PR22.117 Reactie op beantw. vragen Verduurzamen Bergweg 84
Tekst van het document
In behandeling
Griffie 13-06-2022/PR22. 117/538296
Gemeenteraad Gemeente Zeist p/a Het Rond 1 3701 HS Zeist Zeist, 12 juni 2022
Geachte Raad, Wij hebben kennisgenomen van de beantwoording van B&W op 2 juni 2022 op de vragen gesteld door Wilma Breddels op 28 april 2022 over de omgevingsvergunning verduurzaming perceel Bergweg 84 te Zeist. Uit de antwoorden blijkt een eigen gecreëerde werkelijkheid die niet overeenkomst met de door ons ervaren feiten. Op sommige punten is de beantwoording tegenstrijdig met eerdere antwoorden op raadsvragen gesteld door de VVD en NDZ en op sommige punten feitelijk ook onjuist. Een chronologisch feitenverslag treft u aan vanaf de derde bladzijde van deze brief. In de beantwoording van de vragen van 28 april 2022 wordt op geen enkele wijze duidelijk gemaakt waar in de omgevingsvergunning verduurzaming Bergweg 84 gebruik wordt gemaakt van de proefperiode met experimenteerruimte en interimregels van Project Duurzaam Erfgoed voor het verduurzamen van monumenten. (antwoord 4 op de Raadsvragen gesteld door de VVD op 21 februari 2022) . In antwoord 1 op de Raadsvragen gesteld door Wima Bredels stelt B&W dat de Gemeente een toetsende rol heeft. De eis van de ambtenaar Erfgoed (zie feitenverslag bij datum 28 februari 2022) dat voorwaarde voor een gesprek is dat wij moeten aantonen dat een door de gemeente aangedragen (en voor ons bouwtechnisch niet passende) principe oplossingen staat op gespannen voet met de toetsende rol.
In antwoord 2 wordt gesteld dat voor de panden aan de Jacob van Lenneplaan jaren geleden een vergunning is verleend nadat een positief advies is ontvangen van de commissie CRK en dat onze aanvraag wordt beoordeeld volgens de huidige uitgangspunten voor verduurzamen van woningen. Dit impliceert dat de huidige uitgangspunten voor verduurzamen van woningen strenger zijn dan jaren geleden. Opmerkelijk gezien de klimaatwet, de oorlog in Oekraïne en het overheidsbeleid dat er een tandje bij moet bij de verduurzaming van woningen. In antwoord 3 wordt gesteld dat zowel door de gemeente als door de commissie CRK wordt gekeken naar de gevolgen voor het monument, de bijdrage aan de duurzaamheidsambities en comfort en woonkwaliteit. Op 21 maart 2022 op vragen gesteld door de VVD antwoord B&W bij vraag 6 dat ‘de commissie CRK bestaat uit deskundigen met een brede achtergrond in bouwhistorie, restauratie, architectuur, stedenbouw en landschap. Vernieuwing en verandering, zoals de Omgevingswet, maar ook de uitkomsten van het Duurzaam Erfgoed Zeist Project, hebben mogelijk invloed op de samenstelling of de werkwijze van de commissie. ’ Op dit moment heeft de commissie dus geen deskundigheid op de klimaattransitie en de verduurzaming van woningen.
Bij de beantwoording van de vragen gesteld door de VVD stelt de B&W bij vraag 4 dat de wegingscriteria voortkomende uit Project Duurzaam Erfgoed door de CKR worden toegepast na vaststelling, dus pas vanaf eind 2023 als het project Duurzaam Erfgoed is afgerond. De beoordeling bij de Gemeente gebeurde door de ambtenaren Erfgoed. Zolang het project Duurzaam Erfgoed niet is afgerond, waarin gewerkt wordt met ‘interimregels’ (antwoord op vraag 3 gesteld door NDZ) en er geen veranderingen zijn doorgevoerd in beoordelingscriteria
VVD) zal de ambtelijke organisatie deze ook niet toepassen. Toepassing van de ervaringen van het Project Duurzaam Erfgoed is dus noodzakelijk om een de proefperiode met experimenteerruimte en interimregels van Project Duurzaam Erfgoed voor het verduurzamen van monumenten te realiseren. De constateringen van de Projectleider Duurzaam Erfgoed over onze woning zijn hierbij niet meegenomen. De Projectleider van Duurzaam Erfgoed is niet bij deze casus
voor
individuele
betrokken In
heeft
en
antwoord
(antwoord
situaties
advies
geen
4 wordt
wederom
op
vraag
hierover
gesteld
5
de
gegeven.
