PR21.028 Vastgestelde kadernota 2022 ODrU
Tekst van het document
3.4
Vermogensontwikkeling
Jaarlijks wordt op basis van een risicoanalyse de gewenste omvang van het vermogen bepaald. In 2015 heeft het algemeen bestuur besloten de omvang van het weerstandsvermogen te relateren aan de omvang van de risico’s die de ODRU loopt. Sinds de laatste, in april 2020 vastgestelde, notitie Risico’s en Weerstandsvermogen heeft het AB besloten hierbij een ratio te hanteren van tussen de 1,0 en 1,4. In de praktijk betekent dit dat met de huidige vastgestelde risico’s, het weerstandsvermogen tussen de
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
16 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
€ 667.000 en € 933.800 bedraagt. Komt het ratio onder 1,0 te liggen, dan volgt een ophoging. Boven een ratio van 1,4 volgt een uitbetaling aan de eigenaren. Vermogensontwikkeling Stand algemene reserve
Stand Toevoeging n.a.v. AB 1-1-2020 besluit juli 2020 703.430
Stand 1-7-2020 703.430
Bestemmingsreserve Omgevingswet*
253.340
297.131
550.471
Bestemmingsreserve PFAS*
29.592
50.408
80.000
Totaal eigen vermogen
986.362
347.539
1.333.901
Benodigde weerstandscapaciteit
667.000
667.000
TABEL 1: VERMOGENSONTWIKKELING * DE BESTEMMINGSRESERVES MAKEN GEEN ONDERDEEL UIT VAN HET WEERSTANDSVERMOGEN.
Op dit moment bedraagt het weerstandsvermogen € 703.430. Hiermee ligt de ratio boven 1,0. Een ophoging van het weerstandsvermogen is op dit moment niet nodig. Het weerstandsvermogen is van voldoende niveau om de huidige risico’s af te dekken wanneer deze zich niet gelijktijdig voordoen. Naast het weerstandsvermogen zijn er in 2020 twee bestemmingsreserves. Voor de Omgevingswet is een bestemmingsreserve om de voorbereidingskosten te financieren. Het AB heeft deze bestemmingsreserve opgehoogd met een deel van het resultaat uit 2019. In 2020 hebben de eigenaargemeenten deze verder opgehoogd met een extra bijdrage om het programma te financieren tot 2022. Daarnaast hebben gemeenten in 2020 een bijdrage gestort om de bestemmingsreserve PFAS op te hogen, waarmee de bestemmingsreserve PFAS in 2020 € 80.000 bedraagt.
3.5
Baten en Lasten
3.5.1
Toelichting op de lasten
Loonkosten De medewerkers van de ODRU vallen onder de cao van de Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO). De huidige cao loopt van 1 januari 2019 t/m 31 december 2020. De genormaliseerde cao zal, net als de CAR-UWO, lokale ruimte kennen en daarom moeten er afspraken komen over het lokale overleg. Deze overleggen staan gepland in oktober en november 2020. De planning is dat er een nieuw caoakkoord ligt per 1 juli 2021. Het is nog onduidelijk wat de loonontwikkelingen zullen zijn in 2022. Dit geldt voor de salarissen maar ook in het bijzonder voor de sociale lasten. De verwachting is dat in ieder geval de kosten voor de gedifferentieerde premie WGA en Ziektewet zullen stijgen vanwege instroom van enkele medewerkers. Bij de berekening van de salarislasten voor de begroting 2022 wordt uitgegaan van het vastgestelde formatieplan en volgen we de verwachte loonontwikkeling vanuit het CPB. In de concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 17 augustus 2020, wordt de verwachte loonvoet voor de sector overheid voor 2021 ingeschat op 1%. Dit is een laag percentage en is als gevolg van de steunmaatregelen door het kabinet vanwege het coronavirus. Door extra loonkosten en de Noodfonds Werkgelegenheid (NOW) regeling is er een opwaarts effect gecreëerd in 2020 à 0.9% punt en een neerwaarts effect van 0.9% punt in 2021 door het CPB.
