PR22.038A Regionale rapportage COVID-19 20211222
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 22 december 2021
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 17 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 11 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 12 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 16
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 17 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 17
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 19 3.1 LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 19 3.2 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 19 3.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 20 3.4 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 20 3.5 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 20 BIJLAGE 1: LANDELIJK PANELONDERZOEK .................................................................................................................... 21 BIJLAGE 2: COVID MONITOR .................................................................................................................................... 25
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1. Virusverspreiding 1.1. Aantal positief geteste personen Landelijk zijn in week 50 94.864 besmettingen gemeld met COVID-19, een daling van 18.5% vergeleken met week 48 (116.466 meldingen) (Bron: Weekcijfers coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). Hoewel deze aantallen nog heel hoog zijn, is in de afgelopen paar weken duidelijk een afnemende trend in het aantal nieuwe meldingen te zien (Figuur 1).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 2 augustus. Peildatum: 21 december 2021 10:00 uur. Bron Wekelijkse update epidemiologische situatie van SARS-CoV-2 in Nederland | RIVM
Het aantal positieve testen in de regio dat bekend is bij GGD regio Utrecht is in week 50 gedaald naar 8.198 ten opzichte van 9.638 in week 49 (Figuur 2). Dit is een afname van 17,57%. Sinds het begin van pandemie tot en met 22 december 2021 09:30 zijn in totaal 237.314 positief geteste personen gemeld in de regio Utrecht.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week bij GGDrU. Peildatum: 22 december 2021 09:45 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
4
Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken, wordt gedaan door middel van steekproef sequencen voor de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. De resultaten van week 48 zijn het meest recent, omdat de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren en nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week binnen zijn. Sinds medio juli is de deltavariant, die veel besmettelijker is dan anderen, dominant in Nederland en wereldwijd. In november wordt de Omikron variant, die nog besmettelijker is dan de Delta variant, benoemd tot ‘Variants of Concern’ (VOC) door WHO. Mensen die teruggekomen zijn vanuit hoog-risico landen worden gevraagd om zich te laten testen voor Omikron variant. In Utrecht zijn tot nu toe zijn 3 mensen getroffen door de Omikron variant. Vanaf volgende week wordt sequencen voor de Omikron variant via kiemsurveillance gemonitoord. Naar verwachting zal de Omikron variant nog voor de jaarwisseling de dominante coronavariant in Nederland zijn (Figuur )(Bron: RIVM).
Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 46 t/m week 48 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Week 47 is nog niet compleet. Peildatum 22 december 2021. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM). *De aantallen van AY.4.2 zijn ook opgenomen in de totale aantallen van de Delta variant (B.1.617.2).
Figuur 3. Model inschatting van coronavariant dominantie in Nederland Bron: Technische Briefing RIVM Tweede Kamer.
5
Het reproductiegetal (R, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) is voor Nederland op 6 december rond de 0.88, zo schat het RIVM (Figuur 4). Schattingen van het R-getal recenter dan 14 dagen geleden zijn niet betrouwbaar, omdat de meldingen voor recenter dagen nog niet volledig gerapporteerd zijn. Alleen met een R-getal onder de 1 neemt de verspreiding af.
Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 21 december 2021 10:00 uur.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In Figuur 5 is het aantal COVID-19 positieve patiënten uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden. Te zien is dat er een daling is in het aantal registraties positieve patiënten.
Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag– 3 kalenderdagen. Peildatum 22 december 2021 09:50 uur.