verwezen
bestaande
regelgeving. Ook hier is experimenteerruimte en interimregels van
naar
terug te vinden over de proefperiode met Project Duurzaam Erfgoed voor het verduurzamen niets
van
wet-
en
monumenten.
gesteld dat de vergunningsaanvraag nog loopt. Initiatiefnemers hebben de gelegenheid om het plan definitief te maken. Ons plan ligt er sinds zomer 2021. Wij wensen ons dak tegelijkertijd met noodzakelijke renovatie te isoleren, net zoals bij de woningen aan de Jacob van Lenneplaan. Dit plan heeft een negatief advies van CKR, wij verzoeken het college sinds de zomer 2021 gebruik te maken haar bevoegdheid op voet van art4:84 Awb. en alvorens tot besluitvorming met ons in gesprek te gaan. De verantwoordelijk wethouder(s) weigeren dit gesprek tot op de dag van vandaag. In
antwoord
door
5 wordt
is wrang te moeten constateren dat een college dat nota bene een college met de titel “Samen bouwen aan een mooi en duurzaam Zeist” zich verschuilt
akkoord
Het
ambtelijke Bouwen
procesvoering
aan
mooi
een
en
waardoor
kafkaiaanse
toestanden
duurzaam
Zeist, vereist visie
sluit
achter
ontstaan.
leiderschap. Zolang tijd is bestuurlijke
bestaande
en
regelgeving nog niet is aangepast aan de eisen van de doorzettingsvermogen noodzakelijk. Qua duurzaamheid past het wachten op de uitkomst van een project tot eind 2023 niet, niet als aan de Raad een proefperiode met experimenteerruimte en interimregels voor duurzaam Erfgoed beloofd is. Inwoners
van
zouden
Zeist
op
betrouwbare
een
overheid
zeker
rekenen.
mogen
Duurzaamheidsaanpassingen die in het verleden in vergelijkbare casussen zijn goedgekeurd zouden, ondanks dat klaarblijkelijk wet- en regelgeving achterloopt, op volmondige ondersteuning moeten kunnen rekenen. Feitelijke constateringen van deskundigen, nota bene ingehuurd door de gemeente Zeist, zouden moeten prevaleren boven theoretische boekenwijsheid en algemeenheden. Constaterende
dat
tentoongespreid Helaas
maakt
rug
geeft
te
wachten
gebracht
het
in
dit
college
deze
beantwoording
Samen
op de uitkomsten kan worden.
van
een
onze
van
Miriam
Kop
Duuren
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Gn
(geanonimiseerd)
vragen
bouwen
project
en
het
Raadsfracties
op
dat
en
voor
Raad
comfort
Remco
Mail:
vragenrondes
roepen wij de nieuwe college met
vriendelijke groet,
Tel, Nr:
tweetal
wordt
Wij willen deze brief politiek spreekuur. Met
een
instrument
aan
voorzien
verzoeken
aan
gedrag
Motie
in te zetten.
