PR21.166 Regionale rapportage COVID-19 20210728
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 28 juli 2021
Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 20 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 20 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 21
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 22 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 22 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 23 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 24 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 24 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 24
BIJLAGE 1. LANDELIJKE PANELONDERZOEK ....................................................................................................... I
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1.
Virusverspreiding
1.1. Aantal positief geteste personen Sinds begin juli was na een lange periode van daling, weer een sterke stijging te zien in het aantal meldingen. In week 29 is na deze sterke stijging voor het eerst weer een daling te zien. Landelijk zijn in week 29 40.146 patiënten gemeld met COVID-19, waar in week 28 nog 70.659 meldingen waren. Dat is een daling van 30.000 gevallen ten opzichte van de week ervoor (Figuur 1).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 5 april. Peildatum: 27 juli 2021 10:00 uur. Bron RIVM.
Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Sinds begin 2020 tot en met 28 juli 2021 08:05 uur zijn in totaal 143.559 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Sinds week 17 tot en met week 25 was een sterke daling te zien, maar sinds de laatste versoepelingen eind juni is weer een toename te zien. Het aantal geregistreerde positief geteste personen in de regio is in week 29 gedaald naar 2.786, vergeleken met 5.813 in week 28 (Bron: RIVM). Dit is een afname van 52%. De extra genomen maatregelen zouden een verklaring kunnen zijn voor de daling. Rond de 40% van alle besmettingen in week 29 vond plaats in de leeftijdscategorie 16-27 jaar, een sterke daling ten opzichte van de bijna 60% in week 28.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGDrU. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur. Het verschil met de aantallen in de tekst is te verklaren doordat het RIVM een ander datasysteem gebruikt.
4
Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken wordt gedaan door middel van de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 27 het meest recent. Nog niet alle uitslagen van de bepalingen van die week zijn binnen. Door de hogere besmettelijkheid van de deltavariant, lag het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) voor Nederland op 12 juli rond de 0,80, zo wordt geschat door RIVM (Figuur 3). De deltavariant is sinds begin juni steeds meer aanwezig en is op basis van de laatste kiemsurveillance in week 27 bijna in zijn geheel verantwoordelijk voor de besmettingen. De deltavariant is naar schatting 40-60% besmettelijker dan de alfavariant. Op dit moment is er nog wel een stabiele situatie, met een kleine stijging, qua ziekenhuis- en IC-opnames. Vanwege vertraging in opnames vergeleken met besmettingscijfers, duurt het normaal gesproken twee tot drie weken voordat veranderingen te zien zijn. Het is dus onzeker of een verdere stijging in ziekenhuis- en of IC-opnames gaat zijn. Het beleid rondom deltavariant is aangepast conform eerder beleid rond de opkomst van andere Variants of Concern (VOC).
Reishistorie wordt vanaf heden niet meer gezien als reden om monsters in te sturen voor sequencen. De opsporing van de deltavariant en andere virusvarianten wordt via kiemsurveillance aangevuld met extra onderzoek voor opvallende clusters op geografisch niveau (bijvoorbeeld wijk of gemeente) door middel van steekproef sequencen (Bron: RIVM). Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 24 t/m week 27 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).
Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 27 juli 2021 10:00 uur.
Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 september 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden en de aanscherpingen van de maatregelen met grijze balken en versoepelingen van de maatregelen met blauwe balken aangegeven waarbij in de voetnoot ook toelichting op de versoepelingen wordt 5
gegeven. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk hoger uitkomen. Vanaf 10 juli moeten mensen, die volledig gevaccineerd zijn, twee weken wachten tot ze een vaccinatiebewijs kunnen ontvangen na hun laatste vaccinatie. Dit is een verzwaring ten opzichte van afgelopen periode, omdat het toen mogelijk was om gelijk een vaccinatiebewijs te verkrijgen, zodra de vaccinatie was verwerkt in de systemen van RIVM en GGD. Daarnaast geldt vanaf 10 juli dat het gebruik van testen voor toegang niet meer voor een uitzondering op de anderhalvemeterregel zal zorgen voor de horeca. Voor evenementen mag met gebruik van een coronatoegangsbewijs nog maar twee derde van de capaciteit worden gebruikt. Verder is de sluitingstijd van horeca vervroegd naar 00.00 uur en zijn nachtclubs en discotheken weer gesloten (bron: rijksoverheid). Na afloop van de wekelijkse bijeenkomst van het kabinet werd aangekondigd dat vanaf dat moment thuiswerken weer de norm is en dat zorgen voor voldoende frisse lucht voor binnenruimtes een extra basisregel is die wordt toegevoegd. Verder werd aangekondigd dat tijdens de eerste ministerraad op 13 augustus een weging komt van de maatregelen ten opzichte van de actuele informatie (bron: rijksoverheid).
Verder werd op 26 juli bekend gemaakt dat reizigers vanaf 12 jaar per 8 augustus een coronabewijs nodig hebben als ze uit een geel reisadvies EU-land komen (bron: rijksoverheid). Inschaling ‘Zeer ernstig’ Momenteel zit Nederland sinds week 26 in een vierde golf. Er was een sterke daling van de besmettingen en ziekenhuisopnamen zichtbaar. In week 29 is een stijging te zien naar 31 ziekenhuisopnames per 1 miljoen inwoners ten opzichte van vorige week toen 14 ziekenhuisopnames per 1 miljoen inwoners te zien was. Regio Utrecht is ingeschaald op het niveau ‘zeer ernstig’ vanwege het hoge aantal besmettingen. Landelijk zijn in week 29, Vijftien regio’s ingeschaald als ‘zeer ernstig’. Tien regio’s zijn ingeschaald als ‘Ernstig’ (landkaart risiconiveaus). Uitvoering Bron- en Contactonderzoek GGD regio Utrecht (GGDrU) voert Bron- en Contactonderzoek (BCO) op dit moment nog steeds volledig uit (fase 1b). Hier bovenop worden nog wel de positief geteste personen gebeld voor monitoring. Dat fase 1b voor GGDrU nog uitvoerbaar is, is te danken is aan de eigen applicatie (CoronaCare) die GGDrU heeft ontwikkeld om het BCO beter en efficiënter te kunnen uitvoeren. Desalniettemin is de werkdruk hoog en is inzet van al het aanwezige personeel nodig.
6
Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 28 juli 2021 9:00 uur. Coronamaatregelen 1. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 2. (1 mrt) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 3. (16 mrt) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 4. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 5. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 6. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunsten cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer openblijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen.
7
7. (5 jun) Maximum van 4 bezoekers per dag thuis ontvangen. Horeca en meeste publiek toegankelijke locaties, en daarmee ook culturele locaties, open onder voorwaarden. Openingstijden van buitenterrassen verruimd. Mogelijkheden voor sporten en kunst- en cultuurbeoefening zijn verruimd. Ook locaties voor recreatie binnen open onder voorwaarden. Alle winkels open volgens reguliere openingstijden. Maximaal aantal mensen bij een huwelijk naar 50 personen. 8. (26 jun) Alle publiek toegankelijke ruimtes weer open, waarbij 1,5 meter afstand houden verplicht is. 100% bezoekerscapaciteit toegestaan met coronatoegangsbewijzen. Op minder plekken hoeven mondkapjes te worden gedragen, enkel in het openbaar vervoer, op stations, vliegvelden en in het voortgezet onderwijs is het verplicht. 9. (10 jul) Horeca sluit om middernacht, entertainment, zoals liveoptredens, is verboden. Discotheken en nachtclubs sluiten hun deuren. Het gebruik van het coronatoegangsbewijs voor uitzondering op de anderhalvemeterregel op pauze voor de horeca. Evenementen, culturele locaties en publiek bij sportwedstrijden toegankelijk als iedereen een vaste zitplaats heeft op 1,5 meter afstand. Toegangsbewijs nog maar 24 uur geldig i.p.v. 40 uur. Evenementen hebben een maximale duur van 24 uur.
