CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR23.048A Bezwaar vergunning pluimveestal Sportlaan

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 23 mei 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden2.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van Burgemeester en Wethouders van Zeist Postbus 513 3700 AM Zeist Datum 21 april 2023

PR23.048A/292524

Uw kenmerk: OV20170737 Geacht college, Hiermee maken wij als buurtvereniging van de Oranjebuurt uit Bunnik, bezwaar tegen het verlenen van een gewijzigde verleende omgevingsvergunning, Sportlaan 5, 3703 CT Zeist, het oprichten van een pluimveestal; Kenmerk: OV20170737. Wij zijn belanghebbende inzake de vergunningverlening . Onze woonwijk ligt op enkele honderden meters van de op te richten pluimveestal en wij zullen hinder ondervinden van de toenemende emissies op het gebied van ammoniak, geur en fijnstof. Daarbij komen nog de risico’s van endotoxinen zoönosen. Dit geldt voor onze woonwijk maar ook voor de luchtkwaliteit op de nabij gelegen sportvelden (waar ook een buitenschoolse opvang huisvest), moestuinen en de natuurgebieden zoals Wulperhorst en de Niënhof waar we als bewoners graag komen. Bovendien fietsen er dagelijks veel fietsers (schoolgaande kinderen, woon-werkverkeer en recreanten) dicht langs de boerderij naar en van Zeist. Het verbaast ons dat er in de milieutoets door uw gemeente enkel melding wordt gemaakt van de afstand tot een woonwijk in Zeist. Onze woonwijk in Bunnik ligt met enkele honderden meters zelfs dichterbij en onze voorzieningen zoals de Bunnikse sportvelden liggen op een steenworp afstand. Deze lijken volledig buiten beschouwing gelaten.

Gezien het feit dat er met deze activiteit aantoonbare schade voor onze wijkbewoners optreedt en normen overschreden lijken te worden, leidt het geen twijfel dat we belanghebbende zijn. Gezien een eerdere Raad van State uitspraak over dit onderwerp kunt u de inwoners van onze wijk niet buiten beschouwing laten als belanghebbenden (zaaknummer 201604695/1/A1). Wij maken ons veel zorgen over de milieuoverlast door bijvoorbeeld stikstof, stankhinder en met name de aanzienlijke toename van uitgestoten fijnstof (waaronder endotoxinen), die zal ontstaan als gevolg van het houden van de ruim 10.000 vleeskuikens. Gezien onze onderstaande bezwaren verzoeken we u met klem om aan de initiatiefnemer een vrijwillige milieueffectrapportage (m.e.r.) te vragen, een natuurtoets te eisen en de vergunning zoals deze nu voorligt niet te verstrekken.

Stikstof – ammoniak De door u uitgevoerde milieutoets is de grond om op het gebied van alle milieuaspecten de vergunning toe te kennen. We betwisten deze conclusie en zullen hieronder erop ingaan. U berekent de ammoniakuitstoot als gevolg van deze activiteit met 10.300 pluimvee en met in acht neming van het verminderen van het melkvee met 19 koeien en kalveren. U berekent dat het nettoeffect een lichte afname van de ammoniak uitstoot is en heeft daarbij de zogenaamde RAV-methode (Regeling Ammoniak Veehouderij gebruikt. U houdt hierbij geen rekening met (de wijze van) het uitrijden van de mest van het pluimvee, vergeleken met de huidige situatie bij het melkvee.

Gezien de kleine marge kunt u echter niet uitgaan van de verbetering. De RAV-toets is niet accuraat, zoals de Raad van State heeft erkend en de huidige en toekomstige wijze van mest op het land brengen van 10.300 vleeskuikens versus 19 stuks melkvee kunt u niet zomaar salderen. Ik verwijs naar de uitspraak van 12 oktober 2022 van de Raad van State: Uitspraak 202106903/1/R2. Hier werd een vergunning van een stal op deze twee gronden vernietigd, na beroep van Mobilisation for the Environment. Ik verzoek u hiernaar te kijken en op deze grond de vergunning niet te verlenen.