Maatregelen In de persconferentie van afgelopen zaterdag 18 december 2021 werd aangekondigd dat per 19 december een strenge lockdown geldt om besmettingen van de omikron-variant tegen te gaan tot ten minste 14 januari 2022. Hieronder valt de sluiting van de meeste locaties zoals horeca, culturele locaties, binnen sportlocaties, en niet-essentiele winkels. De volledige regels zijn te vinden op Kort overzicht coronamaatregelen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl. Inschaling Het risiconiveau geeft informatie over de druk op de zorg door patiënten met COVID-19. Er zijn drie risiconiveaus mogelijk: (1) waakzaam, (2) zorgelijk en (3) ernstig. Welk risiconiveau geldt, hangt af van het gemiddelde aantal ziekenhuisopnames en het gemiddelde aantal IC-opnames in 7 dagen. Sinds 2 november 2021 zit Nederland in ‘ernstig’ en op 21 december 2021 is dit opnieuw vastgesteld. Er waren gemiddeld 230 6
ziekenhuisopnames en 37 IC-opnames per dag over de periode van 11 tot en met 17 december 2021 (Bron: Risiconiveaus | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl). Figuur 6 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen week. Met 599 besmettingen per 100.000 inwoners in week 50 valt regio Utrecht in de bovenste helft van de middenmoot. Veiligheidsregio Zeeland, Zuid-Holland-Zuid, en Fryslan zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 653, 648 en 641 besmettingen per 100.000 inwoners. Groningen, Drenthe en Amsterdam-Amstelland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 440, 495 en 499 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 6. Aantal aan de GGD’en gemelde personen met een positieve testuitslag voor SARS-CoV-2 per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 14 december 2021 t/m 21 december 2021. Peildatum: 21 december 2021, 10:00 uur. (Bron: RIVM).
Vindpercentage per week 7
In de regio Utrecht is het vindpercentage gestegen van 20,8% in week 49 naar 21,2% in week 50. De stijging in het vindpercentage is deels te verklaren door het hoge aantal confirmatie tests. Het aandeel van confirmatie tests landelijk is te zien in Figuur 7. Landelijk is het vindpercentage gestabiliseerd rond 23,4% in week 49 naar 23,8% in week 50 (Bron: RIVM). Het vindpercentage van de regio Utrecht ligt dus onder het landelijk gemiddelde.
Figuur 7. Aandeel testen ter bevestiging van een positieve zelftest van alle afgenomen testen bij de GGDen, met bekende uitslag per week. Bron: RIVM Wekelijks rapportage (Figuur 28).
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente over de afgelopen vier weken. De stijging is absoluut gezien het grootst in de grote steden Utrecht en Amersfoort. In Figuur 9 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal, des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft een relatief groot verschil in de kleinere gemeenten. In de meeste gemeenten is er een daling te zien in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in week 50 ten opzichte van de week ervoor. Daarnaast is er een lichte stijging in IJsselstein, en een stabilisatie in Oudewater, Rhenen en Stichtse Vecht te zien. Relatief gezien is het aantal besmettingen het hoogst in Bunschoten. Deze gemeente staat voorlopig landelijk op nummer twee gemeentes met hoogst aantal besmettingen (Bron: COVID-19 Uitbraakmonitoor Nederland). In Vijfheerenlanden, Amersfoort, Leusden en Woudenberg zijn de besmettingen relatief gezien ook hoger dan in andere gemeenten.
8
Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente van 22 november t/m 19 december 2021. Peildatum 22 december 2021 09:45 uur.
Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente van 22 november t/m 19 december 2021. Peildatum 22 december 2021, 09:45 uur.
Aantal besmettingen per leeftijdsgroep Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen opgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). In week 50 is het aantal besmettingen in de meeste leeftijdsgroepen gedaald ten opzichte van week 49. Alleen in de leeftijdscategorie 20-39 jaar is er een stijging van 2,04 % in het absoluut aantal besmettingen. In week 50 is het aandeel besmettingen het hoogst in de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Dit is mogelijk deels te verklaren door besmettingen van kinderen afgelopen periode naar hun ouders. In de data van de afgelopen weken is te zien dat een vierde van de besmettingen plaatsvindt in de basisschoolleeftijd.
9
Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 47 t/m 50. Peildatum: 22 december 2021 09:45 uur.
Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19-registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 47 t/m 50 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum: 22 december 2021 09:45 uur.
In Figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 22 november t/m 19 december 2021. Hierin is te zien dat de meeste besmettingen per 100.000 inwoners zich met name bevinden in de leeftijdsgroepen 0-19 jaar. Dit wordt gevolgd door de leeftijdsgroep 20-39 en 40-59 jaar.
Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdsgroep per 100.000 inwoners, periode 22 november t/m 19 december 2021. Peildatum 22 december 2021 09:45 uur.
10
Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt normaal gesproken uitgevraag gedaan naar de mogelijke bron van besmetting. Door het hoge aantal besmettingen is dit helaas niet mogelijk geweest. 1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Figuur 13 geeft het aantal testen weer dat per week wordt uitgevoerd door GGDrU. Ten opzichte van vorige week heeft er een daling plaatsgevonden tot 36.221 afgenomen testen in week 50. De testcapaciteit is omlaag bijgesteld. Het aantal bezoekers op de teststraten is ook gedaald. Dit is mogelijks deels te verklaren door het nieuwe testbeleid dat op 2 december van kracht ging. Zelftesten mogen ook worden gebruikt bij lichte klachten, bij een positieve zelftest is een confirmatie test bij de GGD nodig. Het aandeel van confirmatietest in onze teststraten wordt nog verder onderzocht. De testcapaciteit van GGDrU in de teststraten en het aantal bezoekers vanaf 4 januari is in Figuur 14 weergeven.
Figuur 13. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 22 december 2021, 10:40 uur.
Figuur 14. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit en het aantal bezoekers van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 22 december 2021, 10:40 uur.
11
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatielocaties GGDrU heeft 14 december 2021 aangekondigd met volle kracht in te gaan zetten op de boostervaccinaties met het doel eind januari iedereen van 18 jaar of ouder de kans te hebben gegeven om zich te boosteren. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19 vaccinatiecampagne op 8 januari zijn 1.750.647 vaccinaties gezet op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio (peildatum 22 december 2021, 10:50) (Figuur 15). Sinds 19 november zijn er 143.276 boostervaccinaties gezet.
Figuur 15. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste, tweede, derde, en booster vaccinatie. Peildatum 22 december 2021, 09:45 uur.
Type vaccin In onze regio worden mensen gevaccineerd met Pfizer, Moderna, en Janssen. We zijn gestopt met het vaccin Astra-Zeneca. Mensen die eerder dit vaccin hebben gekregen mogen verder hun vaccinatie vooltooien met een mRNA vaccin. Voor de boosterprik worden Pfizer en Moderna ingezet bij iedereen die de 2e prik 3 maanden eerder heben ontvangen. Na een volledige vaccinatieserie zijn mensen momenteel goed beschermd tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname door de Delta variant. Voor bescherming tegen de Omikron variant is in internationaal onderzoek aangetoond dat de booster prik nodig is. Dit wordt ook gecommuniceerd door RIVM aan de Tweede Kamer in de technische briefing (Bron: Technische Briefing pagina 12).
12
Sanquin-onderzoek laat zien dat het gemiddelde aantal corona-antistoffen onder de donorpopulatie halveert na ongeveer elke 3 maanden. Deze daling is volgens het onderzoek minder snel bij mensen die COVID-19 eerder hebben doorgemaakt (Figuur 16). Puur op basis van dalende antistoffen is het niet mogelijk te voorspelen of en wanneer mensen significant vatbaarder zijn voor COVID-19.
Figuur 16. Gemiddelde hoeveelheid corona-antistoffen bij Sanquin bloed-donors in week 48 vergeleken met week 37, na vaccinatie (links) of na infectie (eventueel met extra vaccinatie) (rechts). Bron: Sanquin.
13
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners van 12 jaar en ouder die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 77% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Figuur 18 laat het percentage inwoners van 12 jaar en ouder zien dat het volledige vaccinatieprogramma heeft doorlopen. Dit varieert van een gemiddelde per gemeente van 72% voor Renswoude tot meer dan 90% in Bunnik. Beide tabellen zijn uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Naast deze data ontvangt elke gemeente eens per twee weken op woensdag een document met daarin de vaccinatie per wijk en leeftijdsgroep.
Figuur 17. Percentage inwoners van 12 jaar en ouder dat ten minste een vaccinatie heeft ontvangen per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 22 december 2021.
14
Figuur 18. Percentage inwoners dat volledig is gevaccineerd per gemeente en leeftijdsgroep op basis van data van het RIVM (CIMS). Peildatum 22 december 2021.
