CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.078 Regionale rapportage COVID-19 20210317

Overige evenementen 13 april 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: A-post derden8.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 17 maart 2021

Inhoudsopgave

1.

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 22 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 17 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 20

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 22 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 24

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 25 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 25 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 25 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 26 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 26 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 27 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 27 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 28 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 29

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ............................................................. 29 BIJLAGE 2. GEDRAGSONDERZOEK VAN GGD-EN EN RIVM: DRAAGVLAK VAN MAATREGELEN ........................ 32

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. Vanaf eind november is het aantal besmettingen opnieuw fors gestegen naar zo’n 12.000 besmettingen per dag, na het instellen van de lockdown is het aantal besmettingen per dag geleidelijk afgenomen. Sinds januari bleef het aantal stabiel rond de 4000 per dag. Vanaf eind februair leek er weer sprake van een lichte toename. De afgelopen week zien we een duidelijker stijging van het aantal besmettingen. Landelijk is het aantal besmettingen in de afgelopen week ruim 7500 besmettingen hoger ten opzichte van de voorgaande week.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. Peildatum: 16 maart 2021 10:00. Bron RIVM

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Tot en met 17 maart 09:00 uur zijn in totaal 92.199 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Na een flinke afname sinds half december nam het aantal besmettingen in de laatste paar weken weer toe. Na de kleine afname in week 9 is het aantal gestegen naar 2767 besmettingen in week 10.

Aantal besmettingen naar meldingsdag, peildatum 17 maart 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 9

11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53

2

4

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 17 maart.

6

8

10

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, was er vanaf medio juli (week 28 2020) weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 was er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week- en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Deze toename was aanleiding voor het instellen van strengere maatregelen, zoals de lockdown en later ook de avondklok. De effecten van deze strengere maatregelen waren in de eerste 5 weken in 2021 zichtbaar. Sinds de laatste paar weken is er opnieuw een zorgelijke stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen.

Deze toename wordt ook landelijk gezien en geduid als het begin van een mogelijke derde golf. Nieuwe varianten Afgelopen weken zagen we een lichte toename in het aantal registraties in de regio. Vanaf begin januari zijn de besmettelijkere nieuwe varianten waaronder de Britse- en Zuid Afrika mutatie in Nederland aangetroffen. Door middel van modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 50% van alle nieuwe besmettingen betreft. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe varianten. Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Verlenging lockdown en avondklok tot in ieder geval 31 maart Op maandag 14 december jl. is een lockdown aangekondigd naast andere maatregelen en zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve meter ook van toepassing is op middelbare scholen. De eerste effecten van de lockdown zagen we in januari in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager was dan in de periode ervoor. Door het steeds vaker aantreffen van de besmettelijkere Britse variant in Nederland zijn op 19 januari jl. extra maatregelen aangekondigd waaronder beperkingen op ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid Amerika. Daarnaast is op 23 januari jl.

de avondklok toegevoegd in dit maatregelenpakket. Dit houdt in dat tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mag zijn, mits een geldende uitzonderingsregel. In de persconferentie van 8 maart jl. is een verlenging van de lockdown en avondklok tot in ieder geval 31 maart 04:30 aangekondigd. Ondanks de toename in besmettingen zijn de eerste versoepelingen aangekondigd voor het opengaan van scholen, bezoekers voor verpleeghuizen, buiten sporten en niet-essentiele winkels. Basisscholen en kinderopvang zijn vanaf 8 februari weer open. Middelbare scholen en het MBO zijn vanaf 1 maart weer open (minimaal 1 dag in de week). Per 9 maart mogen bewoners in een verpleeghuis 2 bezoekers per dag ontvangen (mits bewoners zijn gevaccineerd). Vanaf 16 maart mogen onder andere mensen vanaf 27 jaar met max. 4 personen weer samen buiten sporten en zijn de regels voor niet-essentiële winkels verruimd afhankelijk van de grootte van de winkel. Aantal COVID-19 positieve patienten naar eerste ziektedag In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 augustus uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag

<1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping of versoepelingen van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 14 december jl. hebben we effecten teruggezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Na ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. Inmiddels zien we het aantal besmettingen landelijk weer toenemen, inmiddels ook gevolgd door een kleine stijging in de IC- en kliniekbezetting met COVID-19-patiënten. Er blijft een afname te zien in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat de meeste inwoners en hun verzorgers inmiddels gevaccineerd zijn. In Nederland zitten we echter nog steeds in een zeer ernstig situatie.

Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De infectiedruk is nog steeds hoog. De wekelijkse incidentie is toegenomen naar 206 per 100.000 (week 9: 150 per 100.000). Daarmee blijft de situatie in de regio Utrecht zeer ernstig. De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden. Binnen de regio worden relatief gezien de meeste ziektegevallen gezien in Bunschoten, wat ook grotendeels verklaard kan worden door het ruime testbeleid in het kader van het onderzoek ‘Grootschalig risicogericht testen’. Ook met het huidige vindpercentage blijft de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het bronen contactonderzoek (BCO) wordt in Utrecht volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten. In meerdere regio’s is de werkdruk dermate hoog, dat het BCO daar in minder uitgebreide vorm wordt uitgevoerd. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden.

Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten.

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 17 maart

Vaccinaties Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen. Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) ruim 83.000 (d.d. 17 maart) mensen door GGDrU gevaccineerd (figuur 4). Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90plussers in de regio. Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen. Sinds maandag 15 februari is een locatie in Amersfoort operationeel. Vanaf 1 maart is locatie Veenendaal geopend en op korte termijn (22 maart a.s.) zal ook in Driebergen een locatie openen. Alle geleverde vaccins worden gebruikt. In figuur 5 wordt weergeven waar de gevaccineerden vandaan komen die op locaties in de regio Utrecht worden gevaccineerd. Ruim 15% van de gevaccineerden op een van de priklocaties van de GGD regio Utrecht, is woonachtig buiten de regio Utrecht. Van alle gevaccineerde inwoners uit de regio Utrecht heeft ongeveer 20% de vaccinatie buiten de regio gekregen. Per maandag 15 maart is er voor 2 weken een stop afgekondigd op het geven van vaccins van AstraZeneca vanwege mogelijke bijwerkingen. Hierdoor valt het aantal gegeven vaccinaties sindsdien lager uit, per dag scheelt dit ruim 500 vaccinaties.

Beschikbaarheid van vaccins en prioritering van doelgroepen wordt landelijk bepaald en afhankelijk van toelating en levering vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. En ook de huisartsen in de regio Utrecht beginnen op zeer korte termijn met het vaccineren van de groep 60-64 jarigen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie.

Figuur 4. Aantal vaccinaties (eerste en tweede dosis) gegeven door GGD regio Utrecht. Peildatum 10 maart 09:00 uur. Door code rood was de priklocaties op 7 februari 2021 gesloten en op 15 februari ‘s ochtend gesloten. Door landelijke vaccines levering problemen was locatie Houten 26 februari t/m 1 maart gesloten.

Pilot gemeente Bunschoten Vanaf maandag 8 februari is de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht gestart met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. De pilot duurt 6 weken en eindigt op vrijdag 19 maart 2021. Inwoners van Bunschoten vanaf 6 jaar kan zich laagdrempelig laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. In de eerste

week hebben een kleine 3000 inwoners zich laten testen. Aantal afgenomen testen in week 10 is ruim 1800. Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente. Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. Aantal positief geteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 5 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. In figuur 6 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht de laatste 4 weken.

De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de vrijwel alle gemeenten gestegen. In gemeente Bunschoten is het aantal besmettingen per 100.000 het hoogst, mede omdat voor het grootschalig testen ook inwoners zonder klachten worden getest, die anders niet waren getest. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 6 en 7). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname. Dit is bijvoorbeeld in de laatste week het geval in de gemeente Woudenberg. Er is geen duidelijke verklaring voor de enorme relatieve stijging, anders dan gezinsclusters.

