CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.154 Regionale rapportage COVID-19 20210707

Overige evenementen 7 september 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden6.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 7 juli 2021 1

Inhoudsopgave INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 23 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 18 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 19 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 22

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 23 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 24

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 26 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 26 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 26 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 27 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 28 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 28

BIJLAGE 1. LANDELIJKE PANELONDERZOEK .................................................................................................... 29 BIJLAGE 2. COVID MONITOR MIDDEN-NEDERLAND........................................................................................ 33

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1. Aantal positief geteste personen Begin 2021 lag het landelijk aantal nieuwe meldingen rond de 4.000 per dag, vanaf maart begon dit aantal te stijgen. Rond de tweede helft van april was het aantal meldingen per dag op een piek met gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Sinds eind april daalt het aantal meldingen sterk. Week 26 laat ongeveer 6.850 meldingen zien waar in week 25 nog 4.340 besmettingen te zien waren. Sinds enige tijd nu dus weer een stijging van ruim 2.000 besmettingen is dus een sterke stijging vergeleken met de week daarvoor (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 5 april. Peildatum: 6 juli 2021 10:00 uur. Bron RIVM.

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Tot en met 7 juli 2021 08:05 uur zijn in totaal 129.300 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Sinds week 17 was een sterke daling te zien. In week 26 is er sinds lange tijd weer een stijging te zien naar 454 COVID-19 registraties. Dit is een toename van 100 meldingen vergeleken met week 25. De toename is enkel terug te zien binnen de leeftijdsgroepen 0-19 jaar en 20-39 jaar.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 7 juli 2021 9:00 uur.

4

Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken wordt gedaan door middel van de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 24 het meest recent. Nog niet alle uitslagen van de bepalingen van deze week zijn binnen. Ondanks de hogere besmettelijkheid van verschillende varianten, lag het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) voor Nederland op 21 juni rond de 0,97, zo wordt geschat door RIVM (Figuur 3). De deltavariant is steeds meer aanwezig sinds begin juni en is naar verwachting vanaf komende week de dominante variant in Nederland. De deltavariant is naar schatting 4060% besmettelijker dan de alfavariant. Daarom is de verwachting dat het aantal besmettingen zal toenemen op korte termijn, waarbij ook meer clusters gezien gaan worden. Dit zal op korte termijn niet per se leiden tot meer besmettingen in ziekenhuisen IC-opnames, maar in het najaar zou het door het seizoeneffect wel tot een nieuwe golf van besmettingen kunnen leiden. Het beleid rondom deltavariant is aangepast conform eerder beleid rond de opkomst van andere Variants of Concern (VOC). Reishistorie wordt vanaf heden niet meer gezien als reden om monsters in te sturen voor sequencen.

De opsporing van de deltavariant en andere virusvarianten wordt via kiemsurveillance aangevuld met extra onderzoek voor opvallende clusters op geografisch niveau (bijvoorbeeld wijk of gemeente) door middel van steekproef sequencen (Bron: RIVM). Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 21 t/m week 24 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).

Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 6 juli 2021 10:00 uur.

5

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden en de aanscherpingen van de maatregelen met grijze balken en versoepelingen van de maatregelen met blauwe balken aangegeven waarbij in de voetnoot ook toelichting op de versoepelingen wordt gegeven. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk hoger uitkomen. Op 6 juli 2021 is aangekondigd dat personen die volledig gevaccineerd zijn, vanaf 10 juli twee weken moeten wachten tot ze een vaccinatiebewijs kunnen ontvangen. Dit is een verzwaring ten opzichte van afgelopen periode, omdat het toen mogelijk was om, zodra de vaccinatie was verwerkt in de systemen van RIVM en GGD, gelijk een vaccinatiebewijs te verkrijgen (bron: rijksoverheid). Inschaling ‘Zorgelijk’ Momenteel zit Nederland ruim over de piek van de derde golf die begin maart begon. Er was een sterke daling van de besmettingen en ziekenhuisopnamen zichtbaar. In week 26 is echter het aantal nieuwe ziekenhuisopnames per miljoen inwoners licht gestegen ten opzichte van week 25. Regio Utrecht valt nu in risiconiveau ‘Zorgelijk’.

