PR23.038 Begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten
Tekst van het document
PR23.038/86
Beste griffiers, Ieder jaar ontvangt uw raad een begrotingscirculaire. Deze circulaire is een aanvulling op het Gemeenschappelijk Toezichtkader gemeenten 2020. In het GTK 2020 zijn de basisuitgangspunten van het financieel toezicht opgenomen. In de circulaire informeren wij de gemeenten over een aantal actualiteiten en onderwerpen die wat het financieel toezicht betreft bijzondere aandacht verdienen bij het opstellen van uw begroting 2024, meerjarenraming 2025 – 2027 en jaarrekening 2022. Deze circulaire treft u als bijlage bij deze mail aan. We sturen uw raad een begrotingscirculaire met richtlijnen en toetsingsaspecten toe met als doel om duidelijk te maken waar we bij de beoordeling van uw begroting naar kijken. Het kan zijn dat deze circulaire of financieel toezicht in zijn algemeenheid vragen oproept bij uw raad. Heeft u vragen of is er behoefte aan een uitgebreidere toelichting? Neem dan contact met ons op. U kunt mij of een van de andere collega’s van financieel toezicht hierover mailen. In onze brief en in de circulaire benadrukken we dat inzicht in uw structurele begrotingspositie belangrijk is. Daarom dringen we er bij u op aan erop te letten dat het begrotingssaldo helder en inzichtelijk wordt gepresenteerd in de begrotingsstukken. Niet alleen voor het begrotingsjaar 2024, maar ook in de meerjarenraming.
Vermeld daarbij ook wat het karakter is van het begrotingssaldo of rekeningresultaat. Liggen er incidentele factoren aan ten grondslag of zijn de oorzaken structureel. Wij sturen ook een afschrift van de brief aan de raad en de begrotingsrichtlijnen aan uw college van burgemeester en wethouders. De begrotingsrichtlijnen en de toetsingsaspecten uit het GTK 2020 zijn ook voor het college van belang. Tenslotte, de brieven aan raad en college worden ook per post verzonden. Met vriendelijke groeten, Namens de collega’s van financieel toezicht, Ria van Dixhoorn
Ria van Dixhoorn-Hoogenboom Senior adviseur financieel toezicht Provincie Utrecht Telefoon 06 52769516
Aan de raad van de gemeente Amersfoort Postbus 4000 3800 EA AMERSFOORT
ONDERWERP
DOCUMENTNUMMER VAN
Informatie voor uw begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 31 maart 2023 UTSP 1508 165 036 A.J.J. van DixhoornHoogenboom
TELEFOONNUMMER E-MAILADRES
DOMEIN/OPGAVE TEAM
+31652769516 ria.van.dixhoorn-hoogenboom @provincie-utrecht.nl BDO BEI/IBT/Financieel toezicht
Geachte raad,
Ieder jaar krijgt u van ons belangrijke en bijgewerkte informatie over de manier waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen. Deze informatie is een aanvulling op het Gemeenschappelijk Toezichtkader gemeenten 2020 (GTK 2020). In het GTK 2020 zijn de basisuitgangspunten van het financieel toezicht opgenomen. In de bijgevoegde circulaire informeren wij u over aantal actuele onderwerpen en onderwerpen die bijzondere aandacht verdienen bij het opstellen van uw begroting 2024 en meerjarenraming 2025 – 2027. Wij beoordelen uw structurele en reële begrotingspositie Uitgangspunt bij ons financieel toezicht is, dat u onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat uw gemeente zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kan uitvoeren. Voorwaarden om onder repressief toezicht te blijven zijn dat u ervoor zorgt dat uw begroting (en/of meerjarenraming) structureel in evenwicht is en dat de raming van uw begroting realistisch is. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de gemeentewet. Met “structureel in evenwicht” bedoelen we dat er tegenover de structurele lasten in ieder geval evenveel structurele baten (dekkingsmiddelen) staan. De incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele en door incidentele baten.
Het is belangrijk dat u het structurele begrotingssaldo inzichtelijk presenteert; zowel in het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming. Op die manier kunt u, maar kunnen ook wij, beoordelen in hoeverre uw begroting (en/of meerjarenraming) “structureel in evenwicht” is. Hiervoor kunt u gebruik maken van de voorbeelden uit het GTK 2020 en uit de notitie Structurele en incidentele baten en lasten van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (commissie BBV). Met reëel evenwicht bedoelen we dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. De opgenomen lasten zijn voldoende om de geplande taken uit te kunnen voeren. Hoe gaan wij om met de financiële onzekerheden? Eind 2021 stelde het kabinet het nieuwe coalitieakkoord Rutte IV vast: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. Daarin besloot het kabinet na 2025 een nieuwe financieringssystematiek te ontwikkelen voor de lagere overheden. Op dit moment weten we nog niet hoe de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten zich ontwikkelt. Of hoe die er straks uit gaat zien.
