PR22.038B Regionale rapportage COVID-19 20211229
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 29 december 2021
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 17 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN .......................................................................................................... 4 TESTEN .............................................................................................................................................. 11 COVID-19 VACCINATIES ........................................................................................................................ 13 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 .......................................................................................................... 17
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN ....................................................................... 17 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ............................................................................................................ 18
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 18 3.1 LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES ......................................................................................... 18 3.2 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ................................................................................................. 18 3.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN ............................................................................................... 19 3.4 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ................................................................................................... 19 3.5 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS .................................................................................................. 19 BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK ............................................................................................................... 21 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .............................................................................................................................. 25
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 51 84.398 besmettingen gemeld met COVID-19, een daling van 11,0% vergeleken met week 50 (94.864 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARSCoV-2 | RIVM). Hoewel deze aantallen nog heel hoog zijn, is in de afgelopen paar weken duidelijk een afnemende trend in het aantal nieuwe meldingen te zien. Afgelopen week was de daling minder dan vorige weken (Figuur 1).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 20 september. Peildatum: 28 december 2021 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 51 gedaald naar 7.098 ten opzichte van 8.188 in week 50 (Figuur 2). Dit is een afname van 15,36%. Sinds het begin van pandemie tot en met 29 december 2021 09:00 zijn in totaal 243.855 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 29 december 2021 08:50 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
4
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 3 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden.
Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum 29 december 2021 09:15 uur.
Nieuwe varianten Het RIVM onderzoekt welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken (zie tabel 1) door middel van een nationale kiemsurveillance. De resultaten van week 49 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. Sinds deze week veroorzaakt Omikron meer dan de helft van de besmettingen in Nederland en is daarmee dominant (Bron: RIVM).
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 47 t/m week 49 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 49 is nog niet compleet. Peildatum 28 december 2021. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).
Aanvullende surveillance luchtwegvirussen Vanaf begin november worden door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht en Utrecht UMC steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op influenzavirus en andere luchtwegvirussen [Zicht op het griep- en andere luchtwegvirussen in coronatijd | RIVM. In deze monsters wordt sporadisch influenzavirus aangetoond. Dit beeld past bij het landelijk beeld van de circulatie van influenzavirus gemonitord met de lang bestaande surveillancebronnen zoals de Nivel peilstations en de virologische weekstaten.
5
Figuur 4: Door RIVM, GGD Amsterdam, Amsterdam UMC, GGD regio Utrecht en Utrecht UMC steekproefsgewijs monsters uit de GGD teststraten onderzocht op griepvirus en andere luchtwegvirussen. De getallen boven balken zijn de totaal aantal geteste monsters 2,3. 1. De twee meest recente weken zijn nog incompleet omdat nog niet alle monsters geanalyseerd zijn. Dit wordt later aangevuld. 2. Infecties met meerdere virussen zijn mogelijk, maar het is onbekend hoe vaak dit in dit overzicht voorkomt. 3. De steekproef betreft monsters uit de GGD-teststraten van zowel personen die zich met als zonder klachten hebben laten testen.
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 13 december rond de 0.90 geschat door het RIVM (Figuur 5). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recenter dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn.
Figuur 5. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Peildatum: 28 december 2021, 10:00 uur. Bron: RIVM.
Maatregelen In de persconferentie van zaterdag 18 december 2021 werd aangekondigd dat per 19 december een strenge lockdown geldt om besmettingen van de omikron-variant tegen te gaan tot ten minste 14 januari 2022. Hieronder valt de sluiting van de meeste locaties zoals horeca, culturele locaties, binnen sportlocaties, en niet-essentiële winkels. De volledige regels zijn te vinden op Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk 6
risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 28 december 2021 is dit opnieuw vastgesteld. Er waren gemiddeld 174 ziekenhuisopnames en 28 IC-opnames per dag over de periode van 18 tot en met 24 december 2021 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 6 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 549 besmettingen per 100.000 inwoners in week 51 valt regio Utrecht in de top vijf veiligheidsregio's met de hoogste besmettingen. Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Gooi en Vechtstreek en Kennemerland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 614, 607 en 560 besmettingen per 100.000 inwoners. IJsselland, Gelderland-Zuid en Groningen zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 380, 389 en 401 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 6. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 14 december 2021 t/m 21 december 2021. Peildatum: 28 december 2021, 10:00 uur. (Bron: RIVM).
Vindpercentage per week In de regio Utrecht is het vindpercentage (aantal positieve testuitslagen) gestegen van 21,2% in week 50 naar 22,6% in week 51. De stijging in het vindpercentage is deels te 7
verklaren door het hoge aantal confirmatie tests. Het aandeel van confirmatie tests landelijk is te zien in Figuur 7. Landelijk is het vindpercentage gestabiliseerd rond 23,8% in week 50 naar 23,4% in week 51 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt dus onder het landelijk gemiddelde. Een combinatie van een hoog aantal besmettingen en een lager vindpercentage dan gemiddeld, kan een indicator zijn dat er genoeg testen worden uitgevoerd in de regio Utrecht.
