CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.073 Regionale rapportage COVID-19 20210303

Raad 23 maart 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Stand van zaken corona-aanpak en raadsvoorstel Vrijgeven financiën TONK7.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 3 maart 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGE PER GEMEENTE ............................................................... 29 BIJLAGE 2. GEDRAGSONDERZOEK VAN GGD-EN EN RIVM: TESTEN, VACCINEREN EN TWEEDE KAMER VERKIEZINGEN ............................................................................................................................................... 32

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. De eerste piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag, waarna er vanaf eind oktober weer een afname was. Vanaf eind november is het aantal besmettingen opnieuw fors gestegen naar zo’n 12.000 besmettingen per dag, na het instellen van de lockdown is het is het aantal besmettingen per dag geleidelijk afgenomen. Sinds januari is het aantal stabiel gebleven rond de 4000 per dag, de laatste weken lijkt er weer sprake van een toename.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. Peildatum: 2 maart 2021 10:00. Bron RIVM

Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Tot en met 3 februari 09:00 uur zijn in totaal 87.286 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Na een flinke afname sinds half december neemt het aantal besmettingen in de laatste 2 weken weer toe. In week 8 werden er 2.372 personen positief getest.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 1 maart.

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, was er vanaf medio juli (week 28 2020) weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal 4

besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 was er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week- en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Deze toename was aanleiding voor het instellen van strengere maatregelen, zoals de lockdown en later ook de avondklok. De effecten van deze strengere maatregelen waren in de eerste 5 weken in 2021 zichtbaar. Sinds de laatste paar weken was er opnieuw een zorgelijke stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename wordt ook landelijk gezien en geduid als het begin van een mogelijke derde golf. Nieuwe varianten Afgelopen weken zagen we een lichte toename in het aantal registraties in de regio. Vanaf begin januari zijn de besmettelijkere nieuwe varianten waaronder de Britse- en Zuid Afrika mutatie in Nederland aangetroffen. Door middel van modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 50% tot 70% van alle nieuwe besmettingen betreft.

Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe variant (en). Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Verlenging lockdown en avondklok tot in ieder geval 15 maart Op maandag 14 december jl. is een lockdown aangekondigd naast andere maatregelen en zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve meter ook van toepassing is op middelbare scholen. De eerste effecten van de lockdown lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager is dan in de periode ervoor. Door het steeds vaker aantreffen van de besmettelijkere Britse variant in Nederland zijn op 19 januari jl. extra maatregelen aangekondigd waaronder beperkingen op ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid Amerika. Daarnaast is op 23 januari jl. de avondklok toegevoegd in dit maatregelenpakket. Dit houdt in dat tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mag zijn, mits een geldende uitzonderingsregel. In de persconferentie van 23 februari jl. is een verlenging van de lockdown en avondklok tot in ieder geval 15 maart 04:30 aangekondigd. Basisscholen en kinderopvang zijn vanaf 8 februari weer open. Middelbare scholen en het MBO gaan vanaf 1 maart weer open (minimaal 1 dag in de week).

Vanaf 3 maart mogen sommige contactberoepen weer starten. Daarnaast mogen winkels op afspraak klanten (maximaal 2 per verdieping) ontvangen. Aantal COVID-19 positieve patienten naar eerste ziektedag In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 augustus uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 14 december jl. hebben we effecten teruggezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Na ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we

5

een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. Inmiddels zien we het aantal besmettingen weer toenemen. De IC- en kliniekbezetting met COVID-19-patiënten stabiliseert de afgelopen week en er is een kleine afname in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. In Nederland zitten we daarom nog steeds in een zeer ernstig situatie. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden. Daarmee blijft de situatie in de regio Utrecht zeer ernstig. Binnen de regio worden relatief gezien de meeste ziektegevallen gezien in Bunschoten, wat ook grotendeels verklaard kan worden door het ruimte testbeleid in het kader van het onderzoek ‘Grootschalig testen’. De wekelijkse incidentie in week 8 is toegenomen naar 178 per 100.000 inwoners (week 7: 142 per 100.000 inwoners). Het vindpercentage in regio Utrecht in week 8 was met 7% vrijwel gelijk aan week 7. Hiermee zit de regio ver onder het landelijke gemiddelde van 9%.