een
valse
start,
mooi
en
duurzaam
Zeist
niet
al
in de
praktijk
een
eind
de
ontwijkend
2023
raad
maar
graag
nu
een
verder
duwtje
toelichten
de
in
hoeft
in
het
Chronologisch feiten verslag Wij zullen deze feitelijkheden in chronologische volgorde hieronder uiteenzetten. Op 8 juni 2021 (nu alweer ruim 1 jaar geleden! ) , hebben wij een aanvraag ingediend voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor het isoleren van het dak, tegelijkertijd met het uitvoeren van grootschalige herstelwerkzaamheden. De dakconstructie is scheef waardoor er aan beide zijde diagonaal kieren zijn waarvan als gevolg aan beide zijde houtrot is ontstaan. De aanvraag betrof een soortgelijke isolatie als al jaren geleden eerder vergund, na positief advies van De commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) , aan daken de van gemeentelijke monumenten daken aan de Jacob van Lenneplaan. De dakconstructie van woningen aan de Jacob van Lenneplaan hebben een vergelijkbare bouwstijl en bouwjaar als onze woning. Isoleren van woningen en ook het zelf opwekken van energie zijn in 2020 en 2021 nadrukkelijk tot overheidsbeleid geworden. Vertrouwende op een betrouwbare en integere overheid verwachtte wij geen enkel probleem bij onze aanvraag. In de herfst 2021 zouden wij ons dak kunnen isoleren, net zoals al jaren geleden de daken van woningen aan de Jacob van Lenneplaan geïsoleerd zijn, hiermee een isolatiewaarde halende van Rc 6, 4. Onze verbazing was dan ook groot dat de commissie CRK op 28 juni 2021 negatief adviseerde over onze aanvraag.
Na eerst contact te hebben gehad met de behandelend ambtenaar van team Ruimtelijke Ontwikkeling, mevrouw K. , om er zeker van te zijn dat er geen sprake was van een misverstand bij de advisering van de commissie CRK hebben wij op 1 sept 2021 aan haar aangegeven graag een gesprek te willen komen met de verantwoordelijk wethouder. Mevrouw K. kon dit niet verzorgen, wist ook niet wie de verantwoordelijk wethouders is (Sander Jansen van Ruimtelijke Ordening, Wouter van Catsburg van Erfgoed of Marcel Fluitman van Monumenten) en verzocht ons zelf via zeist. nl maar een verzoek in te dienen. Op 16 september 2021 hebben wij het college verzocht een persoonlijk gesprek met de verantwoordelijk wethouder alvorens te besluiten op onze aanvraag.
Het college is immers het bevoegd gezag en kan op voet van art. 4: 84 AwB afwijken van bestaand beleid en ondanks een negatief advies van CRK de vergunning verlenen. Op 28 oktober 2021 ontvingen wij wethouder Wouter van Catsburg, kennelijk de verantwoordelijk wethouder, en mevr. L, de projectleider van Duurzaam Erfgoed Zeist en als Architect cultuurhistorica inhoudsdeskundige. Een aantal elementen uit haar verslag zijn: ‘de afweging die gemaakt moet worden omtrent duurzaamheid, gebruik en comfort; duidelijk maken welk afwegingskader is; waarom is advies CRK leidend? ; waarom weegt het college geen andere aspecten / wint het geen duurzaamheidsadvies in? ; ; hoogst haalbare nu, want eisen worden alleen maar hoger; niets doen is geen optie; ten minste voldoen aan eisen anno 2021 en in 1x goed doen en niet “net niet”; snel aangepaste regels vaststellen en Gas geven! ’ Specifiek over onze woning geeft ze aan: ‘urgentie voor eigenaren vanwege het natuurlijke moment. Tegelijkertijd de constatering dat er al zoveel aangepast is aan de woning en het is al een monument waar je de invloeden van de afgelopen decennia in terugvindt dus een aanpassing die bij 2021 past zou niet eens zo heel gek passen bij de woning. ’
Voldoende argumentatie dus voor het college om in november 2021 gebruik te maken van haar bevoegdheden om onze aanvraag te vergunnen, zodat wij op identieke wijze als bij de Gemeentelijke Monumenten aan de Jacob van Lenneplaan ons dak kunnen isoleren. Verbaast waren wij dan ook van wethouder Catsburg op 10 november 2021 te horen dat ervan uit ‘Erfgoed’ contact met ons opgenomen zou worden. Op 7 december 2021 ontvingen wij de ambtenaar Erfgoed, dhr J, en tijdens dit bezoek bleek ons dat bij deze ambtenaar geen enkele sprake was van enige ruimte om te komen tot een oplossing waarbij wij op soortgelijke wijze als bij de gemeentelijke monumenten aan de Jacob van Lenneplaan ons dak zouden kunnen isoleren.