Fijnstof In de uw bovengenoemde milieutoets komt u tot de conclusie dat de fijnstofuitstoot PM10 met 152.258 gram toeneemt naar een totaal van jaarlijks 169.884 gram per jaar. Dit terwijl de boerderij nu vergund is voor slechts maximaal 17.625 gram per jaar. Dit betekent een bijna vertienvoudiging van de nu maximaal toegestane waarden! Zonder verdere aantoonbare meting en berekening wordt in de milieutoets gesteld dat deze enorme toename aan fijnstof-emissies niet zorgt voor de overschrijding van de wettelijke norm die is uitgedrukt in het aantal deeltjes per M3 lucht; namelijk: 40 microgram/m3. Dit is verrassend, want onze wijk en de kern Bunnik zitten grotendeels sowieso op de rand van de wettelijke normen, zo blijkt uit de Atlas voor de Leefomgeving. U stelt dat voor ultrafijnstof MP 2,5 de uitstoot niet tot overschrijding leidt. Voor onze wijk is dit echter wel het geval; zeker aan de kant van de Stationsstraat (zie https://bunnik.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/7a93fdcd-b124-4e6d-8169-2ca3a1eb3204). Gezien het belang van fijnstof én het cumulatieve effect van activiteiten buiten deze voorgenomen activiteit (verkeer van onder anderen de provinciale weg, Koelaan en de A12) verzoeken we u de luchtkwaliteit daadwerkelijk te onderzoeken; rond de Sportlaan en bij woningen waaronder onze wijk, en de cumulatie van deze nieuwe activiteit hierop te berekenen.

Tenslotte vinden wij het onverantwoord dat het college bewust de gezondheidsschade door fijnstof laat toenemen; ook als zou blijken dat de normen net niet overschreden worden. Zoals de GGDUtrecht concludeert in een vergelijkbare zaak: “in Nederland treedt grote gezondheidsschade op, zelfs terwijl de luchtkwaliteit in Nederland bijna overal aan de huidige wettelijke normen voldoet. De wettelijke normen voor luchtverontreiniging in Nederland zijn (veel) hoger dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In de nieuwe ‘Air Quality Guidelines’ (WHO 2021) heeft de WHO deze advieswaarden bovendien fors aangescherpt. Voor fijnstof gelden nu jaargemiddelde advieswaarden van 15 µg/m3 voor PM10 en 5 µg/m3 voor PM2.5. Ter vergelijking, de EU grenswaarden (jaargemiddelde) van respectievelijk PM10 en PM2.5 zijn 40 µg/m3 en 25 µg/m3”. De advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie worden in de kern Bunnik en delen van Zeist niet gehaald, zo blijkt uit de Atlas voor de Leefomgeving. Wij pleiten ervoor de advieswaarden van de WHO te volgen bij uw afweging. Geurhinder De geuroverlast van de enkele agrarische veehouderijen is nu al intensief. Het is stuitend en onwenselijk dat een enkele agrarische ondernemer een enorme negatieve impact op de leefomgeving van duizenden mensen genereert. Geuroverlast is niet benoemd in de huidige vergunning van het betreffende bedrijf.

Uw college is nu expliciet voornemens om een flinke extra geur-emissie toe te staan en wel 3399 OUE/m3 te vergunnen. Gezien de huidige geuroverlast van de bestaande veehouderijen is dit een extra belasting. Uw milieutoets stelt daardoor volstrekt feitelijk ten onrechte: “Er zijn verder geen projecten in de omgeving, die leiden tot significante cumulatieve effecten”. We verzoeken u de

