CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.034 Regionale rapportage COVID-19 20210113

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden7.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 13 januari 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 16 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIS).................................................................................................. 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28

BIJLAGE 1. INVLOED TWEEDE LOCKDOWN OP LEERACHTERSTANDEN EN ONGELIJKHEID EN KANSEN ............ 29

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De eerste piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag. Vanaf 30 november zagen we dat het aantal besmettingen fors steeg naar zo’n 12.000 besmettingen per dag. De afgelopen weken daalt het aantal besmettingen per dag geleidelijk. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Met de recente toename in besmettingen behoort Nederland opnieuw tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de laatste 14 dagen.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. Peildatum: 12 januari 2021 10:00. Bron RIVM

Tot en met 13 januari 8:00 uur zijn in totaal 73.271 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Vanaf week 49 nam het aantal besmettingen per week toe tot 6736 in week 51. De afgelopen twee weken is er afname te zien in het aantal meldingen. In week 1 werden er 3361 personen positief getest in de regio Utrecht.

8000

Aantal besmettingen naar meldingsdag, peildatum 12 januari

7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 9 1011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950515253 1 Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 12 januari

4

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Op maandag 14 december jl. is in een toespraak van Premier Rutte een lockdown aangekondigd. De afgekondigde maatregelen zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Tijdens de persconferentie van dinsdag 12 januari jl. is aangekondigd dat het huidige maatregelenpakket wordt verlengd tot 9 februari. Daarnaast geldt vanaf 13 januari dat de afstandsmaatregel van anderhalve-meter ook van toepassing op middelbare scholen.

De eerste effecten van deze maatregelen lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen veel lager is dan in de periode ervoor. De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling. Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis van aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De aanhoudende infectiedruk is op dit moment het sterkst buiten de grote steden.

Regio Utrecht zat in week 51 met 505 per 100.000 weer net onder de 250 besmettingen. De afgelopen twee weken is dit gedaald naar 248 per 100.000 besmettingen en zit net onder de grens van zeer ernstig. Het vindpercentage neemt echter nauwelijks af en was 10,7% in de afgelopen week. Het vindpercentage ligt wel ruim onder het landelijke gemiddelde van 12,8%, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Inmiddels wordt het Bron- en contactonderzoek (BCO) weer volledig uitgevoerd, inclusief monitoring van positief getesten en hun contacten. Ook gaat de GGD een nieuwe werkwijze implementeren, waarbij positief geteste personen voorafgaand aan het BCOgesprek een digitale vragenlijst invullen met informatie die van belang is voor het BCO. Dit kan de duur van het BCO-gesprek verkorten en ook de administratie vergemakkelijken.

5

Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. De laatste weken is de landelijke communicatie hierover weer geïntensiveerd en is onderdeel van de aanvullende regionale maatregelen. Aangescherpte maatregelen om de verspreiding van het virus terug te dringen Belangrijkste oorzaak van het snel stijgend aantal besmettingen is dat niet iedereen de regels naleeft om besmetting te voorkomen. Na de persconferentie op 28 september zijn nieuwe maatregelen afgekondigd om het aantal contactmomenten terug te dringen. Deze landelijke maatregelen hebben niet geleid tot een stabilisatie of vermindering van besmettingen. Daarom is op de persconferentie van 13 oktober een gedeeltelijke lockdown aangekondigd. Vanaf 14 oktober 18:00 gelden de aangescherpte maatregelen en deze maatregelen zullen tot na de kerstperiode in ieder geval gelden. De eerste effecten van deze maatregelen waren eind oktober zichtbaar in het aantal besmettingen en werd gevolgd door een afname in de ziekenhuisopnames en overlijdens aantallen.

De extra maatregelen die op 3 november aangekondigd waren, zijn met de ingang van 19 november weer losgelaten. Nederland ging terug naar de gedeeltelijke lockdown. Door de forse stijging van het aantal positief getesten begin december is er in de toespraak van premier Rutte van 14 december jl aangekondigd dat Nederland in harde lockdown gaat. De harde lockdown is op 12 januari verlengd tot ten minste 9 januari met als doel om alle contacten tot het minimum te beperken en het aantal besmettingen te verminderen. In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 4 juli uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl.

hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Nu ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zagen we een voorzichtige afname van het aantal positief getesten. Deze week lijken ook de eerste effecten zichtbaar te worden in de zorg. De IC en kliniek bezetting met COVID-19 stabiliseert de afgelopen week en er is een kleine afname in aantal besmettingen in verzorgingstehuizen. Echter de dalende trend gaat niet snel genoeg en met de besmettelijkere Britse variant die in Nederland circuleert zitten we in nog steeds in een zeer zorgelijke situatie. In de regio Utrecht zijn er tot dus ver (d.d. 12 januari) 4 bevestigde gevallen (Britse variant) bekend. Vanuit het RIVM wordt onderzoek gedaan naar deze variant. Het in kaart brengen van de contacten (BCO) wijkt niet af ten opzichte van besmettingen met de standaard variant. Vanaf de kerstdagen zien we dat het aantal afgenomen testen afneemt door een forse daling in het aantal uitgevoerde testen, waardoor het percentage positieve testen zeer hoog blijft en nauwelijks afneemt. Dit duidt erop dat de infectiedruk nog steeds erg hoog is.

Daarnaast is de druk in de ziekenhuizen en in de verpleeghuizen nog erg hoog door onder andere het aantal besmettingen en ziekte of quarantaineverzuim onder personeel.

6

Vaccinatie Vanaf 8 januari worden zorgmedewerkers van verpleeghuizen gevaccineerd in Houten bij de GGD regio Utrecht. Beschikbaarheid van vaccins wordt landelijk bepaald. Op 8 januari is gestart met 250 vaccinaties per dag, inmiddels zijn 400 vaccinaties per dag beschikbaar voor deze doelgroep. De verwachting is dat de komende periode meer vaccins beschikbaar komen. Naast de GGD’en vaccineren de ziekenhuizen hun eigen personeel op de acute zorg afdelingen. Meer informatie over de te vaccineren doelgroepen is te vinden in het Stroomschema landelijke vaccinatiestrategie. Pilot gemeente Bunschoten Vanaf begin februari start de gemeente Bunschoten in samenwerking met de GGD regio Utrecht met de pilot ‘Grootschalig testen, traceren en isoleren’. Inwoners van Bunschoten wordt gevraagd om zich laagdrempelig te laten testen, met of zonder coronagerelateerde klachten. Als ze positief testen op het virus, dan krijgen ze ondersteuning om de isolatieperiode goed vol te kunnen houden. Ook is er ondersteuning voor degenen rondom de besmette personen om zich goed aan de quarantainemaatregelen te kunnen houden. Met deze pilot, die wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS, willen de gemeente Bunschoten en de GGD meer inzicht krijgen in de verspreiding van het virus binnen de gemeente.

Ook wordt onderzocht hoe ondersteuning van mensen om zich te houden aan quarantaine en isolatie adviezen helpt als het wordt toegepast in een lokale setting. Zo draagt de pilot bij aan het landelijke doel: het virus opsporen en bestrijden. De bevindingen van deze pilot zullen gebruikt worden om een dergelijk testbeleid op te schalen naar meerdere gemeenten in Nederland. De komende tijd zal er vanuit het Rijk onverminderd aandacht zijn voor het testen, de maatregelen en het vaccineren. Alleen met volledige inzet op alle drie deze pijlers kan de verspreiding van het virus beperkt worden, kunnen de huidige maatregelen snel versoepelen en kunnen zware maatregelen in de maanden daarna voorkomen worden.

7

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 13 januari.

8

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden inmiddels vrijwel verdwenen zijn in de regio Utrecht. Door de grote toename in positieve gevallen vanaf eind november is het bron- en contactonderzoek afgeschaald naar fase 3 (alleen contact met positief getesten). Omdat de aantallen sinds half december weer iets teruglopen, is het bron-en contactonderzoek weer opgehoogd naar fase 1 (volledig uitvoeren van Bron en contactonderzoek inclusief monitoring). Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht.

De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeenten gedaald. De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Aantal besmettingen per gemeente, periode 4 t/m 10 januari peildatum 13 januari 800 700 600 500 400 300 200 100 0

707

389 173 52

21

96

109

107 19

72

64

144 39

29

31

21

81

111

180

240 118

188 54

130

143 49

Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 4 t/m 10 januari 2021. Peildatum: 13 januari.

