CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.038 Regionale rapportage COVID-19 20210127

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden7.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 27 januari 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIS).................................................................................................. 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28

BIJLAGE 1. VERDIEPEND ANALYSE LANDELIJK ONDERZOEK RIVM EN GGD - WELZIJN EN LEEFSTIJL VAN INWONERS REGIO UTRECHT ........................................................................................................................... 29

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De eerste piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag, waarna er in november ook een afname te zien was. Vanaf 30 november zagen we dat het aantal besmettingen opnieuw fors steeg naar zo’n 12.000 besmettingen per dag. De afgelopen weken daalt het aantal besmettingen per dag geleidelijk. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Ook me de recente afname behoort Nederland nog steeds tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de laatste 14 dagen.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 31 augustus. Peildatum: 26 januari 2021 10:00. Bron RIVM

Tot en met 26 januari 10:00 uur zijn in totaal 77.161 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Vanaf week 49 nam het aantal besmettingen per week toe tot 6736 in week 51. De afgelopen weken is er afname te zien in het aantal meldingen. In week 3 werden er 2209 personen positief getest in de regio Utrecht.

Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 25 januari

4

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Op maandag 14 december jl. is een lockdown aangekondigd naast andere maatregelen en zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Tijdens de persconferentie van dinsdag 12 januari jl. is aangekondigd dat het huidige maatregelenpakket wordt verlengd tot 9 februari. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve-meter ook van toepassing is op middelbare scholen.

De eerste effecten van deze maatregelen lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager is dan in de periode ervoor. Door het steeds vaker aantreffen van de besmettelijkere Britse variant steeds in Nederland zijn op 19 januari j.l. extra maatregelen aangekondigd waaronder beperkingen op ontvangen van bezoek en een reisverbod vanuit Verenigd Koninkrijk, Zuid Afrika en Zuid Amerika. Daarnaast geldt 23 januari j.l. de avondklok toegevoegd in deze maatregelenpakket. Dit houdt dat tussen 21:00 en 4:30 uur niemand op straat mag zijn, mits een geldende uitzonderingsregel. De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling.

Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis van aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden. De afgelopen weken is het aantal besmettingen gedaald naar 164 per 100.000 besmettingen en zit onder de grens van zeer ernstig. Het vindpercentage neemt echter nauwelijks af en was 9,4% in de afgelopen week. Het vindpercentage ligt wel onder het landelijke gemiddelde van 11%, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het Bron- en contactonderzoek (BCO) wordt volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen

5

wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 1 augustus uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Nu ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten.

De IC- en kliniekbezetting met COVID-19-patiënten stabiliseert de afgelopen week en er is een kleine afname in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. Echter de dalende trend gaat niet snel genoeg en met de besmettelijkere Britse variant die in Nederland circuleert zitten we in nog steeds in een zeer zorgelijke situatie. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe variant (en). Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Op basis van modellering RIVM wordt geschat dat van mensen die de afgelopen week (20 t/m 26 januari) positief zijn getest 1/3 de VK variant heeft. De huidige verwachting is dat het aandeel van deze variant in de afgenomen positieve testen begin februari de 50% zal passeren. De onzekerheden rondom de verspreiding en de mate van besmettelijk-zijn van de nieuwe variant(en) van het virus, laten afschaling van de maatregelen op dit moment niet toe. Aantal afgenomen testen neemt af Vanaf de kerstdagen zien we dat het aantal afgenomen testen afneemt door een forse daling in het aantal uitgevoerde testen, waardoor het percentage positieve testen zeer hoog blijft en nauwelijks afneemt. Dit duidt erop dat de infectiedruk nog steeds erg hoog is.

Daarnaast is de druk in de ziekenhuizen en in de verpleeghuizen nog erg hoog door onder andere het aantal besmettingen en ziekte of quarantaineverzuim onder personeel. Vaccinatie Sinds 8 januari is GGDrU gestart met het vaccineren zorgmedewerkers van verzorgingsinstellingen. Inmiddels zijn sinds 8 januari 10572 (d.d. 27 jan) mensen door GGDrU gevaccineerd. Vanaf 26 januari is er door GGDrU ook begonnen met het vaccineren van thuiswonende 90 plussers in de regio. Beschikbaarheid van vaccins en prioritering doelgroepen wordt landelijk bepaald en afhankelijk van toelating en levering vaccins. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie. Pilot gemeente Bunschoten Vanaf begin februari start de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. Inwoners van Bunschoten wordt gevraagd om zich laagdrempelig te laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden.