Landelijk is in week 26 geen regio ingeschaald als ‘Ernstig’. Vijftien regio’s, inclusief regio Utrecht, zijn afgeschaald naar ‘Zorgelijk’. Er zijn tien regio’s afgeschaald naar ‘Waakzaam’ (landkaart risiconiveaus).

6

Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 7 juli 2021 9:00 uur. Coronamaatregelen 1. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 2. (1 maa) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 3. (16 maa) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 4. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 5. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 6. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunsten cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer openblijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen.

7

7. (5 juni) Maximum van 4 bezoekers per dag thuis ontvangen. Horeca en meeste publiek toegankelijke locaties, en daarmee ook culturele locaties, open onder voorwaarden. Openingstijden van buitenterrassen verruimd. Mogelijkheden voor sporten en kunst- en cultuurbeoefening zijn verruimd. Ook locaties voor recreatie binnen open onder voorwaarden. Alle winkels open volgens reguliere openingstijden. Maximaal aantal mensen bij een huwelijk naar 50 personen. 8. (26 juni) Alle publiek toegankelijke ruimtes weer open, waarbij 1,5 meter afstand houden verplicht is. 100% bezoekerscapaciteit toegestaan met coronatoegangsbewijzen. Op minder plekken hoeven mondkapjes te worden gedragen, enkel in het openbaar vervoer, op stations, vliegvelden en in het voortgezet onderwijs is het verplicht.

8

Vindpercentage per week Het aantal geregistreerde positief geteste personen is in week 26 gestegen naar 512, vergeleken met 345 in week 25 (Bron: RIVM). Dit is een stijging van 48%. Het vindpercentage in de regio Utrecht is gestegen van 2,8% in week 25 naar 3,5% in week 26. Landelijk is het vindpercentage ook gestegen, van 3,1% naar 4,4% (Bron: RIVM). Daarmee ligt de regio Utrecht nog steeds iets onder het landelijke vindpercentage. Verloop epidemie Het aantal positief geteste personen is niet gelijk aan het daadwerkelijk aantal besmettelijke personen, omdat niet alle besmettelijke mensen klachten hebben en zich daarom niet laten testen. Het RIVM maakt schattingen voor het aantal besmettelijke personen (geïnfecteerde mensen die andere mensen kunnen besmetten) in Nederland (Figuur 5). Geschat wordt dat op 28 juni 2021 tussen de 5.921 en 16.492 personen besmettelijk waren. Dit is in lijn met het dalend aantal besmettingen van afgelopen weken en draagt ook bij aan het lagere reproductiegetal. In figuur 5 is echter duidelijk zichtbaar dat de verwachting is dat het aantal besmettelijke personen toe zal nemen, wat conform de huidige toename in het aantal besmettingen is.

Figuur 5. Het geschatte aantal besmettelijke personen in Nederland van 28 februari t/m 5 juli 2021. De onzekerheidsmarge geeft aan hoeveel hoger of lager het precieze aantal kan zijn. Peildatum: 6 juli 2021 10:00 uur. Bron: RIVM. Besmettelijke mensen | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl

Corona-antistoffen bij donors van Sanquin Door Sanquin Research wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van antistoffen onder donors (Figuur 6). Uit de laatst gepubliceerde cijfers van 2 juli blijkt dat bij 77% van de donors antistoffen zijn aangetroffen. Vaccinatie is de grote drijfveer achter deze stijging. Sanquin gebruikt een test om verschillende corona-antistoffen te onderscheiden, om zo vast te stellen of iemand door vaccinatie of door een infectie antistoffen heeft ontwikkeld. Het effect van vaccinatie is terug te zien bij elk van de leeftijdsgroepen, waarbij goed te zien is dat ouderen als eerst zijn gevaccineerd en nu ook steeds meer jongeren een vaccinatie ontvangen.

