CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.022 Regionale rapportage COVID 20201215

Raad 19 januari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden8.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage COVID-19 15 december 2020

1

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 20 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 15 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 18

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 20 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 22

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 23 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 23 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 23 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 24 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 24 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIS).................................................................................................. 25 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 25 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 26 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 27

BIJLAGE 1. GEDRAGSONDERZOEK RIVM EN GGD’EN ...................................................................................... 28 BIJLAGE 2. TESTBEREIDHEID, VINDPERCENTAGES EN BEZOEKERS TESTSTRATEN ............................................ 33 BIJLAGE 3. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN COVID-19 .......................................................................................... 37

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag. Vanaf 19 oktober nam het aantal besmettingen landelijk nog steeds toe, maar minder hard dan de weken daarvoor. Begin november was er sinds lange tijd weer sprake van een daling in het aantal besmettingen per dag, maar de daling stagneerde tot gemiddeld 4500 besmettingen per dag. Afgelopen week zien we dat het aantal besmettingen fors stijgt naar zo’n 9000 besmettingen per dag . Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Met de recente toename in besmettingen behoort Nederland opnieuw tot de Europese landen met het hoogste relatieve aantal besmettingen.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. Peildatum: 15 december 2020 10:00. Bron RIVM

Tot en met 16 december 8:00 uur zijn in totaal 48.949 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 5. Week 43 had tot nu toe het hoogst aantal besmettingen per week. Na een forse daling vanaf week 44 was het aantal besmettingen per week nu min of meer stabiel rond de 3000 per week. In week 50 is het aantal weer toegenomen tot 5152 nieuwe besmettingen.

7000

Aantal besmettingen naar eerste ziektedag

6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 5 9 1011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950 Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD in regio Utrecht. Peildatum: 15 december.

De infectiedruk blijft hoog

4

Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober zijn nu zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ging ook landelijk over in een stabilisatie. Afgelopen twee weken zien we weer een snelle stijging in aantallen. Afgelopen maandag 14 december j.l. is daarom een persconferentie gehouden, waarin een lockdown is aangekondigd. Deze maatregelen zijn ingegaan op 15 december om 00:00. Daarnaast sluiten de scholen vanaf 16 december. De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’.

De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling. Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis van aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep, waarna de rest van de regio volgde met besmettingen in alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. De stijging in de laatste weken is het sterkt buiten de grote steden. Regio Utrecht zat tot eind oktober ruim boven de 250 besmette gevallen per 100.000 inwoners per week. Sinds week 45 tot en met week 48 zat de regio net onder de 250 besmette gevallen per week. In week 50 zit de regio met 380 per 100.000 weer ver boven de 250 besmettingen.

Ook het vindpercentage is iets toegenomen naar een percentage van 11,7% in de afgelopen week. Daarmee is de infectiedruk nog steeds erg hoog. Vanwege het zeer hoge aantal positief getesten is het bron- en contactonderzoek afgelopen week afgeschaald van ‘volledig BCO’ naar ‘risicogestuurd BCO fase 3’: nauwe contacten worden geïnformeerd door de index. Monitoring is tijdelijk opgeschort. Om terug te kunnen gaan naar ‘fase 2’of ‘volledig BCO’ is zeer dringend een daling van de aantallen tot een stabiel laag niveau een voorwaarde. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. De laatste weken is de landelijke communicatie hierover weer geïntensiveerd en is onderdeel van de aanvullende regionale maatregelen. Aangescherpte maatregelen om de verspreiding van het virus terug te dringen Belangrijkste oorzaak van het snel stijgend aantal besmettingen is dat niet iedereen de regels naleeft om besmetting te voorkomen. Na de persconferentie op 28 september zijn

