CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR22.039 Kadernota 2023 RDWI

Overige evenementen 15 februari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden8.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de bij de RDWI aangesloten gemeenten

Ontvangen Griffie 13-01-2022/PR22.039/516624

ONS KENMERK :

DATUM

: 12 januari 2022

UW KENMERK

:

BEHANDELD DOOR

: C. van der Eem

BIJLAGEN

:1

AFDELING/TEAM

: Unit FIF

ONDERWERP

: Kadernota 2023

TELEFOONNUMMER

: (030) 69 29 500

Geacht college van B&W en gemeenteraad, Hierbij bied ik u, namens het Dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen (GR RDWI), de Kadernota 2023 aan. De Kadernota gaat in op de ontwikkelingen voor de komende jaren, wat deze betekenen voor de organisatie en hoe we deze vertalen naar financiële kaders. De uitwerking daarvan vindt plaats in de ontwerp Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026. Wij vragen u om de zienswijzen op deze Kadernota voor 12 maart 2022 bij de GR RDWI in te dienen. Het Algemeen Bestuur zal de Kadernota inclusief de zienswijzen op 7 april 2022 vaststellen. De inhoud van de zienswijzen zal verwerkt worden in de ontwerp Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026. Ook deze wordt te zijner tijd voor zienswijze aan u aangeboden. Met vriendelijke groet,

B. Ruiter Directeur

De RSD is onderdeel van de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI)

KADERNOTA RDWI 2023 Versie 0.4

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 1

Voorwoord We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom ondersteunen we inwoners die vanwege uiteenlopende redenen afhankelijk zijn van een uitkering Participatiewet, die hulp nodig hebben bij schulden of die een inburgeringstraject doorlopen. Dat doen we onder andere door een nauwe samenwerking met de lokale en regionale netwerkpartners. Het jaar 2023 is het laatste jaar van de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023; de lijn die daarin is opgenomen, is het vertrekpunt voor de Kadernota. Deze Kadernota 2023 bevat nieuwe ontwikkelingen die we verwachten in 2023 en de vertaling daarvan in financiën en beleid; de uitwerking vindt plaats in de Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026, nadat gemeenten de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze in te dienen op deze Kadernota. Op basis van het regeerakkoord van het nieuwe kabinet houden we rekening met wijzigingen in de Participatiewet, onder andere om meer maatwerk mogelijk te maken. Daarnaast zullen we meer de focus leggen op inwoners voor wie betaald werk niet vanzelfsprekend is; door de gunstige arbeidsmarkt zien we ons bestand relatief zwaarder worden. Op het terrein van schulddienstverlening en inburgering verwachten we in 2023 nog geen grote wijzigingen, maar verwachten we een verdere doorontwikkeling na de wetswijzigingen in respectievelijk 2021 en 2022.

Door de uitvoering van de bestuursopdracht ‘groep 3’ (in het kader van de Strategische Kaders Participatiewet) en de vroegsignalering (in het kader van schulddienstverlening) merken we de voordelen en de meerwaarde van het samen optrekken met de sociale teams en andere netwerkpartners. In deze Kadernota wordt daarom meer dan voorheen de verbinding gemaakt met het sociaal domein breed, vanuit onze opdracht in de Participatiewet, schulddienstverlening en Wet inburgering. Dit is nodig met het oog op de ondersteuning aan inwoners die op onze dienstverlening zijn aangewezen. Met de borging van de verbeteringen die de afgelopen jaren in de bedrijfsvoering zijn doorgevoerd, zijn we in staat om integraler te werken om de inwoner van de regio nog beter van dienst te zijn. In de financiële kaders zijn de bijgestelde verwachtingen van de omvang van het klantenbestand verwerkt. Ten tijde van het opstellen van de vorige Kadernota en Begroting (2022) werd rekening gehouden met forse groei van het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering of aanpalende regelingen. Inmiddels zijn de prognoses positiever, al blijven deze mede afhankelijk vanwege het verloop van de coronacrisis en bijbehorende maatregelen. Deze Kadernota wordt via de gebruikelijke wijze aangeboden aan de gemeenteraden.

Zienswijzen op de Kadernota worden meegenomen in de ontwerp Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 die na 7 april 2022 aan de gemeenten wordt aangeboden.

Zeist, 12 januari 2022

S. Jansen Voorzitter bestuur RDWI

Kadernota 2023 – versie 0.4

B. Ruiter Directeur RDWI

pag. 2

Inhoudsopgave 1 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 2 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 3 4 4.1. 4.2.

HOOFDLIJNEN KADERNOTA ............................................................................................. 4 ONTWIKKELINGEN IN VOGELVLUCHT .............................................................................. 4 SPEERPUNTEN VOOR 2023 .............................................................................................. 5 WAAR HOUDEN WE FINANCIEEL GEZIEN REKENING MEE ............................................... 6 SAMENVATTING FINANCIËN ............................................................................................ 7 THEMA’S 2023 ................................................................................................................. 9 ONTWIKKELING VAN HET BESTAND BIJSTAND ................................................................ 9 RE-INTEGRATIE, PARTICIPATIE EN DIENSTVERLENING AAN WERKGEVERS ................... 11 MAATWERK BIJ INKOMENSVOORZIENINGEN ................................................................ 13 DIENSTVERLENING AAN INBURGERAARS ...................................................................... 14 DREMPEL VERLAGEN VOOR HULP BIJ SCHULDEN ......................................................... 15 UITVOERING WSW DOOR BIGA GROEP .........................................................................

16 BEDRIJFSVOERING ......................................................................................................... 17 ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ........................................................................... 17 RISICOMANAGEMENT.................................................................................................... 18

BIJLAGE 1 MEERJARENRAMING

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 3

1

Hoofdlijnen Kadernota

De Kadernota 2023 geeft de financiële kaders die nodig zijn om de beleidsdoelen voor 2023 te realiseren. In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven van de ontwikkelingen waar we rekening mee houden, de belangrijkste thema’s waar we ons op gaan richten en de financiële uitgangspunten. De manier waarop we daar invulling aan geven en de concrete en zo meetbaar mogelijke doelstellingen die we daaraan verbinden, worden verwerkt in de Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026. Daarin worden ook de zienswijzen verwerkt die door gemeenten op deze Kadernota worden meegegeven.

