PR22 038E Regionale rapportage COVID-19 20220126
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 26 januari 2022
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 19 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 19 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 19
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 21 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 21 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 21 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 22 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 22 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 22
BIJLAGE 1: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 23 BIJLAGE 2: PANELONDERZOEK UITGESTELDE ZORG………………………………………………………………………………………25
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 3 366.120 COVID-19 besmettingen gemeld, dat is een stijging van 50,7% vergeleken met week 2 (242.961 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARSCoV-2 | RIVM). De toenemende trend in het aantal nieuwe meldingen lijkt veroorzaakt door de omikron variant die besmetterlijker is dan andere varianten voor zowel ongevaccineerden, gevaccineerden en mensen die de ziekte al hebben doorgemaakt (Bron: RIVM). Ondanks de versnelde boostercampagne is er afgelopen week weer een flinke toename zichtbaar (Figuur 1).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 20 september. Peildatum: 25 januari 2022, 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM
Vaccinaties bieden, ondanks de toename in het aantal besmettingen, nog steeds een hoge bescherming. Iemand die gevaccineerd is, is minder vatbaar voor het coronavirus. Mensen die gevaccineerd en geboosterd zijn, zijn sterk in de minderheid onder de groep die in het ziekenhuis beland (Figuur 2).
Figuur 2. Deel van de bevolking dat gevaccineerd en geboosterd, gevaccineerd of niet (volledig) gevaccineerd is en de verdeling van deze groepen onder personen die met corona in het ziekenhuis belanden. Bron: Persconferentie coronavirus 25 januari 2022 & RIVM.
4
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 3 gestegen naar 30.951 ten opzichte van 20.742 in week 2 (Figuur 3). Dit is een toename van 49,2%. Sinds het begin van pandemie tot en met 26 januari 2022 zijn in totaal 327.068 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.
Figuur 3. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 26 januari 2022, 09:10 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 1 van 2022 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. In week 1 had de omikron variant een aandeel van 87,1% in de steekproef van de nationale kiemsurveillance (in week 52 van 2021 was dit aandeel 64,8%). De relatieve toenamesnelheid van de omikronvariant ten opzichte van de deltavariant in de kiemsurveillance wordt geschat op 0,22 per dag. De relatief snelle toename wordt grotendeels bereikt door ontsnapping aan de immuniteit die is opgewekt door natuurlijke infectie of vaccinatie, deels door een hoger besmettend vermogen en deels door een korter serieel interval (Bron: Advies 139e OMT over COVID-19, pagina 4).
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 51 in 2021 t/m week 1 in 2022 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 1 is nog niet compleet. Peildatum: 25 januari 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).
Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en Diakonessenhuis Utrecht2 steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griep- en andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond. Dit beeld past bij het landelijk beeld van de 5
circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.
Figuur 4. Steekproefgewijs monsters uit de GGD-teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven de balken zijn de totaal aantal geteste monsters. 4, 5 Bron grafiek: door RIVM1, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis Utrecht2 1In samenwerking met Eurofins, Rijswijk en PAMM, Veldhoven. 2Het Diakonessenhuis locatie Utrecht analyseert monsters sinds 15 december 2021. 3De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd
zijn. Dit wordt later aangevuld. 4Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. 5De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 10 januari 2022 rond de 1.19 geschat door het RIVM (Figuur 5). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.
6
Figuur 5. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 25 januari 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 6 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat er een stijging is in het aantal besmettingen sinds begin januari.
Figuur 6. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 26 januari 2022, 09:30 uur.
Maatregelen In de persconferentie van 25 januari 2022 zijn versoepelingen aangekondigd die vanaf 26 januari 2022 ingaan. Alle, voor publiek toegankelijke locaties, binnen en buiten, zijn onder voorwaarden open van 05:00 tot 22:00 uur. Evenementen zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan van 05:00 tot 22:00 uur. Het aantal plekken waar men een coronatoegangsbewijs moet tonen is uitgebreid. Overal waar het niet mogelijk is om 1,5 meter afstand te houden, wordt geadviseerd een mondkapje te dragen. De volledige regels zijn te vinden op: Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 25 januari 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 119 ziekenhuisopnames en 11 IC-opnames per dag over de periode van 15 januari tot 21 januari 2022 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). 7
Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 2.289 besmettingen per 100.000 inwoners in week 3 valt regio Utrecht in de top tien veiligheidsregio's met de hoogste besmettingen. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Gooi en Vechtstreek en Amsterdam-Amstelland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 3165, 3025 en 2846 besmettingen per 100.000 inwoners. Brabant-Zuidoost, Fryslân en Gelderland-Midden zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 765, 1268 en 1381 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 7. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 18 januari 2022 tot en met 25 januari 2022. Peildatum: 25 januari 2022, 10:00 uur. (Bron: RIVM).