6

Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente. Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden.

7

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 27 januari.

8

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden al enige tijd verdwenen zijn in de regio Utrecht. Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeenten gedaald. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken.

Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 18 t/m 24 januari 2021. Peildatum: 25 januari.

9

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 18 december 2020 t/m 24 januari 2021. Peildatum: 25 januari

Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Het aantal besmettingen in de gemeenten Bunschoten is sterk gedaald naar minder dan 500 op 100.000 inwoners in de laatste twee weken en zit landelijk gezien niet meer in de top 10 van de gemeenten met de hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 163 besmettingen per 100.000 inwoners het vierde laagste aantal besmette personen en zit de regio ruim onder het landelijke gemiddelde van 213 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar behoort relatief gezien tot de gemeenten met het laagste aantal besmettingen.

10

Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 12 t/m 26 januari 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 26 januari 2021.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 7 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Vanaf begin december was er een opvallende toenemend trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, onder andere door uitbraken op scholen. Met het sluiten van de scholen zijn zagen we dat deze groep snel daalde in aantallen. Na een toename in week 1 van het aandeel van 0 tot 40 jarigen zien we afgelopen week voornamelijk de 0-19 jarigen weer iets afnemen naar 13,4%. In week 3 is het percentage ten opzichte van het totaal aantal besmettingen van 60-79 jarigen en 80 plussers weer afgenomen naar respectievelijk 15,9% en 6%.

Figuur 7- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 25 januari.

Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 25 januari.

Figuur 8 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijden en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 8 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen in week 3 niet veel veranderd vergeleken met voorgaande week onder de 30%. Het aandeel van van 0-12 jarigen blijft ruim boven de 5%. Bij 17,5% van de besmettingen is de leeftijd tussen de 19 en 27 jaar.

12

In figuur 9 en figuur 10 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 11 t/m 25 januari. De gemeenten Bunschoten, Oudewater, Renswoude, Utrecht, en Woerden hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals De Bilt, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, en Wijk bij Duurstede. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 9). De gemeenten Renswoude bijvoorbeeld heeft maar 7 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 9. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 11 t/m 24 januari 2021, peildatum 25 januari.

13

Gemeente 0-19 20-39 40-59 60-79 80+ Amersfoort 80 187 162 113 Baarn 12 17 26 10 Bunnik 5 4 19 10 Bunschoten 32 50 46 27 De Bilt 21 45 49 39 De Ronde Venen 19 43 50 34 Eemnes 9 11 22 13 Houten 16 41 49 26 Ijsselstein 14 38 40 11 Leusden 22 33 41 10 Lopik 12 23 27 11 Montfoort 14 8 17 5 Nieuwegein 29 71 85 37 Oudewater 9 19 7 6 Renswoude 5 6 6 3 Rhenen 12 27 37 27 Soest 12 52 40 33 Stichtse Vecht 18 74 58 50 Utrecht 142 471 271 93 Utrechtse Heuvelrug 21 42 54 38 Veenendaal 37 91 89 41 Vijfheerenlanden 45 95 100 66 Wijk Bij Duurstede 2 31 23 21 Woerden 30 56 55 26 Woudenberg 18 27 29 11 Zeist 22 39 62 30

Totaal 41 583 10 75 1 39 3 158 15 169 3 149 2 57 6 138 2 105 6 112 3 76 1 45 12 234 1 42 20 17 120 16 153 39 239 43 1020 33 22 12 5 7 4 25

188 280 318 82 174 89 178

Figuur 10. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 18 t/m 24 januari 2020, peildatum 25 januari.

14

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 11 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 28 december t/m 24 januari 2021. De meeste besmettingen afgelopen week waren te herleiden tot de gezinssituatie (63%), werk (15,6%), en intramurale langdurige zorg (5,4%). Bij 5,1% van de besmettingen was de bron onbekend.