feitelijke geurhinder door het jaar heen te meten en te berekenen of deze met de toegevoegde geurhinder bij vergunningverlening de normen niet overschrijdt. Endotoxinen Er wordt in de milieutoets terecht gesteld dat de uitstoot van ziekmakende endotoxinen in de lucht toe zullen nemen. Dit is ernstig. De concentratie endotoxinen is hoger nabij veehouderijen en dan weer extra ernstig bij pluimveehouderijen zoals met deze vergunning gepland. Ze kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, zoals chronische bronchitis en vermindering van de longfunctie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een recent rapport van de GGD-Utrecht ‘GGD advies Gezondheid omwonenden pluimveehouderij te Hekendorp’. Endotoxinen zijn deels groter dan fijnstof en vallen dus niet automatisch onder de geldende fijnstof normen. Dit maakt dat onze wijk blootgesteld dreigt te worden aan toxische emissies, zonder dat uw college hiervoor normen hanteert. De Gezondheidsraad heeft aanbevolen om 30 endotoxine units (EU) per kubieke meter lucht als norm te hanteren voor de algemene bevolking. We verzoeken u deze waarde bij vergunningverlening aan te houden en op basis van metingen bij vergelijkbare stallen vooraf te bepalen of hieraan voldaan zal worden.

Natuur Volgens de monitor van Alterra komen in het gebied dassen, dwergvleermuizen en bruine kikkers voor. Door de activiteit worden deze na de vergunningverlening bedreigd door de verontreiniging door stoffen in de mest van het pluimvee (fosfaat, stikstof, andere residuen van medicijnen en chemicaliën) en door de verstoring door geluid en de toenemende activiteiten met bijvoorbeeld vrachtwagens. Het is evident dat de voorgenomen activiteit een negatief effect zal hebben op deze beschermde soorten. We verzoeken u, voor vergunningverlening, van de initiatiefnemer eerst een natuurvergunning of natuurtoestemming te eisen (conform artikel 2.1, eerste lid, sub i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (“Wabo”). Kaderrichtlijn Water Wij maken ons ernstige zorgen over het negatieve effect van het pluimveebedrijf op de waterkwaliteit en daarmee op de ecologische toestand van het oppervlaktewater. Dit milieuaspect is niet getoetst, terwijl daar wel degelijk een wettelijk kader voor is: de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW, zie o.a. de informatie op Helpdesk Water). De afwatering van de projectlocatie verloopt in twee richtingen: 1) naar de Biltse Grift (westnoordwestelijke richting) die uiteindelijk in de Kromme Rijn uitstroomt, en 2) via het terrein van de golfvereniging (zuidelijke richting) naar de Kromme Rijn.

Zowel de Kromme Rijn als de Biltse Grift zijn door Nederland benoemd als waterlichamen binnen de KRW. De beide KRW-waterlichamen voldoen momenteel niet aan de KRW-normen op het vlak van ecologische en chemische toestand (zie: KRWfactsheets van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, toestandsbeoordeling 2022, pag. 12-16 en 46-49). Doelbereik in 2027 – de Europeesrechtelijke deadline die door alle EU-lidstaten is onderschreven – is voor beide lichamen onzeker. Een extra belasting van het oppervlaktewater van de genoemde waterlichamen door af- of uitspoeling van milieuvreemde stoffen vanuit het pluimveebedrijf is niet toegestaan, maar kan allerminst worden uitgesloten. Ook de uitspoeling naar het grondwater is een risico voor de kwaliteit van de Kromme Rijn. Immers, de Kromme Rijn vormt de regionale drainagebasis en grondwaterstroming vindt in die richting plaats en zal uiteindelijk in de Kromme Rijn uitkomen. Daarnaast verlaten milieuvreemde stoffen het bedrijf ook via het rioolstelsel. Moeilijk-afbreekbare stoffen worden vrijwel ongehinderd via de RWZI geloosd op het oppervlaktewater; makkelijker afbreekbare stoffen worden weliswaar (deels) in de RWZI verwijderd,

