PR21.130 Regionale rapportage COVID-19 20210526
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 26 mei 2021
1
Inhoudsopgave
INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 23 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 17 AANTAL COVID-19 VACCINATIES ................................................................................................................. 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 21
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 23 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 24
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 26 3.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ................................................................................................. 26 3.1.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio ........................................................................................... 27 3.1.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN................................................................................................ 27 3.2 ZORGINSTELLINGEN (EXCL. ZIEKENHUIZEN) ...................................................................................................... 28 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 28 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 29
BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ............................................................. 31 BIJLAGE 2. LANDELIJKE PANELONDERZOEK .................................................................................................... 34 Infographic peiling 1 t/m 11 .......................................................................................................................... 38 BIJLAGE 3. COVID-MONITOR MIDDEN-NEDERLAND ....................................................................................... 40
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1.
Virusverspreiding
1.1. Aantal positief geteste personen Begin 2021 lag het landelijk aantal nieuwe meldingen rond de 4.000 per dag, vanaf maart begon dit aantal te stijgen. Rond de tweede helft van april was het aantal meldingen per dag op een piek met gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Sinds eind april daalt het aantal meldingen gestaag. Week 20 laat ongeveer 25.000 meldingen zien waar in week 19 nog 10.000 besmettingen meer te zien waren. Een daling van 10.000 besmettingen is een sterkere daling dan de week daarvoor, waar het aantal meldingen met 8.000 daalde (Figuur 1).
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 1 februari. Peildatum: 25 mei 2021 10:00. Bron RIVM
Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio (Figuur 2). Tot en met 26 mei 2021 10:25 zijn in totaal 124.526 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. In de regio waren de aantallen begin 2021 relatief laag, met net geen 2.000 meldingen per week. Vanaf begin maart namen de aantallen toe, wat nu te duiden is als het begin van de derde golf. Deze derde golf is ook in de regio te zien. Na week 16 lijken de aantallen weer te dalen. In week 20 is het aantal meldingen afgenomen naar 1.868 meldingen. Dit is een afname van ruim 600 meldingen vergeleken met de week ervoor. Deze afname is terug te zien binnen alle leeftijdsgroepen.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 26 mei 2021.
4
De infectiedruk blijft hoog Ondanks de daling in het aantal meldingen afgelopen weken blijft de infectiedruk hoog. In de bezettingsgraad van de ziekenhuizen is een flinke daling ingezet, maar ook daar blijft de druk op de zorg hoog. Nieuwe varianten De toename in het aantal meldingen kan niet los gezien van de opkomst van nieuwe, mogelijk besmettelijkere varianten van het coronavirus, waaronder de Britse-, de ZuidAfrikaanse, en recent de Indiase variant. Door middel van de nationale kiemsurveillance (Figuur 3) en modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 90% van alle nieuwe besmettingen betreft. Aangezien de analyse van deze bepalingen tot enkele weken kan duren, zijn de resultaten van week 18 het meest recent. Daarnaast zijn nog niet alle monsters van week 18 bekend, waardoor in week 18 minder monsters te zien zijn dan in andere weken. Ondanks de hogere besmettelijkheid, ligt het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met Covid-19) voor Nederland op dit moment nog steeds rond de 1, zo wordt geschat door RIVM (Figuur 4). Desalniettemin lijkt het reproductiegetal te zakken, wat in lijn is met het zakkende aantal besmettingen. Zonder maatregelen en het steeds hogere vaccinatietempo had het reproductiegetal veel hoger gelegen.
Als de R0 onder de 1 blijft, neemt de verspreiding van het virus af en komt het einde van de epidemie in zicht.
Figuur 3. Totaal aantal onderzochte monsters sinds eind 2020 t/m week 18 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillane. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).
Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 25 mei 2021.
Aanscherping en versoepeling maatregelen Sinds 15 december 2020 zijn verschillende aanscherpingen in de maatregelen en versoepelingen doorgevoerd (Figuur 5). De opmars van de nieuwe varianten was aanleiding voor het instellen van extra maatregelen, waaronder verdere beperkingen op het ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika en India. In de persconferentie van 11 mei is een stappenplan gepresenteerd met een aankondiging van verdere versoepelingen vanaf 19 mei. Deze versoepelingen waren 5
afhankelijk van een verdere daling van ziekenhuisopnamen en besmettingen. Hier is volgens het kabinet aan voldaan en stap 2 van de versoepelingen gaan vanaf 19 mei in. Deze versoepelingen houden onder andere in dat doorstroomlocaties en sportscholen open gaan. Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In Figuur 5 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk veel hoger uitkomen. In Figuur 5 staan aanscherpingen van de maatregelen met grijs aangegeven en versoepelingen van de maatregelen met blauw. Daarnaast staat onder het figuur aangegeven welke maatregelen er zijn genomen of juist losgelaten. Op 15 mei en 19 mei zijn de laatste versoepelingen ingegaan. Per begin juni worden volgende versoepelingen verwacht. Een eventueel negatief effect van de aangepaste maatregelen zou na ongeveer twee weken zichtbaar moeten worden. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Momenteel zit Nederland over de piek van de derde golf die begin maart begon.
