PR21.103 VRU - diverse financiele stukken
Tekst van het document
Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen groter dan € 100.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn.
Pagina
78
•
fî Eshuis B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; de bijlagen (1, 4 en 5). Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: Met de jaarrekening verenigbaar is zoals bedoeld in artikel 213 lid 3 sub d Gemeentewet en geen materiële afwijkingen bevat. Alle informatie bevat die op grond van het BBV is vereist. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen, zoals opgenomen in het Normenkader. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden, waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen, toelichten in de jaarrekening.
Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.
Pagina
79
•
fî Eshuis Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur, het Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit: het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, danwel dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen en het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling;
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controleinformatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn, waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of
Pagina
80
•
fî Eshuis omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeente de financiële risico’s niet kan opvangen;
Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Nijkerk, 15 april 2021 Eshuis Registeraccountants B.V. Was getekend: drs. C.L. Willems RA
Pagina
81
Bijlage 1 Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen 2020 Tabel 69 Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen 2020
Pagina
82
Bijlage 2 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld Tabel 70 Overzicht taakvelden
Pagina
83
Bijlage 3 Overzicht berekening overhead Tabel 71 Overzicht berekening overhead
Pagina
84
Bijlage 4 7.1
Materiële vaste activa staat nieuwe categorie indeling
Tabel 72 Materiële vaste activa nieuwe categorie-indeling
Pagina
85
Bijlage 5 Begrippen en afkortingen AB Algemeen Bestuur AC Algemeen commandant AED Automatische externe defibrillator AGV Adviesgroep Gemeentesecretarissen Veiligheid BAC Bestuurlijke Advies Commissie BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten BDuR Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen BNG Bank Nederlandse Gemeenten BRZO Besluit risico’s zware ongevallen BVL Brand Veilig Leven CB Crisisbeheersing CB/G Crisisbeheersing en GHOR CBS Centraal Bureau voor de Statistiek COC Coördinatiewerkgroep COVID-19 CaCo Calamiteiten Coördinator CoFu Coördinerend functionaris CoPI Commando plaats incident DB Dagelijks Bestuur DIV Documentaire informatievoorziening DPG Directeur Publieke Gezondheid DT Directieteam FB Facilitair bedrijf Fido Wet financiering decentrale overheden FLO Functioneel leeftijdsontslag GBT Gemeentelijk beleidsteam GBTP Gemeentelijk basistakenpakket GC2.0 Gemeentelijke Crisisbeheersing 2.0 GGDrU Gemeentelijke Gezondheidsdiensten regio Utrecht GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio GMU Gemeenschappelijke meldkamer Utrecht GRIP Gecoördineerde regionale incidentbestrijdingsprocedure HKZ Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector HIN Hoofd informatie HON Hoofd ondersteuning IBP Incident bestrijdingsplan IFV Instituut Fysieke Veiligheid IGPP Individueel gemeentelijk pluspakket IM Informatie Management
I-mgm Informatiemanagement KVO Keurmerk Veilig Ondernemen KVU Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan L&C Leiding en coördinatie LCMS Landelijk Crisismanagement systeem LMO Landelijke Meldkamer Organisatie LOT-C Landelijk operationeel Team Corona M&A Melding en alarmering MPBSP Materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan
Pagina
86
MIP MKA MT MVI NBB NWB O&A ODRU OL OMS OR OTO OvD PSH RAC RAVU RBP RBT RO ROAZ ROCU ROT RUD SCM SIS SMT TUO VIC VMS VP VR VRU VTH VWS WABO Wnra Wnt WO Wvr
Meerjaren Investeringsplan Meldkamer ambulance Managementteam Maatschappelijk Verantwoord Inkopen Natuurbrandbestrijding Nederlandse Waterschapsbank Op- en afschaling Omgevingsdienst Regio Utrecht Operationeel leider Openbaar (brand)meldsysteem Ondersteuning & repressie Opleiden, Trainen en Oefenen Officier van Dienst Psychosociale hulpverlening Regionale Alarmcentrale Regionale Ambulance Voorziening Utrecht Rampbestrijdingsplan Regionaal beleidsteam Ruimtelijke Ordening Regionaal Overleg Acute Zorg Regionaal Overleg Crisisbeheersing Utrecht Regionaal operationeel team Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht Strategisch crisismanagement Slachtofferinformatie systematiek Sociaal medisch team Taakuitvoeringsovereenkomst Veiligheidsinformatiecentrum Vakbekwaamheidsmanagementsysteem Veiligheidspaspoort Veiligheidsregio Veiligheidsregio Utrecht Vergunningverlening Toezicht en Handhaving Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport Wet algemene bepalingen omgevingswet Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Wet normering topinkomens Waterongevallen Wet veiligheidsregio’s
