CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.032 Regionale rapportage Covid-19 20210106

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden6.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 6 januari 2021

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 20 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 15 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 20 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 22

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 23 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 23 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 23 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 24 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 24 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIS).................................................................................................. 25 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 25 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 26 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 27

BIJLAGE 1. TESTBEREIDHEID EN VINDPERCENTAGES PER GEMEENTE ............................................................. 28

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag. Vanaf 30 november zien we dat het aantal besmettingen fors stijgt naar zo’n 12.000 besmettingen per dag. De afgelopen twee weken zien we weer een afname in aantal besmettingen per dag. Een vergelijkbaar beeld zagen we in de regio. Met de recente toename in besmettingen behoort Nederland opnieuw tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de laatste 14 dagen.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. Peildatum: 5 januari 2021 10:00. Bron RIVM

Tot en met 6 januari 8:00 uur zijn in totaal 70.065 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Vanaf week 49 nam het aantal besmettingen per week toe tot 6736 in week 51. De afgelopen twee weken is er afname te zien in het aantal meldingen. In week 53 werden er 4130 personen positief getest in de regio Utrecht. 8000

Aantal besmettingen naar meldingsdag, peildatum 4 januari

7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 4 januari

4

De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober waren na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie gevolgd door een toename in besmettingen. Op maandag 14 december j.l. is in een toespraak van Premier Rutte een lockdown aangekondigd. De afgekondigde maatregelen zijn ingegaan op 15 december om 00:00. De maatregelen duren tot tenminste 19 januari. De eerste effecten van deze maatregelen lijken nu zichtbaar te zijn in de besmettingscijfers, hoewel het aantal uitgevoerde testen rond de feestdagen veel lager was dan in de periode ervoor.

De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling. Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis van aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De aanhoudende infectiedruk is het sterkst buiten de grote steden. Regio Utrecht zat in week 51 met 501 per 100.000 weer ver boven de 250 besmettingen. De afgelopen twee weken is dit gedaald naar 305 per 100.000 besmettingen.

Het vindpercentage is echter (nog) niet afgenomen en was 11,7% in de afgelopen week. Het vindpercentage ligt wel ruim onder het landelijke gemiddelde van 13,7%, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Vanwege de afname in aantal postief geteste is het bron- en contactonderzoek afgelopen week opgeschaald van ‘risicogestuurd BCO fase 3’ naar ‘risicogestuurd BCO fase 2’: hoog risico contacten worden geïnformeerd door de GGD. Monitoring is tijdelijk opgeschort. Om terug te kunnen gaan naar ‘volledig BCO’ is zeer dringend een daling van de aantallen tot een stabiel laag niveau een voorwaarde. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. De laatste weken is de landelijke communicatie hierover weer geïntensiveerd en is onderdeel van de aanvullende regionale maatregelen.

5

Aangescherpte maatregelen om de verspreiding van het virus terug te dringen Belangrijkste oorzaak van het snel stijgend aantal besmettingen is dat niet iedereen de regels naleeft om besmetting te voorkomen. Na de persconferentie op 28 september zijn nieuwe maatregelen afgekondigd om het aantal contactmomenten terug te dringen. Deze landelijke maatregelen hebben niet geleid tot een stabilisatie of vermindering van besmettingen. Daarom is op de persconferentie van 13 oktober een gedeeltelijke lockdown aangekondigd. Vanaf 14 oktober 18:00 gelden de aangescherpte maatregelen en deze maatregelen zullen tot na de kerstperiode in ieder geval gelden. De eerste effecten van deze maatregelen waren eind oktober zichtbaar in het aantal besmettingen en werd gevolgd door een afname in de ziekenhuisopnames en overlijdens aantallen. De extra maatregelen die op 3 november aangekondigd waren, zijn met de ingang van 19 november weer losgelaten. Nederland ging terug naar de gedeeltelijke lockdown. Door de forse stijging van het aantal positief getesten de afgelopen twee weken is er in de toespraak van premier Rutte van 14 december jl aangekondigd dat Nederland in harde lockdown gaat tot ten minste 19 januari met als doel om alle contacten tot het minimum te beperken en het aantal besmettingen te verminderen.

