PR22.022 Aanvulling Ledenbrf. VNG voorbereiding ALV
Tekst van het document
Samenvatting en preadvies motie “Met prioriteit het elektriciteitsnetwerk geschikt maken voor de energietransitie” Indienende gemeente: Amersfoort Ondersteunende gemeenten: Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Baarn, Breda, Bunschoten, Delft, Eindhoven, Eemnes, Haarlem, Haarlemmermeer, Heerlen, Helmond, ’s Hertogenbosch, Hilversum, Hoorn, Leeuwarden, Leusden, Nijkerk, Oss, Sittard-Geleen, Soest, Woudenberg, Zaanstad. Strekking van de motie Oproep aan bestuur om: 1. De problematiek rond de netwerkcongestie onder de aandacht te brengen van de Tweede Kamer en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2. De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Financiën te verzoeken om binnen 6 maanden samen met TenneT en regionale netbeheerders een plan van aanpak op te stellen en hier met prioriteit uitvoering aan te geven. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: Het groeiende probleem van netwerkcongestie staat hoog op de agenda bij zowel de gemeenten (en de VNG) als bij de betreffende stakeholders en het Rijk. De motie sluit ook aan bij het voornemen van het nieuwe kabinet om forse middelen voor de infrastructuur te reserveren en nog deze kabinetsperiode de energie-netwerken toekomstbestendig te maken.
In dat kader zal de VNG snel mogelijk in overleg treden met het rijk over de vraag hoe het rijk denkt de problemen met het netwerk aan te pakken en deze geschikt te maken voor de energietransitie.
Motie: Met prioriteit het elektriciteitsnetwerk geschikt maken voor de energietransitie
De VNG in vergadering bijeen op 26 november 2021, gehoord de beraadslaging, constaterende dat:
In 2019 het Nationaal Klimaatakkoord is vastgesteld waarin regio’s worden opgeroepen een bod in te dienen waarmee alle regio’s gezamenlijk in Nederland 35TWh aan grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land, via wind, zonneparken en grootschalig zon op dak, realiseren; De RES-regio’s de afgelopen periode hun RES1.0 hebben vastgesteld waarmee zij hun boden hebben vastgelegd en aangeven hoe zij die gaan realiseren. De betreffende regionale netbeheerders een netwerk impactanalyse hebben uitgevoerd. Deze netwerk impactanalyses maken deel uit van de RES en laten zien of het betreffende netwerk voldoende capaciteit biedt om duurzame opgewekte energie te transporteren binnen het netwerk al dan niet nadat een aantal knelpunten in de netwerken worden opgelost en gezocht wordt naar het zo efficiënt mogelijk benutten van het netwerk TenneT op 12 oktober een persbericht heeft uitgebracht. In dit bericht is aangekondigd dat sprake is van congestie op het hoogspanningsnetwerk van TenneT in de provincie Utrecht.
Dit betekent dat vanaf 12 oktober 8.00 uur geen nieuwe initiatieven voor hernieuwbare elektriciteit met een transportcapaciteit groter dan 3 * 80 Ampère (> 15 kW) door Stedin in behandeling worden genomen; De problematiek van netwerkcongestie ondertussen op vele plekken op zowel het hoogspanningsnetwerk van TenneT als het midden- en laagspanningsnet van regionale netbeheerders speelt en zich waarschijnlijk gaat uitbreiden Zowel het landelijk gebied als op bedrijventerreinen er veel potentie is voor de opwek van duurzame elektriciteit terwijl daar beperkte netwerkcapaciteit is. In overgangen tussen netbeheergebieden de capaciteit niet op orde is.
Van mening dat:
De regio’s en gemeenten veel inspanningen hebben verricht om de realisatie van de RESboden de komende jaren te realiseren, mogelijk te maken en aan te jagen; De netcongestiesproblemen het broze draagvlak voor de energietransitie ondermijnt; Lokale initiatieven en bedrijven hun enthousiasme voor het realiseren van zon of wind op deze manier verliezen Het halen van de doelstelling van 2030 voor hernieuwbare opwek uit het Klimaatakkoord en daarmee ook het verder doel voor forse CO2-redcutie voor 2050 voorkomend uit het Klimaatakkoord van Parijs of Parijs verder in het nauw komt; De huidige regelgeving met betrekking tot de energie-infrastructuur een belemmering vormt van de energietransitie en behoeft modernisering. De Rijksoverheid meer prioriteit moet geven aan het versterken van het hoog-, midden- en laagspanningsnet. Het afwegingskader niet alleen volgens het principe first come, first serve moet werken maar dat daarbij projecten uit de RES-sen voorrang hebben.