9

Aantal COVID-19 registraties per 100.000 inwoners, peildatum 13 januari 1800 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

51

52

53

1

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 14 december 2020 t/m 10 januari 2021. Peildatum: 13 januari

Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. De gemeenten Bunschoten heeft meer dan 1145 besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste twee weken en heeft landelijk gezien het op een na hoogste relatieve aantal COVID-19 besmettingen. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 248 patiënten per 100.000 inwoners het negende laagste aantal besmette personen en zit de regio onder het landelijke gemiddelde van 291 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar heeft relatief gezien momenteel juist het laagste aantal besmettingen. Figuur 7 laat de landelijke top 10 van gemeenten zien met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de afgelopen 14 weken. Een gemeente in de top 10 liggen in de regio Utrecht. In de top 10, maar ook op heel landelijk niveau, valt het hoge aantal besmettingen op in gemeenten met hechte (geloofs)gemeenschappen.

10

Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 30 december t/m 12 januari 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 12 januari 2021.

Figuur 7. Landelijke top 10 van gemeenten met relatief gezien het hoogste aantal besmettingen per 100.000 inwoners, in de periode 30 december t/m 12 januari (Bron: https://www.coviddashboard.nl/). Peildatum: 12 januari.

11

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Vanaf begin december was er een opvallende toenemend trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, onder andere door uitbraken op scholen. Met het sluiten van de scholen en de kerstvakantie zijn zagen we dat deze groep snel daalde in aantallen. Echter afgelopen week loopt het aandeel 0-19 evenals het aandeel van 20-39 jarige weer op tot respectievelijk 15,9% en 32,4%. In week 1 is het percentage ten opzichte van totaal aantal besmettingen van 60-79 jarigen iets afgenomen naar 16% en stabiliseert het percentage van 80 jaar rond 5,8%.

Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 13 januari.

Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 13 januari.

Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijden en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 8 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen in week 1 weer stijgt naar ruim 32%. Voornamelijk het percentage van de leeftijdsgroepen 16-18 en 19-27 jarigen namen afgelopen week toe. Ook landelijk wordt de stijging bij jongeren gezien.

12

In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 14 t/m 20 december (week 51). De grote steden Amersfoort en Utrecht hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. De gemeenten Bunnik, Eemnes, Lopik en Woudenberg hebben een relatief groot aandeel besmettingen onder de 20 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals de Baarn, Bilt, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 10). De gemeenten Lopik bijvoorbeeld heeft maar 35 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 28 december 2020 t/m 10 januari 2021, peildatum 13 januari.

13

Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 28 december 2020 t/m 10 januari 2020, peildatum 13 januari.

14

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 14 december t/m 10 januari 2021. De meeste besmettingen waren te herleiden tot de gezinssituatie (73,5%) en werk (9,6%). Bij 4,5% van de besmettingen was de bron onbekend. Alle zorginstellingen samen worden in 7,7% van de besmettingen als meest waarschijnlijke bron genoemd waarbij de intramurale langdurige zorg de meeste besmettingen kende.

Aantal besmettingen naar bron van besmetting, peildatum 11 januari 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

51

52

53

1

Figuur 12. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 14 december 2020 t/m 10 januari 2021. Peildatum: 13 januari

15

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Op dit moment hebben we ruim voldoende testcapaciteit. De dagelijkse testcapaciteit in de regio Utrecht is ongeveer 7.000 testen per dag. Er kan op korte termijn opgeschaald worden naar 12.000-13.000 testen per dag. In de week voor kerst was er een enorme toename te zien in het aantal uitgevoerde testen met ruim 7000 uitgevoerde testen per dag, rond de feestdagen is dit aantal meer dan gehalveerd. Ook landelijk werd deze trend gezien. Mogelijk hebben veel mensen zich voor de kerstdagen nog willen testen voor eventueel familiebezoek. Na de jaarwisseling blijven de testaantallen ook achter vergeleken met december. Het aantal testen is afgelopen week gedaald van 3.000 naar 2.000 testen per dag. Daarnaast zien we net sinds oktober zoals eerder in juni, juli en augustus, ook weer een weekendeffect.

16

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

Totaal aantal afgenomen testen

Maximale test capaciteit

Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 13 januari.