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 8 t/m 14 maart 2021. Peildatum: 17 maart

Figuur 6. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 15 februari t/m 14 maart 2021. Peildatum: 17 maart.

Figuur 7 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Het aantal besmettingen in de gemeenten Bunschoten is door het grootschalig testen sterk gestegen naar 855 op 100.000 inwoners in afgelopen week en zit daardoor landelijk weer hoog in de top 10 van de gemeenten met de hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Met 206 besmettingen per 100.000 inwoners zit regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Het huidige aantal betekent een toename van 36% vergeleken met vorige week. Toch zit de regio nog ver onder het landelijke gemiddelde van 223 besmettingen per 100.000 inwoners. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar behoort relatief gezien tot de gemeenten met het laagste aantal besmettingen. Vorige week (8 t/m 14 maart, bron RIVM) waren het de gemeenten Bunschoten, Woudenberg, Lopik, Montfoort en Oudewater met relatief gezien het grootste aantal meldingen in de regio Utrecht.

Figuur 8. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 1 t/m 14 maart 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 17 maart 2021.

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Het aantal besmettingen van 80-plussers neemt de afgelopen weken steeds verder af naar 1,6% afgelopen week. Vanaf begin februari is er een grote toename te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, wat waarschijnlijk het effect is van het weer opengaan van basisscholen en kinderopvang. Afgelopen week is het aandeel van deze leeftijdscategorie ruim 22% van het totaal aantal besmettingen. Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weer waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschoolleeftijd (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (1315), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27), vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Hieruit valt op te maken dat de toename in de leeftijdsgroep 0-19 vooral wordt veroorzaakt door een grote toename van de groep 0-12 jaar. Sinds begin januari is het aandeel van de groep 0-12 jaar gestegen van 5% van alle infecties, tot ruim 11% van alle infecties in week 10.

Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 17 maart.

Figuur 9. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 012, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 17 maart.

Deze stijging kan niet los gezien worden van de enorme toename van het aantal afgenomen testen in deze leeftijdsgroep. In figuur 10 en figuur 11 staat de leeftijdsverdeling van de teststraatbezoekers. In week 10 was de groep 0-19 voor het eerst de groep met het grootste aandeel testen. In figuur 12 is te zien dat deze toename ook hier vooral komt door een enorme toename in de groep 0-12 jaar, een direct gevolg van het opengaan van basisscholen en kinderopvang, en het verruimde testbeleid in deze leeftijdsgroep. Vergeleken met andere leeftijdsgroepen is het vindpercentage in de groep 0-12 jaar relatief laag.

Figuur 10. Leeftijdsverdeling COVID-19 teststraatbezoekers per week. Peildatum 17 maart.

Figuur 11. COVID-19 teststraatbezoekers per week met uitgesplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 17 maart.

In figuur 12 en figuur 13 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 8 februari t/m 7 maart. De gemeenten Amersfoort, De Bilt, Ijsselstein, Leusden, en Utrechtse Heuvelrug hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 80+. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals Bunschoten, De Ronde Venen, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht en Woudenberg. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 14). De gemeente Oudewater bijvoorbeeld heeft maar 79 besmettingen de laatste 4 weken, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat is ook terug te zien in het aantal besmettingen.

Figuur 12. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 15 februari t/m 14 maart 2021, peildatum 17 maart.

Figuur 13. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 15 februari t/m 14 maart 2021, peildatum 17 maart.

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 14 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 15 februari t/m 14 maart 2021. De meeste besmettingen afgelopen week waren te herleiden tot de gezinssituatie, werk, en onderwijs.

Figuur 14. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 15 februari t/m 14 maart 2021, peildatum 17 maart.

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni 2020 kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. Hiermee spelen we in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10 e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. Met ingang van 3 februari jl. is het testbeleid verder uitgebreid door eerder en vaker te testen met als doel infecties sneller op te sporen. Huisgenoten en overige nauwe contacten (categorie 1 en 2) worden geadviseerd zich zo snel mogelijk te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. De quarantaine van 10 dagen na de laatste blootstelling kan alleen worden opgeheven bij een negatieve testuitslag van de test op of na dag 5. Overige, niet nauwe contacten (categorie 3) wordt geadviseerd om zich te laten testen op (of rond) dag 5 na blootstelling, ook als zij geen klachten hebben. Deze contacten krijgen geen quarantaine-advies. In figuur 15 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 6.800 testen per dag.

Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. Het aantal testen is afgelopen week gestegen en schommelt tussen de 5.000 naar 7.500 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect. Op zondag 7 februari en maandagochend 15 februari waren door de weersomstandigheden (code rood) de teststraten tijdelijk gesloten.

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 12000 10000 8000 6000 4000 2000

Totaal aantal afgenomen testen

13-mrt

6-mrt

27-feb

20-feb

13-feb

6-feb

30-jan

23-jan

16-jan

9-jan

2-jan

26-dec

19-dec

12-dec

5-dec

28-nov

21-nov

14-nov

7-nov

31-okt

24-okt

17-okt

10-okt

3-okt

26-sep

19-sep

12-sep

5-sep

29-aug

22-aug

15-aug

8-aug

1-aug

0

Maximale test capaciteit

Figuur 15. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 17 maart.

Het aantal afgenomen testen in week 10 is 40.861 (week 9: 31.716). In totaal zijn sinds 2 juni ruim 871.690 testen door de GGD regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 17 maart 09:00 uur), dat is 9,2% van alle testen die door GGD’en in Nederland zijn uitgevoerd. Vindpercentage per week In figuur 16 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage in regio Utrecht in week 10 was met 6,3% iets hoger dan de 6,0% in week 9. Hiermee zit de regio ver onder het landelijke gemiddelde van 7,6%, wat te deels te verklaren is door het grote aantal testen dat wordt afgenomen in de regio Utrecht. Het project grootschalig testen in Bunschoten levert veel extra testen op, maar ondanks veel testen bij mensen zonder klachten is het vindpercentage in Bunschoten nauwelijks hoger. Ook landelijk hebben de onderzoeken rondom grootschalig testen minder invloed dan

voorgaande weken, gecorrigeerd zou dit uitkomen op 7,7%. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s ZuidHolland-Zuid (11,3%), Noord-Holland-Noord (11,1%) en Zandstreek-Waterland (10,8%).

50000

20,0

45000

18,0

40000

16,0

35000

14,0

30000

12,0

25000

10,0

20000

8,0

15000

6,0

10000

4,0

5000

2,0

0

0,0 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Weeknummer UT

% POS UT

% POS NL

Figuur 16. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 17 maart.

Percentage positief

Aantal uitgevoerde testen

Testen uitgevoerd in teststraten GGDrU en percentage positief, per week

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 1214 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 17 maart), waarvan 11 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt, en Zeist is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 17).

Figuur 17. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 17 maart.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 18 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 18. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 17 maart.

20

Voor zover bekend bij het RIVM zijn er in de periode 9 t/m 16 maart 2021 om 10:00 uur landelijk 120 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode (9 t/m 16 maart 2021) 14 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens verder af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

21

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 19.

Figuur 19. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 30 november 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 16 maart 2021 10:00 uur.

In figuur 20 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. Vanaf begin januari is een gestaagde afname te zien in het aantal besmettingen zowel landelijk als regionaal. Dit wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat er vanaf begin januari gevaccineerd wordt in deze kwetsbare groep.

22

Figuur 20. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 17 maart.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Figuur 21. Aantal Covid-19 clustergerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 17 maart.

23

In figuur 21 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. 2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.

Niet alleen de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (zie figuur 22), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB. 120

Aantal meldingen

100 80 60 40 20 0

2021

2020 MAB (maandoverzicht)

Wvggz (maandoverzicht)

MAB (weekoverzicht)

Wvggz (weekoverzicht)

Figuur 22. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 16 maart.