5

nieuwe maatregelen afgekondigd om het aantal contactmomenten terug te dringen. Deze landelijke maatregelen hebben niet geleid tot een stabilisatie of vermindering van besmettingen. Daarom is op de persconferentie van 13 oktober jl. een gedeeltelijke lockdown aangekondigd. Vanaf 14 oktober 18:00 gelden de aangescherpte maatregelen en deze maatregelen zullen tot na de kerstperiode in ieder geval gelden. De eerste effecten van deze maatregelen waren eind oktober zichtbaar in het aantal besmettingen en werd gevolgd door een afname in de ziekenhuisopnames en overlijdens aantallen. De extra maatregelen die op 3 november aangekondigd zijn met de ingang van 19 november weer los worden gelaten en gaat Nederland terug naar de gedeeltelijke lockdown. Door de stijging van de afgelopen twee weken is er in de persconferentie van 14 december jl aangekondigd dat Nederland in harde lockdown gaan tot ten minste 19 januari met als doel om alle contacten tot het minimum te beperken en het aantal besmettingen te verminderen. In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 4 mei uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD.

Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht, vanaf het moment van de eerste versoepeling van maatregelen. Onderin het figuur staat met pijltjes de recent ingevoerde aanscherping van de maatregelen aangegeven. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdensaantallen is een voorzichtige stabilisatie te zien. Echter het aantal besmettingen bleef drie weken stabiel op een hoog niveau. De afgelopen week zien we weer een snelle stijging van het aantal besmettingen. Naast een toename in aantallen zien we ook een stijging in afgenomen testen. Hier kunnen meerdere oorzaken voor bestaan. Allereerst is sinds 1 december het testbeleid verruimd, mensen die in quarantaine zitten door contact met een besmet persoon kunnen zich nu zonder klachten kunnen laten testen op dag 5. Daarnaast is de verwachting dat er door het “verkoudheidsseizoen” er nu sowieso weer meer mensen met luchtwegklachten zullen zijn.

Ook kan het zo zijn dat het virus weer meer aanwezig is onder de bevolking en dat mensen onderling meer contacten hebben. De afgelopen weken zagen we onder andere veel drukte in de winkelstraten door Sinterklaas- en kerstinkopen en vanwege het weer zullen mensen elkaar juist meer binnen opzoeken. Door de getroffen maatregelen en beperkingen zal het aantal contacten worden verminderd. Het sluiten van de kinderdagverblijven en basisscholen past daar ook bij, het aantal besmettingen in deze settings is laag, maar zal er voor zorgen dat meer mensen thuis gaan werken en thuisblijven.

6

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 16 december.

7

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden inmiddels vrijwel verdwenen zijn in de regio Utrecht. Door het hoge aantal nieuwe besmettingen wordt alleen brononderzoek uitgevoerd door GGD regio Utrecht, maar contacten worden niet meer in kaart gebracht en actief benaderd. Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeente gestegen.

De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen op middelbare scholen (wat ook weer kan leiden tot gezinsclusters) en woonzorgcentra. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 7 t/m 13 december. Peildatum: 15 december.

8

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 16 november t/m 13 december. Peildatum: 15 december.

Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. Van de 6 gemeenten met landelijk het hoogst aantal besmettingen vallen er 5 in regio Utrecht. De gemeenten Bunschoten, Woudenberg, Rhenen, Veenendaal en Renswoude hebben allen meer dan 1200 besmettingen op 100.000 inwoners in de laatste twee weken. Van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) heeft Utrecht met 333 patiënten per 100.000 inwoners na Rotterdam en Amsterdam het derde aantal besmette personen. Kijkend naar de regionale en landelijke verspreiding valt op dat de grootste toename nu meer wordt gezien buiten de sterk verstedelijkte gebieden. Het betreft hierbij ook vaak kleinere gemeenten waarbij er vaak sprake is van hechte gemeenschappen.

9

Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 1 december t/m 15 december 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 15 december.