Verzoekt het bestuur van de VNG om: 1. De problematiek rond de netwerkcongestie onder de aandacht te brengen van de Tweede Kamer en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 2. De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Financiën te verzoeken om binnen 6 maanden samen met TenneT en regionale netbeheerders een plan van aanpak op te stellen en hier met prioriteit uitvoering aan te geven waarin onderwerpen zoals onderstaande punten concreet worden gemaakt: a. Netbeheerders wordt meer experimenteerruimte geboden om via alternatieve mogelijkheden netcongestie op te lossen zoals tussentijdse opslag van elektriciteit te stimuleren door een extra categorie ‘uitgestelde levering’ toe te voegen aan de SDE++; b. De regels en RO-procedures tbv de infrastructurele maatregelen ter versterking van het net worden versoepeld waarmee de doorlooptijd waar mogelijk wordt verkort, bijvoorbeeld a la crisis & herstelwet c. De beschikbaarheid van SDE subsidies wordt geborgd voor projecten die nu stil komen te liggen; met name vanwege de aankondiging om de SDE+ vanaf 2025 af te bouwen waarbij de netbeheerders verwachten pas vanaf 2026 structureel meer ruimte op het net te hebben d. Het Rijk regie kan houden op de versnelling van de aanleg van infrastructuur zonder dat er nog meer congestie ontstaat; e.
Het Rijk onderzoekt hoe de financiering van de netbeheerders versterkt kan worden zodat investeringen in nieuwe infrastructuur geen vertraging oplopen;
En gaat over tot de orde van de dag. Namens de gemeente Amersfoort
Burgemeester L.M.M. Bolsius
Wethouder A.P.A.M. Janssen
Samenvatting en preadvies motie Compenseren netwerkproblematiek energietransitie Indienende gemeente(n): Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland Ondersteunende gemeenten: Achtkarspelen, Dantumadiel, De Fryske Marren, Heerenveen, Leeuwarden, Schiermonnikoog, Smallingerland, Vlieland, Waadhoeke Strekking van de motie: Verzoek het VNG-bestuur er bij het rijk op aan te dringen om: · · ·
de salderingsregeling voor particulieren in probleemgebieden met beperkte netcapaciteit die zonnepanelen op hun dak plaatsen, te verlengen en de vanaf 2023 beoogde afbouw van deze regeling op te schorten; de netwerkbedrijven de wettelijke mogelijkheid te geven om (voor lokale initiatieven) te investeren in alternatieven, zoals opslag van elektriciteit en productie van waterstof; subsidieregelingen voor lokale projecten, zoals de Subsidieregeling Coöperatieve Opwekking(SCE), in regio’s met netwerkproblemen, op het moment dat er weer aansluitmogelijkheden beschikbaar zijn, onder de nu geldende condities aan te bieden.
Preadvies VNG-bestuur: overnemen. Toelichting bij het preadvies: De motie roept het bestuur van de VNG op om bij het rijk aan te dringen om problemen die samenhangen met de beperkte netcapaciteit voor elektriciteit, snel aan te pakken en met specifieke oplossingen te komen in gebieden waar het net de komende periode nog onvoldoende capaciteit heeft. De netwerkcapaciteit is één van de urgente knelpunten voor de uitvoering van het klimaatakkoord. In het regeerakkoord worden de doelen voor de uitstoot van CO2 verder aangescherpt. Dat is op zich positief, maar vraagt wel dat de opwekking van duurzame energie dan snel wordt opgevoerd. In een aantal gebieden is dat lastig omdat het elektriciteitsnet niet op meer productie is ingesteld én verzwaring van het net enige tijd in beslag zal nemen. De nadere afspraken over extra ambities op het terrein van het klimaat, worden door het nieuwe kabinet waarschijnlijk gemaakt in een aangekondigd beleidsprogramma. Wij zullen de punten zoals in de motie benoemd, daarin meenemen.