1 van 2
In de miljoenennota, de septembercirculaire 2022, heeft het Rijk eenmalig € 1 miljard extra beschikbaar gesteld. Dit om de verlaging van het gemeentefonds in 2026 gedeeltelijk te dempen. Aanpassing van het accres vindt vanaf 2026 alleen nog plaats voor de loon- en prijsontwikkelingen. In het voorjaar van 2023 verwachten we bij de meicirculaire meer duidelijkheid te kunnen geven over het uitvoeringsplan, met een tijdpad voor de nieuwe financieringssystematiek. De onduidelijkheden en financiële onzekerheden maken, dat wij vragen duidelijk toe te lichten welke keuzes u maakt over de verwerking van de onzekerheden in uw begroting. Wij ondersteunen onze gemeenten daar waar mogelijk en gaan zo nodig met elkaar in gesprek over de meerjarenraming in uw begroting. Wij lichten het financieel toezicht graag toe Financieel toezicht is een wezenlijk onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur. Het systeem helpt voorkomen dat een gemeente financiële tekorten niet meer zelf kan oplossen. Wenst u een uitgebreidere toelichting op de begrotingsrichtlijnen, of heeft u vragen over de werkwijze van financieel toezicht en of over ons beeld van de financiële positie van uw gemeente? Dan zijn wij van harte bereid om met u in gesprek te gaan en een toelichting of presentatie over het financieel toezicht te geven. Neem hiervoor contact op met Ria van Dixhoorn.
Haar contactgegevens vindt u bovenaan onze brief. Gedurende het jaar volgen wij de ontwikkelingen van de financiële positie van uw gemeente. Het kan zijn dat de financiële positie als gevolg van de resultaten van de jaarrekening, de bestuursrapportages of de kadernota fors verslechtert. In dat geval nodigen wij u mogelijk uit voor een overleg om het een en ander toe te lichten. In dit ambtelijk of bestuurlijk overleg bespreken wij met u welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat uw gemeente onder preventief toezicht, verscherpt toezicht, moet worden geplaatst. Tot slot In de begrotingscirculaire staan ook onderwerpen, die financieel-technisch van aard zijn. Deze onderwerpen zijn om die reden ook voor het college bestemd. Daarom sturen wij een afschrift van deze brief en de circulaire aan uw college van burgemeester en wethouders. Ook de begrotingsrichtlijnen en de toetsingsaspecten uit het GTK 2020 zijn voor uw college van belang. Afgelopen jaar hebben we, als provincies, op verschillende wijzen op rijksniveau aandacht gevraagd voor de financiële situatie van de gemeenten. We blijven dit doen daar waar mogelijk. Samen met u!
Hoogachtend, Gedeputeerde staten van Utrecht namens hen,
R.C.L. Strijk Gedeputeerde Financiën, Organisatie, Economie en Europa
2 van 2
Begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten
Aandachtspunten voor: Het opstellen van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 - 2027
Bijlage bij brief d.d. 31 maart 2023 gericht aan de Utrechtse gemeenteraden en Bijlage bij brief d.d. 31 maart 2023 gericht aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Utrechtse gemeenten
1
Inhoud
1.
Inleiding................................................................................................................... 3
2.
Maatschappelijke ontwikkelingen ............................................................................ 3
3.
Financiële ontwikkelingen ....................................................................................... 4
Nieuwe financieringssystematiek .................................................................................... 4 Inflatie/prijsstijgingen....................................................................................................... 4 Opschalingskorting ......................................................................................................... 5 Herverdeling gemeentefonds .......................................................................................... 5 Sociaal domein/Jeugd ..................................................................................................... 5 Eigen bijdrage huishoudelijke hulp .................................................................................. 6 4.
Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ................................... 7 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid .............................................................. 7 Actualisering Notities ................................................................................................... 7
5.
Specifieke onderwerpen .......................................................................................... 8
Omgevingswet ................................................................................................................ 8 Investeringsbudgetten ..................................................................................................... 8 Wet digitale overheid ...................................................................................................... 8 6.
