PR23.047 Div. financiele stukken BghU
Tekst van het document
5,96%
6,23%
8,17%
Jaarstukken 2022
8,47%
2022 8,56%
35
Sinds 2018 laat het ziekteverzuim een stijgende lijn zien. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het gemiddeld aantal langdurig zieke medewerkers met niet-werkgerelateerde klachten jaarlijks stijgt. Inmiddels zijn enkele medewerkers gedeeltelijk hersteld. Met alle zieke medewerkers zijn afspraken over re-integratie gemaakt. Een medewerker die langdurig arbeidsongeschikt is (en een volledige WIA-uitkering ontvangt) is inmiddels uit dienst. BghU heeft er, ook in 2022, alles aan om het verzuim, daar waar beïnvloedbaar, te beperken. Leidinggevenden hebben regelmatig contact met zieke medewerkers en ondernemen de vereiste acties in het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Hierbij worden zij geadviseerd en ondersteund door de HRMadviseur. Medewerkers hebben periodiek ook een consult bij de bedrijfsarts. Sinds begin 2022 wordt naast de bedrijfsarts ook een “Praktijkondersteuner bedrijfsarts” ingezet. De praktijkondersteuner bedrijfsarts voert deeltaken namens en in opdracht van de bedrijfsarts uit. De bedrijfsarts blijft eindverantwoordelijk voor de advisering en begeleiding. Met de inzet van de praktijkondersteuner bedrijfsarts worden ziekte medewerkers sneller door de arbodienst gesproken (na 2 à 3 weken i.p.v. normaliter 6 weken) en kunnen er sneller eventuele interventies ingezet worden.
Het biedt ook ruimte voor de bedrijfsarts om zich voornamelijk te richten op complexe vraagstukken en preventie. Daar waar nodig worden ook op advies van de arbodienst Zorg van de Zaak interventies ingezet, waaronder psychologische begeleiding, bedrijfsmaatschappelijk werk, arbeidsdeskundig onderzoeken en spoor 2 re-integratietrajecten (trajecten gericht op passende arbeid buiten BghU). Het ziekteverzuim en preventie heeft permanent aandacht van directie en management. Rol en invulling vertrouwenspersoon en aantal meldingen In 2022 is de rol en invulling van de vertrouwenspersoon opnieuw bekeken. In samenspraak met de Ondernemingsraad is besloten om deze rol niet alleen intern te beleggen, maar ook extern. BghU streeft hiermee meer laagdrempeligheid na. Ook is besloten om de rol te richten op zowel ongewenst gedrag als op integriteit. In 2022 zijn geen meldingen gedaan bij de vertrouwenspersoon.
Informatiebeveiliging en zekerheid De kans op incidenten rond de digitale veiligheid neemt toe en worden steeds zorgelijker van aard. BghU heeft een BIO-onderzoek laten uitvoeren door een externe partij, waardoor de maatregelen en processen die hiertegen weerstand bieden in beeld zijn. BghU is bezig met het implementeren van de maatregelen, maar ook de interne bewustwording is een belangrijke factor, waardoor het risico op incidenten voor informatiebeveiliging- en privacy worden verkleind. Mocht het toch misgaan, zal de hulp van de IBD en deelnemende gemeenten onderling gecoördineerd ingezet worden. Verschillende soorten incidenten, met grote of kleine impact, kunnen onvoorziene kosten met zich meebrengen. Daarvoor is een bedrag gereserveerd in het weerstandsvermogen in de begroting 2022. BghU dient informatiebeveiliging te borgen conform de baseline informatiebeveiliging overheid (afgekort; BIO). De BIO is het verplichte normenkader voor informatieveiligheid. In 2022 is een BIO-onderzoek uitgevoerd door een externe partij om meer inzicht te krijgen over de status van de BIO-implementatie binnen BghU. De BIO voorziet erin dat iedereen werkt conform dezelfde ambities en veiligheidsstandaarden, en ook in 2023 wil BghU de borging hiervan aanscherpen. De deelnemers van BghU, zijn voor de informatieveiligheid deels afhankelijk van BghU.
Vanuit het BIO-onderzoek zijn 10 speerpunten naar voren gekomen, waar BghU de komende jaren aan committeert. Informatieveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemers en BghU. Naast de eigen verantwoordelijkheid van BghU-deelnemers, zijn zij voor een deel van de informatieveiligheid afhankelijk van BghU. Geheel in lijn met onze missie en visie wil BghU uiteraard ook in 2023 aan dit normenkader blijven voldoen.