1.1. Ontwikkelingen in vogelvlucht De vorige Kadernota (2022) stond nog vol met onzekerheden vanwege de uitbraak van het coronavirus op dat moment. Inmiddels weten we dat de economie tegen de crisis bestand is geweest, mede dankzij de noodmaatregelen. Zodanig zelfs dat de arbeidsmarkt onder druk staat omdat sommige sectoren kampen met grote tekorten aan personeel. De grote stijging van het klantenbestand van de Participatiewet is dan ook vooralsnog uitgebleven. Daarnaast hebben de noodmaatregelen zoals de Tijdelijke ondersteuningsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) gezorgd voor een minimale instroom in de reguliere regeling voor zelfstandigen (BBZ). De krapte op de arbeidsmarkt is zodanig dat veel inwoners die zonder inkomen zitten, zelfstandig de weg naar werk kunnen vinden. Met andere woorden, deze inwoners zien we niet terug in het klantenbestand. Het profiel van de inwoners die afhankelijk zijn van de Participatiewet, is ingewikkelder aan het worden. Gezien de economische voorspellingen verwachten we dat dit beeld in 2023 niet anders zal zijn. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 2.1 en paragraaf 2.2. Het vorige kabinet had plannen om de participatie van mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Een deel van die plannen is doorgeschoven naar het nieuwe kabinet.

Ook is het mogelijk dat de discussie over ‘sociale ontwikkelbedrijven’ gaat leiden tot een nieuwe vorm van een werkvoorziening voor mensen met een arbeidsbeperking. Daarnaast is er, mede door een bredere maatschappelijke ontwikkeling, meer aandacht voor individualisering in de Participatiewet (de ‘menselijke maat’). De huidige wet kent daarin echter een aantal strikte voorwaarden. Daarbij gaat het onder andere om het verrekenen van inkomsten bij werk en de kostendelersnorm. Het nieuwe kabinet heeft op deze onderwerpen wijzigingen aangekondigd. Of deze al in 2023 worden doorgevoerd, is nu nog niet bekend. Een doorlopende ontwikkeling waar we ook in 2023 mee te maken zullen hebben, is de verdere regionalisering van de werkgeversdienstverlening. Op basis van de SUWIwetgeving werken we met vijf regio’s, het UWV en de sociale partners samen in de Arbeidsmarktregio Midden-Utrecht. Tijdens de coronacrisis zijn de Regionale Mobiliteitsteams ingericht. Het is denkbaar dat deze, wellicht in iets andere vorm, voortgezet worden. Deze kunnen bijvoorbeeld een rol spelen in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod; verwacht wordt dat de huidige krapte op de arbeidsmarkt voorlopig aan zal blijven. Zie verder paragraaf 2.2 en paragraaf 2.3. Op het terrein van de nieuwe Wet inburgering verwachten we in 2023 nog geen (ingrijpende) wijzigingen voor wat betreft de regelgeving.

Er is dan één jaar van de nieuwe wet achter de rug. De grootste onzekerheid bij de Wet inburgering is de fluctuatie van het aantal inburgeraars. Dit is afhankelijk van wereldwijde ontwikkelingen en

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 4

vervolgens de taakstelling die gemeenten krijgen om statushouders te huisvesten. In paragraaf 2.4 wordt ingegaan op de ontwikkelingen rond de Wet inburgering. De brede armoede- en schuldenaanpak wordt door het nieuwe kabinet doorgezet. We verwachten daarin vooral een voortzetting van de huidige lijn en dat biedt kansen voor een nog betere aanpak samen met de lokale netwerkpartners. We zullen in 2023 ook de effecten gaan zien van de wettelijke vroegsignalering (sinds 2021), die leidt tot een grotere instroom, of in veel situaties een eerdere instroom dan voorheen. Zie paragraaf 2.5 voor de verwachte ontwikkelingen op het terrein van schulddienstverlening. Het jaar 2023 is het laatste jaar van de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023. Op het moment van schrijven is nog onduidelijk wat de impact is van de uitwerking van deze kaders. Ook is nog niet duidelijk hoe een eventuele volgende periode van strategische kaders vorm gaat krijgen. Het is gebruikelijk dat bij een nieuwe collegeperiode ook nieuwe strategische kaders worden opgesteld. Ontwikkelingen in de regionale samenwerking enerzijds en de behoefte voor meer lokale invulling anderzijds, vragen ook van de RSD aanpassingsvermogen. Zowel op beleidsmatig/strategisch niveau als op uitvoerend/praktisch niveau blijft behoefte aan lokale aansluiting.

Dat sluit ook aan bij de wijkgerichte benadering van gemeenten, vanuit de opgaven waar zij voor staan. In paragrafen 2.2 tot en met 2.5 komen de regionale en lokale samenwerking op de verschillende onderdelen aan de orde.

1.2. Speerpunten voor 2023 De kern van onze dienstverlening is ongewijzigd in 2023. Wel leggen we ieder jaar, afhankelijk van de ontwikkelingen zoals in de vorige paragraaf geschetst, bepaalde accenten. Voor dit jaar brengen we volgende speerpunten aan: •

•

•

•

Verbinding in het sociaal domein en lokale aansluiting (paragrafen 2.2 tot en met 2.5) De ervaring leert dat intensievere samenwerking met de sociale teams van grote meerwaarde is. Hoewel de overlap tussen de Participatiewet enerzijds en de Wmo en Jeugdzorg anderzijds in de praktijk beperkt is, kan het juist voor die groep van meerwaarde zijn om samen op te trekken. Dat begint bij een goede diagnose van de hulpvraag. Zowel de RSD als de sociale teams zijn daarbij onmisbare partners. Accentverschuiving in re-integratie en participatie (paragraaf 2.1 en 2.2) Het profiel van inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering, is ingewikkelder dan voorheen. We begeleiden iedereen naar een zo passend mogelijke werkplek of andere vormen van participatie. Vanwege de ontwikkeling van ons bestand zal er relatief meer nodig zijn voor diegene die daarbij (soms veel) ondersteuning nodig heeft of voor wie betaald werk niet haalbaar is en minder voor diegene die zonder al te veel ondersteuning naar werk kan. Een goede balans tussen bovenregionaal-regionaal-lokaal (paragraaf 2.2) Harmonisatie van de dienstverlening op bovenregionaal niveau kan behulpzaam zijn bij onze eigen dienstverlening. Uitgangspunt is wat de beste dienstverlening is voor inwoner en werkgever.

Het gaat daarom om de juiste balans tussen aan de ene kant de bovenregionale (geharmoniseerde) dienstverlening en aan de andere kant wat lokaal nodig is om maatwerk aan de inwoner te bieden. Maatwerk waar nodig en mogelijk (paragraaf 2.3) Iedere inkomenssituatie is anders. Binnen de Participatiewet is er tot op zekere hoogte ruimte om maatwerk te leveren bij inkomensvoorzieningen. We

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 5

•

•

verwachten dat er in de toekomst meer aandacht zal zijn voor individualisering in de inkomensvoorzieningen. Doorontwikkeling van de dienstverlening aan inburgeraars (paragraaf 2.4) Het jaar 2023 is het tweede jaar van de nieuwe Wet inburgering. We gaan er van uit dat er in 2022 nog hobbels en aandachtspunten zullen zijn die we voorafgaand aan de invoering van de wet nog niet in beeld konden hebben. Die zullen deels al in 2022 opgelost worden. Na het eerste uitvoeringsjaar 2022 wordt in 2023 de dienstverlening verder gefinetuned. De drempel verlagen voor schulddienstverlening (paragraaf 2.5) Het succes van vroegtijdig schulden aanpakken is in grote mate afhankelijk van de bereidheid van inwoners zelf om hulp te zoeken. We blijven in overleg met gemeenten inzetten om de drempel naar schulddienstverlening te verlagen.