8
Vindpercentage per week Het vindpercentage in de regio Utrecht is gedaald van 11,35% in week 28 naar 9,85% in week 29. Landelijk is het vindpercentage gedaald van 14,10% naar 12,13% (Bron: RIVM). Daarmee ligt het vindpercentage van de regio Utrecht onder het landelijke vindpercentage. Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 5 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 29. In Figuur 6 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergegeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil in de kleinere gemeenten. In alle gemeenten is in week 29 een sterke afname van het aantal COVID-19 registraties te zien. Wat opvalt is dat de gemeenten Bunschoten en Woudenberg redelijk gelijk zijn gebleven. Daarnaast is te zien dat alle gemeenten qua aantal COVID-19 registraties per 100.000 inwoners weer dichter bij elkaar komen.
Figuur 5. Aantal positief geteste personen per gemeente in week 29. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur.
9
Figuur 6. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 28 juni t/m 25 juli 2021. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur.
10
Figuur 7 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 207 besmettingen per 100.000 inwoners in week 29 valt regio Utrecht de onderste helft van middenmoot. Regio Amsterdam-Amstelland, Gooi en Vechtstreek en RotterdamRijnmond zijn nu de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 339, 305 en 301 besmettingen per 100.000 inwoners. Regio Fryslân, Zeeland en Drenthe zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 149, 147 en 110 meldingen per 100.000 inwoners.
Figuur 7. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum 13 juli t/m 27 juli 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 27 juli 2021 10:00 uur.
11
Verschuiving in leeftijdsverdeling Figuur 8 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 9 worden de jongere leeftijdsgroepen uitgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-27 jaar). Bijna alle leeftijdsgroepen laten in absolute aantallen van COVID-19-registraties een afname zien ten opzichte van week 28. Wat opvalt is dat het aantal besmettingen in de leeftijdsgroep 20-39 jaar zeer sterk terugloopt. In Figuur 8, met de leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in procenten, is te zien dat de verdeling per leeftijdsgroep van deze week weer meer gaat lijken op de verdeling van week 26 en de weken daarvoor. De piek van besmettingen onder jongeren (20-39 jaar) lijkt voorbij.
Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 26 t/m 29 in 2021. Peildatum 28 juli 2021 9:00 uur.
Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 26 t/m 29 in 2021 met uitsplitsing 0-3, 412, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 28 juli 2021 9:00 uur.
In Figuur 10 en Tabel 2 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 28 juni t/m 25 juli 2021. In alle gemeenten is een toename te zien voor het aantal besmettingen van de afgelopen vier weken. Als gekeken wordt naar de verdeling, dan is het aandeel van de groepen 0-19 jaar en 20-39 jaar nog steeds groot, waarbij nu het aandeel van de leeftijdsgroepen van 40 jaar en ouder iets groter aan het worden is. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen in de gemeenten (Figuur 6) en het aantal afgenomen testen (Figuur 12). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. 12
Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 28 juni t/m 25 juli 2021, peildatum 28 juli 2021, 09:00 uur.
13
Tabel 2. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 28 juni t/m 25 juli 2021, peildatum 28 juli 2021, 09:00 uur.
Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 11 is het aantal COVID-19-registraties uitgezet naar de waarschijnlijke bron van besmetting, zoals geconstateerd in het BCO in periode 28 juni t/m 25 juli 2021. De meeste besmettingen kunnen sinds week 28 weer worden verklaard door gezinssituatie. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jongeren die vorige week besmet zijn geraakt in de horeca of bij evenementen nu in hun thuissituatie voor besmettingen hebben gezorgd. Hierdoor kan één positief geval meteen voor een groot aantal besmettingen zorgen en is in die categorie nu een sterke stijging te zien. Wat verder opvalt is dat het aandeel van buitenlandreis constant is gebleven, wat waarschijnlijk verklaard kan worden doordat de vakantieperiode begonnen is en meer mensen op reis zijn (gegaan). Verder is nu ook duidelijk te zien dat er een kleine toename is bij de Langdurige zorg als mogelijke bron van besmetting. In Figuur 13 ontbreken nu de categorieën ‘onbekend’ en ‘leeg’, die voorheen wel zichtbaar waren. Deze twee categorieën zijn weggelaten, omdat de langere wachttijd in het verwerken van de uitslagen en het uitvoeren van BCO, zorgt voor hoge aantallen in die categorie terwijl dit op dit moment niks zegt over de bron van besmetting.
Daarnaast is voor het BCO ook een aanscherping geweest in hoe vaak gepoogd wordt om contact te zoeken met een besmet persoon, hierdoor zullen ook meer casussen op ‘onbekend’ blijven staan. 14
Figuur 11. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 28 juni t/m 25 juli 2021, peildatum 28 juli 2021 9:00 uur.
15
1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU In week 29 zijn 27.066 testen uitgevoerd door GGDrU (Figuur 12). Dat is een sterke afname vergeleken met afgelopen twee weken (week 27: 41.142 testen, week 28: 49.193 testen). De testcapaciteit is verlaagd, maar daarmee nog steeds boven de vraag. Met zes regionale testlocaties, drie lokale testlocaties en vijf mobiele testunits zijn wij overal in de regio bereikbaar. De afname in aantal uitgevoerde testen wordt grotendeels verklaard door een sterke afname in aantal grote uitbraken onder de jongeren bij feesten en evenementen.
Figuur 12. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 28 juli 9:00 uur.
In Figuur 13 wordt de maximale testcapaciteit van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari weergeven. GGDrU heeft al ruime tijd voldoende testcapaciteit. Sinds de start van 2021 (4 januari) zijn op de teststraten van GGDrU 817.540 testen afgenomen.
Figuur 13. Overzicht van de wekelijkse maximale testcapaciteit van GGDrU in de teststraten vanaf 4 januari. Peildatum 28 juli 9:00 uur.
16
1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Het vaccinatieprogramma voor de COVID-19 vaccinaties komt in een nieuwe fase. Na ongeveer 8 maanden grootschalig vaccineren in alle 26 gemeenten gaan we na de zomer als GGDrU over op meer doelgroepgericht vaccineren. Het ministerie van VWS en GGD GHOR Nederland hebben ook gevraagd de afschaling van de vaste vaccinatielocaties voor te breiden en de overgang naar doelgroepgericht vaccineren in te zetten. Dit geldt op dit moment voor de vaccinatielocaties in gemeenten Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist. Ons team dat zich bezighoudt met doelgroepgericht vaccineren zal ook voor en met deze gemeentes bekijken welke plekken/wijken/doelgroepen nog aandacht nodig hebben om na sluiting van de vaste locatie nog interventies op in te zetten. Hierover is ambtelijk contact. Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19-vaccinaties op 8 januari zijn er 1.233.408 vaccinaties gezet (peildatum 28 juli 2021 11:30). Hiervan hebben 772.452 mensen in ieder geval een eerste vaccinatie ontvangen, 553.855 personen zijn volledig gevaccineerd. Figuur 14 toont het aantal vaccinaties op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per vaccinatieronde. Wat opvalt is dat afgelopen week minder vaccinaties zijn gezet en voornamelijk tweede vaccinaties zijn uitgevoerd.
Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat onder de jongeren die nu in aanmerking komen voor een eerste vaccinatie, in quarantaine zaten vanwege een besmetting (in hun omgeving).
Figuur 14. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 28 juli 11:00 uur.
Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 15 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen door GGDrU. Dit varieert tussen de 49% voor Renswoude tot 65% voor Bunnik, met een regiogemiddelde van 59%. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze GGD-regio zijn gezet bij de inwoners van GGDrU meegenomen. In Figuur 16 is het percentage inwoners van GGDrU te zien welke het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen bij een GGD. Dit varieert van 37% van de inwoners van Renswoude tot 52% van de inwoners van Bunnik. Het gemiddelde in de regio Utrecht ligt op 45%. Een belangrijk gegeven is dat inwoners op basis van hun leeftijd worden uitgenodigd voor een vaccinatie, waarbij de inwoners met de hoogste leeftijd als eerste zijn uitgenodigd. Dit kan verschillen tussen gemeenten en wijken verklaren als in die gemeente of wijk relatief veel jonge of oude mensen wonen. Dit zou een vertekend beeld kunnen geven van de daadwerkelijke vaccinatiegraad.
17
Bij deze cijfers is nog een belangrijke kanttekening te plaatsen: de weergegeven cijfers betreffen alleen de door de GGD’en uitgevoerde vaccinaties. Binnenkort gaat het RIVM de vaccinatiecijfers vanuit het COVID-vaccinatie Informatie en Monitoringsysteem (CIMS) integreren en met GGD’en delen. Daarin zijn de vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en/of huisartsenpraktijken meegenomen. De daadwerkelijke opkomst zal daardoor hoger komen te liggen vergeleken met de huidige cijfers die gepubliceerd worden door GGDrU.
Figuur 15. Vaccinatiegraad voor de eerste vaccinatie van inwoners per gemeente. Peildatum 28 juli 11:00 uur.
Figuur 16. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen. Peildatum 28 juli 11:00 uur.
Type vaccin Eind juni worden nog eerste vaccinaties gezet met Pfizer, Moderna en Janssen. Enkel als mensen nog geen tweede vaccinatie met AstraZeneca hebben gehad, maar wel een eerste, wordt van dit vaccin nog gebruik gemaakt. De inzet van het Janssen-vaccin is op 2 juni veranderd. De Gezondheidsraad benadrukt dat het Janssen vaccin effectief en voldoende veilig is, maar voor de landelijke vaccinatiestrategie adviseert de Gezondheidsraad echter om de leeftijdsgroepen die nog aan de beurt komen vanaf nu Pfizer- of Moderna-vaccins aan te bieden (RIVM). Sinds 23 juni 2021 kunnen mensen wel kiezen om zich toch te laten vaccineren met het Janssen-vaccin. In de afgelopen twee weken zijn al landelijk 262.000 Janssen-afspraken gemaakt en zijn er nog circa 113.000 vaccins beschikbaar (bron: nu.nl). Daarnaast werd op 5 juli aangekondigd dat heteroloog vaccin gebruik is toegestaan (het combineren van een eerste dosis AstraZeneca met vervolgens Pfizer als tweede vaccin) (bron: Gezondheidsraad).
18
1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in regio Utrecht t/m 28 juli 2021 8:05 uur 1.324 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden, waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven of waarvan geen regio bekend is (aangeduid als ‘buiten regio’ of ‘leeg’). Net zoals het landelijk beeld laat zien, is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. In week 29 is één overlijden gemeld bij GGDrU. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat overlijdensgevallen in de laatste dagen van vorige week nog niet aan GGDrU zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 17).
Figuur 17. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur.
Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar (62,4%). Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is 34,0%. Voor zover bekend zijn bij het RIVM in de periode 19 juli t/m 25 juli 2021 landelijk 21 meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting.
19
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 18.
Figuur 18. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 27 juli 2021 10:00 uur.
