PR21.023 Regionale rapportage COVID-19 20201223
Tekst van het document
Regionale rapportage COVID-19 23 december 2020
1
Inhoudsopgave
INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.
VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.
2.
KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 20 2.1 2.2.
3.
AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 15 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18
MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 20 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 22
ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 23 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 23 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 23 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 24 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 24 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIZEN) .............................................................................................. 24 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 25 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 26 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 27
BIJLAGE 1. GEDRAGSONDERZOEK RIVM EN GGD’EN ...................................................................................... 28 BIJLAGE 2. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN COVID-19 .......................................................................................... 31
2
Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.
3
1.
Virusverspreiding
1.1.
Aantal positief geteste personen
Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag. Vanaf 19 oktober nam het aantal besmettingen landelijk nog steeds toe, maar minder hard dan de weken daarvoor. Begin november was er sinds lange tijd weer sprake van een daling in het aantal besmettingen per dag, maar de daling stagneerde tot gemiddeld 4500 besmettingen per dag. Afgelopen weken zien we dat het aantal besmettingen fors stijgt naar zo’n 9000 besmettingen per dag. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Met de recente toename in besmettingen behoort Nederland opnieuw tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen.
Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. Peildatum: 22 december 2020 10:00. Bron RIVM
Tot en met 23 december 8:00 uur zijn in totaal 61.253 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 2. Na een piek in week 43 was er een forse daling te zien vanaf week , waarna het aantal besmettingen per week stabiel bleef rond de 3000 per week in week 45-48. Vanaf week 49 is het aantal weer toegenomen met in week 51 een nieuw weekrecord van 6742 nieuwe besmettingen.
Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 21 december.
4
De infectiedruk blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de genomen maatregelen van begin en medio oktober zijn na enkele weken zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week- en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling is niet doorgezet in de regio en ging ook landelijk over in een stabilisatie. Afgelopen drie weken zien we weer een stijging in aantallen. Op maandag 14 december j.l. is in de toespraak van Premier Rutte een lockdown aangekondigd. De afgekondigde maatregelen zijn ingegaan op 15 december om 00:00 uur. De maatregelen duren tot 19 januari. Een van de maategelen is dat alle onderwijsinstellingen vanaf 16 december moesten gaan op online onderwijs.
De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS, ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’. De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling. Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis vanuit aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settingen en in alle gemeenten. De stijging in de laatste weken is het sterkst buiten de grote steden. Regio Utrecht zat tot eind oktober ruim boven de 250 besmette gevallen per 100.000 inwoners per week.
Sinds week 45 tot en met week 48 zat de regio net onder de 250 besmette gevallen per week. In week 51 zit de regio met 501 per 100.000 weer ver boven de 250 besmettingen. Ook het vindpercentage is iets toegenomen naar een percentage van 12,3% in de afgelopen week. Het vindpercentage ligt daarmee ruim onder het landelijke gemiddelde van 13,5%, maar dat heeft er ook mee te maken dat de regio Utrecht veel meer testen uitvoert dan de meeste andere regio’s. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Vanwege het zeer hoge aantal positief getesten is het bron- en contactonderzoek afgelopen week afgeschaald van ‘volledig BCO’ naar ‘risicogestuurd BCO fase 3’: nauwe contacten worden geïnformeerd door de index. Monitoring is tijdelijk opgeschort. Om terug te kunnen gaan naar ‘fase 2’ of ‘volledig BCO’ is zeer dringend een daling van de aantallen tot een stabiel laag niveau een voorwaarde. Alleen samen krijgen we corona onder controle
Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen
5
bij de eerste klachten. De laatste weken is de landelijke communicatie hierover weer geïntensiveerd en is onderdeel van de aanvullende regionale maatregelen. Aangescherpte maatregelen om de verspreiding van het virus terug te dringen
Belangrijkste oorzaak van het snel stijgend aantal besmettingen is dat niet iedereen de regels naleeft om besmetting te voorkomen. Na de persconferentie op 28 september zijn maatregelen afgekondigd om het aantal contactmomenten terug te dringen. Deze landelijke maatregelen hebben niet geleid tot een stabilisatie of vermindering van besmettingen. In het afgelopen jaar zijn verschillende maatregelen getroffen om het virus te bedwingen. Omdat deze niet leiden tot het gewenste resultaat, heeft premier Rutte in zijn toespraak van 14 december jl. een harde lockdown aangekodigd m.i.v. 15-12 00:00
uur. In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 4 juli uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag van minder dan 1 week geleden, nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht, vanaf het moment van de eerste versoepeling van maatregelen na de eerste golf. Onderin het figuur staat met pijltjes aangegeven wanneer aanscherping van de maatregelen hebben plaatsgevonden. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdensaantallen is een voorzichtige stabilisatie te zien. Echter het aantal besmettingen bleef drie weken stabiel op een hoog niveau. De verwachting is dat eerst vanaf week 52 duidelijk zal worden wat het effect is van de strenge lockdown op het aantal besmettingen. Naast een toename in aantallen zien we ook een stijging in afgenomen testen. Hier kunnen meerdere oorzaken voor bestaan.