15
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 22 december 2021 10:50 uur 1.502 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden. Net zoals landelijk (Bron: RIVM) is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. Het risico op overlijden neemt toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is ongeveer een derde. Voor zover bekend bij het RIVM zijn er landelijk in de periode 14 december 10.01 uur t/m 21 december 2021 10.00 uur 322 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. In dezelfde periode zijn er twaalf overlijdens gemeld bij GGDrU. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Veenendaal is het absoluut aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 19). In Figuur 20 is de landelijke oversterfte te zien. Een belangrijke kanttekening is dat niet alle overledenen aan de GGD worden gemeld. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn.
Figuur 19. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum 22 december 2021 10:50 uur.
16
Figuur 20. Totale sterfte per week in Nederland t/m 8 december (paarse lijn) vergeleken met het aantal overlijdens dat wordt verwacht op basis van voorgande jaren (gele lint). Peildatum 7 december 2021. Bron: RIVM en CBS.
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 21. Te zien is dat het aantal positief geteste bewoners de afgelopen tijd weer aan het afnemen is.
Figuur 21. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf maart 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 21 december 2021 10:00 uur.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Het MAB geeft ook uitvoering aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek’. Wanneer een inwoner of ketenpartner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Verder is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten waaronder het MAB. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. Daarnaast is een toename van het aantal meldingen afkomstig van de politie bij het MAB te zien. Zo nam het aantal meldingen met een veelvoud toe: gemiddeld 9,4 meldingen per week in 2019, 17,6 meldingen in 2020 en 29,1 meldingen 17
in het eerste half jaar van 2021. Figuur 22 en 23 tonen het aantal meldingen respectievelijk maandelijks en wekelijks.
Figuur 22. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum 20 december 2021.
Figuur 23. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum 20 december 2021.
18
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Vanaf eind september 2021 is het aantal ziekenhuisopnames landelijk toegenomen. De toename is eind november afgevlakt en de afgelopen week is een daling zichtbaar (Figuur 20). Landelijk geldt fase 2D (conform opschalingsplan COVID-19). Landelijke zorgcontinuïteit is ernstig in gevaar: meerdere regio’s geven aan dat zij de kritiek planbare zorg en de (semi-) acute zorg niet meer kunnen waarborgen. Een van de grote uitdaging is personele uitval, door ziekte, quarantaine of isolatie maatregelen. Kritieke planbare zorg (klasse 3) en overige planbare zorg (klasse 4 en 5) is deels geannuleerd.
Figuur 24. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 21 december 2021 10:00 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio In onze regio nam de instroom van COVID-19 patiënten (nieuwe opnames) in de klinieken vanaf eind september 2021 toe. Eind november is deze toename in de klinieken iets afgenomen. De bezetting in de klinieken volgt voorzichtig deze dalende lijn. De instroom met COVID-19 patiënten op de IC blijft relatief stabiel evenals de bezetting op de IC (Figuur 25).
Figuur 25. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 22 december 2021.
19
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk. De zorgcontinuïteit kan alleen door maatregelen van instellingen en met regionale coördinatie worden behouden. Huidige continuïteitsfase is DONKERROOD (Figuur 26)
Figuur 26. Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht 2021
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. In de V&V-, GHZ- en GGZ-sector hebben een aantal zorglocaties (aantal bij ons op 22 december 2021 bekend: 33) te maken met meerdere COVID-19 besmettingen, waarbij er afdelingen in quarantaine zijn. Daarnaast zijn er meerdere locaties met een enkele besmetting. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V heeft beddencapaciteit (COVID) buiten het ziekenhuis georganiseerd. Landelijke spreiding is ingezet. Huidig aantal beschikbare bedden is 54 waarvan 29 bezet (Figuur 27).
Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 22 december 2021. Bron: de GHOR.
20
Bijlage 1: Landelijk panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats. De laatste en zeventiende meting van 24 tot 28 november. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan 25-plussers. Ten slotte doen er relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. Gedurende de coronapandemie zijn er maatregelen ingevoerd met als doel om de besmettingscijfers te verlagen. Zo zijn er momenteel verschillende maatregelen van kracht.