9

Figuur 6. Het percentage Sanquin donors met antistoffen tegen het coronavirus. Bron: Sanquin Research.

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 7 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 26. In Figuur 8 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de helft van de gemeenten (13 van de 26) is sinds deze week een (sterke) toename te zien en in zeven gemeenten een afvlakking van het aantal positief geteste inwoners. Enkel in zes gemeenten is een afname te zien. Doordat de besmettingsaantallen op dit moment erg laag zijn, kan een kleine toename in het aantal besmettingen tot een sterkere toename in Figuur 8 leiden. Een toename van tien of meer besmettingen is te zien bij de gemeenten Stichtse vecht (10 gevallen), Utrecht (80 gevallen), Utrechtse Heuvelrug (12 gevallen).

Figuur 7. Aantal positief geteste personen per gemeente in week 26. Peildatum: 7 juli 2021 9:00 uur.

10

Figuur 8. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 7 juni t/m 4 juli 2021. Peildatum: 7 juli 2021 9:00 uur.

11

Figuur 9 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 38 besmettingen per 100.000 inwoners in week 26 zit regio Utrecht landelijk elijk met het landelijke gemiddelde van 39 per 100.000 besmettingen. Amsterdam-Amstelland, Twente en Kennemerland zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 86, 58 en 54 besmettingen per 100.000 inwoners. Drenthe, Fryslân en Flevoland zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 10, 17 en 17 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 9. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum 22 juni t/m 6 juli 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 6 juli 2021 10:00 uur.

12

Verschuiving in leeftijdsverdeling Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen uitgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en studenten (19-27 jaar). De leeftijdsgroepen 0-19 jaar en 20-39 jaar laten in absolute aantallen van COVID-19 registraties een sterke toename zien. Bij het uitsplitsen van de groep jongeren is goed te zien dat de leeftijdsgroepen 4-12 jaar, 16-18 jaar en 19-27 jaar een (sterke) stijging laten zien. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de versoepelingen in de afgelopen weken voor meer activiteiten hebben gezorgd, voornamelijk onder jongeren die nog niet aan de beurt zijn geweest voor een vaccinatie. Met gebruik van de CoronaCheck-app is het sinds kort namelijk mogelijk om de afstandsregel in specifieke situaties los te laten, waarbij alle aanwezigen dus recent negatief zijn getest, kortgeleden hersteld zijn van COVID-19 of recent volledig gevaccineerd zijn. Echter is ondanks gebruik van de CoronaCheck-app een toename in het aantal besmettingen te zien. Daarnaast heeft gebruik van de CoronaCheck-app in korte tijd voor veel meer testen gezorgd. Dit kan een mogelijke gedeeltelijke verklaring zijn voor het aantal positieve testen.

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 23 t/m 26 in 2021. Peildatum 7 juli 2021 9:00 uur.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 23 t/m 26 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 7 juli 2021 9:00 uur.

13

In Figuur 12 en Tabel 2 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 7 juni t/m 4 juli 2021. In de meeste gemeenten is nog wel een sterke afname te zien voor het aantal besmettingen van de afgelopen vier weken. Bij een enkele gemeente is sprake van een zeer kleine absolute stijging voor een bepaalde leeftijdsgroep voor de afgelopen vier weken, waarbij het gaat om slechts enkele gevallen. Als gekeken wordt naar de afgelopen week is echter een grote stijging te zien onder jongeren. De vierweekse cijfers geven daarin dus een vertekend beeld. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen van de gemeenten (Figuur 8) en het aantal afgenomen testen (Figuur 14). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort, Oudewater en Utrecht.

14

Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 31 mei t/m 27 juni 2021, peildatum 30 juni 2021, 09:00 uur.

15

Tabel 2. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 31 mei t/m 27 juni 2021, peildatum 30 juni 2021, 09:00 uur.

Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 13 is het aantal COVID-19-registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het BCO in periode 7 juni t/m 4 juli 2021. De meeste besmettingen kunnen nog steeds verklaard worden door uitbraken in gezinssituaties waar over het algemeen geen afstand wordt gehouden. Hierdoor betekent één positief geval meteen drie of vier positieven. De meest opvallende trend is een (zeer sterke) stijging in aantal besmettingen met als bron ‘Buitenlandreis’ (37 naar 86), ‘Werkplek’ (27 naar 40) en ‘Horeca/uitgaansgelegenheid’ (0 naar 41). Dit is zeer wel mogelijk te verklaren door de versoepelingen die de afgelopen tijd zijn ingegaan.

16

Figuur 13. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 7 juni t/m 4 juli 2021, peildatum 7 juli 2021 9:00 uur.

17

1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Zes regionale testlocaties, vier lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. In week 26 zijn 18.848 testen uitgevoerd door GGDrU. Dat is een toename vergeleken met week 25 (12.214) (Figuur 14). De toename in aantal uitgevoerde testen wordt met name veroorzaakt doordat GGDrU ook testen uitvoert voor reizen. Daarnaast is een deel van de uitvoerde testen toe te schrijven aan het testen voor evenementen.

Figuur 14. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 7 juli 9:00 uur.

In Figuur 15 wordt het aantal bezoekers in de teststraten vanaf 4 januari weergeven samen met de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Het aantal testen lag eind maart op zijn hoogtepunt met bijna 55.000 testen per week. Vanaf april is het aantal testen gaan dalen en in week 26 is het aantal uitgevoerde testen weer gestegen naar circa 19.000 testen per week. De capaciteit zit hier nog steeds ruim boven. In totaal zijn sinds 4 januari ongeveer 775.000 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 7 juli 9:00 uur).

18

Figuur 15. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum 7 juli 9:15 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Sinds 8 januari 2021 vaccineert GGDrU op verschillende locaties. Op dit moment wordt op negen vaste locaties (Amersfoort, Breukelen, Driebergen, Houten, Utrecht, Nieuwegein, Veenendaal, Woerden, Zeist) en meerdere tijdelijke/mobiele locaties gevaccineerd (Soest, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Montfoort, Leusden, Oudewater, Ronde Venen, Lopik, Eemnes, Bunschoten, Baarn, Renswoude, De Bilt, Rhenen, IJsselstein, Bunnik, Woudenberg). Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19-vaccinaties op 8 januari zijn t/m dinsdag 6 juli 2021 952.780 vaccinaties gezet. Hiervan hebben 686.565 (72%) mensen in ieder geval een eerste vaccinatie ontvangen, 266.215 personen (28%) zijn volledig gevaccineerd. Figuur 16 toont het aantal vaccinaties op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per vaccinatieronde.

19

Figuur 16. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 7 juli 9:00 uur.

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen door GGDrU. Dit varieert tussen de 42% voor Renswoude tot 58% voor Bunnik, met een regiogemiddelde van 53%. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze GGD-regio zijn gezet bij de inwoners van GGDrU meegenomen. In Figuur 19 is het percentage inwoners van GGDrU te zien welke het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen door een GGD. Dit varieert van 24% van de inwoners van Utrecht tot 35% van de inwoners van Bunnik. Het gemiddelde in de regio Utrecht ligt op 30%. Daarnaast worden inwoners op basis van hun leeftijd uitgenodigd voor een vaccinatie waarbij de inwoners met de hoogste leeftijd als eerste zijn uitgenodigd. Dit kan verschillen tussen gemeenten en wijken verklaren als in die gemeente of wijk relatief veel jonge of oude mensen wonen. Dit zou een vertekend beeld kunnen geven van de daadwerkelijke vaccinatiegraad. Bij deze cijfers is echter een belangrijke kanttekening: de weergegeven cijfers betreffen alleen de door de GGD’en uitgevoerde vaccinaties. Binnenkort gaat het RIVM de vaccinatiecijfers vanuit het COVID-vaccinatie Informatie en Monitoringsysteem CIMS integreren en met GGD’en delen.