10

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 7 staat het aantal positieve meldingen per week weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Vanaf de maand juni was te zien dat het percentage van de leeftijdscategorieën 0-19, 20-39 en 40-59 stijgt in verhouding tot de ouderencategorie (60 jaar en ouder). Dit is een direct gevolg van het ruimere testbeleid, waarbij niet alleen meer risicogroepen (ouderen en zorgmedewerkers) worden getest, maar iedereen bij lichte klachten getest kan worden. In de maanden juli en augustus was ruim 65% van de positief getesten jonger dan 40 jaar, waar dit in de periode maart t/m mei nog onder de 30% lag. Vanaf begin september is er een opvallende trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 60-79 en 80-99, die beiden toenemen. Dit zagen we ook terug in het aantal besmettingen in woonzorgcentra. In week 50 is het percentage van 60-79 jarigen en 80 jaar en ouder weer iets toegenomen naar respectievelijk 13,5% en 5,0% van het totaal aantal besmettingen. De toename in het aantal besmettingen lijkt voornamelijk in de leeftijdsgroep onder de 20 jaar te zitten. Het aantal 019 jarigen is namelijk 23,8%.

Figuur 7 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijden en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen. Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 7 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen deze week ruim boven de 35% in week 50. Het aandeel van 0-12 jarige neemt de afgelopen weken toe naar 6,6%. Deze groep wordt alleen met specifieke indicatie getest dus zal dit percentage een onderschatting zijn. Het percentage van de onderbouw van de middelbare school is 7,8% en het aandeel van de bovenbouwleeftijd is 7,4% van het totaal aantal besmettingen. Deze week neemt de leeftijd 19 - 27 jarigen weer wat af naar 14,3% van het totaal aantal besmettingen. Welke rol de scholen precies spelen binnen de virusverspreiding zal de komende weken verder worden onderzocht.

Figuur 7. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum: 16 december

Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplisting 0-12, 13-15, 16-18 en 19-27 jaar t.o.v. van alle andere leeftijden. Peildatum: 16 december

11

In figuur 9 en figuur 10 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 7 t/m 13 december (week 50). De grote steden Amersfoort en Utrecht hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Rhenen en Soest. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten. (zie figuur 10). De gemeenten Eemnes bijvoorbeeld heeft maar 16 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 9. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 7 t/m 13 december, peildatum 16 december.

12

Figuur 10. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 7 t/m 13 december, peildatum 16 december.

13

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 11 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarschijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het Bron en contactonderzoek in periode 16 november t/m 13 december. De meeste besmettingen vinden plaats in de gezinssituatie of is de bron niet bekend. Afgelopen week was 58,2% te herleiden tot de gezinssituatie. Bij 4,2% van de besmettingen was de bron onbekend. 11,5% van de besmettingen vond plaats in de werksituatie en 14,2% van de besmettingen vond plaats bij onderwijsinstellingen (basis, voortgezet, beroeps- en universitair onderwijs). Alle verschillende zorginstellingen zijn in 7,5% van de besmettingen de meest waarschijnlijke bron.

Aantal COVID-19 registraties naar bron van besmetting, peildatum 14 december Intramurale zorg overig Horeca Vrije tijdsbesteding Transport/OV

Evenement Ziekenhuis Overige zorg Verenigingen (sport, student) Intramurale langdurige zorg

Onbekend Basis onderwijs/BSO/KDV Werkplek Onderwijs (VO/HO) Gezinssituatie 0

200

400

600 50

800 49

48

1000

1200

1400

1600

1800

2000

47

Figuur 11. Percentage COVID-19 besmettingen in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 16 november t/m 13 december. Peildatum: 14 december.

14

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast 5 regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Houten, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen in de regio. Actuele informatie over de standplaatsen is te vinden op de website van GGDrU. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test. Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden.

Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 12 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 juni en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Inmiddels is de testcapaciteit uitgebreid naar ruim 11.000 plekken per dag. Door afname in testaanvragen staan op dit moment staat in de planning per dag 9089 plekken open, maar er kan elk moment worden opgeschaald naar de maximale testcapaciteit van ruim 11.000 testafnames per dag. In het aantal afgenomen testen zien we dat de afgelopen week een stijging van het aantal afgenomen testen. Daarnaast zien we net sinds oktober zoals eerder in juni en juli, ook weer een weekendeffect. Ook landelijk is er een grote toename te zien in het aantal uitgevoerde testen, met inmiddels ruim 70.000 testen per dag.