Allereerst is sinds 1 december het testbeleid verruimd, mensen die in quarantaine zitten door contact met een besmet persoon kunnen zich nu zonder klachten kunnen laten testen op dag 5. Daarnaast is de verwachting dat er door het “verkoudheidsseizoen” er nu sowieso weer meer mensen met luchtwegklachten zullen zijn. Ook kan het zo zijn dat het virus weer meer aanwezig is onder de bevolking en dat mensen onderling meer contacten hebben gehad in verband met de inkopen voor de feestdagen (Sinterklaas en kerst). Door de onlangs getroffen maatregelen en beperkingen zal het aantal contacten worden verminderd. Het sluiten van de kinderdagverblijven en onderwijsinstellingen, het thuiswerken en dringende advies zoveel mogelijk thuis te blijven zal daar ook aan bijdragen.
6
Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 21 december.
7
Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden inmiddels vrijwel verdwenen zijn in de regio Utrecht. Door het hoge aantal nieuwe besmettingen wordt alleen brononderzoek uitgevoerd door GGD regio Utrecht, maar contacten worden niet meer in kaart gebracht en actief benaderd. Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeente gestegen.
De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen op middelbare scholen (wat ook weer kan leiden tot gezinsclusters) en woonzorgcentra. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.
Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 15 t/m 20 december. Peildatum: 21 december.
8
Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 23 november t/m 20 december. Peildatum: 21 december.
Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen vier weken. De gemeenten Bunschoten, Woudenberg, Rhenen, Veenendaal en Renswoude hebben allen meer dan 1200 besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste twee weken. Van alle veiligheidsregio’s heeft Utrecht met 501 patiënten per 100.000 inwoners het zesde hoogste aantal besmette personen. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld absoluut gezien weliswaar het hoogste aantal besmettingen binnen de regio, maar heeft relatief gezien momenteel juist het laagste aantal besmettingen. Figuur 7 laat de landelijke top 10 van gemeenten zien met het hoogste relatieve aantal besmettingen in de afgelopen 14 weken. Vijf gemeenten in de top 10 liggen in de regio Utrecht. In deze top 10 valt het hoge aantal besmettingen op in gemeenten met hechte (geloofs)gemeenschappen.
9
Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD-meldingsdatum van 8 december t/m 22 december 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 23 december.
Figuur 7. Landelijke top 10 van gemeenten met relatief gezien het hoogste aantal besmettingen per 100.000 inwoners, in de periode 8 december t/m 22 december (Bron: https://www.coviddashboard.nl/). Peildatum: 23 december.