Na een toename in besmettingen en ziekenhuisopnamen is nu een daling van de besmettingen en ziekenhuisopnamen zichtbaar. In week 20 is het aantal nieuwe ziekenhuisopnames gedaald naar 45 opnamen per miljoen inwoners. Hierdoor is het risiconiveau “zeer ernstig” landelijk en in regio Utrecht nog steeds van toepassing. Wel is in een aantal regio’s inmiddels afgeschaald naar het risiconiveau “ernstig”, namelijk in Zaanstreek-Waterland en Gooi en Vechtstreek. GGDrU voert bron- en contactonderzoek (BCO) op dit moment volledig uit, wat grotendeels te danken is aan de eigen applicatie (CoronaCare) die GGDrU heeft ontwikkeld om het BCO beter en efficiënter te kunnen uitvoeren. Dankzij CoronaCare zijn we in staat om ook bij hoge werkbelasting de indexpatiënten te blijven monitoren. Bovendien worden contacten via de applicatie zeer snel gewaarschuwd, vaak al voordat de GGD belt voor het bron- en contactonderzoek. Dit is een enorme winst vergeleken met het klassieke BCO zoals dat bij andere GGD’en wordt uitgevoerd. Dankzij CoronaCare zijn we als GGD in staat om belangrijke informatie over het verloop van de uitbraak ook bij hoge werkdruk te verzamelen en relevante informatie met het RIVM te delen.
6
Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 26 mei 2021. Maatregelen corona 1: (20 sep) Regionale maatregelen in zorgelijke regio’s (waaronder GGDrU). Horeca ontvangt geen nieuwe gasten na 00:00 en sluit om 01:00. Maximale groepsgrootte van 50 personen met uitzondering van demonstraties, religieuze bijeenkomsten, uitvaarten en dans/theatervoorstellingen. Meldingsplicht voor organisatoren van groepen groter dan 50 personen. 2. (28 sep) Thuiswerken, tenzij het echt niet anders kan. Bezoek eigen woning beperkt tot 3 gasten; in andere gebouwen maximaal 4 personen in zelfde gezelschappen en een maximum van 30 personen per ruimte. Buiten maximum van 40 personen. Horeca tot 21:00 inloop en sluit om 22:00; sportkantines zijn gesloten. Registratie van klanten voor contactberoepen. Geen publiek bij sportwedstrijden. Advies om reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken 3. (14 okt) Horeca dicht. Winkels in detailhandels sluiten uiterlijk om 20:00 en verbod op verkoop alcohol en softdrugs na 20:00. Thuis maximaal 3 mensen per dag ontvangen en gezelschappen (binnen niet in thuissituaties) en buiten bestaat uit een groep van maximaal 4 personen van verschillende huishoud. Binnenruimte maximaal 30 personen. Geen amateursport voor volwassenen. Evenementen zijn verboden met een paar uitzonderingen.
Openbaar vervoer allen voor noodzakelijk reizen.
7
4. (4 nov – 19 nov) Maximale groepsgrootte: 2 personen buiten, 30 begrafenis, 20 huwelijk. Musea, theaters, zwembaden en sauna’s dicht voor 2 weken. Geen groepslessen in sportscholen. Dringend advies om t/m halverwege januari niet naar het buitenland af te reizen. 5. (15 dec) Nederland gaat in lockdown tot ten minste 19 januari om contacten tot het minimum te beperken. Alle niet-essentiële winkels, sportscholen, publieke binnen en buitenruimte en scholen sluiten. Maximale groepsgrootte binnen 2 bezoekers (m.u.v. 24, 25 en 26 december) en buiten 2 personen of 1 huishouden. Blijf zoveel mogelijk thuis. Reis niet naar het buitenland tot medio maart. 6. (12 jan) Anderhalve meter regel ook van toepassing op middelbare scholen. Maatregelen van 14 december worden verlengd tot tenminste 15 maart. 7. (19 jan) Maximum van 1 bezoeker per dag thuis ontvangen. Reisverbod voor VK, Zuid-Afrika en Zuid-Amerika en daarnaast moeten reizigers een negatieve PCR testuitslag alsook een negatieve sneltest hebben voor het betreden van Nederland. Avondklok tussen 21:00 en 4:30. Maximum aantal bezoeker uitvaarten naar 50 personen. 8. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 9. (1 maa) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 10.
(16 maa) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 11. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiele winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen. 12. (15 mei) Reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk. 13. (19 mei) Sportscholen en de buitenlocaties van recreatieparken zijn weer open. Buiten sporten in groepen is weer toegestaan met maximaal 30 personen. Binnen mag er weer kunst- en culltbeoefening plaatsvinden zowel binnen als buiten met maximaal 30 personen. Alle contactberoepen zijn weer toegestaan. Terassen mogen langer open blijven, nu van 06.00 t/m 20.00 met maximaal 50 personen.
Vindpercentage per week In week 20 zijn 20.395 testen uitgevoerd door GGDrU, een afname vergeleken met de 22.541 uitgevoerde tests in week 19 (Figuur 6). Deze daling wordt ook landelijk gezien, en lijkt niet alleen maar een effect van de mei-vakantie, aangezien de vakantie al ruim voorbij is. Vanwege het lagere aantal testen is de testcapaciteit naar beneden bijgesteld, maar nog steeds ruim boven de vraag. Het aantal geregistreerde positieven is in week 20 ook verder afgenomen, 1.869 vergeleken met 2.558 in week 19. Dit is een daling van 27%, een vergelijkbare daling wordt ook landelijk gezien. Het vindpercentage in de regio Utrecht is in week 20 gedaald naar 8%, vergeleken met 10,5% in week 19 (Figuur 7). Landelijk is het vindpercentage gedaald van 12,1% naar 10,4%, de regio Utrecht zit hier dus nog ruim steeds onder. De vindpercentages per gemeente zijn weergeven in Bijlage 1, Figuur 3.