15

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 10000 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

Totaal aantal afgenomen testen

Maximale test capaciteit

Figuur 12. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 juni met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 16 december

Het aantal afgenomen testen is in week 50 gestegen naar 39.014 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 1 juni ruim 519.449 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 16 december begin van de dag), dat is 9,8% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. Er is nog steeds geen goed beeld van alle bij commerciële aanbieders uitgevoerde testen, wel worden de positieve uitslagen nu beter doorgemeld aan de GGD. De verwachting is wel dat de rol van de commerciële aanbieders kleiner gaat worden met het beschikbaar komen van de XL-locaties, waar ook sneltesten worden aangeboden. Vindpercentage per week In figuur 13 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage is, na een paar weken van lichte daling, afgelopen week iets toegenomen ten opzichte van voorgaande weken naar regionaal een vindpercentage van 11,8% en landelijke 12,1% week 50. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Limburg-Noord (18%), Flevoland (16), Twente (15%). De regio Utrecht zit rond het landelijke gemiddelde.

16

Testen uitgevoerd in teststraten GGDrU en percentage positief, per week 45000

20,0

40000

18,0 16,0 14,0

30000

12,0 25000 10,0

20000 8,0 15000

Percentage positief

Aantal uitgevoerde testen

35000

6,0

10000

4,0

5000

2,0

0

0,0 23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

Weeknummer UT

% POS UT

% POS NL

Figuur 13. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 16 december

17

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 774 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 16 december), waarvan 8 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Vijfheerenlanden en IJsselstein is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 14).

Figuur 14. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 16 december

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 15 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 15. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 16 december.

18

Het is niet verplicht om een overlijden van COVID-19 patiënten te melden aan de GGD’en. Het huidige aantal overlijdens bekend bij de GGD’en en RIVM zal daarom een onderrapportage zijn van het daadwerkelijk aantal overlijdens. Voor zover bekend bij de GGD’en zijn er in de periode 8 t/m 15 december landelijk 255 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting. In de regio Utrecht zijn in deze periode 27 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk en regionaal neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Het huidige sterftepercentage ligt daarom mogelijk ook dichter bij het werkelijke sterftepercentage aan COVID-19. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld.

Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

19

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 16. Vanaf half september is een toename te zien in het aantal besmette bewoners. Afgelopen week is het aantal positieven bewoners per dag iets afgenomen.

In figuur 17 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstellingen. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen iets toe te nemen. Qua aantallen zitten we rond het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

Figuur 16. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 15 december

20

Figuur 17. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 15 december

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 2 of meer besmettingen aan een bijzondere locatie te koppelen zijn wordt er gesproken van een cluster.

Aantal actieve clusters in zorginstellingen gerelateerd aan 24uurszorg, peildatum 14 december 35 30 25 20 15 10 5 0

Figuur 18. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 14 december

In figuur 18 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 171 instellingen bekend bij de GGD met 2 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 12,2%. (peildatum 14 december). Bij de GHOR zijn op dit moment 61 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 15 december).

21

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk heeft de media aandacht voor psychische problematiek, als gevolg van de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus, gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 18). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

35

Aantal meldingen

30 25 20 15 10 5 0 1

3

5

7

9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47 49

Weeknummer MAB

Wvggz

Figuur 18. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020, peildatum 14 december

22

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De druk op de zorg blijft hoog. Er zijn er zorgen over de duur van de tweede golf, de impact ervan op het zorgpersoneel en de zorgcontinuïteit. 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 20. Vanaf 6 juli: Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 8 december

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zien we de ziekenhuisopnames stijgen. Sinds begin november is er een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarmee een toename van de landelijke ziekenhuisbezetting. Op dit moment zien we landelijk een stabilisatie van het aantal opgenomen patiënten op de verpleegafdelingen als op de IC’s. De druk op de ziekenhuizen blijft echter erg hoog, wat ook een belangrijke reden is dat er voorlopig geen versoepelingen komen.

23

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (peildatum 15 december) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Figuur 21. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 15 december. Bron: GHOR/TZMN.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (peildatum 15 december) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. De bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek neemt licht toe.

