PR21.050 Regionale rapportage COVID-19 20210210
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 10 februari 2021
1
Inhoudsopgave
INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 25 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1.
Virusverspreiding
1.1.
Aantal positief geteste personen
Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 30 november. De eerste piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag, waarna er in november ook een afname te zien was. Vanaf 30 november zagen we dat het aantal besmettingen opnieuw fors steeg naar zo’n 12.000 besmettingen per dag. De afgelopen weken daalt het aantal besmettingen per dag geleidelijk. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio.
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 31 augustus. Peildatum: 9 februari 2021 10:00. Bron RIVM
Tot en met 10 februari 09:00 uur zijn in totaal 81.090 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. De afgelopen weken is er licht toename te zien in het aantal meldingen. In week 5 werden er 1883 personen positief getest. In week 4 waren dit 1760 personen in de regio Utrecht.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 9 februari
4
De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, was er vanaf medio juli (week 28 2020) weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 was er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week- en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. De langzame daling van de afgelopen weken is inmiddels gestopt. Afgelopen week zagen we een lichte toename in het aantal registraties in de regio. Vanaf begin januari is de besmettelijkere nieuwe varianten waaronder de Britse- en Zuid Afrika mutatie in Nederland aangetroffen.
Door middel van modellering van het RIVM wordt geschat dat de nieuwe varianten inmiddels ruim 70% van alle nieuwe besmettingen betreft. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe variant (en). Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Verlenging lockdown tot in ieder geval 1 maart Op maandag 14 december jl. is een lockdown aangekondigd naast andere maatregelen en zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve meter ook van toepassing is op middelbare scholen. De eerste effecten van de lockdown lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager is dan in de periode ervoor. Door het steeds vaker aantreffen van de besmettelijkere Britse variant in Nederland zijn op 19 januari jl. extra maatregelen aangekondigd waaronder beperkingen op ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid Amerika. Daarnaast is op 23 januari j.l. de avondklok toegevoegd in dit maatregelenpakket. Dit houdt in dat tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mag zijn, mits een geldende uitzonderingsregel. In de persconferentie van 2 februari jl. is een verlenging van de lockdown tot in ieder geval 1 maart a.s aangekondigd.
Basisscholen en kinderopvang zijn vanaf 8 februari weer open. Daarnaast mogen consumenten vooraf geplaatste bestellingen, op vooraf afgesproken tijden, ophalen bij de winkel. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden. De wekelijkse incidentie is gestegen van 127 per 100.000 inwoners per week in week 4 naar 138 per 100.000 inwoners in week 5. Daarmee is de situatie in de regio Utrecht nog altijd ernstig. Het regionale vindpercentage in week 5 nam minimaal toe naar 9,4% en blijft daarmee hoog. Het landelijk vindpercentage is gedaald van 11.4% naar 10.7%. Het regionale vindpercentage ligt onder het landelijke gemiddelde, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het Bron- en contactonderzoek (BCO) wordt volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten.
5
Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 augustus uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl.
hebben we effecten teruggezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Na ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. De IC- en kliniekbezetting met COVID-19-patiënten stabiliseert de afgelopen week en er is een kleine afname in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. Echter de dalende trend gaat niet snel genoeg en met de besmettelijkere variant die in Nederland circuleert zitten we in nog steeds in een zeer zorgelijke situatie. Aantal afgenomen testen neemt af Vanaf de kerstdagen zien we dat het aantal afgenomen testen afneemt, waardoor het percentage positieve testen zeer hoog blijft en nauwelijks afneemt. Dit duidt erop dat de infectiedruk nog steeds erg hoog is. Daarnaast is de druk in de ziekenhuizen en in de verpleeghuizen nog erg hoog door onder andere het aantal besmettingen en ziekte of quarantaineverzuim onder personeel. Afgelopen week is er ook minder getest. Een deel van de verklaring is te vinden in de weersomstandigheden het afgelopen weekend. Doordat er op zondag sprake was van code rood zijn de test- en vaccinatielocaties uit veiligheidsoverwegingen gesloten Maandag 8 februari jl.
zijn weer alle teststraten in gebruik genomen en is testen en vaccineren weer mogelijk. Gezamenlijk met o.a. gemeenten worden extra inspanningen verricht om warme, sneeuwvrije en ruim bemande test- en vaccinatielocaties te garanderen. Indien mensen zelf liever niet op pad gaan met code geel of oranje kan de afspraak worden verzet.