24

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). Huidige fase is oranje. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op test-uitslag, zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. Geen knelpunten v.w.b. persoonlijke beschermingsmiddelen. Aantal in IC-bezetting COVID is de afgelopen week gelijk gebleven. Aantal in kliniek bezetting COVID is, na een lichte stijging vorige week, gestabiliseerd. Voldoende COVID capaciteit op de IC’s en kliniek. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 23. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 16 maart 11:30 uur

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december nam het echter weer toe (figuur 23). Vanaf begin januari was er een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames met een stabilisatie in februari. De afgelopen week zien we sinds lange tijd weer een lichte stijging.

25

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 24) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. Aantal in IC-bezetting COVID is de afgelopen week gelijk gebleven.

Figuur 24. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 17 maart.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 25) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. Aantal in kliniek bezetting COVID is, na een lichte stijging vorige week, gestabiliseerd.

Figuur 25. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 17 maart.

26

3.2 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. • Momenteel zijn er 23 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 24 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. • Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande figuren geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 15 maart 2021. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 78% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 36 GGZ instellingen was dit 56% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 33%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet mee genomen in de totalen. De afname in het aantal bedden bezet met COVID-19 patiënten in de V&V van de afgelopen weken, is de afgelopen week verder voort gezet. Belasting op de GGZ is beperkt. Belasting op de GHZ neemt de afgelopen weken af. Wel zorgt de dagbesteding in de GHZ voor risico op extra besmettingen.

Figuur 26. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 16 maart. Bron GHOR.

27

Figuur 27. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 16 maart. Bron GHOR.

Figuur 28. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 16 maart. Bron GHOR.

3.3

Opvanglocaties buiten het ziekenhuis

De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Momenteel is er in onze regio opgeschaald naar 81 bedden (incl. hospice). We blijven in elk geval tot 23 maart 2021 in opschalingsniveau hoog. Naast de V&V hebben ook de GHZ en GGZ tijdelijke COVID-19 opvanglocaties georganiseerd. Deze zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.

Locatie

Plaats

Huidige capaciteit

Bezetting per 16-032021

Maximale capaciteit (na opschalen fase 2) 28

De Pol

Nijkerk

26

7

26

Het Haltna Huis

Houten

24

7

24

Parkgraaf/Domstate

Utrecht

14

4

14

Santvoorde

Baarn

15

0

15

Hospice De Wingerd

Amerongen

2

0

2

81

18

81

Totaal

Figuur 29. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 16 maart. Bron GHOR.

Fase 0

Fase 1

Fase 2

Tijd

< 24 uur

< 72 uur

< 2 weken

Nederland

300 bedden

550 bedden

2000 bedden

Regio Utrecht

12 bedden

65 bedden

140 bedden

Figuur 30. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 16 maart. Bron GHOR.

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is het “noodkanaal” LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentages per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 9 en 10 uitgevoerd op 17 maart. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente In overeenstemming met de toename in het aantal afgenomen testen op de GGD regio Utrecht teststraten stijgt het aantal geteste inwoners per gemeente vanaf week 7 en 8 verder.

Meer mensen met klachten laten zich dus testen, maar mogelijk speelt het begin van het hooikoortsseizoen hier ook een rol. Daarnaast is het testbeleid iets verruimd in deze periode, waardoor niet nauwe contacten zich ook kunnen laten testen.

29

Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste zes weken is per gemeente weergeven in figuur 1 en 2. In bijna alle gemeenten is het aantal afgenomen testen gestegen ten opzichte van week 7 en 8. Gemeente Bunschoten valt voornamelijk op door het zeer hoge aantal testen per 100.000 inwoners. Vanaf 8 februari is in gemeente Bunschoten een pilot Grootschalig Testen gestart, waarbij iedereen vanaf 6 jaar wordt opgeroepen om zich te laten testen in één van de 4 tijdelijke teststraten in de gemeente.

