CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.047 Regionale rapportage COVID-19 20210203

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden6.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 3 februari 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 22

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET-ZIEKENHUIZEN) ....................................................................................................... 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28

BIJLAGE 1. ANALYSE AANTAL GETESTE INWONERS REGIO UTRECHT .............................................................. 29

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De eerste piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag, waarna er in november ook een afname te zien was. Vanaf 30 november zagen we dat het aantal besmettingen opnieuw fors steeg naar zo’n 12.000 besmettingen per dag. De afgelopen weken daalt het aantal besmettingen per dag geleidelijk. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Ook met de recente afname behoort Nederland nog steeds tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de laatste 14 dagen.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 31 augustus. Peildatum: 2 februari 2021 10:00. Bron RIVM

Tot en met 3 februari 09:00 uur zijn in totaal 72.496 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Vanaf week 49 nam het aantal besmettingen per week toe tot 6736 in week 51. De afgelopen weken is er afname te zien in het aantal meldingen. In week 4 werden er 1760 personen positief getest in de regio Utrecht.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 2 februari

4

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Op maandag 14 december jl. is een lockdown aangekondigd naast andere maatregelen en zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve-meter ook van toepassing is op middelbare scholen.

Verlenging lockdown tot in ieder geval 1 maart De eerste effecten van de bovengenoemde maatregelen lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager is dan in de periode ervoor. Door het steeds vaker aantreffen van de besmettelijkere Britse variant steeds in Nederland zijn op 19 januari jl. extra maatregelen aangekondigd waaronder beperkingen op ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid Amerika. Daarnaast is op 23 januari j.l. de avondklok toegevoegd in dit maatregelenpakket. Dit houdt dat tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mag zijn, mits een geldende uitzonderingsregel. In de persconferentie van 2 februari jl. is een verlenging van de lockdown tot in ieder geval 1 maart a.s aangekondigd. Wel gaan basisscholen en kinderopvang vanaf 8 februari weer open. Daarnaast mogen consumenten vooraf geplaatste bestellingen, op vooraf afgesproken tijden, ophalen bij de winkel. Inschaling ‘zeer ernstig’ De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten.

De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden. De afgelopen weken is het aantal besmettingen in de regio Utrecht gedaald naar 128 besmettingen per 100.000 inwoners. Het vindpercentage neemt echter nauwelijks af en was 9,3% in de afgelopen week. Het vindpercentage ligt wel onder het landelijke gemiddelde van 11.4%, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het Bron- en contactonderzoek (BCO) wordt volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. In figuur 4 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 augustus uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de

5

GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten teruggezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Nu ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. De IC- en kliniekbezetting met COVID-19-patiënten stabiliseert de afgelopen week en er is een kleine afname in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. Echter de dalende trend gaat niet snel genoeg en met de besmettelijkere Britse variant die in Nederland circuleert zitten we in nog steeds in een zeer zorgelijke situatie. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe variant (en).

Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Landelijke surveillance middels modellering wordt geschat dat de nieuwe varianten de helft tot tweederde van de nieuwe besmettingen betreft. De onzekerheden rondom de verspreiding en de mate van besmettelijk-zijn van de nieuwe variant(en) van het virus, laten afschaling van de maatregelen op dit moment niet toe. Aantal afgenomen testen neemt af Vanaf de kerstdagen zien we dat het aantal afgenomen testen afneemt door een forse daling in het aantal uitgevoerde testen, waardoor het percentage positieve testen zeer hoog blijft en nauwelijks afneemt. Dit duidt erop dat de infectiedruk nog steeds erg hoog is. Daarnaast is de druk in de ziekenhuizen en in de verpleeghuizen nog erg hoog door onder andere het aantal besmettingen en ziekte of quarantaineverzuim onder personeel. Vaccinatie Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen. Inmiddels zijn sinds 8 januari 16620 (d.d. 3 feb 9:00 uur) mensen door GGDrU gevaccineerd (figuur 3). Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90-plussers in de regio. Vanaf 2 februari is er in een tweede priklocatie in de Jaarbeurs door GGDrU begonnen met het vaccineren van ouderen.