In Figuur 19 is het aantal COVID-19-registraties onder bewoners van zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar meldingsdag aan de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Figuur 19 zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven, omdat niet alle bewoners van langdurige zorginstellingen door GGDrU worden getest. Vanaf begin januari is, zowel landelijk als regionaal, een gestage afname te zien in het aantal besmettingen (Figuur 16). Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de kwetsbare groepen vanaf begin januari gevaccineerd zijn. Ten gevolge van de vierde golf is op dit moment weer een stijging te zien in het aantal gemelde gevallen binnen de 24-uurs zorg.
Figuur 19. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur.
Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (de bron van besmetting). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt gesproken van een cluster. In Figuur 20 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring weergegeven. Deze clusters, gerelateerd aan 24-uurs zorg, zijn uitgezet per gemeente. Het gaat om clusters waar in de afgelopen vier weken een positieve melding is geweest.
20
Op dit moment zijn er negentien actieve clusters, tien clusters meer ten opzichte van week 28.
Figuur 20. Aantal COVID-19 clusters gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van GGDrU sinds afgelopen vier weken. Peildatum: 28 juli 2021 9:00 uur.
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.
Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (Figuur 21 en 22), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 30 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.
21
Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum:27 juli.
Figuur 22. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 27 juli.
3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Als gevolg van de explosieve stijging in de besmettingscijfers in de eerste helft van deze maand, nemen de ziekenhuiscijfers toe (Figuur 23). Ook afgelopen week stegen de instroom en bezetting. De ligduur van een COVID-patiënt op de IC is gemiddeld ruim twee weken. Daardoor verwachten we dat de COVID-bezetting op de IC voorlopig (licht) blijft stijgen, ook bij een dalende instroom. Patiënten die afgelopen week zijn aangekomen, liggen immers volgende week ook nog op de IC. De ligduur voor de kliniek is lager, waardoor de bezetting sneller reageert op veranderingen in de instroom voor de kliniek (bron: LCPS).
22
Figuur 23. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 27 juli 2021, 12:36 uur.
3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio De instroom en de bezetting van COVID-patiënten op de IC was afgelopen week beperkt. De instroom en bezetting op de klinieken nam (licht) toe (Figuur 24). De instroom op zowel de IC als in de kliniek is afgelopen week relatief het hardst gestegen in de leeftijdsgroep 50-59 jaar (dit was voor week 28 in de leeftijdsgroep 0-29 jaar). Prognoses van het LCPS voorspellen deze week een stijgende COVID-bezetting op de IC en in de kliniek. Mogelijk zet in de loop van volgende week een daling in, in eerste instantie bij de ziekenhuisopnames.
Figuur 24. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 28 juli 2021 11:00 uur.
23
3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De continuïteit van de (acute) zorg is - naast 'basis' COVID-zorg - regionaal niet bedreigd, maar wel bij individuele zorgaanbieders. Huidige continuïteitsfase is geel (Figuur 25).
Figuur 25. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.
3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn circa 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Inmiddels is de druk op de verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ) al meerdere weken beperkt. Om die reden is per 14 juni 2021 is gestopt met het halen van informatie, maar mochten zich zorgcontinuïteitsvraagstukken aandienen dan kunnen zorgorganisaties (V&V, GHZ en GGZ) contact opnemen met de GHOR (ghor@vru.nl). Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De V&V, GHZ en GGZ, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren (Figuur 26). Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben. Hier bovenop ook nog voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar tien bedden (drie zorglocaties).
In het landelijk overleg tussen GGD GHOR Nederland, ActiZ en Zorgverzekeraars Nederland is afgesproken om landelijk 150 bedden tot nader order in de lucht te houden voor de coronazorg buiten ziekenhuizen. Omdat dit naar rato van het aantal inwoners verdeeld wordt, komt dit voor Utrecht neer op tien bedden. De volgende stap is om te overleggen hoe de corona-nazorg in de toekomst binnen reguliere afspraken en processen ingebed kan worden.
24
Figuur 26. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 28 juli 11:00 uur. Bron: de GHOR.