8
Figuur 6. Aantal uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht weergeven per week in 2021. Peildatum 26 mei 09:30 uur.
Figuur 7. Vindpercentage van testen uitgevoerd in teststraten regio Utrecht weergeven per week in 2021. Peildatum 26 mei 09:30 uur.
Verloop epidemie Het aantal positieve geteste personen is niet het daadwerkelijk aantal besmettelijke personen, omdat niet alle besmettelijke mensen klachten hebben en zich daarom niet laten testen. Het RIVM maakt daarom schattingen voor het aantal besmettelijke personen (geïnfecteerde mensen die andere mensen kunnen besmetten) in Nederland (Figuur 8). Geschat wordt dat op 21 mei 2021 ruim 100.000 mensen besmettelijk waren, een daling van ongeveer 50.000 vergeleken met de schatting voor 7 mei 2021. Dit is in lijn met het dalend aantal besmettingen van afgelopen weken en draagt ook bij aan het lagere reproductiegetal. 9
Figuur 8. Het geschatte aantal besmettelijke personen in Nederland van 1 augustus 2020 tot 21 mei 2021. De onzekerheidsmarge geeft aan hoeveel hoger of lager het precieze aantal kan zijn. Bron: RIVM. Besmettelijke mensen | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 9 presenteert het aantal meldingen van positieve gevallen per gemeente in week 20. In Figuur 10 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht in de laatste vier weken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn. Een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de meeste gemeenten (24 van de 26) is een sterke afname te zien. In de gemeenten Bunschoten, Eemnes en Vijfheerenlanden is het aantal besmettingen (bijna) gelijk gebleven. Alleen in de gemeente Rhenen is sprake van een duidelijke toename (13 besmettingen). In deze gemeente is vooral een stijging te zien bij de gezinssituatie als bron van besmetting.
Figuur 9. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 10 mei t/m 16 mei 2021. Peildatum: 26 mei 2021.
10
Figuur 10. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 26 april t/m 23 mei 2021. Peildatum: 26 mei.
11
Figuur 11 laat het aantal meldingen per 100.000 inwoners per gemeente zien in de afgelopen twee weken. Met 140 besmettingen per 100.000 inwoners in week 20 zit regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Brabant-Noord is de regio met het hoogste aantal besmettingen per 100.00 inwoners met 247 besmettingen per 100.000 inwoners. Hierna komen Twente en Limburg-Noord met respectievelijk 240 en 227 besmettingen per 100.000 inwoners. Gooi en Vechtstreek, Noord-Holland-Noord en Drenthe zitten momenteel het laagst in het aantal besmettingen per 100.000 inwoners met 111, 106 en 101 besmettingen per 100.000 inwoners.
Figuur 11. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 11 mei t/m 25 mei 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 25 mei 2021 10:00 uur.
12
Verschuiving in leeftijdsverdeling Alle leeftijdsgroepen laten in absoluut aantal meldingen een afname zien. De leeftijdsgroepen 0-19, 20-39 en 40-59 jaar stijgen relatief in het aantal COVID-19registraties (Figuur 12). De verklaring voor de stijging van de groep 0-19 jaar wordt duidelijk bij het uitsplitsen van die groep (Figuur 13). Hier worden de leeftijdsgroepen tot 27 jaar uitgesplitst in kinderopvang (0-3), basisschool (4-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27). Vooral de groep 4-12 jaar laat een duidelijke relatieve toename zien. Ook het aandeel van de groep 13-15 jaar is met 0,5% gestegen. Alle andere groepen jongeren laten relatief gezien een afname zien of blijven gelijk. Een mogelijke verklaring voor de stijging onder de twee leeftijdsgroepen is te vinden in het feit dat de scholen na de meivakantie weer open zijn gegaan. In week 20 zien we een lichte stijging in het aantal testen in de leeftijdsgroep 0-19 ten opzichte van week 19 (Bijlage 1, Figuur 5).
Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 17 t/m 20 in 2021. Peildatum 26 mei.
Figuur 13. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties in absolute aantallen (boven) en percentage (onder) voor de weken 17 t/m 20 in 2021 met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 26 mei.
13
In Figuur 14 en Tabel 1 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 26 april t/m 23 mei. In de meeste gemeenten zijn de besmettingen in de leeftijdsgroep 80+ gereduceerd tot een zeer klein aandeel. In de gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Leusden, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist is het aandeel van de leeftijdsgroep 0-19 jaar groot. Vooral bij de gemeente Rhenen is een sterke toename te zien (5%) ten opzichte van het figuur van vorige week. Dit is te verklaren door een duidelijke toename van gezinsclusters binnen de gemeente Rhenen. Het aandeel van de leeftijdsgroep 20-39 jaar in gemeente Utrecht is gestegen van 47% naar 50%. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen van de gemeenten (Figuur 14) en het aantal afgenomen testen (Figuur 6). Daarnaast moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort, Oudewater en Utrecht.
Figuur 14. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 26 april t/m 23 mei 2021, peildatum 26 mei 2021.
14
Tabel 1. Aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 26 april t/m 23 mei 2021, peildatum 26 mei 2021.
Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In Figuur 15 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het bron- en contactonderzoek in periode 26 april t/m 23 mei 2021. De meeste besmettingen kunnen verklaard worden door uitbraken in gezinssituaties waar over het algemeen geen afstand wordt gehouden. Hierdoor betekent één positief geval meteen drie of vier positieven. Verder zijn verspreid over de regio clusters van besmettingen op werkplekken en in het basisonderwijs. Meesta opvallende trend is dat overal een daling is te zien, behalve bij onderwijs (basis en voortgezet). Dit kan mogelijk toegeschreven worden aan de opening van de scholen na de vakantie.
15
Figuur 15. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 26 april t/m 23 mei 2021, peildatum 26 mei 2021.
16
1.2. Testen Op dit moment heeft de GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Met zeven regionale testlocaties, drie lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. Bij de vaste testplekken is een kindvriendelijke testlocatie ingericht. Hier nemen we ruim de tijd om kinderen (0-12 jaar) op hun gemak te stellen. Klik hier voor een actueel overzicht van de testlocaties in de regio. Per 12 april 2021 worden zelftesten door het ministerie van VWS beschikbaar gesteld aan geprioriteerde scholen en bedrijven. Zelftesten zijn als aanvulling op het staande testbeleid en de basisregels bedoeld. Deze extra testen zijn aanvullende vormen van preventief testen, waarmee anders onopgemerkte besmettingen aangetoond kunnen worden. Het doel is personen op te sporen die besmettelijk zijn maar geen klachten hebben. De zelftesten zijn niet bedoeld als vervanging van de COVID-19-maatregelen of in plaats van testen bij de GGD-testlocaties en zorginstellingen. In de Corona teststrategie van de Rijksoverheid is deze zogenoemd spoor 2 ‘Testen om de samenleving te openen’ verder toegelicht. Aantal uitgevoerde testen GGDrU In Figuur 16 wordt het aantal bezoekers in de teststraten vanaf 4 januari weergeven samen met de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment heeft de GGDrU ruim voldoende testcapaciteit.
De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is momenteel 6.000 testen, maar kan opgeschaald worden naar 15.000 testen per dag. Het aantal testen was begin maart tot april ook op weekbasis stabiel en schommelde tussen de 4.000 tot 7.000 testen per dag. In week 20 is het aantal testen verder gedaald tot momenteel zo een 20.000 testen.
Figuur 16. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum: 26 mei 09:30 uur.
De daling van het aantal afgenomen testen van afgelopen weken lijkt af te vlakken. In week 20 bezochten ruim 20.000 personen de teststraten van de GGDrU, een daling vergeleken met de ruim 22.000 in week 19. In totaal zijn sinds 4 januari bijna 620.000 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 26 mei 12:00 uur). Verder valt op dat in alle leeftijdsgroepen een daling van het aantal testen te zien is, behalve in de groep 0-19 (Bijlage 1, Figuur 5). 1.3. Aantal COVID-19 vaccinaties Operationele vaccinatie-locaties Sinds 8 januari 2021 vaccineert GGDrU op verschillende locaties. Op dit moment wordt er op negen locaties gevaccineerd; Amersfoort, Breukelen, Driebergen, Houten, Jaarbeurs Utrecht, Nieuwegein, Woerden, Veenendaal en Zeist. Daarnaast is 26 mei gestart met het vaccineren van de doelgroep dak- en thuislozen, waarbij mobiele units worden ingezet.
17
Gezette prikken door de GGDru Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) 390.416 (25 mei om 16:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd. Hiervan hebben 270.416 (69%) mensen in ieder geval een eerste prik ontvangen, 120.000 personen (31%) hebben tevens een tweede prik ontvangen en zijn daarmee volledig gevaccineerd. Figuur 17 toont het aantal prikken op de GGD-vaccinatielocaties binnen de regio, gestapeld per ronde van vaccin.
Figuur 17. Aantal vaccinaties gegeven per dag door GGDrU, uitgesplitst naar 1e en 2e vaccinatie. Peildatum 25 mei 16:00 uur.
Percentage van inwoners die eerste prik heeft ontvangen per gemeente
Figuur 18 laat de vaccinatiegraad van inwoners per gemeente zien voor inwoners die in ieder geval de eerste prik hebben ontvangen via een vaccinatielocatie van de GGD. De percentages liggen tussen 10% en 30%. Hierbij zijn zowel vaccinaties die binnen als buiten onze regio zijn gezet meegenomen. Op dit moment heeft de gemeente Bunnik het hoogste percentage, waarbij bijna 30% van de inwoners minstens een eerste vaccinatie heeft ontvangen. Belangrijke kanttekening bij de grafiek is dat dit alleen de door de GGD’en gezette vaccinaties zijn. De vaccinaties die uitgevoerd zijn door de zorginstellingen, ziekenhuizen en huisartsenpraktijken zijn hierin niet meegenomen.
Figuur 18. Vaccinatiegraad per gemeente voor inwoners die ten minste een vaccinatie hebben ontvangen. Peildatum 25 mei 16:00 uur.
18
Vaccinatiebereidheid In Figuur 19 staan de gegevens over vaccinatiebereidheid (waarbij de reeds gevaccineerden en vaccinatiebereidheid samen zijn genomen) van inwoners binnen regio Utrecht vanaf eind september 2020 t/m half mei 2021. De vaccinatiebereidheid van inwoners van regio Utrecht is hoger dan de bereidheid van de gemiddelde Nederlandse bevolking. Sinds het begin van de vaccinatiecampagne in onze regio in 8 januari 2021 zagen we een toename in vaccinatiebereidheid. Figuur 20 geeft de gemiddelde vaccinatiebereidheid aan bij de afgelopen peiling (11 t/m 17 mei 2021) van inwoners in regio Utrecht ten opzichte van andere regio’s. Informatie over de vaccinatiebereidheid per leeftijdsgroep op basis van landelijk panelonderzoek is te vinden in Bijlage 2.
