CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.147 Regionale rapportage COVID-19 20210630

Overige evenementen 7 september 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden5.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 30 juni 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 22 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 21

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 22 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 24 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 25 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 25 ZORGINSTELLINGEN (EXCL. ZIEKENHUIZEN) ...................................................................................................... 26 BEDDENCAPACITEIT ZORGINSTELLINGEN .......................................................................................................... 26 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 26

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ............................................................. 28

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1. Aantal positief geteste personen Begin 2021 lag het landelijk aantal nieuwe meldingen rond de 4.000 per dag, vanaf maart begon dit aantal te stijgen. Rond de tweede helft van april was het aantal meldingen per dag op een piek met gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Sinds eind april daalt het aantal meldingen gestaag. Week 25 laat ongeveer 4.370 meldingen zien waar in week 24 nog 6.000 besmettingen te zien waren. Een daling van ruim 1.500 besmettingen is dus een sterke daling vergeleken met de week daarvoor. (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 5 april. Peildatum: 29 juni 2021 10:00 uur. Bron RIVM.

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Tot en met 30 juni 2021 08:05 uur zijn in totaal 128.465 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Sinds week 17 is een sterke daling te zien. In week 25 is het aantal COVID-19 registraties afgenomen naar 345 besmettingen. Dit is een afname van bijna 200 meldingen vergeleken met week 24. De afname is terug te zien binnen alle leeftijdsgroepen.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 30 juni 2021 9:00 uur.

4

Nieuwe varianten Een schatting van welke varianten de nieuwe besmettingen veroorzaken wordt gedaan door middel van de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 23 het meest recent. Nog niet alle uitslagen van de bepalingen van deze week zijn binnen. Ondanks de hogere besmettelijkheid van verschillende varianten, lag het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) voor Nederland op 14 juni rond de 0,76, zo wordt geschat door RIVM (Figuur 3). Op dit moment is de Britse variant (Alpha, B.1.1.7) de meest voorkomende variant in Nederland. De Delta variant is in opkomst sinds begin juni door clusters van jongeren die terugkwamen uit Spanje en Portugal. Volgens de laatste gegevens heeft de deltavariant op dit moment een aandeel van ongeveer 9% in de kiemsurveillance. De verwachting is dat dit aandeel door zal stijgen naar 50% per begin augustus en dat begin oktober 100% van de besmettingen door de deltavariant zullen worden veroorzaakt (RIVM). Of de deltavariant niet alleen besmettelijker is, maar ook ziekmakender wordt verder onderzocht. Uit voorzorg is er geadviseerd aan mensen, die terugkomen van vakantie in het buitenland (met name mediterrane landen), dat ze zich laten testen.

Bij voorkeur door middel van een PCR-test om de kans op import van Variants of Concern te beperken. De bezochte landen waarvan verzocht wordt om monsters in te sturen voor sequentieanalyse zullen op de publiekwebsite Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM worden weergegeven. Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 19 t/m week 22 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).

Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 23 juni 2021 10:00 uur.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden en de aanscherpingen van de maatregelen met grijze balken en versoepelingen van de maatregelen met blauwe balken aangegeven waarbij in de voetnoot ook toelichting op de versoepelingen wordt gegeven. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de 5

positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk hoger uitkomen. Inschaling ‘Zorgelijk’ Momenteel zit Nederland ruim over de piek van de derde golf die begin maart begon. Er is nu een sterke daling van de besmettingen en ziekenhuisopnamen zichtbaar. In week 25 is het aantal nieuwe ziekenhuisopnames per miljoen inwoners licht gestegen ten opzichte van week 24. Regio Utrecht valt nu in risiconiveau ‘Zorgelijk’. Landelijk is in week 25 slechts één regio nog steeds ingeschaald als ‘Ernstig’. Zeventien regio’s, inclusief regio Utrecht, zijn afgeschaald naar ‘Zorgelijk’. Er zijn acht regio’s afgeschaald naar ‘Waakzaam’ (landkaart risiconiveaus).

6

Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 30 juni 2021 9:00 uur. Coronamaatregelen 1. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 2. (1 maa) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 3. (16 maa) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 4. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 5. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 6. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunsten cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer openblijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen. 7. (5 juni) Maximum van 4 bezoekers per dag thuis ontvangen.