25
Bijlage 1. Landelijke panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke zes weken plaatsvinden. De eerste peiling vond plaats tussen 17 en 24 april 2020. De laatste, en dertiende peiling vond plaats tussen 16 en 20 juni 2021. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven, in welke mate ze de gedragsregels naleven en hoe het gaat met het hun gezondheid en mentaal welbevinden. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan de leeftijdsgroep 25+ jaar. Ten slotte doen relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt. Er kunnen geen conclusies aan worden verbonden. De gepresenteerde informatie kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen.
In deze bijlage wordt gekeken naar vertrouwen in de aanpak van de overheid om het virus te bestrijden en communicatie van mensen onderling over deze aanpak. Gezien het feit dat we nu al langer dan een jaar in de coronacrisis zitten, kan het vertrouwen in de aanpak door de overheid en communicatie onderling veranderen. In deze bijlage wordt specifiek gekeken naar het volgen van corona-gerelateerd nieuws, praten over de aanpak van de overheid om de crisis te bestrijden, logica achter maatregelen snappen, vertrouwen in de aanpak van de overheid, vergelijking van de aanpak van Nederland t.o.v. andere landen en of de overheid te veel maatregelen neemt. Om te bestuderen of gedrag verandert over tijd, presenteren we alleen gegevens van deelnemers die alle dertien peilingen hebben meegedaan. Om de grafieken overzichtelijk te houden is gekozen om gegevens uit de eerste, vierde, negende en dertiende peiling te presenteren. Dit komt overeen met de perioden 17 t/m 24 april 2020 (midden in de eerste lockdown), 17 t/m 21 juni 2020 (eerste versoepelingen van maatregelen), 30 december 2020 t/m 3 januari 2021 (aankondiging van tweede lockdown) en 16 t/m 20 juni 2021 (net voor de laatste versoepelingen). Het maximaal aantal deelnemers dat sinds de aanvang van de coronacrisis meedoet is 269.
In drie van de vier peilingen hebben alle 269 deelnemers meegedaan, behalve in de vierde peiling (17 t/m 21 juni 2020), toen er 238 deelnemers waren. Er worden in de grafieken alleen gegevens gepresenteerd van de totale groep, omdat te weinig deelnemers zijn om een uitsplitsing te kunnen maken naar verschillende leeftijdsgroepen. Wanneer een lockdown wordt afgekondigd volgen meer deelnemers consequent het nieuws, dan wanneer er versoepelingen aankomen Figuur 1 geeft het percentage deelnemers dat vaak tot altijd corona-gerelateerd nieuws volgde in verschillende peilingen weer. Er valt te zien dat deelnemers beduidend vaker consequent het nieuws volgden als er een lockdown werd afgekondigd (17 t/m 24 april 2020 en 30 december 2020 t/m 3 januari 2021). Toen volgden respectievelijk 92% en 82% het nieuws. Bij versoepelingen (17 t/m 21 juni 2020 en 16 t/m 20 juni 2021) was dit minder, respectievelijk 64% en 59%.
i
Figuur 1 Vaak tot altijd corona-gerelateerd nieuws gevolgd in peilingen 1 (17 t/m 24 april 2020), 4 (17-21 juni 2020), 9 (30 december 2020 t/m 3 januari 2021) en 13 (16 t/m 20 juni 2021).
Deelnemers hebben het meest over de aanpak van de coronacrisis gesproken toen de crisis begon Figuur 2 is het percentage deelnemers dat dagelijks met anderen sprak over de aanpak van de crisis door de Nederlandse overheid in verschillende peilingen weergeven. Bij de aanvang van de crisis in april 2020 gaf 18% van de respondenten aan dagelijks te converseren over corona. Dit percentage daalde naar 8% tussen juni 2020 en is vervolgens stabiel op 7% gebleven.
Figuur 2 Dagelijks met mensen gesproken over de aanpak door de Nederlandse overheid in peilingen 1 (17 t/m 24 april 2020), 4 (17-21 juni 2020), 9 (30 december 2020 t/m 3 januari 2021) en 13 (16 t/m 20 juni 2021).