Pagina
87
Ontwerp-Begroting 2022 & geactualiseerde begroting 2021 (concept) Versie gemeenten 15 april 2021
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: Vastgesteld op: Door:
[corsa nummer] 5 juli 2021 Algemeen bestuur VRU
Voorwoord Graag bied ik u namens het algemeen bestuur van de VRU de begroting 2022 en de geactualiseerde begroting 2021 aan. Deze begroting is gebaseerd op de Kadernota 2022 die in november 2020 door ons algemeen bestuur is vastgesteld. De bijdrage voor het gemeentelijk basispakket 2022 wijzigt niet ten opzichte van die Kadernota. De ambitie is uitgesproken om in de beleidsperiode 2020-2023 (de looptijd van het vigerende beleidsplan) geen aanvullende structurele bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Dat kan ook. De in het beleidsplan opgenomen beleidsambities vragen niet primair om structurele begrotingsimpulsen, maar zijn veelal richtsnoeren en gearticuleerde versterkingswensen op allerlei thema’s die vragen om passende sturing, hernieuwde focus en een voortdurend efficiënt en actief inspelen op veranderingen in het veiligheidsdomein. In dat veiligheidsdomein ligt onze wettelijke en collectief opgedragen gemeentelijke taak. Wij streven ernaar om die steeds beter uit te voeren. Wij willen snel ter plaatse komen, redden, blussen, goed communiceren bij incidenten en crises, deskundig en gericht adviseren over veiligheid, risico’s onderkennen en helpen wegnemen, en veiligheidspartners laten samenwerken. Dat doen wij met elkaar voor iedereen die elke dag in deze regio woont en verblijft.
Veiligheid maken wij samen! Naast onze vaste taken zoals beschreven in deze begroting, willen we ook vooral leren van de coronacrisis waarvan we nu in het laatste stuk zitten. Op welke punten kon onze organisatie dankzij een crisis efficiënter werken dan normaal, wat is blijven liggen en is dat erg? Hoe konden we digitaal beter samenwerken, wat hebben onze partners en gemeenten fijn gevonden in de samenwerking en wat hebben ze gemist? Kortom: wat moeten we vooral behouden en waarvan kunnen we leren. In alles staat voorop waar we het voor doen. Onze motivatie is helder: “wij helpen mensen in nood, motiveren mensen om zelfredzaam te zijn en dragen bij aan het wegnemen van onveilige situaties. Elke dag weer, en steeds beter”. Wij hopen dat wij samen met onze gemeenten en onze partners deze begrotingsperiode succesvol kunnen inzetten, vanzelfsprekend altijd aanspreekbaar op onze prestaties en bereid te leren en te verantwoorden. Namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,
dr. Peter L.J. Bos Algemeen directeur
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1 1.1 1.2
Inleiding Opbouw begroting Proces totstandkoming begroting 1.2.1 Geactualiseerde begroting 2021 1.2.2 Begroting 2022 1.2.3 Beleidsplan 2020-2023
7 7 7 7 8 10
2 2.1
Financiële hoofdlijnen 11 Financieel kader 11 2.1.1 Bijstelling gemeentefonds 11 2.1.2 Loonaanpassing 12 2.1.3 Prijsaanpassing 13 2.1.4 Lasten FLO-overgangsrecht 14 2.1.5 Brede doeluitkering Rampenbestrijding 15 2.1.6 Samenvatting effect mutaties financieel kader 16 Ontwikkelingen bestaand beleid 17 2.2.1 Hervorming OMS-stelsel 17 2.2.2 Regionale uitwerking landelijk beoordelingsprotocol automatische meldingen 19 2.2.3 Heroriëntatie AB-werkplaatsen 20 2.2.4 Overdracht beheer meldkamer 21 2.2.5 Licentiekosten LCMS GZ 22 2.2.6 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 22 2.2.7 Versterking GHOR 23 2.2.8 Tijdelijk behoud redvoertuig in Vianen 23 2.2.9 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid 23 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket 24 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket 25
2.2
2.3 2.4 3 3.1
3.2
3.3
3.4
Beleidsbegroting – Programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? 3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.1.3 Waarop sturen we? 3.1.4 Wat kost het? Crisisbeheersing 3.2.1 Wat willen we bereiken? 3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.2.3 Waarop sturen we? 3.2.4 Wat kost het? GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? 3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.3.3 Waarop sturen we? 3.3.4 Wat kost het? Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? 3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.4.3 Waarop sturen we? 3.4.4 Wat kost het?