Horeca en meeste publiek toegankelijke locaties, en daarmee ook culturele locaties, open onder voorwaarden. Openingstijden van buitenterrassen verruimd. Mogelijkheden voor sporten en kunst- en cultuurbeoefening zijn verruimd. Ook locaties voor recreatie binnen open onder voorwaarden. Alle winkels open volgens reguliere openingstijden. Maximaal aantal mensen bij een huwelijk naar 50 personen. 8. (26 juni) Alle publiek toegankelijke ruimtes weer open, waarbij 1,5 meter afstand houden verplicht is. 100% bezoekerscapaciteit toegestaan met coronatoegangsbewijzen. Op minder plekken hoeven mondkapjes te worden gedragen, enkel in het openbaar vervoer, op stations, vliegvelden en in het voortgezet onderwijs is het verplicht.

7

Vindpercentage per week Het aantal geregistreerde positief geteste personen is in week 25 verder afgenomen naar 347, vergeleken met 521 in week 24 (Bron: RIVM). Dit is een daling van 33%, een vergelijkbare daling wordt ook landelijk gezien. Het vindpercentage in de regio Utrecht is gedaald van 4,1% in week 24 naar 2,8% in week 25. Landelijk is het vindpercentage ook gedaald, van 4,3% naar 3,1% (Bron: RIVM). Daarmee ligt de regio Utrecht nog steeds iets onder het landelijke vindpercentage. Verloop epidemie Het aantal positief geteste personen is niet gelijk aan het daadwerkelijk aantal besmettelijke personen, omdat niet alle besmettelijke mensen klachten hebben en zich daarom niet laten testen. Het RIVM maakt schattingen voor het aantal besmettelijke personen (geïnfecteerde mensen die andere mensen kunnen besmetten) in Nederland (Figuur 5). Geschat wordt dat op 21 juni 2021 tussen de 10.338 en 24.811 personen besmettelijk waren. Dit is in lijn met het dalend aantal besmettingen van afgelopen weken en draagt ook bij aan het lagere reproductiegetal.

Figuur 5. Het geschatte aantal besmettelijke personen in Nederland van 28 februari t/m 28 juni 2021. De onzekerheidsmarge geeft aan hoeveel hoger of lager het precieze aantal kan zijn. Peildatum: 29 juni 2021 10:00 Bron: RIVM. Besmettelijke mensen | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl

Corona-antistoffen bij donors van Sanquin Door Sanquin Research wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van antistoffen onder donors (Figuur 6). Uit de laatsts gepubliceerde cijfers blijkt dat bij 69,5% van de donors antistoffen zijn aangetroffen. Vaccinatie is de grote drijfveer achter deze stijging. Sanquin gebruikt een test om verschillende corona-antistoffen te onderscheiden, om zo vast te stellen of iemand door vaccinatie of door een infectie antistoffen heeft ontwikkeld. Het effect van vaccinatie is terug te zien bij elk van de leeftijdsgroepen, waarbij goed te zien is dat ouderen als eerst zijn gevaccineerd en nu ook steeds meer jongeren een vaccinatie ontvangen.

8

Figuur 6. Het percentage Sanquin donors met antistoffen tegen het coronavirus. Peildatum 24 juni. Bron: Sanquin Research

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 7 toont het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 23. In Figuur 8 zijn de besmettingen in de laatste vier weken per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de meeste gemeenten (24 van de 26) is een (sterke) afname te zien of een afvlakking van het aantal positief geteste inwoners. Enkel in de gemeenten De Bilt en IJsselstein is sprake van een toename van meer dan 2 gevallen waarbij het gaat om respectievelijk 9 en 6 gevallen. Doordat de besmettingsaantallen op dit moment erg laag zijn, kan een kleine toename in het aantal besmettingen tot een sterkere toename in figuur 8 leiden.

Figuur .7 Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 14 juni t/m 20 juni 2021. Peildatum: 30 juni 2021 9:00 uur.

9

Figuur 8. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 31 mei t/m 27 juni 2021. Peildatum: 30 juni 2021 9:00 uur.