Dit effect zien we ook terug in de berekening van de voor- en nacalculatie. Voor 2022 zijn nog geen betrouwbare cijfers voorhanden. Wij gaan daarom voor de begroting 2022 uit van een geleidelijke verhoging van de loonkosten. Met het oog op een nieuw af te spreken cao in 2021 en de verwachtingen van het CPB stellen wij voor om voor 2022 uit te gaan van een gematigde loonbijstelling van 2%.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
17 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Overige (materiële)kosten Voor de overige kosten wordt per onderdeel een budget gereserveerd in de begroting. Deze posten worden begroot op basis van structurele uitgaven en een inschatting van incidentele en/of toekomstige structurele uitgaven. Waarbij we de meerjarige budgetten uit de vastgestelde begroting 2021 als basis nemen. Getracht wordt om de uitgavenstructuur zodanig in te richten dat er sprake is van flexibiliteit en een zo beperkt mogelijk structureel uitgavenpatroon. Het belangrijkste uitgangspunt is hierbij dat structurele uitgaven uit structurele inkomsten worden gefinancierd. Deze posten bedragen doorgaans een, historisch bepaald, percentage van de directe personele lasten. Prijsstijgingen en indexeringen op inhuurcontracten worden opgevangen in het uurtarief. Hierin is de stijging van de inhuurtarieven gecompenseerd. De prijscorrectie in de voor- en nacalculatieberekening van het uurtarief voorziet hierin.
3.5.2
Toelichting op de baten
Gemeentelijke baten De baten uit de gemeentelijke bijdragen die in de begroting 2022 van de ODRU worden opgenomen, staan gelijk aan de afname van uren die zijn opgenomen in de DVO’s. Dit is conform de begrotingssystematiek uitgewerkt in figuur 2. Naast vaste DVO-uren worden ook de langlopende contracten aan de baten toegevoegd. Met extra omzet vanuit aanvullende opdrachten en uren uit het UVP wordt vooralsnog geen rekening gehouden. Als dit zich voordoet, wordt het financieel verwerkt in een begrotingswijziging. Met de huidige DVO’s en vaste contracten komt de afname van uren in 2022 uit op een totaal van 155.049. In bijlage 1 is de verdeling per gemeente weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met het aflopende handhavingscontract van De Bilt. Er is nog geen rekening gehouden met de uitbreiding van de DVO’s vanwege de taak Externe Veiligheid in 2021 en ook geen rekening gehouden met een mogelijke urenuitbreiding als gevolg van de structurele impact van de Omgevingswet. Overige baten Voor de overige baten wordt in de begroting een budget gereserveerd. Deze posten worden begroot op basis van historische kennis met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel. Hier worden baten bedoeld die onder andere voortvloeien uit vrijval of ontvangst van subsidies en activiteiten op het gebied van natuur- en milieueducatie.
4.
Loon- en prijsontwikkeling
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de effecten van de verwachte loon- en prijsontwikkeling op het tarief doorgerekend. 4.2
Loon- en prijsontwikkeling
De voor- en nacalculatie op de methodiek van loon- en prijsontwikkeling die in 2016 is geïntroduceerd, blijven we handhaven. Hiermee voorkomen we dat ieder jaar een intensieve discussie moet worden gevoerd over de aanpassing van de tarieven. Hierdoor is een reële aanpassing van de tarieven niet mogelijk. Doordat er ieder jaar een nacalculatie wordt gedaan op de eerdere voorcalculatie en het verschil wordt verrekend met de nieuwe tarieven voor het nieuwe begrotingsjaar vallen de tarieven over een langere periode nooit hoger uit dan de gerealiseerde loon- en prijsontwikkeling.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
18 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Jaar t
Jaar t+1
Jaar t+2
Voorcalculatie lonen t+2 reëel
Voorlopige nacalculatie loonvoet
Definitieve nacalculatie gerealiseerde
verwachte ontwikkelingen
sector overheid (CPB)
ontwikkeling lonen (cao)
Voorcalculatie prijzen t+2 reëel
Voorlopige nacalculatie consumenten
Definitieve nacalculatie consumenten
verwachte ontwikkelingen
prijsindexcijfer (CPI).
prijsindexcijfer (CPI).
