CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR22.038C Regionale rapportage COVID-19 20220105

Overige evenementen 15 februari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden5.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 5 januari 2022

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 16 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 11 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 12 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 16

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 16 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 17

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 18 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 18 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 19 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 19 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 19 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 20

BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ...................................................................................................... 21 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .......................................................................................................................... 25

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 52 113.554 besmettingen gemeld met COVID-19, een stijging van 34,6% vergeleken met week 50 (84.398 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARSCoV-2 | RIVM). De afnemende trend in het aantal nieuwe meldingen lijkt hiermee om te keren door de omikron variant die recentelijk dominant is geworden (Bron:RIVM). Ondanks strenge maatregelen is er afgelopen week een flinke toename zichtbaar (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 20 september. Peildatum: 04 januari 2022, 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM

Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 52 gestegen naar 8577 ten opzichte van 7094 in week 51 (Figuur 2). Dit is een toename van 20,90%. Sinds het begin van pandemie tot en met 05 januari 2022 zijn in totaal 254.047 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 05 januari 2022, 11:20 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.

Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (zie tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 50 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. Sinds vorige week veroorzaakt omikron meer dan de helft van de besmettingen in Nederland en is daarmee dominant (Bron: RIVM).

4

Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 48 t/m week 50 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 50 is nog niet compleet. Peildatum: 04 januari 2022. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).

Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht, Utrecht UMC en het Diakonessenhuis steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griepen andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM]. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond (Figuur 3). Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.

Figuur 3. Bron grafiek: door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht en Utrecht UMC en het Diakonessenhuis zijn steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters 2,3.

1. De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn. Dit wordt later aangevuld. 2. Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. 3. De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.

5

Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 20 december rond de 1.02 geschat door het RIVM (Figuur 4). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recente dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.

Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 04 januari 2022, 10:00 uur. Bron: RIVM.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 5 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat de daling in het aantal besmettingen is gestopt. In het figuur is een begin van een toename in het aantal gevallen te zien.

Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum: 05 januari 2022, 11:30 uur.

Maatregelen In de persconferentie van zaterdag 18 december 2021 werd aangekondigd dat per 19 december een strenge lockdown geldt om besmettingen van de omikron-variant tegen te gaan tot ten minste 14 januari 2022. Hieronder valt de sluiting van de meeste locaties zoals horeca, culturele locaties, binnen sportlocaties, en niet-essentiële winkels. Vanaf 10 januari 2022 zullen scholen in het basisonderwijs, het speciaal (basis) onderwijs, de bso en voortgezet (speciaal) onderwijs weer openen. Mbo-instellingen, Hogescholen en universiteiten zullen vanaf 10 januari afstandsonderwijs geven. De volledige regels zijn te vinden op: Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het 6

gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 04 januari 2022 is dit opnieuw vastgesteld. Gemiddeld waren er 154 ziekenhuisopnames en 26 IC-opnames per dag over de periode van 25 tot en met 31 december 2021 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 6 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 628 besmettingen per 100.000 inwoners in week 52 valt regio Utrecht in de top tien veiligheidsregio's met de hoogste besmettingen. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Kennemerland en Zaanstreek-Waterland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 854, 731 en 695 besmettingen per 100.000 inwoners. IJsselland, Limburg-Noord en Noord- en Oost-Gelderland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 468, 472 en 479 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 6. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 14 december 2021 t/m 21 december 2021. Peildatum: 04 januari 2022, 10:00 uur. (Bron: RIVM).

7

Vindpercentage per week In de regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen) gestegen van 22,6% in week 51 naar 26,6% in week 52. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal bevestigingstesten. Het aandeel bevestigingstesten is op landelijk niveau te zien in Figuur 7. Landelijk is het vindpercentage gestegen van 23,4% in week 51 naar 30,4% in week 52 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt dus onder het landelijk gemiddelde.

Figuur 7. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 04 januari 2022, 10.00 uur. Bron: RIVM.

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. De daling is absoluut gezien het grootst in de stad Utrecht. In Figuur 9 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In de meeste gemeenten is er een daling te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 52 ten opzichte van de week ervoor. In Baarn, Bunnik, Houten, Leusden, Lopik, Oudewater, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede is een lichte stijging zichtbaar. De gemeenten Bunschoten, Veenendaal en Woudenberg laten een stabilisatie zien. Relatief gezien is het aantal besmettingen het hoogst in Bunnik. In Oudewater en Woudenberg zijn de besmettingen relatief gezien hoger dan in andere gemeenten.

8

Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente van 6 december 2021 t/m 2 januari 2022. Peildatum: 05 januari 2022, 09:50 uur.