Figuur 22. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 15 december. Bron: GHOR/TZMN.

24

3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuis) In de regio Utrecht zijn z’n 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Momenteel zijn er 61 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 54 vorige week). Een deel van de zorglocaties past cohortverpleging toe i.v.m. meerdere besmettingen binnen de locatie. Vanuit de zorgorganisaties komen signalen dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 71,1% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 28 GGZ instellingen was dit 64,3% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 30,7%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag.

Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven. Daarnaast wordt data ouder dan 14 dagen niet meer mee genomen in de bedden bezettingen. De afgelopen weken zijn de aantallen iets lager dan eerder. De beddenbezetting van de verpleeg en verzorgingshuizen laat de afgelopen weken weer een stijging zien. Ook beddenbezetting van de gehandicaptezorg laat afgelopen week weer een stijging zien. Afgelopen week waren er geen COVID-19 patiënten in de GGZ instellingen bekend bij de GHOR.

Figuur 23. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 15 december. Bron GHOR.

25

Figuur 24. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 15 december. Bron GHOR.

Figuur 25. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 15 december. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Momenteel is er opgeschaald naar fase 1 (huidige fase, zie schema). Grootste uitdaging in het organiseren van deze capaciteit is personele inzet. Zoals binnen alle organisaties in de zorg en daarbuiten, is personele uitval door ziekte of quarantaine maatregelen groot.

Figuur 26. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 15 december. Bron GHOR.

Figuur 27. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 15 december. Bron GHOR.

26

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen Binnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en ondersteund door de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. In week 45 is Mediq begonnen met het factureren van PBM uit de 1e golf. Dit gaat ook over de PBM welke verkregen zijn via de C-PBM. Wekelijks doet de GHOR een inventarisatie bij V&V, GGZ en GHZ zorginstellingen. Indien er knelpunten zijn wat betreft PBM, hebben zorginstellingen via een persoonlijke link de mogelijkheid om knelpunten via deze weg aan te geven.

e Covid -19 crisis. 27

Bijlage 1. Gedragsonderzoek RIVM en GGD’en Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober en de achtste peiling van 11 tot 15 november. Het onderzoek gaat over het gedrag van mensen, wat ze vinden van de gedragsmaatregelen van de overheid en hoe het fysiek, mentaal en sociaal met ze gaat in dit coronatijdperk. Omdat het coronavirus opnieuw razendsnel om zich heen grijpt, geldt vanaf dinsdag 15 december de strengste lockdown tot nu toe in Nederland. De resultaten die hieronder beschreven zijn komen uit de vragenlijst die is afgenomen tussen 11 en 15 november 1. Draagvlak voor de meeste maatregelen is relatief hoog Voor veel van de maatregelen is het draagvlak relatief hoog (zie figuur 1). Draagvlak kan een belangrijke aanwijzing zijn of mensen maatregelen vol gaan houden of niet.

We kijken hier naar de mate waarin mensen achter de maatregelen staan op het moment van invullen van de vragenlijst.

Figuur 1 Percentage van de deelnemers dat aangeeft op dit moment (helemaal) wel, neutraal of (helemaal) niet achter maatregelen te staan in meetronde acht (11 – 15 november 2020).

Let op: de vragenlijst is afgenomen tussen 11 en 15 november. In deze periode gold een tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown (4-18 november). De antwoorden op de vragen over draagvlak beslaan dus de situatie zoals deze half november was. 1