Figuur 19. Percentages vaccinatiebereidheid (gevaccineerd of bereid) van inwoners binnen regio Utrecht ten opzichte van gemiddeld Nederland sinds eind september 2020 t/m half mei 2021. GGDrU is per 8 januari 2021 (R6) begonnen met vaccineren. Bron: VWS.
Figuur 20. Percentages vaccinatiebereidheid (gevaccineerd of bereid) per veiligheidsregio van de afgelopen meetronde (11-17 mei 2021). Bron: VWS.
19
Leeftijdsverdeling Een steeds groter deel van onze samenleving krijgt de mogelijkheid om een vaccinatie te krijgen. In Figuur 21 is weergegeven hoe het aantal eerste prikken gezet door GGDrU verdeeld is over de verschillende leeftijdsgroepen. Iets meer dan de helft (50,7%) van alle mensen die door de GGDrU een eerste vaccinatie hebben ontvangen is uit de leeftijdsgroep 60-79 jaar, 23,9% uit de groep 40-59 jaar, 16,0% uit de groep 80+, 9,3% uit de groep 18 t/m 39 jaar en 0,1% van de groep 16 t/m 17 jaar (op basis van een medische indicatie).
Figuur 21. Leeftijdsverdeling van het aantal gezette eerste prikken door de GGDrU. Peildatum: 19 mei 10:00 uur.
Type vaccin Alle geleverde vaccins worden gebruikt (Figuur 22). Vanwege mogelijke bijwerkingen werd in maart tijdelijk geen AstraZeneca gebruikt. Op 2 april werd aangekondigd dat de vaccinaties met AstraZeneca opnieuw per direct gestopt worden, vanwege meldingen van mogelijke bijwerkingen. Op 9 april is besloten om te stoppen met vaccineren van cliënten jonger dan 60 jaar met AstraZeneca, in oudere leeftijdsgroepen is het risico veel kleiner en is de gezondheidswinst door vaccineren bovendien veel groter. Door extra beschikbaar Pfizer-vaccin kan het aantal prikken opgehoogd worden. Op 20 april is het door het ministerie van VWS aangekondigd dat per 21 april het vaccineren met het Janssen-vaccin gestart kan worden. Deze worden in eerste instantie aan zorgverleners in ziekenhuizen en GGZ-sector gegeven. Vanaf eind mei wordt op vaccinatielocaties Amersfoort, Driebergen, Nieuwegen, en Woerden ook geprikt met het Janssen-vaccin. Sinds 12 mei wordt op de vaccinatielocatie Utrecht Jaarbeurs, en per 24 mei op Veenendaal, ook geprikt met het Moderna-vaccin.
20
Figuur 22. Aantal mensen die door GGDrU de eerste vaccinatie hebben ontvangen, uitgesplitst per type vaccin en leeftijdgroep. Uit voorzorg was vaccinatie met AstraZeneca tussen 2 t/m 7 april tijdelijk gestopt. Sinds 12 mei is gestart met de vaccinatie van Moderna. Peildatum 19 mei 10:00 uur.
Landelijke ontwikkelingen in het vaccinatieprogramma Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De volgorde voor een oproep voor vaccineren is gebaseerd op geboortejaar (van oud naar jong). Meer informatie is te vinden op rijksoverheid.nl. Iedereen met een DigiD kan via mijnRIVM zijn/haar vaccinatiegegevens inzien. Dit overzicht is enkel bedoeld om eenieder inzicht te bieden in zijn/haar eigen corona vaccinatiegegevens en kan dus niet gebruikt worden als officieel vaccinatiebewijs. Effect van vaccinatie steeds duidelijker zichtbaar onder bewoners verpleeghuizen Vanaf 26 januari is door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90plussers in de regio. Acht weken na de eerste toegediende vaccinatie is het effect van vaccinatie in de verpleeghuizen duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM (zie vorige rapportage). Inmiddels hebben bijna alle verpleeghuisbewoners een eerste vaccinatie gehad, een deel van de bewoners heeft ook de tweede vaccinatie ontvangen. Bij thuiswonende ouderen, waarvan de eerste mensen eind januari gevaccineerd zijn, is ook een daling zichtbaar in besmettingen. Het is nog te vroeg om te zeggen of dit een effect van de vaccinaties is.
Onder de leeftijdsgroep 80+ neemt verder het aantal ziekenhuisopnames af, waarschijnlijk als gevolg van het starten van vaccineren in deze groep. De komende tijd zal vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. 1.4. Aantal overledenen COVID-19 In totaal zijn in de regio Utrecht 1.298 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 26 mei 08:30), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven. De piek in het aantal overledenen was eind maart t/m begin april 2020, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober 2020 was weer sprake van een tweede piek in overlijdens, welke qua piek onder de piek van begin 2020 bleef (Figuur 24). Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode
21
en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten met het hoogst aantal inwoners, Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist, is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (Figuur 23).
Figuur 23. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 26 mei.
Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (Figuur 24). Meer dan de helft van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie valt binnen de leeftijdsgroep 80+. Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Inmiddels is de leeftijdsgroep 6079 jaar, in absolute aantallen, de groep met de meeste sterftegevallen. Met het toenemen van het aantal gevaccineerden in deze groep zal dit naar verwachting ook gaan afnemen.