Het vertrouwen in de aanpak van de Nederlandse overheid was in 2020 hoger dan in 2021 Het percentage deelnemers dat veel vertrouwen heeft in de aanpak van de Nederlandse overheid om het virus te bestrijden, is weergeven in Figuur 3 voor de verschillende peilingen. In 2020 had zo’n driekwart van de respondenten vertrouwen in de Nederlandse aanpak (77% tijdens 17-24 april 2020 en 72% twee maanden later). In 2021 was dit percentage beduidend lager met 47% van de respondenten.
ii
Figuur 3 Veel vertrouwen in de aanpak van de Nederlandse overheid om het virus te bestrijden in peilingen 1 (17 t/m 24 april 2020), 4 (17-21 juni 2020), 9 (30 december 2020 t/m 3 januari 2021) en 13 (16 t/m 20 juni 2021).
In 2020 was het percentage deelnemers dat overtuigd was dat de Nederlandse aanpak beter was dan die van andere landen hoger dan in 2021 Figuur 4 geeft het percentage deelnemers weer dat vindt dat de Nederlandse overheid het beter doet dan andere landen in verschillende peilingen. In juni 2020, tijdens de eerste versoepelingen was dit percentage het hoogst met 60% van de deelnemers. Dit aantal nam echter flink af tegen het eind van het jaar toen een lockdown werd afgekondigd (17%). Een mogelijke verklaring voor dit verschil was de oplopende besmettingen tegen het einde van het jaar en de veelgehoorde mening dat de overheid te laat had ingegrepen. Het percentage deelnemers dat vindt dat Nederland het beter doet dan andere landen stijgt in juni 2021 weer met 17% naar 34% van de deelnemers (34%).
Figuur 4 Nederlandse overheid doet het beter dan andere landen in peilingen 1 (17 t/m 24 april 2020), 4 (17-21 juni 2020), 9 (30 december 2020 t/m 3 januari 2021) en 13 (16 t/m 20 juni 2021).
Het percentage deelnemers dat vindt dat de overheid te veel maatregelen neemt stijgt met 7% in een half jaar tijd Het percentage deelnemers dat van mening is dat de Nederlandse overheid te veel maatregelen neemt om het virus te bestrijden is weergeven in figuur 5 voor twee peilingen. Aan het eind van 2020 (30 december 2020 t/m 3 januari 2021) was dit 12%. Dit percentage is licht gestegen naar 19% in juni 2021. Een mogelijke verklaring voor deze
iii
stijging is dat er een lange lockdown is geweest waar deelnemers het misschien niet mee eens waren. Er zijn geen gegevens gepresenteerd voor eerdere peilingen omdat deze vraag niet elke ronde is gesteld aan de deelnemers.
Figuur 5 Nederlandse overheid doet het beter dan andere landen in peilingen 9 (30 december 2020 t/m 3 januari 2021) en 13 (16 t/m 20 juni 2021).
Deelnemers snappen de maatregelen steeds beter Figuur 6 geeft het percentage deelnemers weer dat het onlogisch of moeilijk te begrijpen vindt waarom bepaalde maatregelen soms wel of niet gelden. Er valt te zien dat 60% van de deelnemers dit wel eens had in juni 2020. Dit percentage nam af naar 44% richting het einde van 2020 en daalde nog iets verder in juni 2021. In de grafiek zijn geen gegevens gepresenteerd van meetronde 1 (17 t/m 24 april 2020). Dit komt omdat deze gegevens op dit meetmoment ontbraken.
Figuur 6 Het is onlogisch of moeilijk te begrijpen waarom bepaalde maatregelen soms wel/niet gelden in peilingen 4 (17 t/m 21 juni 2020), 9 (30 december t/m 3 januari 2020-2021) en 13 (16 t/m 20 juni 2021).
iv