Daarin zijn de vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en/of huisartsenpraktijken meegenomen. De daadwerkelijke opkomst zal daardoor hoger komen te liggen vergeleken met de huidige cijfers die gepubliceerd worden vanuit de GGDrU.

20

Figuur 17. Vaccinatiegraad voor de eerste vaccinatie van inwoners per gemeente. Peildatum 7 juli 9:00 uur.

Figuur 18. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen. Peildatum 7 juli 9:00 uur.

Leeftijdsverdeling Een steeds groter deel van onze samenleving krijgt de mogelijkheid om een vaccinatie te ontvangen. In Figuur 19 is het cumulatieve aantal gezette eerste vaccinaties per leeftijdsgroep weergegeven dat is gezet door een GGD voor inwoners van de regio Utrecht. Het is goed te zien dat het aantal gezette eerste vaccinaties afgelopen weken met name gestegen is in de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Ook de leeftijdsgroep 0-19 jaar begint langzaam op te komen. In de leeftijdsgroep 0-19 jaar heeft 5% de eerste vaccinatie ontvangen door een GGD. Voor 20-39 jaar is dat 53%, voor 40-59 jaar 75%, voor 60-79 jaar 65% en voor de groep 80-plussers ligt het percentage op 85%.

21

Figuur 19. Cumulatief aantal gezette eerste vaccinaties per leeftijdsgroep, gezet door GGDrU. Peildatum 7 juli 9:00 uur.

Type vaccin Eind juni worden nog eerste vaccinaties gezet met Pfizer, Moderna en Janssen. Enkel als mensen nog geen tweede vaccinatie met AstraZeneca hebben gehad, wordt van dit vaccin nog gebruik gemaakt. De inzet van het Janssen-vaccin is op 2 juni veranderd. De Gezondheidsraad benadrukt dat het Janssen vaccin effectief en voldoende veilig is, maar voor de landelijke vaccinatiestrategie adviseert de Gezondheidsraad echter om de leeftijdsgroepen die nog aan de beurt komen vanaf nu Pfizer- of Moderna-vaccins aan te bieden (RIVM). Sinds 23 juni 2021 kunnen mensen wel kiezen om zich toch te laten vaccineren met het Janssen-vaccin. In de afgelopen twee weken zijn al landelijk 262.000 Janssen-afspraken gemaakt en er zijn nog circa 113.000 vaccins beschikbaar (bron: nu.nl). Daarnaast werd op 5 juli een rapport gepubliceerd door de Gezondheidsraad over het gebruik van verschillende vaccins voor de eerste en tweede vaccinatie. Uit onderzoek is gebleken dat het combineren van een eerste dosis AstraZeneca met vervolgens Pfizer als tweede vaccin, of andersom, “tot ten minste even goede of zelfs hogere niveaus van antistoffen leidt vergeleken met twee doses AstraZeneca” (bron: Gezondheidsraad). Landelijke ontwikkelingen in het vaccinatieprogramma Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins.

Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De volgorde voor een oproep voor vaccineren is gebaseerd op geboortejaar (van oud naar jong). Meer informatie is te vinden op rijksoverheid.nl. Iedereen met een DigiD kan via https://rivm.nl/mijnrivm-vaccinaties zijn of haar vaccinatiegegevens inzien, en kan er worden ingelogd op de CoronaCheck-App, waarmee een QR-code gegeneerd wordt welke toegang kan geven tot evenementen. Daarnaast kan deze CR-code ook gegenereerd worden door een negatieve testuitslag of een recente COVID-19 infectie. 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in de regio Utrecht t/m 30 juni 2021 1.320 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 30 juni 9:00 uur), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven of waarvan geen regio bekend is (aangeduid als ‘buiten regio’ of ‘leeg’). Net zoals het landelijk beeld laat zien, is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. In week 26 is wederom geen enkel overlijden

22

gemeld bij GGDrU. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat overlijdensgevallen in de laatste dagen van vorige week nog niet aan GGDrU zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 20).