Motie: Compenseren netwerkproblematiek Energietransitie
Indieners: gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. De Extra Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 13 januari 2022, Constaterende, • dat het in veel gemeenten op dit moment niet mogelijk is om (lokale) initiatieven met een vermogen groter dan 50 kW aan te sluiten; • dat particuliere daken nog wel kunnen worden aangesloten, maar ook die kleinere opwekinstallaties als gevolg van netwerkproblemen steeds vaker automatisch worden uitgeschakeld op dagen met veel zonneschijn; • dat er door netwerkproblemen vaak geen lokale initiatieven zoals postcoderoosprojecten kunnen worden gerealiseerd; • dat in veel gemeenten geen collectieve voorzieningen als alternatief voor aardgas mogelijk zijn; • dat voor inwoners dan de oplossing gezocht moet worden in combinaties met all-electric; • dat inwoners zich bewust zijn van de klimaatproblematiek en verantwoordelijkheid nemen; • dat in veel gemeenten daarvoor een groot aantal werkgroepen en coöperaties actief zijn; • dat energiewerkgroepen/-coöperaties aangeven dat zij door de netwerkproblemen in hun voortbestaan worden belemmerd; • dat woningbouwcorporaties steeds vaker netwerkproblemen ondervinden bij het planmatig aanbrengen van zonnepanelen op huurwoningen; • dat er in sommige regio’s door netwerkproblemen niet de mogelijkheid is om gebruik te maken van de huidige subsidiemogelijkheden.
Meerdere postcoderoos-initiatieven die klaar zijn voor het aanvragen van subsidie zijn on hold gezet. Overwegende, • dat netbeheerders voor de oplossing van de problemen termijnen noemen die variëren van 2025 tot zelfs 2028; • dat de netbeheerders op dit moment niet de wettelijke mogelijkheid hebben om pieken in energie-opwek te stabiliseren door bijvoorbeeld de tussenopslag in batterijen of de productie van waterstof; • dat veel (plattelands)gemeenten kampen met de genoemde grote problemen op het elektriciteitsnetwerk; • dat deze problemen van grote invloed zijn op het realiseren van lokale ambities en betrokkenheid van inwoners; • dat de energietransitie niet mogelijk is zonder draagvlak onder inwoners, de lokale werkgroepen en lokale energiecoöperaties; • dat gemeenten en inwoners een belangrijke (regie)rol hebben in de energietransitie.
Verzoekt het bestuur van de VNG er bij het Rijk op aan te dringen om: • de salderingsregeling voor particulieren in deze probleemgebieden die zonnepanelen op hun dak plaatsen te verlengen en de vanaf 2023 beoogde afbouw van deze regeling op te schorten; • de netwerkbedrijven de wettelijke mogelijkheid te geven om (voor lokale initiatieven) te investeren in alternatieven, zoals opslag van elektriciteit en productie van waterstof; • subsidieregelingen voor lokale projecten, zoals de Subsidieregeling Coöperatieve Opwekking (SCE), in regio’s met netwerkproblemen, op het moment dat er weer aansluitmogelijkheden beschikbaar zijn, onder de nu geldende condities aan te bieden; en gaat over tot de orde van de dag.
burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
Marjan van der Weij
Ellen van Selm
burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
Willem Mutter
Sandra Korthuis
burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
Remco van Maurik
André van de Nadort
Deze motie wordt ondersteund door de gemeenten: • • • • • • • • •
Achtkarspelen Dantumadiel De Fryske Marren Heerenveen Leeuwarden Schiermonnikoog Smallingerland Vlieland Waadhoeke
Ook Ús Koöperaasje, de belangenbehartiger van alle Friese lokale energie coöperaties ondersteunt deze motie van harte.
Samenvatting en preadvies motie: uitvoeringskosten gemeenten klimaatakkoord Indienende gemeente(n): Eindhoven en Groningen. Strekking van de motie: Roept het VNG bestuur op in gesprek te gaan met het rijk over:
Hoe de verhoogde doelstelling (55%) en ambitie (60%) voor CO2-reductie in 2030 in het coalitieakkoord zich verhouden tot het ROB-advies dat gebaseerd is een lagere CO2-reductie (49%) en te onderzoeken wat dit betekent voor de uitvoeringskosten voor het klimaatakkoord van gemeenten. Hoe de uitvoeringsmiddelen middelen onder decentrale overheden en planbureaus worden verdeeld en daarbij specifiek stilstaan bij het vertraagde ingroeipad ten opzichte van het ROBadvies De rol van gemeenten in de uitvoering van het Klimaatakkoord
Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies: De motie roept het VNG bestuur op met het rijk in gesprek te gaan over een nadere uitwerking van het klimaatakkoord. De motie richt zich daarbij specifiek op de verhouding tussen de hogere doelstelling die in het regeerakkoord is afgesproken en de vergoeding en verdeling van de uitvoeringslasten voor gemeenten van het klimaatakkoord. De ambities in het regeerakkoord ten aanzien van de CO2 reductie zijn hoger dan in het bestaande klimaatakkoord vastgelegd. Daarbij zijn er nog veel zaken die nader uitgewerkt moeten worden. Het regeerakkoord spreekt in dit verband van een uitwerking in een beleidsprogramma, waarbij ook de decentrale overheden worden betrokken. Voor de VNG zijn verhouding tussen de ‘oude’ en ‘nieuwe’ doelstellingen in zo’n programma een belangrijk punt van aandacht. Evenals de eerder door de leden geformuleerde randvoorwaarden voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Een vergoeding voor de uitvoeringskosten, zoals becijferd in het ROB-rapport, is daarbij één van de belangrijkste voorwaarden.