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 6 december 2021 t/m 2 januari 2022. Peildatum: 05 januari 2022, 09:50 uur.

Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 52 is het aantal besmettingen in de meeste leeftijdsgroepen gestegen ten opzichte van week 51. Alleen in de leeftijdscategorie 0 – 19 jaar is een daling zichtbaar van 12,5%. In de leeftijdscategorie 20-39 jaar is een aanzienlijke stijging van 40,17% in het absoluut aantal besmettingen te zien. Deze categorie heeft het hoogste aandeel besmettingen. Dit is voor de afgelopen periode mogelijk deels te verklaren door besmettingen van kinderen naar hun ouders. In de data van de afgelopen weken is te zien dat ongeveer een vijfde van de besmettingen plaatsvond in de basisschoolleeftijd. In week 52 is het aandeel van de besmettingen in de basisschoolleeftijd verder gedaald. Afgelopen week vond een vijfde van de besmettingen plaats onder jongvolwassenen.

9

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 49 t/m 52 in 2021. Peildatum: 05 januari 2022, 10:00 uur.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 49 t/m 52 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 05 januari 2022, 10:00 uur.

In Figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 06 december 2021 t/m 02 januari 2022. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners van de afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroepen 0-19 jaar en 4059 jaar.

Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 6 december 2021 t/m 2 januari 2022. Peildatum 05 januari 2022, 10:10 uur.

10

Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen lukt het minder goed om de doelen van BCO te bereiken, dat wil zeggen het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. RIVM en GGD GHOR ontwikkelen momenteel een werkwijze waarbij een representatieve steekproef van de meldingen afgehandeld wordt volgens fase 3 van BCO op maat. Hierdoor blijft er zicht op de epidemie en wordt vaccineffectiviteit tegen transmissie gemonitord. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 13 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. Ten opzichte van vorige week heeft er een lichte daling plaatsgevonden tot 32.851 afgenomen testen in week 52. Dit is mogelijks deels te verklaren door het nieuwe testbeleid dat op 2 december van kracht ging. Zelftesten mogen ook worden gebruikt bij lichte klachten, bij een positieve zelftest is een bevestigingstest bij de GGD nodig. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari 2021 is in Figuur 14 weergeven. De afgelopen week is de testcapaciteit omhoog bijgesteld.

Figuur 13. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum: 05 januari 2022, 10:20 uur.

Figuur 14. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum: 05 januari 2022, 10:20 uur.

11

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd zich met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. De boosterprik kan op 7 locaties in regio Utrecht worden gehaald. In week 52 zijn 332.673 boosterprikken gezet door GGD regio Utrecht. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari 2021 zijn 1.987.257 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (peildatum: 05 januari 2022, 10:40 uur), waarvan 372.764 boostervaccinaties (Figuur 15).

Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum: 05 januari 2022, 11:00 uur.

Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. We zijn gestopt met het vaccin Astra-Zeneca. Mensen die eerder dit vaccin hebben gekregen mogen verder hun vaccinatie voltooien met een mRNA vaccin. Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij iedereen die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder heeft ontvangen. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door de Delta variant. Voor bescherming tegen de Omikron variant is in internationaal onderzoek aangetoond dat de booster prik nodig is. Dit wordt ook gecommuniceerd door RIVM aan de Tweede Kamer in de technische briefing (Bron: Technische Briefing pagina 12).

12

Vaccinatiegraad per gemeente Let op: De vaccinatiegraad per gemeente en de bijbehorende Figuur 16 en Figuur 17 zijn deze week niet geüpdatet. Onderstaande informatie is van week 51. Figuur 16 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 17 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 72% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.

13

Figuur 16. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 29 december 2021, 11:30 uur.

14

Figuur 17. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 29 december 2021, 11:30 uur.

15

1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 05 januari 2022 10:45 uur 1.513 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn landelijk in de periode 28 december 10.01 uur t/m 04 januari 2022 10.00 uur 189 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn drie overlijdens gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Veenendaal en Zeist is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 18). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.

Figuur 18. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 05 januari 2022, 10:45 uur.

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 19. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd weer aan het afnemen is.

Figuur 19. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 20 september 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 04 januari 2022, 10:00 uur.

16

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 31,8 meldingen in 2021. Figuur 20 en 21 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks. 180 160

Aantal meldingen

140 120 100 80 60 40 20

januari 2020 februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december januari 2021 februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december

0

2020 MAB (maandoverzicht)

2021 Wvggz (maandoverzicht)

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 3 januari 2022.