Test aantallen per gemeente per 100.000 inwoners, peildatum 17 maart 25000 20000 15000 10000 5000 0

week 5 & 6

week 7 & 8

week 9 & 10

Figuur 1. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 1 februari t/m 14 maart 2021. Peildatum 17 maart

Per 2 weken Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden

week 5 & 6 week 7 & 8 week 9 & 10 2390 3994 5269 1737 2980 4331 2218 3831 6451 14132 19610 17200 2423 3749 5093 1939 3367 4310 2390 3936 5148 2088 3968 5029 2606 4626 6133 2796 3895 4493 2958 4216 5129 2041 4477 5490 2296 3159 4778 2043 3871 5132 1984 3251 3582 2003 3569 4429 2023 3272 4055 1957 3767 4528 2795 4410 6197 1894 2302 2394

2961 4077 3353

4375 4704 4673 30

Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Regio

1848 2186 2253 2538 2583

3199 4308 3413 3853 4167

4683 5599 4460 4966 5435

Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 1 februari t/m 14 maart 2021. Peildatum 17 maart.

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 3 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven. De gemeenten Baarn, Lopik, Montfoort, Oudewater, Veenendaal en Woudenberg zitten allemaal boven de 8% in de afgelopen week en dus ruim boven het gemiddelde van de regio 6,4%

Vindpercentages per gemeente per week, peildatum 1 maart 20% 18% 16% 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%

Week 8

Week 9

Week 10

Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 22 feburari t/m 14 maart 2021. Peildatum 17 maart.

31

Bijlage 2. Gedragsonderzoek van GGD-en en RIVM: Draagvlak van maatregelen Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober, de achtste peiling van 11 november tot 15 november, de negende peiling van 30 december tot 3 januari 2021 en de tiende peiling van 10 februari tot 14 februari. Het onderzoek staat stil bij hoe mensen in Nederland de coronacrisis beleven en hoe zij hierop reageren. Voor een succesvolle bestrijding van het coronavirus is naast preventie van infectie, het omgaan met een infectie ook gezond blijven een heel belangrijk onderdeel. Denk bij gezond blijven aan zaken als gezonde voeding, voldoende beweging, voldoende slaap, ontspanning en sociale contacten. Hoe beter mensen in hun vel zitten hoe beter ze de benodigde gedragsregels om de coronacrisis onder controle te houden ook langdurig kunnen volhouden.

Een gezonde leefstijl helpt ook om mentaal, fysiek en sociaal gezond te blijven. In deze bijlage kijken we dan ook naar een aantal aspecten van gezondheid, mentaal welbevinden en leefstijl van de deelnemers die wonen in de GGD regio Utrecht. Geen grote verschillen in ervaren gezondheid naar leeftijd Ruim acht op de tien deelnemers die in de regio Utrecht ervaart hun gezondheid op dit moment (afname periode 10-14 februari) als (zeer) goed. Dit schommelt tussen 81% en 82% voor deelnemers tussen de 16 en 69 jaar oud. 76% van de 70 plussers evalueert hun gezondheid als (zeer) goed. Wanneer er gekeken wordt naar het rapportcijfer dat de deelnemers hun leven op het moment van invullen geven zijn er grotere verschillen zichtbaar. Gemiddeld is dit een 6,7 op een schaal van 1-10. En dit varieert van 6,1 bij de 16-39 jarigen tot 7,3 bij de deelnemers van 70 jaar en ouder. Landelijk is dit rapportcijfer 6,8.

32

Grote verschillen tussen leeftijdsgroepen in psychische gezondheid 57% van de 16-39 jarigen voelt psychisch gezond in meetronde 10 (10-14 februari)1 (Figuur 1). Zelfs 21% van de 16-39 jarigen geeft aan dat ze zich psychisch matig tot ernstig ongezond voelen. Het percentage van psychische gezondheid loopt op met de leeftijd, 78% van de 40-54 jarigen en zelfs 91% van de 70 plussers geeft aan zich psychisch gezond te voelen in meetronde 10. Wanneer er gekeken wordt naar verandering over tijd valt te zien dat er alleen een afname in psychische gezondheid van 9% te zien is bij de 16-39 jarigen tussen meetronde 9 (30 december – 3 januari 2020) en meetronde 10 (10 februari tot 14 februari). Voor de andere leeftijdscategorieën is de psychische gezondheid stabieler.