Bovenstaande speerpunten worden in de Begroting 2023 vertaald naar haalbare doelstellingen. Daarbij gaat het vooral om het effect voor de inwoner die onze ondersteuning nodig heeft.

1.3. Waar houden we financieel gezien rekening mee In de Macro economische verkenning die het CPB in de aanloop naar Prinsjesdag 2021 opgesteld heeft, wordt geconstateerd dat de Nederlandse economie de coronacrisis verrassend goed doorstaat. De economie en arbeidsmarkt hebben in de verschillende stadia van de coronacrisis veerkracht getoond. Tegelijkertijd constateert het CPB dat de verspreiding van het coronavirus een bron van onzekerheid blijft. De ontwikkeling die uit het CPB-rapport naar voren komt, is ook te zien in de doorkijk in deze Kadernota. De data die het CPB bij deze verkenning beschikbaar heeft gesteld, vormen de basis voor onze berekeningen. Het financieel effect van de ontwikkelingen uit deze macro economische verkenning leidt tot een verlaging van de lasten voor de RDWI en tot een verlaging van de bijdragen van gemeenten. De ontwikkeling ten opzichte van de vorige Kadernota is dus positief, al is de werkelijke uitkomst mede afhankelijk van de ontwikkeling van de economie. Algemene uitgangspunten - Er is rekening gehouden met een reële begroting 2021 en meerjarenkader; - Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; - In hoofdstuk 2 worden alleen de programmakosten opgenomen; - In hoofdstuk 3 zijn alle uitvoeringskosten opgenomen.

Budgetten Sociaal Domein De budgetten re-integratie en participatie en sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de uitkeringen sociaal domein zoals opgenomen in de septembercirculaire 2021. Op dit moment is er sprake van één ongedeeld re-integratiebudget voor de vijf gemeenten. In de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023 hebben de gemeenten afgesproken dat zij deze afspraak (‘ontschotting’) evalueren en dat in de financiële uitwerking wordt vastgelegd of, en zo ja hoe, deze afspraken gehandhaafd worden. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden op het moment van schrijven van deze Kadernota. Daarom wordt voor nu voortgebouwd op de huidige systematiek.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 6

Omvang formatie Er wordt uitgegaan van een formatie-omvang van 154,4 fte. Dit is inclusief de effecten van de besluiten over de afbouw van de formatie intensieve aanpak en het effect van de nieuwe taken vroegsignalering. Dit wordt verder uiteengezet in hoofdstuk 4. Lonen en salarissen Wet sociale werkvoorziening De salariskosten Wsw zijn gebaseerd op de bedragen zoals opgenomen in een conceptmeerjarenraming 2022 en verder, ontvangen van Biga Groep BV. Prijsaanpassingen (indexeringspercentages) Een prijsindexatie op de apparaatskosten (exclusief lonen en salarissen) van 1,5% is opgenomen in de Kadernota. Dit percentage is opgenomen in de septembercirculaire 2021. Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB. Loonaanpassingen De loonontwikkeling is ook gebaseerd op de verwachte loonontwikkeling (+2,3%) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2020. Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB.

1.4. Samenvatting financiën De belangrijkste financiële ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2023 zijn: 1. Ten opzichte van de Kadernota 2022 verwachten we dat de sociaal domein lasten dalen. Het aantal uitkeringsgerechtigden groeit minder dan werd verwacht ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2022. De verwachting is dat de ontwikkeling in onze regio gelijke tred houdt met landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, worden de lasten gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. Voor 2023 is de verwachting dat het resultaat voor de gemeenten tezamen positief is. 2. De gemeentelijke bijdragen voor de inkomensvoorzieningen worden verlaagd ten opzichte van de Kadernota 2022. Ook dit heeft te maken met een andere verwachting ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2022. Er was vanwege de coronacrisis en de nog onbekende economische effecten geanticipeerd op een forse stijging van het aantal aanvragen. Deze stijging blijft tot nu toe beperkt en voor de komende jaren zijn de verwachtingen positiever. Daardoor kunnen de ramingen voor 2023 en bijgesteld worden. 3. In 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering van start. In de aanloop naar deze datum vindt nog overleg plaats tussen het kabinet en de VNG over de invulling van bepaalde taken en werkzaamheden. Hier kunnen nog wijzigingen uit voortvloeien voor 2023 en verder.

Indien de effecten van deze afspraken tijdig bekend zijn, zullen deze worden verwerkt in de Begroting 2023. 4. Het aantal inburgeraars zal naar verwachting toenemen. De taakstelling in 2022 is 34% hoger dan in de jaren ervoor en de verwachting is dat deze taakstelling op dit niveau zal blijven. De stijging leidt tot een verhoging van de lasten voor de voorzieningen inburgering; voor deze voorzieningen ontvangen gemeenten middelen van het Rijk. 5. De verwachte omvang van het klantenbestand blijft binnen de in de Begroting 2022 afgesproken bandbreedte. De formatie is aangepast op basis van de besluiten van het Algemeen bestuur over de afbouw intensieve aanpak nieuwkomers en de nieuwe taken in het kader van de vroegsignalering.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 7

In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de mutaties op de bijdragen gemeenten op de verschillende activiteiten van RDWI. 2022

2023

2024

2025

Tabel 1 2026

84.437.400

84.642.600

84.554.000

83.339.300

83.339.300

Mutaties kadernota 2023: Gebundeld BUIG / BBZ 2004

-3.928.600

-2.547.100

-251.700

873.000

Re-integratie & participatie inclusief jeugdwerkloosheid, nieuwkomers intensieve aanpak en kinderopvang WSW Voorzieningen Wet Inburgering Inkomensvoorzieningen Bedrijfsvoering RSD Subtotaal mutaties kadernota 2023

-79.500 30.400 465.200 -404.950 128.500 -3.788.950

-132.450 41.100 516.100 -404.950 -27.750 -2.555.050

-70.900 18.300 516.100 -404.950 -184.000 -377.150

-70.900 -312.200 516.100 -404.950 -184.000 417.050

Bijdragen gemeenten Begroting 2022

Bijdragen gemeenten kadernota 2023

84.437.400 80.853.650 81.998.950 82.962.150 83.756.350

De verschillende onderdelen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 2 tot en met 4.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 8

2 Thema’s 2023 In dit hoofdstuk schetsen we welke ontwikkelingen wij verwachten die van invloed kunnen zijn op onze dienstverlening aan de inwoners. Ook worden op hoofdlijnen de doelen geschetst. Deze ontwikkelingen en doelen worden vertaald naar financiële kaders en worden verder uitgewerkt in de Begroting 2023. De financiële tabellen betreffen de programmakosten; de apparaatskosten zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