Figuur 20. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 7 juli 2021 9:00 uur.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar (62,4%). Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is 34,0%. Voor zover bekend zijn bij het RIVM in de periode 28 juni t/m 4 juli 2021 landelijk dertien meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19-besmetting. 2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 21.

Figuur 21. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 6 juli 2021 10:00 uur.

In Figuur 22 is het aantal COVID-19-registraties onder bewoners van zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar meldingsdag aan de regio Utrecht. Deze 23

grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Figuur 22 zal waarschijnlijk dus een onderrapportage weergeven vergeleken met de daadwerkelijke aantallen, omdat niet alle bewoners van langdurige zorginstellingen door GGDrU worden getest. Vanaf begin januari is een gestage afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal (Figuur 22). Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de kwetsbare groepen vanaf begin januari gevaccineerd zijn.

Figuur 22. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 7 juli 2021 9:00 uur.

Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (de bron van besmetting). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt gesproken van een cluster. In Figuur 23 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring weergegeven. Deze clusters, gerelateerd aan 24-uurs zorg, zijn uitgezet per gemeente. Het gaat om clusters waar in de afgelopen vier weken een positieve melding is geweest.

Figuur 23. Aantal COVID-19 clusters gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van GGDrU sinds afgelopen 4 weken. Peildatum: 7 juli 2021 9:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering 24

gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag. Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (Figuur 24 en 25), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB.

Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

Figuur 24. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum:6 juli.

25

Figuur 25. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 6 juli.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Sinds eind april is een sterke daling in ziekenhuisopnamen zichtbaar (Figuur 26).

Figuur 26. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en Intensive Care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 6 juli 2021, 12:09 uur.

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio De instroom en de bezetting van COVID-patiënten is beperkt in onze regio (Figuur 27). Instroom en bezetting zal volgens prognose blijven dalen, daardoor is er meer ruimte voor non-COVID-zorg (prognose LCPS). Wel zorgen over o.a. inhaalzorg en uitval van personeel.

26

Figuur 27. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 7 juli 2021 10:30 uur.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De continuïteit van de (acute) zorg is - naast 'basis' COVID-zorg - regionaal niet bedreigd, maar wel bij individuele zorgaanbieders. Huidige continuïteitsfase is geel (Figuur 28). De reguliere zorg uit Klasse 3, 4 en 5 kan in de regio's stapsgewijs verder worden hervat, voor zover de (COVID-)druk het toelaat (Tabel 3).

Figuur 28. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021. Tabel 3. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.

27

3.4 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo een 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Sinds het begin van de COVID-19 crisis hebben we u verzocht om elke maandagmorgen het situatiebeeld aan te leveren voor uw organisatie. Inmiddels is de druk op de V&V, GHZ en GGZ al meerdere weken beperkt. Om die reden is er per 14 juni 2021 gestopt met de wekelijkse inventarisatie. Er is gestopt met het halen van informatie, maar mochten zich zorgcontinuïteitsvraagstukken aandienen dan kunnen zorgorganisaties (V&V, GHZ en GGZ) contact opnemen met de GGD GHOR Nederland (ghor@vru.nl). Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden. 3.5 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in het ROAZ-regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19-zorg buiten het ziekenhuis te organiseren (Figuur 29).

Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar 19 bedden (3 zorglocaties). In het landelijk overleg tussen GGD GHOR Nederland, ActiZ en Zorgverzekeraars Nederland is afgesproken om voor de COVID zorg buitenziekenhuizen tot nader order, 150 bedden in de lucht te houden. Voor Utrecht geldt, na rato van inwoneraantallen, 10 bedden. De DPG wil per 1 juli 2021 tot nader order vasthouden aan 10 COVID-19-bedden binnen de VVT voor COVID-nazorg. De volgende stap is om overleg te voeren hoe de COVID-nazorg in de toekomst binnen reguliere afspraken en processen ingebed kan worden.