Psychische gezondheid over tijd per leeftijdscategorie 100% 80% 60% 40% 20% 0% Psychisch Psychisch Psychisch Psychisch Psychisch Psychisch Psychisch Psychisch Psychisch gezond licht matig of gezond licht matig of gezond licht matig of ongezond ernstig ongezond ernstig ongezond ernstig ongezond ongezond ongezond 11-15 nov

30 dec-3 jan 16-39

40-54

55-69

10-14 feb 70+

Figuur 1 Psychische gezondheid gemeten met MHI-5, gemeten tussen meetronde 8 (11 november – 15 november) en meetronde 10 (10 februari – 14 februari).

1

Gemeten met de MHI-5. Dit is een instrument dat de algemene psychische gezondheid van (in dit onderzoek) de afgelopen 7 dagen in de bevolking meet aan de hand van de volgende vragen: Voelde u zich erg zenuwachtig?, Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?, Voelde u zich kalm en rustig?, Voelde u zich neerslachtig en somber? en Voelde u zich gelukkig?

33

Gevoelens van eenzaamheid stijgen sinds de zomer De coronapandemie duurt nu al ruim een jaar en de crisis met bijbehorende maatregelen heeft impact op het emotioneel functioneren. In Figuur 2 staat weergeven hoeveel procent van de deelnemers zich eenzaam voelt over alle meetronden (12-24 april tot 1014 februari). Er valt te zien dat tijdens de eerste meetronde (12-24 april) bijna 70% van de deelnemers zich enigszins tot sterk eenzaam voelt. Dit neemt af, tot 47% tijdens de zomer, waarna de cijfers gelijkmatig stijgen tot aan bijna 70% in meetronde tien (10 februari – 14 februari).

Mate van eenzaamheid onder deelnemers panel GGD regio Utrecht 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 17-24 april

7-12 mei 27 mei-1 juni

27-21 juni

8-12 juli

19-23 30 sept-4 11-15 aug okt nov

30 dec-3 10-14 feb jan

Figuur 2 Percentage deelnemers dat zich enigszins of sterk eenzaam voelt over alle meetronden.

Grote verschillen in eenzaamheid Wanneer er gekeken wordt naar gevoelens van eenzaamheid, valt vooral op dat deelnemers tussen de 16 en 39 jaar zich, tijdens alle meetronden, zich het vaakst eenzaam voelen (74%) (Figuur 3). Daarnaast is te zien dat het percentage deelnemers dat zich eenzaam voelt in alle leeftijdscategorieën is gestegen tussen de drie meetronden. De stijging is het grootst tussen meetronde negen (30 december – 3 januari) en meetronde tien (10 februari – 14 februari) voor de 40-54 jarigen (10%). Wat opvalt is dat het voor de 70 plussers nagenoeg gelijk is gebleven.

Eenzaamheid over tijd per leeftijdscategorie 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 11-15 nov

30 dec-3 jan

55-69

70+

10-14 feb

34

Figuur 3 Percentages deelnemers dat zich enigszins of sterk eenzaam voelt tussen meetronde 8 (11 november – 15 november) en meetronde 10 (10 februari – 14 februari).

Ruim 40 procent 16-39 jarigen voelde zich vaak gestrest de afgelopen week 44% van de 16-39 jarigen voelde zich (heel) vaak gestrest in de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst (Figuur 4). De gevoelens van stress nemen af naarmate de stijgt. Een kleine 20% van de 40-54 jarigen voelde zich (heel) vaak gestrest, terwijl dit percentage nog veel lager is voor mensen van 55 jaar en ouder. Opvallend is dat maar 22% van de 16-39 jarigen zich (vrijwel) nooit gespannen heeft gevoeld in de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst.

Gevoelens van stress per leeftijdscategorie 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 (heel) vaak

55-69 soms

70+

(vrijwel) nooit

Figuur 4 Gevoelens van stress afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in meetronde 10 (10 februari – 14 februari).