2.1. Ontwikkeling van het bestand bijstand Voor de ramingen van het aantal inwoners dat een beroep moet doen op een uitkering, volgen we de ramingen van het CPB. Het CPB gaat uit van een daling van het bestand in 2022, een stabilisatie in 2023 en daarna een stijging1. Tabel 2.1

Jaar

Groei/daling Stand t.o.v. het bijstandspartijen vorige jaar ultimo jaar

Bron

2019

-8,8%

2.755

Realisatie

Stand van zaken eind december 2019

2020

+2,5%

2.825

Realisatie

Stand van zaken eind december 2020

2021

+2,7%

2.900

Prognose

Op basis van ontwikkeling tot en met oktober 2021

2022

-1,4%

2.860

Schatting *

CPB raming bijstandsvolume, september 2021

2023

0%

2.860

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2021

2024

+2,63%

2.935

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2021

2025

0%

2.935

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2021

* De schattingen 2022 en verder zijn gebaseerd op cijfers van het CPB. De stijging in absolute aantallen die het CPB raamt, is vertaald naar percentages en naar absolute aantallen omgerekend op basis van een verwachte eindstand 2021 (gelijk aan die in de Najaarsnota 2021). In de Begroting 2023 wordt uitgegaan van de werkelijke eindstand 2021.

De samenstelling van het bestand is voortdurend in ontwikkeling. In gunstige economische tijden zien we een relatief laag bestand, maar tegelijkertijd ook een relatief zwaar bestand. Bij een gunstige arbeidsmarkt stromen kansrijke klanten als eerste uit. Het aandeel aan klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zoals inwoners met een arbeidsbeperking en (kwetsbare) jongeren, neemt daardoor toe. Wat willen we bereiken - We sturen op de beïnvloedbare factoren van het BUIG-bestand. Dat houdt in dat we een goed poortproces hebben waarbij we al direct bij een aanmelding beoordelen of de route naar werk mogelijk is, zodat een aanvraag voor een uitkering misschien niet eens nodig is (preventie van instroom). - Wanneer werk niet op korte termijn haalbaar is, geeft de samenwerking met sociale teams kansen om aan het begin van het proces via een goede diagnose de juiste route naar andere vormen van participatie en ondersteuning in te zetten. - De opdracht in de Participatiewet is om inwoners met een uitkering zodanig te ondersteunen dat zij deze uitkering niet meer nodig hebben. De middelen om dat te bereiken, worden in paragraaf 2.2 verder uiteengezet. 1

Bron: CPB Macro Economische verkenning 2022

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 9

Wat betekent dit financieel Tabel 2.2

Meerjarenkader 20232026

2022

2023

2024

2025

2026

Gebundelde uitkeringen BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden

50.089.000

49.598.000

49.505.000

48.678.000

48.678.000

BBZ Kredietverlening

139.000

139.000

139.000

139.000

139.000

BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

50.428.000

49.937.000

49.844.000

49.017.000

49.017.000

0

-3.785.200

-2.403.700

-108.300

1.016.400

0

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

BBZ Kredietverlening

0

-43.400

-43.400

-43.400

-43.400

Totaal BUIG / BBZ kadernota 2023

50.428.000

46.008.400

47.296.900

48.765.300

49.890.000

Totaal BUIG/BBZ 2022 Mutaties kadernota 2023: Gebundelde uitkering/ BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden BBZ Onderzoekskosten levensvatbaarheid

We verwachten dat de lasten BUIG / BBZ uitkering levensonderhoud starters en gevestigden in 2023 dalen met € 3,8 miljoen ten opzichte van de Begroting 2022. De schatting van het aantal uitkeringsgerechtigden is lager dan in de raming in de Begroting 2022. De daling van de lasten voor de BUIG en BBZ uitkeringen levensonderhoud voor starters en gevestigden hangt hiermee samen. Loonkostensubsidie banenafspraak en beschut werk In bovenstaande tabel is tevens een stijging verwerkt van de lasten loonkostensubsidie. Het aantal klanten met een arbeidsbeperking (zowel met als zonder uitkering) maakt sinds 2015 deel uit van de Participatiewet, door afsluiting van de Wsw en beperking van de Wajong. Dit betreft op het moment van schrijven (vierde kwartaal 2021) 680 mensen; wij verwachten dat dit er eind 2022 tussen 750 en 800 zijn en eind 2023 tussen 850 en 900. Deze ontvangen niet allemaal een uitkering, dus tellen niet (volledig) mee in het volume BUIG. Ongeveer de helft van hen is aan het werk, met ondersteuning via een loonkostensubsidie aan de werkgever en/of jobcoaching op de werkplek. De loonkostensubsidies maken deel uit van het BUIG-budget. Het kabinet heeft de financieringssystematiek van dit deel van het BUIG budget gewijzigd met ingang van 2022.

Het budget voor loonkostensubsidie wordt gekoppeld aan de werkelijk verstrekte loonkostensubsidies in het jaar voorafgaand aan het budgetjaar. Dat biedt mogelijk meer kansen voor plaatsingen met loonkostensubsidie. BBZ – kredietverstrekking en onderzoekskosten levensvatbaarheid De onderzoeken levensvatbaarheid bij een aanvraag BBZ (zowel de aanvragen voor een uitkering als voor kredieten) worden zoveel mogelijk in eigen beheer gedaan. De kosten per onderzoek zijn na een aanbesteding in 2021 ook gedaald. Daardoor daalt het benodigde budget onderzoek levensvatbaarheid met € 100.000. Resultaat BUIG/ BBZ uitkeringen levensonderhoud starters en gevestigden In tabel 2.3 is voor de gemeenten extracomptabel het resultaat op het BUIG budget 2023 berekend.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 10

Tabel 2.3

Resultaat BUIG 2023

A. Rijksbudgetten BUIG

B. LASTEN BUIG/BBZ

C. Totaal baten T&V

D Vangnet uitkering

E. Resultaat voor onschotting na Vangnetuitkering A-B-C+D = E

F. Resultaat na vangnetuitkering na ontschotting

Bunnik

2.007.000

2.165.600

-20.800

0

-137.700

-27.200

De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede

9.882.000

9.347.600

-162.500

0

696.500

562.300

10.194.000

10.880.300

-188.500

0

-497.500

-138.400

4.166.000

4.236.300

-175.400

0

105.200

48.800

Zeist

20.551.000

20.133.000

-402.800

0

820.600

541.600

Totaal budget

46.800.000 46.762.800 -950.000

0

987.100

987.100

Het ministerie hanteert voor het vaststellen van het macrobudget het uitgangspunt dat het budget voldoende moet zijn om de landelijke ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden en de ontwikkeling van de lasten te dekken. Bij de raming in deze Kadernota is als uitgangspunt genomen dat de ontwikkeling het klantenbestand van onze gemeenten gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. De verwachting is dat het gezamenlijk resultaat in 2023 op de BUIG positief zal zijn. Het saldo van de gemeenten Bunnik en Utrechtse Heuvelrug zal negatief zijn. Voor de berekening van de ontschotting zijn de afspraken uit 2021 gehanteerd. Alleen tekorten van individuele gemeenten zijn verdeeld over de vijf gemeenten op basis van de verdeling van het BUIG-budget. In het algemeen geldt dat de werkelijkheid altijd kan afwijken van de ramingen, die uitgaan van bepaalde aannames. Het advies aan gemeenten is dan ook om in het gemeentelijke weerstandsvermogen rekening te blijven houden met een mogelijk negatief resultaat.

