CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR22.038D Regionale rapportage COVID-19 20220112

Overige evenementen 15 februari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden5.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 12 januari 2022

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 17 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 12 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 17

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 17 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 18

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 19 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 19 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 20 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 20 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 20 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 21

BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ...................................................................................................... 22 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 26

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 1 van 2022 201.536 besmettingen gemeld met COVID-19, een stijging van 77,5% vergeleken met week 52 van 2021 (113.554 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). De toenemende trend in het aantal nieuwe meldingen lijkt veroorzaakt door de omikron variant die recentelijk dominant is geworden (Bron:RIVM). Ondanks strenge maatregelen en versnelde boostercampagne is er afgelopen week een flinke toename zichtbaar (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 20 september. Peildatum: 11 januari 2022, 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM

Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 1 van 2022 gestegen naar 15.946 ten opzichte van 8.570 in week 52 van 2021 (Figuur 2). Dit is een toename van 86,1%. Sinds het begin van pandemie tot en met 12 januari 2022 zijn in totaal 269.526 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 12 januari 2022, 09:00 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.

Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 51 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. In week 51 had de omikron variant een aandeel van 28.1% in de steekproef van de nationale kiemsurveillance (in week 50 was dit aandeel 9%).

4

Er zijn drie GGD teststraatlaboratoria (Saltro, Gelreziekenhuis en Synlab) die reeds gebruik maken van een PCR test waarmee een aanwijzing verkregen kan worden voor de aanwezigheid van de omikronvariant. In deze monitoring was het gevarieerde aandeel van de omikronvariant in de eerste week van januari 87% tot 100%. Uit andere laboratoria (Biofin en GD-Deventer) is naar voren gekomen dat de toename in het aandeel van de omikronvariant vergelijkbaar is met de bevinding van Saltro en Synlab. Kortom, het aandeel van de omikronvariant in de besmettingen in Nederland zal binnenkort vrijwel 100% gaan bedragen (Bron: Advies 137e OMT over COVID-19, pagina 4).

Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 49 t/m week 51 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 51 is nog niet compleet. Peildatum: 11 januari 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).

Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Let op: er is geen nieuwe data over de surveillance luchtwegvirussen van week 1. De data hieronder komt uit week 52. Vanaf begin november worden door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griepen andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond (Figuur 3). Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.

5

Figuur 3. Bron grafiek: door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht en Utrecht UMC en het Diakonessenhuis zijn steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters 2,3.

1. De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn. Dit wordt later aangevuld. 2. Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. 3. De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.

Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 27 december rond de 1.26 geschat door het RIVM (Figuur 4). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.

Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 11 januari 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 5 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat er een stijging is in het aantal besmettingen sinds begin januari. 6

Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 12 januari 2022, 09:15 uur.

Maatregelen In de persconferentie van zaterdag 18 december 2021 werd aangekondigd dat per 19 december een strenge lockdown geldt om besmettingen van de omikron variant tegen te gaan tot ten minste 14 januari 2022. Hieronder valt de sluiting van de meeste locaties zoals horeca, culturele locaties, binnen sportlocaties, en niet-essentiële winkels. Vanaf 10 januari 2022 zijn het basisonderwijs, het speciaal (basis) onderwijs, de bso en voortgezet (speciaal) onderwijs weer open. MBO-instellingen, Hogescholen en Universiteiten zijn vanaf 10 januari afstandsonderwijs gaan geven. De volledige regels zijn te vinden op: Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 11 januari 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 127 ziekenhuisopnames en 20 IC-opnames per dag over de periode van 31 december 2021 tot en met 6 januari 2022 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 6 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week.

Met 1175 besmettingen per 100.000 inwoners in week 1 van 2022 valt regio Utrecht in de top vijf veiligheidsregio's met de hoogste besmettingen. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-Waterland en Rotterdam-Rijnmond zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 1920, 1549 en 1321 besmettingen per 100.000 inwoners. Limburg-Noord, Limburg-Zuid en Noord- en Oost-Gelderland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 689, 701 en 810 meldingen per 100.000 inwoners.

7

Figuur 6. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 04 januari 2022 tot en met 11 januari 2022. Peildatum: 11 januari 2022, 10:00 uur. (Bron: RIVM).