Enkele voorbeelden zijn het houden van anderhalve meter afstand, het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimtes, het thuiswerken en het hanteren van een maximaal aantal bezoekers. In deze bijlage wordt ingegaan op het welzijn van de deelnemers. Welzijn bestaan uit onder andere lichamelijke en psychische gezondheid. Er wordt eerst ingegaan op hoe de algemene gezondheid wordt ervaren. Daarna wordt beschreven hoe het staat met de psychische gezondheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen deelnemers die zich psychisch gezond voelen en deelnemers die zich psychisch licht ongezond voelen. Tot slot worden twee figuren beschreven die te maken hebben met eenzaamheid. Eerst gaan we in op een eventuele leegte die de deelnemers om zich heen ervaren en afsluitend wordt beschreven of een deelnemer voldoende mensen om zich heen heeft die hij/zij volledig kan vertrouwen. Alleen kleine verschillen tussen leeftijdsgroepen als het gaat om algemene gezondheid Figuur 1 weergeeft het percentage deelnemers dat de eigen gezondheid als (zeer) goed ervaart per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat er geen grote verschillen zijn tussen de leeftijdsgroepen en dat de ervaren gezondheid stabiel is over tijd. Wel is het interessant om te noemen dat verschillende leeftijdsgroepen een ander patroon laten zien.
Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar 16-39 jarigen (paarse lijn) zien we dat in april 2020 88% aangeeft de algemene gezondheid als (zeer) goed te evalueren. Wanneer we kijken naar het laatste meetmoment in november 2021 zien we dat het licht is gedaald naar 81%. Bij 55-69 jarigen zien we een omgekeerd patroon; in april 2020 gaf 75% van deze groep aan zich (zeer) gezond te voelen en dit steeg licht naar 80%. Concluderend kunnen we opmerken dat het in de ene groep licht afneemt en in de andere groep licht stijgt, al zijn de verschillen klein.
21
(Zeer) goede algemene gezondheid per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0%
16-39
40-54
55-69
70+
Figuur 1 (Zeer) goede algemene gezondheid per leeftijdsgroep tussen meetronde 1 (17-24 april 2020) en 17 (24 tot 28 oktober 2021).
40-minners geven beduidend minder vaak aan dat ze zich psychisch gezond voelen dan 40-plussers Figuur 2 weergeeft het percentage deelnemers dat zich psychisch gezond voelt per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat de patronen van 40-plussers redelijk stabiel zijn en dat het percentage deelnemers dat zegt zich psychisch gezond te voelen rond de 85% ligt. Voor 40-minners is dit beeld anders. De groep gaat tot en met juli 2020 redelijk gelijk op met de andere leeftijdsgroepen, maar zwakt daarna af. Vanaf mei 2021 lijkt het beter te gaan met de psychische gezondheid, meer deelnemers geven dan aan zich goed te voelen. Het beeld stabiliseert tot en met eind oktober. In november neemt het aantal 40minners dat zich psychisch gezond voelt af. Dat de lijn (paars) van de 40-minners afwijkt van de anderen kan worden verklaard door het feit dat de maatregelen mogelijk meer impact hebben op jongere dan op oudere deelnemers. Het sociale leven wordt door de maatregelen beperkt en dit raakt over het algemeen de jongere deelnemers het hardst.
Percentage deelnemers dat zich psychisch gezond voelt per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0%
16-39
40-54
55-69
70+
Figuur 2 Percentage deelnemers dat zich psychisch gezond voelt per leeftijdsgroep tussen meetronde 1 (17-24 april 2020) en 17 (24 tot 28 oktober 2021).