Financiën In 2022 is alle interne nieuwe regelgeving rondom het financieel beheer, het inkoopbeleid en de financiële verordening van kracht. De eerste stappen voor de interne controlemaatregelen zijn gezet maar door verloop in de controlfuncties nog niet volledig geïmplementeerd. In 2023 wordt dit verder opgepakt.
Jaarstukken 2022
36
Verslag van de CISO en Functionaris gegevensbescherming Beleid en Organisatie De overheid heeft zich verplicht de BIO te implementeren. Het voldoen aan het BIO-normenkader is voor BghU een forse inspanning. BghU heeft een BIO-onderzoek laten uitvoeren door een externe partij. Het doel van het BIO-onderzoek is om meer inzicht krijgen van de status van de BIO-implementatie inclusief een top 10 speerpunten, waar BghU de komende jaren zich aan gaat committeren. Het vernieuwen van een aantal documenten zoals het wachtwoordbeleid dient te worden ingelopen. Verder dient op werking van maatregelen een aantal zaken beter te worden geborgd, zoals: een periodieke controle op logging, het beheer van cryptografie, meer controle op leveranciersrelaties en het meer betrekken van de Functionaris Gegevensbescherming en CISO in aanbestedingstrajecten- en projecten. De organisatie is zich ervan bewust dat, ondanks alle inspanningen, 100% garantie op informatieveiligheid niet geboden kan worden. Bij informatieveiligheid is menselijk handelen vaak de zwakke schakel. BghU heeft dan ook als doelstelling zowel de technische als de organisatorische (menselijke) aspecten op een acceptabel (vastgesteld door het MT) veilig niveau te brengen en te houden. Vanuit het BIO-onderzoek zijn er nieuwe maatregelen naar voren gekomen, die intern worden belegd en vastgesteld.
De maatregelen worden na afstemming verwerkt in het ISMS (Information Security Management System). Continuïteit en Incidenten De continuïteit is over het algemeen goed geregeld, maar er is verbetering mogelijk rondom continuïteitsplannen, specifiek op het periodiek oefenen en testen ervan. Net als voorgaande jaren wordt ondersteund en bewustzijn gestimuleerd over informatiebeveiliging- en privacy door informatie over informatieveiligheid op intranet en door inzet van de tool nanolearning. Informatiesystemen Voor dit onderdeel is het beeld gemengd: er is verbetering mogelijk op het gebied van herstel van data en applicaties na incidenten en op het loggen van incidenten. Ook mag er meer controle op de naleving van afspraken met leveranciersrelaties. Het testen van (nieuwe) applicaties en de wijzigingen daarin, het melden- en registreren van beveiligings- en privacy incidenten scoort BghU goed. Gegevensbescherming Ook bij dit onderdeel is het beeld gemengd: met name het borgen van het classificeren van data- en informatie en vastlegging daarvan in procedures, dient te worden verbeterd. Het beschermen van informatie is goed geregeld, met procedures voor autorisatiemanagement en het gebruik van 2FA (Two Factor Authentication) wordt zoveel mogelijk geïmplementeerd binnen de organisatie.
Onderwerp
Aantal
Bijzonderheden
Verwerkingen informatie per jaar
1
Geen
Verwerkersovereenkomsten per jaar
2
Geen
Datalekken/incidenten per jaar
8
1 melding bij Autoriteit Persoonsgegevens nodig, geen verdere actie benodigd. Geen aanspraak gemaakt op het weerstandsvermogen budget voor datalekken.