Figuur 24. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie per week. Peildatum: 26 mei 2021.
Voor zover bekend bij het RIVM zijn in de periode 18 t/m 25 mei 2021 landelijk 93 mensen overleden aan een COVID-19-besmetting. In vergelijking met de week ervoor is dat ongeveer constant gebleven (90 overlijdens). In de regio Utrecht is een kleine daling
22
van het aantal overledenen te zien. In de periode 17 t/m 23 mei 2021 is één overlijden van een patiënt met COVID-19 gemeld aan GGDrU. Een belangrijke kanttekening is dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. 2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico-inschatting vindt plaats op basis van een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid Persoonlijke Beschermingsmiddelen • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat gecontacteerd door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGDrU wisselt per locatie. Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra
Figuur 25. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 1 februari 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 25 mei 2021 10:00 uur.
Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in Figuur 25. In Figuur 26 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Deze figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven, vergeleken de daadwerkelijke aantallen. Vanaf begin januari is een gestaagde afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat vanaf begin januari gevaccineerd wordt in deze kwetsbare groep.
23
Figuur 26. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 26 mei 2021.
Vanuit het BCO komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreekt GGDrU van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.
Figuur 27. Aantal COVID-19 cluster-gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder actieve monitoring staan van de GGD afgelopen 14 dagen. Peildatum: 26 mei.
In Figuur 27 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen veertien dagen weergegeven. Deze clusters zijn gerelateerd aan 24-uurs zorg en uitgezet per gemeente. 2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering 24
gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag. Niet alleen de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (figuur 28 en figuur 29), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB.
Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.
Figuur 28. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020 en 2021, uitgesplitst per maand (peildatum 25 mei).
25
45 40
Aantal meldingen
35 30 25 20
15 10 5 0 1
2
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
weeknummers MAB (weekoverzicht)
Wvggz (weekoverzicht)
Figuur 29. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, uitgesplitst per week (peildatum 25 mei).
3. Zorgcontinuïteit 3.1
Aantal ziekenhuisopnames landelijk
Figuur 30. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron: NICE. Peildatum: 26 mei 10.00 uur.
Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april 2020. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames weer toenemen tot een nieuwe piek eind oktober, waarna het aantal opnames weer afnam tot de aantallen weer toenamen in december. Vanaf begin januari 2021 was een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. Sinds half maart is weer een stijging te zien, waarna eind maart een stabilisatie op een niveau vergelijkbaar met de pieken in oktober en december zichtbaar was (Figuur 30). Sinds eind april is een daling in ziekenhuisopnamen zichtbaar. Ook afgelopen week lijkt de daling door te zetten alhoewel het aantal ziekenhuisopnamen erg hoog blijft vergeleken met de periode mei tot en met september 2020.
26
3.1.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio Het aantal in IC-bezetting en kliniek bezetting COVID neemt af (Figuur 31). Wel is de druk in de ziekenhuizen nog altijd hoog door COVID bezetting, afgeschaalde reguliere zorg en hoge ervaren druk door ziekenhuispersoneel. De reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg) dient zo nodig te worden afgeschaald. Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) wordt in principe niet geboden. De verwachting is dat het aantal COVID-19 patiënten in de ziekenhuizen verder gaan dalen (prognose LCPS). De druk op de ziekenhuizen zal echter waarschijnlijk voor langere tijd beïnvloed door ‘inhaalzorg’.
Figuur 31. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 25 mei 2021.
3.1.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). Huidige fase is oranje (Figuur 32). De reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg) dient zo nodig te worden afgeschaald. Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) wordt in principe niet geboden (Figuur 33). Regio Utrecht biedt bovenregionale capaciteit met Militaire bijstand die loopt tot 1 juli 2021.
27
Figuur 32. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.
Figuur 33. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.
3.2 Zorginstellingen (excl. ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo een 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn vijf zorglocaties bij de GGD GHOR Nederland bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van vijf in week 19). Het aantal uitbraken binnen zorginstellingen is beperkt. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De druk in de V&V, GHZ en GGZ is al meerdere weken beperkt. Het aantal locaties in de V&V, GHZ en GGZ waarbij bedden bezet zijn met COVID-19 patiënten is beperkt tot enkele locaties. Ook het aantal personeelsleden in de V&V, GHZ en GGZ dat niet inzetbaar is, is beperkt.
28
Figuur 34. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 25 mei 2021. Bron: GGD GHOR NL.
Figuur 35. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 25 mei 2021. Bron: GGD GHOR NL.
Figuur 36 Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 25 mei 2021. Bron: GGD GHOR NL.
3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de
29
DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is in regio Utrecht binnen de V&V-sector opgeschaald naar 65 bedden (vier zorglocaties en één hospice), opschalingsniveau midden (fase 1), waarvan ongeveer 30% bezet (Tabel 2). De COVID bezetting in de ziekenhuizen, zowel kliniek als IC, neemt (langzaam) af. Het ligt dus in de verwachting dat er geen toenemende uitstroom uit de ziekenhuizen naar de COVID-19 opvanglocaties zal zijn. Daarnaast wordt geen toename van COVID-zorg in de wijkverpleging gezien, de andere route die kan leiden tot opnames in COVID-19 opvanglocaties. Er ligt een voorstel om de capaciteit verder af te schalen. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de GGZ- en GHZ-sector om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Deze locaties zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.
Figuur 37. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 25 mei. Bron: GGD GHOR NL. Tabel 2. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 25 mei. Bron: GGD GHOR NL.