26 26 26 26 28 29 30 30 30 32 33 33 33 33 34 35 35 35 36 40 41
3.5
Meldkamer 3.5.1 Wat willen we bereiken? 3.5.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.5.3 Waarop sturen we? 3.5.4 Wat kost het? Algemeen 3.6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 3.6.2 Overhead 3.6.3 Onvoorzien
41 41 41 42 43 44 44 44 45
4.5
Beleidsbegroting – Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.1.1 Weerstandscapaciteit 4.1.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit 4.1.3 Kengetallen Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Kapitaalgoederen 4.2.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.2.3 Onderhoud materieel Financiering 4.3.1 Financieringsportefeuille 4.3.2 Risicobeheer 4.3.3 Verloop reserves Bedrijfsvoering 4.4.1 Inleiding 4.4.2 Personeel 4.4.3 Interne beheersing 4.4.4 Duurzaamheid 4.4.5 Privacy 4.4.6 Vennootschapsbelasting Verbonden partijen
46 46 46 46 47 48 48 49 49 49 49 50 52 54 54 54 55 55 56 56 56
5 5.1 5.2 5.3
Financiële begroting – baten en lasten 2021 en 2022 Baten en lasten Overzicht van baten en lasten Incidentele baten en lasten
57 57 57 58
6 6.1 6.2 6.3
Financiële begroting – Meerjarenraming 2022-2025 Meerjarenraming 2022-2025 Stand en meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2022-2025
59 59 60 60
7 7.1 7.2
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans EMU-saldo
62 62 63
3.6
4 4.1
4.2
4.3
4.4
Bijlage 1: Overzicht bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP)
64
Bijlage 2: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2022-2025
66
Bijlage 3: Baten en lasten per taakveld
67
Bijlage 4: Tarieventabel 2021 en 2022
68
Bijlage 5: Vergoedingentabel 2021 en 2022
69
Bijlage 6: Compensatiebedragen
71
Bijlage 7: Verdelingsgrondslag bijdrage gemeentelijk basistakenpakket
72
Bijlage 8: Investeringen 2021-2022
73
Bijlage 9: Begrippen en afkortingen
74
1 Inleiding 1.1
Opbouw begroting Deze begroting is als volgt opgebouwd: Een inleiding met daarin het proces van de totstandkoming van deze begroting en de financiële hoofdlijnen, die ook zijn opgenomen in de kadernota 2022; De beleidsbegroting met daarin een weergave van onze primaire producten c.q. diensten in het programmaplan. Daarnaast zijn in de paragrafen de beheersmatige aspecten vastgelegd; De financiële begroting met daarin de lasten en baten voor de jaren 2021 en 2022, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2022 t/m 2025 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. Figuur 1 Opbouw begroting
1.2
Proces totstandkoming begroting De basis voor deze begroting zijn de vastgestelde begroting 2021, de kadernota 2022 en de zienswijzen daarop van de gemeenteraden. Figuur 2 Proces begroten en verantwoorden VRU
Kadernota
1.2.1
Begroting
Begrotingswijziging (en)
Jaarrekening
Geactualiseerde begroting 2021 De geactualiseerde begroting 2021 is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2021, waarop de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd: De beleidsteksten en indicatoren zijn geactualiseerd; Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing); Een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen is verwerkt Een aantal (incidentele) technische wijzigingen voor het lopende boekjaar is doorgevoerd zonder effect op de gemeentelijke bijdrage. De financiële positie van de gemeenten is betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2022. Het dagelijks bestuur zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden om – binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders – de gemeentelijke bijdrage voor 2021 en 2022 verder te beperken, bijvoorbeeld door inzet van het verwachte positieve rekeningresultaat van 2020.