Verzoeken om inzage persoonsgegevens
2
2 verzoeken om vernietiging persoonsgegevens ontvangen
Aantal keer systemen niet beschikbaar per jaar
4
Systeemuitval BghU breed
Deelnemers Nanonlearning in 2022
195
Geen
Jaarstukken 2022
37
Audits
Voldaan
Bijzonderheden
DigiD Audit 2022
Ja
Geen
ENSIA 2022
Ja
Geen
Jaarstukken 2022
38
1.2.6 Paragraaf verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Gemeente Zeist
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Jaarstukken 2022
39
1.2.7 Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
Jaarstukken 2022
40
1.2.8 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is in werking getreden met ingang van 1 mei 2022. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo bevat de verplichting voor bestuursorganen om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Bestuursorganen hebben vanaf het moment van inwerkingtreding van de wet een algemene inspanningsverplichting om publieke informatie actief openbaar te maken. Hiervoor dient de informatiehuishouding op orde te zijn. De openbaarmaking dient plaats te vinden via het daarvoor aangewezen platform (PLOOI, ontwikkeld door Ministerie van BZK). In 2022 is de (interne) Wob-procedure aangepast en vervangen door de (interne) Woo-procedure, zodat besluitvorming op grond van de Woo adequaat en tijdig per 1 mei 2022 kan plaatsvinden. Er is een Woocontactpersoon aangewezen. BghU streeft in 2023 de volgende doelstellingen voor de Woo na: • Transparantie van BghU verder te optimaliseren door publicatie via de website van de BghU. • Onderzoek doen naar openbaarmaking via het daarvoor aangewezen platform PLOOI.
• De website van BghU digitaal toegankelijk maken voor het indienen van Woo-verzoeken. In oktober 2016 is artikel 15 van de Wob zodanig gewijzigd dat paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (de bepaling over de dwangsom) niet langer van toepassing is op besluiten op grond van de Wob en op beslissingen op bezwaar tegen besluiten op grond van de Wob. Dit heeft ertoe geleid dat het aantal Wob-verzoeken bij BghU wordt ingediend, sinds 2017 drastisch gedaald is naar nagenoeg nihil. De bepaling over de dwangsom niet tijdig beslissen is ook niet in de Woo overgenomen, wat een verklaring kan zijn voor het lage aantal Woo-verzoeken in 2022.
Jaarstukken 2022
41
2 Jaarrekening Na afloop van ieder boekjaar stelt BghU een jaarrekening op. In de jaarrekening zet BghU de (conform BBV artikel 24 lid 3) de financiële resultaten op een rij. De vastgestelde begroting vergelijken we met de in het boekjaar gerealiseerde resultaten en gedurende het jaar vastgestelde begrotingswijzingen. Deze jaarrekening bevat de realisatiecijfers die betrekking hebben op het boekjaar 2022. Het boekjaar en kalenderjaar lopen parallel aan elkaar. De jaarrekening BghU kent de volgende opbouw: • • • •
In onderdeel 2.1 staat de Staat van Baten en Lasten en de Balans 2022 weer. In onderdeel 2.2 zet BghU de gehanteerde waarderingsgrondslagen uiteen. In onderdeel 2.3 volgt een toelichting op de staat van baten en lasten. In onderdeel 2.4 licht BghU de balans toe.
2.1 Staat van baten en lasten 2022 De tabel hieronder bevat de staat van baten en lasten over 2022 op functioneel niveau. Op de volgende pagina staat de staat van baten en lasten op programmaniveau. De balans ultimo 2022 volgt daarna.
Naast de weergegeven inhuurlasten van € 1.260.716 bij onderdeel Personeel, zijn er ook inhuurlasten gerealiseerd bij het
project ICT-transitie en bij de bedrijfsvoeringskosten (project Waarderingskamer Goed) ter waarde van € 237.202. Conform het besluit van het bestuur d.d. 30 maart 2022 is er een deel van het resultaat 2022 teruggegeven aan de deelnemers. In 2022 is het bedrag van € 163.135 verrekend met de deelnemersbijdrage.
Jaarstukken 2022
42
Jaarstukken 2022
43
2.2 Balans ultimo 2022
Jaarstukken 2022
44
2.3 Waarderingsgrondslagen De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Onderstaand een korte toelichting op de waarderingsgrondslag per balansonderdeel. Materiële vaste activa (investeringen met economisch nut) Materiële vaste activa waardeert BghU tegen aanschafwaarde, waarbij BghU de aanschafwaarde vermindert met afschrijvingen, investeringssubsidies en investeringsbijdragen van derden (indien van toepassing). De jaarlijkse afschrijvingen berekenen we conform de lineaire afschrijvingsmethode en op basis van de verwachte economische levensduur (netto-methode). Hiervoor gebruikt BghU de afschrijvingstermijnen zoals beschreven in de Nota Waarderen en Afschrijven 2018. Voor activa die BghU gedurende het begrotingsjaar in gebruik neemt, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar waardeert BghU tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen wegens verwachte oninbaarheid. BghU hanteert de statische methode van vaststelling van deze voorziening. Onder uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden ook de uitzettingen in de schatkist van het Rijk gepresenteerd.