Aan: Bestuur van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Van: Rik Thijs, wethouder energie & klimaat gemeente Eindhoven Datum: 03-01-2021 Onderwerp: Motie ALV 13 januari 2022 Motie uitvoeringskosten gemeenten klimaatakkoord De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 13 januari 2022 Constaterende dat: • Gemeenten de doelstellingen in het klimaatakkoord hebben onderschreven en een belangrijke rol hebben in de verduurzaming van Nederland • In het ROB-onderzoek van Parijs naar Praktijk is geconcludeerd dat gemeenten voor de uitvoering van het Klimaatakkoord circa €600 mln. per jaar nodig hebben (€ 450 miljoen in 2022 oplopend tot € 599 miljoen in 2024) • Gemeenten bij hun instemming met het Klimaatakkoord als voorwaarde hebben gesteld dat er voldoende financiële middelen moeten komen voor gemeenten om de volledige uitvoeringskosten te dekken (motie Zaanstad, ALV 2020) • Er in de Rijksbegroting voor 2022 slechts €72.5 mln. incidenteel is vrijgemaakt voor de uitvoeringslasten voor het klimaatakkoord voor decentrale overheden • Er in het coalitieakkoord bekend is gemaakt dat er voor de uitvoeringskosten van decentrale verheden en planbureaus die voortvloeien uit het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid 800 miljoen euro per jaar gereserveerd wordt tot en met 2030, met een ingroeipad in 2023 en 2024.
Overwegende dat • Het ROB-advies uitging van een doelstelling 49% CO2-reductie in 2030 terwijl in het coalitieakkoord staat vermeld dat: o het doel voor 2030 in de Klimaatwet wordt aangescherpt tot 55% CO2 reductie. o Het nieuwe kabinet de ambitie heeft zich in haar beleid zal richten op een hogere opgave, te weten 60% CO2 reductie in 2030. • De opbouw van de uitvoeringsmiddelen zoals die in het regeerakkoord staat tot 2025 aanzienlijk langzamer zijn dan de kosten die in het ROB-advies zijn aangegeven waardoor vertraging dreigt te ontstaan, en nog onduidelijk is hoe deze middelen onder decentrale overheden worden verdeeld en wat de bestedingskaders zijn • De belangrijkste taken waar gemeenten voor staan in het klimaatakkoord, de wijkgerichte aanpak en de RES’sen, niet genoemd staan in het regeerakkoord, wetende dat gemeenten hun afspraken hierover conform planning zijn nagekomen. • Daarmee onduidelijkheid ontstaan is over de rol van gemeenten in de uitvoering van het Klimaatakkoord Roept het VNG bestuur op • In gesprek te gaan met het rijk over: o Hoe de verhoogde doelstelling (55%) en ambitie (60%) voor CO2-reductie in 2030 in het coalitieakkoord zich verhouden tot het ROB-advies dat gebaseerd is een lagere CO2-reductie (49%) en te onderzoeken wat dit betekent voor de uitvoeringskosten voor het klimaatakkoord van gemeenten.
o Hoe de uitvoeringsmiddelen middelen onder decentrale overheden en planbureaus worden verdeeld en daarbij specifiek stilstaan bij het vertraagde ingroeipad ten opzichte van het ROBadvies o De rol van gemeenten in de uitvoering van het Klimaatakkoord
Samenvatting en preadvies motie “Eerlijk speelveld bij woningbouwfondsen” Indienende gemeenten: De Bilt en Zeist Ondersteunende gemeenten: M50-gemeenten. Strekking van de motie De M50 stelt vast dat de extra financiering ten behoeve van de wooncrisis niet ten laste moet komen van het gemeentefonds; de drempels voor de woningbouwimpuls (Wbi) en het volkshuisvestingsfonds (te) hoog zijn en de uitvoeringskracht van kleine en middelgrote gemeenten moet worden verbeterd. De M50 verzoekt het VNG bestuur o.a.: Meer ondersteuning van het rijk bij de woningbouwopgave Meer investeringen in ambtelijk apparaat gemeenten Minder drempels en criteria voor de fondsenaanvraag Een integrale aanpak zodat ook gemeenten die geen goede OV verbinding hebben aanspraak op een fonds kunnen maken Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting Woningbouw is voor het nieuwe kabinet een van de prioritaire dossiers. De komende periode zullen rond de 100.000 woningen per jaar gebouwd moeten worden. Dat vraagt een inspanning van alle betrokkenen bij de woningbouw. Dat betreft zowel de (decentrale) overheden, als de marktsector. Ten aanzien de financiering van de plannen is er nog de nodige onduidelijkheid. Helder is dat de verhuurderheffing wordt afgeschaft. Dat geeft corporaties meer lucht. Andere instrumenten lijken te worden gefinancierd uit het gemeentefonds.
