CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.036 Regionale rapportage COVID-19 20210120

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden8.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 20 januari 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIS).................................................................................................. 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ............................................................. 29 BIJLAGE 2. VERDIEPEND ANALYSE LANDELIJK ONDERZOEK RIVM EN GGD - VACCINATIEBEREIDHEID EN VERTROUWEN IN BELEID................................................................................................................................ 32

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De eerste piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag, waarna er in november ook een afname te zien was. Vanaf 30 november zagen we dat het aantal besmettingen opnieuw fors steeg naar zo’n 12.000 besmettingen per dag. De afgelopen weken daalt het aantal besmettingen per dag geleidelijk. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Met de recente toename in besmettingen behoort Nederland opnieuw tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de laatste 14 dagen.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 31 augustus. Peildatum: 19 januari 2021 10:00. Bron RIVM

Tot en met 20 januari 8:00 uur zijn in totaal 74.935 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Vanaf week 49 nam het aantal besmettingen per week toe tot 6736 in week 51. De afgelopen weken is er afname te zien in het aantal meldingen. In week 2 werden er 2631 personen positief getest in de regio Utrecht.

8000

Aantal besmettingen naar meldingsdag, peildatum 18 januari

7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 9 1011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950515253 1 2 Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 18 januari

4

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Op maandag 14 december jl. is in een toespraak van Premier Rutte een lockdown aangekondigd. De afgekondigde maatregelen zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Tijdens de persconferentie van dinsdag 12 januari jl. is aangekondigd dat het huidige maatregelenpakket wordt verlengd tot 9 februari. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve-meter ook van toepassing is op middelbare scholen.

De eerste effecten van deze maatregelen lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager is dan in de periode ervoor. De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling. Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis van aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden.

De afgelopen weken is het aantal besmettingen gedaald naar 194 per 100.000 besmettingen en zit onder de grens van zeer ernstig. Het vindpercentage neemt echter nauwelijks af en was 9,9% in de afgelopen week. Het vindpercentage ligt wel onder het landelijke gemiddelde van 11%, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Het Bron- en contactonderzoek (BCO) wordt volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten.

5

In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 4 juli uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Eerste effecten huidige lockdown zichtbaar, maar nog niet voldoende Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Nu ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. Deze week lijken ook de eerste effecten zichtbaar te worden in de zorg. De IC- en kliniekbezetting met COVID-19patiënten stabiliseert de afgelopen week en er is een kleine afname in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen.

Echter de dalende trend gaat niet snel genoeg en met de besmettelijkere Britse variant die in Nederland circuleert zitten we in nog steeds in een zeer zorgelijke situatie. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar deze variant. Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. In de regio Utrecht zijn er tot dus ver (d.d. 18 januari) ongeveer 10 tot 20 bevestigde gevallen (Britse variant) bekend. Diverse onderzoeken lopen nog. Het werkelijk aantal ligt hoger: niet alle positieve personen worden getest op de mutatievariant. De UK-mutatie is niet te onderschatten en de bestrijding daarvan vraagt meer dan doorgaan op de huidige voet. De langzame daling die we nu zien is lang niet voldoende om de klap op te vangen van twee keer zo snelle verspreiding met de UK-mutatie, zoals deze nu wordt ingeschat. Aantal afgenomen testen neemt af Vanaf de kerstdagen zien we dat het aantal afgenomen testen afneemt door een forse daling in het aantal uitgevoerde testen, waardoor het percentage positieve testen zeer hoog blijft en nauwelijks afneemt. Dit duidt erop dat de infectiedruk nog steeds erg hoog is. Daarnaast is de druk in de ziekenhuizen en in de verpleeghuizen nog erg hoog door onder andere het aantal besmettingen en ziekte of quarantaineverzuim onder personeel.

Vaccinatie Vanaf 8 januari worden zorgmedewerkers van verpleeghuizen gevaccineerd in Houten bij de GGD regio Utrecht. Beschikbaarheid van vaccins wordt landelijk bepaald. Op 8 januari is gestart met 250 vaccinaties per dag, inmiddels zijn 700 vaccinaties per dag beschikbaar voor deze doelgroep. De verwachting is dat de komende periode meer vaccins beschikbaar komen. Inmiddels heeft de GGD regio Utrecht al ruim 5000 zorgverleners gevaccineerd. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie. Pilot gemeente Bunschoten Vanaf begin februari start de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. Inwoners van Bunschoten wordt gevraagd om zich laagdrempelig te laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus

6

binnen de gemeente. Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om te kijken of deze aanpak ook voor meer gemeenten kan gaan gelden. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden.