Liquide middelen In de balans neemt BghU onder de liquide middelen de banksaldi van de bankrekeningen die op naam van BghU staan op. Onder de liquide middelen worden ook kruisposten verantwoord. Er is geen sprake van kasgeld. Liquide middelen waardeert BghU tegen nominale waarde. Overlopende activa Overlopende activa waardeert BghU tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve voor de investering in de ICT en het resultaat (voor bestemming) volgend uit de staat van baten en lasten. Voorzieningen BghU kent risicovoorzieningen, die worden gewaardeerd tegen nominale waarde op basis van de risicoschatting per balansdatum. De voorziening wordt in het volgende boekjaar gebruikt om lasten te dekken. Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 waardeert BghU tegen nominale waarde. Overlopende passiva Overlopende passiva waardeert BghU tegen nominale waarde. Resultaatbepaling De BghU stelt haar jaarrekening op conform het principe van het 'stelsel van baten en lasten'. De baten en lasten rekent BghU toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten worden opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.
Verliezen en risico’s worden, voor zover zij hun oorsprong vinden in het desbetreffende begrotingsjaar, in acht genomen.
Jaarstukken 2022
45
2.4 Toelichting op de staat van baten en lasten In dit hoofdstuk wordt de staat van baten en lasten toegelicht. Onder hoofdstuk 2.1 Staat van baten en
lasten 2022 is beknopt weergegeven onder welke programmatische onderdelen de resultaten van 2022 zijn verwerkt. Dit hoofdstuk bevat een uitgebreidere analyse van de staat van baten en lasten over 2022. Algemeen Het resultaat 2022 is met € 1.405.949 ogenschijnlijk erg hoog. De voornaamste oorzaak ligt bij diverse projecten waarvoor door het bestuur in de begroting 2022 extra budget was toegekend. Deze projecten zijn in volle gang maar nog niet afgerond. (ICT-transitie SAAS 565.023 en Overige bedrijfskosten project Waarderingskamer GOED 145.000). De budgetten voor deze projecten zijn nog niet ten volle besteed met als gevolg dat dit direct zichtbaar is in het resultaat (€ 710.023, bijna 50%), omdat deze incidentele uitgave als kostenposten in de Begroting 2022 waren opgenomen. Doordat nog niet alle aanbestedingen van ICT zijn afgerond, is er een onderbesteding van € 239.949 op het budget van ICT-contractkosten. Ook is de post Onvoorzien van € 100.000 niet aangewend. Het overige resultaat betreft € 100.000 extra baten en onderbestedingen op resterende budgetten van € 255.977.
2.4.1 Toelichting op staat van baten en lasten per kostencategorie Personele lasten inclusief inhuur
Het grootste deel van de personele lasten bestaat uit personeel in loondienst. Een deel van de loonsom wordt jaarlijks beschikbaar gehouden voor het inhuren van personeel rondom piekbelastingen. De personele lasten was begroot op €10.207.000. De werkelijke kosten zijn €10.141.212. Het verschil heeft meerdere oorzaken: 1. -
2.
3. 4. 5.
Corona en de bijbehorende maatregelen hebben invloed gehad op de personeelslasten: De werknemers zijn meer thuis gaan werken, waardoor de reiskosten lager uitvallen. Er zijn minder cursussen en trainingen gevolgd, waardoor de opleidingskosten lager uitvallen. We hadden aan het begin voor 2022 een opleidingsbudget van €180.000. Daarvan is in de realisatie slechts €109.632 gerealiseerd. In 2022 waren er minder medewerkers in dienst dan begroot. In 2022 waren een aantal medewerkers uit dienst gegaan. Het was niet altijd mogelijk om meteen een vervanger te laten starten. De (nieuwe) medewerkers in dienst waren in een lagere schaal ingedeeld. De personele lasten zijn onder andere daardoor lager dan begroot. Het lagere aantal medewerkers in dienst heeft tevens gevolgen voor de reis- en verblijfkosten. Door de hogere inhuur zijn de ‘lasten personeel in dienst’, zoals sociale lasten en pensioenen, lager.