Figuur 7. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGD’en, met bekende uitslag per week. Peildatum: 28 december 2021, 10.00 uur. Bron: RIVM.
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. De daling is absoluut gezien het grootst in Amersfoort. In Figuur 9 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In de meeste gemeenten is er een daling te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 51 ten opzichte van de week ervoor. Daarnaast is er een stijging in Bunnik, Montfoort en Oudewater, en een stabilisatie in Houten, Renswoude, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist te zien. Relatief gezien is het aantal besmettingen het hoogst in Woudenberg. In De Ronde Venen, Bunnik, Zeist en Soest zijn de besmettingen relatief gezien hoger dan in andere gemeenten.
8
Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente van 29 november t/m 26 december 2021. Peildatum 29 december 2021, 10:10 uur.
Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 29 november t/m 26 december 2021. Peildatum 29 december 2021, 10:10 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 51 is het aantal besmettingen in de meeste leeftijdsgroepen gedaald ten opzichte van week 50. Alleen in de leeftijdscategorie 20-39 jaar is er een stijging van 13,75% in het absoluut aantal besmettingen en is daarmee het hoogst in het aandeel besmettingen. Dit is mogelijk deels te verklaren door besmettingen van kinderen afgelopen periode naar hun ouders. In de data van de afgelopen weken is te zien dat een vierde van de besmettingen plaatsvond in de basisschoolleeftijd. In week 51 is het aandeel van de besmettingen in de basisschoolleeftijd gedaald naar een zesde. Een zesde van de besmettingen vindt ook plaats onder jongvolwassenen.
9
Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 48 t/m 51. Peildatum: 29 december 2021 10:30 uur.
Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 48 t/m 51 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 29 december 2021, 10:30 uur.
In Figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 29 november t/m 26 december 2021. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners afgelopen 4 weken zich met name bevinden in de leeftijdsgroepen 0-19 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroep 20-39 en 40-59 jaar.
Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 29 november t/m 26 december 2021. Peildatum 29 december 2021, 10:50 uur.
10
Bron van besmetting Door afgeschaald BCO bij een hoog aantal meldingen lukt het minder goed om de doelen van BCO te bereiken, dat wil zeggen het informeren van indexen en contacten, het bereiken van kwetsbaren en het verzamelen van gegevens voor surveillance. RIVM en GGD GHOR ontwikkelen momenteel een werkwijze waarbij een representatieve steekproef van de meldingen afgehandeld wordt volgens fase 3 van BCO op maat. Hierdoor blijft er zicht op de epidemie en wordt vaccineffectiviteit tegen transmissie gemonitord. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 13 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. Ten opzichte van vorige week heeft er een lichte daling plaatsgevonden tot 35.867 afgenomen testen in week 51. De testcapaciteit is omlaag bijgesteld. Het aantal bezoekers op de teststraten is ook gedaald. Dit is mogelijks deels te verklaren door het nieuwe testbeleid dat op 2 december van kracht ging. Zelftesten mogen ook worden gebruikt bij lichte klachten, bij een positieve zelftest is een confirmatie test bij de GGD nodig. RIVM heeft onderzocht dat zelftesten even betrouwbaar zijn in het detecteren van de omikronvariant als de deltavariant (Bron: NOS) Het aandeel van confirmatietest in onze teststraten wordt nog verder onderzocht. De daling kan ook deels worden verklaard door de inmiddels lagere infectiedruk.
De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari is in Figuur 14 weergeven.
Figuur 13. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum: 29 december 2021, 10:50 uur.
11
Figuur 14. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 29 december 2021, 11:00 uur.
12
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. Er zullen in week 52 van 2021 zo’n 120.000 vaccinaties gezet worden in de regio Utrecht. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari zijn 1.854.437 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (Peildatum 29 december 2021, 11:00 uur, zie Figuur 15). Sinds 19 november zijn er 243.289 boostervaccinaties gezet.
Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum 29 december 2021, 11:00 uur.
Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. We zijn gestopt met het vaccin Astra-Zeneca. Mensen die eerder dit vaccin hebben gekregen mogen verder hun vaccinatie voltooien met een mRNA vaccin. Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij iedereen die de 2e prik minimaal 3 maanden eerder heeft ontvangen. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door de Delta variant. Voor bescherming tegen de Omikron variant is in internationaal onderzoek aangetoond dat de booster prik nodig is. Dit wordt ook gecommuniceerd door RIVM aan de Tweede Kamer in de technische briefing (Bron: Technische Briefing pagina 12).