In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 4 juli uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdsaantallen waren de eerste effecten zichtbaar, maar dit was onvoldoende voor een afname tot een acceptabel niveau. Nu ruim twee weken na het ingaan van de harde lockdown zien we een afname aan het aantal positief getesten. Vanaf de kerstdagen zien we echter dat het aantal afgenomen testen ook afneemt door een forse daling in het aantal uitgevoerde testen, waardoor het percentage positieve testen zeer hoog blijft en zelfs in de afgelopen week weer iets gestegen is. Dit duidt erop dat de infectiedruk nog steeds erg hoog is.

Daarnaast neemt de druk in de ziekenhuizen en in de verpleeghuizen toe door hoog aantal besmettingen en ziekte of quarantaineverzuim onder personeel.

6

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 5 januari.

7

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden inmiddels vrijwel verdwenen zijn in de regio Utrecht. Door de grote toename in positieve gevallen vanaf eind november is het bron- en contactonderzoek afgeschaald naar fase 3 (alleen contact met positief getesten). Omdat de aantallen sinds half december weer iets teruglopen, is het bron-en contactonderzoek weer opgehoogd naar fase 2 (actief benaderen risicocontacten). Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeenten gedaald.

De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen in woonzorgcentra en op werkplekken. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Aantal besmettingen per gemeente, periode 28 dec t/m 3 jan peildatum 6 januari 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0

777 545 337 224 88

55

119

106

63

111

70

151

95 18

36

111 27

31

163

199

151

172

157 72

156 81

Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 28 december t/m 3 januari. Peildatum: 6 januari.

8

Besmettingen per 100.000 inwoners, peildatum 6 januari 1800 1600 1400

1200 1000 800 600 400 200 0

50

51

52

53

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 7 december 2020 t/m 3 januari 2021. Peildatum: 6 januari

Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. De gemeenten Bunschoten en Renswoude hebben beiden meer dan 1435 besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste twee weken. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 302 patiënten per 100.000 inwoners het negende laagste aantal besmette personen en zit de regio onder het landelijke gemiddelde van 330 per 100.000. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar heeft relatief gezien momenteel juist het laagste aantal besmettingen. Figuur 7 laat de landelijke top 10 van gemeenten zien met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de afgelopen 14 weken. Twee gemeenten in de top 10 liggen in de regio Utrecht. In de top 10, maar ook op heel landelijk niveau, valt het hoge aantal besmettingen op in gemeenten met hechte (geloofs)gemeenschappen.

9

Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 23 december t/m 5 januari 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 5 januari 2021.

Figuur 7. Landelijke top 10 van gemeenten met relatief gezien het hoogste aantal besmettingen per 100.000 inwoners, in de periode 22 december t/m 5 januari (Bron: https://www.coviddashboard.nl/). Peildatum: 6 januari.

10

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. In de maanden juli en augustus was ruim 65% van de positief getesten jonger dan 40 jaar, waar dit in de periode maart t/m mei nog onder de 30% lag. Dit is een direct gevolg van het ruimere testbeleid, waarbij niet alleen meer risicogroepen (ouderen en zorgmedewerkers) worden getest, maar iedereen bij lichte klachten getest kan worden. Vanaf begin december was er een opvallende toenemend trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19, onder andere door uitbraken op scholen. Nu de scholen gesloten zijn zien we dat deze groep snel daalt in aantallen. In week 53 is het percentage van 60-79 jarigen en 80 jaar en ouder weer verder toegenomen naar respectievelijk 17,8% en 5,8% van het totaal aantal besmettingen. Dit komt door toenemende aantal uitbraken in de woonzorgcentra.

Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 6 januari.

Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 6 januari.

Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijden en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 8 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen in week 53 iets gedaald naar 31%. Zowel het aandeel van basisschool leeftijd (0-12) als de middelbare school namen de afgelopen week verder af. Deze week neemt de leeftijd 19-27 jarigen wel weer toe naar 16%.

11

In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 14 t/m 20 december (week 51). De grote steden Amersfoort en Utrecht hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals Lopik, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede en Zeist. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 10). De gemeenten Lopik bijvoorbeeld heeft maar 18 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 28 december t/m 3 januari, peildatum 6 januari.

12

Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 28 december t/m 3 januari, peildatum 6 januari.

13

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 7 december t/m 3 januari 2021. De meeste besmettingen waren te herleiden tot de gezinssituatie (73,2%) en werk (6,2%). Bij 3,8% van de besmettingen was de bron onbekend. Alle zorginstellingen samen worden in 12,4% van de besmettingen als meest waarschijnlijke bron genoemd waarbij de intramurale langdurige zorg de meeste besmettingen kende.