Tot slot .................................................................................................................... 8
2
1.
Inleiding
Ieder jaar krijgt u belangrijke en bijgewerkte informatie over de manier waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen. Dat doen wij vanuit onze wettelijke taak, het financieel toezicht. Het is belangrijk dat u deze informatie gebruikt bij het stellen van kaders voor de begroting. En bij het vaststellen van uw begroting voor 2024. Uw gemeente moet een begroting vaststellen. Deze moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Ieder jaar besluiten wij, vóór 1 januari, onder welke vorm van toezicht uw gemeente voor het komende begrotingsjaar valt. Dat doen wij volgens artikel 203 van de Gemeentewet. Het kan gaan om repressief of preventief toezicht. Dat wil zeggen: toezicht achteraf of vóóraf. De financieel toezichthouder helpt gemeenten met een gezonde financiële huishouding. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten is daarbij het uitgangspunt. Financieel toezicht is een wezenlijk onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur. Het systeem helpt voorkómen dat een gemeente financiële tekorten niet meer zelf op kan lossen. Financieel toezicht draagt bij aan een stevig en veilig Utrecht met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Bij de beoordeling gebruiken we ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK). In dit GTK staan onder andere de volgende onderwerpen: -
Welke vormen van toezicht zijn er? Welke wetten en regels gebruiken we bij het toezicht?
-
Wat betekent structureel en reëel evenwicht?
-
Waar kijken we naar als we beoordelen of uw begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht is?
In deze begrotingscirculaire staan actuele onderwerpen die belangrijk zijn voor uw begroting 2024. Sommige onderwerpen zijn financieel-technisch van aard. En daardoor misschien meer voor het college bestemd. Daarom sturen wij een kopie van deze brief aan uw college. Van andere onderwerpen is nog onduidelijk wat het effect ervan op uw begroting zal zijn. Of hoe u het onderwerp in uw begroting mee kunt nemen. Zodra er meer duidelijkheid over een onderwerp is, laten wij u dat (ambtelijk) weten. Hebt u vragen over deze circulaire of over de vertaling hiervan in uw begroting? Neem dan gerust contact op met de ambtelijke contactpersoon voor uw gemeente.
2.
Maatschappelijke ontwikkelingen
Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden steeds het beleid en de financiën van gemeenten. Vooral de oorlog in Oekraïne heeft invloed. Denk aan de vluchtelingenstroom en de uitdaging voor gemeenten om voor voldoende opvang te zorgen. Ook heeft de oorlog effect op de economie. Door gestegen energiekosten neemt de inflatie toe. De oorlog leidt ook tot schaarste van materiaal, waardoor projecten vertraging oplopen. Daarnaast laat de coronacrisis nog sporen na. Als laatste noemen we de krapte op de arbeidsmarkt. Dat heeft invloed op de economie en vaak ook op uw eigen organisatie. Naast deze maatschappelijke en economische onzekerheden zijn het ook op financieel gebied onzekere tijden voor gemeenten. Wij vragen duidelijk toe te lichten welke keuzes u maakt over de verwerking van de onzekerheden in uw begroting.
3
3.
Financiële ontwikkelingen
Nieuwe financieringssystematiek Eind 2021 stelde het kabinet het nieuwe coalitieakkoord Rutte IV vast: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. Daarin besloot het kabinet na 2025 een nieuwe financieringssystematiek te ontwikkelen voor de lagere overheden. Een uitbreiding van het lokale belastinggebied is hierbij een mogelijkheid. Op dit moment weten we nog niet hoe de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten zich ontwikkelt. Of hoe die er straks uit gaat zien. Het kabinet wil voor de zomer een uitvoeringsplan met tijdpad naar de Kamer sturen over de nieuwe financieringssystematiek. De VNG zet, namens de gemeenten, in op de verruiming van het belastinggebied. Een advies van de commissie Financiële ruimte is de basis hiervoor. We weten uit ervaring dat dit een lastig en moeilijk traject is. We houden daarom rekening met vertraging van de invoering. De onzekerheid maakt dat u terughoudend moet zijn met besluiten over nieuw beleid en investeringen. Want deze leiden tot meerjarige structurele lasten, waarvoor de structurele dekking mogelijk nog ontbreekt. In de miljoenennota (ook vermeld in de septembercirculaire 2022) heeft het Rijk eenmalig € 1 miljard extra beschikbaar gesteld voor de jaarschijf 2026 bovenop de beschikbaar gestelde structurele middelen uit het coalitieakkoord. Dit om de verlaging in 2026 gedeeltelijk te dempen.