13
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 16 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 74% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 17 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 72% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep. Let op: Door een foutje waren de totalen vorige week niet goed berekend. Dit is gecontroleerd en dus weer volledig en correct in deze versie.
14
Figuur 16. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 29 december 2021, 11:30 uur.
15
Figuur 17. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum: 29 december 2021, 11:30 uur.
16
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 29 december 2021 10:50 uur 1.509 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn er landelijk in de periode 22 december 10.01 uur t/m 28 december 2021 10.00 uur 272 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode is er één overlijden gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Veenendaal is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 18). Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.
Figuur 18. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum 29 december 2021 10:50 uur.
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 19. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd weer aan het afnemen is.
17
Figuur 19. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf maart 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 28 december 2021 10:00 uur.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Wegens de vakantieperiode is dit gedeelte niet geüpdatet in week 52. 3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en de afgelopen week is een daling zichtbaar (Figuur 20). Landelijk geldt fase 2D (conform opschalingsplan COVID-19). Landelijke zorgcontinuïteit is ernstig in gevaar: meerdere regio’s geven aan dat zij de kritiek planbare zorg en de (semi-) acute zorg niet meer kunnen waarborgen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd.
Figuur 20. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 28 december 2021 10:00 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Eind november is deze toename in de klinieken iets afgenomen. De bezetting in de klinieken volgt tot nu toe in december deze dalende lijn. 18
De instroom met COVID-19 patiënten op de IC blijft relatief stabiel, met een voorzichtige dalende lijn, evenals de bezetting op de IC (Figuur 21).
Figuur 21. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 28 december 2021.
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is net als vorige week donkerrood (Figuur 22).
Figuur 22. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bij ons op 27 december 2021 bekend: 35) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig aantal beschikbare bedden is 54 waarvan 22 bezet (Figuur 23). 19
Figuur 23. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 28 december 2021. Bron: de GHOR.
20
Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zeventiende meting was van 24 tot 28 november. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. In deze bijlage wordt ingegaan op de gezondheid van de deelnemers. De onderwerpen die besproken worden zijn beweging en alcoholgebruik.
In deze bijlage worden figuren getoond over het percentage deelnemers dat matig intensief en sterk intensief beweegt. Bij matig intensieve beweging kan gedacht worden aan wandelen of fietsen (minimaal 30 minuten). Onder sterk intensieve beweging vallen activiteiten als hardlopen, wielrennen of tennissen (minimaal 30 minuten). Wanneer het gaat over alcoholgebruik, schetsen we de het alcoholgebruik van de deelnemers over tijd. Let op: de figuren met een sterretje geven informatie over de activiteiten (bewegen) en het alcoholgebruik van de deelnemers gedurende de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst. Concreet gaat dit over Figuur 1, 2, 4 en 5.
Bijna 70% van de deelnemers beweegt minstens vier dagen per week matig intensief Figuur 1 geeft het aantal dagen per week weer dat deelnemers matig intensief bewegen per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat van de totale groep 68% minimaal 4 dagen per week matig intensief beweegt. Een derde van de deelnemers (32%) doet dit zelfs dagelijks. Verder valt op dat bijna niemand bijna nooit beweegt en dat de groep die een tot drie dagen per week matig intensief beweegt telkens kleiner is dan de groep die dit vier tot zes keer per week doet. Wanneer we kijken naar de verschillende leeftijdsgroepen zien we geen grote verschillen. De grootste verschillen tussen de leeftijdsgroepen zien we bij het dagelijks matig intensief bewegen; waar 25% van de 1639 jarigen dit doen, doen 36% van de 55-69 jarigen dit.
21
Figuur 1. Aantal dagen per week dat deelnemers matig intensief bewegen per leeftijdsgroep tijdens meetronde 17 (24 tot 28 november 2021).
51% van de deelnemers beweegt bijna nooit sterk intensief Figuur 2 weergeeft het aantal dagen per week dat deelnemers sterk intensief bewegen per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat 51% van de totale groep dit bijna nooit doet. 49% van de totale groep doet dit minimaal 1 dag per week. Daarnaast doen bijna vier op de tien deelnemers dit een tot drie dagen per week. De overige 11% doet dit minimaal vier dagen per week. Wanneer we kijken naar de verschillende leeftijdsgroepen vallen twee zaken op. Het eerste wat opvalt is dat 16-39 jarigen en 40-54 jarigen én 55-69 jarigen en 70-plussers ongeveer even vaak een tot drie keer per week sterk intensief bewegen. Daarnaast zien we dat meer 55-minners een tot drie keer per week sterk intensief bewegen dan 55-plussers. Waar 44% en 42% van respectievelijk 16-39 jarigen en 40-54 jarigen een tot drie keer per week sterk intensief beweegt, doen 35% en 31% van de 5569 jarigen en 70-plussers dit. Het tweede wat opvalt is dat de groep die vier tot zes keer per week sterk intensief beweegt groter is bij 70-plussers dan bij 40-69 jarigen (13% t.o.v. 7%).