2.2. Re-integratie, participatie en dienstverlening aan werkgevers Het participatiebudget is bedoeld om inwoners te begeleiden naar een passende vorm van werk of participatie. De volgende ontwikkelingen zijn relevant in 2023: - Doordat de arbeidsmarkt gunstig is voor werkzoekenden, zal het aantal mensen in ons bestand dat moeite heeft om zelf werk te vinden, relatief groter worden. De begeleiding van deze groep richting werk vergt een intensievere aanpak. - Een relatief grote groep heeft geen of beperkt uitzicht op betaald werk. De focus verschuift daarom (naast uitstroom) steeds meer naar maatschappelijke participatie. Dat betekent ook dat de samenwerking met de sociale teams steeds belangrijker wordt, mede in het licht van wijkgerichte aanpak. - De groei van het aantal inwoners met een indicatie banenafspraak of advies beschut werk leidt naast uitstroom ook tot een groei van het aandeel van jobcoaching en begeleidingskosten binnen het participatiebudget, omdat we verantwoordelijk blijven voor de begeleiding van deze groep. - Er is steeds meer samenwerking op bovenregionaal niveau op het terrein van werkgeversdienstverlening, onder andere de harmonisatie van instrumenten. Wat willen we bereiken - Bij de benadering van werkgevers gaat het lang niet (alleen) meer om het vullen van vacatures, maar om via branchegerichte projecten vraag en aanbod bij elkaar te brengen.

Ook werken we bovenregionaal samen om de bekendheid onder werkgevers van de mogelijkheden voor de inzet van de banenafspraak (loonkostensubsidie) te

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 11

vergroten. Hierbij gaat het met name om werkzoekenden die relatief snel aan het werk kunnen. - De focus in onze eigen regionale aanpak zal meer verschuiven naar de groep die intensievere begeleiding nodig heeft. Uit eerdere ervaringen (bijvoorbeeld het project Zorg ontzorgd in 2021) blijkt dat aandacht werkt. - Daarnaast zoeken we voor deze groep ook een verdere versteviging van de samenwerking met Biga Groep, bijvoorbeeld door een uitbreiding van de dienstverlening van Werkroute. - Bij de groep voor wie werk te ver weg is, leggen we de focus op maatschappelijke participatie. Dat betekent dat ook de samenwerking met de netwerkpartners en aansluiting bij lokale werkgelegenheidsprojecten steeds belangrijker wordt om vanuit een gedeelde visie maatwerk te bieden. Wat betekent dit financieel In tabel 2.4 zijn de mutaties op de budgetten die ingezet worden voor de ondersteuning van klanten inzichtelijk gemaakt, exclusief de subsidie Wet sociale werkvoorziening. Tabel 2.4 Meerjarenkader 20232026

2022

2023

2024

2025

2026

Re-integratie & Participatie, programma jeugdwerkloosheid begroting 2022

3.772.640

3.882.000

3.984.100

3.984.100

3.984.100

-5.000

-26.700

66.100

66.100

Mutaties kadernota 2023 Subtotaal re-integratie & Participatie

3.772.640

3.877.000

3.957.400

4.050.200

4.050.200

Klantkosten nieuwkomers

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

0

-62.500

-93.750

-125.000

-125.000

125.000

62.500

31.250

0

0

316.000

316.000

316.000

316.000

316.000

-12.000

-12.000

-12.000

-12.000

316.000

304.000

304.000

304.000

304.000

0

-79.500

-132.450

-70.900

-70.900

4.213.640

4.243.500

4.292.650

Verwerking AB besluit 30 juni 2021 – afbouw intensieve dienstverlening Subtotaal klantkosten nieuwkomers Kinderopvang Mutaties kadernota 2023 Subtotaal kinderopvang Mutaties kadernota 2023: Totaal bijdragen gemeenten

4.354.200 4.354.200

Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om klanten voldoende te ondersteunen naar werk of participatie. Onder andere jobcoaching en intensievere begeleiding zijn instrumenten die we daarvoor inzetten; gezien de ontwikkeling van de doelgroep maken deze relatief een groter deel uit van het budget dan voorheen. We zijn daarbij uitgegaan van gelijkblijvende afspraken tussen gemeenten over ontschotting van re-integratiemiddelen. Toelichting mutaties 2023: - De mutatie re-integratie heeft betrekking op de ontwikkeling van de budgetten zoals vermeld in de specificatie bij de septembercirculaire gemeentefonds 2021. - Voor de begeleiding van nieuwkomers is in het kader van de intensieve aanpak een budget klantkosten nieuwkomers beschikbaar gesteld. Het gaat om nieuwkomers die nog onder het oude stelsel (vóór de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2022)

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 12

vallen. Het Algemeen bestuur heeft op 30 juni 2021 een besluit genomen om deze aanpak in vier jaar gefaseerd af te bouwen. In deze Kadernota is het effect van deze afspraak verwerkt. - Met alle gemeenten zijn werkafspraken gemaakt over kinderopvang. De prognose voor 2023 en verder is gebaseerd op de werkelijke kosten in 2021. Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd het stelsel van kinderopvangtoeslag te wijzigen, maar op basis van de huidige informatie is nog niet in te schatten wat dit gaat betekenen en op welke termijn dit gaat plaatsvinden. Per saldo leiden deze mutaties tot een verlaging van de gemeentelijke bijdragen met € 79.500 in 2023. Wet sociale werkvoorziening Voor de subsidie Wet sociale werkvoorziening zijn de mutaties in de septembercirculaire gemeentefonds 2021 als volgt: Tabel 2.5 Meerjarenkader 2023-2026 Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening 2022

2022

2023

2024

2025

2026

8.653.200

8.445.400

8.182.800

7.795.100

7.795.100

30.400

41.100

18.300

-312.200

8.475.800

8.223.900

7.813.400

7.482.900

Mutatie kadernota 2023 Totaal bijdragen gemeenten

8.653.200

Het budget subsidie Wet sociale werkvoorziening vormt ook onderdeel van de reintegratiemiddelen die de gemeenten ontvangen. Deze lasten dalen sinds de instroom is afgesloten in 2015. De daling is minder groot dan toen werd verwacht. De mutatie in 2023 betreft de compensatie van het ministerie hiervoor.

