CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.163 Uitspraak Rechtbank Utrecht inzake bouw appartement Antonlaan

Overige evenementen 7 september 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden2.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

0/Z

DMS1 LliiWG-1304

de Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland

Pays-Bas

Postbus 16005 3500DA UTRECHT THE NETHERLANDS

Aangetekend

Raeommand*

NL

Scandatum: 25-08-2021

Port Betaald Port Page

Postbus 513 3700AM Naam: Gemeente Zeist Adres: Het Rond 1, 3701HS ZEIST

Postbus 16005, 3500 DA Utrecht

PostNL

3SDQWA6913261 ^ —

College B&W gem, Zeist Postbus 513 3700AM ZEIST

de Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland I |AANTEKENEN|

| PER POST | | PER FAX 030-691 49 44 | | EMAIL

het college van burgemeester Postbus 513 3700 AM Zeist

en wethouders van de gemeente Zeist

Bestuursrecht

bezoekadres Vrouwe Justiliaplein 1 3511 EX Utrecht

datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk

24 augustus 2021 Team 1 mevr N. Gobel 088-3611754 zaaknummer UTR 20 / 2671 WABOA VI74 BZ.l.19.0086-1

bijlage(n) faxnummer afdeling onderwerp

correspondentieadres Postadres: Postbus 16005, 3500 DA Utrecht t 088 36 20000

f

www.rechtspraak.nl

Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts een zaak In uw brief behandelen.

het beroep van C.J.L.W. Wich te Zeist

Geachte heer/mevrouw, Over het beroep met zaaknummer UTR 20 / 2671 WABOA VI74 deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLl-nummer, is de tekst van de betrefifende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend,

Scandatum: 25-08-2021 BE022

Uw persoonsgegevens

en indien van toepassing

die van uw client worden. voor zover nodig, voor een goede procesvoering

venverkt in de

Ontv. Griffie 24-08-2021/P21.163/494356

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2021 in de zaak tussen C.J.L.W. Wich uit Zeist, eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, vervveerder. Als derde-partij neemt aan het geding deel: Paulnian Real Estate B.V., gevestigd te Utrecht. Inleiding 1. Eiser is de eigenaar en bevvoner van een appartement aan de Antonlaan 178 in Zeist, op de vierde verdieping. Naast zijn appartement, aan de kant van zijn woonkamer en balkon, ligt het perceel Middellaan 4. De derde-partij is eigenaar van Middellaan 4 en vvil daar een appartementengebouw neerzetten. De derde-partij heeft daarvoor bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd. 2. In het besluit van 11 jiili 2019 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan de derde-partij (vergunninghoiider) voor het bouvven van een appartementengebouw van vijf bouwlagen en voor gebruik in strijd met het bestemrningsplan. De strijd met het bestemmingsplan bestaat uit een overschrijding van de bouvvhoogte. In de beslisSing op bezwaar van 9 juni 2020 heeft het college het bezwaar van eiser gegrond verklaard en het besluit gevvijzigd. De verleende omgevingsvergunning is daarbij in stand gebleven. Eiser is in beroep gegaan tegen de beslissing op bezwaar van 9 juni 2020. 3.

De voorzieningenrechter heeft op 26 augustus 2020 (ECLI:NL:RBMNE:2020;3743) op verzoek van eiser een voorlopige voorziening getroffen: er mocht niet gestart worden met werkzaamheden aan de vijfde bouwlaag. 4. Op 15 februari 2021 heeft het college naar aanleiding van gewijzigde bouwtekeningen een nieuw besluit genomen. Het college heeft de oorspronkelijke omgevingsvergunning ingetrokken en een gewijzigde omgevingsvergunning afgegeven, waarin vier bouwlagen worden vergund. 5. Het beroep is behandeld op de zitting van 6 rriei 2021. Eiser was daarbij aanwezig, met zijn adviseur P.M. Oskam. Het college is vertegenwoordigd door mr. H.J. Kolff, vergezeld door M. Petersen en R. Langen. Namens vergunninghoiider waren P. Vermaat en architect T.C. Kraal aanwezig.