7

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 20 januari.

8

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden al enige tijd verdwenen zijn in de regio Utrecht. Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeenten gedaald. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken.

Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 11 t/m 18 januari 2021. Peildatum: 20 januari.

9

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 14 december 2020 t/m 10 januari 2021. Peildatum: 13 januari

Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. De gemeenten Bunschoten heeft meer dan 1000 besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste twee weken en zit landelijk gezien in de top 10 van de gemeenten met de hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 194 besmettingen per 100.000 inwoners het zevende laagste aantal besmette personen en zit de regio onder het landelijke gemiddelde van 226 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar heeft relatief gezien momenteel juist het laagste aantal besmettingen.

10

Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 5 t/m 19 januari 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 19 januari 2021.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Vanaf begin december was er een opvallende toenemend trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, onder andere door uitbraken op scholen. Met het sluiten van de scholen en de kerstvakantie zijn zagen we dat deze groep snel daalde in aantallen. Na een toename in week 1 van het aandeel van 0 tot 40 jarigen zien we afgelopen week voornamelijk de 0-19 jarigen weer iets afnemen naar 13,8%. In week 1 is het percentage ten opzichte van het totaal aantal besmettingen van 60-79 jarigen en 80 plussers weer toegenomen naar respectievelijk 16,6% en 7,5%.

Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 20 januari.

Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 20 januari.

Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijden en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 8 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen in week 2 weer afgenomen naar onder de 30%. Voornamelijk het toegenomen percentage van de leeftijdsgroepen 0-12 jarigen was opvallend afgelopen week. Ook landelijk wordt de stijging bij jongeren gezien, een duidelijke verklaring voor de stijging is nog niet gevonden.

12

In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 4 t/m 18 januari (week 1 en 2). De grote steden Amersfoort en Utrecht hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. De gemeenten Bunschoten, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Woudenberg en Zeist hebben een relatief groot aandeel besmettingen onder de 20 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals de Baarn, Bilt, Rhenen, Stichtse Vecht en Utrechtse Heuvelrug. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 10). De gemeenten Bunnik bijvoorbeeld heeft maar 44 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 4 t/m 18 januari 2021, peildatum 20 januari.

13

Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 4 t/m 18 januari 2020, peildatum 20 januari.

14

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 21 december t/m 17 januari 2021. De meeste besmettingen waren te herleiden tot de gezinssituatie (65,4%) en werk (12,1%). Bij 5,3% van de besmettingen was de bron onbekend. Alle zorginstellingen samen worden in 13,3% van de besmettingen als meest waarschijnlijke bron genoemd waarbij de intramurale langdurige zorg de meeste besmettingen kende.

Aantal besmettingen naar bron van besmetting, peildatum 18 januari 3000 2500 2000 1500 1000

500 0

53

52

1

2

Figuur 12. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 21 december 2020 t/m 17 januari 2021. Peildatum: 18 januari

15

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 7.000 testen per dag. Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. In de week voor kerst was er een enorme toename te zien in het aantal uitgevoerde testen met ruim 7000 uitgevoerde testen per dag, rond de feestdagen is dit aantal meer dan gehalveerd. Ook landelijk werd deze trend gezien. Mogelijk hebben veel mensen zich voor de kerstdagen nog willen testen voor eventueel familiebezoek. Na de jaarwisseling blijven de testaantallen ver achter vergeleken met december. Het aantal testen is afgelopen week tussen 2.000 naar 3.000 testen per dag. Daarnaast zien we sinds oktober ook weer een weekendeffect.

16

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 12000 10000 8000 6000

4000 2000 0

Totaal aantal afgenomen testen

Maximale test capaciteit

Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 20 januari.