Figuur 3 weergeeft het percentage deelnemers dat zich psychisch licht ongezond voelt per leeftijdsgroep. Waar we net in Figuur 2 zagen dat de jongste groep psychisch het meest lijdt, zien we dit ook in Figuur 3 terug. Vanaf augustus 2020 zien we dat 22
beduidend meer 40-minners zich psychisch licht ongezond voelen dan 40-plussers. Dit is 16% in november en is zelfs over de 20% gegaan rondom de jaarwisseling van 2020. Mogelijk heeft dit te maken met de lockdown rond de jaarwisseling. Wanneer we naar de andere leeftijdsgroepen kijken zien we alleen kleine verschillen en zien we tijdens de laatste meetronde in november dat hoogstens 8% van de 40-plussers zich psychisch licht ongezond voelt.
Percentage deelnemers dat zich psychisch licht ongezond voelt per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20% 0%
16-39
40-54
55-69
70+
Figuur 3 Percentage deelnemers dat zich psychisch licht ongezond voelt per leeftijdsgroep tussen meetronde 1 (17-24 april 2020) en 17 (24 tot 28 oktober 2021).
Bijna twee derde van de deelnemers ervaart geen leegte om zich heen Figuur 4 weergeeft het percentage deelnemers dat een leegte om zich heen ervaart per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat de groep die dit niet ervaart verreweg het grootst is, maar dat deze groep kleiner is geworden vergeleken met eerdere meetmomenten. Verder zien we een verandering in het aantal deelnemers dat ‘ja’ of ‘min of meer’ antwoordden op de vraag of ze leegte om zich heen ervaren. Er valt namelijk te zien dat deze groepen groter zijn in november (het laatste meetmoment) wanneer ze vergeleken worden met de groepen in september en oktober. Het lijkt er dus op dat het aantal deelnemers dat een leegte om zich heen ervaart toeneemt. Wanneer we kijken naar de totale groep van het laatste meetmoment (24-28 november) zien we dat 62% geen leegte om zich heen ervaart. Verder zien we wel verschillen tussen de leeftijdsgroepen; 16-39 jarigen lijken vaker een leegte om zich heen te ervaren dan 40-plussers. Tijdens het laatste meetmoment (24-28 november) geeft bijna 30% van de 40-minners aan een leegte om zich heen te ervaren, terwijl dit voor een kwart van de 40-plussers geldt.
23
Percentage deelnemers dat een leegte om zich heen ervaart per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20%
Ja
Min of meer 8-12 sept
20-24 okt
Totaal
70+
55-69
40-54
16-39
Totaal
70+
55-69
40-54
16-39
Totaal
70+
55-69
40-54
16-39
0%
Nee 24-28 nov
Figuur 4 Percentage deelnemers dat een leegte om zich heen ervaart per leeftijdsgroep tussen meetronde 15 (8-12 september 2021) en 17 (24 tot 28 oktober 2021).
Meer dan zes op de tien deelnemers heeft genoeg mensen om zich heen die hij/zij helemaal kan vertrouwen Figuur 5 weergeeft het percentage deelnemers dat veel mensen om zich heen heeft die hij/zij helemaal kunnen vertrouwen per leeftijdsgroep. Er valt te zien dat 66% van de totale groep tijdens het laatste meetmoment (24-28 november) genoeg mensen om zich heen heeft. Dit lijkt stabiel te zijn over de meetmomenten en ook zijn er geen grote verschillen tussen leeftijdsgroepen. Iets meer dan een kwart van de totale groep geeft aan ‘min of meer’ veel mensen om zich heen te hebben. Opnieuw zijn hier geen grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen. Slechts 7% van de totale groep geeft aan dat ze te weinig mensen om zich heen hebben.
Percentage deelnemers dat veel mensen om zich heen heeft die hij/zij helemaal kan vertrouwen per leeftijdsgroep 100% 80% 60% 40% 20%
Ja
Min of meer 8-12 sept
20-24 okt
Totaal
70+
55-69
40-54
16-39
Totaal
70+
55-69
40-54
16-39
Totaal
70+
55-69
40-54
16-39
0%
Nee 24-28 nov
Figuur 5 Percentage deelnemers dat dat veel mensen om zich heen heeft die hij/zij helemaal kan vertrouwen per leeftijdsgroep tussen meetronde 15 (8-12 september 2021) en 17 (24 tot 28 oktober 2021).
24
Bijlage 2: Covid Monitor
25
26