TABEL 2: LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGSMETHODIEK
De concept Macro Economische Verkenningscijfers (MEV) van het CPB, gepubliceerd op 17augustus 2020, geven een krimpende economische ontwikkeling weer in 2020 en een beperkte groei in 2021. Alles als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat de economie krimpt met 5%. Volgend jaar is de verwachting, dat als een tweede golf van het virus uitblijft, een beperkte groei aanwezig is van 3%. Het scenario bij een tweede golf is dat er ook in 2021 een krimp wordt verwacht. De cijfers vanuit de concept MEV zijn als volgt verwerkt: •
2020 In het gehanteerde rekenmodel voor de ODRU zijn de mutaties verwerkt tot en met 2020. De loonvoet over 2020 is 4,5%2. De verwachte consumentenindex prijscijfer (CPI) over 2020 komt uit op 1,5%. Gewogen voor de ODRU is dit 3,84% over 2020. De voorlopige nacalculatie kwam uit op een gewogen percentage van 2,59%. Dit geeft voor 2020 een definitieve, gewogen nacalculatie van 1,25%.
•
2021 In verband met de vele onzekerheden wordt gewerkt met de verwachte loonvoet voor de sector overheid. Op basis van de concept MEV van het CPB wordt voor 2021 een loonvoet van 1% verwacht voor de sector overheid en een consumentenindex prijscijfer (CPI) van 1,60%. Gewogen is dit voor de ODRU 1,12% voor 2021. Aangezien in de Kadernota 2021 en de begroting 2021 is uitgegaan van een loonindex van 2.5% en een prijsindex van 1,80% betekent dit een voorlopige nacalculatie van -/-1,23% over dit jaar.
•
2022 Gezien de actuele ontwikkelingen in de economie stellen wij voor om de voorcalculatie voor de verwachte loonontwikkeling in 2022 op 2% en die voor de prijsontwikkeling op 1,50% te zetten.
In lijn met de lange termijn visie van het CPB, wordt er verwacht dat de economie beperkt aantrekt in de aankomende jaren. Hierdoor zetten wij ook in op een beperkte loon- en prijsontwikkeling. De voorlopige percentages worden verrekend in de Kadernota 2023 en de definitieve worden berekend in de Kadernota 2024. In tabel 3 zijn de voorgaande percentages weergegeven. De volledige berekening is terug te vinden in bijlage 2.
2 Deze is hoger dan gemiddeld vanwege een doorgevoerde correctie van 0.9% punt vanwege corona. Dit wordt in 2021 met
hetzelfde percentage neerwaarts bijgesteld.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
19 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
2020 Voor- en nacalculatie Schatting Kadernota Voorlopige Nacalculatie Verminderd Loon correctie Prijs correctie Gewogen L/P
2021
Tarief
2022
Lonen Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen
2,90%
1,50%
2,59%
4,50%
1,50%
3,84%
2,50%
1,80%
2,35%
1,00%
1,60%
1,12%
1,50%
1,60% 0%
1,50%
1,90%
2,00% -0,20%
1,25%
2,00%
2,10% 1,50%
-1,23%
2022
1,30% 1,90%
1,92%
TABEL 3: BEREKENING VOOR- EN NACALCULATIE
Rekening houdend met de definitieve nacalculatie voor 2020 en voorlopige nacalculatie voor 2021 van respectievelijk +1,25% en -/-1,23% stijgt het tarief door de loon- en prijscorrecties over 2022 daardoor met 1,92%. 4.3
Tarief 2022
Het uurtarief zoals wij dat berekenen is op basis van de begrote vaste kosten van de toegestane formatie, ICT, huisvesting en overige materiële kosten (gecorrigeerd voor de overige neveninkomsten die niet uur gerelateerd zijn). Deze netto kosten worden gedeeld door de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de DVO/vaste contracten. Het resultaat hiervan is het uurtarief dat we hanteren voor het desbetreffende jaar. In dit tarief zijn dus de structurele kosten van de toegestane formatie en de overige vaste kosten afgestemd op de verwachtte omzet vanuit de DVO’s (basis-begroting). Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. Jaarlijks wordt in de Kadernota het tarief geïndexeerd via de voor- en nacalculatie methodiek op de loon- en prijsontwikkeling, waardoor het tarief nooit hoger kan uitvallen dan de werkelijke prijsontwikkelingen. Bij bovengenoemde uurtariefberekening wordt geen rekening gehouden met de gevolgen van groei of krimp van de organisatie. Groei leidt tot schaalvoordelen. Binnen een bepaalde bandbreedte van groei hoeft de overhead immers niet evenredig mee te groeien met het aantal uren. Als dit zich voordoet kan het tarief dan gecorrigeerd worden voor deze schaalvoordelen. (Zoals in het tarief van 2020 is gebeurd).