Het aantal afgenomen testen is in week 1 gedaald naar 19.529 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 2 juni ruim 665.845 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 20 januari begin van de dag), dat is 9,3% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage schommelt de afgelopen week rond de 10%. Afgelopen week is het heel licht afgenomen ten opzichte van voorgaande week naar regionaal een vindpercentage van 9,9% en landelijk 11% in week 2. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Limburg-Noord (16%), Noord-Holland Noord (14,6%) en Twente (14,3%). De regio Utrecht zit inmiddels ruim onder het landelijke gemiddelde, wat mogelijk te verklaren is door het grote aantal testen dat wordt uitgevoerd. Als mensen minder bereid zijn te testen (zoals in weekend en rond feestdagen) zie je dat het aandeel positieven toeneemt. Als het testen laagdrempelig is zullen ook mensen met weinig klachten eerder bereid zijn om naar een testlocatie te komen.

17

50000

20,0

45000

18,0

40000

16,0

35000

14,0

30000

12,0

25000

10,0

20000

8,0

15000

6,0

10000

4,0

5000

2,0

0

Percentage positief

Aantal uitgevoerde testen

Testen uitgevoerd in teststraten GGDrU en percentage positief, per week

0,0 23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

1

2

Weeknummer UT

% POS UT

% POS NL

Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 20 januari

18

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 988 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 20 januari), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt, Utrecht en Veenendaal is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).

Aantal overleden COVID-19 patiënten, peildatum 20 januari 250 202 200 150 92 64 25

31

11

20

2

63

44 53

49 47 10 7

20 11

5

Renswoude

50

35

Oudewater

100

39

53

15

8

41

27 7

7

Buiten regio

Zeist

Woudenberg

Woerden

Vijfheerenlanden

Wijk Bij Duurstede

Veenendaal

Utrechtse Heuvelrug

Utrecht

Stichtse Vecht

Soest

Rhenen

Nieuwegein

Montfoort

Lopik

Leusden

Ijsselstein

Houten

Eemnes

De Ronde Venen

De Bilt

Bunschoten

Bunnik

Baarn

Amersfoort

0

Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 20 januari

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 20 januari.

19

Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 12 t/m 19 januari 2021 landelijk 395 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting. In de regio Utrecht zijn in deze periode 19 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

20

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 17. In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht.

Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstelling. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 19 januari 2021

21

Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 18 januari.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Actieve COVID-19 uitbraken in 24-uurs zorginstellingen per gemeente 35 30

32 27

26

25 21

21 19

20 15 8

10 5 5

2

7

8

9

8 5

6

6

6

7 4

2

2

5

4

2

0

Figuur 19. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 20 januari

In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 242 instellingen bekend bij de GGD met 3 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 17,2%. (peildatum 20 januari). Bij de GHOR zijn op dit moment 68 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 19 janruari).

22

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is, zowel in de eerste als in de tweede golf, het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk hebben de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus en de media aandacht voor psychische problematiek gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 20). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

Aantal meldingen

120 100 80 60 40 20 0

Weeknummer 2021

2020 MAB

Wvggz

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2021, peildatum 19 januari

23

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De regionale continuïteit van de (acute) zorg staat onder druk (continuïteitsfase oranje). Huidige fase blijft oranje. Incidenteel wordt er opgeschaald naar fase rood. Indien opgeschaald wordt, is dit voor een korte periode. Inzetbaarheid van personeel (ziek, wacht op een testuitslag, zit in quarantaine) heeft gevolgen voor de zorgcontinuïteit in de gehele zorgsector. De aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek-bezetting COVID zijn de afgelopen periode langzaam afgenomen. Voldoende COVID capaciteit op de IC’s en kliniek. Vaccinatie van medewerkers die daarvoor in aanmerking kwamen is goed verlopen. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 21. Vanaf 6 juli: Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 19 januari

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december nam het echter weer toe (figuur 21). Vanaf begin januari is er een voorzichting daling te zien in het aantal ziekenhuisopnames.

24

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

c

Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 19 januari.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt langzaam af de afgelopen week.

Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 19 januari.

25

3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuis) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 68 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 72 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 73,3% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 52,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 30,7%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder onder andere door een ruimer testbeleid, waarbij ook asymptomatische patiënten worden getest. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen week een daling zien. Ook de beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week kleine stijging zien.

Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 19 januari. Bron GHOR.

Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 19 januari. Bron GHOR.

26

Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 19 januari. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Opschaling in het aantal extra bedden (fase: 2, hoog) wordt de komende dagen vormgegeven. Dit brengt het aantal beschikbare bedden na opschaling op 79-84 (incl. hospice).

Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 19 januari. Bron GHOR.

Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum:19 januari. Bron GHOR.