28

Van de deelnemers uit de GGD regio Utrecht staat 90 tot 95% achter de hygiënemaatregelen, zoals 20 seconden handen wassen en geen handen schudden. Ook voor de maatregelen met betrekking tot het verminderen van contacten (drukte vermijden, zoveel mogelijk thuis blijven, afstand houden en thuiswerken) is het draagvlak hoog (74 tot 93%). Dit geldt ook voor de verschillende quarantainemaatregelen zoals thuisblijven bij verkoudheidsklachten of na nauw contact met een besmet persoon (83 tot 91%). Ook het draagvlak voor het dragen van een mondkapje in de publieke binnenruimte en in het openbaar vervoer is hoog (respectievelijk 85 en 89% staat hier achter). Een relatief lager draagvlak zien we voor de maatregelen ‘een maximum van 2 personen of 1 huishouden binnen en buiten’, ‘sporten met maximaal 2 personen op 1,5 meter afstand’ en ‘ontvang een maximaal aantal bezoekers thuis en houd dan 1,5 meter afstand’ (61 tot 70%). Grote verschillen in draagvlak gedragsmaatregelen naar leeftijd. Met name voor de maatregelen die beperkend zijn op het ‘normale’ sociale leven laten een duidelijk verschil in leeftijd zien(figuur 2). Hoe jonger hoe minder groot het draagvlak. Het grootste verschil is zichtbaar bij maximaal 2 personen of 1 huishouden binnen en buiten, namelijk 45 procentpunten. Ook bij de beperkingen bij sporten en mensen thuis ontvangen zijn grote verschillen te zien.

Bij het vermijden van drukte, zoveel mogelijk thuis werken en niet naar het buitenland reizen (niet in figuur weergegeven) zijn de verschillen duidelijk lager (11 procentpunten). Zoals eerder genoemd is het draagvlak voor de hygiëne maatregelen hoog. De verschillen tussen de leeftijdscategorieën zijn hier ook duidelijk minder groot. Opvallend daarbij is wel dat hier juist de 70-plussers een lager draagvlak rapporteren variërend van 75 tot 85% terwijl dit bij de andere leeftijdsgroepen boven de 90% is.

Figuur 2 Percentage van deelnemers dat aangeeft op dit moment (helemaal) wel, neutraal of (helemaal) niet achter een aantal gedragsmaatregelen te staan in meetronde acht (11 – 15 november 2020).

29

Draagvlak voor beperkingen in samenzijn dalen het sterkt Het draagvlak voor maatregelen die te maken hebben met beperkingen in samenkomsten, waaronder een beperkt aantal gasten thuis, maximaal 2 personen of 1 huishouden binnen of buiten, zo veel mogelijk thuisblijven en sporten met maximaal 2 personen op 1,5 meter afstand daalt het meest (met 21 tot 15 procentpunt), als ze nog zes maanden gaan duren (figuur 32) De maatregel om niet naar het buitenland te reizen kan ook rekenen op een grote daling in draagvlak (16 procentpunt), als deze nog zes maanden zou duren.

Figuur 3 Verandering in draagvlak al de maatregelen langer duren: verschil in procentpunten tussen percentage deelnemers die (helemaal) wel achter de maatregelen als deze nog zes maanden duren en percentage deelnemers die op dit moment (helemaal) wel achter de maatregelen staan in meetronde acht (11 – 15 november 2020).

Ook voor de meeste andere maatregelen daalt het draagvlak. Voor de hygiënemaatregelen geldt dat de daling in draagvlak minimaal is. Alleen het draagvlak voor handen schudden (ook een onderdeel van menselijk contact) lijkt iets (3%) te dalen. In het draagvlak voor maatregelen die beperkend zijn op het ‘normale’ sociale leven zijn zoals eerder genoemd grote verschillen naar leeftijd te zien. Dit geldt ook voor de verandering in draagvlak als de maatregelen nog zes maanden zouden duren. Over het algemeen neemt het draagvlak bij de 16-24 jarigen gevolgd door de 24-39 jarigen het sterkst af. Hoe ouder het minder groot de afname is. Bij de 70 plussers is het minst grote verschil te zien. Bijvoorbeeld het draagvlak voor zoveel mogelijk thuis blijven als deze maatregel nog zes maanden zou duren daalt bij 16-24 en 25-39 jarigen met ongeveer 25procentpunten terwijl dit 70 plussers met 2 procentpunt afneemt. Ook het draagvlak voor een maximaal aantal bezoekers thuis en daarbij 1,5 meter afstand houden daalt bij de jongste groepen met 30 procentpunten en bij de oudste groep 11 procentpunt.

2

Onder figuur 3 is uitgelegd hoe de verandering in draagvlak is berekend.