Scandatum: 25-08-2021

zaaknummer: U l R 20/2671

Overwegiagen Is het nieuvve beskiit onderdeel van deze beroepsprocediire? 6. Eiser heeft beroepsgrondeii iiigedieiid tegen de beslissing op bezwaar van 9 juni 2020 en tegen het nieuvve besluit van 15 februari 2021. Op de zitting heeft eiser zijn beroep tegen de beslissing op bezwaar van 9 juni 2020 ingetrokken. Hij heeft de rechtbank verzocht uitspraak te doen over zijn beroep tegen het nieuwe besluit van 15 februari 2021. 7. De rechtbank moet eerst beslissen of het nieuvve besluit van 15 februari 2021 op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Avvb) onderdeel uitmaakt van deze beroepsprocediire. Het besluit is onderdeel van de beroepsprocediire als het een besluit tot intrekking, vvijziging of vervanging van de beslissing op bezwaar van 9 juni 2020 is. Met de indiening van de nieuvve bouwtekeningen is de eerdere aanvraag gewijzigd. Als het een ondergeschikte vvijziging is, dan valt het besluit binnen artikel 6:19 Awb en is het onderdeel van de beroepsprocediire. Als de vvijziging niet ondergeschikt is, dan moet in principe eerst de bezvvaarprocedure doorlopen worden. 8. De rechtbank heeft deze zaak vergeleken met een uitspraak van 27 februari 2013 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECL1:NL:RVS:2013:BZ2530).

In die uitspraak oordeelt de Afdeling dat onder meer het vervallen van de kelderverdieping met parkeergarage, een verlaging van de bouwhoogte, de toevoeging van een liftschacht van ondergeschikte aard was. Daarbij weegt de Afdeling mee dat de uiterlijke verschijningsvorm en de bovengrondse situering vrijwel ongevvijzigd is gebleven, en dat de vvijzigingen deels tegemoetkomen aan de bezvvaren van de omwonenden. 9. In het nieuvve besluit van 15 februari 2021 zijn de volgende vvijzigingen doorgevoerd: - de vijfde bouwlaag en de half verdiepte garage/berging vervallen; - op het dak wordt een dakrand gerealiseerd, met een hoogte van 30 centimeter aan de zijde van eiser en 71 centimeter aan de andere zijden; - op het dak worden 24 zonnepanelen van 60 centimeter hoog en 4 vvarmtepompunits van 75 centimeter hoog geplaatst, op 1,80 meter van de erfgrens. 10. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een vvijziging van ondergeschikte aard. Net als bij de uitspraak van de Afdeling gaat het om het vervallen van een kelderverdieping met parkeergarage, een verlaging van de bouwhoogte en de toevoeging van voorzieningen op het dak. Gelet op de tekeningen zijn de uiterlijke verschijningsvorm en de bovengrondse situering vrijwel ongevvijzigd gebleven. Met de verlaging van de bouwhoogte wordt deels tegemoetgekomen aaiide bezvvaren van eiser.

Dat door de vvijzigingen belangen van derden geschaad worden is niet aannemelijk. 11. Omdat er sprake is van een vvijziging van ondergeschikte aard maakt het nieuvve besluit van 15 februari 2021 onderdeel uit van deze beroepsprocediire. De rechtbank zal de beroepsgronden van eiser tegen dat besluit daarom behandelen. Mocht het college de vergunning verlenen? 12. Eiser voeri aan dat het college onvoidoende rekening heeft gehouden met zijn belangen. Vanuit zijn woonkamerraam en vanaf zijn balkon had hij altijd vrij uitzicht. Nu Scandatum: 25-08-2021

zaaknummer: UTR 20/2671

neemt de bovenste rand van de nieuvvbouvv dat uitzicht weg. Bovendien staan de zonnepanelen en warmtepompen in bet zicht van eiser. Eiser vindt dat het college beter had moeten motiveren waarom de belangen van de vergunninghoiider zwaarder wegen. 13. Het college stelt zich op het standpunt dat het de belangen van de vergunninghoiider zwaarder mocht wegen dan de belangen van eiser. Het appartementengebouw wordt 12,6 meter hoog. Het voorste deel van het appartementengebouw, waar eiser met name zicht op heeft, valt binnen de maximaal toegestane bouwhoogte van het bestemmingsplan. Het achterste deel is over een diepte van circa 3,3 meter 12,6 meter hoog, terwijl maximaal 5 meter hoogte is toegestaan. Het belang van eiser om op dit deel ongehinderd uitzicht te blijven behouden is afgewogen tegen het belang van vergunninghoiider. Door dit achterste deel hoger te bouwen kan in de tweede, derde en vierde bouwlaag een volledig appartement gerealiseerd worden. Het zicht op de warmtepompunits en zonnepanelen is beperkt. Het college heeft er ook rekening mee gehouden dat het gebouw nu mooi aansluit op de gebouwen ernaast. 14. De rechtbank stelt voorop dat het college bij de belangenafweging mag meewegen dat negatieve gevolgen van een bouwplan ook kunnen worden veroorzaakt door de maximaal toegestane invulling van het bestemmingsplan.