Aanpassing van het accres vindt vanaf 2026 alleen plaats voor de loon- en prijsontwikkelingen. In het voorjaar van 2023 verwachten we meer duidelijkheid over het uitvoeringsplan, met een tijdpad voor de nieuwe financieringssystematiek. Is er in de meicirculaire 2023 nog geen duidelijkheid? Dan verwachten we dat de betrokken partijen weer met elkaar in gesprek gaan over de meerjarenraming in de begroting 2024 van gemeenten. Wij gebruiken bij onze beoordeling de bedragen uit de circulaire. Inflatie/prijsstijgingen Naast de forse inflatie hebben we te maken met hogere energieprijzen. Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de ontwikkelingen met aandacht. En stelt regelmatig de prijsindicatoren bij, dat wil zeggen: de percentages waarmee prijzen stijgen. Die indicatoren staan ook in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. Deze ontwikkelingen hebben ook financiële invloed op de begroting en meerjarenraming van de gemeenten. Niet alleen voor het reëel begroten van de lastenkant van de begroting en meerjarenraming, maar ook aan de batenkant. Het Rijk compenseert de extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten. Dat gebeurt voornamelijk via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. Ook de inflatiecorrectie op de eigen tarieven en belastingen kan daarvoor zorgen.
Laat de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting in elk geval aansluiten op de gepubliceerde indexen van de circulaire die u bij de berekening van de algemene uitkering gebruikt. Dat is van belang. U mag aan de lastenkant overigens van hogere percentages uitgaan.
4
Het kabinet kondigde in de Najaarsnota 2022 aan dat er in de Voorjaarsnota van 2023 een extra prijsbijstelling komt. Dit komt door de uitzonderlijke stijgingen van de prijzen. Deze prijsbijstelling geldt ook voor het Gemeentefonds. Cijfers van het Centraal Planbureau (CPB), het zogenoemde Centraal Economisch Plan (CEP) 2023, bepalen de extra structurele prijsbijstelling. Daarbij kijkt het kabinet naar de inflatieontwikkeling over 2022. Het gaat volgens de Najaarsnota om circa € 0,3 miljard per jaar tot en met 2025 en circa € 0,4 miljard vanaf 2026. De definitieve bedragen volgen in de Voorjaarsnota. De verdeling van de middelen over gemeenten staat in de meicirculaire 2023. Opschalingskorting Sinds 2015 hebben gemeenten te maken met een korting op het gemeentefonds. Het Rijk legt de opschalingskorting op omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Kabinet Rutte II had de ambitie om door opschaling te komen tot gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Dat stond in het regeerakkoord. Dit zou leiden tot besparingen op apparaatskosten, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbele taken. De verplichte opschaling is afgeschaft, maar de bijbehorende opschalingskorting niet. Deze opschalingskorting zou van 2015 tot en met 2025 steeds verder oplopen, tot een structureel bedrag van bijna € 1 miljard in 2025.
Het niet afschaffen van de opschalingskorting leidde tot veel kritiek bij gemeenten. Het Rijk schrapte in de afgelopen jaren tijdelijk het oplopen van de opschalingskorting. Daardoor hoefden gemeenten in 2020 € 70 miljoen en in 2021 € 160 miljoen niet af te dragen aan het Rijk. In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is het oplopen van de opschalingskorting voor deze kabinetsperiode opnieuw geschrapt. Vanaf 2026 staat de opschalingskorting wél weer in de cijfers. Het gaat dan om een structurele korting van € 675 miljoen. De VNG is ook hierover in gesprek met het kabinet. Wij gebruiken bij onze beoordeling de bedragen uit de circulaire. Herverdeling gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds herzien. Gemeenten groeien via een ingroeipad naar de nieuwe verdeling. Tot en met 2025 is het ingroeipad van voordeel en nadeel gemeenten gemaximeerd op € 37,50 per inwoner. De verdere implementatie van het nieuwe verdeelmodel is afhankelijk van de evaluatie daarvan eind 2025. Het nieuwe verdeelmodel is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Een onderzoeksagenda draagt daaraan bij. Deze agenda wordt ieder jaar bijgewerkt. De septembercirculaires gaan hierover verslag uitbrengen en ook over de uitgevoerde onderzoeken. Sociaal domein/Jeugd In de meerjarenraming 2024-2026 van de meeste gemeenten staat een stelpost Jeugd als baat.