10

Figuur 9 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 26 besmettingen per 100.000 inwoners in week 25 zit regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Rotterdam-Rijnmond, Zeeland en Zuid-HollandZuid zijn de regio’s met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 44, 39 en 38 besmettingen per 100.000 inwoners. Fryslân, Drenthe en Groningen zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 10, 11 en 13 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 9. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum 15 juni t/m 29 juni 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 29 juni 2021 10:00 uur.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling Figuur 10 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 11 worden de jongere leeftijdsgroepen uitgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en studenten (19-27 jaar). Alle leeftijdsgroepen laten in absolute aantallen van COVID-19 registraties een sterke afname zien.

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 22 t/m 25 in 2021. Peildatum 30 juni 2021 9:00 uur.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 22 t/m 25 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 30 juni 2021 9:00 uur.

In Figuur 12 en Tabel 2 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 31 mei t/m 27 juni. In alle gemeenten is een sterke afname te zien voor het aantal besmettingen van de afgelopen vier weken. Bij een enkele gemeente is er sprake van een zeer kleine absolute stijging voor een bepaalde leeftijdsgroep, maar dit gaat om slechts enkele gevallen. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen van de gemeenten (Figuur 8) en het aantal afgenomen testen (Figuur 14). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort, Oudewater en Utrecht. 12

Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 31 mei t/m 27 juni 2021, peildatum 30 juni 2021.

13

Tabel 2. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 31 mei t/m 27 juni 2021, peildatum 30 juni 2021.

Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 13 is het aantal COVID-19-registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het BCO in periode 31 mei t/m 27 juni 2021. De meeste besmettingen kunnen nog steeds verklaard worden door uitbraken in gezinssituaties waar over het algemeen geen afstand wordt gehouden. Hierdoor betekent één positief geval meteen drie of vier positieven. De meest opvallende trend is dat bijna overal een duidelijke daling is te zien, behalve bij Evenement en Transport. Dit kan mogelijk verklaart worden door de versoepelingen die er de afgelopen tijd is geweest.

14

Figuur 13. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 31 mei t/m 27 juni 2021, peildatum 30 juni 2021 9:00 uur.

15

1.2. Testen Aantal uitgevoerde testen GGDrU Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Zes regionale testlocaties, vier lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. In week 25 zijn 12.216 testen uitgevoerd door GGDrU. Dat is een verdere afname vergeleken met week 24 (13.033) (Figuur 14). Het is aannemelijk dat een gecombineerd effect van seizoen, maatregelen en vaccinatie een groot aandeel hebben op de doorzettende verlaagde infectiedruk.

Figuur 14. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 30 juni 9:15 uur.

In Figuur 15 wordt het aantal bezoekers in de teststraten vanaf 4 januari weergeven samen met de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Het aantal testen lag eind maart op zijn hoogtepunt met bijna 50.000 testen per week. Vanaf april is het aantal testen gaan dalen en in week 25 is dit aantal gedaald naar ruim 11.000 testen per week. De capaciteit zit hier nog steeds ruim boven. Het aantal uitgevoerde testen is sinds april dus nog steeds geleidelijk aan het afnemen. In totaal zijn sinds 4 januari ongeveer 680.000 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 30 juni 9:30 uur).

16

Figuur 15. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum: 30 juni 9:15 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Sinds 8 januari 2021 vaccineert GGDrU op verschillende locaties. Op dit moment wordt op negen vaste locaties (Amersfoort, Breukelen, Driebergen, Houten, Utrecht, Nieuwegein, Veenendaal, Woerden, Zeist) en meerdere tijdelijke/mobiele locaties gevaccineerd (Soest, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Montfoort, Leusden, Oudewater, Ronde Venen, Lopik, Eemnes, Bunschoten, Baarn, Renswoude, De Bilt, Rhenen, Ijsselstein, Bunnik, Woudenberg). Gezette vaccinaties door GGDrU Sinds de start van de COVID-19-vaccinaties op 8 januari zijn t/m woensdag 30 juni 2021 855.726 vaccinaties gezet. Hiervan hebben 590.711 (69%) mensen in ieder geval een eerste vaccinatie ontvangen, 265.015 personen (33%) zijn volledig gevaccineerd. Figuur 16 toont het aantal vaccinaties op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per vaccinatieronde.