Een belangrijke oorzaak hiervan is de toename van het aantal afgenomen testen, o.a. door de pilot grootschalig testen in de gemeente Bunschoten. In Bunschoten worden ook veel mensen zonder klachten getest, waardoor het vindpercentage in Bunschoten veel lager zou uitvallen. De laatste 2 weken is het vindpercentage in Bunschoten echter hoger uitgevallen dan in de rest van de regio, mogelijk doordat we nu rest-infecties vinden bij mensen die eerder nog niet getest waren (zonder klachten), maar ook omdat er relatief veel hertesten worden uitgevoerd onder mensen met positieve testen. Zonder Bunschoten zou het regionale vindpercentage uitkomen op 6,9%. Als het landelijke cijfer wordt gecorrigeerd voor de 3 landelijke onderzoeken rondom grootschalig testen, dan zou dit uitkomen op 9,8%. Ook met het huidige vindpercentage blijft de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het bronen contactonderzoek (BCO) wordt volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten. In meerdere regio’s is de werkdruk dermate hoog, dat het BCO daar al in minder uitgebreide vorm wordt uitgevoerd. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes.

Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten.

6

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 3 maart.

7

Vaccinaties Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen. Inmiddels zijn sinds 8 januari in totaal (eerste en tweede doses) 54.192 (d.d. 2 maart 10:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd (figuur 4). Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90plussers in de regio. Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen. Sinds maandag 15 februari is een locatie in Amersfoort operationeel. Vanaf 1 maart is locatie Veenendaal geopend. Alle geleverde vaccins worden gebruikt. Beschikbaarheid van vaccins en prioritering doelgroepen wordt landelijk bepaald en afhankelijk van toelating en levering vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie.

Figuur 4. Aantal vaccinaties (eerste en tweede dosis) gegeven door GGD regio Utrecht. Peildatum 3 maart 09:00 uur. Door code rood was de priklocaties op 7 februari 2021 gesloten en op 15 februari ‘s ochtend gesloten. Door landelijke vaccines levering problemen was locatie Houten 26 februari t/m 1 maart gesloten.

Pilot gemeente Bunschoten Vanaf maandag 8 februari is de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht gestart met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. De pilot duurt 6 weken en eindigt op vrijdag 19 maart 2021. Inwoners van Bunschoten vanaf 6 jaar kan zich laagdrempelig laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. In de eerste week hebben een kleine 4000 inwoners zich laten testen. Aantal afgenomen testen in week 8 is ruim 2200. Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus 8

binnen de gemeente. Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. Aantal positief gesteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 5 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. In figuur 6 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht de laatste 4 weken. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de vrijwel alle gemeenten gestegen.

In gemeente Bunschoten is het aantal besmettingen per 100.000 het hoogst, mede omdat voor het grootschalig testen ook inwoners zonder klachten worden getest, die anders niet waren getest. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 5 en 6). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 22 t/m 28 februari 2021. Peildatum: 1 maart .

9

Figuur 6. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 1 t/m 28 februari 2021. Peildatum: 1 maart.

Figuur 7 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Het aantal besmettingen in de gemeenten Bunschoten is door het grootschalig testen sterk gestegen naar meer dan 700 op 100.000 inwoners in afgelopen week en zit daardoor landelijk weer hoog in de top 10 van de gemeenten met de hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Met 178 besmettingen per 100.000 inwoners zit de regio Utrecht landelijk gezien in de middenmoot qua aantal besmettingen. Het huidige aantal betekent wel een toename van 25% vergeleken met vorige week. Dit is na de regio Kennemerland (27% toename) de grootste toename van alle veiligheidsregio’s. Het landelijke aantal besmettingen zit op 183 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar behoort relatief gezien tot de gemeenten met het laagste aantal besmettingen. Vorige week (22 t/m 28 februari, bron RIVM) waren het de gemeenten Bunschoten, Montfoort, Eemnes, Lopik, en Woerden met het grootste aantal meldingen in de regio Utrecht.