Het overgrote deel van de deelnemers is veerkrachtig Ondanks dat de eenzaamheid toeneemt en voornamelijk jongeren stress ervaren, is het overgrote deel van de deelnemers veerkrachtig (Figuur 5). Als bepaalde activiteiten niet meer mogelijk zijn, gaat het bijna 60% van de 16-39 jarigen actief op zoek naar alternatieven. Dit percentage neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

35

Actief zoeken naar alternatieven 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54

(Helemaal) mee oneens

55-69 Neutraal

70+

(Helemaal) mee eens

Figuur 5 Actief zoeken naar alternatieven tijdens meetronde 10 (10 februari - 14 februari).

Wanneer het gaat om het geloof dat er ook positieve dingen uit deze situatie te halen vallen, is hier ook de overgrote meerderheid het er mee eens (Figuur 6). Wat wel opvalt is dat de 40-54 jarigen en 55-69 jarigen, respectievelijk 72 en 66%, beduidend meer overtuigd zijn dan 16-39 jarigen en 70 plussers. In deze groepen is rond de 61% het er mee eens.

Positieve dingen uit deze situatie halen 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54

(Helemaal) mee oneens

55-69 Neutraal

70+

(Helemaal) mee eens

Figuur 6 Positieve dingen uit de situatie halen tijdens meetronde 10 (10 februari - 14 februari).

Bijna driekwart van de deelnemers eet nog hetzelfde als voor de coronacrisis 71% van de deelnemers geeft aan dat ze niet ongezonder of gezonder zijn gaan eten vergeleken met voor de coronacrisis (Figuur 7). Er zijn wel grote verschillen zichtbaar naar leeftijd. Duidelijk meer 16-39 jarigen hebben hun voedingspatroon aangepast. 31% is veel minder gezond gaan eten tegen over 3% bij de 70 plussers. Opvallend is dat het percentage deelnemers dat ongezonder is gaan eten afneemt naarmate de leeftijd stijgt.

36

Gezond eten 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 (veel) minder gezond

55-69 hetzelfde

70+

(veel) gezonder

Figuur 7 Gezond eten afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in meetronde 10 (10 februari – 14 februari).

Bijna 50% van de deelnemers is minder gaan sporten Bij bewegen en sporten zien we juist dat veel mensen minder zijn gaan bewegen of sporten vergeleken met voor de coronamaatregelen (Figuur 8). Ook hier geldt dat bij de groep 16-39 jarigen het beweegpatroon het meest is veranderd, bijna 60% beweegt minder. Het percentage deelnemers dat minder is gaan bewegen is aanzienlijk lager in de leeftijdsgroepen 40-54 en 55-69, respectievelijk 46% en 43%. Meetronde 10 is afgenomen terwijl alle sporten in groepsverband niet mogelijk was. De eerste versoepelingen voor het sportbeleid zijn vorig week ingegaan.

Bewegen en sporten 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54 (veel) minder

55-69 even veel

70+

(veel) meer

Figuur 8 Bewegen en sporten afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in meetronde 10 (10 februari – 14 februari).

Bijna vier op de tien 16-39 jarigen zijn minder alcohol gaan drinken Van de 16-39 jarigen die alcohol drinken is 36% minder alcohol gaan drinken (Figuur 9). Opvallend is dat het aantal 40-54 jarigen dat is geminderd veel lager is, namelijk 23%. Een mogelijke verklaring voor het minder alcohol drinken is dat dit een sociale activiteit is. En door de maatregelen zijn er nu minder contacten en ontmoetingen mogelijk. Dat

37

een deel van deelnemers juist meer is gaan drinken is mogelijk een manier om of met de ervaren stres rondom de coronacrisis om te gaan of uit verveling juist doordat er nu minder ontmoetingen mogelijk zijn. Bij de 16-39 jarigen valt te zien dat bijna 20% meer is gaan drinken, terwijl dit maar 3% is bij de 70 plussers.

Gebruik alcohol 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39

40-54

(veel) minder alcohol

55-69 even veel

70+

(veel) meer alcohol

Figuur 9 Alcoholgebruik in de afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in meetronde 10 (10 februari – 14 februari).

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9957877/1