Een afspraak tussen het Rijk, IPO en VNG maakte dit mogelijk. De bedragen waar de gemeenten van uitgaan, konden zij berekenen dankzij de uitspraak van de zogenaamde Commissie van Wijzen. De stelposten zijn maximaal het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Rekening houdend met de extra bezuiniging van € 511 miljoen voor rekening en risico van het Rijk. De stelpost is voor eigen risico. Deze geeft geen budgettaire garantie dat het geld ook daadwerkelijk beschikbaar komt. In het coalitieakkoord staat nog geen blijvende oplossing. Het coalitieakkoord wijkt op een aantal punten af van de afspraken van de Commissie van Wijzen. Onder andere over de hoogte van het bedrag.
5
Bij de toezegging van de gelden uit de Commissie van Wijzen hoort ook een hervormingsagenda. Deze agenda moet concrete maatregelen opleveren voor een kwalitatief en financieel houdbaar jeugdstelsel. Jeugdhulpaanbieders, professionals en cliëntorganisaties werken mee aan de uitwerking van de agenda. De hervormingsagenda loopt vertraging op. Ondertekening vindt waarschijnlijk plaats in het voorjaar van 2023. Het is nog niet duidelijk hoe gemeenten in de begroting 2024 om moeten gaan met de stelpost ‘uitkomst onderzoek Jeugdzorg’. Net als de VNG wachten wij af of er op tijd een blijvende oplossing komt. Is dat niet het geval? Dan moeten het Rijk, IPO en VNG nadere afspraken maken over hoe gemeenten deze baat in de meerjarenraming van de begroting 2024 kunnen opnemen. Wilt u voor het begroten van de lasten Jeugd in uw begroting 2024 rekening houden met prijsstijging door stijgen van de lonen in de zorg? En met een mogelijke volumestijging door onder andere de coronacrisis? Ook vragen wij u rekening te houden met trajecten die vaak langer en duurder zijn. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Midden- en hoge inkomens maken meer gebruik van de huishoudelijke hulp dan verwacht. Dit komt door de invoering van het abonnementstarief. De beschikbaarheid van voorzieningen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) kwam hierdoor onder druk.
Deze druk op voorzieningen kan leiden tot bezuinigingen of wachtlijsten. Die raken kwetsbare inwoners het hardst. De inwoners die niet zelf een hulp kunnen betalen, worden de dupe. In het coalitieakkoord staat dat het kabinet daarom werkt aan een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp. In het Besluit passende bijdrage huishoudelijke hulp tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 staan straks nieuwe regels. Die gaan over de nieuwe eigen bijdrage-systematiek voor de huishoudelijke hulp. Denk aan regels over de hoogte van de eigen bijdrage en aan de manier waarop het inkomen en vermogen een rol spelen. Ook regelt het besluit de samenloop met andere eigen bijdragen. Tot slot regelt het besluit de indexatie van het abonnementstarief. Dat gebeurt door de consumentenprijsindex, net zoals dat geldt voor de eigen bijdragen voor beschermd wonen en de Wet langdurige zorg. Hebben huishoudens met huishoudelijke hulp vanuit de Wmo 2015 een zogenaamd ‘bijdrageplichtig inkomen’ van 185% of meer van het sociaal minimum? Dan gaan zij een hogere bijdrage betalen. We verwachten dat inwoners daardoor een minder groot beroep doen op huishoudelijke hulp. De inkomsten van gemeenten uit eigen bijdragen nemen daardoor toe. De nieuwe regels gelden waarschijnlijk vanaf 1 januari 2025. De aanpassing vanaf 2025 moet leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen.
En tot een verlaging van de algemene uitkering vanaf 2025 met dit bedrag. Dat kondigde het Rijk aan in de meicirculaire 2022.
6
4.
Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
De commissie BBV (commissie) geeft in notities aan op welke manier u een bepaald onderwerp in de begroting kan of moet verwerken. Kan, omdat de regelgeving meerdere manieren van verwerken toestaat. En moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde manier van verwerken. In de BBVnotities staan dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Wij vragen speciaal aandacht voor het verwerken van de ‘stellige uitspraken’ in uw begroting. Voor de ‘Vragen en antwoorden’ geldt dat een gegeven antwoord uitsluitend betrekking heeft op de specifieke vraag en het antwoord is dan ook niet vanzelfsprekend van toepassing op elke situatie. Algemene uitgangspunten en duiding van het BBV die voor iedereen gelden worden door de commissie BBV op de website gepubliceerd via de notities en nieuwsberichten. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid In de begroting en jaarrekening moet u rekening houden met de Wet open overheid (Woo). Volgens artikel 3.5 Openbaarheidsparagraaf moet u in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens, dat zijn plannen over de uitvoering van deze wet. En in de jaarrekening verslag doen van de uitvoering ervan. U moet dan ook aandacht besteden aan de plannen.