22
Figuur 2. Aantal dagen per week dat deelnemers sterk intensief bewegen per leeftijdsgroep tijdens meetronde 17 (24 tot 28 november 2021).
Het aantal deelnemers dat weleens alcohol drinkt is stabiel Figuur 3 geeft het percentage weer dat weleens alcohol drinkt per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat dit stabiel is over de meetronden. De totale groep ligt rond de 70%. De leeftijdsgroepen liggen dicht bij elkaar, wel drinken iets minder 16-39 jarigen dan 70plussers. Tijdens meetronde 17 (24-28 november) geeft 69% van de 40-minners aan weleens te drinken, dit percentage is 74% voor 70-plussers.
Figuur 3. Percentage deelnemers dat weleens alcohol drinkt per leeftijdsgroep tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).
Grote verschillen tussen deelnemers in verschillende leeftijdsgroepen die minstens een dag per week alcohol drinken Figuur 4 weergeeft het percentage deelnemers dat ten minste een dag per week alcohol drinkt per leeftijdsgroep. Wanneer we kijken naar de gegevens uit meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus) zien we dat 86% van de 16-39 jarigen ten minste een dag per week alcohol drinkt. Dit geldt voor 90% van de 40-69 jarigen en zelfs 97% van de 70-plussers. Tijdens meetronde 15 (8 tot 12 september) zien we dat de lijnen iets dichter bij elkaar komen te liggen. Tijdens deze meetronde drinken iets meer 16-39 jarigen en iets minder 70-plussers. Tijdens meetronde 16 (20-24 oktober) wordt het patroon anders. Nu zijn er grotere verschillen tussen de leeftijdsgroepen te zien. Het aantal 16-39 jarigen en 70plussers dat minstens een dag per week drinkt daalt respectievelijk naar 79% en 92%, terwijl de groep 40-54 jarigen en 55-69 jarigen constant blijft. Echter, de verschillen worden nog groter tijdens de laatste meetronde in november. Dan zien we dat het aantal 16-39 jarigen dat minstens een dag per week drinkt verder daalt naar 72%. Dit is een daling van 14% ten opzichte van de meetronde in juli. Ook de lijnen voor 40-54 jarigen en 55-69 jarigen liggen verder uit elkaar. Deze groepen schelen met 13%. Meer 55-69 jarigen drinken minstens een keer per week.
De meeste deelnemers die minimaal een keer per week drinken zijn 70 jaar en ouder (95%).
23
Figuur 4. Percentage deelnemers dat ten minste een dag per week alcohol drinkt per leeftijdsgroep tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).
Minimaal 60% van de deelnemers drinkt meer glazen alcohol per dag dan de maximaal aanbevolen hoeveelheid Figuur 5 geeft het percentage deelnemers weer dat gemiddeld minstens twee glazen alcohol drinkt per dag per leeftijdsgroep. Het advies van de gezondheidsraad is om maximaal een glas alcohol per dag te nuttigen. In Figuur 5 worden daarom gegevens getoond van deelnemers die gemiddeld minimaal twee glazen alcohol per dag drinken. Het algemene beeld schetst dat er in juli meer verschillen waren tussen de leeftijdsgroepen dan in november. In juli (meetronde 14) geven 74%, 72%, 62% en 54% van de respectievelijk 16-39 jarigen, 40-54 jarigen, 55-69 jarigen en 70-plussers aan dat ze gemiddeld minstens twee glazen alcohol per dag drinken. Dit blijft gelijk tot meetronde 16 in oktober. Dan valt er een verschuiving op. Waar eerst de meeste 16-39 jarigen dronken, zijn ze dan in de minderheid met 64%. Het aantal 70-plussers wat meer drinkt per dag dan de gezondheidsraad adviseert neemt toe naar 66%. Verder valt het op dat tussen juli en oktober de lijnen voor 40-54 jarigen en 55-69 jarigen gelijk blijven. Tijdens de laatste meetronde in november liggen de leeftijdsgroepen erg dicht bij elkaar (tussen de 59% en 63%).
Figuur 5. Percentage deelnemers dat gemiddeld minstens twee glazen alcohol drinkt per dag per leeftijdsgroep tussen meetronde 14 (28 juli tot 1 augustus 2021) en 17 (24 tot 28 november 2021).
24
Bijlage 2: Covid Monitor
25
26
27