10
Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 8 staat het aantal positieve meldingen de laatste 4 weken weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. In de maanden juli en augustus was ruim 65% van de positief getesten jonger dan 40 jaar, waar dit in de periode maart t/m mei nog onder de 30% lag. Dit is een direct gevolg van het ruimere testbeleid, waarbij niet alleen meer risicogroepen (ouderen en zorgmedewerkers) worden getest, maar iedereen bij lichte klachten getest kan worden. Vanaf begin december is er een opvallende toenemend trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 0-19. In week 51 is het percentage van 60-79 jarigen en 80 jaar en ouder weer iets toegenomen naar respectievelijk 15,6% en 5,5% van het totaal aantal besmettingen. Dit kwam door toenemende aantal uitbraken in de woonzorgcentra. Het aantal besmettingen onder de 20 jaar afgelopen week lijkt stabiel hoog te zijn.
Figuur 8- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum 22 december.
Figuur 9- Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplitsing 0-12, 13-15, 16-18, en 19-27 t.o.v. alle andere leeftijden. Peildatum 22 december.
Figuur 9 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijden en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 8 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen in week 51 iets gedaald naar 35%. Zowel het aandeel van basisschool leeftijd (0-12) als de onderbouw van middelbare school (13-15) namen de afgelopen week echter toe.
11
Deze groepen worden alleen met specifieke indicatie getest dus zullen deze percentages een onderschatting zijn. Het percentage van de bovenbouw van de middelbare school bleef stabiel ruim 7,3% van het totaal aantal besmettingen. Deze week neemt de leeftijd 19-27 jarigen redelijk af naar 11,8%. Dit zou een beginnend effect van de sluiting van de onderwijssinstellingen een week eerder kunnen zijn. Het verdere effect van sluiting van onderwijsinstellingen zal mogelijk volgende week beter te zien zijn. In figuur 10 en figuur 11 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 14 t/m 20 december (week 51). De grote steden Amersfoort en Utrecht hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals Bunschoten, De Bilt, Soest en Zeist. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten (zie figuur 10). De gemeenten Oudewater bijvoorbeeld heeft maar 68 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente.
De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.
Figuur 10. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 14 t/m 20 december, peildatum 21 december.
12
Figuur 11. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 14 t/m 20 december, peildatum 21 december.
13
Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 12 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het bron- en contactonderzoek in periode 23 november t/m 20 december. De meeste besmettingen waren te herleiden tot de gezinssituatie (57,3%), werk (11,7%) en voortgezet onderwijs (9,5%). Bij 4,5% van de besmettingen was de bron onbekend. Alle zorginstellingen samen worden in 4,9% van de besmettingen als meest waarschijnlijke bron genoemd.
Aantal COVID-19 registraties naar bron van besmetting, peildatum 21 december Intramurale zorg overig Horeca Vrije tijdsbesteding Transport/OV Evenement Ziekenhuis Overige zorg Verenigingen (sport, student) Intramurale langdurige zorg Onbekend Basis onderwijs/BSO/KDV Werkplek Onderwijs (VO/HO) Gezinssituatie 0
500
1000 48
49
1500 50
2000
2500
3000
51
Figuur 12. Percentage COVID-19 besmettingen in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 23 november t/m 20 december. Peildatum: 21 december.
14
1.2.
Testen
Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast 5 regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Houten, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met de besmette persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.
Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 13 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 augustus en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Inmiddels is de testcapaciteit uitgebreid naar ruim 11.000 plekken per dag. Door afname in testaanvragen staan op dit moment staat in de planning per dag 9089 plekken open, maar er kan elk moment worden opgeschaald naar de maximale testcapaciteit van ruim 11.000 testafnames per dag. In het aantal afgenomen testen zien we dat de afgelopen week een stijging van het aantal afgenomen testen. Daarnaast zien we net sinds oktober zoals eerder in juni, juli en augustus, ook weer een weekendeffect. Ook landelijk is er een grote toename te zien in het aantal uitgevoerde testen, met inmiddels ruim 70.000 testen per dag.
15
Figuur 13. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 augustus met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 23 december.