17

Figuur 17. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 30 juni 9:45 uur.

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 17 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen door GGDrU. Dit varieert tussen de 38% voor Renswoude tot 54% voor Bunnik. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze GGD-regio zijn gezet bij de inwoners van GGDrU meegenomen. In Figuur 19 is het percentage inwoners van GGDrU te zien welke het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen door een GGD. Dit varieert van 21% van de inwoners van Utrecht tot 34% van de inwoners van Bunnik. Daarnaast worden inwoners op basis van hun leeftijd uitgenodigd voor een vaccinatie waarbij de inwoners met de hoogste leeftijd als eerste zijn uitgenodigd. Dit kan verschillen tussen gemeenten en wijken verklaren als in die gemeente of wijk relatief veel jonge of oude mensen wonen. Dit zou een vertekend beeld kunnen geven van de daadwerkelijke vaccinatiegraad. Bij deze cijfers is echter een belangrijke kanttekening: de weergegeven cijfers betreffen alleen de door de GGD’en gezette vaccinaties. Binnekort gaar het RIVM de vaccinatiecijfers vanuit het COVID-vaccinatie Informatie en Monitoringsysteem CIMS integreren en met GGD-en delen. Daarin zijn de vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en/of huisartsenpraktijken meegenomen. De daadwerkelijke opkomst zou daardoor wat hoger liggen.

18

Figuur 17. Vaccinatiegraad voor de eerste vaccinatie van inwoners per gemeente. Peildatum 30 juni 9:45 uur.

Figuur 18. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen. Peildatum 30 juni 9:45 uur.

Leeftijdsverdeling Een steeds groter deel van onze samenleving krijgt de mogelijkheid om een vaccinatie te ontvangen. In Figuur 19 is weergegeven hoe het aantal eerste vaccinaties gezet door GGDrU verdeeld is over de verschillende leeftijdsgroepen. 45,0% van alle mensen die door GGDrU een eerste vaccinatie hebben ontvangen is uit de leeftijdsgroep 40-59 jaar, 35,9% uit de groep 60-79 jaar, 21,2% uit de groep 18-39 jaar, 7,8% uit de groep 80+ jaar en 0,2% van de groep 12-17 jaar (op basis van een medische indicatie).

19

Figuur 19. Leeftijdsverdeling van het aantal gezette eerste vaccinaties door GGDrU. Peildatum 30 juni 10:00 uur.

Figuur 20 geeft het aantal unieke personen per leeftijdsjaar (gepeild op de datum van vaccinatieafspraak) weer die door GGDrU in ieder geval één eerste vaccinatie hebben ontvangen. Het betreft hierbij absolute aantallen per leeftijd en houdt geen rekening met relatieve verschillen in de demografische bevolking. Wat opvalt is dat voor mensen met een leeftijd 60-65 jaar relatief weinig vaccinaties zijn gezet door GGDrU. Dit kan verklaard worden door het feit dat deze groep vooral door de huisartsen zijn gevaccineerd en niet door de GGD.

Figuur 20. Unieke aantal personen die door GGDrU de eerste vaccinatie hebben ontvangen naar leeftijd. Peildatum 30 juni 10:00 uur.

Type vaccin Eind juni worden er nog eerste vaccinaties gezet met Pfizer, Moderna en Janssen. Enkel als mensen nog geen tweede vaccinatie met AstraZeneca hebben gehad, wordt van dit vaccin nog gebruik gemaakt. De inzet van het Janssen-vaccin is op 2 juni veranderd. De Gezondheidsraad benadrukt dat het Janssen vaccin effectief en voldoende veilig is, maar voor de landelijke vaccinatiestrategie adviseert de Gezondheidsraad echter om de leeftijdsgroepen die nog aan de beurt komen vanaf nu Pfizer of Moderna-vaccins aan te bieden (RIVM). Sinds 23 juni 2021 kunnen mensen wel kiezen om zich toch te laten vaccineren met het Janssen vaccin. Hiervoor is een speciaal telefoonnummer geregeld en worden speciale prikdagen georganiseerd. Op vrijdag 25 juni werd in de Jaarbeurs in Utrecht de eerste ‘Dansen met Janssen’-priknacht georganiseerd waarbij een DJ aanwezig was en waar tot 1.00 uur in de nacht werd doorgeprikt. Die avond werden er 2500 prikken met het Janssen vaccin gezet. 20

