PR21.076 Brf. Groene Driehoek reactie RIB21.051 (windlocaties Zeist)
Tekst van het document
Gemeenteraad Zeist Postbus 513 3700 AM Zeist
Ontv. Griffie 22-03-2021/PR21.076/468152
De Groene Driehoek – Zeist Zeist, 16 maart 2021 Betreft: Reactie brief RIB21_051 Kansrijkheid windlocaties op grondgebied van Zeist d.d. 10.03.21 Geachte leden van de raad, Voor u ligt de reactie van Werkgroep de Groene Driehoek op de brief van B&W (RIB21_051 Kansrijkheid windlocaties op grondgebied van Zeist d.d. 10.03.21). De werkgroep heeft een aantal kanttekeningen bij de brief van B&W en het bijgevoegde rapport van Bosch & Van Rijn (B&VR) en zou deze graag met u willen delen. Ze hebben betrekking op de wijze waarop de opdracht van de gemeenteraad door B&VR is uitwerkt, op de wijze waarop de inzetbaarheid van NNN-gebied worden gewaardeerd en op de wijze waarop de voordelen van A12Spoorzone worden ingevuld. Tot slot komen een aantal verzamelde bevindingen aan bod. Werkgroep de Groene Driehoek ondersteunt de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Zeist en is niet zondermeer tegen windenergie. Zij is echter van mening dat grootschalige opwek van energie door mega-windturbines en grootschalige zonnevelden niet noodzakelijk is omdat er goede alternatieven beschikbaar zijn die door de werkgroep de afgelopen maanden in kaart zijn gebracht.
De werkgroep stelt verder dat als de gemeente Zeist kiest voor CO2-neutraal in 2050 in plaats van energie-neutraal, zij - de noodzakelijke- ruimte overhoudt voor de realisatie van doelstellingen op het vlak van natuurbehoud en -beleving en de ontwikkeling van biodiversiteit. De uitwerking van de opdracht Als onderdeel van de besluitvorming in de raadvergadering van 6 oktober 2020 (inclusief de uitloopvergadering van 13 oktober 2020) Duurzame opwek elektriciteit/Beleidsvisie zonnevelden is door wethouder Catsburg toegezegd dat: de gemeente, naast de verkenning in de A12-Spoorzone, ook kansen voor zonnevelden en windenergie op andere locaties zal blijven verkennen. In het verslag van de raad staat: ‘Parallel aan de gebiedsvisie komen wij met een overzicht (notitie) van alle mogelijke opweklocaties in Zeist. In de notitie zullen wij de beperkingen en kansen noemen’. Ook uit het videoverslag valt op te maken uit de woorden van de wethouder Catsburg dat niet slechts naar 'wind' gekeken zou worden in aanvullend onderzoek maar naar 'zon en wind'. In het rapport van B&VR staat de onderzoeksvraag als volgt beschreven: Volgend op het onderzoek wenst de gemeente Zeist een verdere indicatie van de kansrijkheid van windturbines op de verschillende locaties met mogelijkheden voor windenergie.
Op basis van dit aanvullende onderzoek trekt B&W de conclusie dat de A12-Spoorzone (locatie B1) het meest kansrijk blijft, net zoals beschreven in het eerste rapport Verkenning windenergie in de gemeente Zeist van B&VR (januari 2020). Dat zou geen verrassing mogen zijn omdat er feitelijk dieper naar eerder onderzochte aspecten is gekeken dan geheel nieuwe aspecten rondom de inzet van windturbines en zonne-energie. Opvallende afwezige in het laatste rapport zijn de cultuurhistorische criteria. Verder valt op dat Kamp Zeist (locatie E1) in het tweede rapport wat meer kansrijk uit de bus komt ten opzichte van het eerste rapport. Volgens Werkgroep Groene Driehoek is deze invulling niet conform de toezegging maar slechts op één onderdeel uitgewerkt en dan ook nog eens in beperkte mate: windenergie, en dan alleen in de vorm van de mega-windturbines. Kleinere formaten zijn niet onderzocht. Andere vormen van opwekking van energie door wind zijn in het geheel niet onderzocht. De toezegging ook andere gebieden in Zeist te onderzoeken naar (grootschalige) opwek van zonneenergie, blijft tot op heden afwezig. Mogelijk wordt de Beleidsvisie Zonnevelden als vaststaand beleidskader beschouwd. Daarin is evenwel - op het eerste oog tamelijk willekeurig - gekozen voor drie typologieën ‘niet kansrijk’, ‘beperkt kansrijk’ en ‘kansrijk’.