Het aantal afgenomen testen is in week 1 gedaald naar 24.754 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 2 juni ruim 645.712 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 13 januari begin van de dag), dat is 9,5% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Er is nog steeds geen goed beeld van alle bij commerciële aanbieders uitgevoerde testen, wel worden de positieve uitslagen nu beter doorgegeven aan de GGD. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage blijft de afgelopen weken schommelen rond de 11%. Afgelopen week is het heel licht afgenomen ten opzichte van voorgaande week naar regionaal een vindpercentage van 10,6% en landelijk 12.8% in week 1. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Twente (19,1%), Zuid-Holland Zuid (17,5%), Flevoland (16,9%) en Limburg-Noord (16,6). De regio Utrecht zit inmiddels ruim onder het landelijke gemiddelde, wat mogelijk te verklaren is door het grote aantal testen dat wordt uitgevoerd.

17

Als mensen minder bereid zijn te testen (zoals in weekend en rond feestdagen) zie je dat het aandeel positieven toeneemt. Als het testen laagdrempelig is zullen ook mensen met weinig klachten eerder bereid zijn om naar een testlocatie te komen.

50000

20,0

45000

18,0

40000

16,0

35000

14,0

30000

12,0

25000

10,0

20000

8,0

15000

6,0

10000

4,0

5000

2,0

0

Percentage positief

Aantal uitgevoerde testen

Testen uitgevoerd in teststraten GGDrU en percentage positief, per week

0,0 23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

1

Weeknummer UT

% POS UT

% POS NL

Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 13 januari

18

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 970 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 13 januari), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, De Bilt en Veenendaal is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).

Aantal overleden COVID-19 patiënten per gemeente 250 197

200 150 100

91 62

50

25

32 11

49 47

31

44 48 20

2

10

7

20

11

5

62 39

15

52

42

27 8

6

7

0

Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 13 januari

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 13 januari.

19

Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 5 t/m 12 januari 2021 landelijk 430 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting. In de regio Utrecht zijn in deze periode 31 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Het huidige sterftepercentage ligt daarom mogelijk ook dichter bij het werkelijke sterftepercentage aan COVID-19. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

20

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 17. Vanaf begin december is een toename te zien in het aantal besmette bewoners.

In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstellingen. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 12 januari 2021

21

Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 12 januari.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Actieve uitbraken in 24 uurszorg instellingen per gemeente 40

36

35 30 25

31 28 24 20

20

20 15 7

10 5

3

9

8

8

6

8

7

6 2

2

5 2

7

9

8 3

5

0

Figuur 19. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 12 januari

In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 264 instellingen bekend bij de GGD met 3 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 18,6%. (peildatum 12 januari). Bij de GHOR zijn op dit moment 72 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 12 janruari).

22

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is, zowel in de eerste als in de tweede golf, het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk hebben de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus en de media aandacht voor psychische problematiek gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 20). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

Aantal meldingen

120 100 80 60 40 20 0

Weeknummer 2021

2020 MAB

Wvggz

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020, peildatum 12 januari

23

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De druk op de zorg blijft hoog. Er zijn er zorgen over de duur van de tweede golf, de impact ervan op het zorgpersoneel en de zorgcontinuïteit. De aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek-bezetting COVID is de afgelopen week gestabiliseerd. Echter is er nog geen verbetering zichtbaar. Er is voldoende COVID capaciteit op de IC en in de kliniek. De reguliere capaciteit in kliniek is nog altijd krap. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 21. Vanaf 6 juli: Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 12 januari

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december neemt het echter weer toe (figuur 21). Deze week zijn de eerste tekenen van stabilisatie waar te nemen in de ziekenhuisbezetting.

24

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 12 januari.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek stabiliseert de afgelopen week.

Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 12 januari.

25

3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuis) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 72 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 81 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 71,1% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 52,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 30,7%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder onder andere door een ruimer testbeleid, waarbij ook asymptomatische patiënten worden getest. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen week een daling zien. Ook de beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week kleine stijging zien.

Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 12 januari. Bron GHOR.

Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 12 januari. Bron GHOR.

26

Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 12 januari. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Opschaling in het aantal extra bedden (fase: 2, hoog) wordt de komende dagen vormgegeven. Dit brengt het aantal beschikbare bedden na opschaling op 79-84 (incl. hospice).

Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 12 januari. Bron GHOR.

Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum:12 januari. Bron GHOR.