Vindpercentage per week In de regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen) gestegen van 27,6% in week 52 van 2021 naar 31,6% in week 1 van 2022. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal confirmatietesten. Het aandeel confirmatietesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 7. Landelijk is het vindpercentage gestegen van 30,8% in week 52 van 2021 naar 33,7% in week 1 van 2022 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt dus onder het landelijk gemiddelde.

8

Figuur 7. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 11 januari 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. In alle gemeenten is een stijging zichtbaar in week 1 2022 ten opzichte van week 52 2021. De stijging is absoluut gezien het grootst in de stad Utrecht. Dit kan verklaard worden door het grote percentage jongeren die woonachtig is in deze stad (zie besmettingscijfers naar leeftijdsverdeling, Figuur 10 & Figuur 11). In Figuur 9 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In alle gemeenten is er een stijging te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 1 van 2022 ten opzichte van de week ervoor. Het aantal besmettingen per 100.000 inwoners is het hoogst in de gemeenten Oudewater, Eemnes, Utrecht, Renswoude en Bunschoten.

9

Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente van 13 december 2021 t/m 9 januari 2022. Peildatum: 12 januari 2022, 09:40 uur.

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 13 december 2021 t/m 9 januari 2022. Peildatum: 12 januari 2022, 09:40 uur.

Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 1 van 2022 is het aantal besmettingen in de meeste leeftijdsgroepen gestegen ten opzichte van week 52 van 2021. Alleen in de leeftijdscategorie 60 - 79 jaar is een daling zichtbaar van 2,5%. In de leeftijdscategorie 20-39 jaar is een explosieve stijging van 114,7% in het absoluut aantal besmettingen te zien. Deze categorie heeft het hoogste aandeel besmettingen. Dit is voor de afgelopen periode mogelijk deels te verklaren door familie- en/of vriendenbezoek tijdens de feestdagen, hoger percentage mensen met een recente reisgeschiedenis en hogere kans op herbesmetting (Bron: Advies 137e OMT over COVID-19, pagina 2). In week 1 van 2022 is het aandeel van de besmettingen in de basisschoolleeftijd verder gedaald en het aandeel van besmettingen onder jongvolwassenen verder opgelopen.

10

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 50 (2021) t/m 1 (2022). Peildatum: 12 januari 2022, 09:50 uur.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 50 (2021) t/m 1 (2022) met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 12 januari 2022, 09:50 uur.

In Figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 13 december 2021 t/m 09 januari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 40 – 59 jaar en 0-19 jaar.

11

Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 13 december 2021 t/m 09 januari 2022. Peildatum 12 januari 2022, 10:20 uur.

Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen lukt het minder goed om de doelen van BCO te bereiken. Dat wil zeggen het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. RIVM en GGD GHOR ontwikkelen momenteel een werkwijze waarbij een representatieve steekproef van de meldingen afgehandeld wordt volgens fase 3 van BCO op maat. Hierdoor blijft er zicht op de epidemie en wordt vaccineffectiviteit tegen transmissie gemonitord. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 13 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. Ten opzichte van vorige week heeft er een stijging plaatsgevonden tot 55.392 afgenomen testen in week 1 van 2022. Sinds het nieuwe testbeleid dat op 2 december 2021 van kracht ging, mogen zelftesten ook worden gebruikt bij lichte klachten. Bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. Landelijk kwam 23% van de teststraat bezoekers naar aanleiding van een positieve zelftest (Bron: Advies 137e OMT over COVID-19, pagina 2). De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 14 weergeven. De afgelopen week is de testcapaciteit omhoog bijgesteld.

Figuur 13. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021 en 2022. Peildatum: 12 januari 2022, 10:20 uur.

12

Figuur 14. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari 2021. Peildatum: 12 januari 2022, 10:30 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd zich met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. De boosterprik kan op 7 locaties in regio Utrecht worden gehaald. Sinds het begin van de boostercampagne tot en met week 1 van 2022 zijn er 488.002 boosterprikken gezet door GGD regio Utrecht. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 zijn 2.140.001 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (peildatum: 12 januari 2022, 10:30 uur), waarvan 521.268 boostervaccinaties. De piek in boostervaccinaties is bereikt (Figuur 15).

Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 12 januari 2022, 10:30 uur.

Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. We zijn gestopt met het vaccin Astra-Zeneca. Mensen die eerder dit vaccin hebben gekregen mogen verder hun vaccinatie voltooien met een mRNA vaccin. Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij alle 18-plussers die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder heeft ontvangen. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door de Delta variant. Voor bescherming tegen de Omikron variant is in internationaal onderzoek aangetoond dat de booster prik nodig is. Dit wordt ook gecommuniceerd door RIVM aan de Tweede Kamer in de technische briefing (Bron: Technische Briefing pagina 12).

13

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 16 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 17 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 73% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.

14

Figuur 16. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 12 januari 2022, 11:50 uur.

15

Figuur 17. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 12 januari 2022, 12:00 uur.

16

1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 09 januari 2022 1.515 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (Peildatum: 12 januari 2022, 11:00 uur). Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 04 januari 10.01 uur t/m 11 januari 2022 10.00 uur 116 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn twee overlijdens gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Veenendaal en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 18). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.

Figuur 18. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 12 januari 2022, 11:10 uur.

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 19. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd stabiel is.

Figuur 19. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 20 september 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 11 januari 2022, 10:00 uur.

17

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 20 en figuur 21 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 10 januari 2022.

18

Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021 uitgesplitst per week. Peildatum: 10 januari 2022.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en er is een daling in aantallen zichtbaar (Figuur 22). Landelijk geldt fase 2D (conform opschalingsplan COVID-19). Landelijke zorgcontinuïteit is ernstig in gevaar: meerdere regio’s geven aan dat zij de kritiek planbare zorg en de (semi-) acute zorg niet meer kunnen waarborgen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd.

Figuur 22. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 11 januari 2022, 10:00 uur.

19

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Sinds eind november is de instroom in de klinieken afgenomen. De bezetting in de klinieken volgt deze dalende lijn. Ook de instroom met COVID-19 patiënten op de IC neemt iets af. De bezetting op de IC volgt deze dalende lijn (Figuur 23).

Figuur 23. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 12 januari 2022.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is net als vorige week donkerrood (Figuur 24).

Figuur 24. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021

3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bij ons bekend op 12 januari 2022: 21) te maken met meerdere 20

COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig (12 januari 2022) aantal beschikbare bedden is 54 waarvan 17 bezet (Figuur 25).

Figuur 25. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 12 januari 2022. Bron: de GHOR.

21

Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zeventiende meting van 24 tot 28 november. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. In deze bijlage wordt ingegaan op overtuigingen van ouders rondom het vaccineren van hun minderjarige kind(eren).

Er worden zes stellingen besproken: 1) ‘Als mijn kind een coronavaccin krijgt, is hij/zij beschermd tegen het coronavirus’. 2) ‘Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen bij mijn kind’. 3) ‘Ik ben bang voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij mijn kind’. 4) ‘Als een vaccin is goedgekeurd voor de Nederlandse markt, geloof ik dat het veilig is voor mijn kind’. 5) ‘Ik denk dat vaccinatie van mijn kind bijdraagt aan het beëindigen van de coronacrisis’. 6) ‘Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt om anderen te beschermen tegen het coronavirus’. In meetronde 15, 16 en 17 geven respectievelijk 751 (36%), 598 (30%) en 837 (36%) deelnemers aan dat ze één of meer thuiswonende minderjarige kinderen hebben. Waar in de bijlage wordt gesproken van ‘hun kind’ kan dit ook gelezen worden als ‘hun kinderen’. Verder zijn per meetronde de antwoorden van alle ouders in de grafieken te zien. Er is voorafgaand geen selectie gemaakt dat alleen de antwoorden te zien zijn van ouders die aan alle drie de meetronden hebben deelgenomen. Meer dan de helft van de ouders is ervan overtuigd dat vaccinatie hun kind beschermt tegen het coronavirus Figuur 1 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘Het vaccin beschermt mijn kind tegen het virus’.

Tijdens alle drie de meetmomenten (de periode tussen september en eind november 2021) blijkt dat meer dan de helft van de ouders het (helemaal) eens is met de stelling. Daarentegen is een kwart van de ouders het (helemaal) oneens met de stelling en rond 18% staat er neutraal tegenover. Er zijn kleine verschillen te zien tussen de meetmomenten, al valt het wel op dat in meetronde 17 (24-28 november) het percentage ouders dat het (helemaal) eens is met de stelling licht is gedaald naar 55%. Als gevolg daarvan is het percentage ouders dat het (helemaal) oneens is met de stelling iets gestegen van 21% naar 26% (vergelijking tussen meetronde 16 en 17).