27

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

28

Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentages per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 49 en 50 uitgevoerd op 15 december. Deze analyses zal om de twee weken als bijlage worden opgenomen in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente In overeenstemming met de afname in het aantal afgenomen testen op de GGD regio Utrecht teststraten daalt het aantal geteste inwoners per gemeente in de weken 52 en 53. De vakantieperiode met feestdagen zal hier zeker aan hebben bijgedragen. Daarnaast is de verwachting dat de harde lockdown effect heeft op het verminderen van de infectiedruk, echter zien we daar in de cijfers nog geen grote effecten tot nu toe. In figuur 1 is een regio kaartje te zien met het aantal afgenomen testen per gemeente in 4 categorieën voor week 52 en 53. Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste zes weken is per gemeente weergeven in figuur 2. Hier is onder andere te zien dat gemeentes met hoge infectiedruk, zoals Bunschoten, Renswoude, Rhenen en Veenendaal, relatief gezien het meest testen.

Figuur 1. Regio kaartje met aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 4 t/m 17 januari. Peildatum 18 januari.

29

Test aantallen per gemeente per 100.000 inwoners, peildatum 18 januari 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

week 50 & 51

week 52 & 53

week 1 & 2

Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 7 december t/m 17 januari 2021. Peildatum 18 januari.

Per 2 weken Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Regio

week 50 & 51 week 52 & 53 week 1 & 2 6127 5020 3099 4250 3551 2545 5977 5372 3226 7281 6526 4454 4838 4124 3531 5000 3682 3055 5137 5115 3536 6511 4770 3251 5136 3688 3134 5549 4750 2987 4721 2965 2917 6223 4721 2745 4858 3605 3323 5816 4457 3421 7256 5309 3490 7729 5448 4454 4856 4326 2693 5241 4258 3316 6569 6071 4062 6166 4560 3209 7850 5605 3685 4793 3816 3292 4755 4136 2994 6503 4950 3551 8404 5523 3308 5579 4775 3234 6001 4966 3476

Figuur 3. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente per twee weken, periode 7 december t/m 17 januari 2021. Peildatum 18 januari.

30

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 4 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven. De top 6 gemeente in de laatste week zijn Bunschoten, Eemnes, Renswoude en Woudenberg. Al deze gemeenten zitten boven de 20% in week 53 en dus ruim boven het gemiddelde vindpercentage van 11,7%.

Vindpercentages per gemeente per week, peildatum 18 januari 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0%

53

1

2

Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 28 december t/m 17 januari. Peildatum 18 december.

31

Bijlage 2. Verdiepend analyse landelijk onderzoek RIVM en GGD Vaccinatiebereidheid en vertrouwen in beleid Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober, de achtste peiling van 11 tot 15 november en negende peiling van 30 december tot 3 januari. Het onderzoek gaat over het gedrag van mensen, wat ze vinden van de gedragsmaatregelen van de overheid en hoe het fysiek, mentaal en sociaal met ze gaat in dit coronatijdperk. Momenteel is er veel in het nieuws over de vaccinaties en hebben veel mensen een mening over de aanpak van de coronacrisis. In dit onderzoek zijn over beide onderwerpen vragen gesteld. Veel gesproken over de aanpak coronacrisis, meningen vaak negatief Van de deelnemers uit de GGD regio Utrecht aan de negende peiling praat 86% wekelijks met anderen over de Nederlandse aanpak van de coronacrisis.

31% van de deelnemers geeft aan bijna dagelijks tot meerdere keren per dag met anderen te spreken over de Nederlandse aanpak van de coronacrisis. 23% van de ondervraagden geeft aan dat de gesprekken (zeer) positief waren en 31% vond de gesprekken (zeer) negatief. Dit is vergelijkbaar met de rest van Nederland. 16-39 jarigen spreken in verhouding het vaakst over de aanpak van de coronacrisis. 41% geeft aan hier dagelijks tot meerdere keren per dag met anderen over te spreken, 33% van de 40-54 jarigen spreekt minimaal dagelijks over de aanpak net als 29% en 18% van de 55-69 jarigen en 70 plusser. Hoe vaker er over de aanpak wordt gesproken hoe vaker dit gesprek ook negatief verloopt. Bij ruim een derde (35%) van de 16-39 jarigen verloopt dit gesprek negatief tegenover 27% van de 70 plussers.