6
aatrege en orona a g anges er te aatrege en oor intro tie st enten. n ore a er i t reser eren i aan o st gezon ei s e en a ter aten naa en te e oonn er. ening teststraato i o oor oran e an en en ringen a iseren o in arantaine te gaan. a g a i aa aanta an ersonen itno igen in eigen is. i eesten in grote groe en ee t ie ereen ast zit aats oora gaan een gezon ei s e en ezoe ers ge en a res en te e oonn er o . arantaine erio e naar agen. . se t egiona e aatrege en in zorge i e regio s aaron er regio tre t . ore a ont angt geen nie e gasten na en s it o . a i a e groe sgrootte an ersonen et itzon ering an e onstraties re igie ze i een o sten it aarten en ans t eater oorste ingen. e ings i t oor organisatoren an groe en groter an ersonen. . se t is er en tenzi et e t niet an ers an. ezoe eigen oning e er t tot gasten in an ere ge o en a i aa ersonen in ze e geze s a en en een a i an ersonen er r i te. iten a i an ersonen. ore a tot in oo en s it o s ort antines zi n ges oten. egistratie an anten oor onta t eroe en. een ie i s ort e stri en. ies o reis e egingen zo ee oge i te e er en . o t ore a i t. in e s in etai an e s s iten iter i o en er o o er oo a o o en so t r gs na . is a i aa ensen er ag ont angen en geze s a en innen niet in t issit aties en iten estaat it een groe an a i aa ersonen an ers i en e is o . innenr i te a i aa ersonen. een a ate rs ort oor o assenen.
ene enten zi n er o en et een aar itzon eringen. en aar er oer a en oor noo za e i reizen. . no no . a i a e groe sgrootte ersonen iten egra enis ei . sea t eaters z e a en en sa na s i t oor e en. een groe s essen in s orts o en. ringen a ies o t a er ege an ari niet naar et iten an a te reizen. . e . e er an gaat in o o n tot ten inste an ari o onta ten tot et ini te e er en. e niet essenti e in e s s orts o en ie e innen en itenr i te en s o en s iten. a i a e groe sgrootte innen ezoe ers . . . en e e er en iten ersonen o is o en. i zo ee oge i t is. eis niet naar et iten an tot e io aart. . an . n er a e eter rege oo an toe assing o i e are s o en. aatrege en an e e er or en er eng tot ten inste an ari. . an . a i an ezoe er er ag t is ont angen. eis er o oor i ri a en i eri a en aarnaast oeten reizigers een negatie e test its ag a soo een negatie e sne test e en oor et etre en an e er an . on o t ssen en . a i aanta ezoe er it aarten naar ersonen.
Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 10 februari.
7
Vaccinatie Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen. Inmiddels zijn sinds 8 januari 27421 (d.d. 10 feb om 10:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd (figuur 4). Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90-plussers in de regio. Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen. Beschikbaarheid van vaccins en prioritering doelgroepen wordt landelijk bepaald en afhankelijk van toelating en levering vaccins. aast e ’en a ineren e ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie.
Figuur 4. Aantal vaccinaties (eerste en tweede dosis) gegeven door GGD regio Utrecht. Peildatum 10 februari 2021.
Pilot gemeente Bunschoten Vanaf maandag 8 februari is de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht gestart et e i ot ‘ roots a ig testen tra eren en iso eren’. n oners van Bunschoten wordt gevraagd om zich laagdrempelig te laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente. Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden.
8
De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden. Aantal positief gesteste COVID-19 inwoners per gemeente in de regio Figuur 5 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 6 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de vrijwel alle gemeenten gedaald. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 5 en 6).
Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.