Pagina
7
Restant taakstelling repressieve efficiency Utrecht Het grootste deel van de specifieke bezuinigingstaakstelling voor (brandweer)repressie in het gebied van de gemeente Utrecht is inmiddels ingevuld. Het resterende deel bedraagt € 283K. Vanaf 2018 is het restant van de taakstelling ingevuld met incidentele middelen uit de bestemmingsreserve Repressieve Efficiency Utrecht. Zowel door het financiële toezicht van de Provincie Utrecht als de bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën is gewezen op de noodzaak om tot een structurele invulling te komen. We zien op dit moment geen mogelijkheden om dit restant in te vullen zonder dat dit gevolgen heeft voor de dienstverlening in het kader van de brandweerzorg in het gebied van de gemeente Utrecht. In de bestemmingsreserve Repressieve Efficiency Utrecht is nog incidentele dekking aanwezig voor 2021. We zijn met de gemeente Utrecht in gesprek om in samenhang met het individueel gemeentelijk pluspakket te komen tot een structurele invulling van het resterende deel van de taakstelling die per 2022 kan worden geeffectueerd. Kosten tijdelijk behoud van het redvoertuig in Vianen Op 6 juli 2020 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het tijdelijk behouden van het redvoertuig in Vianen tijdens de beleidsplanperiode 2020-2023.
De daarmee gemoeide kosten van € 90K per jaar zouden bij de actualisatie van de begroting 2021 worden verwerkt. Om de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te beperken, is voor de voorzienbare kosten gezocht naar incidentele dekking binnen de begroting voor de jaren 2021 en 2022. Hierdoor wordt een incidentele stijging van de bijdrage van in totaal € 180K voorkomen. COVID-19 De ontwikkelingen rond COVID-19 hebben ook voor de begroting 2021 consequenties voor de VRU, omdat de veiligheidsregio’s ook in 2021 een centrale rol vervullen bij de coördinatie van crisisbeheersing. De extra kosten die wij voor 2021 verwachten zijn geraamd op € 0,5 miljoen. Deze meerkosten kunnen wij in ieder geval t/m het tweede kwartaal declareren bij het rijk (Ministerie van VWS) en hebben wij derhalve als opbrengst geraamd. Omdat de vergoeding van de meerkosten pas definitief wordt na controle en vaststelling op deze declaratie hebben wij deze opbrengst als stelpost in de begroting 2021 opgenomen en vermeld in de risicoparagraaf. Per saldo heeft COVID-19 daarmee geen gevolgen voor de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage voor het basistakenpakket zoals opgenomen in voorliggende begroting. 1.2.2
Begroting 2022 Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting 2022, vanaf de concept-kadernota 2022 tot de voorliggende begroting 2022. Het eerste concept van de kadernota 2022 is in september 2020 voor het eerst besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2020 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen, het dagelijks bestuur en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) Bedrijfsvoering en Financiën. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd en adviezen overgenomen: De voortgang van het herijkingsonderzoek is specifiek toegelicht in relatie tot het mogelijk effect op de ijkpuntscores die als verdelingsgrondslag van de gemeentelijke bijdrage van het basistaken dient; De consequenties van de recente ontwikkelingen op het gebied van OMS zijn uitgezocht en in beeld gebracht; De argumentatie en toelichting bij paragraaf 3.3 ‘Heroriëntatie AB-werkplaatsen’ zijn aangescherpt; In de aanbiedingsbrief bij de kadernota is nader toegelicht hoe rekening wordt gehouden met de financiële situatie van de gemeenten.