maar vinden tijdens een riooloverstort rechtstreeks hun weg naar de Kromme Rijn. De verschillen in bedrijfsvoering – wijze van huisvesting van dieren, omgang met mest, bestrijdingsmiddelen, medicijnen voor de dieren etc. – tussen het huidige agrarische bedrijf en het pluimveebedrijf zijn groot. Het is daarom aannemelijk dat de belasting van het oppervlaktewater voor een aantal stoffen zal toenemen. Er is geen analyse uitgevoerd naar de water- en stofstromen, noch naar de maatregelen ter voorkoming van uitspoeling van milieuvreemde stoffen en de wijze waarop dit gemonitord en zo nodig gemitigeerd wordt. De milieutoets gaat niet in op deze watergerelateerde aspecten, een omissie die het risico in zich houdt dat het verlenen van de vergunning tot schade aan Europeesrechtelijk beschermde waterlichamen leidt en daarmee een onrechtmatige daad blijkt te zijn. Wij vragen dan ook om de vergunning niet te verlenen alvorens de genoemde water- en stofstromenanalyse (als onderdeel van een m.e.r.) is uitgevoerd en risico’s voor de KRW-lichamen zijn uitgesloten. Ruimtelijke ontwikkeling De geplande kippenboerderij kan beschouwd worden als industriële activiteit. De activiteit is nauwelijks grondgebonden De agro-industriële activiteit strookt niet met de zeer afgebakende agrarische bestemming van het gebied.

De toelichting bij het vigerende bestemmingsplan Buitengebied zuidwest 2018, gemeente Zeist stelt: “Het bestemmingsplan maakt de nieuwvestiging van agrarische bedrijven niet mogelijk. Tevens worden in de omgeving van bestaande agrarische bedrijven bij recht geen nieuwe gevoelige functies mogelijk gemaakt. Uitsluitend de bestaande agrarische bedrijven en functies zijn vastgelegd.” We verzoeken u om deze activiteit op grond van het vigerende bestemmingsplan niet toe te staan en geen vergunning voor de stal te verlenen.

Het zorgvuldigheidsbeginsel Volgens het zorgvuldigheidsbeginsel binnen de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waar de overheid en gedecentraliseerde overheden aan gebonden zijn, wordt u verwacht bij elk besluit dat u neemt de belangrijke feiten zorgvuldig te onderzoeken, de beschikbare informatie te beoordelen en de belangen van alle relevante partijen, die een rol spelen in een besluit, af te wegen. In de door u uitgevoerde milieutoets op basis waarvan vergunningverlening voorgesteld wordt, blijkt geenszins dat het verzoek tot het oprichten van de pluimveestal door een enkele agrarische ondernemer, inclusief de daarmee toenemende emissies van ammoniak, geur en fijnstof, is afgezet tegen de belangen van vele omwonenden, zoals een schone lucht en een gezonde leefomgeving. Hierboven gaven we ook al aan twijfels te hebben bij de mate waarin u de gevolgen van de op te richten pluimveestal daadwerkelijk zorgvuldig onderzocht heeft. ‘Doorpakken voor natuur en klimaat’ is een van de ambities van uw college in uw coalitieakkoord 2022-2026. U committeert zich in dat akkoord aan ‘inzet op schonere lucht, schoon water en schone grond’. Wij kunnen niet anders dan concluderen dat de vergunning voor de pluimveestal zoals die nu voorligt, die ambities niet dichterbij brengt, maar juist in gevaar brengt.

Als we constateren dat (gedateerde) regelgeving de uitbreiding van (intensieve) veehouderij binnen uw gemeentegrenzen mogelijk maakt – tegen uw eigen ambities en de waarschuwingen van diverse toonaangevende klimaatrapporten (1, 2, 3) die oproepen tot de krimp van deze industrie in – is nu de tijd van bestuurlijke moed. Als ‘wat mag’ niet langer strookt met ‘wat we willen’, of ‘wat nodig is’, doet dat een beroep op uw college om die discrepantie te agenderen en zover dat binnen uw mogelijkheden ligt te adresseren.

Wij zien uw reactie met vertrouwen tegemoet en lichten onze punten graag nader toe. Daarmee hopen we dat een uiteindelijk beroep bij de Raad van State niet nodig zal zijn.

Met vriendelijke groet, Namens het Bestuur van Belangenvereniging De Oranjebuurt e.o., Bunnik

Cc: • • • •

Gemeenteraad Bunnik College van B&W Bunnik Gemeenteraad Zeist Provinciale Staten Utrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12715675/1