Het aantal afgenomen testen is in week 51 gestegen naar 42.877 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 1 juni ruim 563.778 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 23 december begin van de dag), dat is 9,4% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Er is nog steeds geen goed beeld van alle bij commerciële aanbieders uitgevoerde testen, wel worden de positieve uitslagen nu beter doorgegeven aan de GGD. De verwachting is wel dat de rol van de commerciële aanbieders kleiner gaat worden met het beschikbaar komen van de XL-locaties, waar ook sneltesten worden aangeboden. Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage is, na een paar weken van lichte daling, afgelopen week iets toegenomen ten opzichte van voorgaande weken naar regionaal een vindpercentage van 12,3% en landelijk 13,5% in week 51. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Limburg-Noord (18,5%), Flevoland (18%), Twente (17,8%). De regio Utrecht zit inmiddels ruim onder het landelijke gemiddelde, wat te verklaren is door het grote aantal testen dat wordt uitgevoerd. De GGD regio Utrecht voert namelijk momenteel per week 11.000 testen meer uit, dan de eerstvolgende GGD.
16
Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 23 december
17
1.3.
Aantal overledenen COVID-19
In totaal zijn in de regio Utrecht 769 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 23 december), waarvan 8 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Vijfheerenlanden, IJsselstein en Houten is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).
Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 23 december.
Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.
Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 23 december.
18
Het is niet verplicht om een overlijden van COVID-19 patiënten te melden aan de GGD. Het huidige aantal overlijdens bekend bij de GGD’en en RIVM zal daarom een onderrapportage zijn van het daadwerkelijk aantal overlijdens. Voor zover bekend bij de GGD zijn er in de periode 15 t/m 22 december landelijk 314 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting. In de regio Utrecht zijn in deze periode 40 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Het huidige sterftepercentage ligt daarom mogelijk ook dichter bij het werkelijke sterftepercentage aan COVID-19. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld.
Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.
19
2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is, worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD rU wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD is weergeven in figuur 17. Vanaf half september is een toename te zien in het aantal besmette bewoners. In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht.
Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstellingen. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets toe te nemen. Qua aantallen zitten we rond het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.
Figuur 17. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 22 december
20
Figuur 18. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 22 december.
Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 2 of meer besmettingen aan een bijzondere locatie te koppelen zijn wordt er gesproken van een cluster.
Figuur 19. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 22 december
In figuur 19 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 171 instellingen bekend bij de GGD met 2 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 12,2%. (peildatum 21 december). Bij de GHOR zijn op dit moment 68 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 22 december).
21
2.2.
Meld- en Adviespunt Bezorgd
Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk heeft de media aandacht voor psychische problematiek, als gevolg van de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus, gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 20). Vanaf januari 2020 is sowieso een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.
35
Aantal meldingen
30 25 20 15 10 5 0 1
3
5
7
9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49 51
Weeknummer MAB
Wvggz
Figuur 20. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020, peildatum 21 december.
22
3. Zorgcontinuïteit 3.1
Ziekenhuizen
De druk op de zorg blijft hoog. Er zijn er zorgen over de duur van de tweede golf, de impact ervan op het zorgpersoneel en de zorgcontinuïteit. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk
Figuur 21. Vanaf 6 juli: Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 22 december
Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zien we de ziekenhuisopnames stijgen. Sinds begin november is er een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarna een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen. Sinds medio december neemt het echter weer toe (figuur 21). De druk is inmiddels dermate hoog dat de ziekenhuizen op 22 december jl. hebben besloten om alle planbare reguliere zorg stil te leggen, om zo voldoende capaciteit te houden voor een toename in COVIDpatiënten.
23
3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (figuur 22) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.
Figuur 22. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 22 december.
3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (figuur 23) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt steeds toe.
Figuur 23. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 22 december.
3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuizen) In de regio Utrecht zijn zo’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en
24
kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 68 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 61 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele inzet wegens krapte van personeel nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 71,1% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 28 GGZ instellingen was dit 64,3% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 30,7%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag. Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen.
