CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.146 Regionale rapportage COVID-19 20210623

Overige evenementen 7 september 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden6.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 23 juni 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 23 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 18 COVID-19 VACCINATIES ............................................................................................................................. 18 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 22

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 23 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 25

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 26 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

LANDELIJK AANTAL NIEUWE ZIEKENHUISOPNAMES............................................................................................. 26 VERLOOP IC- EN KLINIEK-CAPACITEIT REGIO ..................................................................................................... 27 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN.................................................................................................... 27 ZORGINSTELLINGEN (EXCL. ZIEKENHUIZEN) ...................................................................................................... 28 BEDDENCAPACITEIT ZORGINSTELLINGEN .......................................................................................................... 28 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 28

BIJLAGE 1. UITKOMSTEN PANELONDERZOEK ................................................................................................. 30

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1. Aantal positief geteste personen Begin 2021 lag het landelijk aantal nieuwe meldingen rond de 4.000 per dag, vanaf maart begon dit aantal te stijgen. Rond de tweede helft van april was het aantal meldingen per dag op een piek met gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Sinds eind april daalt het aantal meldingen gestaag. Week 24 laat ongeveer 6.000 meldingen zien waar in week 23 nog 9.300 besmettingen te zien waren. Een daling van ruim 3.000 besmettingen is dus een sterke daling vergeleken met de week daarvoor. (Figuur 1).

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 5 april. Peildatum: 23 juni 2021 10:00 uur. Bron RIVM.

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Tot en met 23 juni 2021 08:05 uur zijn in totaal 128.132 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Sinds week 17 is een sterke daling te zien. In week 24 is het aantal COVID-19 registraties afgenomen naar 531. Dit is een afname van ruim 200 meldingen vergeleken met week 23. De afname is terug te zien binnen bijna alle leeftijdsgroepen. Alleen de leeftijdsgroep 16-18 jaar laat een absolute stijging zien ten opzichte van week 23 en bij de leeftijdsgroep 19-27 jaar is de afname gestagneerd.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 23 juni 2021 9:00 uur.

4

Nieuwe varianten De toename in het aantal meldingen eind 2020 kon niet los gezien worden van de opkomst van nieuwe, mogelijk besmettelijkere varianten van het coronavirus, waaronder de Britse-, de Zuid-Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en recent de Indiase variant. Door middel van de nationale kiemsurveillance (Tabel 1) en modellering van het RIVM wordt geschat dat deze varianten inmiddels ruim 95% van alle nieuwe besmettingen betreft. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 22 het meest recent. Daarnaast zijn nog niet alle monsters van week 22 bekend, waardoor in week 22 minder monsters te zien zijn dan in andere weken. Ondanks de hogere besmettelijkheid van verschillende varianten, lag het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met COVID-19) voor Nederland op 7 juni rond de 0,77, zo wordt geschat door RIVM (Figuur 3). In Nederland is het percentage van de Delta-variant in de geanalyseerde monters tot vorige week laag. Afgelopen week is het aantal geanalyseerde monsters passend bij Delta-variant gestegen naar 9% in verband met examenreizen naar Portugal en Spanje.

Uit voorzorg is het geadviseerd mensen die terugkomen van vakantie in het buitenland (met name mediterrane landen) zich te laten testen bij voorkeur door middel van een PCR-test om de kans op import van Variants of Concern te beperken. De bezochte landen waarvan verzocht wordt om monsters in te sturen voor sequentieanalyse zullen op de publiekwebsite Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM worden weergegeven. Tabel 1. Totaal aantal onderzochte monsters van week 19 t/m week 22 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillance. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).

Figuur 3. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 23 juni 2021 10:00 uur.

Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten ontwikkelden en de aanscherpingen van de maatregelen met grijze balken en versoepelingen van de maatregelen met blauwe balken 5