De ODRU is aan de slag met efficiencyverbeteringen en besparingen, zoals reeds beschreven, middels het drie-sporen traject. Deze besparingen effectueren zich nog niet in de berekening van het uurtarief, omdat deze uitgaat van de begrote structurele kosten gerelateerd aan de DVO omzet uit de meerjarenbegroting die in het voorjaar van 2020 is opgesteld en door het AB is vastgesteld. De effecten van het drie-sporen traject worden komende tijd, in samenwerking met de gemeenten, verder onderzocht. In het voorjaar van 2021 wordt bij het opstellen van de begrotingswijziging 2021 en de begroting 2022 bekeken welk deel van de te realiseren kostenbesparing in beide stukken verwerkt kan worden. Voor 2022 is de stijging zoals berekend in de vorige paragraaf 1,92%. Dit komt neer op een afgeronde ophoging van € 1,75 op het tarief van 2021. Het uurtarief van 2022 komt daarmee uit op € 96,75. In tabel 4 is de verwachte loon- en prijsstijging verwerkt in de vastgestelde meerjarenbegroting 2022. Hieruit is af te lezen dat we met deze beperkte stijging de vaste kosten kunnen dekken uit de vaste DVO omzet.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
20 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
Tariefopbouw
Meerjaren begroting 2022
Salarislasten (incl. formatie uitbreiding i.v.m. verschuiving GIS-GEO)
Indirecte personele lasten ICT-lasten Facilitaire lasten (o.a. huisvesting, lease) Overige materiële lasten Totale lasten Totale opbrengsten niet uren gerelateerd Netto kosten Uren Tarief (netto kosten / aantal uren)
€
11.766.500 718.750 1.463.500 795.000 114.500 14.858.250 -161.000 14.697.250
€
155.049 95,00
Benodigd budget 2022 (incl. loon/prijs ontwikkeling)
12.013.500 728.000 1.482.500 805.500 116.000 15.145.500 -161.000 14.984.500
€
€
% 79% 5% 10% 5% 1% 100%
155.049 96,75
TABEL 4: TARIEF OPBOUW
In de volgende grafiek is de tarief ontwikkeling opgenomen van de afgelopen vier jaar. Hierin is af te lezen dat afgelopen vier jaar het tarief steeds matiger is gegroeid. In het eerste jaar was er een stijging van € 4,25 per uur en dit jaar wordt er een stijging voorgesteld van € 1,75 per uur.