Landelijke ontwikkelingen in het vaccinatieprogramma Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De volgorde voor een oproep voor vaccineren is gebaseerd op geboortejaar (van oud naar jong). Meer informatie is te vinden op rijksoverheid.nl. Iedereen met een DigiD kan via https://rivm.nl/mijnrivm-vaccinaties zijn of haar vaccinatiegegevens inzien, en kan er worden ingelogd op de CoronaCheck-App, waarmee een CR-code gegeneerd wordt welke toegang kan geven tot evenementen. Daarnaast kan deze CR-code ook gegenereerd worden door een negatieve testuitslag of een recente COVID-19 infectie. 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in de regio Utrecht t/m 30 juni 2021 1.320 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 30 juni 9:00 uur), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven of waarvan geen regio bekend is (aangeduid als ‘buiten regio’ of ‘leeg’). Net zoals het landelijk beeld laat zien, is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen. In week 25 is wederom geen enkel overlijden gemeld bij GGDrU.

Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat overlijdensgevallen in de laatste dagen van vorige week nog niet aan GGDrU zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 21).

Figuur 21. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 30 juni 2021 9:00 uur.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd. Meer dan de helft van het totaal aantal overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar (62,4%). Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is 34,0%. Voor zover bekend zijn bij het RIVM in de periode 22 juni t/m 29 juni 2021 landelijk vijftien meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19besmetting.

21

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 22.

Figuur 22. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 29 juni 2021 10:00 uur.

In Figuur 23 is het aantal COVID-19-registraties onder bewoners van zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar meldingsdag aan de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Figuur 24 zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven vergeleken met de daadwerkelijke aantallen, omdat niet alle bewoners van langdurige zorginstellingen door de GGD worden getest. Vanaf begin januari is een gestage afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal (Figuur 23). Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de kwetsbare groepen vanaf begin januari gevaccineerd zijn.

Figuur 23. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 30 juni 2021 9:00 uur.

Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (de bron van besmetting). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt gesproken van een cluster.

22

In figuur 24 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring weergegeven. Deze clusters, gerelateerd aan 24-uurs zorg, zijn uitgezet per gemeente. Het gaat om clusters waar in de afgelopen vier weken een positieve melding is geweest.

Figuur 24. Aantal COVID-19 clusters gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van GGDrU sinds afgelopen 4 weken. Peildatum: 30 juni 2021 9:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.

Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (Figuur 25 en 26), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

23

Figuur 25. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 28 juni.

Figuur 26. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 28 juni.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Sinds eind april is een sterke daling in ziekenhuisopnamen zichtbaar (Figuur 27).

Figuur 27. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en intensive care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel Namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 22 juni 2021 11:37 uur.

24

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio De instroom van nieuwe COVID-patiënten is beperkt (Figuur 28). Ook de bezetting van COVID-patiënten is beperkt in onze regio. De reguliere zorg uit Klasse 3, 4 en 5 kan in de regio's stapsgewijs verder worden hervat, voor zover de (COVID-)druk het toelaat. De verwachting is dat de reeds beperkte bezetting met COVID-19 patiënten verder daalt (prognose LCPS). De druk op de ziekenhuizen zal echter beïnvloed worden door ‘inhaalzorg’.

Figuur 28. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 30 juni 2021 10:00 uur.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De continuïteit van de (acute) zorg is - naast 'basis' COVID-zorg - regionaal niet bedreigd, maar wel bij individuele zorgaanbieders. Huidige continuïteitsfase is geel (Figuur 29). De reguliere zorg uit Klasse 3, 4 en 5 kan in de regio's stapsgewijs verder worden hervat, voor zover de (COVID-)druk het toelaat (Figuur 30).

Figuur 29. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.

25

Figuur 30. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.