27

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

28

Bijlage 1. Invloed tweede lockdown op leerachterstanden en ongelijkheid en kansen Scholen zijn door hun ervaring met de eerste lockdown handiger met online lesgeven en hebben meer kinderen in beeld en halen meer kwetsbare leerlingen naar de noodopvang. Uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder ruim duizend directeuren blijkt dat 93 procent van de scholen nu alle leerlingen in beeld heeft. Online lesgeven wordt nu snel en volop ingezet. Maar leerlingen leren beter als ze de leraren en elkaar frequent ontmoeten. Leren is meer dan het overdragen van kennis. Het is elkaar ontmoeten, steunen en stimuleren, de ander hulp en een luisterend oor geven, samen werken aan een opdracht, aanvoelen dat een leerling een steuntje in de rug nodig heeft, leerlingen wijzen op wat ze al kunnen en hier complimenten voor geven. Deze zaken verlopen minder goed bij uitsluitend online-onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs voerde in oktober een derde meting uit van het onderzoek naar de inrichting van het afstandsonderwijs, opvang en onderwijs op school en naar leerlingen in kwetsbare posities in verschillende onderwijssectoren. Voor de zomervakantie schatte een op de acht scholen in dat voor minimaal 20% van de leerlingen extra inspanningen nodig waren om hen weer op het verwachte niveau te krijgen; na de zomervakantie betrof dit een op de vijf scholen.

Ook in het (v)so was een dergelijke trend zichtbaar. Bovendien leefden er bij circa een op de vijf po-scholen zorgen over een toename in kansenongelijkheid tussen leerlingen, zoals die in het voorjaar tijdens de volledige schoolsluiting zichtbaar werd. Ruwweg een op de drie poscholen maakte zich zorgen over (potentieel) blijvende achterstanden. Met name de kinderen in een overgangsfases naar vervolgonderwijs lopen risico (groep 8) op verkeerde adviezen en verdienen een kans komend jaar te laten zien wat zij in huis hebben. Vincent Fafieanie van het NJi geeft aan dat alle jongeren geraakt worden door de coronacrisis. 'Leerachterstanden, gemis aan beroepsgerichte vaardigheden en een gebrek aan werkplekken en stages zijn duidelijk in beeld. Het ministerie van OCW heeft onlangs extra budget vrijgemaakt voor extra ondersteuning in het onderwijs. Dat is een belangrijke stap. Het is voor de ontwikkeling van jongeren essentieel dat de basisfuncties van het onderwijs - kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming - zoveel mogelijk in stand gehouden worden’. Er is tot nu toe veel aandacht geweest voor versterken van de mentale gezondheid van kinderen en gezinnen. Leerachterstanden geven stress bij kinderen en jongeren. Daarom is het nodig om hier meer aandacht voor is om leerachterstanden in te halen. Stress kan gevolgen hebben voor de gezondheid.

Daarom heeft ook de GGD en in het bijzonder de jeugdgezondheid zorg hier aandacht. Het kabinet trekt 210 miljoen euro uit waarmee basisscholen, middelbare scholen en mbo-instellingen extra hulp kunnen inschakelen in deze coronatijd. Met dit geld kunnen scholen extra bevoegd personeel inzetten, ondersteuners laten meehelpen en meer gastlessen mogelijk maken, bijvoorbeeld op het gebied van sport, techniek en cultuur. De middelen komen per januari 2021 beschikbaar, schoolbesturen worden zo snel mogelijk over de spelregels geïnformeerd. Eerder trok het kabinet al 282 miljoen euro uit om leerachterstanden in te lopen, bijvoorbeeld door extra bijlessen en zomerscholen. Van die regeling is goed gebruikgemaakt door scholen. 210 miljoen voor extra hulp op school | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl De coronacrisis komt boven op de onderwijscrisis die er al was door grote formatie tekorten leerkrachten. Beiden vormen een risico voor meer ongelijkheid in kansen voor kinderen https://www.cpb.nl/ongelijkheid-van-het-jonge-kind De documentaire Klassen op NPO brengt deze ongelijkheid in kansen goed in beeld. Het NJI organiseert samen met HUMAN regionale meetups n.a.v. deze documentaire. In onze regio op woensdag 10 maart.

Het NJi werkt mee aan meetups na serie 'Klassen' - Nieuws | NJi Heeft u behoefte aan meer informatie over dit onderwerp en/of wenst u verdere samenwerking op dit onderwerp met GGDrU? Dan kunt u contact opnemen met Ilse Schramel, arts maatschappij en Gezondheid (ischramel@ggdru.nl) 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9674533/1