PR21.119 Regionale rapportage COVID-19 20210512
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 12 mei 2021
1
Inhoudsopgave
INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 22 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 17 AANTAL COVID-19 VACCINATIES ................................................................................................................. 18 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 20
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 22 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 24
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ................................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio ........................................................................................... 25 3.1.3 INSCHALING ZORGCAPACITEIT ZIEKENHUIZEN................................................................................................ 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (EXCL. ZIEKENHUIZEN) ...................................................................................................... 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27
BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ............................................................. 29 BIJLAGE 2. PILOT BUNSCHOTEN ..................................................................................................................... 31
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1.
Virusverspreiding
1.1. Aantal positief geteste personen Begin 2021 lag het aantal nieuwe meldingen rond de 4.000 per dag, vanaf maart begon dit aantal te stijgen. Rond de tweede helft van april was het aantal meldingen per dag op een piek met gemiddeld 8.000 meldingen per dag. Deze stijging lijkt de laatste weken iets af te vlakken met momenteel zo’n 7.500 meldingen per dag. Waar in week 17 ruim 52.000 nieuwe meldingen werden geregistreerd, daalde het aantal nieuwe meldingen in week 18 met ongeveer 5.000 naar ruim 47.000 nieuwe geregistreerde meldingen.
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 1 februari. Peildatum: 11 mei 2021 10:00. Bron RIVM
Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Tot en met 12 mei 2021 11:40 zijn in totaal 120.573 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. In de regio waren de aantallen begin 2021 relatief laag, met net geen 2.000 meldingen per week. In de eerste maanden was sprake van de derde golf. Deze derde golf was ook in de regio te zien. Sinds week 16 lijken de aantallen weer te dalen. In week 18 is het aantal meldingen afgenomen naar 2.799 meldingen. Dit is een afname van ruim 600 vergeleken met de week ervoor. De afname in de regio is voornamelijk te zien in de leeftijdsgroep 0-19 jaar en is mogelijk deels veroorzaakt door de meivakantie.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 11 mei 2021.
4
De infectiedruk blijft hoog De toename van het aantal meldingen eind 2020 was vanuit het Rijk aanleiding om een lockdown in te stellen vanaf 15 december, halverwege januari gevolgd met het instellen van een avondklok. De effecten van deze strengere maatregelen waren in de eerste 5 weken in 2021 duidelijk zichtbaar, met meer dan een halvering van het aantal meldingen per week. Ondanks het verlengen en zelfs aanscherpen van de maatregelen neemt het aantal meldingen sinds eind februari weer toe. Het aantal leek zich vanaf eind maart weer wat te stabiliseren, maar is daarna toch weer geleidelijk aan gaan stijgen. Ook de bezettingsgraad van de ziekenhuizen is als gevolg hiervan op het hoogste niveau sinds de eerste golf in maart/april 2020. Ook met het afnemende nieuwe besmettingen in week 17 en week 18, blijft de infectiedruk hoog. Nieuwe varianten De toename in het aantal meldingen kan niet los gezien van de opkomst van nieuwe, mogelijk besmettelijkere varianten van het coronavirus, waaronder de Britse-, de ZuidAfrikaanse, en recent de Indiase variant. Door middel van de nationale kiemsurveillance (figuur 3) en modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 90% van alle nieuwe besmettingen betreft.
Ondanks de hogere besmettelijkheid, ligt het reproductiegetal (R0, het gemiddeld aantal mensen dat besmet wordt door een persoon met Covid-19) voor Nederland op dit moment nog steeds rond de 1, zo wordt geschat door RIVM (figuur 4). Zonder maatregelen had het reproductiegetal veel hoger gelegen. Als de R0 onder de 1 blijft, neemt de verspreiding van het virus af en komt het einde van de epidemie in zicht.