De afgelopen weken zijn de aantallen iets lager dan eerder. De beddenbezetting van de verpleeg- en verzorgingshuizen laat de afgelopen weken weer een stijging zien. Ook beddenbezetting van de gehandicaptenzorg laat afgelopen week weer een stijging zien. Afgelopen week waren er geen COVID-19 patiënten in de GGZ instellingen bekend bij de GHOR.
Figuur 24. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 22 december. Bron GHOR.
Figuur 25. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 22 december. Bron GHOR.
25
Figuur 26. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 22 december. Bron GHOR.
3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidzorg, in de ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren (figuur 27). Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Momenteel is er opgeschaald naar fase 1 (huidige fase, zie schema figuur 28). Grootste uitdaging in het organiseren van deze capaciteit is personele inzet. Zoals binnen alle organisaties in de zorg en daarbuiten, is personele uitval door ziekte of quarantaine maatregelen groot.
Locatie
Plaats
Huidige capaciteit 17
Bezetting per 22-12-2020 10
Maximale capaciteit (na opschalen fase 1) 17
De Pol
Nijkerk
Het Haltna Huis
Houten
18
7
18
Parkgraaf/Domstate
Utrecht
14
6
14
Santvoorde
Baarn
13
4
13
Hospice De Wingerd
Amerongen
6
0
6
68
27
68
Totaal
Figuur 27. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 22 december. Bron GHOR.
26
Figuur 28. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 22 december. Bron GHOR.
3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. In week 45 is Mediq begonnen met het factureren van PBM uit de 1e golf. Dit gaat ook over de PBM welke verkregen zijn via de C-PBM. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven. Andere mogelijkheid is om je als zorginstelling te richten tot de mailbox pbm09@vru.nl.
27
e Covid -19 crisis. Bijlage 1. Gedragsonderzoek RIVM en GGD’en Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober en de achtste peiling van 11 tot 15 november. Het onderzoek gaat over het gedrag van mensen, wat ze vinden van de gedragsmaatregelen van de overheid en hoe het fysiek, mentaal en sociaal met ze gaat in dit coronatijdperk. Voor een succesvolle bestrijding van het coronavirus is naast preventie van infectie, het omgaan met een infectie ook gezond blijven een heel belangrijk onderdeel. Denk bij gezond blijven aan zaken als gezonde voeding, voldoende beweging, voldoende slaap, ontspanning en sociale contacten. Hoe beter mensen in hun vel zitten hoe beter ze de benodigde gedragsregels om de coronacrisis onder controle te houden ook langdurig kunnen volhouden. Een gezonde leefstijl helpt ook om mentaal, fysiek en sociaal gezond te blijven.
In deze bijlage kijken we dan ook naar een aantal aspecten van gezondheid, mentaal welbevinden en leefstijl van de deelnemers die wonen in de GGD regio Utrecht. Omdat het coronavirus opnieuw razendsnel om zich heen grijpt, geldt vanaf dinsdag 15 december de strengste lockdown tot nu toe in Nederland. De resultaten die hieronder beschreven zijn komen uit de vragenlijst die is afgenomen tussen 11 en 15 november [1]. Geen grote verschillen in ervaren gezondheid naar leeftijd Ruim acht op de tien deelnemers die in de regio Utrecht ervaart hun gezondheid op dit moment (afname periode 11 tot 15 november) als (zeer) goed. Dit schommelt tussen 77% voor de 55-69 jarigen en 85% bij de 16-24 jarigen. Ook in het rapportcijfer dat de deelnemers hun leven geven op het moment van invullen zijn geen grote verschillen naar leeftijd zichtbaar. Gemiddeld is dit een 6,9 op een schaal van 1-10. En dit varieert van 6,2 bij de 16-24 jarigen tot 7,4 bij de deelnemers van 70 jaar en ouder. Landelijk is dit rapportcijfer 7,3.
28
De helft van de 16-24 jarigen is psychisch gezond 51% van de 16-39 jarige inwoners is psychisch gezond[2]. Dit percentage loopt op met de leeftijd. Bij de groep van 70 jaar en ouder is dit ruim 90%.