Hieronder zijn de uitgangspunten opgenomen die als basis dienen voor het begrotingsjaar 2022: • • • • •
•
De meerjarenkaders uit de begroting 2021 vormen de basis voor de begroting 2022. De begroting 2022 zal voortborduren op de huidige wijze van tariefberekening. Voor de begroting 2022 wordt uitgegaan van de zekere omzet vanuit de DVO´s. Het vastgestelde formatieplan wordt doorgerekend op basis van het maximum schaalniveau. Het voorstel is om het tarief voor 2022 vast te stellen op € 96,75 per uur. Als de omvang van het weerstandsvermogen en bestemmingsreserves het toelaat worden financiële resultaten achteraf verdeeld via het jaarrekeningresultaat over de eigenaren. De komst van de Omgevingswet heeft een grote impact op de dienstverlening in 2022. De hiermee samenhangende volumewijzigingen zijn nog niet bekend en zullen, vanwege grote onzekerheid, in het UVP van 2022 worden vastgelegd en doormiddel van een begrotingswijziging voor 2022 worden voorgelegd.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
21 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
5.
Planning en tijdschema
De uitgangspunten voor de begroting 2022, zoals in deze Kadernota 2022 beschreven, worden op 10 september 2020 vastgesteld in het dagelijks bestuur en op 1 oktober 2020 besproken in het algemeen bestuur. Daarna volgt de toezending aan het college voor de zienswijzetermijn van acht weken. De zienswijzen worden in het dagelijks bestuur van 26 november 2020 behandeld. Op 17 december 2020 wordt de Kadernota 2022 – rekening houdend met de zienswijzen - vastgesteld in het algemeen bestuur. Medio april, doch uiterlijk acht weken voor de bestuursvergadering van juni 2021, wordt de begroting 2022 aan alle deelnemende gemeenten toegezonden. Hierna kan de begroting in de vergadering van het algemeen bestuur van eind juni/ begin juli 2021 worden vastgesteld en voor 15 juli 2021 aan de toezichthouder worden verstuurd.
6.
Verantwoording
6.1
Rapportages
Binnen de P&C-cyclus worden jaarlijks aan het algemeen bestuur de jaarrekening, de begroting en twee rapportages, inclusief prognose, aangeleverd. De auditcommissie beoordeelt deze rapportages, en de werking van de P&C-cyclus en rapporteert hierover aan het algemeen bestuur. De deelnemende gemeenten ontvangen eenmaal per kwartaal een productrapportage. Hierin staat welke activiteiten er per project zijn uitgevoerd, welke vergunningsprocedures en handhavingactiviteiten er zijn uitgevoerd en welke procedures nog in behandeling zijn. 6.2
Jaarrekening
De jaarrekening wordt opgesteld in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar conform de bepalingen van het BBV. De jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Deze jaarrekening wordt, samen met de begroting voor het daaropvolgende jaar, aan de deelnemende gemeenten toegezonden waarna zij definitief zal worden vastgesteld door het algemeen bestuur van de ODRU.
Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:
22 Akkoord secretaris:
Kadernota 2022
BIJLAGE 1. Uren per gemeente
Gemeenten
DVO (G)*
(vaste) T
(vaste) P
Projecten
Projecten
A projecten
Totaal uren
Bijdrage per gemeente**
Gemeente Bunnik
4.359
4.359
€
421.733
Gemeente De Bilt
4.554
4.554
€
440.600
Gemeente De Ronde Venen
22.859
22.859
€ 2.211.608
Gemeente IJsselstein
19.346
19.346
€ 1.871.726
Gemeente Montfoort
13.135
13.135
€ 1.270.811
Gemeente Oudewater
4.046
4.046
€
391.451
Gemeente Renswoude
3.310
3.310
€
320.243
Gemeente Rhenen
2.417
2.417
€
233.845
Gemeente Stichtse Vecht
15.923
15.923
€ 1.540.550
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
10.178
10.178
€
984.722
Gemeente Veenendaal
6.291
7.310
€
707.243
Gemeente Vijfheerenlanden
13.100
13.100
€ 1.267.425
Gemeente Wijk bij Duurstede
3.773
3.773
€
Gemeente Woerden
13.679
13.679
€ 1.323.443
Gemeente Zeist
17.060
17.060
€ 1.650.555
155.049
€ 15.000.991
Totaal
154.030
1.019
1.019
-
-
*
BETREFT DE DVO’S PER BOEKJAAR 2020. DE OPHOGING VANUIT EXTERNE VEILIGHEID VANAF 2021 IS NOG NIET VERWERKT.