22

Figuur 1 Het vaccin beschermt mijn kind tegen het virus tussen meetronde 15 (8 tot 12 september 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

De helft van de ouders geven aan helemaal niet bang te zijn voor mogelijke bijwerkingen van een vaccin bij hun kind Figuur 2 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen bij mijn kind’. Het algemene beeld schetst een stabiel patroon over tijd. Het grootste deel van de ouders is het (helemaal) oneens met de stelling. Dit geldt voor 49% van de ouders tijdens meetronde 17 (24-28 november). Het percentage ouders zonder angst is licht toegenomen sinds meetronde 16 (we constateren een stijging van 7%). Wat verder opvalt is dat het percentage ouders dat wel bang is voor mogelijke bijwerkingen bij hun kind exact gelijk blijft over de drie meetmomenten, namelijk 33%.

Figuur 2 Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen bij mijn kind tussen meetronde 15 (8 tot 12 september 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

De groep ouders die niet bang is voor eventuele onbekende langetermijngevolgen van een vaccin bij hun kind is even groot als de groep ouders die dit wel is Figuur 3 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘Ik ben bang voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij mijn kind’. Het eerste dat opvalt is dat ouders dezelfde mening houden over de meetmomenten. In elke meetronde zien we een gelijk beeld, namelijk dat de groep ouders die helemaal niet bang is voor 23

langetermijngevolgen even groot als de groep ouders die dit wel is. In meetronde 17 (2428 november) is dit respectievelijk 43% tegenover 40%. Wat we echter wel opmerken is dat in meetronde 17 voor het eerst de groep die het (helemaal) oneens is met de stelling iets groter is dan de groep die het (helemaal) eens is met de stelling.

Figuur 3 Ik ben bang voor eventuele onbekende langetermijngevolgen bij mijn kind tussen meetronde 15 (8 tot 12 september 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

Twee derde van de ouders heeft veel vertrouwen in de veiligheid van een vaccin bij hun kind Figuur 4 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘Als een vaccin is goedgekeurd, geloof ik dat het veilig is voor mijn kind’. In meetronde 17 (24-28 november) valt te zien dat dit voor 67% van de ouders het geval is. 19% staat er neutraal tegenover en de overige 14% is het (helemaal) oneens met de stelling. Verder valt te zien dat eenzelfde patroon te zien is tijdens de andere meetmomenten, de verschillen zijn niet groter dan 2%.

Figuur 4 Als het vaccin is goedgekeurd, geloof ik dat het veilig is voor mijn kind tussen meetronde 15 (8 tot 12 september 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

Meer dan zes op de tien ouders denkt dat het vaccineren van hun kind helpt bij het beëndigen van de coronacrisis 24

Figuur 5 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘Ik denk dat vaccinatie van min kind helpt bij het beëindigen van de coronacrisis’. Het eerste dat opvalt is dat over alle meetmomenten het patroon stabiel is. Het overgrote deel van de ouders is het (helemaal) eens met de stelling. Dit geldt voor 62% van de ouders in meetronde 17 (2428 november). Daarentegen is een kwart van de ouders het (helemaal) oneens met de stelling. Deze groep is licht gestegen met 3% ten opzichte van meetronde 16 (20-24 oktober).

Figuur 5 Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt bij het beëndigen van de coronacrisis tussen meetronde 15 (8 tot 12 september 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

Meer dan 70% van de ouders denkt dat het vaccineren van hun kind helpt anderen te beschermen tegen het virus Figuur 6 weergeeft in hoeverre ouders het eens zijn met de stelling ‘Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt anderen te beschermen tegen het virus’. Net als in de eerder getoonde figuren zien we dat de meningen van ouders stabiel zijn over tijd en dat er zeer kleine verschillen zijn tussen de meetmomenten. Tijdens meetronde 17 (24-28 november) valt te zien dat 73% van de ouders het (helemaal) eens is met de stelling. Minder dan een vijfde deel (17%) denkt dat vaccinatie (helemaal) niet helpt om anderen te beschermen tegen het virus en de overige 10% staat er neutraal tegenover.

Figuur 6 Ik denk dat vaccinatie van mijn kind helpt anderen te beschermen tegen het virus tussen meetronde 15 (8 tot 12 september 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).

25

Bijlage 2: Covid Monitor

26

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11043632/2