PR21.066 Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake burgerparticipatie Omgevingsvisie
Tekst van het document
466499
Aan de gemeenteraad van de gemeente Zeist Postbus 513 3700 AM Zeist
Betreft: Invulling participatie Ruimtekaart en Omgevingsvisie
Zeist, 11 maart 2021
Geachte leden van de gemeenteraad, Naar aanleiding van de bijeenkomst over de Ruimtekaart / Omgevingsvisie van 3 maart j.l. vragen wij uw aandacht voor de invulling van de burgerparticipatie bij de omgevingsvisie. Volgens de gezamenlijke website van het Rijk, de VNG, de IPO en Unie van Waterschappen “aandeslagmetdeomgevingswet.nl” is bij een omgevingsvisie participatie over omgevingskwaliteiten én beleidsdoelen heel belangrijk (zie in deze ook de bijlage): “Met participatie kunnen overheden bij inwoners of gebruikers van een gebied
perspectieven en toekomstbeelden ophalen. Zo kunnen ze hen actief betrekken bij de visie. Hierbij kunnen overheden bijvoorbeeld situatieschetsen en scenario’s gebruiken om toekomstige ontwikkelingen en effecten uit te beelden.” Vanwege deze beschrijving waren wij n.a.v. vragen door participanten dienaangaande zeer verbaasd dat wij op 3 maart 2021 van de begeleiders van de zogenaamde Ruimtekaart voor Zeist te horen kregen, dat: • Op de Ruimtekaart de waarden/kwaliteiten van Zeist worden opgenomen; • De Ruimtekaart geen beeld gaat geven van de ruimtelijke ambities van Zeist; Besluiten daarover (bijvoorbeeld ambities voor bouwplannen, tramlijn, enz.) worden apart genomen. en dan langs de Ruimtekaart gelegd; • De ambities van Zeist uit de Propositie en de Mobiliteitsvisie worden zonder algemene en ruimere participatie met dialoog en ophalen informatie en discussie aan de Omgevingsvisie toegevoegd; • De omgevingsvisie een ‘vormvrij’ document is, dus dat de gemeente vrij is deze invulling te kiezen. Uiteraard is het heel belangrijk dat de kwaliteiten van Zeist goed in beeld worden gebracht. Maar als wij het goed begrepen hebben, geeft de Ruimtekaart wél de omgevingskwaliteiten van Zeist weer maar niet de samenhang met de ambities en beleidsdoelen van de
2 gemeente. Dan ontstaat er op de Ruimtekaart geen transparant beeld van de ruimtelijke ontwikkeling en de visie van de gemeenteraad daarop (vergelijk in die zin dus ook de huidige: ‘Structuurvisie – Zeist schrijf je met een Q’). Want het is o.i. nu juist ook in het kader van de omgevingsvisie van belang hoe in relatie met andere ambities met de kwaliteiten van Zeist wordt omgegaan. En hoe de kwaliteiten in het belang van de inwoners en van de gewenste ontwikkeling van Zeist zo goed mogelijk in stand blijven en of verbeterd worden. De visie hierop bepaalt dus o.i. als het goed is ook het afwegingskader en de prioriteiten voor een bepaalde plek. Als de participatie daadwerkelijk is zoals de aanpak zoals door de gemeente in de bijeenkomst van 03 maart 2020 aangegeven dan schiet deze o.i. dan ook te kort. Dit omdat dan de bescherming en ook de o.i. noodzakelijke verbetering van de kwaliteiten van Zeist niet in een volwaardig participatieproces aan de orde komen. De nieuwe Omgevingswet beoogt meer burgerparticipatie te bewerkstelligen. De wet stelt burgerparticipatie verplicht bij het vaststellen van een Omgevingsvisie, maar laat het aan de gemeente over om de participatie in te vullen. Dat betekent het volgende: 1. Als een Omgevingsvisie alleen bestaat uit de Ruimtekaart wordt niet aan de wettekst voldaan. De wet schrijft voor dat een omgevingsvisie bestaat uit: a.
een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. kwaliteiten, ontwikkelingen en beleidsdoelen. 2. Participatie vindt in de op 03 maart 2021 aangekondigde aanpak dus slechts plaats over een ‘halve’ omgevingsvisie. Inwoners en hun organisaties wordt in die zin dan de kans ontnomen te participeren op een manier als bedoeld in de Omgevingswet in de visievorming over de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Dus over de visievorming over al dan niet gewenste veranderingen in de leefomgeving en de bescherming/verbetering van aanwezige kwaliteiten en ook op het beheer van de leefomgeving. 3. De gemeenteraad komt zijn toezegging niet na van ruimere burgerparticipatie over verschillende belangrijke beleidskeuzen op ruimtelijk gebied. Want bij trajecten als de Propositie, Utrecht Nabij en Contour Rep gesteld of in elk geval de indruk gewekt dat verder reikende burgerparticipatie dan via het insiderstraject bij de Ronde Tafel aan de orde zou komen in het kader van de Omgevingsvisie. Door kwaliteiten en ambities bij de burgerparticipatie te scheiden, blijven visie en afwegingen tijdens de participatie onduidelijk.