Figuur 29. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 7 juli 11:00 uur. Bron: GGD GHOR NL.

28

Bijlage 1. Landelijke panelonderzoek Momenteel vindt een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD’en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee à drie weken plaatsvinden vanaf april 2020. De dertiende meting vond plaats tussen 16 en 20 juni 2021. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven en hoe zij hierop reageren. Disclaimer: Dit onderzoek is geen representatieve afspiegeling van de samenleving. Een aantal factoren die de representativiteit beïnvloeden worden hierna beschreven. Aan het onderzoek doen beduidend meer vrouwen mee dan mannen. Daarnaast zijn het vooral hoger opgeleiden die de vragenlijsten invullen. Jongeren (16-24 jaar) vullen minder vaak de vragenlijsten in dan personen van 25 jaar en ouder. Ten slotte doen relatief weinig mensen mee die niet in Nederland zijn geboren. Deze bijlage geeft dus alleen een indicatie van hoe de coronacrisis beleefd wordt, er kunnen geen conclusies worden verbonden. Daarnaast kan de gepresenteerde informatie worden ingehaald door actuele ontwikkelingen. Voor een succesvolle bestrijding van het coronavirus is het testen (bij klachten) een belangrijk onderdeel. Alleen wanneer mensen zich laten testen worden inzichten verworven over de verspreiding van het virus. Sinds eind maart 2021 is het ook mogelijk om een thuistest af te nemen.

In deze bijlage wordt beschreven hoe het staat met de testbereidheid onder de deelnemers die wonen in de regio Utrecht. Onderwerpen die aan bod komen zijn het wel of niet laten testen (bij klachten), de redenen om wel of niet getest te willen worden en tot slot het gebruik van zelftesten. Er wordt ook kort ingegaan op het naar buiten gaan met klachten. Ruim een kwart van de 16-39 jarigen heeft zich sinds mei 2021 laten testen (geen zelftest) Figuur 1A geeft het percentage deelnemers weer dat een coronatest heeft laten afnemen (met of zonder klachten) in de periode van begin mei 2021 tot half juni 2021. Er valt te zien dat 27% van de leeftijdsgroep 40 jaar en jonger een test heeft gedaan. De percentages liggen aanzienlijk lager voor 40-54 jarigen (18%) en 55-69 jarigen (14%). Het percentage van de leeftijdsgroep 70+ jaar staat niet in Figuur 1A weergegeven omdat te weinig gegevens beschikbaar zijn.

Percentage deelnemers dat getest is tussen begin mei en half juni (geen zelftest) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 16-39 (N=205)

40-54 (N=192)

55-69 (N=145)

Figuur 1A. Percentages deelnemers dat getest is tussen begin mei en half juni in meetronde 13 (16-20 juni).

29

Minstens 50% van de deelnemers laat zich testen vanwege corona-gerelateerde klachten Figuur 2A geeft de voornaamste reden weer die deelnemers hebben om zich te laten testen. Bijna tweederde van de leeftijdsgroep 40 jaar en jonger deed dit om het coronavirus uit te sluiten, bij 40-54 jarigen was dit ruim 50%. Uitkomsten voor de leeftijdsgroep 55+ jaar kunnen niet gepresenteerd worden omdat te weinig gegevens beschikbaar zijn. Naast het testen bij corona-gerelateerde klachten zijn andere redenen om te testen uitgevraagd, waaronder: hertesten na een positieve zelftest; na contact met een besmet persoon; buitenlandreis en het testen voor toegang voor een evenement. Deze gegevens kunnen niet gepresenteerd worden omdat eerdergenoemde redenen voor te weinig deelnemers van toepassing zijn.