Dat blijkt uit vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3016). Dat betekent dat bij de belangenafweging niet gekeken wordt naar het verschil tussen de feitelijke situatie v66r en na de bouw, maar naar het verschil tussen wat er mag binnen het bestemmingsplan en wat er wordt vergund. Bij de keuze om wel of niet een vergunning te verlenen maakt het college een afweging van de bij de aanvraag betrokken belangen. Het college heeft daarbij beleidsruimte. De rechtbank toetst of het college in redelijkheid tot zijn besluit is gekomen en of daarbij alle betrokken belangen zijn meegewogen. 15. Voor het bouwperceel gelden binnen bestemmingsplan Zeist e.o. verschillende maximale bouwhoogtes. Voor het voorste deel van het perceel geldt een maximale hoogte van 14 meter, voor het deel daarachter 5 meter en helemaal achteraan 3 meter. Het appartementengebouw wordt 12,60 meter hoog. Het ligt grotendeels binnen het 14metergebied. Een aantal meter ligt binnen het 5-metergebied. Volgens het college heeft dat deel een diepte van ongeveer 3,30 meter. Volgens eiser is het een langer stuk, ongeveer 4,30 meter. De architect heeft op de zitting uitgelegd dat de maatvoering op de plankaart niet zo duidelijk is. Hij heeft het nog een keer nagerekend, en hij komt op 3,15 meter.

De rechtbank acht het aannemelijk dat dit deel een diepte van tussen de 3 en 4 meter heeft. Op de begane grond loopt het gebouw ook nog door tot in het 3-metergebied. Eiser heeft op de zitting aangegeven dat hij daar geen zicht op heeft en dat het hem niet om dat deel gaat. 16. De rechtbank constateert dat het voorste deel van het gebouw binnen de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan past, inclusief de zonnepanelen die daarop staan. De rechtbank begrijpt dat het voor eiser heel vervelend is dat er recht voor zijn raam een muur wordt geplaatst, maar dat is binnen het bestemmingsplan ook mogelijk. Dat betekent dat de belangenafweging daar geen betrekking op heeft. De belangenafweging heeft alleen betrekking op het achterste deel, waar sprake is van een overschrijding van 7,6 meter over een diepte van tussen de 3 en 4 meter. 1 7. Eiser mist doordat het achterste deel hoger dan 5 meter wordt gebouwd een deel van het uitzicht vanaf zijn balkon. Die afname van het uitzicht is relatief beperkt, omdat aan die Scandatum: 25-08-2021

4

zaakiuimmer: UTR 20/2671

kant van het balkon van eiser een afscheiding staat die al deals het nitzicht vvegneemt. Het belang van eiser om zijn nitzicht over die achterste meters te behoiiden is door het college afgevvogen tegen het belang van de vergunninghouder om volledige appartementen te kimiien bouvven en het algemeen belang om het gebouvv aan te sliiiten op de geboiiwen ernaast. Het college heeft het belang van de vergunninghouder en het algemeen belang zwaarder laten wegen dan het belang van eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college die belangenafvveging in redelijkheid mogen maken. De beroepsgrond slaagt niet. Conclusie 18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van 15 februari 2021 in stand blijft. 19. De rechtbank bepaalt dat het college het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden, omdat het college de oorspronkelijke beslissing op bezwaar heeft ingetrokken en een nieuvv besluit heeft genomen. Van overige proceskosten is niet gebleken. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - draagt het college op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanvvezigheid van mr. M. van der Knijff, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 augustus 2021 en vvordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is niet in de gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

t

AUG, 2021

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kiint u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vvaarin u uitlegt vvaarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 vveken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

■ >pie coftfofm

Griffier

Scandatum: 25-08-2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469975/2