Als ook kleinere velden overwogen worden, is er buiten de A12-Spoorzone veel meer sprake van kansrijke locaties die gezamenlijk evenveel rendement kunnen halen met minder impact op de omgeving. Provinciaal beschermde gebieden Als het gaat om NNN-gebied wordt gesuggereerd alsof het verboden is daar duurzame energie op te wekken. Dat kwam naar voren in de raadsvergadering van oktober jl. en nu ook weer in de brief van B&W: Vooruitlopend op ontwikkelingen op provinciaal niveau is er in deze studie ook gekeken naar eventuele mogelijkheden die ontstaan wanneer windmolens in het Natuur Netwerk Nederland (NNN)gebied in de toekomst wél toegestaan zouden zijn Er is echter geen verbod en er is ook geen provinciaal beleid met die vergaande strekking. In werkelijkheid is het beleid zoals het ook in de brief - en in het rapport van B&VR - staat genoemd: In NNN en groene contouren (toekomstig NNN) zijn windturbines in principe niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang en er geen reële andere mogelijkheden zijn. Windturbines kunnen onder deze uitzondering vallen. Wel moeten negatieve effecten voor de natuur zoveel mogelijk worden beperkt door mitigerende maatregelen en moeten overgebleven negatieve effecten worden gecompenseerd door inrichting van nieuwe natuur elders.
Het gebruik van code rood in provinciaal beschermende gebieden in het laatste rapport van B&VR berust dan ook op diezelfde aanname NNN op voorhand uit te sluiten, waar dat wettelijk gezien geen absolute conditie is. Een wezenlijke afweging hoe bijvoorbeeld – bij eventuele plaatsing van windturbines – de biodiversiteit wordt geschaad in bos tegenover de situatie in halfopen landschap met griendbos, zou als uitkomst kunnen hebben dat tweede geval nadeliger is. Nu lijkt mede op grond van een niet bestaand “verbod” te zijn gekozen voor De Groene Driehoek (A12-Spoorzone). De opmerking In zijn algemeenheid ziet Staatsbosbeheer alleen kansen voor windmolens op hun gronden wanneer deze langs infrastructuur liggen, is niet in overeenstemming met het geformuleerde beleid van deze instantie zelf: Het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) is overigens niet uitgesloten, want ook binnen het NNN bevinden zich plekken waar windmolens de natuur weinig schade toebrengen. De ‘voordelen’ van locatie B1 nader bekeken Voor wat betreft het overzicht van de locatie-duiding van de A12 -Spoorzone in de brief van B&W hoeven de genoemde voordelen niet persé de kant op te werken die wordt gesuggereerd: 1. Er wordt gesteld dat het gebied relatief dun bevolkt is. Ten eerste is dat betrekkelijk omdat
de impact op Odijk niet is meegenomen. Als dat wel het geval zou zijn, dan zou het aspect leefomgeving direct rood gekleurd worden in het overzicht. Het lijkt erop dat hier alleen woningen uit de gemeente Zeist zijn meegeteld. Ten tweede heeft dunbevolkt in dit geval ook een positieve connotatie, namelijk de mogelijke aanwezigheid van buitengebied met natuur met mogelijk hoge recreatieve waarde. 2. Het feit dat het gebied niet makkelijk toegankelijk genoemd wordt betekent niet automatisch dat het minder waardevol is of dat de visuele verstoring minder impact heeft. Het tegendeel is het geval omdat juist het de beleving van het buitengebied gebaat is bij open zichtlijnen over grote afstand. Een mega-windturbine zal tot ver buiten het gebied zichtbaar zijn. 3. Genoemd wordt dat dit gebied relatief weinig woningen kent met direct en volledig zicht op de windmolens. De locatie ligt bij de rand van Odijk, maar is afgescheiden door de geluidswal ten zuiden van de A12 waardoor de windmolens gedeeltelijk zichtbaar zijn. De genoemde geluidswal is uiteraard bedoeld tegen het geluid van de A12 en feitelijk zou deze verbeterd (lees fors verhoogd) moeten worden om de extra overlast tegen te gaan met alle nadelige gevolgen van dien voor de aantrekkelijkheid van de leefomgeving van de inwoners van Odijk aan die kant.