Percentage deelnemers dat zich liet testen bij corona-gerelateerde klachten 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 16-39 (N=130)

40-54 (N=100)

Figuur 2A. Percentages deelnemers dat zich liet testen bij corona-gerelateerde klachten in meetronde 13 (1620 juni).

Ruim zes op de tien deelnemers laat zich testen bij de GGD-teststraat Figuur 3A weergeeft het percentage deelnmers dat zich heeft laten testen bij de GGDteststraat. Er valt te zien dat respectievelijk 68% en 64% van de deelnemers van 16-39en 40-54-jarigen zich heeft laten testen bij de GGD-teststraat. De percentages van de leeftijdsgroep 55+ jaar staan niet in Figuur 3A weergegeven omdat te weinig gegevens beschikbaar zijn. Er zijn ook deelnemers op andere plekken getest, alleen deze aantallen zijn te laag om mee te nemen in het Figuur.

Percentage deelnemers dat zich heeft laten testen bij de GGD teststraat 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 16-39 (N=140)

40-54 (N=123)

30

Figuur 3A. Percentages deelnemers dat zich heeft laten testen bij een GGD teststraat in meetronde 13 (16-20 juni).

Het aantal deelnemers dat tenminste één zelftest is gedaan is bijna verdubbeld Figuur 4A weergeeft het percentage deelnemers dat een zelftest heeft gedaan. Waar tijdens meetronde 12 (5-9 mei 2021) in totaal 341 deelnemers een zelftest hebben gedaan, is dit aantal gestegen naar 630 in meetronde 13 (16-20 juni 2021). Er valt te zien dat het gebruik van zelftesten in alle leeftijdsgroepen stijgt. De stijging is het grootst bij de leeftijdsgroep 40 jaar en jonger (18%). De sterkte van de stijging neemt af naarmate de leeftijd stijgt.

Percentage deelnemers dat een zelftest heeft gedaan 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 5-9 mei (N=341)

55-69

16-20 juni (N=630)

Figuur 4A. Percentages deelnemers dat een zelftest heeft gedaan in meetronden 12 (5-9 mei) en 13 (16-20 juni).

Deelnemers gebruiken zelftest voor verschillende doeleinden Figuur 5A geeft de belangrijkste redenen weer voor het gebruiken van een zelftest. Er valt te zien dat deelnemers voornamelijk een zelftest gebruiken voordat ze naar school of werk gaan, of om een besmetting uit te sluiten (29%). Ook gebruikt 20% van de deelnemers een zelftest bij klachten, terwijl een zelftest hier niet voor bedoeld is. Dit aantal komt overeen met het landelijk percentage. Een kwart van de deelnemers doet een zelftest voor een bezoek.

Redenen voor het gebruiken van een zelftest 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% School/werk (N=186)

Bij klachten (N=132)

Besmetting uitsluiten (N=188)

Bezoek (N=162)

Figuur 5A. Redenen voor het gebruiken van een zelftest in meetronde 13 (16-20 juni).

Ruim een kwart van de deelnemers gaat met klachten boodschappen doen In meetronde 13 (16-20 juni 2021) hebben 938 deelnemers aangegeven klachten te hebben tussen begin mei en half juni. Van die deelnemers geven 460 deelnemers (49%)

31

aan ten minste een keer naar buiten te zijn geweest met klachten. Van deze groep hebben 350 deelnemers (76%) ten minste een coronavaccinatie gehad. Figuur 6A weergeeft de voornaamste redenen dat deelnemers naar buiten gaan met klachten. Er valt te zien dat ruim 30% daarvan naar buiten ging voor een test. 27% ging naar buiten voor boodschappen en 31% ging naar buiten voor het halen van een frisse neus.

Redenen om naar buiten te gaan met klachten 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Voor een test (N=118)

Boodschappen doen (N=101)

Frisse neus halen (N=119)

Figuur 6A. Redenen om naar buiten te gaan met klachten in meetronde 13 (16-20 juni).

32

Bijlage 2. COVID monitor Midden-Nederland

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10427160/1