Jaarstukken 2022
46
Materiële lasten In de materiële lasten is een voordeel van € 1.085.000 gerealiseerd. Afwijkingen hoger dan € 50.000 zijn hieronder toegelicht
Onvoorzien De post onvoorzien kan gebruikt worden voor tegenvallers in de bedrijfsvoering, waarbij de toename in proceskosten als specifiek onderwerp genoemd werd. Deze toename heeft zich voorgedaan, maar kon BghU opvangen door middel van onderschrijding op de andere materiële budgetten, zie gewijzigde begroting na de eerste bestuursrapportage. Het voordeel op de post onvoorzien bedraagt daarmee € 100.000. Vervolgingskosten Bij de vervolgingskosten is sprake van een structureel voordeel van ongeveer € 50.000. Door de volumegroei en hogere tarieven zijn in 2022 meer invorderingskosten opgelegd en is de opbrengst gestegen. Als gevolg van de overgang naar een nieuwe belastingapplicatie hebben de invorderingsproducties stilgelegen met als gevolg dat er een hogere post overlopende activa ten opzichte van 2021. Overige baten Het resultaat van de overige baten is positief. Dit wordt vrijwel volledig veroorzaakt door de te vergoeden kosten MijnOverheid door Logius. Deelnemersbijdrage De deelnemersbijdrage 2022 is gerealiseerd conform de vastgestelde verdeling over de deelnemers. Als gevolg van de verwerking van het (positieve) jaarrekeningresultaat 2021 behoefde een deel van de deelnemersbijdrage niet door de deelnemers betaald te worden en is dit via de ontstane reserve gefinancierd.
Reserves Het rekeningresultaat 2021 is, conform besluitvorming in de bestuursvergadering van 30 maart 2022, verwerkt. € 275.000 is toegevoegd aan de Algemene reserve en het resterende bedrag van € 163.135 is verrekend met de deelnemersbijdragen 2022. In de reserve ‘Te bestemmen resultaat’ is een bedrag van € 1.405.949 opgenomen.
Jaarstukken 2022
47
2.5 Toelichting op de balans In deze paragraaf worden de diverse balansrekeningen kort toegelicht. De toelichting begint met een toelichting op de activazijde van de balans en eindigt met een toelichting op de passivazijde van de balans. Eventuele opvallende mutaties en wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar, worden hier ook benoemd.
2.5.1 Toelichting activa Vaste Activa Materiële Vaste Activa Vanaf 2022 heeft BghU geen materiele vaste activa meer. Vlottende Activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Het grootste deel van deze post wordt gevormd door de middelen die in de schatkist van het Rijk staan. Dat bedroeg per 31-12-2022 bijna 4,5 miljoen euro. De post overige vorderingen zijn hoofdzakelijk nog te ontvangen invorderingsbaten. vervolgingskosten die de BghU tot ultimo 2022 in rekening heeft gebracht bij belastingplichtigen en nog verwacht te ontvangen in de komende jaren. Aangezien het invorderingstraject wordt uitgevoerd door medewerkers van de BghU, komen de opbrengsten (vervolgingskosten) ook toe aan de BghU. Ultimo 2021 stonden deze onder de overlopende activa en zijn in deze jaarstukken in de presentatie gecorrigeerd. Het openstaand saldo te ontvangen invorderingsbaten bedroeg per 31-12-2022 bruto 1,7 miljoen euro (per 31-12-2021 was dit saldo ruim 1,3 miljoen euro). Door de volumegroei en hogere tarieven zijn in 2022 meer invorderingskosten opgelegd en is de opbrengst gestegen. Als gevolg van de overgang naar een nieuwe belastingapplicatie hebben de invorderingsproducties stilgelegen. Begin 2023 wordt de invorderingsproductie weer opgestart. Daarvan wordt als te ontvangen baat rekening gehouden met een bedrag van 1,08 mln netto.
In de post vordering op openbare lichamen zit een te ontvangen vergoeding van de misgelopen invorderingsbaten in de Wet Hersteloperatie Toeslagen.
Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën. Daarbij wordt een drempelbedrag (een bedrag dat een organisatie buiten de schatkist mag houden) gehanteerd. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een minimum van € 1 miljoen. Voor BghU geldt het minimumbedrag van € 1 miljoen als drempel. Dit drempelbedrag is ook van toepassing op de belastingopbrengsten die binnenkomen op de bankrekening van BghU en die BghU na ontvangst via een (ongeveer) tweewekelijkse cyclus afdraagt aan haar deelnemers.