Beschikbaarheid van vaccins en prioritering doelgroepen wordt landelijk bepaald en afhankelijk van toelating en levering vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie.

6

Figuur 3. Aantal vaccinaties (eerste en tweede dosis) gegeven door GGD regio Utrecht ten opzichte van landelijk

Pilot gemeente Bunschoten Vanaf begin februari start de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. Inwoners van Bunschoten wordt gevraagd om zich laagdrempelig te laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente. Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren.

Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden.

7

Figuur 4. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 3 februari.

8

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden al enige tijd verdwenen zijn in de regio Utrecht. Figuur 5 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 6 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. In absolute aantallen zijn de meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de vrijwel alle gemeenten gedaald. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken.

Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 5 en 6). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 25 t/m 31 januari 2021. Peildatum: 1 februari.

9

Figuur 6. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 4 t/m 31 januari 2021. Peildatum: 1 februari

Figuur 7 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Het aantal besmettingen in de gemeenten Bunschoten is sterk gedaald naar minder dan 500 op 100.000 inwoners in de laatste twee weken en zit landelijk gezien niet meer in de top 10 van de gemeenten met de hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 128 besmettingen per 100.000 inwoners het een na laagste aantal besmette personen en zit de regio ruim onder het landelijke gemiddelde van 167 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar behoort relatief gezien tot de gemeenten met het laagste aantal besmettingen. Vorige week (22 t/m 29 januari, bron RIVM) waren het de gemeenten Vijfheerenlanden, Woudenberg, Bunschoten, Lopik en Rhenen met het grootste aantal meldingen in de regio Utrecht.

10

Figuur 7. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 19 januari t/m 2 februari 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 2 februari 2021 om 10:00 uur.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Het aantal besmettingen van 80 plussers is weer afgenomen van 6% naar 4.8%. Vanaf begin januari was er een opvallende afname te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, waarschijnlijk het effect van het sluiten van de scholen. We zagen dat het percentage in deze groep licht toenam in de laatste week van 13.5% naar 14.9% (figuur 9), voornamelijk in de jongste leeftijds categorieën 0-12 van 5.6% naar 7.2% (figuur 9). Dit zou kunnen komen door de toename in gebruik van noodopvang voor deze leeftijdcategorie in de laatste paar weken. Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weer waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (1315), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) vergeleken met de andere leeftijdsgroepen.

Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 1 februari.

Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 1 februari.

In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 4 t/m 31 januari. De gemeenten Baarn, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtste Heuvelrug, en Zeist hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 80+. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een

12

groter aandeel jongeren, zoals Bunschoten, Eemnes, Montfoort, Rhenswoude, en Woudenberg. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 11). De gemeenten Renswoude bijvoorbeeld heeft maar 47 besmettingen de laatste 4 weken, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 4 t/m 31 januari 2021, peildatum 1 februari.

13

Gemeente Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten Ijsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk Bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Totaal

0-19 20-39 40-59 60-79 80+ Totaal 148 372 349 203 72 1144 22 31 53 26 20 152 12 14 35 17 2 80 72 126 105 65 14 382 36 79 101 69 33 318 48 94 100 70 5 317 20 18 33 17 4 92 51 78 98 59 9 295 37 60 81 26 5 209 41 57 84 37 7 226 25 41 48 25 4 143 26 18 33 15 1 93 68 153 166 70 24 481 16 25 26 12 3 82 11 14 14 8 47 27 48 72 47 28 222 36 91 92 68 27 314 65 145 117 108 66 501 281 992 554 190 73 2090 48 92 111 72 47 370 92 207 167 101 29 596 100 198 198 132 32 660 14 51 49 47 10 171 56 106 117 55 19 353 37 48 58 22 6 171 74 96 118 76 58 422 1463 3254 2979 1637 598 9931

Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 4 t/m 31 januari 2020, peildatum 1 februari.

14

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 4 t/m 31 januari 2021. De meeste besmettingen afgelopen week waren te herleiden tot de gezinssituatie, werk, en intramurale langdurige zorg.