Figuur 11. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 28 december 2020 t/m 24 januari 2021. Peildatum: 25 januari

15

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 12 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 7.000 testen per dag. Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. In de week voor kerst was er een enorme toename te zien in het aantal uitgevoerde testen met ruim 7000 uitgevoerde testen per dag, rond de feestdagen is dit aantal meer dan gehalveerd. Ook landelijk werd deze trend gezien. Mogelijk hebben veel mensen zich voor de kerstdagen nog willen testen voor eventueel familiebezoek. Na de jaarwisseling blijven de testaantallen ver achter vergeleken met december. Het aantal testen is afgelopen week tussen 2.000 naar 3.000 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect.

16

Figuur 12. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 25 januari.

Het aantal afgenomen testen is in week 3 gedaald naar 18.354 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 2 juni ruim 680.450 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 26 januari begin van de dag), dat is 9,3% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Vindpercentage per week In figuur 13 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage de afgelopen week is licht afgenomen ten opzichte van voorgaande week rond de 9,4%. Regionaal daalt het vindpercentage maar minimaal en blijft daarmee hoog evenals het landelijk vindpercentage van 11%. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Limburg-Noord (15,5%), Noord-Holland Noord (15,2%) en Zandstreek-Waterland (15,2%). De regio Utrecht zit inmiddels ruim onder het landelijke gemiddelde, wat mogelijk te verklaren is door het grote aantal testen dat wordt uitgevoerd. Als mensen minder bereid zijn te testen (zoals in weekend en rond feestdagen) zie je dat het aandeel positieven toeneemt. Als het testen laagdrempelig is zullen ook mensen met weinig klachten eerder bereid zijn om naar een testlocatie te komen.

17

Figuur 13. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 25 januari

18

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 1007 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 25 januari), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt, Veenendaal, en Vijfheerenlanden is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 14).

Figuur 14. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 23 januari

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 15 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 15. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 25 januari.

19

Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 19 t/m 26 januari 2021 landelijk 512 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting (Bron: RIVM). In de regio Utrecht zijn in deze periode 19 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

20

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 16.

Figuur 16. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland vanaf 31 augustus 2020, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 26 januari 2021

In figuur 17 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

21

Figuur 17. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 25 januari.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Figuur 18. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 25 januari

In figuur 18 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring in de afgelopen 14 dagen die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 178 instellingen bekend bij de GGD met 3 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 12,7%. (peildatum 25 januari). Bij de GHOR zijn op dit moment 53 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 26 januari). 22

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is, zowel in de eerste als in de tweede golf, het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk hebben de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus en de media aandacht voor psychische problematiek gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 19). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

Aantal meldingen

120 100 80 60 40 20 0

Weeknummer 2021

2020 MAB

Wvggz

Figuur 19. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 26 januari

23

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). De huidige fase blijft oranje. Incidenteel wordt er opgeschaald naar fase rood. Indien opgeschaald wordt, is dit voor een korte periode. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op een testuitslag, zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. Na een lichte afname in aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek-bezetting COVID is de afname de afgelopen week gestabiliseerd. Er is voldoende COVID capaciteit op de IC’s en in de kliniek. Scenario’s zijn opgesteld voor opschalen naar code zwart. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 20. Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 26 januari

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december nam het echter weer toe (figuur 20). Vanaf begin januari is er een voorzichting daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames.

24

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 21) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Figuur 21. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 26 januari.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt langzaam af de afgelopen week.

Figuur 22. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 26 januari.

25

3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuis) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 53 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 71 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 74,4% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 55,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 32%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder onder andere door een ruimer testbeleid, waarbij ook asymptomatische patiënten worden getest. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen week een daling zien. Ook de beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week kleine stijging zien.

Figuur 23. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 26 januari. Bron GHOR.

26

Figuur 24. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 26 januari. Bron GHOR.

Figuur 25. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 26 januari. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Opschaling in het aantal extra bedden (fase: hoog) is afgerond. Brengt huidig aantal extra bedden op 81 (incl. hospice). Naast de V&V hebben ook de GHZ en GGZ tijdelijke COVID-19 opvanglocaties georganiseerd. Deze zitten niet tegen de maximale capaciteit aan.