30
Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentages per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD-teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 17 t/m 20 uitgevoerd op 26 mei. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente Het totaal aantal afgenomen testen, zowel in absolute aantal als per 100.000 inwoners, voor de laatste vier weken is per gemeente weergeven in Figuur 1B en 2B. In overeenstemming met de afname in het aantal afgenomen testen op de GGDrUteststraten daalt het aantal geteste inwoners per gemeente vanaf week 17 en verder in vrijwel alle gemeenten. Minder mensen laten zich testen, mogelijk speelt ‘pandemiemoeheid’ hier een rol. De testcapaciteit is ruim voldoende en het aanbod boven de vraag, waardoor niet-nauwe contacten zich ook kunnen laten testen. Afgelopen week zagen we een forse daling vergeleken met de voorgaande weken.
Figuur 1. Totaal absolute aantal afgenomen testen per gemeente, periode 26 april t/m 23 mei 2021. Peildatum 26 mei 2021.
Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 26 april t/m 23 mei 2021. Peildatum 26 mei.
31
Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste vier weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven in figuur 3B. In gemeenten Bunschoten, Lopik, Oudewater en Rhenen zagen we de hoogste vindpercentage boven de 10% in de afgelopen week en dus ruim boven het gemiddelde van de regio 8%. Deze flinke toename is deels te verklaren door het confirmeren van positieve zelftesten en besmettingen binnen gezinssituaties. Verdeling bezoekers van teststraten De verdeling voor bezoekers van binnen eigen regio en van buiten regio Utrecht in onze teststraten voor de laatste vier weken is weergeven in Figuur 4B. Met uitzonderingen van gemeente De Ronde Venen, Eemnes, Vijfheerenlanden en Wijk bij Duustede zijn de bezoekers van de teststraten van eigen bewoners. In bijna alle leeftijdsgroepen zagen we dalende trend in aantal getesten behalve in leeftijdsgroep 0-19 (Figuur 5B) in week 20 ten opzichte van week 19. Dit is te verklaren doordat de scholen na de meivakantie weer open zijn gegaan.
Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 26 april t/m 23 mei 2021. Peildatum 26 mei.
Figuur 4. Verdeling bezoekers van teststraten binnen GGD regio Utrecht.
32
Figuur 5. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum: 26 mei 09:30 uur.
33
Bijlage 2. Landelijke panelonderzoek Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD’en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden vanaf april 2020. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven en hoe zij hierop reageren. Voor een succesvolle bestrijding van het coronavirus zijn het testen bij klachten en het vaccineren belangrijke onderdelen. Alleen wanneer mensen zich laten testen worden er inzichten verworven over de verspreiding van het virus. Sinds eind maart 2021 is het ook mogelijk om een zelftest af te nemen. Daarnaast zet de regering in op vaccineren tegen het coronavirus om burgers te beschermen en de druk op de zorg te verlagen. In deze bijlage wordt beschreven hoe het staat met testbereidheid, het gebruik van zelftesten en de gedachten rondom vaccineren van deelnemers die wonen in de regio Utrecht zich laten testen bij klachten, een zelftest gebruiken en hoe het staat met de vaccinatiebereidheid (peiling 12). Daarnaast vindt u onderaan dit document de resultaten van peiling 1 t/m 11. Voornamelijk 16-39 jarigen laten zich testen bij klachten (geen zelftest) In Figuur 1 staat het percentage deelnemers dat zich heeft laten testen bij klachten weergeven. Er valt te zien dat 16-69 jarigen zich steeds vaker laten testen bij klachten.
In meetronde 12 (5 tot 9 mei) liet 37% van de 16-39 jarigen zich testen. Het percentage deelnemers dat zich laat testen neemt af naarmate de leeftijd stijgt. Bij de leeftijdsfgroep 70+ is het patroon anders, zij laten zich minder vaak testen, al zijn de verschillen klein.
Percentage deelnemers dat zich heeft laten testen bij klachten 100% 80%
60% 40% 20% 0% 16-39
40-54 10-14 februari
55-69 24-28 maart
70+
5-9 mei
Figuur 1. Percentage deelnemers dat zich heeft laten testen bij klachten in peiling 10 (10-14 februari), peiling 11 (24-28 maart) en peiling 12 (5-9 mei).
Bijna 10% van de deelnemers heeft sinds eind maart een zelftest gedaan 355 van de 3.603 deelnemers in peiling 12 heeft sinds eind maart van dit jaar een zelftest gedaan. In Figuur 2 staat weergeven hoeveel deelnemers een zelftest hebben gedaan per leeftijdsgroep. Het valt op dat vooral 16-39 jarigen een zelftest doen (16%) en dat dit aantal daalt naarmate de leeftijd stijgt. 1 op de 10 deelnemers die een zelftest hebben gedaan geeft aan dit te doen om naar school of werk te kunnen. Het feit dat de leeftijdsgroep onder de 40 jaar vaker een zelftest gebruiken dan de leeftijdsgroep 40+ kan mogelijk verklaard worden door de aanwezigheid van zelftesten bij onderwijsinstellingen. Sinds eind april is het mogelijk om één keer per week fysiek lessen
34
te volgen op hogescholen en universiteiten. Om het risico op verspreiding van het coronavirus te beperken wordt geadviseerd om voorafgaand een zelftest af te nemen. Andere veelgenoemde redenen die worden gegeven voor het doen van een zelftest zijn het uitsluiten van een besmetting (21,1%) en het niet willen besmetten van anderen (20%). Deze percentages zijn berekend over alle deelnemers, er is geen onderscheid gemaakt tussen leeftijdsgroepen.