aangegeven. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk hoger uitkomen. Sinds 15 december 2020 zijn verschillende aanscherpingen in de maatregelen en versoepelingen doorgevoerd. In de persconferentie van 11 mei is een stappenplan gepresenteerd met een aankondiging van verdere versoepelingen vanaf 19 mei. De meest recente versoepelingen zijn op 5 juni ingegaan (Figuur 4). In de persconferentie van 18 juni zijn grote versoepelingen aangekondigd vanaf 26 juni 2021, waarbij stap 4 van het openingsplan gevolgd zal worden. Inschaling ‘Zorgelijk’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Momenteel zit Nederland ruim over de piek van de derde golf die begin maart begon. Er is nu een sterke daling van de besmettingen en ziekenhuisopnamen zichtbaar. In week 24 is het aantal nieuwe ziekenhuisopnames gedaald van 11,1 naar 3,7 opnames per miljoen inwoners ten opzichte van week 23. Regio Utrecht valt nu in risiconiveau ‘Zorgelijk’. Landelijk is in week 24 slechts één regio nog steeds ingeschaald als ‘Zeer ernstig’. Vijf regio’s zijn afgeschaald naar ‘Ernstig’ en er zijn achttien regio’s, inclusief regio Utrecht, die zijn afgeschaald naar ‘Zorgelijk’.

Er zijn twee regio’s afgeschaald naar ‘Waakzaam’ (landkaart riconiveaus). GGDrU voert Bron- en Contactonderzoek (BCO) op dit moment volledig uit, wat grotendeels te danken is aan de eigen applicatie (CoronaCare) die GGDrU heeft ontwikkeld om het BCO beter en efficiënter te kunnen uitvoeren. Dankzij CoronaCare zijn we in staat om ook tijdens hoge werkbelasting de indexpatiënten te blijven monitoren. Bovendien worden contacten via de applicatie zeer snel gewaarschuwd, vaak al voordat de GGD belt voor het BCO. Dit is een enorme winst vergeleken met het klassieke BCO zoals dat bij andere GGD’en wordt uitgevoerd.

6

Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 23 juni 2021 9:00 uur. Coronamaatregelen 1: (20 sep) Regionale maatregelen in zorgelijke regio’s (waaronder GGDrU). Horeca ontvangt geen nieuwe gasten na 00:00 en sluit om 01:00. Maximale groepsgrootte van 50 personen met uitzondering van demonstraties, religieuze bijeenkomsten, uitvaarten en dans/theatervoorstellingen. Meldingsplicht voor organisatoren van groepen groter dan 50 personen. 2. (28 sep) Thuiswerken, tenzij het echt niet anders kan. Bezoek eigen woning beperkt tot 3 gasten; in andere gebouwen maximaal 4 personen in zelfde gezelschappen en een maximum van 30 personen per ruimte. Buiten maximum van 40 personen. Horeca tot 21:00 inloop en sluit om 22:00; sportkantines zijn gesloten. Registratie van klanten voor contactberoepen. Geen publiek bij sportwedstrijden. Advies om reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken 3. (14 okt) Horeca dicht. Winkels in detailhandels sluiten uiterlijk om 20:00 en verbod op verkoop alcohol en softdrugs na 20:00. Thuis maximaal 3 mensen per dag ontvangen en gezelschappen (binnen niet in thuissituaties) en buiten bestaat uit een groep van maximaal 4 personen van verschillende huishoud. Binnenruimte maximaal 30 personen. Geen amateursport voor volwassenen.

Evenementen zijn verboden met een paar uitzonderingen. Openbaar vervoer allen voor noodzakelijk reizen.

7

4. (4 nov – 19 nov) Maximale groepsgrootte: 2 personen buiten, 30 begrafenis, 20 huwelijk. Musea, theaters, zwembaden en sauna’s dicht voor 2 weken. Geen groepslessen in sportscholen. Dringend advies om t/m halverwege januari niet naar het buitenland af te reizen. 5. (15 dec) Nederland gaat in lockdown tot ten minste 19 januari om contacten tot het minimum te beperken. Alle niet-essentiële winkels, sportscholen, publieke binnen en buitenruimte en scholen sluiten. Maximale groepsgrootte binnen 2 bezoekers (m.u.v. 24, 25 en 26 december) en buiten 2 personen of 1 huishouden. Blijf zoveel mogelijk thuis. Reis niet naar het buitenland tot medio maart. 6. (12 jan) Anderhalve meter regel ook van toepassing op middelbare scholen. Maatregelen van 14 december worden verlengd tot tenminste 15 maart. 7. (19 jan) Maximum van 1 bezoeker per dag thuis ontvangen. Reisverbod voor VK, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika en daarnaast moeten reizigers een negatieve PCR-testuitslag alsook een negatieve sneltest hebben voor het betreden van Nederland. Avondklok tussen 21:00 en 4:30. Maximumaantal bezoekers uitvaarten naar 50 personen. 8. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 9. (1 maa) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 10.