8
Vindpercentage per week In regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen) gestegen van 35,3% in week 2 naar 43,6% in week 3 van 2022. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal confirmatietesten. Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 8. Landelijk is het vindpercentage gestegen van 36,8% in week 2 naar 45,4% in week 3 van 2022 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt onder het landelijk gemiddelde.
Figuur 8. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 26 januari 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 9 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. In bijna alle gemeenten is een stijging zichtbaar in week 3 ten opzichte van week 2. De stijging is absoluut gezien het grootst in de gemeente Amersfoort. In Figuur 10 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In bijna alle gemeenten is een stijging te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 3 ten opzichte van de week ervoor. In de gemeente Amersfoort, Soest en Nieuwegein is bijna een verdubbeling in het aantal positieve meldingen zichtbaar in week 3 ten opzichte van week 2. Er is alleen een stabilisatie zichtbaar in gemeente Bunnik. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 3 is het hoogst in de gemeenten Soest, IJsselstein, Amersfoort en Bunschoten.
9
Figuur 9. Aantal positief geteste personen per gemeente van 27 december 2021 t/m 23 januari 2022. Peildatum: 26 januari 2022, 10:00 uur.
Figuur 10. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 27 december 2021 t/m 23 januari 2022. Peildatum: 26 januari 2022, 10:00 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 11 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 12 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 3 is het aantal besmettingen in alle leeftijdsgroepen gestegen ten opzichte van week 2. In de leeftijdscategorie 0 tot 19 jaar is een flinke stijging van 132% in het absoluut aantal besmettingen te zien sinds de week ervoor. Het grootste aandeel besmettingen komt ook voor in de leeftijdscategorie 0 tot 19 jaar. Hierna is het grootste aandeel besmettingen in de leeftijdscategorie 20 tot 39 jaar. Dit is deels te verklaren doordat deze groepen minder geboosterd zijn dan oudere leeftijdscategorieen. In week 3 is het aandeel van de besmettingen in basisschoolleeftijd verder gestegen.
10
Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 52 (2021) t/m 3 (2022). Peildatum: 26 januari 2022, 10:10 uur.
Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 52 (2021) t/m 3 (2022) met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 26 januari 2022, 10:10 uur.
In Figuur 13 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 27 december 2021 t/m 23 januari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 20 tot 39 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 0 tot 19 jaar en 40 tot 59 jaar.
11
Figuur 13. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep (met uitsplitsing 0-19, 20-39, 40-59, 60-79 en 80+) per 100.000 inwoners, periode 27 december 2021 t/m 23 januari 2022. Peildatum 26 januari 2022, 10:20 uur.
Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen is het minder goed mogelijk om de doelen van BCO te bereiken. Dat wil zeggen het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. RIVM en GGD GHOR hebben afgelopen weken de pilot “werkwijze BCO bij hoge incidentie’’ bij een aantal GGD’en uitgevoerd (waaronder GGD regio Utrecht). De pilots waren succesvol en GGD GHOR heeft een handleiding voor het uitvoeren van een steekproef gemaakt. Sinds maandag is gestart met het uitvoeren van de steekproef BCO bij hoge incidentie. Bij extreem hoge besmettingsaantallen, zoals momenteel het geval is, verschuift het doel van BCO. Verzamelen van data wordt waardevoller, maar het inventariseren van mogelijke bronnen wordt minder zinvol. Het informeren van alle besmette personen en diens contacten blijft belangrijk, maar verloopt meer via een digitale weg. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 14 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. In week 3 zijn 67.266 testen afgenomen. Dit is stijging van 3,5% ten opzichte van week 2 (64.971 testen). Deze lichte toename zou kunnen worden verklaard door de krappe capiciteit. Sinds het nieuwe testbeleid dat van kracht ging op 2 december 2021, mogen zelftesten ook worden gebruikt bij lichte klachten.
Bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. Afgelopen week liet 25% van de landelijke teststraatbezoekers zich testen naar aanleiding van een positieve zelftest. Bij bezoekers met een positieve zelftest volgde bij circa 90% een positieve testuitslag. Ruim de helft van alle positieve coronatesten bij de GGD was van personen die kwamen ter bevestiging van een positieve zelftest (Bron: Advies 139e OMT over COVID-19, pagina 2). De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 15 weergeven. De afgelopen week is de testcapaciteit omhoog bijgesteld, waardoor er weer meer ruimte is ontstaan.
12
Figuur 14. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 26 januari 2022, 10:20 uur.
Figuur 15. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 26 januari 2022, 10:30 uur.
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd zich met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. De boosterprik kan op 7 locaties in regio Utrecht worden gehaald. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 tot en met 23 januari 2022 zijn 2.210.910 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, waarvan 586.341 boostervaccinaties. Er is een afname zichtbaar in het aantal gezette boostervaccinaties (Figuur 16). Deze afname kan deels worden verklaard door het reeds vaccineren van inwoners die een booster wilden ontvangen en door een groot aantal inwoners met een recente COVID-19 infectie.
13
Figuur 16. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 26 januari 2022, 12:50 uur.
Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. We zijn gestopt met het vaccin Astra-Zeneca. De Gezondheidsraad adviseert voor de boosterprikken tegen COVID-19 vooralsnog niet het vaccin van Janssen structureel in te zetten, maar gebruik te blijven maken van de mRNA-vaccins (Bron: Gezondheidsraad). Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij alle 18-plussers die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder heeft ontvangen.
14
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 18 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 73% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.
15
Figuur 17. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste één vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 26 januari 2022, 11:00 uur.
16
Figuur 18. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 26 januari 2022, 11:00 uur.
17
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 23 januari 2022 1.539 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (Peildatum: 26 januari 2022, 11;00 uur). Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 18 januari 2022 10.01 uur t/m 25 januari 2022 10.00 uur 61 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn vijf overlijden gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Veenendaal, Bunnik en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 19). In week 3 zijn er landelijk 450 meer sterfgevallen dan verwacht (Bron: CBS). De oversterfte is zichtbaar in Figuur 20. Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.
Figuur 19. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 26 januari 2022, 11:00 uur.
Figuur 20. Oversterfte in Nederland. De cijfers van week 3 zijn een schatting. Bron: CBS.
18
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 21. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd afneemt.
Figuur 21. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 20 september 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 25 januari 2022, 10:00 uur.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 22 en 23 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.
19
Figuur 22. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 25 januari 2022.
Figuur 23. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 25 januari 2022.
20
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt, waarna er een daling in aantallen zichtbaar was (Figuur 24). Het aantal ziekenhuisopnames begint momenteel weer te stijgen (Bron: NOS). Er wordt geen explosieve stijging verwacht met dank aan de boostercampagne. De effectifiteit van het vaccin is erg hoog na een booster en beschermt goed tegen ziekenhuisopname (Bron: RIVM). Landelijk geldt fase 2C (conform opschalingsplan COVID19). (Grote of ongelijke) druk op de ziekenhuiszorg (incl. SEH) in één, meerdere of alle (ROAZ-) regio’s waardoor de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd.
Figuur 24. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 25 januari 2022, 10:00 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Sinds eind november is de instroom in de klinieken afgenomen. De bezetting in de klinieken volgt deze dalende lijn. Ook de instroom met COVID-19 patiënten op de IC is afgenomen. De bezetting op de IC volgt deze dalende lijn (Figuur 25).
Figuur 25. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 26 januari 2022.
21
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is oranje (Figuur 26).
Figuur 26. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bekend bij GGDrU op 16 januari 2022: 35) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig (26 januari 2022) aantal beschikbare bedden is 30 waarvan 15 bezet (Figuur 27).
Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 25 januari 2022. Bron: de GHOR.
22
Bijlage 1: Covid Monitor
23
24
Panelonderzoek uitgestelde zorg In hoeverre hadden inwoners van de regio Utrecht in het afgelopen jaar te maken met uitgestelde zorg? Hoe vaak werd de zorg uitgesteld en wat waren de gevolgen? Ruim 6.500 panelleden namen deel aan het onderzoek. Bijna een kwart van de respondenten had te maken met uitgestelde zorg. Een afspraak met een specialist op de polikliniek in het ziekenhuis werd het vaakst uitgesteld.
GGD regio Utrecht, december 2021
HAD AFG E LOPE N JAAR TE MAKE N M ET U ITG ESTE LDE ZORG 19%
23%
18-34 jaar
Mannen
Heeft te maken gehad met uitgestelde zorg
25%
35-49 jaar
27%
50-64 jaar
26%
25%
65-79 jaar
Vrouwen
19%
80 jaar en ouder
21%
U ITG ESTE LDE ZORG DOOR
18%
25% Uitgesteld door huisarts
14%
Uitgestelde afspraak met de huisarts
Uitgesteld door mijzelf
Uitgestelde afspraak
Uitgesteld voor een operatie/ door dagbehandeling in het ziekenhuis ziekenhuis
16%
11%
7%
Uitgesteld door fysiotherapeut/ ergotherapeut
13%
2%
Uitgestelde afspraak met psycholoog/ psychiater
Uitgesteld door mijzelf
2%
Uitgesteld door specialist
35%
Uitgestelde zorg specialist op de polikliniek in het ziekenhuis Uitgesteld door mijzelf
7%
Uitgestelde zorg fysiotherapeut of ergotherapeut Uitgesteld door mijzelf
6%
42%
9% Uitgesteld door psycholoog/ psychiater
Uitgesteld door mijzelf
19%
36% Uitgesteld door tandarts/ mondhygiënist
18%
Uitgestelde afspraak met de tandarts/ mondhygiënist Uitgesteld door mijzelf
18%
RE DE N E N OM ZE LF ZORG U IT TE STE LLE N Aantal keer uitgestelde zorg
Voornaamste reden: • Wilde geen risico lopen besmet te raken • Wilde geen risico lopen anderen te besmetten • Wilde de zorg niet extra belasten • Was ziek/had klachten
1 keer
Huisarts
Specialist polikliniek ziekenhuis
54%
69%
75%
33%
22%
Huisarts: 1 keer 54%; 2 keer 33%; 3 keer 7% en 4 keer of vaker 7%
Operatie/ Fysiotherapeut/ dagbehandeling ergotherapeut
Specialist polikliniek ziekenhuis: 1 keer 69%; 2 keer 22%; 3 keer 5%; 4 keer of vaker 4% Operatie/dagbehandeling: 1 keer 75%; 2 keer 17%; 3 keer 5%; 4 keer of vaker 3%
2 keer
Fysiotherapeut/ergotherapeut: 1 keer 43%; 2 keer 29%; 3 keer 10%; 4 keer of vaker 19% Psycholoog/psychiater: 1 keer 35%; 2 keer 28%; 3 keer 20%; 4 keer of vaker 17%
Afspraak tandarts/mondhygiënist: 1 keer 65%; 2 keer 28%; 3 keer 5%; 4 keer of vaker 2%
3 keer 4 keer of vaker
Psycholoog/ Psychiater
Afspraak Tandarts/ mondhygiënist
43%
35%
65%
17%
29%
28%
28%
7%
5%
5%
10%
20%
5%
7%
4%
3%
19%
17%
2%
Wat is er gebeurd na het uitstellen van de zorg? 30% heeft nog steeds geen hulp en of zorg van huisarts gehad
Huisarts
30%
Specialist polikliniek ziekenhuis
32%
Operatie/dagbehandeling
47%
Fysiotherapeut/Ergotherapeut
15%
Psycholoog/Psychiater
28%
63%
Afspraak tandarts/mondhygiënist
28%
71%
58% heeft de zorg van de huisarts later ontvangen 12% heeft andere zorg en of hulp gehad (contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost)
32% heeft nog steeds geen hulp en of zorg van specialist polikliniek ziekenhuis gehad 58% heeft de zorg van de specialist polikliniek ziekenhuis later ontvangen 10% heeft andere zorg en of hulp gehad (contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost)
58%
12%
58%
10%
47% heeft nog steeds geen hulp en of zorg gehad vanwege een operatie/dagbehandeling
47%
47% heeft de operatie/dagbehandeling later ontvangen 6% heeft andere zorg en of hulp gehad (contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost)
6%
76%
8%
15% heeft nog steeds geen hulp en of zorg van fysiotherapeut of ergotherapeut gehad 76% heeft de zorg van de fysiotherapeut of ergotherapeut later ontvangen 8% heeft andere zorg en of hulp gehad (contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost)