Figuur 1 Sentiment in gesprekken met anderen over de Nederlandse aanpak van de coronacrisis in meetronde negen (30 december 2020 – 3 januari 2021).

Van de ondervraagden heeft 45% (veel) vertrouwen in de manier waarop de Nederlandse overheid probeert het coronavirus onder controle te houden. 13% heeft (helemaal) geen vertrouwen en 41% is neutraal. In vergelijking met andere landen doet Nederland het volgens 20% van de deelnemers (veel) beter, terwijl een groep van 28% het beleid als (veel) slechter scoort. Zowel in het vertrouwen als in de vergelijking met andere landen is er een verschil naar leeftijd te zien. De tevredenheid met de aanpak neemt af met de leeftijd. 16% van de 16-39 jarigen heeft (helemaal) geen vertrouwen in de aanpak van de overheid tegenover 9% bij de 70-plussers. Dit zelfde geldt voor de vergelijking van Nederland met andere landen: 35% van 16-39 jarigen vindt dat Nederland het slechter doet tegenover 24% bij de 70 plussers.

32

Figuur 2 Vertrouwen in de aanpak van de Nederlandse overheid om het coronavirus onder controle te houden en hoe de Nederlandse overheid dit doet in vergelijking met andere landen in meetronde negen (30 december 2020 – 3 januari 2021).

Bijna de helft van de deelnemers vindt dat de Nederlandse overheid voldoende maatregelen neemt om verdere verspreiding van het virus te beperken, 11% vindt dat de overheid teveel doet, en 41% vindt dat de overheid te weinig doet. Landelijk zijn deze percentages respectievelijk 14% en 38%. Vertrouwen in aanpak coronacrisis is gedaald 1 In meetronde 8 (half november) was een stijging van 14 procentpunt in het vertrouwen in de manier waarop de Nederlandse overheid probeert het coronavirus onder controle te houden zichtbaar. In meetronde 9 (eind december) is het vertrouwen met een daling van 14 procentpunt weer terug op hetzelfde niveau als rond eind oktober. Ook het percentage deelnemers dat vindt dat de Nederlandse overheid het beter doet dan andere landen was gestegen in het najaar, maar is met een daling van 21 procentpunt op het laagste niveau tot nu toe. Het sentiment in gesprekken met anderen is negatiever dan in de vorige meetrondes. Vanaf half april is globaal gezien een daling zichtbaar. Het percentage deelnemers dat gesprekken als (zeer) positief ervaart is sinds de laatste meting gedaald met 15 procentpunt en daarmee op het laagste niveau tot nu toe. De afnameperiode van de vragenlijst van meetronde 9 (eind december) was in de periode dat er veel media aandacht was voor het Nederlandse vaccinatiebeleid.

1

Voor de veranderingen over de tijd op dit onderdeel is gekeken naar de deelnemers die aan meetrondes 1 en 3, en rondes 5 t/m 9 hebben meegedaan. In de andere rondes zijn deze vragen niet gesteld.

33

Figuur 3 Verandering in het beeld van de Nederlandse aanpak (sentiment in gesprekken, vertrouwen in de aanpak van de Nederlandse overheid en vergelijking van de Nederlandse aanpak ten opzichte van andere landen) in meetronde negen (30 december 2020 – 3 januari 2021).

Deze daling in vertrouwen, het percentage deelnemers dat vindt dat Nederland het beter doet dan andere landen en de negatievere sentiment in gesprekken geldt voor alle leeftijdsgroepen. Opmerkelijk is wel dat sinds eind augustus 2 voor alle deelnemers in de GGD regio Utrecht de daling in de groep 16-39 jarigen het grootst is. Sinds augustus is er sprake van een daling van 23 procentpunt in het vertrouwen dat deze groep heeft in de aanpak van de overheid tegenover 15 procentpunt in dezelfde periode voor alle deelnemers. Voor de daling van percentage van de deelnemers die vinden dat Nederland het beter doet dan andere landen is een soort gelijk patroon te zien. Bij de groep 16-39 jarigen is deze daling sinds augustus 48 procentpunt terwijl deze bij alle deelnemers uit de GGD regio Utrecht 31 procentpunt is.

2

Voor de veranderingen over de tijd voor de verschillende leeftijdsgroepen is voor de GGD regio Utrecht alleen een vergelijking mogelijk over de laatste vier meetrondes (vanaf de meting op 19-23 augustus). Alleen voor deze laatste vier meetrondes zijn er voldoende deelnemers in de verschillende leeftijdscategorieën die aan alle vier de rondes hebben meegedaan.