In de memorie van toelichting bij de Woo, dat is de toelichting van de wetgever, staat onder andere dat dit artikel een impuls wil geven aan de actieve openbaarheid. Door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag duidelijk maken hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. Dat geldt voor de actieve openbaarmaking, publiceren en toegankelijk maken uit eigen beweging. En ook voor de passieve openbaarmakingen, op verzoek. Deze verplichting geldt al voor de jaarrekening 2022 en de begroting 2024. De openbaarheidsparagraaf Woo moet u in de begroting en jaarrekening opnemen via een afzonderlijke paragraaf. Zoals de paragrafen die de artikelen 9 en 26 van het BBV noemt. Bij de eerstvolgende wijziging past de commissie het BBV hierop aan. Actualisering Notities De commissie BBV werkt verder aan een aanpassing van de notitie grondbeleid, die past bij de Omgevingswet. De vaststelling en publicatie van de bijgewerkte notitie moet nog plaatsvinden. Toch besloot de commissie alvast de voorwaarden voor de warme gronden aan te passen. Deze voorwaarden staan in hoofdstuk 4.2 van deze notitie. Deze wijziging gaat al in met ingang van de jaarrekening 2022.
7
5.
Specifieke onderwerpen
Omgevingswet De Omgevingswet gaat op 1 januari 2024 in. Wij hebben in onze vorige begrotingscirculaires al laten weten waar u op moet letten. Veel gemeenten laten weten dat ze intussen klaar zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Wij verwachten dat u in de begroting 2024 goed en betrouwbaar opneemt wat de opbrengsten van leges zullen zijn. Door de aantallen vergunningen op te nemen en de leges per vergunning. De Omgevingswet kan zonder financiële gevolgen kan worden ingevoerd in een periode van 10 jaar. Dat is het uitgangspunt. In interbestuurlijk verband is afgesproken dat naar oplossingen zal worden gezocht voor financiële knelpunten. Investeringsbudgetten Gemeenten hebben een deel van het geld dat bedoeld was voor investeringsprojecten niet uitgegeven. Dat constateerden wij bij onze beoordeling van de jaarrekeningen 2021. Ook schuiven gemeenten budgetten vaker door naar een later begrotingsjaar. Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen, waar u niet altijd invloed op hebt. Denk aan de krapte op de arbeidsmarkt, het gebrek aan materialen en aan oplopende kosten van energie en materiaal. Ook blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld publiek – private samenwerking tussen overheid en inwoners ingewikkelder en tijdrovender is dan gedacht.
Wilt u hier bij het begroten van nieuw beleid en investeringen uitdrukkelijk rekening mee houden? Wet digitale overheid Deze wet legt de basis voor verdere digitalisering. Inwoners krijgen elektronische identificatiemiddelen (eID) die erg betrouwbaar zijn. Deze identificatiemiddelen geven de overheid meer zekerheid over iemands identiteit. De wet stelt daarnaast zogenaamde ‘open standaarden’ verplicht, om gegevens uit te wisselen moeten ICT-systemen dezelfde standaard hebben. Hiermee voert Nederland de Europese richtlijn uit over toegankelijkheid van overheidswebsites en -apps. De wet treedt in juli 2023 in werking. De regels van deze wet gaan in fasen gelden. Een dienstverlener maakt zelf afspraken hierover met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De VNG vroeg in het wetgevingstraject aandacht bij het Rijk voor de kosten die ontstaan door deze wet. Als deze wet geldt, en u bent aangesloten op het stelsel, moet u digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau. U hebt dan ook een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen, en uw informatiebeveiliging moet op orde zijn. De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 centraal onder gebracht bij het ministerie van BZK. Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI.
In de septembercirculaire 2022 staat dat hiervoor al een bedrag van € 7,5 miljoen uit het gemeentefonds is genomen.
6.
Tot slot
In deze circulaire staan actuele en relevante aandachtspunten. Hebt u vragen over deze circulaire? Neem dan contact op met de contactambtenaar voor uw gemeente.
8