(16 maa) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 11. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiële winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 12. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 13. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Er mag weer kunsten cultuurbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terrassen mogen langer openblijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen. 14. (5 juni) Maximum van 4 bezoekers per dag thuis ontvangen. Horeca en meeste publiek toegankelijke locaties, en daarmee ook culturele locaties, open onder voorwaarden. Openingstijden van buitenterrassen verruimd. Mogelijkheden voor sporten en kunst- en cultuurbeoefening zijn verruimd. Ook locaties voor recreatie binnen open onder voorwaarden. Alle winkels open volgens reguliere openingstijden. Maximaal aantal mensen bij een huwelijk naar 50 personen.

8

Vindpercentage per week In week 24 zijn 13.033 testen uitgevoerd door GGDrU. Dat is een verdere afname vergeleken met week 23 (15.665) (Figuur 5). Het is aannemelijk dat een gecombineerd effect van seizoen, maatregelen en vaccinatie een groot aandeel hebben op de doorzettende verlaagde infectiedruk. De testcapaciteit is naar beneden bijgesteld maar nog steeds ruim boven de vraag. Het aantal geregistreerde positief geteste personen is in week 24 verder afgenomen naar 531 (peildatum 23 juni 10:30 uur), vergeleken met 767 in week 23. Dit is een daling van 31%, een vergelijkbare daling wordt ook landelijk gezien. Het vindpercentage in de regio Utrecht is gedaald van 4,8% in week 23 naar 4,1% in week 24. Landelijk is het vindpercentage ook gedaald, van 5,2% naar 4,4% (Bron: RIVM). Daarmee ligt de regio Utrecht nog steeds onder het landelijke vindpercentage (Figuur 6).

Figuur 5. Aantal uitgevoerde testen in teststraten GGDrU weergeven per week in 2021. Peildatum 23 juni 9:30 uur.

Figuur 6. Vindpercentage van testen uitgevoerd in teststraten regio Utrecht weergeven per week in 2021. Peildatum 23 juni 9:30 uur.

9

Verloop epidemie Het aantal positief geteste personen is niet het daadwerkelijk aantal besmettelijke personen, omdat niet alle besmettelijke mensen klachten hebben en zich daarom niet laten testen. Het RIVM maakt daarom schattingen voor het aantal besmettelijke personen (geïnfecteerde mensen die andere mensen kunnen besmetten) in Nederland (Figuur 7). Geschat wordt dat op 14 juni 2021 tussen de 16.571 en 36.578 personen besmettelijk waren. Dit is in lijn met het dalend aantal besmettingen van afgelopen weken en draagt ook bij aan het lagere reproductiegetal.

Figuur 7. Het geschatte aantal besmettelijke personen in Nederland van 28 februari t/m 21 juni 2021. De onzekerheidsmarge geeft aan hoeveel hoger of lager het precieze aantal kan zijn. Peildatum: 22 juni 2021 10:00 Bron: RIVM. Besmettelijke mensen | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl

Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 presenteert het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 23. In Figuur 9 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht in de laatste vier weken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de meeste gemeenten (22 van de 26) is een (sterke) afname te zien van het aantal positief geteste inwoners. In de gemeente Houten is het aantal besmettingen nagenoeg gelijk gebleven. In de gemeenten Eemnes en Renswoude lijkt sprake van een (lichte) toename in het relatief aantal besmettingen per 100.000 inwoners. Dit zou verklaard kunnen worden door kleine aantal inwoners. In deze drie gemeenten gaat het echter om een absolute toename van respectievelijk 2, 2 en 13 gevallen. Een toename in het aantal besmettingen is in Zeist waarschijnlijk toe te schrijven aan besmettingen in gezinssituatie en door buitenland reizen.

Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 14 juni t/m 20 juni 2021. Peildatum: 23 juni 2021 9:00 uur.

10

Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 24 mei t/m 20 juni 2021. Peildatum: 23 juni 2021 9:00 uur.

11

Figuur 10 laat het aantal meldingen per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 39 besmettingen per 100.000 inwoners in week 24 zit regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Haaglanden is de regio met het hoogste aantal meldingen per 100.000 inwoners met 48 besmettingen per 100.000 inwoners. Hierna komen Amsterdam-Amstelland en Gelderland-Midden met respectievelijk 47 en 44 besmettingen per 100.000 inwoners. Drenthe, Fryslân en Groningen zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met respectievelijk 15, 18 en 18 meldingen per 100.000 inwoners.