Als suggestie kregen wij aangeleverd een voorbeeld van een tekening waarin met de combinatie van binnen en buitenisolatie en een verholen goot (een volstrekt nieuw element aan ons pand) een Rc waarde van 2, 4 gerealiseerd zou worden plus de eis dat alles in detail uitgewerkt zou moeten worden, zonder enige toezegging dat dit wel geaccepteerd zou worden. Kortom dubbele kosten voor ons als eigenaren, veel minder isolatiewaarden een onzekere uitkomst. Een ranke daklijst werd tot doel verheven. Een volstrekt andere uitwerking dan de uitwerking die eerder bij de Jacob van Lenneplaan wel vergund was. Een ranke daklijst werd tot doel verheven. Het deskundige oordeel van de projectleider Duurzaam Erfgoed, mevr. L werd door dhr. J op geen enkele wijze meegewogen. Ook de proefperiode met experimenteerruimte en interimregels waarin dit project voorziet waren voor dhr. J volstrekt onbespreekbaar. Moedeloos, maar zoekende naar een oplossing, zijn we het gesprek aangegaan met de aannemer en de tekenaar die de aanvraag verzorg heeft. Uit dit gesprek kwam naar voren dat de door dhr J gesuggereerde oplossing met een verholen goot bouwtechnisch geen passende oplossing is, immers de oorzaak van het probleem is een scheve constructie. Iets wat ook al terug te vinden is in het verslag van mevr. L. ‘Toelichting “kiertjes”: best een lang verhaal’.
Op 27 december 2021 heeft onze tekenaar een alternatieve optie voorgesteld. In deze optie zou een ranke randdetaillering (het argument waarop op onze aanvraag negatief geadviseerd wordt) gecombineerd worden met de gewenste isolatie van Rc 6, 4. In de mail wordt verzocht deze optie eerst te willen bespreken met de commissie CKV alvorens verder in detail uit te werken. Op 2 februari 2022 laat dhr. J weten: “Wij denken niet dat het zinvol is over dit voorstel in gesprek te gaan”. Bij de alternatieve optie zou een nieuw element worden toegevoegd. Op 4 februari 2022 laat onze tekenaar aan dhr J per mail weten het nogal teleurstellend te vinden dat het verzoek om in gesprek te komen met de commissie CKV niet wordt ingewilligd en verzoekt alsnog om in gesprek te komen. De weging van een nieuw element als een verholen goot wegende tegenover het nieuwe element in het alternatieve voorstel zou onder andere onderwerp van gesprek zijn. Op 5 februari 2022 hebben wij het college van B&W een kopie van de mailcorrespondentie gestuurd en hen verzocht de regie ter hand te nemen en met ons in gesprek te gaan. De ambtelijke organisatie heeft immers aangegeven niet in gesprek te willen gaan. Immers het is het bevoegd gezag en kan op voet van art. 4: 84 AwB afwijken van bestaand beleid en ondanks een negatief advies van CRK de vergunning verlenen.
Op 6 februari 2022 mailen wij onze casus naar de raadsfracties van Gemeenteraad van Zeist. Dit was voor een aantal fracties reden om telefonisch met ons contact op te nemen anderen fracties zijn bij ons op bezoek gekomen om zelf de situatie te aanschouwen. Op 21 februari 2022 stelt mevr. Tjarda Struik namens de VVD fractie, naar aanleiding van onze casus, raadsvragen aan het College. Op 24 februari 2022 stelt de heer Jan Bredius namens de fractie van NDZ, naar aanleiding van onze casus, raadsvragen aan het College Op 28 februari 2022 laat dhr. J per mail aan onze tekenaar weten open te staan om op korte termijn een (online) afspraak, maar hij werpt daarbij wel een aantal drempels op. ‘Daarnaast verwachten wij ook vooraf duidelijke tekeningen van de door u ontworpen oplossing (en) en/of tekening die aantonen waarom de eerder door ons aangedragen principeoplossing niet voldoet. U dient uw ontwerp te baseren op de aanwezige monumentale waarden. Het lijkt mij weinig zinvol dat u blijft vasthouden aan een oplossing met een isolatiedikte van 14 cm, omdat dit tot nu toe absoluut niet tot een aanvaardbare oplossing heeft geleid.