Aantal COVID-19 registraties naar bron van besmetting, peildatum 6 januari Intramurale zorg overig

Horeca Vrije tijdsbesteding Transport/OV Evenement Ziekenhuis Overige zorg Verenigingen (sport, student) Intramurale langdurige zorg Onbekend Basis onderwijs/BSO/KDV Werkplek Onderwijs (VO/HO) Gezinssituatie 0

500

1000 50

1500 51

52

2000

2500

3000

53

Figuur 12. Aantal COVID-19 registrateis in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 7 december 2020 t/m 3 januari 2021. Peildatum: 6 januari

14

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast vier regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Inmiddels is de testcapaciteit uitgebreid naar ruim 15.000 plekken per dag. Door afname in testaanvragen staan op dit moment staat in de planning per dag 9034 plekken open, maar er kan elk moment worden opgeschaald naar de maximale testcapaciteit van ruim 15.000 testafnames per dag. In het aantal afgenomen testen zien we dat de afgelopen twee weken een daling van het aantal afgenomen testen. Daarnaast zien we net sinds oktober zoals eerder in juni, juli en augustus, ook weer een weekendeffect. In de week voor kerst was er een enorme toename te zien in het aantal uitgevoerde testen met ruim 7000 uitgevoerde testen per dag, rond de feestdagen is dit aantal meer dan gehalveerd. Ook landelijk werd deze trend gezien. Mogelijk hebben veel mensen zich voor de kerstdagen nog willen testen voor eventueel familiebezoek.

15

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0

Totaal aantal afgenomen testen

Maximale test capaciteit

Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 6 januari.

Het aantal afgenomen testen is in week 52 gedaald naar 28.633 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 2 juni ruim 623.764 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 6 januari begin van de dag), dat is 9,4% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Er is nog steeds geen goed beeld van alle bij commerciële aanbieders uitgevoerde testen, wel worden de positieve uitslagen nu beter doorgegeven aan de GGD. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage is, na een paar weken van lichte daling, afgelopen week iets toegenomen ten opzichte van voorgaande weken naar regionaal een vindpercentage van 11,6% en landelijk 13,6% in week 53. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Twente (18,9%), Zuid-Holland Zuid (17,5%) en Limburg-Noord (16,6). De regio Utrecht zit inmiddels ruim onder het landelijke gemiddelde, wat te verklaren is door het grote aantal testen dat wordt uitgevoerd. De GGD regio Utrecht voert per week bijna 10.000 testen meer uit dan de eerstvolgende GGD.

16

50000

20,0

45000

18,0

40000

16,0

35000

14,0

30000

12,0

25000

10,0

20000

8,0

15000

6,0

10000

4,0

5000

2,0

0

Percentage positief

Aantal uitgevoerde testen

Testen uitgevoerd in teststraten GGDrU en percentage positief, per week

0,0 23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

Weeknummer UT

% POS UT

% POS NL

Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 6 januari

17

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 923 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 6 januari), waarvan 8 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Vijfheerenlanden, IJsselstein en Houten is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).

Aantal overleden COVID-19 patiënten per gemeente 250 195

200 150 100 50

87 24

11

32

52

47 46

30 1

20 10

7

19 11

40 46 5

37

11

50 52 8

27

42 6

7

0

Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 6 januari

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 6 januari.

18

Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 29 december t/m 5 december landelijk 411 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting. In de regio Utrecht zijn in deze periode 40 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets toe. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Het huidige sterftepercentage ligt daarom mogelijk ook dichter bij het werkelijke sterftepercentage aan COVID-19. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld. Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

19

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 17. Vanaf begin december is een toename te zien in het aantal besmette bewoners.

In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstellingen. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets af te nemen. Qua aantallen zitten we ruim boven het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 5 januari 2021

20

Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 4 januari.

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 3 of meer besmettingen aan elkaar gelinkt zijn wordt er gesproken van een cluster.

Figuur 19. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 4 januari

In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 257 instellingen bekend bij de GGD met 2 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 18,4%. (peildatum 4 januari). Bij de GHOR zijn op dit moment 81 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 5 janruari).

