CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.099 Regionale rapportage COVID-19 20210407

Overige evenementen 11 mei 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden6.105 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 7 april 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 22 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 20

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 22 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 24

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 25 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 25 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 25 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 26 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 26 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 27 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 28 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 29

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ...FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. BIJLAGE 2. GROOTSCHALIG LANDELIJK ONDERZOEK DOOR RIVM EN GGD-EN.............. FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. Vanaf eind november is het aantal besmettingen opnieuw fors gestegen naar zo’n 12.000 besmettingen per dag, na het instellen van de lockdown is het aantal besmettingen per dag geleidelijk afgenomen. Sinds januari bleef het aantal stabiel rond de 4.000 per dag. Vanaf eind februari was er weer sprake van lichte toename, die de laatste week verder is toegenomen. Landelijk is het aantal besmettingen in de afgelopen week ongeveer 3.000 besmettingen lager ten opzichte van de voorgaande week.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. Peildatum: 6 april 2021 10:00. Bron RIVM

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Tot en met 7 april 11:00 uur zijn in totaal 102.486 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Na een flinke afname sinds half december nam het aantal besmettingen in de laatste paar weken weer toe. In de afgelopen week is het aantal geregistreerde positieven 3.750, een afname van 250 gevallen vergeleken met week 12. De daling in de regio is voornamelijk te zien in de leeftijdsgroepen 0-19 en 2039 jaar.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 06 april 09:00 uur.

4

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, was er vanaf medio juli (week 28 2020) weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 was er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week- en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Deze toename was aanleiding voor het instellen van strengere maatregelen, zoals de lockdown en later ook de avondklok. De effecten van deze strengere maatregelen waren in de eerste 5 weken in 2021 zichtbaar. Sinds de laatste anderhalf maand is er opnieuw een zorgelijke stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename wordt ook landelijk gezien en geduid als derde golf.

Afgelopen week is het aantal besmettingen voor het eerst in 5 weken weer afgenomen. Nieuwe varianten Vanaf begin januari zijn de besmettelijkere nieuwe varianten, waaronder de Britse- en Zuid Afrika mutatie, in Nederland aangetroffen. Door middel van modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 80% van alle nieuwe besmettingen betreft. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe varianten. Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Verlenging lockdown en avondklok tot in ieder geval 20 april Op maandag 14 december jl. is een lockdown aangekondigd naast andere maatregelen en zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve meter ook van toepassing is op middelbare scholen. De eerste effecten van de lockdown zagen we in januari in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager was dan in de periode ervoor. Door het steeds vaker aantreffen van de besmettelijkere Britse variant in Nederland zijn op 19 januari jl. extra maatregelen aangekondigd waaronder beperkingen op ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid Amerika. Daarnaast is op 23 januari jl. de avondklok toegevoegd in dit maatregelenpakket.

Dit houdt in dat tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mag zijn, mits een geldende uitzonderingsregel. In de persconferentie van 23 maart jl. is een verlenging van de lockdown en avondklok tot in ieder geval 20 april 04:30 aangekondigd. Het aanhouden van de avondklok heeft het mogelijk gemaakt om ondanks de toename in besmettingen toch versoepelingen door te voeren. Basisscholen en kinderopvang zijn vanaf 8 februari weer open. Middelbare scholen en het MBO zijn vanaf 1 maart weer open (minimaal 1 dag in de week). Per 9 maart mogen bewoners in een verpleeghuis 2 bezoekers per dag ontvangen (mits bewoners zijn gevaccineerd). Vanaf 16 maart mogen onder andere mensen vanaf 27 jaar met maximaal 4 personen weer samen buiten sporten en zijn de regels voor nietessentiële winkels verruimd afhankelijk van de grootte van de winkel. Vanaf woensdag 31 maart is de begintijd van avondklok verlaat naar 22.00 uur. Aantal COVID-19 positieve patiënten naar eerste ziektedag In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 juli 2020 uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden.

Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met 5

pijltjes aangegeven wanneer aanscherping of versoepelingen van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 14 december jl. hebben we effecten teruggezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Na ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. Tot vorige week zagen we het aantal besmettingen landelijk weer toenemen, inmiddels ook gevolgd door een kleine stijging in de IC- en kliniekbezetting met COVID-19-patiënten. Er blijft een afname te zien in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de meeste inwoners en hun verzorgers inmiddels gevaccineerd zijn. In Nederland zitten we echter nog steeds in een zeer ernstige situatie. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’.

Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De infectiedruk is nog steeds hoog. De wekelijkse incidentie is fors afgenomen (14%) rond 237 per 100.000 (week 12: 277 per 100.000 inwoners). Daarmee blijft de situatie in de regio Utrecht zeer ernstig. De regio zit wel ruim onder het landelijke gemiddelde van 279 per 100.000. Ook met het huidige vindpercentage blijft de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het bronen contactonderzoek (BCO) wordt in Utrecht bijna volledig uitgevoerd. Wel wordt de monitoring alleen uitgevoerd bij positief getesten, huishoudcontacten en risicocontacten. Nauwe contacten worden wel weer geregistreerd. In veel andere GGD-regio’s is de werkdruk dermate hoog, dat het BCO daar in veel minder uitgebreide vorm wordt uitgevoerd. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten.

6

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 6 april.

7

Vaccinaties Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren van zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen op een vaccinatielocatie in Houten. Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) ruim 127.271 (d.d. 7 april om 11:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd (figuur 4). Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen. Sinds maandag 15 februari is een locatie in Amersfoort operationeel. Vanaf 1 maart is locatie Veenendaal geopend en per 22 maart ook in Driebergen (Utrechtse Heuvelrug) een locatie geopend. Per 12 april zullen in extra locaties in Woerden en Breukelen (Stichtse Vecht) geopend worden. Alle geleverde vaccins worden gebruikt. Per maandag 15 maart was er voor 2 weken een stop afgekondigd op het geven van vaccins van AstraZeneca vanwege mogelijke bijwerkingen. Op 18 maart heeft het ministerie van VWS besloten op basis van advies van het Europees Medicijnagentschap (EMA) en de Nederlandse Medicijnautoriteit (CBG) op korte termijn te hervatten. Per 24 maart zijn de vaccinaties met AstraZeneca hervat in de regio Utrecht. In kamerbrief van het ministerie van VWS van 23 maart wordt AstraZeneca ook goedgekeurd als vaccinatie voor mensen ouder dan 65 jaar.

Op 2 april is aangekondigd dat de vaccinaties met AstraZeneca opnieuw per direct gestopt zouden worden, vanwege extra meldingen van mogelijke bijwerkingen. Hierdoor valt het aantal gegeven vaccinaties sindsdien lager uit, per dag scheelde dit ruim 250-450 vaccinaties (zie figuur 5). Door extra beschikbaar Pfizer vaccin kan het aantal prikken opgehoogd worden. Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en is afhankelijk van toelating en levering van vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorgafdelingen. De huisartsen in de regio Utrecht zijn inmiddels begonnen met het vaccineren van de groep 60-64-jarigen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het stroomschema landelijke vaccinatiestrategie.

Figuur 4. Aantal vaccinaties (eerste en tweede dosis) gegeven door GGD regio Utrecht. Peildatum 6 april 09:00 uur. Door code rood was de priklocaties op 7 februari 2021 gesloten en op 15 februari ‘s ochtend gesloten. Door landelijke vaccines levering problemen was locatie Houten 26 februari t/m 1 maart gesloten. Uit voorzorg was vaccinatie met AstraZeneca 15 t/m 23 maart tijdelijk gestopt. Idem vanaf 2 april.

8

Figuur 5. Aantal vaccinaties gegeven door GGD regio Utrecht, gesplitst per type vaccin. Peildatum 7 april 11:00 uur. Uit voorzorg was vaccinatie met AstraZeneca 2 t/m 7 april tijdelijk gestopt.

Effect van vaccinatie steeds duidelijker zichtbaar onder bewoners verpleeghuizen Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90-plussers in de regio. Acht weken na de eerste toegediende vaccinatie is het effect van vaccinatie in de verpleeghuizen duidelijk zichtbaar, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM (zie vorige rapportage). Inmiddels hebben bijna alle verpleeghuisbewoners een eerste vaccinatie gehad, een deel van de bewoners heeft ook de tweede vaccinatie ontvangen. Bij thuiswonende ouderen, waarvan de eerste mensen eind januari gevaccineerd zijn, is ook een daling zichtbaar in besmettingen. Het is nog te vroeg om te zeggen of dit een effect van de vaccinaties is. Onder 80-plussers neemt verder het aantal ziekenhuisopnames af, waarschijnlijk als gevolg van het starten van vaccineren in deze groep. Pilot gemeente Bunschoten Vanaf maandag 8 februari is de gemeente Bunschoten in samenwerking met GGDrU gestart met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. De pilot duurde 6 weken en eindigde op vrijdag 19 maart 2021. Inwoners van Bunschoten vanaf 6 jaar konden zich laagdrempelig laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan kregen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden.