Aantal Britse onderzochte variant monsters (B.1.1.7) Weeknu mmer Totaal 2021/16 2021/15 2021/14 2021/13
18877 802 1367 1392 1688
Britse Zuid- Braziliaan Variant Indiase Indiase B.1.620 Colombia Californië Variant P.3 Variant variant Afrikaans se variant B.1.525 + variant variant anse variant 2 (Filipijnen) Bretagne met e variant P.1 E484K + (B.1.617.1/ (B.1.617.2) variant (B.1.427/ (B.1.616) E484K (B.1.351) F888L B.1.617.3) (B.1.621) 4.29) mutatie* 13523 20 380 140 27 3 1 0 1 7 4 0 774 4 8 12 3 0 0 0 0 0 0 0 1322 6 16 17 1 1 1 0 0 0 0 0 1328 2 25 21 2 2 0 0 0 0 0 0 1598 3 40 14 1 0 0 0 0 1 1 0
Figuur 3. Totaal aantal onderzochte monsters sinds eind 2020 tot week 16 in 2021 die succesvol zijn geanalyseerd door nationale Kiemsurveillane. Bron: RIVM (Varianten van het coronavirus SARS-CoV-2 | RIVM).
Figuur 4. Het effectieve reproductiegetal R0 voor Nederland. Bron: RIVM, peildatum 11 mei 2021.
Aanscherping en versoepeling maatregelen Sinds 15 december 2020 zijn verschillende aanscherpingen in de maatregelen en versoepelingen doorgevoerd (figuur 5).
5
De opmars van de nieuwe varianten was aanleiding voor het instellen van extra maatregelen, waaronder verdere beperkingen op het ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika en India. In de persconferentie van 11 mei is een stappenplan gepresenteerd hoe de verdere versoepelingen vanaf 19 mei er uit gaan zien, mits de besmettingscijfers en de druk op de ziekenhuizen dit toelaten. Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag en effect van maatregelen In figuur 5 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Er zit altijd een paar dagen tijd tussen het begin van de klachten en een melding van de positieve uitslag. Hierdoor zullen de laatste dagen in de grafiek uiteindelijk veel hoger uitkomen. Onder in het figuur staat met blauw aangegeven wanneer aanscherpingen of versoepelingen van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Het effect van de aangepaste maatregelen wordt na ongeveer 14 dagen verwacht. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Nederland zit inmiddels midden in de derde golf, begin maart begonnen is. Vanaf half maart is er ook een toename in de ziekenhuisbezetting te zien.
Sinds eind april lijken de nieuwe opnames in ziekenhuizen weer af te nemen. Het aantal opnames is op landelijk niveau afgenomen met bijna 16%, van 107,3 naar 90 per miljoen inwoners. In de regio Utrecht is het aantal ziekenhuisopnames afgelopen week flink gedaald met 48%, van 101 naar 52 opnames per miljoen inwoners. GGDrU voert bron- en contactonderzoek op dit moment volledig uit.
6
Figuur 5. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 11 mei 2021. Maatregelen corona 1: (20 sept) Regionale maatregelen in zorgelijke regio’s (waaronder GGDrU). Horeca ontvangt geen nieuwe gasten na 00:00 en sluit om 01:00. Maximale groepsgrootte van 50 personen met uitzondering van demonstraties, religieuze bijeenkomsten, uitvaarten en dans/theatervoorstellingen. Meldingsplicht voor organisatoren van groepen groter dan 50 personen. 2. (28 sept) Thuiswerken, tenzij het echt niet anders kan. Bezoek eigen woning beperkt tot 3 gasten; in andere gebouwen maximaal 4 personen in zelfde gezelschappen en een maximum van 30 personen per ruimte. Buiten maximum van 40 personen. Horeca tot 21:00 inloop en sluit om 22:00; sportkantines zijn gesloten. Registratie van klanten voor contactberoepen. Geen publiek bij sportwedstrijden. Advies om reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken 3. (14 okt) Horeca dicht. Winkels in detailhandels sluiten uiterlijk om 20:00 en verbod op verkoop alcohol en softdrugs na 20:00. Thuis maximaal 3 mensen per dag ontvangen en gezelschappen (binnen niet in thuissituaties) en buiten bestaat uit een groep van maximaal 4 personen van verschillende huishoud. Binnenruimte maximaal 30 personen. Geen amateursport voor volwassenen.