Over de exacte hoogte van het gemeentefonds in de komende kabinetsperiode is nog geen helderheid. Tegen deze achtergrond verzoekt de M50 het bestuur van de VNG in nauwe samenspraak met gemeentelijke platforms en in lijn met bestaande provinciale en regionale afspraken, in bestuursakkoorden met het rijk ons in te zetten voor een aantal zaken die het realiseren van de woningbouw opgave bevorderen. Dat betreft onder andere meer investeringen in ambtelijke capaciteit, minder drempels voor beschikbare fondsen, meer helderheid aan de voorkant bij aanvragen voor fondsen, meer flexibiliteit bij herstructurering van winkel(gebieden) en bedrijventerreinen, meer flexibiliteit en integraliteit tussen de woningbouw en bereikbaarheid in het land en ten algemene meer ondersteuning en medewerking bij het realiseren van de opgave. Deze verzoeken kunnen een wezenlijke bijdrage leveren aan de bestaande knelpunten voor het realiseren van meer woningbouw en zullen door de VNG daarom - in nauwe afstemming met genoemde platforms - worden ingebracht in de gesprekken met het nieuwe kabinet.
Samenvatting en preadvies motie: ”Onderwijshuisvesting/ventilatie schoolgebouwen” Indienende gemeente(n): Kerkrade Strekking: Met hoge prioriteit met kabinet en parlement in gesprek te gaan over financiële maatregelen passend bij de gestelde subsidievoorwaarden en de brede klimaatdoelen die gesteld zijn, zodat gemeenten in overleg met het onderwijs op een verantwoorde manier uitvoering kunnen geven aan de te nemen stappen voor frissere en duurzamere schoolgebouwen. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies Vanuit de VNG is regelmatig aandacht gevraagd voor de noodzakelijke extra bekostiging voor onderwijshuisvesting. Zo heeft de VNG specifiek over de SUVIS-regeling (=specifieke uitkering ventilatie in scholen) voor de aanpak van ventilatie in scholen samen met de PO-Raad en VO-raad al in maart dit jaar in een brief aan de minister geschreven dat de noodzakelijke 70% cofinanciering door veel schoolbesturen en gemeenten niet op te brengen is. Voor de brede opgave om te komen tot gezonde, duurzame schoolgebouwen die geschikt zijn voor modern en inclusief onderwijs zijn de uitkomsten van het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) onderwijshuisvesting van groot belang. In het IBO staat dat er jaarlijks 730 miljoen euro extra nodig is voor deze opgave. In de beleidsreactie op het IBO erkent de minister wel de opgave, maar maakt er geen middelen voor vrij.
Vanuit de VNG blijven we samen met de PO-Raad en de VO-raad ons inzetten om de benodigde middelen beschikbaar te krijgen.