Figuur 10. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum 8 juni t/m 22 juni 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 22 juni 2021 10:00 uur.

12

Verschuiving in leeftijdsverdeling Figuur 11 laat het aantal besmettingen per leeftijdsgroep zien. In Figuur 12 worden de jongere leeftijdsgroepen uitgesplitst in kinderopvang (0-3 jaar), basisschool (4-12 jaar), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15 jaar), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18 jaar) en studenten (19-27 jaar). Bijna alle leeftijdsgroepen laten in absolute aantallen een afname zien in de melding, enkel de leeftijdsgroep 16-18 jaar laat een verdere absolute stijging zien van 100 meldingen naar 112 meldingen (Figuur 12 - boven). De leeftijdsgroep 19-27 jaar is vrijwel gelijk gebleven, in week 24 waren 106 meldingen tegenover 107 meldingen in de week daarvoor. Vooral de groepen 16-18 en 19-27 jaar laten een duidelijke relatieve toename zien in aandeel van respectievelijk 13,0% naar 21,1% en van 13,9% naar 20,0%. Een mogelijk verklaring voor de relatieve en absolute stijging in de leeftijdsgroep 16-18 jaar zijn besmettingen tijdens examenreizen. Voor alle leeftijden waren in die vijf voorgaande weken gemiddeld vijf meldingen per week met buitenlandreis als mogelijke bron. In week 23 en 24 zijn respectievelijk 77 en 88 meldingen geweest waarbij buitenlandreis als meest waarschijnlijke bron wordt genoemd.

Hiervan zijn 60 in week 23 en 64 in week 24 meldingen afkomstig van positief geteste personen in de leeftijdsgroep 16-18 jaar, ongeveer 60% van de positieve casussen aangegeven dat buitenlandreis de meest waarschijnlijke bron van besmetting is. Voor de leeftijdsgroep 19-27 jaar gaat het om zes en dertien besmettingen in de weken 23 en 24 met als meest waarschijnlijke bron buitenlandreis.

Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 21 t/m 24 in 2021. Peildatum 23 juni 2021 9:00 uur.

Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 21 t/m 24 in 2021 met uitsplitsing 03, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 23 juni 2021 9:00 uur.

13

Afgelopen week is een daling te zien in het aantal afgenomen testen voor bijna alle leeftijdsgroepen. Zoals verwacht voor de leeftijdsgroepen 13-15 jaar en 16-18 jaar is inmiddels inderdaad een stijging te zien in het aantal afgenomen testen naar aanleiding van de besmettingen onder jongeren in de groep 16-18 jaar (Figuur 13).

Figuur 13. Aantal afspraken per week per leeftijdsgroep voor de leeftijd 0-27 jaar. Peildatum 23 juni 11:30 uur.

In Figuur 14 en Tabel 2 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 24 mei t/m 20 juni. Waar de afgelopen weken een percentage van 30% in de leeftijdsgroep 0-19 jaar werd gezien als een groot aandeel, is voor de afgelopen vier weken het aandeel bij tien gemeenten nu gestegen tot 40% en hoger. Dit geldt voor de gemeenten Amersfoort, Bunnik, De Bilt, Eemnes, Montfoort, Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist. Alleen bij de gemeente De Bilt (3) Eemnes (1), Renswoude (2), Utrechtse Heuvelrug (3), Wijk bij Duurstede (22), is naast een groot relatief aandeel ook een (lichte) toename in absolute aantallen te zien ten opzichte van de vierweekse cijfers in week 23. In de gemeente Wijk bij Duurstede is die toename voornamelijk toe te schrijven aan een toename in besmettingen met als meest waarschijnlijke bron het onderwijs en de gezinssituatie. Bij alle andere gemeenten is sprake van een toename in het relatieve aandeel van de leeftijdsgroep 0-19 jaar, maar is het absolute aantal besmettingen wel gedaald. Het hoge percentage wordt daarbij dus veroorzaakt doordat het aandeel en het absolute aantal besmettingen in andere leeftijdsgroepen terugloopt.

Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen van de gemeenten (Figuur 8) en het aantal afgenomen testen (Figuur 5). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort, Oudewater en Utrecht.

14

Figuur 14. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 24 mei t/m 20 juni 2021, peildatum 23 juni 2021.

15

Tabel 2. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 24 mei t/m 20 juni 2021, peildatum 23 juni 2021.