De vraag is wat in dit verband ‘gedeeltelijk zichtbaar’ betekent in het geval van mega-windturbines van 225 meter of hoger. Is het voldoende als de eerste 50 meter aan het zicht wordt onttrokken en de overige 175 meter niet? De inwoners van Odijk zullen hoe dan ook in groten getale en mate overlast ondervinden op alle aspecten. Dit is dan ook geen voordeel maar eerder een groot – verborgen- nadeel. 4. Het argument van de mogelijkheid van ‘cable pulling’ is geen specifiek voordeel van dit gebied, dat geldt voor iedere locatie waar zon- en windoplossingen gezamenlijk worden ingepast. Een aantal aandachtspunten 1. Algemeen. Het oordeel van B&VR over de ‘kansrijkheid’ is uiteindelijk gebaseerd op een mix van harde en zachtere biologische (ecologische), fysische, ruimtelijke en maatschappelijke afwegingen. Op een aantal van deze aspecten kan B&VR in onze ogen niet als expert gezien worden en zou het rapport vooral als wegwijzer moeten dienen voor nader onderzoek door meer gespecialiseerde partijen. 2. In de brief van B&W wordt geconcludeerd dat de A12-Spoorzone theoretisch groot genoeg is om de doelstelling voor 2030 wat betreft grootschalige duurzame opwek via windmolens en zonnevelden te realiseren.
Deze formulering wekt opnieuw de suggestie dat de A12Spoorzone al is voorbestemd voor grootschalige opwek juist omdat B&W stellen dat de definitieve invulling van deze doelstelling nog nader bepaald dient te worden (o.a. door het opstellen van de gebiedsvisie). 3. In de brief van B&W staat dat in de A12-Spoorzone niet in NNN-gebied ligt. Toch is dat deels wel het geval, en ook in het eerste rapport van B&VR staat: In het oosten van het gebied vormen woningen nabij Beerschoten en de aanwezigheid van NNN-gebied belemmeringen. Dit zou in bijlage 1 van het rapport moeten worden aangepast. 4. In de brief van B&W wordt gesproken over betrokkenheid van inwoners van buurgemeenten bij de gebiedsvisie. Dat is op het moment van schrijven mogelijk de intentie maar nog geen realiteit. 5. In het eerste rapport van B&VR wordt over Kamp Zeist gesteld: Mocht de sloop doorgaan dan vormt de bebouwing op het terrein niet langer een belemmering voor de realisatie van windturbines. Er ontstaat dan een mooie gelegenheid om twee windturbines te plaatsen en de rest van het terrein te gebruiken om het bosgebied uit te breiden. In het tweede rapport van B&VR wordt – zonder verdere uitleg wat betreft het verschil – het gehele gebied 'groen' ingetekend (NNN). 6. Landschap. Voor de A12-Spoorzone is de opstelling zichtbaar voor omwonenden van de woonclusters.
Omdat de opstelling slechts uit twee windturbines bestaat beslaat deze niet de
gehele horizon en kan hier wel deels ‘omheen gekeken’ worden. Dit klinkt veelbelovend maar is bijna niet serieus te nemen, omdat ‘ergens omheen kijken’ zou betekenen dat je het soms ook niet hoeft te zien. Als er mega-windturbines worden geplaatst, die qua omvang volledig uit verhouding zijn met de bestaande ruimte inrichting, verandert het aanzien en de beleving van de ruimte geheel en niet maar een beetje. 7. Ecologie. In het tweede rapport van B&VR wordt het risico voor vogels en vleermuizen (door botsing) zeer oppervlakkig benaderd. Zo mist het gegeven dat roofvogels als de buizerd meer risico lopen in halfopen terrein dan in bos. 8. Leefomgeving. Het feit dat er in A12-Spoorzone sprake is van één of meerdere woningen die als 'sfeerwoning' getypeerd kunnen worden en daarmee de plaatsing van minimaal één van de ingetekende mega-windturbines in de weg staat, doet de kwalificatie 'kansrijk' geen eer aan. 9. Recreatie. Het rapport van B&VR vermeldt terecht dat er in het gebied A12-Spoorzone ook zwaarwegende belemmeringen bestaan vanwege recreatie, hetgeen wordt bevestigd door de steeds grote(re) hoeveelheden recreanten in dit gebied, zowel op de verharde wegen als op de klompen- en bospaden. De druk op dit gebied zal voor dit aspect alleen maar toenemen door toenemende verstedelijking. Met vriendelijke groet, Namens De Groene Driehoek - Zeist