27

Locatie

Plaats

Huidige capaciteit

Bezetting per 26-1-2021

Maximale capaciteit (na opschalen fase 2)

De Pol

Nijkerk

26

15

26

Het Haltna Huis

Houten

24

7

24

Parkgraaf/Domstate

Utrecht

14

8

14

Santvoorde

Baarn

15

9

15

Hospice De Wingerd

Amerongen

2

0

2

81

39

81

Totaal

Figuur 26. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 26 januari. Bron GHOR.

Figuur 27. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum:26 januari. Bron GHOR.

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

28

Bijlage 1. Verdiepend analyse landelijk onderzoek RIVM en GGD - Welzijn en leefstijl van inwoners regio Utrecht Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober, de achtste peiling van 11 tot 15 november en negende peiling van 30 december tot 3 januari. Het onderzoek gaat over het gedrag van mensen, wat ze vinden van de gedragsmaatregelen van de overheid en hoe het fysiek, mentaal en sociaal met ze gaat in dit coronatijdperk. Voor een succesvolle bestrijding van het coronavirus is naast preventie van infectie, het omgaan met een infectie ook gezond blijven een heel belangrijk onderdeel. Denk bij gezond blijven aan zaken als gezonde voeding, voldoende beweging, voldoende slaap, ontspanning en sociale contacten. Hoe beter mensen in hun vel zitten hoe beter ze de benodigde gedragsregels om de coronacrisis onder controle te houden ook langdurig kunnen volhouden.

Een gezonde leefstijl helpt ook om mentaal, fysiek en sociaal gezond te blijven. In deze bijlage kijken we dan ook naar een aantal aspecten van gezondheid, mentaal welbevinden en leefstijl van de deelnemers die wonen in de GGD regio Utrecht. Omdat het coronavirus opnieuw razendsnel om zich heen greep, geldt vanaf dinsdag 15 december een lockdown in heel Nederland. De resultaten die hieronder beschreven zijn komen uit de vragenlijst die is afgenomen tussen 30 december 2020 en 3 januari 2021. Deelnemers aan het onderzoek beantwoorden vragen over de afgelopen week. Vanwege het moment van afname van de vragenlijst (30 dec 2020– 3 jan 2021) moet bij de interpretatie van de cijfers rekening gehouden met de feestdagen eind december. Kerst en oud- en nieuw zijn normaal gesproken dagen waarop meer (familie) bezoek en sociale activiteiten plaatsvinden. Waarschijnlijk zijn de deelnemers ook de afgelopen feestdagen, binnen de geldende regels meer op bezoek geweest dan in de weken voor de feestdagen. Echter was er ook veel anders dit jaar in verband met de strenge lockdown. Afhankelijk van de persoonlijke situatie zal deze periode een positieve en/of negatieve invloed kunnen hebben gehad op hun zelf-gerapporteerde welzijn. Dit effect is op basis van de vragenset niet goed te duiden.

29

Verschillen in ervaren psychische gezondheid naar leeftijd Ruim acht op de tien deelnemers die in de regio Utrecht ervaart hun gezondheid op dit moment als (zeer) goed. Dit schommelt tussen 77% voor de 55-69 jarigen en 83% bij de 16-39 jarigen, zie figuur 1. In het rapportcijfer dat de deelnemers hun leven geven op het moment van invullen van de vragenlijst zien we dat er kleine verschillen ontstaan tussen de leeftijdsgroepen. Gemiddeld is dit een 7 op een schaal van 1-10 en dit varieert van 6,6 bij de 16-39 jarigen tot 7,4 bij de deelnemers van 70 jaar en ouder. Landelijk is dit rapportcijfer 7,2. De 16-39 jarige ervaren hun psychische gezondheid ook als minder goed op het moment van afname. 66% van deze groep is psychisch gezond1 tegenover 92% van de 70 plussers.

Ervaren gezondheid 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% (Zeer) goede gezondheid 16-39

Psychisch gezond 40-54

55-69

70+

Figuur 1 Ervaren gezondheid gemeten in peiling 9 (30 dec – 3 jan).