21

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk heeft de media aandacht voor psychische problematiek, als gevolg van de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus, gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 20). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

35

Aantal meldingen

30 25 20 15 10 5 0 1

3

5

7

9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51 53

Weeknummer MAB

Wvggz

Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020, peildatum 4 januari

22

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De druk op de zorg blijft hoog. Er zijn er zorgen over de duur van de tweede golf, de impact ervan op het zorgpersoneel en de zorgcontinuïteit. De aantallen in IC-bezetting COVID en kliniek-bezetting COVID blijven langzaam verder oplopen. COVID capaciteit op de IC ligt (vrijwel) vol. Er is nog wel ruimte op de reguliere IC en voldoende COVID capaciteit in de kliniek. De reguliere capaciteit in kliniek is krap. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 21. Vanaf 6 juli: Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 5 januari

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zagen we de ziekenhuisopnames stijgen gevolgd door begin november een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december neemt het echter weer toe (figuur 21).

23

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een toename te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 5 januari.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt toe.

Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 5 januari.

24

3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuis) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 81 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 84 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 71,1% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 34 GGZ instellingen was dit 52,9% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 30,7%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets hoger dan eerder. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen alsook de GGZ instellingen laten de afgelopen weken weer een stijging zien. Ook beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week weer een stijging zien.

Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 5 januari. Bron GHOR.

Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 5 januari. Bron GHOR.

25

Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 5 januari. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten word, zie figuur 27. Momenteel is er opgeschaald naar fase 1 (huidige fase, zie schema in figuur 28). Grootste uitdaging in het organiseren van deze capaciteit is personele inzet. Zoals binnen alle organisaties in de zorg en daarbuiten, is personele uitval door ziekte of quarantaine maatregelen groot.

Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 5 januari. Bron GHOR.

Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum:5 januari. Bron GHOR.

26

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

e Covid -19 crisis.

27

Bijlage 1. Testbereidheid en vindpercentages per gemeente In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op de GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 49 en 50 uitgevoerd op 15 december. Deze analyses worden voortaan om de twee weken als bijlage opgenomen in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente In overeenstemming met de afname in het aantal afgenomen testen op de GGD regio Utrecht teststraten daalt het aantal geteste inwoners per gemeente in de weken 52 en 53. De vakantieperiode met feestdagen zal hier zeker aan hebben bijgedragen. Voor week 52 is dit effect het duidelijkst: op de maandag, dinsdag en woensdag werden gemiddeld ruim 7000 mensen getest, op vrijdag tot en met zondag gemiddeld maar 3300 mensen per dag. Daarnaast is de verwachting dat de harde lockdown effect heeft op het verminderen van de infectiedruk, echter zien we daar in de cijfers nog geen grote effecten tot nu toe. In figuur 1 is een regio kaartje te zien met het aantal afgenomen testen per gemeente in 4 categorieën voor week 52 en 53. Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste zes weken is per gemeente weergeven in figuur 2 en figuur 3.

Hier is onder andere te zien dat gemeenten met hoge infectiedruk, als Bunschoten, Renswoude, Rhenen en Veenendaal, relatief gezien het meest testen.

Figuur 1. Regio kaartje met aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 21 december t/m 3 januari. Peildatum 5 januari.

28

Test aantallen per gemeente per 100.000 inwoners, peildatum 5 januari 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

week 48 & 49

week 50 & 51

week 52 & 53

Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 23 november t/m 3 januari 2021. Peildatum 5 januari.

Gemeente Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Regio

week 48 & 49 week 50 & 51 week 52 & 53 4030 6131 3822 2755 4250 2566 4101 5977 4048 4605 7285 4825 2995 4838 3044 2926 5000 2877 3017 5148 3623 4291 6507 3723 3307 5136 2797 3326 5546 3503 3228 4728 2274 3701 6237 3837 3356 4863 2721 3500 5816 3529 2884 7274 4133 3922 7734 4130 2912 4858 3274 3484 5249 3139 4261 6572 4769 3136 4522 3403 2877 4038 4670 3380 3779

6172 7847 4798 4755 6509 8442 5568 6003

3514 4449 2913 3111 3774 4071 3690 3821

Figuur 3. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente per twee weken, periode 23 november t/m 3 januari 2021. Peildatum 5 januari.

29

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 4 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven. De top 6 gemeente in de laatste week zijn Bunschoten, Eemnes, Renswoude en Woudenberg. Al deze gemeente zitten boven de 20% in week 53 en dus ruim boven het gemiddelde vindpercentage van 11,7%.

Vindpercentages per gemeente per week, peildatum 5 januari 35,0% 30,0% 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0%

51

52

53

Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 16 november t/m 13 december. Peildatum 15 december.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9659674/1