Jaarstukken 2022
48
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) 1e kw 2022
2e kw 2022
3e kw 2022
4e kw 2022
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
443
23
62
65
Drempelbedrag
1.000
1.000
1.000
1.000
Ruimte onder het drempelbedrag
557
977
938
935
Overschrijding van het drempelbedrag
0
0
0
0
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bedraagt € 65.751. Dit is het geld dat op rekening van BghU staat en niet is afgeroomd naar de schatkist van het Rijk per balansdatum 31-12-2022. In voorgaande jaren werden de betalingen onderweg naar de schatkist ook tot de liquide middelen gerekend. Deze zijn weergegeven als uitzettingen in ’s Rijks Schatkist. Ten aanzien van de overige geldmiddelen bestaan er geen belangrijke beperkingen, ze staan ter vrije beschikking. Overlopende activa Het saldo van € 190.131 bestaat voor het grootste deel uit de posten te ontvangen rente rekening courant ( € 67,000) en de te declareren vergoeding kosten Logius (betreft vergoeding Mijn Overheid en Digid € 45.000). Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere vorderingen die onderdeel uitmaken van deze post.
Jaarstukken 2022
49
2.5.2 Toelichting passiva Vaste passiva Eigen Vermogen Het eigen vermogen bestaat ultimo 2022 uit een algemene reserve, een bestemmingsreserve en het nog te bestemmen resultaat. Van het vastgestelde resultaat 2021, zijnde € 438.135, is € 275.000 toegevoegd aan de algemene reserve. Het resterende bedrag van € 163.135 is teruggegeven aan de deelnemers door deze in mindering te brengen op de deelnemersbijdrage 2022. Algemene reserve De algemene reserve maakt deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit en is de uiterste buffer voor het opvangen van de financiële gevolgen van optredende risico's. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bepaald op basis van de geactualiseerde risicoberekening. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicomanagement. Verloop algemene reserve vanaf 2016 Jaar
Beginbalans
Dotatie
Onttrekking
2016
€ 342.100
€
39.150
€
-
€ 381.250
2017
€ 381.250
€
-
€
-
€ 381.250
2018
€ 381.250
€
-
€ 34.839
€ 346.411
2019
€ 346.411
€
-
€
-
€ 346.411
2020
€ 346.411
€
91.459
€
-
€ 437.870
2021
€ 437.870
€
-
€ 332.000
€ 105.870
2022
€ 105.870
€ 275.000
€
€ 380.870
Dotatie
Onttrekking
-
Saldo
Verloop bestemmingsreserve ICT Jaar
Beginbalans
2019
€
-
€
-
2020
€
-
€
100.000
€ 50.000
€ 50.000
2021
€ 50.000
€ 1.271.871
€ 326.470
€ 995.401
2022
€ 995.401
€
€
€ 995.401
-
€
-
-
Saldo €
-
Voorzieningen Conform de BBV is in 2022 de voorziening Verlofsparen toegevoegd. Eind 2022 heeft BghU drie voorzieningen.
Jaarstukken 2022
50
Risicovoorziening Proceskostenvergoeding BghU kent een regelmatig patroon voor het verwerken van WOZ-bezwaren, waarbij een gemiddeld percentage van deze bezwaren ook leidt tot een proceskostenvergoeding. Aan het eind van het jaar is over het algemeen 3% van de totale bezwaarlast nog open. Dit betreft met name bezwaren die aan het eind van het jaar zijn binnengekomen. De eventuele proceskosten die daarbij horen, volgen in het jaar daaropvolgend. De voorziening voor de ultimo 2022 nog onderhanden zijnde bezwaren en beroepen
bedraagt € 161.716.
Voorziening uit hoofde van verplichtingen Voorziening verlofsparen In de CAO is bepaald dat het vanaf 2022 mogelijk is om verlof te sparen. De hoeveelheid verlofuren loopt hierdoor behoorlijk op. Op deze wijze bouwt de medewerker een recht op die in een keer opgenomen kan worden. De BBV stelt dat hiervoor een voorziening moet worden opgenomen om op termijn eventuele problemen in de formatie op te kunnen vangen die door de afwezigheid van deze medewerker ontstaat. Tevens stelt de BBV dat vanuit het surplus van bovenwettelijk verlof een voorziening moet worden gecreëerd. Op basis van de verlofstanden per 31 december 2022 is een toerekening voor deze voorziening gemaakt.