1 Gemeten met de MHI-5. Dit is een instrument dat de algemene psychische gezondheid van (in dit onderzoek)

de afgelopen 7 dagen in de bevolking meet aan de hand van de volgende vragen: Voelde u zich erg zenuwachtig?, Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?, Voelde u zich kalm en rustig?, Voelde u zich neerslachtig en somber? en Voelde u zich gelukkig?.

30

Een derde van de 16-39 jarigen ervaart (heel) vaak stress gevoelens Op de directe vraag hoe men zich de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst voelde geeft 7% van de deelnemers in regio Utrecht aan zich (heel) vaak gevoelens van angst te ervaren. Daarnaast geeft 16% geeft aan (heel) vaak gestrest te zijn in de afgelopen week. Ook heeft 19% (heel) vaak problemen met slapen ervaren in de laatste week. Er zijn wel duidelijke verschillen naar leeftijd (zie figuur 2). Over het algemeen is het mentaal welbevinden van ouderen minder negatief dan bij jongeren. De verschillen zijn het grootst bij het ervaren van stress.

Gevoelens de afgelopen 7 dagen 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% (heel) vaak gevoelens van angst

(heel) vaak gevoelens van (heel) vaak problemen met Enigszins /sterke gevoelens stress slaap van eenzaamheid 16-39

40-54

55-69

70+

Figuur 1 Psychische gezondheid gemeten met MHI-5, gemeten in peiling 8 (11 -15 nov 2020).

7 op de 10 van de 16-39 jarigen voelt zich enigszins tot sterk eenzaam 69% van de deelnemers van onder de veertig voelde zich in de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst enigszins of sterk eenzaam (zie figuur 2). Dit is bij de 4054 jarige duidelijk lager namelijk 58%. In de andere twee leeftijdsgroepen voelt 62% zich enigszins tot vaak eenzaam. Aan de deelnemers zijn ook een aantal stellingen voorgelegd om eenzaamheid te meten, zoals ‘ik ervaar een leegte om me heen’ en ‘Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen’. Deze konden zij beantwoorden met ‘Ja’, ‘Min of meer’ of Nee’. Het percentage deelnemers dat sterke eenzaamheidsgevoelens ervaart is 15%, variërend van17% bij de 16-39 jarigen tot 12% bij de 40-54 jarigen. De jongere deelnemers aan dit onderzoek lijken meer effecten te ervaren van de maatregelen die van invloed zijn op de sociale contacten. Een verklaring hiervoor is dat veel mensen in deze leeftijdsfase normaal gesproken veel sociale contacten met een grote groep diverse personen onderhoudt.

31

Ruim 7 op de 10 deelnemers eet nog hetzelfde als voor de coronacrisis De meeste deelnemers geven aan dat ze niet ongezonder zijn gaan eten vergeleken met voor de coronacrisis. 73% geeft dit aan. Er zijn wel grote verschillen zichtbaar naar leeftijd. 16-24 jarigen hebben hun voedingspatroon het meest aangepast. 33% is veel minder gezond gaan eten tegen over 4% bij de 70 plussers.

Gezond eten 100 80 60 40 F i g u u r 3

20 0 16-39

40-54

(veel) minder gezond

55-69 hetzelfde

70+ (veel) gezonder

Gezond eten afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in peiling 9 (30 dec 2020 – 3 jan 2021).

49% van de deelnemers is minder gaan sporten Bij bewegen en sporten zien we juist dat veel mensen minder zijn gaan bewegen of sporten vergeleken met voor de coronamaatregelen. Ook hier geldt dat bij de groep 16-39 jarigen het beweegpatroon het meest is veranderd. 58% sport minder en 15% is juist meer gaan sporten. Op het moment van afnemen waren alle sportlocaties gesloten en was buiten sporten in groepsverband beperkt toegestaan.

Bewegen en sporten 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 16-39

40-54

(veel) minder

55-69

even veel

70+

(veel) meer

Figuur 4 Bewegen en sporten afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in peiling 9 (30 dec 2020 – 3 jan 2021).

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9718082/1