2.3. Maatwerk bij inkomensvoorzieningen We zien in de praktijk dat in ons werk steeds meer aandacht nodig is voor individuele beoordeling, wat kan leiden tot meer maatwerk. Ten aanzien van de algemene bijstand worden wetswijzigingen doorgevoerd door het nieuwe kabinet om dit maatwerk meer mogelijk te maken. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de kostendelersnorm. Als er meer individualisering nodig is, zal dit mogelijk ook meer van ons vragen in de uitvoering. Wat de eventuele impact daarvan is, is nu nog niet te voorzien. We zoeken daarin de juiste balans tussen maatwerk en extra uitvoeringskosten. Wanneer van toepassing, zullen we daar voorstellen voor doen. In 2023 zijn er voor zover we nu kunnen voorzien geen ingrijpende wijzigingen in de aanpalende regelingen zoals bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Deze inkomensvoorzieningen zijn al gebaseerd op individueel maatwerk. Naast deze regelingen voeren we het minimabeleid uit voor de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist. Ook hierin zijn in 2023 geen wijzigingen voorzien. Wat willen we bereiken - Waar nodig, bieden we maatwerk. Afhankelijk van de ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving zullen we ons voorbereiden op eventuele wijzigingen. - Naast maatwerk staat bij deze regelingen ook een snelle en adequate afhandeling van aanvragen centraal.

Ondersteuning aan inwoners is beschikbaar via onder andere de Formulierenbrigade. Hierin werken we steeds meer samen met de lokale sociale teams.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 13

- De CAZ-regeling wordt aangeboden door DSW. Het voornemen is om deze samenwerking voort te zetten. Wat betekent dit financieel Tabel 2.6 Meerjarenbegroting 20232026 Bijzondere bijstand Mutaties kadernota 2023 Subtotaal bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering

2022

2023

2024

2025

2026

3.103.000

3.369.000

3.369.000

3.369.000

3.369.000

0

-420.000

-420.000

-420.000

-420.000

3.103.000

2.949.000

2.949.000

2.949.000

2.949.000

1.346.100

1.346.100

1.346.100

1.346.100

1.346.100

-28.950

-28.950

-28.950

-28.950

Mutaties kadernota 2023 Subtotaal Collectieve Ziektekostenverzekering

1.346.100

1.317.150

1.317.150

1.317.150

1.317.150

Individuele Inkomenstoeslagen

1.123.000

1.123.000

1.123.000

1.123.000

1.123.000

19.000

19.000

19.000

19.000

1.123.000

1.142.000

1.142.000

1.142.000

1.142.000

675.000

675.000

675.000

675.000

675.000

25.000

25.000

25.000

25.000

675.000

700.000

700.000

700.000

700.000

0

-404.950

-404.950

-404.950

-404.950

6.247.100

6.108.150

6.108.150

6.108.150

6.108.150

Mutaties kadernota 2023 Subtotaal Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid Mutaties kadernota 2023 Subtotaal Minimabeleid Mutaties kadernota 2023 Totaal bijdragen gemeenten

De actualisatie van de inkomensvoorzieningen is gebaseerd op de verwachte kostenontwikkeling in 2021. De eerder verwachte stijging van de kosten voor de bijzondere bijstand is uitgebleven. Daardoor is er bij de bijzondere bijstand sprake van een relatief grotere daling van het benodigde budget. De actualisatie leidt verder voor de regelingen collectieve ziektekostenverzekering, de individuele inkomenstoeslagen en het minimabeleid tot beperkte aanpassing.

2.4. Dienstverlening aan inburgeraars Op het moment van schrijven is er nog weinig te voorspellen over de ontwikkelingen in de nieuwe Wet inburgering in 2023, omdat we aan het begin staan van de uitvoering van de nieuwe wet. Het jaar 2023 is het tweede uitvoeringsjaar. We gaan er van uit dat er in 2022 nog hobbels en aandachtspunten zullen zijn die we voorafgaand aan de invoering van de wet nog niet konden zien.. Wat willen we bereiken - Na het eerste uitvoeringsjaar 2022 wordt in 2023 de dienstverlening verder gefinetuned. Het doel daarvan is om de dienstverlening aan de inburgeraars verder te optimaliseren en om recht te doen aan de uitgangspunten die voorafgaand aan de wet zijn vastgesteld, waaronder een integrale aanpak van werk en taal. - In 2023 willen we de geleerde lessen uit het eerste jaar (2022) vertalen naar eventuele aanpassingen in de uitvoering en waar nodig beleidswijzigingen in 2023. We doen dat in samenwerking met onze netwerkpartners zoals de Vluchtelingenwerkorganisaties en in samenspraak met de andere gemeenten op U16niveau.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 14

Wat betekent dit financieel Het financieel overzicht in deze paragraaf betreft de voorzieningen (programmakosten) die voortvloeien uit de Wet inburgering. De programmakosten van de intensieve aanpak van de inburgeraars die onder het oude stelsel vallen, zijn meegenomen in paragraaf 2.2, omdat dat activiteiten in het kader van de Participatiewet betreffen. Het mandaat en beheer van de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) en de uitvoeringskosten van de Wet inburgering (Wi) en bijbehorende taken zijn bij de RDWI belegd, met uitzondering van de taken en middelen ter bekostiging van maatschappelijke begeleiding. De gemeenten ontvangen van het Rijk middelen voor de uitvoering van de wet; de uitvoering van de wet door de RSD vindt plaats binnen deze financiële kaders.

Lasten Bijdragen gemeenten begroting 2022 Mutatie kadernota 2023 Totaal bijdragen gemeenten voorzieningen wet inburgering

2022

2023

2024

2025

Tabel 2.7 2026

664.300

1.076.300

1.179.400

1.179.400

1.179.400

465.200

516.100

516.100

516.100

664.300 1.541.500 1.695.500 1.695.500 1.695.500

De mutatie betreft het effect van de stijging van het aantal statushouders dat in de regio zal inburgeren. Dit is gebaseerd op de taakstelling huisvesting die gemeenten hebben.

2.5. Drempel verlagen voor hulp bij schulden Mogelijk komt er een uitbreiding van het aantal partijen dat signalen moet melden. Deze vroegsignalering leidt tot een grotere instroom, of in veel situaties een eerdere instroom dan voorheen. Daarbij gaan we er van uit dat (op termijn) de omvang van de schuldenproblematiek gemiddeld minder groot zal zijn, omdat de schulden eerder aangepakt worden. Het Rijk heeft voor deze extra taken geen extra middelen beschikbaar gesteld aan de gemeenten, omdat het positieve effect van deze taken moet gaan landen in andere voorzieningen zoals (minder gebruik van) de Wmo. Wat willen we bereiken - Het vroegtijdig opsporen van schulden was en blijft een speerpunt. De inmiddels wettelijk geregelde vroegsignalering was een belangrijke stap vooruit. Daarmee zijn we er nog niet. Schulddienstverlening blijft afhankelijk van de bereidheid van inwoners zelf om hulp te zoeken. - We gaan daarom uit van een voortzetting van de goede samenwerking met de sociale teams, die in het kader van vroegsignalering is opgezet. - We blijven in overleg met gemeenten inzetten om de drempel naar schulddienstverlening verder te verlagen voor inwoners (inclusief ondernemers). Dit is een kwestie van lange adem; in de praktijk bij andere gemeenten blijkt dat het enkele jaren duurt voordat effecten terug te zien zijn in de cijfers.

Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD. De taken op het terrein van vroegsignalering zijn extra taken ten opzichte van het bestaande dienstverleningspakket van de RSD. Daarom is het voorstel om vanaf 2023 0,8 fte toe te voegen aan de toegestane formatie, zodat de extra taken adequaat kunnen worden opgepakt. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 4.1.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 15

3 Uitvoering Wsw door Biga Groep De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt onder verantwoordelijkheid van de RDWI gedaan door Biga Groep BV. Wat betekent dit financieel Tabel 3.1 Meerjarenkader 2023-2026 WSW door Biga Groep

2022

2023

2024

2025

2026

9.423.000

9.238.000

9.057.000

9.057.000

9.057.000

-354.000

-439.000

-698.000

-949.000

9.423.000

8.884.000

8.618.000

8.359.000

8.108.000

Totaal bijdrage van Biga

9.423.000

8.884.000

8.618.000

8.359.000

8.108.000

Totaal bijdrage Biga

9.423.000

8.884.000

8.618.000

8.359.000

8.108.000

Lasten: Loonkosten SW Mutaties kadernota/begroting 2023 Totaal loonkosten SW Baten:

De raming is geactualiseerd op de opgave van de loonkosten Wsw voor de periode 2022 tot en met 2026 van Biga Groep BV. Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. De gemeenten verstrekken via de begroting van de RDWI een extra bijdrage aan Biga Groep. Het gaat om: Tabel 3.2 Meerjarenkader 2023-2026, WSW extra bijdrage gemeenten aan BIGA Groep

2022

2023

2024

2025

2026

Extra Bijdrage gemeenten aan BIGA

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Totaal bijdragen gemeenten

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

De Rijksbijdrage die gemeenten ontvangen voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening zijn opgenomen in paragraaf 2.2.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 16

4

Bedrijfsvoering

4.1. Organisatie en apparaatskosten Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. De verwachte ontwikkeling van het klantbestand in 2023 geeft geen aanleiding om de formatie aan te passen voor wat betreft de uitvoering van de Participatiewet. Ten opzichte van de Begroting 2022 wordt de formatie wel gewijzigd in verband met de afbouw van de formatie intensieve aanpak nieuwkomers en de uitbreiding met nieuwe taken vroegsignalering. Daardoor wordt in 2023 uitgegaan van een formatieomvang van 154,4 fte. Wat betekent dit financieel Tabel 4.2 Meerjarenraming bedrijfsvoering 2023-2026 Bijdragen gemeenten 2021 inclusief nieuwkomers Mutatie kadernota 2022 en begroting 2022

2022

2023

2024

2025

2026

12.894.700 12.894.700 12.894.700 12.894.700 12.894.700

Loon en prijsindexatie 2022 en verder

226.000

226.000

226.000

226.000

226.000

Bijdragen wet uitvoering wet inburgering

510.400

627.100

688.800

688.800

688.800

Bijdragen inclusief mutaties kadernota en begroting 2022

13.631.100 13.747.800 13.809.500 13.809.500 13.809.500

Mutatie kadernota 2023 Besluit AB 30 juni 2021 afbouw intensieve aanpak nieuwkomers Besluit extra inzet Schulddienstverlening 0,8 fte en overhead Loon en prijsindexatie exclusief WI 2023 en verder Loon en prijsindexatie WI 2023 en verder Totaal bijdragen gemeenten2023 exclusief bijdrage BIGA

-312.500

-468.750

-625.000

-625.000

80.000

80.000

80.000

80.000

340.000

340.000

340.000

340.000

21.000

21.000

21.000

21.000

13.631.100 13.876.300 13.781.750 13.625.500 13.625.500

Toelichting: - Het financieel effect van het besluit van het Algemeen bestuur over de afbouw van de intensieve aanpak nieuwkomers is verwerkt. Deze afspraak leidt in 2023 tot een halvering van de bijdrage voor intensieve aanpak. In 2024 wordt dit verder afgebouwd naar 25%. De verwachting is dat eind 2024 alle statushouders die tot eind 2021 onder de oude wet zijn ingestroomd óf zijn uitgestroomd óf gebruik kunnen maken van de reguliere dienstverlening. - De vroegsignalering heeft tot extra taken geleid bij het team schulddienstverlening. Daarom wordt 0,8 fte toegevoegd aan de formatie. Inclusief overhead, ten behoeve van onder meer de software, wordt hiervoor € 80.000 toegevoegd. - Tot slot worden de lasten geïndexeerd voor loon- en prijsstijging. Hiervoor zijn de percentages in de septembercirculaire 2021 leidend. Voor 2023 gelden loonvoet sector overheid 2,3% en prijsindexatie 1,5%. Ten behoeve van het inzicht is de indexatie van de lasten voor de uitvoering van de Wet inburgering apart gespecificeerd.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 17

In 2023 zullen ook werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van de afwikkeling van de verschillende Tozo regelingen uit 2020-2021. Deze kosten worden gedekt uit een onttrekking aan de reserve. Het uitgangspunt is dat toevoeging aan de reserve bij de resultaatbestemming bij de vaststelling van de Jaarrekening 2021 voldoende is om deze kosten te dekken. Informatieveiligheid en privacy De RSD bouwt de digitale dienstverlening steeds verder uit. Daarmee worden ook hogere eisen gesteld aan informatieveiligheid en privacy. Het informatiebeveiligingsbeleid is in september 2021 vastgesteld en op basis van het uitvoeringsplan informatiebeveiliging 2022-2024 worden de voorgestelde maatregelen en activiteiten uitgevoerd. Investeren in de integrale aanpak van informatiebeveiliging betekent risicovermindering. Dit wordt uitgevoerd in samenwerking met de deelnemende organisaties van de RID. De ontwikkelingen op het gebied van informatieveiligheid en privacy leiden mogelijk tot hogere kosten in de bedrijfsvoering. In 2022 zal duidelijk worden wat dit concreet betekent. Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen Wij werken hard om een duurzame organisatie en de daarbij behorende duurzame en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering op te bouwen. Dit komt onder andere tot uiting in ons inkoopbeleid, waarbij aandacht is voor milieuaspecten.