Percentage deelnemers dat een zelftest heeft gedaan 100% 80%
60% 40% 20% 0% 16-39
40-54
55-69
70+
Figuur 2. Percentage deelnemers dat een zelftest heeft gedaan in peiling 12 (5-9 mei).
85% van de deelnemers wilt zich laten vaccineren In Figuur 3 staat het percentage deelnemers dat zich wil laten vaccineren als ze een uitnodiging ontvangen weergeven. Er valt te zien dat dit stabiel is over tijd. In alle leeftijdsgroepen zijn ruim acht op de tien deelnemers bereid een vaccin te halen zodra ze daar voor uitgenodigd worden. Voor de groep 70+ zijn er geen gegevens van de 12e peiling beschikbaar ( 5 t/m 9 mei) omdat alle burgers in deze groep inmiddels al een uitnodiging hebben ontvangen.
Percentage deelnemers dat zich wil laten vaccineren 100% 80%
60% 40% 20% 0% 16-39
40-54 10-14 februari
55-69 24-28 maart
70+
5-9 mei
Figuur 3. Percentage deelnemers dat zich wil laten vaccineren in peiling 10 (10-14 februari), peiling 11 (24-28 maart) en peiling 12 (5-9 mei).
Deelnemers hebben het meeste vertrouwen in het Pfizer-vaccin In Figuur 4 staat de vaccinatiebereidheid van de verschillende vaccins weergeven. Er valt te zien dat Pfizer en Moderna onder 16-39 jarigen even populair zijn, terwijl 40-54 jarigen zich beduidend beter voelen bij Pfizer dan Moderna (84% t.o.v. 75%). 7 op de 10 deelnemers zouden ook bereid zijn zich te laten vaccineren met het Janssen vaccin. Het valt op dat AstraZeneca een stuk minder populair is. Dit kan mogelijk verklaard worden door het feit dat alleen de groep 60+ nog gevaccineerd worden met AstraZeneca. 35
Daarnaast is er een zeer kleine kans voor de groep jonger dan 60 jaar op ernstige trombose, wat mogelijk ook een negatieve invloed heeft op de populariteit. Er staan in Figuur 4 geen gegevens van de groepen 55-69 jaar en 70+, omdat te weinig deelnemers de vraag over vaccinatiebereidheid hebben beantwoord.
Vaccinatiebereidheid verschillende vaccins 100% 80%
60% 40% 20% 0% Pfizer
AstraZeneca
Moderna
16-39
Janssen
40-54
Figuur 4. Vaccinatiebereidheid verschillende vaccins in peiling 12 (5-9 mei).
Het aantal deelnemers met angst voor mogelijke bijwerkingen van een vaccin neemt toe In Figuur 5 staat het percentage deelnemers dat bang is voor mogelijke bijwerkingen van het vaccin weergeven. Er valt te zien dat in alle groepen de angst toeneemt, rond de 30% van de deelnemers bang voor mogelijke bijwerkingen. De grootste toename is te zien bij 55-69 jarigen. Tussen peiling 11 (24 t/m 28 maart) en peiling 12 (5 t/m 9 mei) is het percentage deelnemers met angst voor bijwerkingen met 9% toegenomen. Er staan in Figuur 5 geen gegevens van de leeftijdsgroep 70+, omdat te weinig deelnemers de vraag over angst voor mogelijke bijwerkingen in peiling 12 hebben beantwoord.
Angst voor mogelijke bijwerkingen vaccin 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39
40-54 10-14 februari
24-28 maart
55-69 5-9 mei
Figuur 5. Angst voor mogelijke bijwerkingen in peiling 10 (10-14 februari), peiling 11 (24-28 maart) en peiling 12 (5-9 mei).
36
De angst voor langetermijngevolgen van een vaccin neemt met name toe onder 55-69 jarigen In Figuur 6 staat het percentage deelnemers dat bang is voor eventuele langetermijngevolgen van een vaccin weergeven. Er valt te zien dat deze percentages onder 16-39 jarigen stabiel zijn (bijna 4 op de 10 van de leeftijdsgroep jonger dan 40 jaar zijn bang voor eventuele langetermijngevolgen van een vaccin). Bij 40-54 jarigen is dit ook het geval, al lijkt het iets toe te nemen gedurende de laatste peiling (12; 5-9 mei). Het valt vooral op dat eenzelfde patroon te zien valt bij 55-69 jarigen voor zowel de langetermijngevolgen als de bijwerkingen (Figuur 4). In Figuur 6 staan geen gegevens van de leeftijdsgroep 70+, omdat te weinig deelnemers de vraag over angst voor eventuele langetermijngevolgen van een vaccin in peiling 12 hebben beantwoord.
Angst voor eventuele langetermijngevolgen vaccin 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39
40-54 10-14 februari
24-28 maart
55-69 5-9 mei
Figuur 6. Angst voor eventuele langetermijngevolgen vaccin in peiling 10 (10-14 februari), peiling 11 (24-28 maart) en peiling 12 (5-9 mei).
37
Infographic peiling 1 t/m 11 De onderstaande infographic geeft de resultaten weer van het landelijk onderzoek van het RIVM en GGDrU weer. Het betreft de periode van peiling 1 t/m 11; april 2020 tot april 2021 en gaat om de uitkomsten impact coronacrisis regio Utrecht.
38
39
Bijlage 3. COVID-monitor Midden-Nederland
40