Figuur 1 Psychische gezondheid gemeten met MHI-5, gemeten in peiling 8 (11 -15 nov 2020).
Op de directe vraag hoe men zich de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst voelde geeft 9% van de deelnemers aan zich (heel) vaak gevoelens van angst te ervaren. Daarnaast geeft 24% geeft aan (heel) vaak gestrest te zijn in de afgelopen week. Ook heeft 20% (heel) vaak problemen met slapen ervaren in de laatste week. Er zijn wel duidelijke verschillen naar leeftijd (zie figuur 2). Over het algemeen is het mentaal welbevinden van ouderen minder negatief dan bij jongeren. De verschillen zijn het grootst bij het ervaren van stress.
Figuur 2 Mentaal welbevinden vergeleken met voor de coronacrisis, gemeten in peiling 8 (11 – 15 nov 2020).
4 op de 5 16-24 jarigen voelt zich enigszins tot sterk eenzaam 80% van de deelnemers van onder de vijfentwintig voelde zich in de week voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst enigszins of sterk eenzaam (zie figuur 2). Dit is bij de ouderen duidelijk lager namelijk 61%. De leeftijdsgroepen hier tussen in verschillen niet veel van elkaar. 64% van 25-39 jarigen en 57% van zowel de 40-54 jarigen als de 5569 jarigen voelt zich nu eenzaam.
29
Aan de deelnemers zijn ook een aantal stellingen voorgelegd om eenzaamheid te meten, zoals ‘ik ervaar een leegte om me heen’ en ‘Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen’. Deze konden zij beantwoorden met ‘Ja’, ‘Min of meer’ of Nee’. Het percentage deelnemers dat sterke eenzaamheidsgevoelens ervaart is 16%, variërend van 27% bij de 16-24 jarigen tot 15% bij de 70 plussers. De jongere deelnemers aan dit onderzoek lijken meer effecten te ervaren van de maatregelen die van invloed zijn op de sociale contacten. Een verklaring hiervoor is dat veel mensen in deze leeftijdsfase normaal gesproken veel sociale contacten met een grote groep diverse personen onderhoudt. Ruim zeven op de 10 deelnemers eet nog hetzelfde als voor de coronacrisis De meeste deelnemers geven aan dat ze niet ongezonder zijn gaan eten vergeleken met voor de coronacrisis. 72% geeft dit aan. Er zijn grote verschillen zichtbaar naar leeftijd. Duidelijk meer 16-24 jarigen hebben hun voedingspatroon aangepast. 25% is veel minder gezond gaan eten tegen over 4% bij de 70 plussers. Opvallend is dat in de jongere leeftijdsgroep ook de meeste deelnemers juist gezonder zijn gaan eten.
Figuur 3 Gezond eten afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in peiling 8 (11 - 15 2020).
40% van de deelnemers is minder gaan sporten Bij bewegen en sporten zien we juist dat veel mensen minder zijn gaan bewegen of sporten vergeleken met voor de coronamaatregelen. Ook hier geldt dat bij de groep 1624 jarigen het beweegpatroon het meest is veranderd. 52% sport minder en 17% is juist meer gaan sporten.
Figuur 4 Bewegen en sporten afgelopen week vergeleken met de periode voor de coronacrisis, gemeten in peiling 8 (11 - 15 2020).
30
Let op: de vragenlijst is afgenomen tussen 11 en 15 november. In deze periode gold een tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown (4-18 november). De antwoorden op de vragen over draagvlak beslaan dus de situatie zoals deze half november was. [2] Gemeten met de MHI-5. Dit is een instrument dat de algemene psychische gezondheid van (in dit onderzoek) de afgelopen 7 dagen in de bevolking meet aan de hand van de volgende vragen: Voelde u zich erg zenuwachtig?, Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?, Voelde u zich kalm en rustig?, Voelde u zich neerslachtig en somber? en Voelde u zich gelukkig?. [1]
Bijlage 2. Taken en bevoegdheden COVID-19
31