10

Figuur 7. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 16 februari t/m 2 maart 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 2 maart 2021.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Het aantal besmettingen van 80-plussers is weer licht afgenomen naar 4,8%. Vanaf medio januari was er een toename te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, waarschijnlijk het effect van het opening van de scholen. Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weer waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschoolleeftijd (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27), vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. We zagen dat het percentage in de groep 0-12 toenam in de laatste week van 8,8% naar 10,7%. In de leeftijdscategorie 19-27 jaar is het aantal besmettingen terug gestabiliseerd naar 15,5%.

Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 1 maart.

Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 1 maart.

In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 1 t/m 28 februari. De gemeenten Amersfoort, De Bilt, Ijsselstein, Leusden, Utrechtse Heuvelrug, en Zeist hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 80+. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals Bunschoten, Lopik, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht en Woudenberg. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 11). De gemeenten

12

Renswoude bijvoorbeeld heeft maar 31 besmettingen de laatste 4 weken, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat is ook terug te zien in het aantal besmettingen.

Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 1 t/m 28 februari 2021, peildatum 1 maart.

13

Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 1 2021 t/m 28 februari 2021, peildatum 1 maart.

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 1 t/m 28 februari 2021. De meeste besmettingen afgelopen week waren te herleiden tot de gezinssituatie, werk, en intramurale langdurige zorg.

14

Figuur 12. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 1 t/m 28 februari 2021. Peildatum: 1 maart.

15

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni 2020 kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. Hiermee spelen we in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. Met ingang van 3 februari jl. is het testbeleid verder uitgebreid door eerder en vaker te testen met als doel infecties sneller op te sporen. Huisgenoten en overige nauwe contacten (categorie 1 en 2) worden geadviseerd zich zo snel mogelijk te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. De quarantaine van 10 dagen na de laatste blootstelling kan alleen worden opgeheven bij een negatieve testuitslag van de test op of na dag 5. Overige, niet nauwe contacten (categorie 3) wordt geadviseerd om zich te laten testen op (of rond) dag 5 na blootstelling, ook als zij geen klachten hebben. Deze contacten krijgen geen quarantaine-advies. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 6.800 testen per dag.

Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. Het aantal testen is afgelopen week tussen de 3.000 naar 5.000 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect. Op zondag 7 februari en maandagochend 15 februari waren door de weersomstandigheden (code rood) de teststraten tijdelijk gesloten. Een opvallende toename is te zien in het aantal geteste kinderen van 0 t/m 12 jaar. Sinds het opengaan van de scholen en kinderopvang is het aandeel van deze leeftijdsgroep gestegen van 4,1% in week 4 tot 15,5% in week 8.

16

Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 3 maart 09:00 uur.

Het aantal afgenomen testen is in week 8 toegenomen naar 30.545 afgenomen testen (week 7: 23.757). In totaal zijn sinds 2 juni ruim 792.426 testen door de GGD regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 3 maart 09:00 uur), dat is 9,3% van alle testen die door GGD’en in Nederland zijn uitgevoerd. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage in regio Utrecht in week 8 was met 7% vrijwel gelijk aan week 7. Hiermee zit de regio ver onder het landelijke gemiddelde van 9%. Een belangrijke oorzaak hiervan is de toename van het aantal afgenomen testen, onder andere door de pilot grootschalig testen in de gemeente Bunschoten. In Bunschoten worden ook veel mensen zonder klachten getest, waardoor het vindpercentage in Bunschoten veel lager zou uitvallen. De laatste 2 weken is het vindpercentage in Bunschoten echter hoger uitgevallen dan

17

in de rest van de regio, mogelijk doordat we nu rest-infecties vinden bij mensen die eerder nog niet getest waren (zonder klachten), maar ook omdat er relatief veel hertesten worden uitgevoerd onder mensen met positieve testen. Zonder Bunschoten zou het regionale vindpercentage uitkomen op 6,9%. Als het landelijke cijfer wordt gecorrigeerd voor de 3 landelijke onderzoeken rondom grootschalig testen, dan zou dit uitkomen op 9,8%. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Noord-Holland-Noord (14,1%), ZuidHolland-Zuid (12,9%), en Zandstreek-Waterland (12,7%).

Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 1 maart 09:00 uur.

18

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 1183 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 1 maart), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt, en Zeist is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).

Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 1 maart.

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 1 maart.

19

Voor zover bekend bij de GGD regio Utrecht zijn er in de periode 23 februari t/m 2 maart 2021 om 10:00 uur landelijk 309 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode (22 t/m 28 februari 2021) 32 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

20

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 17.

Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 30 november 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 2 maart 2021 10:00 uur.

In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

21

Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 1 maart.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Figuur 19. Aantal Covid-19 clustergerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 1 maart.

In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente.

22

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen over personen met verward gedrag. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Door de coronacrisis en quarantaine maatregelen, zowel in de eerste als in de tweede golf, is de druk op de groep mensen met verward gedrag toegenomen en is er risico dat meer mensen in kwetsbare situaties terechtkomen. In het jaarverslag 2020 van het MAB worden deze zorgwekkende ontwikkelingen benoemd. Zo nam het aantal meldingen met bijna een verdubbeling toe. In 2019 ontving het MAB gemiddeld 9,4 meldingen per week, in 2020 waren dit 17,6 meldingen. Mensen met verward gedrag hebben vaak complexe problematiek op meerdere levensgebieden. Tijdens de coronaperiode is een toename te zien in meldingen die betrekking hebben op overlast, huiselijk geweld en suïcidaal gedrag.

Niet alleen de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd voor een stijging in het aantal meldingen (zie figuur 20), ook heeft de invoering van de Wvggz, vanaf januari 2020, gezorgd voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht. Gemiddeld worden ruim 50 meldingen per maand vanuit het landelijk meldpunt doorgezet naar het MAB.

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 2 maart.

23

3. Zorgcontinuïteit 3.1 Ziekenhuizen De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). Huidige fase is oranje. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op test-uitslag, zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. De aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek bezetting COVID zijn de afgelopen week gelijk gebleven. Er is voldoende COVID capaciteit op de IC’s en kliniek in de regio. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 21. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 2 maart 11:24 uur

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december nam het echter weer toe (figuur 21). Vanaf begin januari is er een voorzichtige daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames waarbij momenteel weer sprake is van stabilisatie in de aantallen.

24

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Verloop IC-bezetting in de tijd

180

IC: aantal bedden bezet met NON-COVID… IC: aantal bedden bezet met COVID…

160 140 120 100 80 60 40 20

17-feb

3-feb

20-jan

6-jan

23-dec

9-dec

25-nov

11-nov

28-okt

14-okt

30-sep

16-sep

2-sep

19-aug

5-aug

22-jul

8-jul

24-jun

10-jun

27-mei

13-mei

29-apr

15-apr

1-apr

0

Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 2 maart.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt langzaam af de afgelopen week.

Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 2 maart.

25

3.2 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. • Momenteel zijn er 24 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 43 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. • Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 74,4% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 55,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 32%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder onder andere door een ruimer testbeleid, waarbij ook asymptomatische patiënten worden getest. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen week een daling zien. Ook beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week een daling zien.

Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 2 maart. Bron GHOR.

26

Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 2 maart. Bron GHOR.

Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 2 maart. Bron GHOR.

3.3

Opvanglocaties buiten het ziekenhuis

De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. De opschaling in het aantal extra bedden (fase: hoog) is afgerond. Dit brengt het huidig aantal extra bedden op 81 (incl. hospice). Naast de V&V hebben ook de GHZ en GGZ tijdelijke COVID-19 opvanglocaties georganiseerd. Deze zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.

Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 2 maart. Bron GHOR.

Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 2 maart. Bron GHOR.

27

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

28

Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentage per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 7 en 8 uitgevoerd op 1 maart. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente In overeenstemming met de toename in het aantal afgenomen testen op de GGD regio Utrecht teststraten stijgt het aantal geteste inwoners per gemeente in de weken 7 en 8 verder. Meer mensen met klachten laten zich dus testen, echter het hooikoorts seizoen zal hier ook een rol in kunnen spelen. Daarnaast is het testbeleid iets verruimd in deze periode, waardoor niet nauwe contacten zich ook kunnen laten testen. Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste zes weken is per gemeente weergeven in figuur 2 en 3. In bijna alle gemeenten is het aantal afgenomen testen gestegen ten opzichte van week 5 en 6. Gemeente Bunschoten valt voornamelijk op door het zeer hoge aantal testen per 100.000 inwoners.

Vanaf 8 februari is in gemeente Bunschoten een pilot Grootschalig Testen gestart, waarbij iedereen vanaf 6 jaar wordt opgeroepen om zich te laten testen in één van de 4 tijdelijke teststraten in de gemeente.