Wij wachten ontvangst van
uw
tekeningen af alvorens een afspraak te maken. ’
N. b. de vet gedrukte passages zijn ook als vet gedrukt door dhr mailcorrespondentie vet gedrukt.
.
J in zijn
Kortom wij moeten eerst extra kosten maken door allerlei detailtekeningen aan te leveren, waarmee wij nota bene moeten aantonen dat een door dhr. J aangeleverde principeoplossing niet kan. Een principeoplossing die een nieuw element introduceert en slechts een isolatiewaarde van Rc 2, 4 oplevert. Onze wens is een oplossing zoals bij de Jacob van Lenneplaan, een oplossing die een isolatiewaarde haalt van Rc 6, 4. De door dhr. J aangeleverde principeoplossing is voor ons niet aanvaardbaar, maar alvorens in gesprek te gaan zouden wij allerlei kosten moeten maken voor een oplossing die wij helemaal niet willen. Een alternatief waarbij een nieuw element wordt geïntroduceerd, net als bij de door dhr. J aangeleverde principeoplossing, wordt van tevoren al afgeschoten. Deze in detail uitwerken, met alle daarbij gepaard gaande kosten, is dus absoluut niet zinvol. Op 9 maart 2022 ontvingen wij van het college antwoord op onze brief van 5 februari 2022. Behalve de mededeling dat onze aanvraag in behandeling is bij mevrouw B van team Ruimtelijke Ontwikkeling een situatiebeschrijving. Deze situatie was ons al bekend, deze was nu juist de reden van de brief van 5 februari 2022. Deze brief sloot af met de zin: ‘wij gaan ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Wij vroegen ons waarover wij nu precies geïnformeerd waren.
De situatiebeschrijving was al bekend, de reden dat wij het college van B&W een derde brief stuurden. Op 20 maart 2022 hebben wij middels een brief het college o. a. gevraagd of gebruik maken van art 4: 84 Awb gedelegeerd is aan mevr. B. Daarnaast hebben we een aantal concrete vragen per brief gesteld. Op 21 maart 2022 ontvangt de Raad antwoord op de raadsvragen gesteld door VVD en NDZ. In de beantwoording van vraag 6 gesteld door de VVD geeft het college aan dat de commissie CRK adviseert over omgevingsvergunningen en dat de commissie is samengesteld met deskundigen met een brede achtergrond in bouwhistorie, architectuur, stedenbouw en landschap. Deskundigheid op verduurzaming en energietransitie zijn dus niet vertegenwoordigd in de commissie CRK. Het belang van verduurzamen en isoleren van woningen in lijn met overheidsbeleid en wet- en regelgeving wordt dus niet vertegenwoordigd in de commissie CRK. De gemeente Zeist heeft dit onderkent en is daarom het project Duurzaam Erfgoed gestart waarin het opstellen van wegingscriteria en toetsingscriteria deel uitmaken. Het project voorziet in een proefperiode met experimenteerruimte en interimregels om meer mogelijk te maken voor het verduurzamen van monumenten. Aldus de beantwoording van de vraag 4 gesteld door de VVD.
Verder geeft het college aan in de beantwoording van de vragen dat de uitkomsten van Duurzaam Erfgoed Zeist project mogelijk van invloed is op de samenstelling of de werkwijze van de commissie CRK. In antwoord op de vraag 2 gesteld door NDZ geeft het college aan tijdens het project samen met stakeholders en eigenaren in een aantal pilots te werken aan criteria voor verduurzamen van monumenten. Onderdeel is met de CKV afspraken te maken over duurzaamheidsdoelen en het wegen van dit belang. Op 22 maart 2022 hebben wij telefonisch contact met mevr. B. Zij stuurde de beantwoording van de Raadsvragen door. Zij zou terugkomen op de punten die in het telefoongesprek aan de orde gekomen waren en vroeg ons of wij nog een formele reactie wensten op onze brief van 18 maart naar het college.