Ook was er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. Met deze pilot, die werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente. Ook is onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpen als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. 9

De bevindingen van deze pilot, die naar verwachting in de tweede helft van april gereed zijn, zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 6 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. In figuur 7 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeente van de regio Utrecht in de laatste 4 weken. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in vrijwel alle gemeenten gedaald. In de gemeenten Bunschoten en Lopik is het aantal besmettingen per 100.000 het hoogst. In Bunschoten is dit mogelijk te verklaren als een na-effect van het onderzoek naar grootschalig testen, in combinatie met een uitbraak bij een betonbedrijf.

In Lopik is het relatief hoge aantal deels te verklaren doordat het een kleine gemeente is met 14.000 inwoners, waardoor met totaal 113 besmettingen afgelopen 2 weken al een uitschieter kunnen geven. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in werkplekken en op het basisonderwijs. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 6 en 7). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Figuur 6. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 29 maart t/m 4 april 2021. Peildatum: 6 april.

10

Figuur 7. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 1 t/m 28 maart 2021. Peildatum: 6 april.

Figuur 8 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Met 237 besmettingen per 100.000 inwoners zit de regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Het huidige aantal betekent een afname van 14% vergeleken met vorige week, en is daarmee meer gedaald dan landelijk (6%). De regio zit nog steeds ruim onder het landelijke gemiddelde van 279 besmettingen per 100.000 inwoners.

11

Figuur 8. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 23 maart t/m 6 april 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 6 april 2021 10:00 uur.

12

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 9 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Het aantal besmettingen in de leeftijdsgroepen 0-19 en 20-39 is vergeleken met de andere groepen afgenomen, respectievelijk van 25,4% naar 22,3% en van 32,4% naar 31,7%. Het aandeel van leeftijdsgroep 40-59 is toegenomen van 28% naar 31,5%. Vanaf begin februari is er een grote toename te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, wat waarschijnlijk het effect is van het weer opengaan van basisscholen en kinderopvang. De afgelopen paar weken is aandeel van deze leeftijdsgroep afgenomen, wat mogelijk effect is van extra testen. Figuur 10 geeft het percentage positief getesten weer waarbij een uitsplitsing is gedaan voor pre-school (0-3), basisschoolleeftijd (4-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27), vergeleken met de andere leeftijdsgroepen.

Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 6 april.

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-3, 4-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 6 april.

13

In figuur 11 en figuur 12 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 8 maart t/m 4 april. . In de meeste gemeenten zijn de besmettingen in de leeftijdsgroep 80+ gereduceerd tot een zeer klein aandeel. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals Bunnik en Montfoort. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 12). Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar als belangrijke studentenstad (ruim 60% op 1 januari 2020), en dat is ook terug te zien in het aantal besmettingen.

Figuur 11. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 8 maart t/m 4 april 2021, peildatum 6 april.

14

Figuur 12. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 8 maart t/m 4 april 2021, peildatum 6 april.

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 13 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 8 maart t/m 4 april 2021. De meeste besmettingen afgelopen week waren te herleiden tot de gezinssituatie, werk, en basisonderwijs.

15

Figuur 13. Aantal COVID-19 registraties in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 8 maart t/m 4 april 2021, peildatum 6 april.

16

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni 2020 kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vijf regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden, Vianen en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. Hiermee spelen we in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10 e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. Met ingang van 3 februari jl. is het testbeleid verder uitgebreid door eerder en vaker te testen met als doel infecties sneller op te sporen. Huisgenoten en overige nauwe contacten (categorie 1 en 2) worden geadviseerd zich zo snel mogelijk te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. De quarantaine van 10 dagen na de laatste blootstelling kan alleen worden opgeheven bij een negatieve testuitslag van de test op of na dag 5. Overige, niet nauwe contacten (categorie 3) wordt geadviseerd om zich te laten testen op (of rond) dag 5 na blootstelling, ook als zij geen klachten hebben. Deze contacten krijgen geen quarantaine-advies. In figuur 14 is het aantal uitgevoerde testen in de teststraten inclusief de thuisbemonsteringen weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van GGDrU. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGDrU vastgesteld op 3.000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 8.500 testen. Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag.

Het aantal testen is afgelopen week gedaald en schommelt tussen de 4.000 naar 6.000 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect. Op zondag 7 februari en maandagochtend 15 februari waren door de weersomstandigheden (code rood) de teststraten tijdelijk gesloten.

17

Figuur 14. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 6 april 09:00 uur.

Het aantal afgenomen testen in week 13 is 42.884 (week 12: 49.321). In totaal zijn sinds 2 juni ruim 1.006.380 testen door GGDrU afgenomen (stand van zaken 6 april 11:00 uur), dat is 8,7% van alle testen die door GGD’en in Nederland zijn uitgevoerd.