Evenementen zijn verboden met een paar uitzonderingen. Openbaar vervoer allen voor noodzakelijk reizen. 4. (4 nov – 19 nov). Maximale groepsgrootte: 2 personen buiten, 30 begrafenis, 20 huwelijk. Musea, theaters, zwembaden en sauna’s dicht voor 2 weken. Geen groepslessen in sportscholen. Dringend advies om t/m halverwege januari niet naar het buitenland af te reizen. 5. (15 dec) Nederland gaat in lockdown tot ten minste 19 januari om contacten tot het minimum te beperken. Alle niet-essentiële winkels, sportscholen, publieke binnen en buitenruimte en scholen sluiten. Maximale groepsgrootte binnen 2 bezoekers (m.u.v. 24, 25 en 26 december) en buiten 2 personen of 1 huishouden. Blijf zoveel mogelijk thuis. Reis niet naar het buitenland tot medio maart. 6. (12 jan) Anderhalve meter regel ook van toepassing op middelbare scholen. Maatregelen van 14 december worden verlengd tot tenminste 15 maart. 7. (19 jan) Maximum van 1 bezoeker per dag thuis ontvangen. Reisverbod voor VK, Zuid-Afrika en ZuidAmerika en daarnaast moeten reizigers een negatieve PCR testuitslag alsook een negatieve sneltest hebben voor het betreden van Nederland. Avondklok tussen 21:00 en 4:30. Maximum aantal bezoeker uitvaarten naar 50 personen. 8. (8 feb) Basisscholen en kinderdagverblijven weer open. Verzorgingshuisbewoners mogen 2 personen ontvangen per dag. 9.
(1 mar) Middelbare scholen en MBO open voor minimaal 1 dag per week. 10. (16 mar) Versoepelingen niet essentiële winkels en buiten sporten met maximaal 4 personen in groepsverband. 11. (28 apr) Avondklok verdwijnt, maximaal aantal mensen dat thuis op bezoek mag naar 2 personen, buitenterrassen worden heropend tussen 12-18 uur met maximaal 50 per terras, winkelen in niet-essentiele winkels mag weer zonder afspraak, maximale aantal aanwezigen op een begrafenis gaat naar 100 personen.
7
Vindpercentage per week In figuur 6 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Details van aantal testen en vindpercentage per gemeente afgelopen vier weken (bijlage 1). Het vindpercentage in regio Utrecht is gestegen van 9,8% in week 17 naar 10,3% in week 18. Hiermee zit de regio ruim onder het landelijke gemiddelde van 12,3%. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Zuid-Holland-Zuid, Rotterdam-Rijnmond, en Limburg-Noord, met respectievelijk 16,0%, 15,2% en 14,9%.
Figuur 6. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 10 mei 09:30 uur. Op basis van eigen data in CoronIT, deze cijfers kunnen iets afwijken van de door het RIVM gerapporteerde cijfers, zoals in de tekst vermeld.
Verloop epidemie Het aantal positieve geteste personen is niet het daadwerkelijk aantal besmettelijke personen, omdat niet alle besmettelijke mensen klachten hebben en zich daarom niet laten testen. Het RIVM maakt daarom schattingen voor het aantal besmettelijke personen (geïnfecteerde mensen die andere mensen kunnen besmetten) in Nederland (figuur 7). Geschat wordt dat er op 7 mei ruim 150.000 mensen besmettelijk waren, een daling van 25.000 vergeleken met de schatting voor 23 april. Hiermee zit het geschatte aantal besmettelijke personen weer onder het niveau van de pieken van eerste en tweede golf.
8
Figuur 7. Het geschatte aantal besmettelijke personen in Nederland van 1 augustus 2020 tot 7 mei 2021. De onzekerheidsmarge geeft aan hoeveel hoger of lager het precieze aantal kan zijn. Bron: RIVM. Besmettelijke mensen | Coronadashboard | Rijksoverheid.nl
Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 8 presenteert het meldingen van positieve gevallen per gemeente van de afgelopen week. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. In figuur 9 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht in de laatste vier weken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn, een kleine toename of afname geeft relatief een groot verschil. In de meeste gemeenten (16 van de 26) is een afname te zien, met uitzonderingen van stijgingen in de gemeenten Bunnik, De Bilt, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Oudewater, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug, Woerden en Zeist. De stijgingen in Bunnik en Lopik kunnen verklaard worden door het kleine inwoneraantal in die gemeenten. Hierdoor kunnen kleine veranderingen relatief een sterk effect geven. In zowel gemeenten Bunnik als Lopik zijn momenteel clusters bij bedrijven en in gemeente Lopik ook op een basisschool. Deze clusters zorgen op het kleine inwonertal voor een relatief sterke stijging van het aantal COVID-19 registraties per 100.000 inwoners. In Zeist wordt de stijging veroorzaakt door zowel een uitbreiding van bestaande clusters als het ontstaan van nieuwe clusters. Deze clusters bestaan uit scholen en bedrijven.