28% heeft nog steeds geen hulp en of zorg van psycholoog of psychiater gehad 63% heeft de zorg van de psycholoog of psychiater later ontvangen
9%
9% heeft andere zorg en of hulp gehad (contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost)
28% heeft nog steeds geen hulp en of zorg van tandarts of mondhygiënist gehad 71% heeft de zorg van de tandarts of mondhygiënist later ontvangen
Nog steeds geen hulp/zorg gehad Zorg later ontvangen
Andere zorg/hulp gehad bijvoorbeeld contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost
1% heeft andere zorg en of hulp gehad (contact per email, telefonisch, videobellen, zelf opgelost)
Gevolgen van uitgestelde zorg 42% heeft langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen
Huisarts
42%
Specialist polikliniek ziekenhuis
33%
Operatie/dagbehandeling
39%
Fysiotherapeut/Ergotherapeut
46%
20%
20% de klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/beantwoord 2% heeft door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
Ja, heb langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen
33% heeft langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen 18% Ja, mijn klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/beantwoord 3% Ja, ik heb door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
18%
39% heeft langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen
23%
23% Ja, mijn klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/beantwoord 7% Ja, ik heb door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
46% heeft langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen
10%
10% Ja, mijn klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/beantwoord 6% Ja, ik heb door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
Ja, mijn klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/ beantwoord
7% 6%
Ja, ik heb door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
28% heeft langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen
Psycholoog/Psychiater
28%
Afspraak tandarts/mondhygiënist
13%
24% Ja, mijn klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/beantwoord 14% Ja, ik heb door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
24%
14%
13% heeft langer rondgelopen met klachten/vragen of zorgen
4%
4% Ja, mijn klachten of vragen zijn nog steeds niet opgelost/beantwoord 3% Ja, ik heb door het uitstel meer/zwaardere hulp nodig (gehad)
QUOTES
“Alle contact gaat via de mail of telefonisch. Daarom stel ik het zelf maar uit. Ik prefereer persoonlijk bezoek aan de huisarts.”
“Ik vond de klachten niet erg genoeg om in deze tijd van corona naar de dokter te gaan. Het is al druk genoeg voor ze.”
“Ik ben fysiek achteruit gegaan. Ik heb een chronische aandoening die progressief is. De achteruitgang is sneller gegaan.”
“Er was (door de maatregelen) teveel onduidelijkheid over wanneer de operatie zou kunnen plaatsvinden.”
BEG RI P U ITSTE L In hoeverre heeft u begrip voor het uitstellen van reguliere zorg ten gunste van corona zorg? • Heel weinig begrip • Weinig begrip • Een beetje begrip • Veel begrip • Heel veel begrip
9% 17% 41% 28% 5%
I NWON E RSPAN E L Het inwoners panel telt ongeveer 11000 volwassenen uit de regio Utrecht die een paar keer per jaar een digitale vragenlijst invullen voor de GGD. Qua samenstelling is dit panel niet representatief voor de hele regio. De resultaten van dit onderzoek kunnen daardoor niet zonder meer vertaald worden naar de gemiddelde inwoner, maar geven wel een goede indicatie voor wat er leeft onder de doelgroep. Voor meer informatie over het inwonerspanel van GGD regio Utrecht vindt u op de website: www.panelggdru.nl. Voor vragen over dit onderzoek: onderzoek@ggdru.nl.