34

Bereidheid tot vaccineren neemt toe 84% wil zich als er een vaccin is laten vaccineren. 4 procent van de deelnemers wil zich niet laten vaccineren en 12% weet het nog. Vorig peiling, afgenomen tussen 11 en 15 november, was nog maar 63% van de deelnemers zich bereid te laten vaccineren. We zien dus regionaal als ook landelijke een stijging in de bereidheid tot vaccineren, zie figuur 4. Zowel het percentage van deelnemers dat zich niet wilt laten vaccineren of het nog niet weten neemt af.

Wilt u zich laten vaccineren 100,00 90,00 80,00 70,00 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 10,00 0,00 8-12 juli

11-15 nov

30 dec - 3 jan

Figuur 4 Antwoord “ja” op de vraag wilt u zich laten vaccineren als er een straks een vaccin is nagevraagd in meetrondes vijf (8-12 juli), acht (11 – 15 november 2020) en negen (30 dec – 3 jan)

35

70 plussers zijn het meest bereid tot vaccineren Bij deelnemers jonger dan 54 jaar is de bereidheid zich te laten vaccineren in verhouding het laagst, namelijk 80,5% bij 16-24 jarigen, 79,5% bij 24-39 jarigen en 80% bij 40-54 jarigen. Bij de 55-59 jarigen is dit duidelijk hoger, namelijk 60% en bij de 70 plussers is de bereidheid het hoogst (70%).

Wilt u zich laten vaccineren naar leeftijdsgroepen 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 16 t/m 24 jaar

25 t/m 39 jaar

40 t/m 54 jaar Ja

Nee

55 t/m 69 jaar

70+

Total

Weet niet

Figuur 5 Antwoorden op de vraag wilt u zich laten vaccineren als er een straks een vaccin is nagevraagd in meetronde negen (30 december 2020 – 3 januari) uitsplitst in verschillende leeftijdscategorieën.

87% denkt bij te dragen aan een uitweg uit de coronacrisis bij vaccinatie Na een vaccinatie denkt twee op de drie de respondenten beschermd te zijn tegen het coronavirus. 77% van de respondenten gelooft dat het vaccin veilig is als het vaccin goedgekeurd is door de Nederlandse markt. Echter 26% van de respondenten is bang voor mogelijke bijwerkingen van het vaccin.

Stellingen vaccinatie: (helemaal) mee eens Als ik me laat vaccineren, draag ik bij aan een uitweg uit de coronacrisis voor Nederland

Als een vaccin is goedgekeurd voor de Nederlandse markt, geloof ik dat het veilig is.

Ik ben bang voor mogelijke bijwerkingen van het vaccin.

Als ik het vaccin krijg, ben ik beschermd tegen het coronavirus. 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Figuur 6 Antwoord “(helemaal) mee eens” op stellingen over vaccinatie in meetronde negen (30 december 2020 – 3 januari).

36

Informatie bij de uitnodiging voor de vaccinatie en de website van het RIVM zijn de belangrijkste bronnen bij de keuze over vaccinatie Ruim 63% van de respondenten vindt de informatie bij de uitnodiging van de vaccinatie belangrijk in het besluit tot vaccinatie. Daarnaast maakt meer dan de helft van de respondenten gebruik van de website van het RIVM tijdens de keuze tot vaccinatie. Artsen, media en wetenschappelijke artikelen worden meer dan 30% van de respondenten gebruikt.

Belang van bronnen bij maken keuze over vaccinatie, peiling 9 Informatie bij de uitnodiging voor de vaccinatie Informatie op de website van RIVM Informatie van mijn huisarts Informatie uit de media (bv krant of televisie) Wetenschappelijke informatie die opzoek op internet Informatie van andere artsen (bv krant of televisie) Meningen van anderen in mijn omgeving Andere informatie bronnen Informatie van patiëntenvereniging Informatie van de Nederlandse Vereniging Kritisch… Meningen die ik tegenkom op sociale media Meningen van bekende nederlanders die ik vertrouw 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Figuur 7 Antwoord “ja” op vraag of bron belangrijk is bij het maken van keuze tot vaccinatie in meetronde negen (30 december 2020 – 3 januari).

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9685538/1