Domein Bestuur Bezoekadres
Markt 1
Algemene Ledenvergadering VNG
Ambtenaar
D. Broeders Telefoonnummer
+14 045 Telefax
0455676395 Zaaknummer
Uw brief van
Uw kenmerk
Nee
Ons kenmerk
Datum
21u0039806
17 december 2021
Onderwerp
Motie Onderwijshuisvesting (ventilatie) Bijlage(n)
0
De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bijeen op 13 januari 2022. Constaterend dat: • Zeker in deze tijden, het van groot belang is dat kinderen in een gezonde en dus goed geventileerde omgeving lessen kunnen volgen. • Recent onderzoek van het RIVM heeft uitgewezen dat ventileren helpt om besmettingen met het coronavirus via de lucht te beperken. • Gemeenten vanaf 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022 nieuwe aanvragen kunnen indienen voor de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUViS) waarvoor € 100 miljoen beschikbaar is gesteld voor het verbeteren van de ventilatie in schoolgebouwen. • Via de SUViS-regeling het rijk maximaal 30% financiert van de totale kosten voor het verbeteren van de ventilatie. • Voor de overige 70% in principe de gebouweigenaar verantwoordelijk is. • Het aanbrengen van een ventilatiesysteem bij benadering € 25.000 per klaslokaal kost. Voor een groot schoolgebouw zou dat leiden tot een investering van ruim € 600.000 voor een kleinere school is een investering van ruim € 300.000 vereist. • Deze installaties ook extra exploitatiekosten vergen zoals onderhoud en energie. • De PO-Raad en de VO-raad samen met de VNG minister Slob eerder hebben laten weten dat het voor zowel schoolbesturen als gemeenten Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 676395
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
• • •
lastig is, zo niet onmogelijk, om de benodigde 70% uit eigen financiering op te brengen. De landelijke subsidieregeling kortom onvoldoende mogelijkheden biedt voor het grootschalig verbeteren van het binnenklimaat. Hetgeen op tal van plekken in het land inmiddels is vastgesteld en geconcludeerd. Naast investeringen in het binnenklimaat van scholen, waaronder ventilatie, het noodzakelijk is om stappen te zetten voor kwaliteitsverbetering en verduurzaming van schoolgebouwen. Gemeenten wel bereid willend zijn, maar dat het subcluster onderwijshuisvesting van het gemeentefonds op dit onderdeel achterblijft.
Draagt het VNG bestuur op met hoge prioriteit met het kabinet en parlement in gesprek te gaan over financiële maatregelen passend bij de gestelde subsidievoorwaarden en de brede klimaatdoelen die gesteld zijn, zodat gemeenten in overleg met het onderwijs op een verantwoorde manier uitvoering kunnen geven aan de te nemen stappen voor frissere en duurzamere schoolgebouwen. En gaat over op de orde van de dag. Namens gemeente Kerkrade,
Het College,
De secretaris,
dr. T.P. Dassen Housen
R.M.J.S. Stijns
Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 5676395
Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G
Samenvatting en preadvies motie Accres aanvullend maatregelenpakket 2 miljard Indienende gemeente(n): ‘s Hertogenbosch Ondersteunende gemeenten: Almelo, Breda, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Enschede, Haarlemmermeer, Helmond, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Tilburg, Zaanstad Strekking van de motie Het aanvullende pakket maatregelen van ruim € 2 miljard, waartoe is besloten bij de Algemene Politieke Beschouwingen, had op basis van het trap-op-trap-af-systeem moeten leiden tot een hoger accres. Dit accres is niet toegekend. Juist in een situatie waarin de financiële positie van gemeenten structureel onder druk staat moet het Rijk gemaakte afspraken nakomen. Het VNG bestuur wordt gevraagd een strategie uit te werken om over te gaan tot arbitrage, indien het kabinet niet alsnog is overgegaan tot toepassen van de normeringsafspraken. Preadvies VNG-bestuur: ontraden Toelichting bij het preadvies Het bestuur deelt de inzet vanuit de motie dat het kabinet de afspraken over ‘trap-op-trap-af’ moet nakomen. De VNG heeft dit kenbaar gemaakt aan het kabinet. Hierover zal overleg worden gevoerd met het nieuwe kabinet. De motie roept het bestuur op er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat afspraken worden nagekomen. Het bestuur omarmt die oproep.
Het bestuur zal zich ervoor inzetten dat in de (financiële) afspraken met het nieuwe kabinet rekening wordt gehouden met het accres dat gemeenten hebben misgelopen binnen het gemeentefonds over het jaar 2022, als gevolg van het eenzijdig niet nakomen van de toen geldende normeringsafspraken door het toen demissionaire kabinet. Om formele redenen wordt deze motie echter ontraden, omdat het middel van arbitrage op dit moment niet beschikbaar is voor interbestuurlijke conflicten over de berekening en toekenning van het accres. Zoals bekend zet de VNG zich er wel voor in dat een dergelijk instrument van arbitrage tussen bestuurslagen wordt uitgewerkt. Daar dit nu nog niet mogelijk is kan deze strategie richting arbitrage nog niet worden ontwikkeld. De VNG zal er zich wel voor inzetten om ervoor te zorgen dat recht wordt gedaan aan de geest van deze motie, zoals verwoord in deze toelichting.