Bron van besmetting Tijdens het BCO wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 15 is het aantal COVID-19-registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het BCO in periode 24 mei t/m 20 juni 2021. De meeste besmettingen kunnen nog steeds verklaard worden door uitbraken in gezinssituaties waar over het algemeen geen afstand wordt gehouden. Hierdoor betekent één positief geval meteen drie of vier positieven. De meest opvallende trend is dat bijna overal een duidelijke daling is te zien, behalve bij buitenlandreis als mogelijke bron van besmetting. Zoals ook vermeld bij het hoofdstuk ‘verschuiving in leeftijdsverdeling’, is dit hoogstwaarschijnlijk toe te schrijven aan verdere verspreiding door jongeren tussen de 16-18 jaar na examenreizen.

16

Figuur 15. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 24 mei t/m 20 juni 2021, peildatum 23 juni 2021 9:00 uur.

17

1.2. Testen Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Met zeven regionale testlocaties, twee lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. Bij de vaste testplekken is een kindvriendelijke testlocatie ingericht. Hier nemen we ruim de tijd om kinderen (0-12 jaar) op hun gemak te stellen. Klik hier voor een actueel overzicht van de testlocaties in de regio. Per 12 april 2021 worden zelftesten door het ministerie van VWS beschikbaar gesteld aan geprioriteerde scholen en bedrijven. Zelftesten zijn als aanvulling op het staande testbeleid en de basisregels bedoeld. Deze extra testen zijn aanvullende vormen van preventief testen, waarmee anders onopgemerkte besmettingen aangetoond kunnen worden. Het doel is personen op te sporen die besmettelijk zijn maar geen klachten hebben. De zelftesten zijn niet bedoeld als vervanging van de COVID-19-maatregelen of in plaats van testen bij de GGD-testlocaties en zorginstellingen. In de Corona teststrategie van de Rijksoverheid is deze zogenoemd spoor 2 ‘Testen om de samenleving te openen’ verder toegelicht. Aantal uitgevoerde testen GGDrU In Figuur 16 wordt het aantal bezoekers in de teststraten vanaf 4 januari weergeven samen met de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment heeft GGDrU ruim voldoende testcapaciteit.

Het aantal testen lag eind maart op zijn hoogtepunt met bijna 50.000 testen per week. Vanaf april is het aantal testen gaan dalen en in week 24 was dit aantal gedaald naar ruim 12.000 testen per week. De capaciteit zit hier nog steeds ruim boven. Het aantal uitgevoerde testen is sinds april dus nog steeds geleidelijk aan het afnemen. In totaal zijn sinds 4 januari ongeveer 670.000 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 23 juni 10:30 uur).

Figuur 16. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum: 23 juni 9:30 uur.

1.3. COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Sinds 8 januari 2021 vaccineert GGDrU op verschillende locaties. Op dit moment wordt op negen vaste locaties en 4 tijdelijk locaties gevaccineerd: Amersfoort, Breukelen, Driebergen, Houten, Jaarbeurs Utrecht, Nieuwegein, Veenendaal, Woerden, Zeist, Vianen (tijdelijk), Wijk bij Duurstede (tijdelijk), Soest (tijdelijk), en Overvecht (tijdelijk). Daarnaast is 26 mei gestart met het vaccineren van speciale doelgroepen, zoals dak- en thuislozen en asielzoekers. Hierbij worden mobiele units ingezet.

18

Gezette prikken door GGDrU Sinds de start van de COVID-19-vaccinaties op 8 januari zijn t/m woensdag 20 juni 2021 700.378 prikken gezet. Hiervan hebben 467.758 (67%) mensen in ieder geval een eerste prik ontvangen, 232.620 personen (33%) zijn volledig gevaccineerd. Figuur 17 toont het aantal prikken op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per vaccinatieronde.

Figuur 17. Aantal vaccinaties per dag door GGDrU, uitgesplitst naar eerste en tweede vaccinatie. Peildatum 23 juni 14:30 uur.

