wethouders die deelnemen in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht, ten behoeve van het definitieve besluit tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht.

Onderwerp: wijziging Gemeenschappelijke regeling ODRU In uw vergadering van [datum] heeft u het principebesluit genomen om in te stemmen met wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht en besloten uw raad hiervoor toestemming te vragen zoals bedoeld in artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. De raad heeft in zijn vergadering van [datum] toestemming verleend. Op grond daarvan stellen wij daarom voor nu de volgende besluiten te nemen: Het college besluit: 1. Definitief in te stemmen met het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht conform bijgevoegd concept tekstvoorstel. 2. Dit besluit ter kennis te brengen van het dagelijks bestuur van de ODRU. Bijlage: concept-Wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13408071/1