9
Figuur 8. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 3 mei t/m 9 mei 2021. Peildatum: 11 mei.
10
Figuur 9. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 12 april t/m 9 mei 2021. Peildatum: 11 mei.
11
Figuur 10 laat het aantal meldingen per 100.000 inwoners per gemeente zien in de afgelopen 2 weken. Met 249 besmettingen per 100.000 inwoners in week 18 zit de regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Dit is vrijwel gelijk aan afgelopen week en daarmee stagneert de scherpe daling van vorige week in week 18.
Figuur 10. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 27 april t/m 11 mei 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 11 mei 2021 10:00 uur.
12
Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 11 staan het aantal positieve meldingen van de laatste 4 weken weergegeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Alle groepen met uitzondering van de leeftijdsgroep 80+ laten in absoluut aantal meldingen een afname zien. In figuur 11 is te zien dat zowel 0-19 jaar als 80+ relatief gezien dalen in het aantal COVID-19 registraties. De daling voor de leeftijdscategorie 80+ is te verklaren door het hoge aantal vaccinaties in die leeftijdsgroep. De verklaring voor de groep 0-19 jaar wordt duidelijk bij het uitsplitsen van die groep, te zien in figuur 12. Hier worden de leeftijdsgroepen tot 27 jaar uitgesplitst in kinderopvang (0-3), basisschool (4-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27). De grootste afname wordt gezien in de groep 4-12 jaar. Dit kan mogelijk verklaard worden doordat in week 18 in grote delen van regio Utrecht de meivakantie begon. Voor de groepen 16-18 en 19-27 is juist een relatieve en absolute toename te zien.
Figuur 11. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties voor de weken 15 t/m 18 in 2021. Peildatum 11 mei.
Figuur 12. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties voor de weken 15 t/m 18 in 2021 met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 11 mei.
In figuur 13 en figuur 14 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 12 april t/m 9 mei. In de meeste gemeenten zijn de besmettingen in de leeftijdsgroep 80+ gereduceerd tot een zeer klein aandeel. In de gemeenten Baarn, De Bilt, Houten, Oudewater, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug is het aandeel van de leeftijdsgroep 0-19 jaar groot.
13
Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het totaal aantal geregistreerde besmettingen van de gemeenten (figuur 14) en het aantal afgenomen testen (bijlage 1). Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals De Bilt, Houten, Montfoort,Oudewater en Utrecht.
Figuur 13. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 12 april t/m 9 mei 2021, peildatum 11 mei 2021.
14
Figuur 14. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode periode 12 april t/m 9 mei 2021, peildatum 11 mei 2021.
Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 15 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke plek van besmetting, zoals geconstateerd in het bron- en contactonderzoek in periode 12 april t/m 9 mei 2021. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn verspreid over de regio clusters van besmettingen op werkplekken en in het basisonderwijs. Verder is een stijging te zien voor de groep horeca/uitgaansgelegenheid vanaf week 16. Dit hangt waarschijnlijk samen met de opening van horecagelegenheden na 28 april, maar betekent niet noodzakelijkerwijs dat een besmetting hier daadwerkelijk is opgelopen.
15
Figuur 15. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 12 april t/m 9 mei 2021, peildatum 11 mei 2021.