30

Grootste draagvlak voor verbod op sportactiviteiten binnen en invoeren avondklok Ongeveer zes op de tien deelnemers heeft half november aangegeven dat zij achter het invoeren van een ‘verbod op sportactiviteiten binnen’ en ‘een avondklok’ staan in geval van toenemende besmettingen (figuur 4).

Figuur 4 Percentage van de deelnemers dat aangeeft op dit moment (helemaal) wel, neutraal of (helemaal) niet achter maatregelen te staan in geval van toenemende besmettingen in meetronde acht (11 – 15 november 2020). NB: deze maatregelen waren half november niet van kracht.

Ondertussen zijn vanwege de strengere lockdown sinds dinsdag 15 december het ‘verbod op sportactiviteiten binnen’ ingevoerd. Dit geldt ook voor het sluiten van scholen en van (niet essentiële) winkels. Voor ‘het sluiten van winkels’ en ‘het sluiten van middelbare scholen’ was het draagvlak half november relatief het laagst, namelijk 46%. Hoewel er geen sprake is van een avondklok in het huidige pakket maatregelen was landelijk het draagvlak voor een avondklok 55% en daarmee hoger dan het sluiten van winkels, en middelbare scholen. Ook voor het invoeren van bovenstaande maatregelen bij toenemende besmettingen is een duidelijk leeftijdseffect te zien (figuur 5).

F i g u u r 5 P e r c e n t a ge van de deelnemers dat aangeeft op dit moment (helemaal) wel, neutraal of (helemaal) niet achter maatregelen te staan in geval van toenemende besmettingen naar leeftijd in meetronde acht (11 – 15 november 2020). NB: deze maatregelen waren half november niet van kracht.

31

Zoals verwacht is het draagvlak voor een avondklok duidelijk lager bij jongeren. Ditzelfde geldt voor het verbod op sportactiviteiten binnen. Het sluiten van mbo, hbo en universiteiten heeft alleen bij de leeftijdsgroep 16-24 in verhouding minder draagkracht. Een groot deel van de 16-24 jarigen zit waarschijnlijk zelf op één van deze onderwijs vormen. Alleen voor het sluiten van de middelbare scholen is geen leeftijdseffect te zien. Ook niet bij de leeftijdsgroep waarin je ouders van pubers zou kunnen verwachten, Zeven op de tien deelnemers heeft voldoende boodschappen in huis 72% van de deelnemers uit de GGD regio Utrecht is het (helemaal) eens met de stelling ‘Ik heb voldoende boodschappen in huis om een paar dagen vooruit te kunnen’ bij een plotselinge quarantaine situatie. Volgens de huidige richtlijnen is dit bij corona-achtige klachten of een melding van de GGD dat ze in nauw contact met een besmet persoon zijn geweest. Vanwege het opkomende ‘normale’ griepseizoen en de oplopende besmettingen is de kans op een plotselinge quarantaine aanzienlijk toegenomen. Onder de deelnemers van 55 jaar en ouder geeft meer dan 80% aan dat zij voldoende boodschappen in huis hebben. Bij de 16-24 jarige deelnemers is dit duidelijk lager, namelijk 36%.

Figuur 6 Percentage van de deelnemers dat aangeeft voldoende boodschappen in huis te hebben bij een plotselinge quarantaine situatie in meetronde acht (11 – 15 november 2020).

Daarnaast weet 61% wie ze willen inschakelen om boodschappen te doen als dat nodig is. Andere plannen voor het regelen van praktische zaken (zoals het uitlaten van de hond) en afspraken over het overdragen van werk en mantelzorgtaken buitenshuis hebben minder mensen klaar liggen, namelijk 47%, 41% en 43%.