Vaccinatiegraad per gemeente Figuur 18 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste vaccinatie hebben ontvangen door GGDrU. Dit variëert tussen de 32% voor Renswoude tot 47% voor Bunnik. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze GGD-regio zijn gezet bij inwoners van GGDrU meegenomen. In Figuur 19 is het percentage inwoners van GGDrU te zien welke het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen door een GGD. Dit varieert van 16% van de inwoners van Utrecht tot 28% van de inwoners van Bunnik. Bij deze cijfers is echter een belangrijke kanttekening: de weergegeven cijfers betreffen alleen de door de GGD’en gezette vaccinaties. De vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en/of huisartsenpraktijken zijn niet bij de GGD bekend, en zodoende ook niet meegenomen in deze grafiek. Daarnaast worden inwoners op basis van hun leeftijd uitgenodigd voor een vaccinatie waarbij de inwoners met de hoogste leeftijd als eerste zijn uitgenodigd. Dit kan verschillen tussen gemeenten en wijken verklaren als in die gemeente of wijk relatief veel jonge of oude mensen wonen. Dit zou een vertekend beeld kunnen geven van de daadwerkelijke vaccinatiegraad

19

Figuur 18. Vaccinatiegraad voor de eerste vaccinatie van inwoners per gemeente. Peildatum 23 juni 14:30 uur.

Figuur 19. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die het volledige vaccinatieprogramma hebben doorlopen. Peildatum 23 juni 14:30 uur.

Leeftijdsverdeling Een steeds groter deel van onze samenleving krijgt de mogelijkheid om een vaccinatie te ontvangen. In Figuur 20 is weergegeven hoe het aantal eerste prikken gezet door GGDrU verdeeld is over de verschillende leeftijdsgroepen. 46,9% van alle mensen die door GGDrU een eerste vaccinatie hebben ontvangen is uit de leeftijdsgroep 40-59 jaar, 30,5% uit de groep 60-79 jaar, 13,1% uit de groep 18-39 jaar, 9,3% uit de groep 80+ jaar en 0,1% van de groep 16-17 jaar (op basis van een medische indicatie).

20

Figuur 20. Leeftijdsverdeling van het aantal gezette eerste prikken door GGDrU. Peildatum 23 juni 14:30 uur.

Figuur 21 geeft het aantal unieke personen per leeftijdsjaar (gepeild op de datum van vaccinatieafspraak) weer die door GGDrU in ieder geval één eerste prik hebben ontvangen. Het betreft hierbij absolute aantallen per leeftijd en houdt geen rekening met relatieve verschillen in de demografische bevolking. Wat opvalt is dat voor mensen met een leeftijd 60-65 jaar relatief weinig vaccinaties zijn gezet door GGDrU. Dit kan verklaard worden door het feit dat deze groep vooral door de huisartsen zijn gevaccineerd en niet door de GGD.

Figuur 21. Unieke aantal personen die door GGDrU de eerste vaccinatie hebben ontvangen naar leeftijd. Peildatum 23 juni 14:30 uur.

Type vaccin Sinds 8 januari zijn inwoners van GGDrU gevaccineerd voornamelijk met BioNTech/Pfizer (Comirnaty), kort daarna worden andere vaccins ook gezet door GGDrU. Vanwege mogelijke bijwerkingen werd in maart en begin april tijdelijk geen AstraZeneca gebruikt. Op 9 april is besloten om te stoppen met vaccineren van cliënten jonger dan 60 jaar met AstraZeneca, in oudere leeftijdsgroepen is het risico veel kleiner en is de gezondheidswinst door vaccineren bovendien veel groter. Op 20 april is het door het ministerie van VWS aangekondigd dat per 21 april het vaccineren met het Janssen-vaccin gestart kan worden. Vanaf eind mei wordt op vaccinatielocaties Amersfoort, Driebergen, Nieuwegein, en Woerden ook geprikt met het Janssen-vaccin. Sinds 12 mei wordt op de vaccinatielocatie Utrecht Jaarbeurs, en per 24 mei op Veenendaal, ook geprikt met het Moderna-vaccin. De inzet van het Janssen-vaccin is op 2 juni veranderd. De Gezondheidsraad benadrukt dat het Janssen vaccin effectief en voldoende veilig is. Voor de landelijke vaccinatiestrategie adviseert de Gezondheidsraad echter om de leeftijdsgroepen die nog aan de beurt komen vanaf nu Pfizer of Moderna-vaccins aan te bieden (RIVM).