16
1.2. Testen Vanaf 1 juni 2020 kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Op dit moment heeft de GGDrU ruim voldoende testcapaciteit. Met zeven regionale testlocaties, drie lokale testlocaties en diverse mobiele testunits zijn wij over de hele regio bereikbaar. Bij de vaste testplekken is een kindvriendelijke testlocatie ingericht. Hier nemen we ruim de tijd om kinderen (0-12 jaar) op hun gemak te stellen. Klik hier voor een actueel overzicht van de testlocaties in de regio. Per 12 april 2021 worden zelftesten door het ministerie van VWS beschikbaar gesteld aan geprioriteerde scholen en bedrijven. Zelftesten zijn als aanvulling op het staande testbeleid en de basisregels bedoeld. Deze extra testen zijn aanvullende vormen van preventief testen, waarmee anders onopgemerkte besmettingen aangetoond kunnen worden. Het doel is personen op te sporen die besmettelijk zijn maar geen klachten hebben. De zelftesten zijn niet bedoeld als vervanging van de COVID-19-maatregelen of in plaats van testen bij de GGD-testlocaties en zorginstellingen. In de Corona teststrategie van de Rijksoverheid is deze zogenoemd spoor 2 ‘Testen om de samenleving te openen’ verder toegelicht.
Aantal uitgevoerde testen GGDrU In figuur 16 wordt het aantal bezoekers in de teststraten vanaf 4 januari weergeven samen met de maximale testcapaciteit van GGDrU. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is momenteel 6.000 testen, maar kan opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. Het aantal testen is sinds begin maart ook weekbasis stabiel en schommelt tussen de 4.000 tot 7.000 testen per dag. Op zondag 7 februari en maandagochtend 15 februari waren door de weersomstandigheden (code rood) de teststraten tijdelijk gesloten.
17
Figuur 16. Overzicht van het wekelijks aantal bezoekers in teststraten GGDrU vanaf 4 januari 2021 met de maximale testcapaciteit op de teststraten weergeven. Peildatum: 9 mei 09:30 uur.
Waar het aantal bezoekers van de GGDrU teststraten in week 17 32.839 was, is het aantal bezoekers in week 18 verder gedaald naar 26.752, mogelijk als gevolg van de meivakantie. In totaal zijn sinds 4 januari ruim 1.188.898 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 12 mei 10:30 uur), dat is 9% van alle testen die door GGD’en in Nederland zijn uitgevoerd. 1.3. Aantal COVID-19 vaccinaties Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren van zorgmedewerkers van zorginstellingen op een vaccinatielocatie in Houten. Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen. Sinds 15 februari is een locatie in Amersfoort operationeel. Vanaf 1 maart is locatie Veenendaal geopend en per 22 maart ook in Driebergen (gemeente Utrechtse Heuvelrug) een locatie geopend. In april zijn extra locaties in Woerden (12-04), Breukelen (12-04), en Zeist (26-04) geopend. Op 3 mei is vaccinatielocatie in Nieuwegein geopend. Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) ruim 278.350 (d.d. 11 mei om 16:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd. Figuur 18 toont het aantal prikken op de GGD- priklocaties binnen de regio, gesplitst per ronde van vaccin. De grootste groep gevaccineerden is uit de leeftijdsgroep 60-79 jaar. Hierna komt de 80+ groep en de 40-59 jaar groep.
De verdeling van aantal prikken per leeftijdscategorie 18-39, 40-59, 60-79, en 80+ zijn: 5,5%, 9,1%, 64,2%, en 21,2%.
18
Figuur 17. Aantal vaccinaties gegeven per dag door GGD regio Utrecht, uitgesplitst naar 1e en 2e vaccinatie. Peildatum 11 mei 16:00 uur.
Alle geleverde vaccins worden gebruikt. Vanwege mogelijke bijwerkingen werd in maart tijdelijk geen AstraZeneca gebruikt. Op 2 april werd aangekondigd dat de vaccinaties met AstraZeneca opnieuw per direct gestopt worden, vanwege meldingen van mogelijke bijwerkingen. Op 9 april is besloten om te stoppen met vaccineren van cliënten jonger dan 60 jaar met AstraZeneca, in oudere leeftijdsgroepen is het risico veel kleiner en is de gezondheidswinst door vaccineren bovendien veel groter. Door extra beschikbaar Pfizer-vaccin kan het aantal prikken opgehoogd worden. Op 20 april is het door het ministerie van VWS aangekondigd dat per 21 april het vaccineren met het Janssen-vaccin gestart kan worden. Deze worden in eerste instantie aan zorgverleners in ziekenhuizen en GGZ-sector gegeven. Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De huisartsen in de regio Utrecht zijn inmiddels begonnen met het vaccineren van de groep 60-64-jarigen en onder 60 jaar met medisch risico factoren. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in op rijksoverheid.nl.