Jaarstukken 2022
51
Vlottende passiva Specificatie Vlottende Schulden
31-12-2022
31-12-2021
Specificatie netto vlottende schulden Waarvan privaat
€ 601.583
€ 453.526
€ 601.583
€ 453.526
Af te dragen saldo aan deelnemers
€ 746.180
€ 3.062.797
Te betalen premies en loonheffing
€ 645.913
€ 618.413
€ 2.113
€ 21.268
€ 770.565
€ 939.291
€ 2.164.771
€ 4.641.769
Waarvan publiek Netto vlottende schulden totaal
Specificatie overlopende passiva
Te betalen omzetbelasting Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Overlopende passiva totaal
Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden betreffen het crediteurensaldo, ofwel het saldo van de reeds ontvangen facturen voor ontvangen goederen of diensten, die nog niet betaald zijn op 31 december 2022. Overlopende passiva Bij de overlopende passiva gaat het onder meer om te verwachten lasten die betrekking hebben op het boekjaar 2022, maar die door externe partijen nog niet in rekening zijn gebracht. Daar zitten in 2022 een aantal vorderingen in opgenomen die betrekking hebben op de implementatie van de belasting- en waarderingsapplicaties (officiële mijlpalen uit de overeenkomsten). Daarom is deze post hoger dan vorig jaar. In de post overige schulden is ook de nabetaling aan de medewerkers op basis van de eenmalige vergoeding uit de CAO betrokken.
Jaarstukken 2022
52
2.5.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Onderstaand 7 verplichtingen die BghU is aangegaan en die niet zichtbaar zijn op de balans per 31 december 2022 •
Kantoorruimte: BghU maakt sinds 6 oktober 2014 gebruik van de helft van de 15e en de gehele 16e etage in de Zuidtoren van het Stadskantoor gelegen aan het Stadsplateau 1 te Utrecht. Dit gebruik is op 19 april 2016 geformaliseerd met het vestigen van een afgeleid recht, te weten een ondererfpachtrecht en een onder-opstalrecht. BghU betaalt hiervoor een jaarlijkse retributie. De retributie bedraagt in 2022 € 535.258. De looptijd van deze overeenkomst is 10 jaar. Na afloop van het contract is BghU bevoegd het recht op te zeggen. Gekoppeld aan dit pandrecht, is een bedrag van € 369.000 voor de facilitaire dienstverlening die hoort bij deze specifieke huisvesting.
•
Leaseverplichting vervoersmiddelen: momenteel beschikt BghU over 7 leaseauto's, waarbij variërende contractduren zijn afgesproken. Deze 7 leaseauto's zijn onderdeel van BghU. De verplichting die hieraan meerjarig is gekoppeld, is afhankelijk van de keuze die medewerkers maken om al dan niet in een auto te blijven rijden voor het werk. Op maandbasis gaat het om een bedrag van rond de € 3.500 aan leaseverplichtingen.
•
Leaseverplichting kopieerapparatuur: BghU heeft een leasecontract afgesloten ten behoeve van de kopieerapparatuur die op het kantoor te Utrecht aanwezig is. Dit contract wordt in 2022 aanbesteed en is daarmee geen langlopende verplichting meer.
•
Overeenkomst telefonie en infrastructuur: De aanbesteding voor de nieuwe telefonie en infrastructuur heeft een langere doorlooptijd dan was voorzien. Om de huidige infrastructuur nog werkende te houden is de opdracht verlenging 2023 noodzakelijk. Deze opdracht heeft voor 2023 een resterende waarde van € 700.000 en wordt in boekjaar 2022 als niet rechtmatig aangemerkt.
•
SAAS-contracten Kernapplicatie
Leverancier
Belastingen/frontoffice
Gouw IT
Waarderen
XXLNC
BAG-Geo Enterprise Service Bus
In productie
Looptijd
November 2022
tot 1-3-2025
Mei 2022
tot 1-6-2025
Processfive
Oktober 2022
tot 1-9-2025
Enable-U
November 2022
tot 1-1-2026
2.5.4 Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt de begrotingsrechtsmatigheid een belangrijk toetsingscriterium. Getoetst wordt of het budgetrecht van bestuur van BghU is gerespecteerd. De Kadernota Rechtmatigheid 2018 dient hierbij als handvat. De lasten voor 2022 waren begroot op € 18.531.000. De totale gerealiseerde lasten zijn uitgekomen op € 17.226.230, liggen daarmee lager dan de begroting en vallen daarmee binnen de kaders van de begrotingsrechtmatigheid.
Jaarstukken 2022
53