32

Bijlage 2. Testbereidheid, vindpercentages en bezoekers teststraten In deze bijlage wordt onder andere gekeken naar de testbereidheid per gemeente, de vindpercentages per gemeente, het aandeel van inwoners buiten GGDrU op GGDrU teststraten en aantal inwoners van GGDrU die op andere GGD teststraten zich laten testen. Hieronder de gegevens voor week 49 en 50 uitgevoerd op 15 december. Deze analyses zal om de twee weken als bijlage worden opgenomen in de regio rapportage. Aantal geteste inwoners GGDrU per gemeente In overeenstemming met de toename in het aantal afgenomen testen op de GGD regio Utrecht teststraten stijgt het aantal geteste inwoners per gemeente fors in de weken 49 en 50. De verruiming van het testbeleid per 1 december zal hier zeker aan hebben bijgedragen. Daarnaast is de verwachting dat er door het “verkoudheidsseizoen” meer mensen zijn met luchtwegklachten die zich laten testen. Als laatste nam in dezelfde periode de infectiedruk toe in de gehele regio, waardoor de vraag naar testen ook toe kan nemen. In figuur 1 is een regio kaartje te zien met het aantal afgenomen testen per gemeente in 4 categorieën voor week 49 en 50. Het totaal aantal afgenomen testen voor de laatste zes weken is per gemeente weergeven in figuur 2.

Hier is onder andere te zien dat gemeentes met hoge infectiedruk, als Bunschoten, Rhenen, Veenendaal en Woudenberg, relatief gezien het meest testen.

Figuur 1. Regio kaartje met aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 30 november t/m 13 december. Peildatum 15 december.

33

Test aantallen per gemeente per 100.000 inwoners, peildatum 15 december 9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

week 45 & 46

week 47 & 48

week 49 & 50

Figuur 2. Totaal aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente, periode 2 november t/m 13 december. Peildatum 15 december.

34

Vindpercentages per gemeente en per testlocatie Voor de laatste 4 weken zijn de vindpercentages per gemeente weergeven. De top 6 gemeente in de laatste week zijn Bunschoten, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Veenendaal en Woudenberg. Al deze gemeente zitten boven de 15% in week 50 en dus ruim boven het gemiddelde vindpercentage van 11,7%.

Vindpercentages per gemeente per week, peildatum 15 december 35,0%

30,0%

25,0%

20,0%

15,0%

10,0%

5,0%

0,0%

47

48

49

50

Figuur 3. Het vindpercentage per gemeente per week, periode 16 november t/m 13 december. Peildatum 15 december.

35

Teststraatbezoekers Het aandeel van inwoners die buiten GGDrU wonen zit de laatste weken stabiel rond de 11% De gemeenten waarvan de inwoners zich het meest laten testen wonen voornamelijk in buurgemeente als Culemborg, Bodegraven-Reeuwijk, Barneveld en Ede.

Percentage buiten regio getest op GGDrU locaties, peildatum 15 december 45000

45%

40000

40%

35000

35%

30000

30%

25000

25%

20000

20%

15000

15%

10000

10%

5000

5%

0

0% 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 aantal testen op GGDrU locaties

% buiten regio

Figuur 4. Aantal afgenomen testen op GGD regio Utrecht testlocaties en het % bezoekers van de GGD regio Utrecht teststraten die niet woonachtig zijn in de GGD regio Utrecht. Peildatum 15 december.

Het aandeel van inwoners die buiten GGDrU teststraten zich laat testen op een GGD teststraat is de afgelopen week licht gestegen naar 12 tot 13%. De gemeenten met het grootste aandeel inwoners die zich op andere GGD teststraten laat testen in week 48 zijn De Ronde Venen, Eemnes, Baarn, Rhenen en Wijk bij Duurstede.

Percentage inwoners dat zich buiten de GGDrU teststraten test, peildatum 15 december 45000

40%

40000

35%

35000

30%

30000

25%

25000 20% 20000 15%

15000

10%

10000

5%

5000 0

0% 32

33

34

35

36

37

38

39

40

totaal aantal geteste inwoners

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

% inwoners dat buiten GGDrU test

Figuur 5. Aantal geteste inwoners van GGD regio Utrecht en het % bewoners van de GGD regio Utrecht die zich op GGD teststraten buiten GGD regio Utrecht laat testen. Peildatum 15 december.

36

Bijlage 3. Taken en bevoegdheden COVID-19

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9616184/1