In de programma’s van eisen bij aanbestedingen worden duurzaamheidscriteria opgenomen en duurzaamheid wordt waar mogelijk expliciet meegenomen bij de beoordeling van leveranciers en aanbiedingen. Inkoop vindt ook op sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze plaats. Bij aanbestedingen met een opdrachtwaarde van € 150.000 wordt SROI (sociaal return on investment) toegepast, zodat we meer kansen creëren voor inwoners met een arbeidsbeperking. Daarmee vragen wij ook van onze leveranciers een goede balans tussen “people, planet, profit”.

4.2. Risicomanagement De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control Cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - Voor- en Najaarsnota: het actualiseren van bestaande risico’s en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarstukken en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Alleen de open einde risico’s worden in deze Kadernota expliciet benoemd. De verdere uitwerking en actualisatie van de risico’s vindt plaats in Begroting 2023. Ontwikkeling van de economie en effect op open einde risico’s In 2021 heeft de economie zich hersteld van de recessie eind 2020. Voor 2022 wordt alweer een groei van 3,5% verwacht. In verschillende sectoren is al sprake van een krappe arbeidsmarkt. Dit herstel heeft ook een rol gespeeld bij de beoordeling van de risico’s voor deze Kadernota. Bij de actualisatie zijn de ‘open einde regelingen’- risico’s lager geschat.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 18

Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. In de Begroting 2023 vindt de verdere uitwerking plaats. In onderstaande tabel wordt de financiële impact van deze risico’s zichtbaar. Risico’s open einde regelingen totaal

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar)

Tekorten op BUIG budgetten

7.023.000

Vangnetregeling

527.000

Lasten bijzondere bijstand en IIT

300.000

Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ)

91.500 374.000

Onderzoeken levensvatbaarheid

PM

Kinderopvang Kredieten TOZO Totaal

91.000 PM 8.406.500

De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor deze risico’s is gedaald met bijna € 4,7 miljoen ten opzichte van de schatting in de Begroting 2022. Het risico van het tekort op de BUIG budgetten wordt hieronder per gemeente gepresenteerd.

Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2022, obv voorlopig budget

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 50%

201.000 989.000 1.020.000 417.000 2.056.000 4.683.000

302.000 1.483.000 1.530.000 625.000 3.083.000 7.023.000

Uitvoering wet inburgering De grootste onzekerheid is de fluctuatie in aantallen; dit is mede afhankelijk van wereldwijde ontwikkelingen en de huisvestingstaakstelling van gemeenten. De programmakosten worden gecompenseerd door het Rijk, maar een flinke stijging van het aantal inburgeraars heeft effect op de bedrijfsvoering. Het risico zit dus in de apparaatskosten en de dienstverlening, niet in de voorzieningen voor inburgeraars. Uitwerking financiën strategische kaders Over dit risico hebben wij in de Begroting 2021 gerapporteerd. Op het moment van schrijven (november 2021) is er nog geen duidelijkheid. Zolang dit het geval is, gaan wij uit van de bestaande kaders. De bedrijfsvoeringsrisico’s worden verder in de Begroting 2023 uitgewerkt en toegelicht.

Kadernota 2023 – versie 0.4

pag. 19

Bijlage 1 Meerjarenraming Onderstaande tabel is op basis van de vastgestelde Begroting 2022 en de verwerking van de financiële kaders van hoofdstuk 2. Dat leidt tot onderstaande meerjarenraming 2023 2026. In de bijlage wordt het overzicht bijdragen per gemeenten toegevoegd.

Meerjarenbegroting 20222026

Begroting 2022

2023

2024

2025

2026

50.940.000

46.762.600

48.051.280

49.519.890

50.644.490

439.000 3.228.000 1.123.000

339.000 3.074.000 1.142.000

339.000 3.074.000 1.142.000

339.000 3.074.000 1.142.000

339.000 3.074.000 1.142.000

1.346.100 675.000

1.317.150 700.000

1.317.150 700.000

1.317.150 700.000

1.317.150 700.000

3.772.640 125.000 664.300

3.877.000 62.500 1.541.500

3.957.400 31.250 1.695.520

4.050.200 0 1.695.520

4.050.200 0 1.695.520

8.653.200 8.475.800 8.223.900 7.813.400 316.000 304.000 304.000 304.000 71.282.240 67.595.550 68.835.500 69.955.160 0 0 0 0

7.482.900 304.000 70.749.260 0

15.330.200

Lasten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ Uitkering levensonderhoud starter en gevestigden BBZ kredietverstrekking en onderzoekskosten levensvatbaarheid Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie incl actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Voorzieningen Wet Inburgering Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening Kinderopvang Subtotaal Sociaal Domein Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers) Apparaatskosten afwikkeling Tozo (onttrekking reserve) Uitvoeringskosten Wet Inburgering Bijdrage Exploitatie BIGA Loonkosten SW Subtotaal Bedrijfsvoering Totaal lasten Baten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ Ontvangsten kredietverstrekking BBZ Bijzondere bijstand Subtotaal Sociaal Domein Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers) Bijdrage Exploitatie BIGA Loonkosten SW Subtotaal Bedrijfsvoering Totaal baten

Kadernota 2023 – versie 0.4

15.437.700

15.281.450

15.125.200

15.125.200

150.000

150.000

0

0

510.400 648.100 709.800 709.800 600.000 600.000 600.000 600.000 9.423.000 8.884.000 8.618.000 8.359.000 25.863.600 25.719.800 25.359.250 24.794.000 97.145.840 93.315.350 94.194.750 94.749.160

709.800 600.000 8.108.000 24.543.000 95.292.260

851.000

950.000

950.000

950.000

950.000

100.000 125.000 1.076.000 0

143.400 125.000 1.218.400 0

143.400 125.000 1.218.400 0

143.400 125.000 1.218.400 0

143.400 125.000 1.218.400 0

2.209.500 2.209.500 2.209.500 2.209.500 0 0 0 0 9.423.000 8.884.000 8.618.000 8.359.000 11.632.500 11.093.500 10.827.500 10.568.500 12.708.500 12.311.900 12.045.900 11.786.900

2.209.500 0 8.108.000 10.317.500 11.535.900

pag. 20

Mutaties reserves Tozo reserve onderhoudsreserve Subtotaal mutaties reserve

0 0 0

0 0 0

Saldo van baten en lasten (=bijdragen van gemeenten), na reserves

84.437.340 80.853.450 81.998.850 82.962.260

83.756.360

Bijdrage gemeenten Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal bijdragen gemeenten

2022 3.646.200 16.104.600 18.021.400 7.988.800 38.676.400 84.437.400

2026 3.784.547 16.097.625 18.193.290 8.029.588 37.651.311 83.756.360

Kadernota 2023 – versie 0.4

0

150.000 0 150.000

150.000 0 150.000

2023 2024 2025 3.653.827 3.726.086 3.757.973 15.408.218 15.645.799 15.891.104 17.493.636 17.825.965 18.036.713 7.700.728 7.816.474 7.923.848 36.597.041 36.984.526 37.352.622 80.853.450 81.998.850 82.962.260

pag. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11043685/1