Bovendien vindt hierover geen dialoog plaats in de samenleving en ontstaat er zo dus geen totaalbeeld van de gedachten in de samenleving over de ruimtelijke ontwikkeling. Andere gemeenten in de omgeving kennen een langer en meer diepgaand participatieproces (vergelijk o.a. gemeenten Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, De Bilt). Wij kunnen ons niet voorstellen dat u als gemeenteraad de inwoners en hun maatschappelijke organisaties buiten de deur wilt houden bij de basiskeuzen over belangrijke ruimtelijke besluiten. En inwoners niet in staat wil stellen ook gewenste veranderingen, bijvoorbeeld richting een (meer) biodiverse gemeente en de leefomgeving in het algemeen, zoals een schonere lucht of minder geluidhinder, en dat dan in relatie tot andere ambities aan te geven. Dat ook gezien de opgaven waar we met zijn allen voor staan, zoals op het gebied van duurzaamheid. Wij willen u als raad daarom uitdrukkelijk verzoeken om de aangekondigde aanpak te veranderen.
3
Wij willen u in die zin ook verwijzen naar de aanpak van de Structuurvisie “Zeist schrijf je met een Q”. Deze bestond uit ophalen van waarden en ambities, uitwerkingen in thema’s en gebieden. Hieraan gekoppeld waren wijk, doelgroep- en themabijeenkomsten. Een regiegroep van collegeleden, adviseurs en inwoners adviseerde over de aanpak tot een goede en brede participatie te komen (niet over de inhoud, maar over het proces). Wij willen dan ook een dringend beroep op u doen om inwoners en maatschappelijke organisaties op een serieuze en ook actieve wijze te betrekken bij de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en in het bijzonder de omgevingsvisie, die toch in belangrijke mate de toekomst van Zeist zal bepalen en waaraan we uiteindelijk alleen met iedereen samen vorm kunnen geven. Juist door een zorgvuldige (en dus uitgebreide) participatie wordt daar dan feitelijk een vruchtbare basis voor gerealiseerd. Hoogachtend, P. Greeven
B. de Wolf
Bijlage Participatie bij een omgevingsvisie (naar de website: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/participatieinstrumenten/participatie-omgevingsvisie )
Afz.: Stichting Milieuzorg Zeist e.o. P/a: B. de Wolf Kometenlaan 70 3721 JV Bilthoven
4 Bijlage
Participatie bij een omgevingsvisie In hun omgevingsvisie leggen overheden voor de lange termijn hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. Hierbij is participatie heel belangrijk. De omgevingsvisie Een omgevingsvisie gaat in op de ontwikkeling, het beheer, het gebruik, de bescherming en het behoud van de fysieke leefomgeving. Zo’n omgevingsvisie is ‘beeldvormend’. Met participatie kunnen overheden bij inwoners of gebruikers van een gebied perspectieven en toekomstbeelden ophalen. Zo kunnen ze hen actief betrekken bij de visie. Hierbij kunnen overheden bijvoorbeeld situatieschetsen en scenario’s gebruiken om toekomstige ontwikkelingen en effecten uit te beelden. Motiveringsplicht Heeft een overheid een omgevingsvisie gemaakt? Dan vindt de wetgever dat hierin moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten en provincies geven hierbij ook aan hoe zij invulling hebben gegeven aan hun participatiebeleid. Dat noemen we de motiveringsplicht. Deze staat in artikel 10.7 van het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag neemt deze motivering op in het vaststellingsbesluit.
Denkwijzer In de Denkwijze(r) voor goede participatie staan deze aandachtspunten bij het inrichten van participatie bij een omgevingsvisie: • De omgevingsvisie gaat over alle terreinen van de leefomgeving, en op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, gezondheid, verkeer en vervoer, infrastructuur, cultureel erfgoed, veiligheid en klimaat. Organiseer ook participatie daarom integraal en zorg dat kennis van alle domeinen in het participatieproces aanwezig is. • Stem het proces voor een eventuele plan-milieueffectrapportage (mer) af met het participatieproces van de omgevingsvisie. Gebruik informatie uit de mer om participanten inzicht te geven in effecten van beleid, alternatieve oplossingen. Gebruik deze informatie ook bij de afwegingen bij beleidskeuzen. En omgekeerd: gebruik participatie als bron voor de mer. • Geef duidelijk aan wat de ruimte voor inbreng is als het gaat om opgaven die opgelegd worden vanuit andere wet- en regelgeving vanuit Europa, het Rijk of de provincie. • Bespreek wat er van elkaar verwacht wordt bij de totstandkoming en uitvoering van de omgevingsvisie. Wat is de rol van het bevoegd gezag? Hoe wordt deze ingevuld? Wat wordt verwacht van anderen (sturingsfilosofie)?
Meer informatie • Bekijk ook de aanvullende praktische informatie in de Denkwijze(r) voor goede participatie. • In de aanpak van de participatie per fase staat meer informatie over het maken van een omgevingsvisie. Bij de praktijkverhalen vindt u ook een aantal specifieke verhalen over participatie bij een omgevingsvisie. • Lees ook de andere pagina bij regelgeving die over de omgevingsvisie gaat van gemeente, provincie en het Rijk.