Test aantallen per gemeente per 100.000 inwoners, peildatum 1 maart 25000 20000 15000 10000 5000 0

week 3 & 4

week 5 & 6

week 7 & 8

Figuur 1. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 18 januari t/m 28 februari 2021. Peildatum 1 maart.

29

Gemeente week 3 & 4 week 5 & 6 week 7 & 8 Amersfoort 2622 2390 4061 Baarn 2043 1737 3076 Bunnik 2422 2218 3904 Bunschoten 2460 14132 19853 De Bilt 2402 2423 3834 De Ronde Venen 2114 1939 3442 Eemnes 2941 2390 3947 Houten 2385 2088 4046 IJsselstein 2460 2606 4738 Leusden 2852 2796 3967 Lopik 2585 2958 4362 Montfoort 1768 2041 4498 Nieuwegein 2464 2296 3210 Oudewater 2033 2043 3910 Renswoude 2131 1984 3325 Rhenen 2689 2003 3658 Soest 2165 2023 3339 Stichtse Vecht 2338 1957 3827 Utrecht 3122 2795 4498 Utrechtse Heuvelrug 2114 1894 2999 Veenendaal 2414 2302 4160 Vijfheerenlanden 2718 2394 3406 Wijk bij Duurstede 2317 1848 3278 Woerden 1937 2186 4381 Woudenberg 3001 2253 3458 Zeist 2716 2538 3947 Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 18 januari t/m 28 februari 2021. Peildatum 1 maart.

30

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 3 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven. De gemeenten Eemnes, Lopik, Montfoort, Oudewater, Rhenen, Vijfheerenlanden en Woerden zitten allemaal boven de 10% in de afgelopen week en dus ruim boven het gemiddelde van de regio 7%.

Vindpercentages per gemeente per week, peildatum 1 maart 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Week 6

Week 7

Week 8

Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 8 t/m 28 februari 2021. Peildatum 1 maart.

31

Bijlage 2. Gedragsonderzoek van GGD-en en RIVM: Testen, vaccineren en tweede kamer verkiezingen Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober, de achtste peiling van 11 tot 15 november, de negende peiling van 30 december tot 3 januari en de tiende peiling van 10 tot 14 februari. Het onderzoek gaat over het gedrag van mensen, wat ze vinden van de gedragsmaatregelen van de overheid en hoe het fysiek, mentaal en sociaal met ze gaat in dit coronatijdperk. Minder dan de helft van de mensen laat zich testen bij klachten Het percentage mensen dat zich heeft laten testen bij klachten in de afgelopen zes weken over de tijd is weergegeven in figuur 1. In een tijdsbestek van een half jaar is te zien dat 44% zich laat testen bij klachten.

We zien vanaf meetronde 7 (30 sept – 4 okt) een stijging in het aantal mensen dat zich laat testen naar een maximaal aantal van 53% in meetronde 9 (30 dec – 3 januari). In deze periode zagen we de testaantallen regionaal en landelijk ook toenemen. Waarschijnlijk hebben veel mensen zich uit voorzorg laten testen in verband met de feestdagen. Het aantal mensen dat zich laat testen bij klachten is teruggelopen met 12% in de periode tussen begin januari (meetronde 9) en halverwege februari (meetronde 10). Deze periode zagen we de testaantallen per week afnemen, terwijl de testcapaciteit ruim boven de vraag was.

Testen bij klachten afgelopen zes weken 100% 80% 60% 40% 20% 0% 19 - 23 aug 30 sept - 4 11 - 15 nov okt Ja

Nee

30 dec - 3 jan

10 - 14 feb

Totaal

Weet ik niet

Figuur 1 Testen bij klachten in de afgelopen zes weken vanaf meetronde zes (19 augustus 2020 – 23 augustus 2020) tot en met meetronde tien (10 februari 2021 – 14 februari 2021).