Op 23 maart 2022 hebben wij haar per mail de aantekeningen van mevr. L is gemaild. Deze waren voor haar onbekend. Wij hebben haar gewezen op de gebrek aan urgentie, pas eind 2023 is het project Duurzaam Erfgoed afgerond, maar ook gewezen op de beantwoording van vraag 4 gesteld door de VVD. De proefperiode met experimenteerruimte en interimregels om meer mogelijk te maken voor het verduurzamen van monumenten. Op 14 april 2022 hebben wij wederom telefonisch contact gehad met mevrouw X. Zij mailde me door een mail van mevrouw Y gericht aan haar en dhr. J . Mevr. K en dhr. J zijn van Erfgoed. Mevr. B. van Ruimtelijke Ontwikkeling. Deze mail was een gespreksverslag dat deze 3 ambtenaren hadden. Dhr. J. moest snel weg, vandaar dat mevr. K. mailde. In deze mail wordt gesteld dat er allerlei reden kunnen zijn om een gebouw tot monument te maken, architectonische waarde maar ook andere cultuurhistorische waarden. Onze woning zou aangewezen zijn wegens de architectonische kwaliteiten. Voorts wordt gesteld dat monumentenzorg altijd maatwerk is, dat monumentale waarden niet onevenredig mogen worden aangetast en dat waarden niet uitwisselbaar zijn tussen monumenten. Daarnaast gaf ze aan dat dit de portefeuillehouder Wethouder Fluitman is. Uit het telefonische contact en de mail zijn een aantal zaken opmerkelijkheden te destilleren: -
-
-
Op ons verzoek voor een afspraak met verantwoordelijk wethouder in september 2021 is Wethouder Catsburg gekomen. Nu is ineens Wethouder Fluitman portefeuillehouder. De ambtenaren Erfgoed, J en K, zijn of niet op de hoogte of passen niet toe, de experimenteerruimte en interimregels waarvan sprake is in de beantwoording door het College op de Raadsvragen gesteld door VVD en NDZ. Het deskundige oordeel van mevr. L is tijdens haar bezoek aan onze woning omtrent de architectonische kwaliteiten van onze woning worden volstrekt niet meegewogen. ‘Tegelijkertijd de constatering dat er al zoveel aangepast is aan de woning en het is al een monument waar je de invloeden van de afgelopen decennia in terugvindt dus een aanpassing die bij 2021 past zou niet eens zo heel gek passen bij de woning’. Slechts algemeenheden en boekenwijsheid worden toegepast.
Een andere constatering dan ambtelijke onwil en volharding, waarschijnlijk tegen beter weten in, en wereldvreemd (het negeren van de noodzakelijke klimaattransitie, de oorlog in Oekraïne en het overheidsbeleid dat vol inzet op verduurzaming) valt niet te trekken. In het telefoongesprek is aan de orde geweest dat zolang het project Duurzaam Erfgoed niet is afgerond, waarin gewerkt wordt met ‘interimregels’ (antwoord op vraag 3 gesteld door NDZ) en er geen veranderingen zijn doorgevoerd in beoordelingscriteria voor individuele situaties (antwoord op vraag 5 gesteld door de VVD) met de afdeling Erfgoed deze ook niet zal toepassen. Het college kan gedurende het project Duurzaam Erfgoed gebruik maken van haar bevoegdheden op grond van artikel 4: 84 Awb. Op 14 april 2022 hebben wij gebruik gemaakt van het Politiek Spreekuur. Suggesties van de diverse raadsfracties naar ons waren instellen van bezwaar en beroep, klachtenprocedure starten naar individuele ambtenaren. Politieke partijen suggereerde het opstellen van een motie maar naar ampel beraad heeft u ervoor gekozen nog 1 keer schriftelijke vragen te stellen. Op 15 april 2022 hebben wij mevrouw X laten weten dat wij graag een formele reactie wensen op onze brief aan het college van 18 maart 2022. Deze is tot op heden uitgebleven. Op 28 april 2022 heeft mevrouw Wilma Breddels vragen gesteld.
Op 2 juni 2022 heeft het college deze vragen beantwoord.