**
BIJDRAGE PER GEMEENTE IS BEREKEND OP BASIS VAN HET NIEUWE VOORGESTELDE TARIEF 2022
Omgevingsdienst regio Utrecht
365.038
23
Kadernota 2022
Ontwikkeling DVO-uren (G) Gemeenten Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente De Ronde Venen Gemeente IJsselstein Gemeente Montfoort Gemeente Oudewater Gemeente Renswoude Gemeente Rhenen Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Veenendaal Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede Gemeente Woerden Gemeente Zeist Totaal
2018
2019
4.359 4.359 4.554 4.554 12.142 22.859* 19.346 19.346 13.135 13.135 4.046 4.046 3.102 3.310 2.417 2.417 15.128 15.128 10.178 10.178 5.793 6.291 5.281 13.100** 2.441 3.351 13.679 13.679 13.885 17.060*** 129.486 152.813
2020
2021
2022
4.359 4.554 22.859 19.346 13.135 4.046 3.310 2.417 15.923 10.178 6.291 13.100 3.773 13.679 17.060 154.030
4.359 4.554 22.859 19.346 13.135 4.046 3.310 2.417 15.923 10.178 6.291 13.100 3.773 13.679 17.060 154.030
4.359 4.554 22.859 19.346 13.135 4.046 3.310 2.417 15.923 10.178 6.291 13.100 3.773 13.679 17.060 154.030
*
TAAKOVERDRACHT BOUWEN
**
TAAKOVERDRACHT VANWEGE GEMEENTELIJKE HERINDELING
*** ****
NDC P-CONTRACT IN HET DVO OPGENOMEN HET P-CONTRACT VAN DE BILT VAN 2.723 UUR LOOPT PER 1-12-2021 AF
Omgevingsdienst regio Utrecht
24
Kadernota 2022
IN DE GRAFIEK IS WEERGEGEVEN WAT DE VERHOUDING IS TUSSEN HET AANTAL DVO UREN EN HET TOTAAL AANTAL AFGENOMEN UREN IN HET UVP VOOR BOEKJAAR 2020. DE STREEFWAARDE VAN DE ODRU IS DAT DE VERHOUDING 80% DVO IS EN 20% UVP. AF TE LEZEN IS DAT 7 GEMEENTEN HIERAAN VOLDOEN, 6 GEMEENTEN BINNEN DE 70% ZITTEN EN DAT 2 GEMEENTEN ZICH VER ONDER DE STREEFWAARDE BEVINDEN.
Omgevingsdienst regio Utrecht
25
Kadernota 2022
BIJLAGE 2. Berekening loon- en prijsontwikkeling
De loonontwikkeling voor 2020 is conform de vastgestelde werkelijke loonvoet overheid à 4,50%. De consumentenprijsindex is 1,50% voor 2020 op grond van de concept MEV-cijfers van het CBP. De loon- en consumentprijsindex voor 2020 zijn ook op grond van dezelfde concept MEV-cijfers.
In bovenstaande tabel is de meerjarige begroting van de ODRU opgenomen. Hieruit valt af te leiden dat in het huidige meerjarige begroting de geraamde lasten voor 2022 lager uitvallen dan we de werkelijke loon- prijs ontwikkeling gaat doen volgens de verwachting van het CPB, zie de donkergrijze cel in de tabel. Hierdoor wordt voorgesteld om het tarief te herzien. Dit staat in de volgende tabel.
Omgevingsdienst regio Utrecht
26
Kadernota 2022
Het voorstel voor het tarief 2022, zoals in deze Kadernota is doorgerekend in de totale lasten, zie bovenstaande tabel. Hieruit blijkt dat de voorgestelde correctie op van de loon- en prijsontwikkeling in het tarief voldoende zijn om de verwachte ontwikkeling op te vangen. Dit is het vertrekpunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting 2022-2025.
Omgevingsdienst regio Utrecht
27