Veel mensen laten zich binnen 2 dagen testen bij klachten Figuur 2 toont de duur tot testen bij klachten per leeftijdsgroep. Ruim 91% van de mensen met klachten laat zich binnen een week testen. In het algemeen laten bijna twee derde (65%) zich binnen 2 dagen testen. Wat opvalt is dat bijna 80% van de 16-39 jarigen dit binnen 2 dagen doet, terwijl de 70 plussers vaak langer wacht. De hoeveelheid mensen dat zich laat testen binnen 2 dagen neemt af naarmate de leeftijd stijgt. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat 70 plussers mogelijk afhankelijk zijn van anderen om naar een testlocatie te gaan.

32

Duur tot testen bij klachten 100% 80% 60% 40% 20% 0% 16-39 1-2 dagen

40-54

55-69

3-4 dagen

70+

5-7 dagen

Totaal > 7 dagen

Figuur 2 Duur tot testen bij klachten in meetronde tien (10 februari 2021 – 14 februari 2021).

Een kleine 20% van de mensen is bang voor mogelijke bijwerkingen van het coronavaccin De angst voor mogelijke bijwerkingen van het vaccin en hoe deze angst verandert over tijd tussen twee meetronden wordt getoond in figuur 3. Van de ruim 3500 ondervraagden geeft in totaal 18% aan dat bang zijn voor mogelijke bijwerkingen van het coronavaccin. Hierbij is te zien dat 23% en 20% van de respectievelijke leeftijdsgroepen 16-39 jaar en 40-54 jaar hier last van heeft. Wat opvalt is dat beduidend minder 70 plussers hier last van hebben (11%). Wanneer het verschil in angst wordt bestudeerd tussen meetronde negen (30 dec – 3 jan) en meetronde 10 (10 – 14 feb) is te zien dat de angst voor bijwerkingen licht is afgenomen. Concreet betekent dit een afname van 8% (26% in meetronde 9 t.o.v. 18% in meetronde 10). Ten tijde van peiling 9 werd er nog niet gevaccineerd in Nederland en was er veel media aandacht voor het vaccinatie beleid. Ondertussen wordt er volop gevaccineerd in Nederland, waarbij eerste de kwetsbare groepen en hun verzorgers worden opgeroepen.

Angst voor mogelijke bijwerkingen vaccin

Angst voor bijwerkingen vaccin over tijd

100%

100%

80%

80% 60%

60%

40% 40% 20% 20%

0% 30 dec - 3 jan

0% 16-39

40-54

55-69

(Helemaal) mee oneens

Neutraal

70+

Totaal

(Helemaal) mee eens

(Helemaal) mee oneens

10 - 14 feb Neutraal

(Helemaal) mee eens

Figuur 3 Angst voor mogelijke bijwerkingen vaccin in meetronde tien (10 februari 2021 – 14 februari 2021) en de verandering hierin over tijd in meetronden negen (30 december – 3 januari) en tien (10 februari 2021 – 14 februari 2021).

33

Ruim tweederde van de mensen gaat naar buiten met klachten De redenen om naar buiten te gaan met verkoudheidsklachten zijn weergeven in figuur 4. Ruim 39% van de mensen gaat naar buiten om een frisse neus te halen. Daarnaast gaat 31% naar buiten voor een test en 29% voor de boodschappen. Men gaat aanzienlijk minder naar buiten voor het werk of om de hond uit te laten, respectievelijk 12% en 11%.

Figuur 4 Reden om naar buiten te gaan met verkoudheidsklachten voor meetronde tien (10 februari 2021 – 14 februari 2021).

34

De meeste mensen maken zich geen zorgen over het risico van een besmetting in het stemlokaal Op 17 maart 2021 vindt de Tweede Kamerverkiezing plaats. Figuur 5 toont het percentage mensen dat zich zorgen maakt over het risico op besmetting in het stemlokaal. In meetronde 10 (10 – 14 februari) is er gevraagd naar de zorgen over het risico van een mogelijke besmetting in het stemlokaal. Van de 1192 ondervraagden geeft 53% aan zich helemaal geen zorgen te maken, 16% van de mensen staat er neutraal in en een kleine 30% maakt zich hier zorgen over.

Zorgen over risico besmetting in het stemlokaal 100% 80% 60% 40% 20% 0% (Helemaal) mee oneens

Neutraal

(Helemaal) mee eens Niet van toepassing

Figuur 5 Zorgen over risico op besmetting in het stemlokaal in meetronde tien (10 februari 2021 – 14 februari

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9889264/1