3.4 Zorginstellingen (excl. ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn circa 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Inmiddels is de druk op de V&V, GHZ en GGZ al meerdere weken beperkt. Om die reden is per 14 juni 2021 gestopt met de wekelijkse inventarisatie. Er is gestopt met het halen van informatie, maar mochten zich zorgcontinuïteitsvraagstukken aandienen dan kunnen zorgorganisaties (V&V, GHZ en GGZ) contact opnemen met de GHOR (ghor@vru.nl). Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden. 3.5 Beddencapaciteit zorginstellingen In regio Utrecht zijn circa 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Sinds het begin van de COVID-19-crisis is het situatiebeeld weergeven aan betreffende organisaties. Inmiddels is de druk op de V&V, GHZ en GGZ al meerdere weken beperkt. Om die reden is er per 14 juni 2021 gestopt met de wekelijkse inventarisatie. Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden.

3.6 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in het ROAZ-regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19-zorg buiten het ziekenhuis te organiseren (Figuur 31). Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is er in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar 19 bedden (3 zorglocaties). In het landelijk overleg tussen GGD GHOR Nederland, ActiZ en Zorgverzekeraars Nederland is afgesproken om voor de COVID zorg buitenziekenhuizen tot nader order, 150 bedden in de lucht te houden. Voor Utrecht geldt, na rato van inwoneraantallen, 10 bedden. De DPG wil per 1 juli 2021 tot nader order vasthouden aan 10 COVID bedden binnen de VVT voor COVID nazorg. De volgende stap is om overleg te voeren hoe de COVID nazorg in de toekomst binnen reguliere afspraken en processen ingebed kan worden.

26

Figuur 31. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 30 juni 2021 11:00 uur. Bron: GGD GHOR NL.

27

Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentages per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD-teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 22 t/m 25, uitgevoerd op 30 juni 2021. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente Het totaal aantal afgenomen testen, zowel in absolute aantal en per 100.000 inwoners, voor de laatste vier weken is per gemeente weergeven in Figuur 1B en 2B. In overeenstemming met de afname in het aantal afgenomen testen op de GGDrUteststraten, daalt het aantal geteste inwoners per gemeente vanaf week 22 in vrijwel alle gemeenten. Steeds minder inwoners van de regio Utrecht laten zich de afgelopen vier weken testen. Dit kan verklaard worden door het gebruik van zelftesten, een lagere infectiedruk en een steeds groter aantal gevaccineerden. Mogelijk speelt pandemiemoeheid hierbij ook een rol. De testcapaciteit is ruim voldoende, waardoor dit de daling in aantal geteste inwoners niet verklaart. Zoals in Figuur 2B te zien, is in elke gemeente een daling van het relatieve aantal afgenomen testen ten opzichte van week 22. In de meeste gemeenten gaat dit om een sterke afname.

In Bunnik, Houten, Lopik, Oudewater, Stichtse Vecht en Vijfheerenlanden is de afname was minder sterk. In Figuur 3B is het aantal afgenomen testen per leeftijdsgroep weergegeven. In alle leeftijdsgroepen neemt het aantal afgenomen testen af, met als uitzondering de leeftijdsgroep 80+, waar de aantallen al erg laag waren. In de leeftijdsgroep 20-39 blijft het aantal afgenomen testen de laatste twee weken ongeveer gelijk.

Figuur 1B. Totaal absolute aantal afgenomen testen per gemeente, periode 31 mei t/m 27 juni 2021. Peildatum 30 juni 2021.

28

Figuur 2B. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 31 mei t/m 27 juni 2021. Peildatum 30 juni 2021.

Figuur 3B. Totaal aantal afgenomen testen naar leeftijdsgroep per week, periode 31 mei t/m 27 juni 2021. Peildatum 30 juni 2021.

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste vier weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven in Figuur 4B. In vrijwel alle gemeenten is het vindpercentage iets gedaald ten opzichte van week 22, maar het blijft vrijwel gelijk. In de gemeenten Bunschoten en Eemnes is het vindpercentage de afgelopen weken toegenomen. Op de gemeenten Bunschoten en Eemnes na, ligt het vindpercentage (ruim) onder de 10%.

29

Figuur 4B. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 31 mei t/m 27 juni 2021. Peildatum 30 juni 2021.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10419610/1