Pagina
8
De gewijzigde concept-kadernota 2022 is op 2 november 2020 nogmaals besproken met betrokken ambtenaren van de gemeenten via een online bijeenkomst. De kadernota is op 9 november jl. behandeld in het algemeen bestuur van de VRU, bestaande uit alle burgemeesters van gemeenten in de provincie. Hierbij is besloten om in te stemmen met het voornemen om een bestemmingsreserve in de vorm van een OMS-fonds in te stellen voor de duur van de huidige concessieperiode. Ook is opdracht gegeven om in de begroting 2022 het doel, de hoogte, de looptijd en de inzet van deze reserve vast te leggen. De kadernota 2022 is - met inachtneming van de hiervoor vermelde aanvullingen - op 9 november 2020 vastgesteld door het algemeen bestuur. Vervolgens is de kadernota op 12 november 2020 aangeboden aan de gemeenteraden met daarbij de uitnodiging om hun zienswijze kenbaar te maken. Zienswijzen kadernota 2022 In de BAC bedrijfsvoering en financiën is op 27 januari 2020 gesproken over de tot dan toe ontvangen zienswijzen op de kadernota 2022. De BAC heeft eerder al positief geadviseerd op de voorstellen in de kadernota en ziet naar aanleiding van de zienswijzen geen aanleiding tot inhoudelijke wijzigingen. De BAC adviseert om voorbereid te zijn op mogelijk negatieve effecten van wijziging van het landelijk verdeelmodel van het gemeentefonds.
Deze kunnen leiden tot lastige keuzen en bezuinigingen en inspanningen om de VRU betaalbaar te houden. Daarnaast is geadviseerd om besluiten over een eventuele financiële bezuinigingstaakstelling te koppelen aan fundamentele keuzes in de taakuitvoering. Het ligt voor de hand om te besluiten over dergelijke keuzes in het licht van het volgende beleidsplan. Op basis van de stand van de ingekomen zienswijzen op 28 januari 2021 heeft het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voorgesteld met inachtneming van het advies van de BAC bedrijfsvoering en financiën de voorstellen uit de kadernota ongewijzigd te verwerken in de ontwerpbegroting 2022. De zienswijzen op de kadernota zijn vervolgens op 8 februari 2021 in het algemeen bestuur besproken. Naar aanleiding hiervan is afgesproken de kadernota 2022 verder uit te werken in de ontwerpbegroting 2022. Dit betekent dat bij besluitvorming over de voorlopige jaarstukken 2020 wordt voorgesteld om een belangrijk deel van het positieve rekeningresultaat 2020 in te zetten voor de hervorming van het OMS-stelsel. In de kadernota 2022 is reeds voorgesteld een OMSfonds in te richten, gefinancierd uit het jaarresultaat 2020. Voor de hoogte van het fonds is in de kadernota nog uitgegaan van een bedrag van € 2,6 miljoen om hiermee de gemiste opbrengsten in de periode 2021-2024 te kunnen dekken.
In de voorliggende (concept)begroting is dit bedrag naar beneden bijgesteld. Nu wordt uitgegaan van een bedrag van € 2,1 miljoen die in 2022 en 2023 wordt ingezet om het wegvallen van de opbrengsten in 2022 en 2023 volledig te dekken. Hiermee wordt een incidentele stijging van de gemeentelijke bijdrage in de huidige beleidsperiode van 2020-2023 voorkomen. Voor 2021 schatten wij in de reeds begrote opbrengsten te kunnen realiseren. Daarnaast bevat de begroting 2022 ook een aantal positieve bijstellingen die in mindering worden gebracht op de gemeentelijke bijdrage en is incidentele dekking gevonden voor het tijdelijk behouden van het redvoertuig in Vianen. Lasten FLO-overgangsrecht Na het vaststellen van de kadernota 2022 is er een aantal ontwikkelingen op het gebied van de lasten voor het FLO-overgangsrecht geweest. We wachten nog op nadere informatie over de uitwerking (LOGA-brief) die medio maart 2021 beschikbaar komt. De financiële effecten zijn op dit moment nog niet duidelijk en daarom ook nog niet verwerkt in de voorliggende stukken. Wel is zeker dat de ontwikkelingen zullen leiden tot een kostenstijging. In de bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën is hier over gesproken. De komende weken zullen we de meerjarenraming voor de lasten van het FLO-overgangsrecht actualiseren en (laten) valideren.
We zullen de geactualiseerde meerjarenraming voor de FLO-lasten verwerken in de versie van de begroting voor het AB van 5 juli. In aanloop daar naartoe wordt bezien of een begrotingswijziging nodig.
Pagina
9