18

Vindpercentage per week In figuur 15 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage in regio Utrecht in week 13 is licht gestegen rond 7,1% (week 12 van 6,6%). Hiermee zit de regio ver onder het landelijke gemiddelde van 8,8%. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Limburg-Noord met 11,7%, Rotterdam-Rijmond met 11,3%, en ZuidHolland-Zuid met 11,2%.

Figuur 15. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 6 april 09:00 uur.

19

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 1.239 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 6 april), waarvan 11 inwoners die officieel elders woonachtig zijn maar tijdelijk in de regio verbleven. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april 2020, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober 2020 is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Zeist is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 16).

Figuur 16. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 6 april 09:00 uur.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 17 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

20

Figuur 17. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 6 april 09:00 uur.

Voor zover bekend bij het RIVM zijn er in de periode 30 maart t/m 6 april 2021 om 10:00 uur landelijk 142 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode (29 maart t/m 4 april 2021) 19 overlijdens van COVID19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk neemt deze week het aantal overlijdens verder af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. In vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Regionaal gezien is het aantal overlijdens in week 13 iets lager (9) dan in week 12 (19), maar een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

21

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 18.

Figuur 18. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 30 november 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 6 april 2021 10:00 uur.

In figuur 19 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. Vanaf begin januari is een gestaagde afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat er vanaf begin januari gevaccineerd wordt in deze kwetsbare groep.

22

Figuur 19. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 6 april.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Figuur 20. Aantal Covid-19 clustergerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 6 april.

23

In figuur 20 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. 2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo is het aantal meldingen bijna verdubbeld. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.

Niet alleen de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (figuur 21), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 6 april.

24

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). Huidige fase is oranje. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op testuitslag, zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. Momenteel zijn er geen knelpunten wat betreft persoonlijke beschermingsmiddelen. Aantal in IC-bezetting en kliniek bezetting COVID is de afgelopen weken gelijkmatig licht gestegen. De COVID capaciteit is krap. De reguliere capaciteit is afhankelijk van opschaling COVID zorg. Reguliere zorg uit klasse 3 (kritieke planbare zorg) dient overal gewaarborgd te zijn. Zorg uit klasse 4 en 5 (overige planbare zorg) wordt in principe niet geboden, tenzij daarvoor ruimte is en de gewenste opschaling en te leveren capaciteit voor COVID-patiënten mogelijk blijft. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 22. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 6 april 15:20 uur

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april 2020. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames weer toenemen tot een nieuwe piek eind oktober, waarna het aantal opnames weer afnam tot de aantallen weer toenamen in december. Vanaf begin januari 2021 was er een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. De afgelopen maand zien we weer een stijging.

25

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht (figuur 23). Het aantal bezette IC-bedden door COVIDpatiënten is de afgelopen weken licht gestegen.

Figuur 23. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 6 april.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de bezetting van klinische bedden door COVIDpatiënten weergeven in de tijd (figuur 24) voor de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. Ook hier is een lichte toename te zien in de laatste weken.

Figuur 24. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 6 april.

3.2 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1.400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 14 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 14 vorige week). Een deel van de

26

zorglocaties past cohortverpleging toe in verband met meerdere besmettingen binnen de locatie. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 6 april 2021. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 78% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 40 GGZ instellingen was dit 50% en van de 76 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 33%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag. Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet mee genomen in de totalen. De druk in de V&V, GHZ en GGZ is beperkt en levert enkel druk op in een enkele instelling. Het aantal bedden bezet met COVID-19 patiënten in de V&V, GHZ en GGZ is beperkt tot enkele locaties. Het aantal personeelsleden in de V&V, GHZ en GGZ dat niet inzetbaar is, is tot 3 weken terug gelijkmatig afgenomen. Deze dalende trend heeft zich de laatste weken gestabiliseerd.

Figuur 25. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 6 april. Bron GHOR.

Figuur 26. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 6 april. Bron GHOR.

27

Figuur 27. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 6 april. Bron GHOR.

3.3

Opvanglocaties buiten het ziekenhuis

De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg om personen op te vangen die gezien hun coronabesmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Momenteel is er in onze regio het aantal bedden in opvanglocaties buiten het ziekenhuis opgeschaald naar 64 bedden (incl. hospice), opschalingsniveau midden.

Figuur 28. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 6 april. Bron GHOR.

Figuur 29. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 6 april. Bron GHOR.

28

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is het “noodkanaal” LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10017598/1