19
Figuur 18. Aantal vaccinaties gegeven door GGDrU, gesplitst per type vaccin en leeftijdgroep. Peildatum 11 mei 16:00 uur. Uit voorzorg was vaccinatie met AstraZeneca 2 t/m 7 april tijdelijk gestopt.
Effect van vaccinatie steeds duidelijker zichtbaar onder bewoners verpleeghuizen Vanaf 26 januari is door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90plussers in de regio. Acht weken na de eerste toegediende vaccinatie is het effect van vaccinatie in de verpleeghuizen duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM (zie vorige rapportage). Inmiddels hebben bijna alle verpleeghuisbewoners een eerste vaccinatie gehad, een deel van de bewoners heeft ook de tweede vaccinatie ontvangen. Bij thuiswonende ouderen, waarvan de eerste mensen eind januari gevaccineerd zijn, is ook een daling zichtbaar in besmettingen. Het is nog te vroeg om te zeggen of dit een effect van de vaccinaties is. Onder 80-plussers neemt verder het aantal ziekenhuisopnames af, waarschijnlijk als gevolg van het starten van vaccineren in deze groep. De komende tijd zal vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. 1.4.
Aantal overledenen COVID-19
In totaal zijn in de regio Utrecht 1.291 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 9 mei), waarvan 12 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven. De piek in het aantal overledenen was eind maart t/mbegin april 2020, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober 2020 is weer sprake van een tweede piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 19).
20
Figuur 19. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 9 mei.
Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 20 voor het aandeel van leeftijdscategorie in aantal overleden patiënten). Meer dan de helft van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 80 jaar. Dit aandeel is sinds het begin van de vaccinaties in januari enorm afgenomen. Inmiddels is de groep 60-79 jaar de leeftijdsgroep met, in absolute aantallen, de meeste sterftegevallen. Met het toenemen van het aantal gevaccineerden in deze groep zal dit naar verwachting ook gaan afnemen.
Figuur 20. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 11 mei 2021.
Voor zover bekend bij het RIVM zijn er in de periode 4 t/m 11 mei 2021 om 10:00 uur landelijk 164 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode (4 t/m 11 mei 2021) 6 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk neemt deze week het aantal overlijdens verder toe. Deze stijging werd ook verwacht door de stijgende trend in het aantal besmettingen tot twee weken geleden. Dit was omdat er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Alhoewel het aantal overlijdens absoluut
21
gezien stijgt, is het aantal overlijdens in vergelijking tot het aantal besmettingen lager dan in eerdere golven. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief geteste personen relatief jong is en over het algemeen geen risicogroep zijn. Een belangrijke kanttekening is dat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. 2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico-inschatting vindt plaats op basis van een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid Persoonlijke Beschermingsmiddelen • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat gecontacteerd door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGDrU wisselt per locatie. Landelijke aantal COVID-19 besmettingen in woonzorgcentra
Figuur 21. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 1 februari 2021, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 11 mei 2021 10:00 uur.
Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 21. In figuur 22 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Deze figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage weergeven, vergeleken de daadwerkelijke aantallen. Vanaf begin januari is een gestaagde afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat vanaf begin januari gevaccineerd wordt in deze kwetsbare groep.
22
Figuur 22. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 9 mei 2021.
Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als op een bijzondere locatie sprake is van één besmetting spreken wij van een issue. Indien drie of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.
Figuur 23. Aantal COVID-19 cluster-gerelateerd aan 24-uurs zorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 11 mei.
In figuur 23 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen weergegeven. Deze clusters zijn gerelateerd aan 24-uurs zorg en uitgezet naar gemeente. 23
2.2. Meld- en Adviespunt Bezorgd Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantainemaatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.
Niet alleen de quarantainemaatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (figuur 24), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB. 3. Zorgcontinuïteit 3.1
Aantal ziekenhuisopnames landelijk
Figuur 24. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 12 mei 10:00 uur.
Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april 2020. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames weer toenemen tot
24
een nieuwe piek eind oktober, waarna het aantal opnames weer afnam tot de aantallen weer toenamen in december. Vanaf begin januari 2021 was een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. Sinds half maart is weer een stijging te zien, de laatste weken lijkt het te stabiliseren tot een niveau vergelijkbaar met de pieken in oktober en december (figuur 24). 3.1.2 Verloop IC- en kliniek-capaciteit regio Een daling in opnames (patiënten ziekenhuis IN) COVID-19 is ingezet. Het totaal aantal opnames klinische capaciteit daalt. De verwachting dat komende week daling doorzet, inclusief IC. Er wordt verwacht dat het aantal COVID-19 patiënten in de ziekenhuizen de komende 2 à 3 weken hoog blijft (prognose CPS), wel lijkt het aantal nieuwe opnames langzaamaan te dalen.
Figuur 25. Verloop kliniek en IC-capaciteit ziekenhuizen in de regio Utrecht. Peildatum: 10 mei 2021.
3.1.3 Inschaling zorgcapaciteit ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (figuur 26; continuiteitsfase oranje). De aanhoudende druk heeft zijn weerslag op de inzetbaarheid van personeel. Bij de reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg; figuur 27) is een toename van annuleringen zichtbaar (o.a. zorg waarvoor IC-capaciteit benodigd is). De zorg uit deze klasse dient zo nodig te worden afgeschaald. Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) werd al uitgesteld om Covid-19 capaciteit te kunnen bieden. De afbouw van Militaire bijstand is uitgesteld tot 1 juni, waarbij de verwachting is dat per 1 juni 50% van huidige inzet nodig is, en per 1 juli de inzet wordt beeindigd.
25
Figuur 26. Continuïteitsfase in de zorgketen. Bron: Regionaal plan stagnatie in de zorgketen regio Utrecht, 2021.
Figuur 27. Raamwerk behoud reguliere klinische zorg. Bron: FMS-Raamwerk behoud reguliere klinische zorg in relatie tot pandemische druk, 2020.
3.2 Zorginstellingen (excl. ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 7 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 7 vorige week). Het aantal uitbraken binnen zorginstellingen is beperkt. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De druk in de V&V, GHZ en GGZ is al meerdere weken beperkt. Het aantal locaties in de V&V, GHZ en GGZ waarbij bedden bezet zijn met COVID-19 patiënten is beperkt tot enkele locaties. Ook het aantal personeelsleden in de V&V, GHZ en GGZ dat niet inzetbaar is, is beperkt.
26
Figuur 29. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 10 mei 2021. Bron GHOR.
Figuur 30. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 10 mei 2021. Bron GHOR.
Figuur 31. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 10 mei 2021. Bron GHOR.
3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V), Gehandicaptenzorg (GHZ) en de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ), in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april 2020), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de V&V-sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Momenteel is in onze regio binnen de V&V-sector opgeschaald naar 66 bedden (4 zorglocaties en 1 hospice), opschalingsniveau midden (fase 1), waarvan ongeveer 40% bezet. Landelijk wordt verwacht dat de piek van het aantal bedden bezet met COVID-19 27
patiënten bereikt is en de daling zich voortzet (prognose GGDGHORNL). Wel is het nog afwachten hoe deze trend zich regionaal ontwikkelt. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de GGZ- en GHZ-sector om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Deze locaties zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.
Figuur 33. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 12 mei. Bron GHOR.
Figuur 34. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 11 mei. Bron GHOR.
28
Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentages per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD-teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 15 t/m 18 uitgevoerd op 12 mei. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente Het totaal aantal afgenomen testen, zowel in absolute aantal en per 100.000 inwoners, voor de laatste vier weken is per gemeente weergeven in figuur 1B en 2B. In overeenstemming met de afname in het aantal afgenomen testen op de GGDrUteststraten daalt het aantal geteste inwoners per gemeente vanaf week 16 en verder in vrijwel alle gemeenten. Minder mensen laten zich dus testen, mogelijk speelt het pandemie moeheid hier ook een rol. De testcapaciteit is ruim voldoende en het aanbod boven de vraag, waardoor niet nauwe contacten zich ook kunnen laten testen.
Figuur 1B. Totaal absolute aantal afgenomen testen per gemeente, periode 12 april t/m 9 mei 2021. Peildatum 12 mei 2021.
29
Figuur 2B. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 12 april t/m 9 mei 2021. Peildatum 12 mei.
Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 4 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven in figuur 3B. De gemeenten Bunnik, Lopik, Nieuwegein, Oudewater, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Woudenberg, en Zeist flink stijgen allemaal boven de 10% in de afgelopen week en dus ruim boven het gemiddelde van de regio 6,6%. Deze flinke toename is deels te verklaren door het confirmeren van positieve zelftesten.
Figuur 3B. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 12 april t/m 9 mei 2021. Peildatum 12 mei.
30
Bijlage 2. Pilot Bunschoten Doel van de pilot Eind november groeide het aantal besmettingen in de gemeente Bunschoten zeer sterk. De gemeente stond wekenlang in de top 3 van de gemeentes met de hoogste besmettingsincidentie. Vanaf eind december, onder andere na het invoeren van de “harde” lockdown, daalde de besmettingsincidentie weer naar waardes die verder ook in de regio werden gezien. In de periode met zeer hoge infectiedruk eind 2020 bestond bij de gemeente Bunschoten en de GGDrU de wens om lokaal meer te kunnen doen om de verspreiding van het coronavirus te doorbreken. GGDrU ontving in december 2020 de vraag vanuit het Ministerie van VWS om net als de gemeenten Rotterdam en Dronten een pilot Grootschalig Risicogericht Testen (GRT) uit te voeren in de gemeente Bunschoten. Het doel van de pilot grootschalig testen in Bunschoten was om het effect te onderzoeken van GRT op het zicht op het virus, de testbereidheid en het naleven van isolatie- en quarantainemaatregelen. Het testbeleid tijdens de pilot is erop gericht om zoveel mogelijk inwoners van de gemeente Bunschoten laagdrempelig te testen. Resultaten De resultaten van het onderzoek naar GRT in Bunschoten laten zien dat GRT bijdraagt aan het verhogen van de testbereidheid.
Er zijn in de pilotperiode 4x zoveel testen afgenomen in Bunschoten vergeleken met de rest van regio Utrecht en ruim 39% van de inwoners is minstens 1x getest (Figuur 1). Met name de testlocatie bleek hierbij helpend: een afstand tot de testlocaties van gemiddeld 4 km lijkt een barrière te zijn voor testbereidheid bij asymptomatisch testen. Een testlocatie nabij openen kan dan een substantiële invloed hebben op testgedrag. De inzet van de mondspoelkit was ook van belang. Dat is een eenvoudige en doeltreffende methode gebleken, die door de inwoners ook als prettig is ervaren.
Verder laten de resultaten van het onderzoek zien dat GRT in Bunschoten heeft bijgedragen aan het zicht op het virus. We vinden een stijging van 20% in het aantal actuele infecties, ook onder mensen die anders niet naar de teststraat waren gekomen (Figuur 2). Daarnaast zijn ook inwoners positief getest die al eerder een infectie hadden doorgemaakt. Als dit het geval bleek te zijn na hun hertest, konden de adviezen over isolatie en quarantaine voor deze mensen en hun contacten direct weer worden ingetrokken. Het is van belang om ook in toekomstige grootschalig testen situaties rekening te houden met het vinden van doorgemaakte infecties, zodat mensen niet onnodig thuis hoeven te blijven.
31
De onderzoekspilot laat ook zien dat de mensen uit Bunschoten tijdens de pilot iets eerder naar de teststraat kwamen met klachten (ongeveer een halve dag), ook worden iets meer infecties gevonden bij mensen zonder klachten. Wat precies het effect hiervan is op het voorkomen van verdere verspreiding van COVID-19 was in dit onderzoek niet vast te stellen. Het effect van grootschalig testen zou gunstiger kunnen zijn indien in situatie wordt getest met veel verspreiding. Het is dus van belang in de organisatie van grootschalig testen als er voldoende flexibiliteit is om het snel op te kunnen zetten als de situatie hierom vraagt. Ook kan GRT kan alleen worden ingezet als vooraf duidelijke doelstellingen worden geformuleerd. Dit is belangrijk om vast te kunnen stellen welke wettelijke en ethische kaders er van toepassing zijn. Voordat tot inzet van het middel GRT wordt overgegaan, moet goed worden overwogen of de mogelijke opbrengst opweegt tegen de kosten van inzet van dit middel. Voor meer informatie, bekijk de website van Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid19/testen/testbeleid/grootschalig-en-risicogericht-testen
32