¢
Motie Accres aanvullend maatregelenpakket € 2 miljard
%
4$
%%/ ·Hertogenbosch
e
De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 13 januari Constaterende dat: • Het kabinet na de Miljoenennota tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen heeft voorgesteld om aanvullende maatregelen te treffen voor een aantal urgente vraagstukken tot een bedrag van ruim € 2 miljard. Het betreft onder meer verhoging van de salarissen in de zorg en het primair onderwijs, verlaging verhuurderheffing, politie en (groene) boa's verlaging energierekening en koopkrachtcompensatie zorgpremies burgers. • Deze inzet van het kabinet volgens de vigerende afspraken omtrent het trap-op-trap-afsysteem zou moeten leiden tot een hoger accres op de algemene uitkering gemeentefonds. • Het kabinet heeft besloten om, gelet op het bijzondere karakter van het aanvullende pakket, geen accres voor het gemeente- en provinciefonds toe te kennen over de nieuwe maatregelen. Wel heeft het kabinet besloten extra middelen ad € 80 miljoen toe te kennen aan de gemeenten ter compensatie van hogere salarissen in het gemeentelijk zorgdomein. • VNG de minister van financiën er schriftelijk op heeft gewezen dat het kabinet eenzijdig interbestuurlijke afspraken naast zich neerlegt en heeft verzocht om de normeringsafspraken alsnog toe te passen en het gesprek hierover aan te gaan. Overwegende dat: • De basis voor de VNG inzet bij de kabinetsformatie is 'herstel van bestuurlijk en financieel • • •
vertrouwen' Het kabinet geen blijk geeft van eenzelfde beleidsinzet Gemeenten door het niet toepassen van de normeringsmethodiek structureel circa € 200 miljoen mislopen. Een arbitrageprocedure bij de gemeentelijke begrotingstekorten in de jeugdzorg zijn vruchten heeft afgeworpen.
Van mening dat: • Juist in een situatie waarin de financiële positie van gemeenten structureel onder druk staat het Rijk gemaakte afspraken moet nakomen. Spreekt uit dat: • Indien het kabinet ten tijde van deze ALV geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek van de VNG tot het alsnog toepassen van de normeringsafspraken het VNG bestuur een strategie uitwerkt om over te gaan tot arbitrage.
En gaat over tot de orde van de dag. Namens het college van burgemeester en wethouders van's-Hertogenbosch, De burgem
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ 's-Hertogenbosch KvK nr 17278704
¢
Deze wordt mede ondersteund door:
•
• • •
• • • • • • • • •
Gemeente Almelo Gemeente Breda Gemeente Dordrecht Gemeente Ede Gemeente Eindhoven Gemeente Enschede Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Helmond Gemeente Leeuwarden Gemeente Leiden Gemeente Maastricht Gemeente Tilburg Gemeente Zaanstad
% 4
.4,' % "% ·g_Hertogenbosch e
www.s-hertogenbosch.nl Correspondentie-adres: Postbus 12345 5200 GZ 's-Hertogenbosch KvK nr 17278704
6. Regeerakoord
Bijlage bij ledenbrief 5 januari 2022: “Nagekomen stukken Extra ALV 13 januari 2022”
Resolutie “Randvoorwaarden voor de hervormingsagenda Jeugd” Overwegende dat: - Gemeenten in hun opgave de per 2015 gedecentraliseerde jeugdzorg inhoudelijk te transformeren, de afgelopen jaren betekenisvolle stappen hebben gezet die de jeugdhulp aantoonbaar hebben verbeterd maar er nog altijd sprake is van een forse opgave. - Gemeenten vanaf 2017 grote tekorten lijden op het jeugdzorgbudget en daarom fors hebben moeten bezuinigen op voorzieningen voor jongeren en op andere maatschappelijke voorzieningen (wijkbudget, minimaregelingen etc.). - Er in de afgelopen jaren een disbalans is ontstaan tussen de uitgebreide gemeentelijke verantwoordelijkheden en de middelen die gemeenten van het rijk ontvangen. - De VNG al vanaf 2019 in gesprek met het rijk is om te komen een adequate financiering van gemeenten, die hen in staat stelt de transformatie te realiseren en hun verantwoordelijkheden voor goede jeugdhulpverlening volledig waar te maken. - Rijk en VNG in 2019 afspraken hebben gemaakt over een uit te voeren (AEF) onderzoek en een arbitrageprocedure, bedoeld voor de onverhoopte situatie dat partijen geen overeenstemming zouden kunnen bereiken over de vraag hoe opvolging te geven aan de uitkomsten van het onderzoek. - In het voorjaar van 2021 de inzet van arbitrage (Commissie van Wijzen) nodig was.