Figuur 12. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 4 t/m 31 januari 2021. Peildatum: 1 februari

15

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. Met ingang van 3 februari jl. is het testbeleid verder uitgebreid door eerder en vaker te testen met als doel infecties sneller op te sporen. Huisgenoten en overige nauwe contacten (categorie 1 en 2) worden geadviseerd zo snel mogelijk te laten testen, ook als zij geen klachten hebben. De quarantaine van 10 dagen na de laatste blootstelling kan alleen worden opgeheven bij een negatieve testuitslag van de test op of na dag 5. Overige, niet nauwe contacten (categorie 3) wordt geadviseerd om zich te laten testen op (of rond) dag 5 na blootstelling, ook als zij geen klachten hebben. Deze contacten krijgen geen quarantaine-advies. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 7.000 testen per dag.

Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. In de week voor kerst was er een enorme toename te zien in het aantal uitgevoerde testen met ruim 7000 uitgevoerde testen per dag, rond de feestdagen is dit aantal meer dan gehalveerd. Ook landelijk werd deze trend gezien. Mogelijk hebben veel mensen zich voor de kerstdagen nog willen testen voor eventueel familiebezoek. Na de jaarwisseling blijven de testaantallen ver achter vergeleken met december. Het aantal testen is afgelopen week tussen 2.000 naar 3.000 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect.

16

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

Totaal aantal afgenomen testen

Maximale test capaciteit

Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 2 februari.

Het aantal afgenomen testen is in week 4 gedaald naar 15.157 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 2 juni ruim 697.835 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 3 februari 09:00 uur), dat is 9,6% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage de afgelopen week is licht afgenomen ten opzichte van voorgaande week rond de 9,3%. Regionaal daalt het vindpercentage maar minimaal en blijft daarmee hoog evenals het landelijk vindpercentage van 11,4%. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Zandstreek-Waterland (15,9%), Limburg-Noord (15,8%), en NoordHolland-Noord (14,7%). Het niet verder dalen van het vindpercentage bij een afnemend aantal testen, kan er op duiden dat de testbereidheid onder de bevolking aan het afnemen is maar niet persé de verspreiding van het virus, wat een zorgelijke ontwikkeling is.

17

Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 1 februari

18

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 1048 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 3 februari), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt, Veenendaal, en Vijfheerenlanden is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).

Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 2 februari

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 2 februari.

19

Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 26 t/m 2 februari 2021 landelijk 448 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode 19 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

20

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 17.

Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 31 augustus 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 2 februari 2021 10:00 uur.

In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

21

Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 3 februari.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Figuur 19. Aantal Covid-19 clustergerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 3 februari

In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. 2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen 22

met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is, zowel in de eerste als in de tweede golf, het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk hebben de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus en de media aandacht voor psychische problematiek gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 20). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

Aantal meldingen

120 100 80 60 40 20 0

Weeknummer 2021

2020 MAB

Wvggz

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 3 februari.

23

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). De huidige fase blijft oranje. Incidenteel wordt er opgeschaald naar fase rood. Indien opgeschaald wordt, is dit voor een korte periode. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op een testuitslag en/of zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. Na een lichte afname in aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek-bezetting COVID is de afname de afgelopen week gestabiliseerd. Er is voldoende COVID capaciteit op de IC’s en in de kliniek. Scenario’s zijn opgesteld voor opschalen naar code zwart. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 21. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 2 februari

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december nam het echter weer toe (figuur 21). Vanaf begin januari is er een voorzichting daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames waarbij momenteel weer sprake is van stabilisatie in de aantallen.

24

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Verloop IC-bezetting in de tijd, peildatum 2 februari

180

IC: aantal bedden bezet met COVID patiënten IC: aantal bedden bezet met NON-COVID patiënten

160 140 120 100 80 60 40 20

20-jan

6-jan

23-dec

9-dec

25-nov

11-nov

28-okt

14-okt

30-sep

16-sep

2-sep

19-aug

5-aug

22-jul

8-jul

24-jun

10-jun

27-mei

13-mei

29-apr

15-apr

1-apr

0

Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 2 februari.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt langzaam af de afgelopen week.