17

60

Aantal meldingen

50

40

30

20

10

0 1 3 5 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51

weeknummers MAB (weekoverzicht)

Wvggz (weekoverzicht)

Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplits per week. Peildatum: 3 januari 2022.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en de afgelopen week is een daling zichtbaar (Figuur 22). Landelijk geldt fase 2D (conform opschalingsplan COVID-19). Landelijke zorgcontinuïteit is ernstig in gevaar: meerdere regio’s geven aan dat zij de kritiek planbare zorg en de (semi-) acute zorg niet meer kunnen waarborgen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd.

Figuur 22. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 04 januari 2022, 10:00 uur.

18

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Sinds eind november is de instroom in de klinieken afgenomen. De bezetting in de klinieken volgt deze dalende lijn. Ook de instroom met COVID-19 patiënten op de IC neemt iets af. De bezetting op de IC volgt deze dalende lijn (Figuur 23).

Figuur 23. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 05 januari 2022.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is net als vorige week donkerrood (Figuur 24).

Figuur 24. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021

3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bij ons op 05 januari 2022 bekend: 36) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 19

3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig aantal beschikbare bedden is 54 waarvan 15 bezet (Figuur 25).

Figuur 25. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 05 januari 2022. Bron: de GHOR.

20

Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zeventiende meting van 24 tot 28 november. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. Gedurende de coronapandemie zijn er maatregelen ingevoerd met als doel om de besmettingscijfers te verlagen. Zo zijn er momenteel verschillende maatregelen van kracht.

Enkele voorbeelden zijn het houden van anderhalve meter afstand, het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimtes, het thuiswerken en het hanteren van een maximaal aantal bezoekers. In deze bijlage wordt ingegaan op het draagvlak voor vijf verschillende maatregelen als deze nog een half jaar zouden duren. Het draagvlak voor een verlenging wordt voor de volgende maatregelen besproken; het houden van anderhalve meter afstand, het thuiswerken, het dragen van een mondkapje in publieke binnenruimten, het thuisblijven bij klachten en het testen bij klachten. De keuze voor het bestuderen van deze maatregelen is voornamelijk gebaseerd op het feit dat ze doorgaans het meeste impact hebben op het dagelijkse leven. NB. In elk figuur staat de N weergeven. Dit staat voor het totaal aantal mensen in een bepaalde leeftijdsgroep (16-39, 40-54, 55-69 of 70+) in alle meetronden samen. Duidelijke verschillen tussen leeftijdsgroepen te zien als het gaat over het toekomstig draagvlak van de anderhalve meter maatregel Figuur 1 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de anderhalve meter afstandsmaatregel zal staan als deze nog een half jaar duurt. Er vallen grofweg twee zaken op. Het eerste dat opvalt is dat er duidelijke verschillen zijn tussen de leeftijdsgroepen. Het lijkt erop dat het draagvlak toeneemt naarmate de leeftijd stijgt.

Meer concreet zien we dat het draagvlak onder 40-minners beduidend lager is dan voor 40-54 jarigen (38% ten opzichte van 65% in meetronde 17; 24-28 november). Verder is er ook een verschil tussen de 40-54 jarigen en 55-plussers. In meetronde 17 is het verschil tussen deze groepen minstens 24%. Er valt ook te zien dat de verschillen tussen de groepen sinds de aanvang van de coronapandemie (april 2020) ongeveer gelijk zijn. Het tweede dat opvalt is dat het draagvlak voor de afstandsregel sinds meetronde 17 (2428 november) in alle leeftijdsgroepen toeneemt. De grootste toename zien we onder 70plussers. In deze groep staan in november 25% meer deelnemers achter de maatregel in vergelijking met oktober.

21

Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: houd 1.5m afstand 100% 80% 60% 40% 20% 0%

16-39 (N=4682)

40-54 (N=5778)

55-69 (5998)

70+ (N=3039)

Figuur 1. Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: houd 1.5m afstand tussen meetronde 1 (17-24 april 2020) en 17 (24 tot 28 november 2021).

40-minners geven aan minder draagvlak te hebben voor een voortzetting van de maatregel om zoveel mogelijk thuis te werken dan 40-plussers Figuur 2 weergeeft het percentage deelnemers dat achter de thuiswerk maatregel zal staan als deze nog een half jaar duurt. Er valt te zien dat de lijn van 16-39 jarigen (paarse lijn) stelselmatig onder de lijn van de andere leeftijdsgroepen licht. Het verschil wordt groter vanaf juni, terwijl dit niet het geval is bij de andere leeftijdsgroepen. Wanneer er gekeken wordt naar meetronde 17 (24-28 november) zien we dat er 20% minder 40-minners achter de maatregel staan dan 40-54 jarigen. Verder zien we dat de verschillen tussen 40-54 jarigen, 55-69 jarigen en 70-plussers klein zijn.

Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: werk zoveel mogelijk thuis 100% 80% 60% 40% 20% 0%

16-39 (N=4082)

40-54 (N=4936)

55-69 (N=5180)

70+ (N=2613)

Figuur 2. Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: werk zoveel mogelijk thuis tussen meetronde 3 (7-12 mei 2020) en 17 (24 tot 28 november 2021).

Sinds de zomer van 2021 is er verdeeldheid ontstaan tussen de leeftijdsgroepen wat betreft een verlenging van de mondkapjesplicht Figuur 3 toont het percentage deelnemers dat achter de mondkapjesplicht in publieke binnenruimten zal staan als deze nog een half jaar duurt. Het valt op dat sinds juni 2021 de verschillen tussen de leeftijdsgroepen groter worden. 40-minners zijn staan minder vaak achter een verlenging van de mondkapjesplicht dan 40-54 jarigen, die op hun beurt er minder vaak op zitten te wachten dan 55-plussers. Tijdens meetronde 17 (24-28 22

november) staan 57% van de 40-minners en 73% van de 40-54 jarigen achter de maatregel als deze nog een half jaar zou duren. Verder zien we dat deze percentages hoger liggen voor 55-69 jarigen en 70-plussers, die zijn nagenoeg gelijk (88%).

Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: draag een mondkapje 100% 80% 60% 40% 20% 0% 17-21 8-12 19-23 30 11-15 30 10-14 24-28 5-9 16-20 28 8-12 20-24 24-28 juni juli aug sept - nov dec-3 feb mrt mei juni juli-1 sept okt nov 4 okt jan aug 16-39 (N=3727)

40-54 (N=4436)

55-69 (N=4719)

70+ (N=2429)

Figuur 3. Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: draag een mondkapje tussen meetronde 4 (17-21 juni 2020) en 17 (24 tot 28 november 2021).

40-minners zien de gehele coronapandemie een verlenging van de thuisblijven bij klachten maatregel minder vaak zitten andere leeftijdsgroepen Figuur 4 toont het percentage deelnemers dat achter een verlenging van een half jaar van de thuisblijven bij klachten maatregel staat per leeftijdsgroep. Het algemene beeld schetst dat de gehele coronapandemie 40-minners het minst voelen voor een verlenging van de thuisblijven bij klachten maatregel. Wel laat het figuur zien dat in de periode dat het aantal besmettingen opliepen (vanaf november/december 2020) het draagvlak voor een verlenging van deze maatregel ook onder 40-minners toenam. Echter, als we kijken naar meetronde 17 (24-28 november) zien we dat er duidelijke verschillen zijn tussen leeftijdsgroepen. 52%, 63%, 76% en 80% van de respectievelijk 16-39 jarigen, 40-54 jarigen, 55-69 jarigen en 70-plussers.

Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: blijf thuis bij klachten 100% 80% 60% 40% 20% 0%

16-39 (N=4682)

40-54 (N=5778)

55-69 (5998)

70+ (N=3039)

Figuur 4. Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: blijf thuis bij klachten tussen meetronde 1 (17-24 april 2020) en 17 (24 tot 28 november 2021).

23

Sinds september staan minder 40-minners achter een verlenging van de testen bij klachten maatregel dan 40-plussers Figuur 5 toont het percentage deelnemers dat achter een verlenging van een half jaar van de testen bij klachten maatregel staat per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat er tot en met juli 2021 geen grote verschillen zijn tussen de leeftijdsgroepen. Minimaal zes op de tien deelnemers staat achter een verlenging van de test-maatregel. Dit beeld verandert vanaf september; dan staan 16-39 jarigen ineens minder vaak achter een verlenging dan de andere leeftijdsgroepen. Verder valt te zien dat 40-54 jarigen, 55-69 jarigen en 70plussers een gelijkwardig beeld laten zien. Wel valt op dat tijdens meetronde 17 (24-28 november, de groepen meer naar elkaar toe trekken, al lijkt het erop dat er meer draagvlak is onder oudere deelnemers dan onder jongere deelnemers.

Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: testen bij klachten 100% 80% 60% 40% 20% 0% 17-21 8-12 19-23 30 11-15 30 10-14 24-28 5-9 16-20 28 8-12 20-24 24-28 juni juli aug sept - nov dec-3 feb mrt mei juni juli-1 sept okt nov 4 okt jan aug 16-39 (N=3727)

40-54 (N=4436)

55-69 (N=4719)

70+ (N=2429)

Figuur 5. Draagvlak over 6 mnd per leeftijdsgroep voor de maatregel: testen bij klachten tussen meetronde 4 (17-21 juni 2020) en 17 (24 tot 28 november 2021).

24

Bijlage 2: Covid Monitor

25

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11043631/2