21

Landelijke ontwikkelingen in het vaccinatieprogramma Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De volgorde voor een oproep voor vaccineren is gebaseerd op geboortejaar (van oud naar jong). Meer informatie is te vinden op rijksoverheid.nl. Iedereen met een DigiD kan via https://rivm.nl/mijnrivm-vaccinaties zijn of haar vaccinatiegegevens inzien. Dit overzicht is enkel bedoeld om eenieder inzicht te bieden in zijn of haar eigen COVID-19vaccinatiegegevens en kan dus niet gebruikt worden als officieel vaccinatiebewijs. Alternatief kunnen mensen ook stempel in hun gele vaccinatieboekje krijgen op de priklocaties van GGDrU. Op Europees niveau wordt gewerkt aan een digitaal COVIDcertificaat, dat het mogelijk moet maken voor mensen die gevaccineerd zijn of een bewezen doorgemaakte COVID-19-infectie hebben gehad, met veel minder restricties kunnen reizen binnen Europa. Op dit moment wordt in Nederland hard gewerkt om de Nederlandse registratiesystemen zo in te richten dat Nederlandse burgers hier ook gebruik van kunnen maken. Effect van vaccinatie steeds duidelijker zichtbaar Vanaf 26 januari is door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonenden uit de leeftijdsgroep 90+ jaar in de regio.

Acht weken na de eerste toegediende vaccinatie is het effect van vaccinatie in de verpleeghuizen duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM. Inmiddels hebben bijna alle verpleeghuisbewoners een eerste vaccinatie gehad, een deel van de bewoners heeft ook de tweede vaccinatie ontvangen. Bij thuiswonende ouderen, waarvan de eerste mensen eind januari gevaccineerd zijn, is ook een daling zichtbaar in besmettingen. Onder de leeftijdsgroep 80+ jaar neemt verder het aantal ziekenhuisopnames af, waarschijnlijk als gevolg van het vaccineren in deze groep. De komende tijd zal vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in de regio Utrecht t/m 20 juni 2021 1.320 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 16 juni 9:00 uur), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven of waarvan geen regio bekend is (aangeduid als ‘buiten regio’ of ‘leeg’). Net zoals het landelijk beeld laat zien, is ook in de regio Utrecht het aantal overlijdens sinds de start van de vaccinaties enorm afgenomen.

In week 24 is geen enkel overlijden gemeld bij GGDrU. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat overlijdensgevallen in de laatste dagen van vorige week nog niet aan GGDrU zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. Daarnaast is een belangrijke kanttekening dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogst (Figuur 22).

22

Figuur 22. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 23 juni 2021 9:00 uur.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (Figuur 23). Meer dan de helft van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+ jaar (62,4%). Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Het aandeel van de leeftijdsgroep 60-79 jaar op het totaal aantal overledenen is 34,0% Met het toenemen van het aantal gevaccineerde in deze groep zal dit naar verwachting ook gaan afnemen.

Figuur 23. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie per week. Peildatum: 23 juni 2021 9:00 uur.

Voor zover bekend zijn bij het RIVM in de periode 9 juni t/m 15 juni 2021 landelijk vijftien meldingen geweest van het overlijden van mensen aan een COVID-19besmetting. In vergelijking met de week ervoor is dat een afname van zes overlijdens. 2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is extra aandacht op basis van een risico-inschatting. Deze risico-inschatting vindt plaats op basis van een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid Persoonlijke Beschermingsmiddelen 23

• • • • • • • •

Verzuim zorgmedewerkers Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers Coördinatie van de isolatie Aanwezigheid crisisteam Cohortmogelijkheden Plannen voor opschaling Onrust onder het personeel Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen

Organisaties waar de risico-inschatting hoog is, worden met regelmaat gecontacteerd door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig een of meerdere bezoek(en). De reden voor extra ondersteuning vanuit GGDrU wisselt per locatie. Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 24.

Figuur 24. Aantal positief geteste bewoners van woonzorgcentra in Nederland vanaf 27 februari 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 22 juni 2021 10:00 uur.

In Figuur 24 is het aantal COVID-19-registraties onder bewoners van zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar meldingsdag van de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Figuur 24 zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven vergeleken met de daadwerkelijke aantallen, omdat niet alle bewoners van langdurige zorginstellingen door de GGD worden getest. Vanaf begin januari is een gestage afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal (Figuur 25). Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de kwetsbare groepen vanaf begin januari gevaccineerd zijn.

24

Figuur 25. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 23 juni 2021 9:00 uur.

Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (de bron van besmetting). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt gesproken van een cluster. In Figuur 26 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring weergegeven. Deze clusters, gerelateerd aan 24-uurs zorg, zijn uitgezet per gemeente. Het gaat om clusters waar in de afgelopen vier weken een positieve melding is geweest.

Figuur 27. Aantal COVID-19 clusters gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van GGDrU sinds afgelopen 4 weken. Peildatum: 16 juni 2021 9:00 uur.