Figuur 5. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 1 t/m 7 februari 2021. Peildatum: 8 februari
9
Figuur 6. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 1 t/m 7 februari 2021. Peildatum: 8 februari
Figuur 7 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Het aantal besmettingen in de gemeenten Bunschoten is sterk gedaald naar minder dan 500 op 100.000 inwoners in de laatste twee weken en zit landelijk gezien niet meer in de top 10 van de gemeenten met de hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 128 besmettingen per 100.000 inwoners het een na laagste aantal besmette personen en zit de regio ruim onder het landelijke gemiddelde van 167 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar behoort relatief gezien tot de gemeenten met het laagste aantal besmettingen. Vorige week (2 t/m 9 februari, bron RIVM) waren het de gemeenten Vijfheerenlanden, Woudenberg, Bunschoten, Lopik en Rhenen met het grootste aantal meldingen in de regio Utrecht.
10
Figuur 7. anta in e a ge o en t ee e en i e ’en ge e e COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 26 januari t/m 9 februari 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 9 februari 2021.
11
Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Het aantal besmettingen van 80 plussers is weer licht toegenomen naar 6.8%. Vanaf begin januari was er een opvallende afname te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, waarschijnlijk het effect van het sluiten van de scholen. We zagen dat het percentage in deze groep licht toenam in de laatste week van 14,9% naar 15,7% (figuur 8), voornamelijk in de leeftijds categorieën 16-18 van 3,5% naar 4,7% (figuur 9). Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weer waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) vergeleken met de andere leeftijdsgroepen.
Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 8 februari.
Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 8 februari.
In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 11 januari t/m 7 februari. De gemeenten Baarn, De Bilt, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtste Heuvelrug, en Zeist hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 80+. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel jongeren, zoals Bunschoten, Montfoort, Oudewater, Rhenswoude, Utrecht en Woudenberg. Bij de
12
interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 11). De gemeenten Renswoude bijvoorbeeld heeft maar 47 besmettingen de laatste 4 weken, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.
Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 11 januari t/m 7 februari 2021, peildatum 8 februari.
13
Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 11 januari 2021 t/m 7 februari 2021, peildatum 8 februari 2021
Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 11 januari t/m 7 februari 2021. De meeste besmettingen afgelopen week waren te herleiden tot de gezinssituatie, werk, en intramurale langdurige zorg.
14
Figuur 12. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 11 januari t/m 7 februari 2021. Peildatum: 8 februari
15
1.2.
Testen
Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.
Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10 e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. Met ingang van 3 februari jl. is het testbeleid verder uitgebreid door eerder en vaker te testen met als doel infecties sneller op te sporen. Huisgenoten en overige nauwe contacten (categorie 1 en 2) worden geadviseerd zich zo snel mogelijk te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. De quarantaine van 10 dagen na de laatste blootstelling kan alleen worden opgeheven bij een negatieve testuitslag van de test op of na dag 5. Overige, niet nauwe contacten (categorie 3) wordt geadviseerd om zich te laten testen op (of rond) dag 5 na blootstelling, ook als zij geen klachten hebben. Deze contacten krijgen geen quarantaine-advies. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 5.500 testen per dag.
Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. Het aantal testen is afgelopen week tussen 1.500 naar 3.000 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect. Op zondag 7 februari waren door de weeromstandigheden (code rood) de teststraten dicht.
16
Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 12000 10000 8000
6000 4000 2000
Totaal aantal afgenomen testen
6-feb
30-jan
23-jan
16-jan
9-jan
2-jan
26-dec
19-dec
12-dec
5-dec
28-nov
21-nov
14-nov
7-nov
31-okt
24-okt
17-okt
10-okt
3-okt
26-sep
19-sep
12-sep
5-sep
29-aug
22-aug
15-aug
8-aug
1-aug
0
Maximale test capaciteit
Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 10 februari.
Het aantal afgenomen testen is in week 5 gedaald naar 15.511 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 2 juni ruim 713.121 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 10 februari 09:00 uur), dat is 9,6% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage de afgelopen week is licht afgenomen ten opzichte van voorgaande week, rond de 9,4%. Regionaal daalt het vindpercentage maar minimaal en blijft daarmee hoog evenals het landelijk vindpercentage van 10,7%.