- De Commissie van Wijzen op 18 mei 2021 een heldere uitspraak heeft gedaan: o Het rijk dient feitelijke tekorten van gemeenten op jeugd te compenseren. o Gemeenten en rijk dienen gezamenlijk een agenda uit te werken voor betere jeugdhulpverlening en een beheersbaar stelsel. - De VNG deze uitspraak, namens de gemeenten, volledig heeft omarmd en zij zich namens hen nadrukkelijk committeert aan de verbetering van de kwaliteit van de jeugdhulp en beheersbaarheid van het jeugdhulpstelsel en de daartoe binnen de Hervormingsagenda Jeugd te definiëren maatregelen en zij dit ook verwacht van het rijk. Het rijk heeft dit ook uitgesproken in de bestuurlijke afspraken van juni 2021. - Deze uitspraak, de bestuurlijke afspraken met het demissionaire kabinet van juni 2021 en de compensatie voor het jaar 2022 vormen voor rijk en gemeenten de basis aan de slag te gaan met de Hervormingsagenda Jeugd, waarbij de VNG het voorbehoud heeft gemaakt van adequate structurele financiering vanaf 2023. Constaterende dat: - Het coalitieakkoord voorziet in een extra besparing van € 100 miljoen in 2024 en vanaf 2025 structureel van € 500 miljoen zonder dat de genoemde bijbehorende maatregelen zijn onderbouwd en rekenschap is gegeven van de consequenties voor de hulp aan kinderen en de positie van gemeenten.
- Er in de reeks die volgt uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen reeds een bezuiniging is voorzien die oploopt tot een bedrag van 1 miljard; de voor 2022 beschikbaar gestelde extra middelen van 1,6 miljard worden stapsgewijs afgebouwd naar bijna 0,6 miljard euro in 2027. In
-
-
combinatie met de bezuiniging uit het Coalitieakkoord gaat het dan om een bezuiniging van 1,5 miljard op een totaal jeugdzorgbudget van ca. 5,5 miljard. Hiermee de passende hulp voor kwetsbare kinderen ernstig in het gedrang komt. Alle financiële ramingen getoetst dienen te worden op uitvoerbaarheid en effect op de hulpverlening. De bedoeling en uitvoering van de Hervormingsagenda, die moet leiden tot betere jeugdhulp en een beheersbaar stelsel, door het coalitieakkoord onder grote druk komen te staan. Daarmee de uitspraak van de Commissie van Wijzen door de coalitie niet wordt gerespecteerd. Dit getuigt niet van goede interbestuurlijke verhoudingen. De coalitie met de eenzijdige toevoeging van een extra bezuiniging, zonder adequate onderbouwing, de financiële positie van gemeenten niet serieus neemt en het langdurige traject tussen rijk en gemeenten, inclusief een arbitrage, op deze wijze bruuskeert en belemmert. Hetzelfde geldt voor het complexe en delicate proces van de Hervormingsagenda en de in dat bestek door gemeenten te treffen ingrijpende maatregelen.
Stelt de leden voor om: De vormgeving van en besluitvorming over de Hervormingsagenda per heden op te schorten totdat er een principeafspraak is gemaakt met het nieuwe kabinet waarin zij erkent dat: - de uitspraak van de Commissie van Wijzen ten volle zal worden gerespecteerd; - de genoemde extra besparingen in het coalitieakkoord op geen enkele wijze ten koste zullen gaan van het voor kwetsbare jeugd beschikbaar gestelde budget; - alle te treffen maatregelen vooraf financieel dienen te zijn gevalideerd en getoetst op hun uitvoeringsconsequenties en dienen bij te dragen aan betere jeugdhulp en een beter beheersbaar stelsel; - de verantwoordelijkheid voor de ‘extra’ maatregelen uit het Regeerakkoord ad 500 mln bij het kabinet blijft maar wel wordt meegenomen in de context van de hervormingsagenda jeugd. Het volledig uitvoeren van de uitspraak van de commissie van Wijzen houdt het volgende in: - De interbestuurlijke verhoudingen worden gerespecteerd en artikel 108 lid 3 Gemeentewet wordt onverkort toegepast. Dit betekent dat gemeenten gecompenseerd worden voor de feitelijke uitgaven in het kader van de Jeugdwet.
- De financiële taakstelling in de Hervormingsagenda moet voldoende onderbouwd zijn en aantoonbaar op basis van monitoringafspraken tot daadwerkelijke kostenbesparingen leiden, waarbij rekenschap wordt gegeven van het effect van het financieel kader op de hulpverlening aan kwetsbare kinderen. - De uitvoering van de Hervormingsagenda wordt gemonitord door een onafhankelijke commissie. Pas als er over bovenstaande punten duidelijkheid is zullen wij als gemeenten verder gaan met de Hervormingsagenda. Dit is nodig om gezamenlijk als rijk, gemeenten en andere partners te komen tot kwalitatief betere jeugdhulp en een beheersbaar stelsel.