2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is risico dat

25

meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag. Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (Figuur 28 en 29), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

Figuur 28. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand. Peildatum: 21 juni.

Figuur 29. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week. Peildatum: 21 juni.

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Landelijk aantal nieuwe ziekenhuisopnames Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april 2020. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames weer toenemen tot een nieuwe piek eind oktober, waarna het aantal opnames weer afnam tot de aantallen

26

weer toenamen in december. Vanaf begin januari 2021 was een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. Sinds half maart is weer een stijging te zien, waarna eind maart een stabilisatie op een niveau vergelijkbaar met de pieken in oktober en december zichtbaar was (Figuur 30). Sinds eind april is een sterke daling in ziekenhuisopnamen zichtbaar.

Figuur 30. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen en intensive care. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Gegevens rechts van de stippellijn worden momenteel Namelijk nog aangevuld door ziekenhuizen. Bron: NICE. Peildatum: 22 juni 2021 11:37 uur.

3.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio De daling van de instroom en bezetting van COVID-patiënten vlakt iets af. De druk in de ziekenhuizen is nog altijd aanwezig door COVID-bezetting, afgeschaalde reguliere zorg en hoge ervaren druk door ziekenhuispersoneel. De reguliere zorg uit Klasse 3, 4 en 5 kan in de regio's stapsgewijs verder worden hervat, voor zover de (COVID-)druk het toelaat. De verwachting is dat de huidige daling van het aantal COVID-19 patiënten in de ziekenhuizen doorzet (prognose LCPS). De druk op de ziekenhuizen zal echter waarschijnlijk voor langere tijd beïnvloed worden door ‘inhaalzorg’.

Figuur 31. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 23 juni 2021 10:00 uur.

3.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De continuïteit van de (acute) zorg is - naast 'basis' COVID-zorg - regionaal niet bedreigd, maar wel bij individuele zorgaanbieders. Huidige continuïteitsfase is geel (Figuur 32). De reguliere zorg uit Klasse 3, 4 en 5 kan in de regio's stapsgewijs verder worden hervat, voor zover de (COVID-)druk het toelaat (Figuur 33). In sterk gereduceerde mate wordt er binnen de regio Utrecht in het UMC Utrecht, met ondersteuning van personeel vanuit defensie, patiënten opgenomen met COVID uit andere regio’s. Dit wordt op korte termijn afgebouwd.

27

Figuur 32. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.

Figuur 33. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.

3.4 Zorginstellingen (excl. ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn circa 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Inmiddels is de druk op de V&V, GHZ en GGZ al meerdere weken beperkt. Om die reden is per 14 juni 2021 gestopt met de wekelijkse inventarisatie. Er is gestopt met het halen van informatie, maar mochten zich zorgcontinuïteitsvraagstukken aandienen dan kunnen zorgorganisaties (V&V, GHZ en GGZ) contact opnemen met de GHOR (ghor@vru.nl). Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden. 3.5 Beddencapaciteit zorginstellingen In regio Utrecht zijn circa 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Sinds het begin van de COVID-19-crisis is het situatiebeeld weergeven aan betreffende organisaties. Inmiddels is de druk op de V&V, GHZ en GGZ al meerdere weken beperkt. Om die reden is er per 14 juni 2021 gestopt met de wekelijkse inventarisatie. Indien de situatie weer verslechtert, zal de inventarisatie weer opgestart worden.

3.6 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19-zorg buiten het ziekenhuis te organiseren (Figuur 34). Binnen de

28

V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is er in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar negentien bedden (drie zorglocaties), opschalingsniveau midden (fase 1), waarvan ongeveer 40% bezet (Tabel 3). De COVID-bezetting in de ziekenhuizen, zowel kliniek als IC, neemt af. Het ligt dus in de verwachting dat er geen toenemende uitstroom uit de ziekenhuizen naar de COVID-19-opvanglocaties zal zijn. Daarnaast wordt geen toename van COVIDzorg in de wijkverpleging gezien, de andere route die kan leiden tot opnames in COVID19-opvanglocaties. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de GGZ- en GHZ-sector om personen op te vangen die gezien hun coronabesmetting niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Deze locaties zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.

Figuur 34. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 23 juni 2021. Bron: GGD GHOR NL. Tabel 3. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 22 juni. Bron: GGD GHOR NL.

29

Bijlage 1. Uitkomsten panelonderzoek

30

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10419602/1