17
De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Zandstreek-Waterland (15,3%), Noord-Holland-Noord (14,5%), en Limburg-Noord (13,2%). Het niet verder dalen van het vindpercentage bij een afnemend aantal testen, kan er op duiden dat de testbereidheid onder de bevolking aan het afnemen is maar niet persé de verspreiding van het virus, wat een zorgelijke ontwikkeling is.
Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 8 februari
18
1.3.
Aantal overledenen COVID-19
In totaal zijn in de regio Utrecht 1058 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 10 februari), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt, Veenendaal, en Vijfheerenlanden is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).
Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 8 februari
Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.
Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 8 februari.
19
Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 2 t/m 9 februari 2021 om 10:00 uur landelijk 408 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode 19 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.
20
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van e ing aan e ’en is eerge en in figuur 17.
Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 30 november 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 9 februari 2021 10:00 uur.
In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.
21
Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 10 februari.
Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.
Figuur 19. Aantal Covid-19 clustergerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 10 februari
In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente.
22
2.2.
Meld- en Adviespunt Bezorgd
Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet er i te geeste i e gezon ei szorg ggz ‘ e n tie’ en o ‘ er ennen n erzoe ’. anneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is, zowel in de eerste als in de tweede golf, het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk hebben de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus en de media aandacht voor psychische problematiek gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 20). Vanaf januari 2020 is sowieso een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.
Aantal meldingen
120 100 80 60 40 20 0
Weeknummer 2021
2020 MAB
Wvggz
Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 10 februari.
23
3. Zorgcontinuïteit 3.1
Ziekenhuizen
De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). De huidige fase blijft oranje. Incidenteel wordt er opgeschaald naar fase rood. Indien opgeschaald wordt, is dit voor een korte periode. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op een testuitslag en/of zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. Na een lichte afname in aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek-bezetting COVID is de afname de afgelopen week gestabiliseerd. Er is voldoende COVID capaciteit op de IC’s en in de inie . enario’s zi n o geste oor o s a en naar code zwart. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk
Figuur 21. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 9 februari
Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december nam het echter weer toe (figuur 21). Vanaf begin januari is er een voorzichting daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames waarbij momenteel weer sprake is van stabilisatie in de aantallen.
24
3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.
Verloop IC-bezetting in de tijd, peildatum 9 februari
180
IC:
NON-COVID…
160 140 120 100 80 60 40 20
3-feb
20-jan
6-jan
23-dec
9-dec
25-nov
11-nov
28-okt
14-okt
30-sep
16-sep
2-sep
19-aug
5-aug
22-jul
8-jul
24-jun
10-jun
27-mei
13-mei
29-apr
15-apr
1-apr
0
Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 9 februari.
3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt langzaam af de afgelopen week.
Verloop Kliniek COVID bezetting, peildatum 9 februari
250
K
:
…
200
150
100
50
3-feb
20-jan
6-jan
23-dec
9-dec
25-nov
11-nov
28-okt
14-okt
30-sep
16-sep
2-sep
19-aug
5-aug
22-jul
8-jul
24-jun
10-jun
27-mei
13-mei
29-apr
15-apr
1-apr
0
Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 9 februari.
3.2 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 53 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 71 vorige
25
week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 74,4% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 55,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 32%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag. Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder onder andere door een ruimer testbeleid, waarbij ook asymptomatische patiënten worden getest.
De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen week een daling zien. Ook de beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week kleine stijging zien.
Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 9 februari. Bron GHOR.
Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 9 februari. Bron GHOR.
26
Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 9 februari. Bron GHOR.
3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in na o ging an e o ra t an e inister an a ri ’ o er anente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Opschaling in het aantal extra bedden (fase: hoog) is afgerond. Brengt huidig aantal extra bedden op 81 (incl. hospice). Naast de V&V hebben ook de GHZ en GGZ tijdelijke COVID-19 opvanglocaties georganiseerd. Deze zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.
Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 9 februari. Bron GHOR.
Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 9 februari. Bron GHOR.
27
3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. orgorganisaties ienen n aan te s a en ia e “eigen” e eran iers. n ien it niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.
28