Verloop Kliniek COVID bezetting, peildatum 2 februari

250

Kliniek: aantal bedden bezet met COVID patiënten 200

150

100

50

20-jan

6-jan

23-dec

9-dec

25-nov

11-nov

28-okt

14-okt

30-sep

16-sep

2-sep

19-aug

5-aug

22-jul

8-jul

24-jun

10-jun

27-mei

13-mei

29-apr

15-apr

1-apr

0

Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 2 februari.

25

3.2 Zorginstellingen (niet-ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 53 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 71 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 74,4% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 55,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 32%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder onder andere door een ruimer testbeleid, waarbij ook asymptomatische patiënten worden getest. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen week een daling zien. Ook de beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week kleine stijging zien.

Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 2 februari. Bron GHOR.

Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 2 februari. Bron GHOR.

26

Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 2 februari. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Opschaling in het aantal extra bedden (fase: hoog) is afgerond. Brengt huidig aantal extra bedden op 81 (incl. hospice). Naast de V&V hebben ook de GHZ en GGZ tijdelijke COVID-19 opvanglocaties georganiseerd. Deze zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.

Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 2 februari. Bron GHOR.

Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum:2 februari. Bron GHOR.

27

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

28

Bijlage 1. Analyse aantal geteste inwoners regio Utrecht Cijfers aangaande test aantallen In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 3 en 4 uitgevoerd op 2 februari jl. Deze analyses verschijnen om de twee weken als bijlage in deze regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente In overeenstemming met de afname in het aantal afgenomen testen op de GGD regio Utrecht teststraten daalt het aantal geteste inwoners per gemeente in de weken 3 en 4 verder. De harde lockdown zal zeker een effect hebben op het verminderen van de infectiedruk, echter zien we daar in het vindpercentage nog geen grote effecten tot nu toe. Er is ruim voldoende capaciteit op de GGD teststraten. In figuur 1 is een regio kaartje te zien met het aantal afgenomen testen per gemeente in 4 categorieën voor week 3 en 4. Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste zes weken is per gemeente weergeven in figuur 2 en 3. In alle gemeenten is het aantal afgenomen testen gedaald ten opzichte van week 1 en 2. Hier is onder andere te zien dat gemeentes met een hoge infectiedruk, als Bunschoten, Renswoude, Rhenen en Veenendaal, relatief gezien het meest testen.

Figuur 1. Regio kaartje met aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 4 t/m 17 januari. Peildatum 18 januari.

29

Aantal geteste inwoners per 100.000, peildatum 2 februari 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

week 52 & 53

week 1 & 2

Week 3 & 4

Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 21 december 2020 t/m 31 januari 2021. Peildatum 2 februari. Tabel 1 - Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 21 december 2020 t/m 31 januari 2021. Peildatum 2 februari.

Gemeente Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Regio

week 52 & 53 week 1 & 2 Week 3 & 4 5020 4064 2625 3551 2931 2047 5372 4246 2429 6526 6046 2488 4124 3927 2404 3682 3275 2114 5115 4466 2941 4770 3739 2391 3688 3155 2463 4750 3937 2852 2965 2910 2585 4721 3435 1768 3605 3278 2468 4457 3959 2033 5309 3894 2149 5448 5095 2689 4326 3420 2165 4258 3781 2335 6071 4749 3126 4560 3790 2116 5605 4482 2421 3816 3524 2725 4136 3605 2321 4950 4013 1941 5523 4520 3009 4775 3847 2721 4966 4087 2613

30

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 3 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven. De top 5 gemeente in de laatste week zijn Bunschoten, Lopik, Montfoort, Veenendaal en Woudenberg. Al deze gemeente zitten boven de 15% in week 4 en dus ruim boven het gemiddelde vindpercentage van 9,3%.

Vindpercentages per gemeente per week, peildatum 2 februari 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0%

Week 2

Week 3

Week 4

Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 11 januari t/m 31 januari. Peildatum 2 februari.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9757326/1